RIB reactie op initiatiefvoorstel Referendumverordening van Lokalen Hoeksche Waard
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief – Initiatiefvoorstel Referendumverordening Aan: Van: Zaaknummer: Documentnummer: Portefeuillehouder: Team: Datum vaststelling college: Vertrouwelijk: Fase BOB-cyclus:
gemeenteraad College van burgemeester en wethouders Z/26/364110 DOC-261137287 wethouder Den Tuinder-Van Meteren Team Programma’s en Projecten 3 maart 2026 Openbaar beeldvormend
Onderwerp Reactie van het college op het Initiatiefvoorstel Referendumverordening van Lokalen Hoeksche Waard. Inleiding Op maandag 2 februari heeft Lokalen Hoeksche Waard het initiatiefvoorstel Referendumverordening ingediend. Via deze brief ontvangt de raad de reactie op het initiatiefvoorstel van het college. Inhoud Wij waarderen de inzet vanuit de indiener(s) voor het inbrengen van dit initiatiefvoorstel. Het onderwerp van een referendumverordening is schriftelijk en mondeling aan bod gekomen in de raad op verschillende momenten. Voor schriftelijke voorbeelden verwijzen we naar de (beantwoording van) schriftelijke vragen ‘stand van zaken referendumverordening’ van Lokalen HW d.d. 17 oktober 2024 en de technische vragen ‘referendumverordening’ van Constructief Hoeksche Waard d.d. 1 augustus 2023. In de raad is het onderwerp besproken via diverse ingediende moties. Bijvoorbeeld in de raadsvergaderingen van 28 januari 2025 en 17 december 2024. Op 28 januari 2025 heeft de burgemeester (t.v.v. de portefeuillehouder) aangegeven dat het college de eventuele toegevoegde waarde van een referendumverordening (en onder welke voorwaarden) zou betrekken bij de evaluatie van de participatievisie, in reactie op vragen over het onderwerp vanuit de raad.
Daartoe is in de zomer van 2025 opdracht gegeven aan een onafhankelijke onderzoeksbureau om de mogelijke toepassing van een referendum mee te nemen in de evaluatie van de participatievisie. De constatering in het rapport (en zoals opgenomen in de raadsinformatiebrief ‘Evaluatie Participatievisie Hoeksche Waard van 14 november 2025) verwijst naar de aanbeveling dat we verder moeten bouwen aan cultuur en vertrouwen waarin we participatie niet als instrument zien, maar als onderdeel van de bestuursstijl. Het vertrouwen in het participatiebeleid is niet gewijzigd, maar vraagt - gelet op de doorontwikkeling van de organisatie - blijvende aandacht. De constatering en aanbeveling dat onderling vertrouwen een randvoorwaarde is heeft betrekking op het hele huidige en toekomstige participatieinstrumentarium van de gemeente. In de RIB en de (beantwoording van) schriftelijke vragen ‘RIB Evaluatie Participatievisie’ van Constructief Hoeksche Waard d.d. 26 november 2025 hebben we het vervolgproces nader toegelicht. Het ingediende initiatiefvoorstel lezen wij dus vanuit het perspectief van de Participatievisie Hoeksche Waard, de uitgevoerde evaluatie en de bijbehorende aanbevelingen. 1/2
Onderstaand volgt de reactie van het college op de voorgestelde beslispunten van de indieners. 1. De referendumverordening Hoeksche Waard 2026 vast te stellen In de RIB over de evaluatie van de participatievisie van november j.l. is aangegeven dat een referendum op dit moment geen passend instrument. “Een referendum verleent zich voor duidelijke ja-nee keuzes. In de praktijk kent veel beleid ook een grijs gebied waarin nuance, gesprek en afweging tussen belangen nodig zijn. Dit is essentieel voor sociale samenhang en vertrouwen” is een citaat uit deze RIB. Aanvullend hebben we kennis genomen van de conceptverordening. Deze kent een aantal aandachtspunten die wij voor een inhoudelijke bespreking in de raad, mee willen geven: • • •
Uit de tekst blijkt niet goed hoe deze conceptverordening gezien moet worden in verhouding tot de participatievisie. In het verlengde maakt de verordening niet duidelijk op basis van welke beoordelinsgcriteria (en waardering) de raad uiteindelijk een besluit gaat nemen. Het is niet duidelijk wat de effecten zijn voor zowel initiatiefnemers uit de samenleving, alsmede voor de uitvoering door de organisatie. 2. Te bepalen dat de gemeenteraad jaarlijks besluit over het al dan niet beschikbaar stellen van middelen voor het houden van een referendum
De raad kan bij het vaststellen van de begroting jaarlijks besluiten al dan niet beschikbaar stellen van een budget voor het houden van een referendum. Het jaarlijkse besluit kan worden genomen als onderdeel van het vaststellen van de begroting. Het organiseren van een referendum brengt kosten met zich mee. Indien de verordening wordt aangenomen zullen de kosten die naar verwachting voor de organisatie van referenda in de begroting opgenomen moeten worden. Hiervoor is nog geen dekking voorzien in het initiatiefvoorstel. Het op voorhand vaststellen van de vorm (online, fysiek) en omvang (heel de Hoeksche Waard of voor een specifiek dorp) waarop een referendum georganiseerd wordt is randvoorwaardelijk om het budget passend te kunnen verwerken. 3. 50% van de mogelijke kosten van een referendum op te nemen in de risicoparagraaf van de gemeentelijke begroting De risicoparagraaf is niet bedoeld om dergelijke zaken op te nemen. Op het moment dat er een referendum van toepassing is, dan kunnen we hier de kosten op dát moment ook voor opnemen in de begroting (via raadsvoorstel met bijbehorende begrotingswijziging of via de tussentijdse rapportages), afhankelijk van die keuzes die hierin dan gemaakt worden. Dit ook ter voorkoming van onnodig budgetbeslag. Bijlagen Geen.
2/2