CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Reglement van orde raad Hoeksche Waard 2022 verbeterde versie

Oordeelsvormende vergadering 19 april 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Uitgangspunten regelement8.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reglement van orde raad Hoeksche Waard 2022

Hoeksche Waard, maart 2022

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden door of vanwege de raad van Hoeksche Waard 2022

___________________________________________________________ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen…………………………………………………………………… 5 Paragraaf 1. Begripsbepalingen en toepassingsbereik………………………………………………

5

Artikel 1. Begripsbepalingen……………………………………………………………………………

5

Artikel 2. Toepassingsbereik……………………………………………………………………………. 6 Paragraaf 2. De samenstelling van de raad……………………………………………………………

6

Artikel 3. Beëdiging raadsleden na onderzoek geloofsbrieven……………………………………..

6

Artikel 4. Fracties…………………………………………………………………………………………

6

Paragraaf 3. Benoeming wethouders………………………………………………………………….

7

Artikel 5. Benoeming wethouders na onderzoek geloofsbrieven en analyse bestuurlijke integriteit…………………………………………………………………………………………………

7

Paragraaf 4. De instelling van andere commissies en de instelling en samenstelling van raadscommissies…………………………………………………………………………………………

7

Artikel 6. Het presidium…………………………………………………………………………………

7

Artikel 7. De agendacommissie…………………………………………………………………………

7

Artikel 8. Instelling raadscommissies…………………………………………………………………..

7

Artikel 9. Samenstelling raadscommissies…………………………………………………………….. 8 Artikel 10. De commissievoorzitters…………………………………………………………………… 8 Artikel 11. Zittingsduur en vacatures…………………………………………………………………..

8

Paragraaf 5. De ondersteuning van de raad en de door of vanwege de raad ingestelde commissies………………………………………………………………………………………………..

9

Artikel 12. De griffier…………………………………………………………………………………….

9

Artikel 13. De commissiegriffier………………………………………………………………….…….

9

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen inzake vergaderingen door of vanwege de raad…….…….. 9 Paragraaf 1. Voorbereiding……………………………………………………………………….…….. 9 Artikel 14. Vergaderdag, -plaats en tijdstippen………………………………………………….……

9

Artikel 15. Oproep en voorlopige agenda besluitvormende vergadering…………………………

9

Artikel 16. Oproep en voorlopige agenda beeld-, oordeelsvormende – en oriënterende Vergaderingen……………………………………………………………………………………………

10

Artikel 17. Aanvullende agenda; vaststellen agenda…………………………………………………

10

Artikel 18. Ter inzage leggen van stukken…………………………………………………………….

10

Artikel 19. Openbare kennisgeving……………………………………………………………………

10

Paragraaf 2. Ter vergadering…………………………………………………………………………..

10

Artikel 20. Presentielijst…………………………………………………………………………………

10

Artikel 21. Aantal spreektermijnen…………………………………………………………………….

11

Artikel 22. Deelname aan de beraadslaging door anderen algemeen…………………………….. 11 Artikel 23. Bijwonen van beeld- en oordeelsvormende vergaderingen en specifieke deelname aan de beraadslaging door anderen…………………………………………………………………...

11

Artikel 24. Voorstellen van orde……………………………………………………………………….

11

Artikel 25. Spreekrecht in beeldvormende vergadering…………………………………………….

11

Artikel 26. Spreekrecht in de oordeelsvormende vergadering……………………………………..

12

Artikel 27. Spreekrecht in de besluitvormende vergadering……………………………………….

12

Paragraaf 3. Advies en stemmingen…………………………………………………………………...

13

Artikel 28. Advies; geen stemmingen………………………………………………………………….` 13 Artikel 29. Stemverklaring………………………………………………………………………………. 13 Artikel 30. Beslissing……………………………………………………………………………………..

13

Artikel 31. Stemming; procedure hoofdelijke stemming…………………………………………….

13

Artikel 32. Volgorde stemming over amendementen en moties…………………………………...

14

Artikel 33. Stemming over personen…………………………………………………………………..

14

Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken……………………………………………………. 14 Artikel 34. Videoverslag en besluitenlijst van de oordeelsvormende en de besluitvormende vergadering……………………………………………………………………………………………….

14

Artikel 35. Ingekomen stukken…………………………………………………………………………. 15 Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen…………………………………………………………… 15

Artikel 36. Toepassing reglement op besloten vergaderingen……………………………………..

15

Artikel 37. Videoverslag en besluitenlijst van de besloten oordeelsvormende en besluitvormende vergadering………………………………………………………………………………………………. 16 Artikel 38. Geheimhouding in de raadscommissies…………………………………………………..

16

Artikel 39. Opheffing geheimhouding…………………………………………………………………

16

Paragraaf 6. Handhaving orde en schorsing en toehoorders en pers……………………………… 16 Artikel 40. Handhaving orde en schorsing door commissievoorzitter……………………………… 16 Artikel 41. Toehoorders en pers………………………………………………………………………… 16 Artikel 42. Geluid- en beeldregistraties………………………………………………………………... 17 Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raads- dan wel commissieleden…………………….

17

Artikel 43. Amendementen……………………………………………………………………………..

17

Artikel 44. Subamendementen…………………………………………………………………………

17

Artikel 45. Moties………………………………………………………………………………………… 17 Artikel 46. Initiatiefvoorstel……………………………………………………………………………..

17

Artikel 47. Raadsvoorstel van het college……………………………………………………………..

18

Artikel 48. Vragen over raadsvoorstellen in de beeldvormende fase………………………………

18

Artikel 49. Interpellatie………………………………………………………………………………….. 18 Artikel 50. Schriftelijke vragen………………………………………………………………………….

19

Artikel 51. Inlichtingen…………………………………………………………………………………... 19 Artikel 52. Actualiteitenronde in de besluitvormende vergadering………………………………… 19 Artikel 53. Actualiteitenronde in de oordeelsvormende vergadering……………………………… 20 Artikel 54. Agenderingsrecht in de oordeelsvormende vergadering………………………………. 20 Artikel 55. Aanwijzen rapporteurs en verslag en verantwoording………………………………….

20

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen…………………………………………………………………………… 21 Artikel 56. Uitleg reglement…………………………………………………………………………….

21

Artikel 57. Intrekking oude regelingen………………………………………………………………… 21 Artikel 58. Inwerkingtreding en citeertitel…………………………………………………………….

21

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden door of vanwege de raad van Hoeksche Waard 2022 De raad van de gemeente Hoeksche Waard; gelezen het voorstel van het presidium d.d. 14 februari 2022; gelet op de artikelen 16, 82 en 84 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen het volgende reglement: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en van de raadscommissies van de gemeente Hoeksche Waard 2022 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Paragraaf 1. Begripsbepalingen en toepassingsbereik Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: a. amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing dat naar de vorm geschikt is om daarin direct te worden opgenomen; b. beeldvormende vergadering: raadscommissie waarin woordvoerders informatie verzamelen, verstrekken of uitwisselen met als doel zich een beeld te vormen over een onderwerp: - waarvoor een voorstel ter besluitvorming aan de raad is aangeboden of - waarover de raad wordt gevraagd een uitspraak te doen of - waarover het college of de burgemeester met de woordvoerders in de oordeelsvormende vergadering in overleg wil; c.

besluitvormende vergadering: raadsvergadering waarin raadsleden hun definitieve standpunt innemen en op basis van aan de raad toegekende bevoegdheden zorgvuldige, zelfstandig leesbare en onderbouwde beslissingen nemen; d. BOB-vergadermodel: wijze van vergaderen waarbij het besluitvormingsproces is ingericht langs de fasen van beeld-, oordeels- en besluitvorming; e. burgerlid: een door de raad op voordracht van een fractie tot lid van een raadscommissie benoemde persoon, niet zijnde een raadslid; f. commissiegriffier: door de griffier aangewezen raadsadviseur van een thematisch ingerichte raadscommissie of diens vervanger; g. commissielid: raads- of burgerlid; h. commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; i. fractie: elke groep van raadsleden die door het centraal stembureau bij de aanvang van elke zittingsperiode van de raad op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard; j. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; k. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor het vaststellen van een verordening of een andere te nemen beslissing; l. motie: korte en gemotiveerde verklaring waarmee een oordeel, wens, verzoek op opdracht wordt uitgesproken; m.

oordeelsvormende vergadering: raadscommissie waarin woordvoerders: - het gesprek voeren met het college, de burgemeester, het raadslid of de burger over de reden van agendering van een voorstel of initiatief; - in overleg gaan met het college en/of de burgemeester over een bepaald onderwerp, verkregen informatie of een voornemen;

5/21

n.

o. p.

q. r.

s. t. u.

- onderling door middel van debat standpunten uitwisselen en argumenten verzamelen met als doel zich een voorlopige mening te vormen en op basis hiervan een advies uit te brengen aan de raad over een voorliggend voorstel; oriënterende vergadering: raadscommissie waarin woordvoerders informatie verzamelen, verstrekken of uitwisselen met als doel zich te oriënteren op een onderwerp in een fase waarin besluitvorming door de raad niet aan de orde is; raadscommissie: een door de raad op grond van artikel 82 van de Gemeentewet ingestelde commissie; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement dat naar de vorm geschikt is om direct te worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking heeft; technische vraag: vraag aan een ambtenaar werkzaam bij of voor de gemeentelijke organisatie ter verduidelijking van of aanvulling op de informatie die voorligt; toezegging: een tijdgebonden concrete actie die een portefeuillehouder zegt uit te zullen voeren, waarover de raad of commissie zal worden geïnformeerd en die door de voorzitter van de vergadering aldus expliciet wordt benoemd; voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet; woordvoerder: het voor de behandeling van een onderwerp door de fractie aangewezen commissie- of raadslid.

Artikel 2. Toepassingsbereik Dit reglement is van toepassing op vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de in artikel 8 van dit reglement genoemde raadscommissies. Paragraaf 2. De samenstelling van de raad Artikel 3. Beëdiging raadsleden na onderzoek geloofsbrieven 1.

2.

3.

4.

5.

Voor de toelating van een nieuw benoemd lid tot de raad stelt de raad voor de nieuwe zittingsperiode een commissie in en wijst daartoe drie leden van de raad aan en regelt de plaatsvervanging. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde leden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating. Indien van toepassing wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in het advies. Het onderzoek naar het verloop van de gemeenteraadsverkiezingen aan de hand van het proces-verbaal van het centraal stembureau vindt plaats in de laatste vergadering van de raad in oude samenstelling. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Artikel 4. Fracties 1. 2.

De raad is samengesteld uit raadsleden, welke raadsleden onderdeel uitmaken van de in de raad vertegenwoordigde fracties. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren.

6/21

3. 4.

5.

De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk of elektronisch mededeling gedaan aan het presidium door de voorzitter van de nieuw ontstane fractie of de voorzitter van de fractie waarbij wordt aangesloten. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Paragraaf 3. Benoeming wethouders Artikel 5. Benoeming wethouders na onderzoek geloofsbrieven en analyse bestuurlijke integriteit 1.

2.

3.

Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de ingevolge het eerste lid van artikel 3 ingestelde commissie of de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en verlangt deze commissie van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De commissie als bedoeld in dit artikel brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoembaarheid van de kandidaat tot wethouder. Van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt in het advies. De burgemeester geeft voor aanvang van iedere ambtstermijn van een wethouder opdracht om de kandidaat voor het wethouderschap te onderwerpen aan een risicoanalyse bestuurlijke integriteit. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar. De raad betrekt de analyse en de conclusie bij zijn beslissing over de benoeming van de kandidaat tot wethouder.

Paragraaf 4. De instelling van andere commissies en de instelling en samenstelling van raadscommissies Artikel 6. Het presidium 1. 2.

Er is een presidium dat het dagelijks bestuur van de raad vormt. De verordening op het presidium regelt de samenstelling, taken, bevoegdheden en werkwijze van het presidium.

Artikel 7. De agendacommissie 1. 2.

Er is een agendacommissie. De verordening op de agendacommissie regelt de samenstelling, taken, bevoegdheden en werkwijze van de agendacommissie.

Artikel 8. Instelling raadscommissies 1. De raad maakt gebruik van raadscommissies die thematisch zijn ingericht en parallel vergaderen aan de hand van het BOB-vergadermodel. 2. De thema-indeling wordt bij aanvang van elke zittingsperiode van de raad vastgelegd, waarbij wordt aangesloten bij de indeling van de begroting en zoveel als mogelijk rekening wordt gehouden met de portefeuilleverdeling in het college.

7/21

3. Indien een onderwerp meerdere thema’s raakt die niet zijn ondergebracht bij eenzelfde raadscommissie, wordt het onderwerp in de regel in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de agendacommissie beslist dat het onderwerp gecombineerd wordt behandeld of door de primaathoudende raadscommissie. Artikel 9. Samenstelling raadscommissies 1. Alle raads- en burgerleden zijn lid van de door de raad ingestelde raadscommissies. 2. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerleden. 3. Elke fractie mag maximaal drie burgerleden voordragen om door de raad te worden benoemd tot lid van de raadscommissies. 4. Per fractie worden de woordvoerderschappen verdeeld aan de hand van de door de raad vastgelegde thema-indeling zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, van dit reglement. De verdeling of wijzigingen daarin worden openbaar gemaakt op de internetsite van de gemeente. 5. Per te behandelen onderwerp treedt van elke fractie één lid van de raadscommissie op als woordvoerder en per vergadering mogen maximaal 2 woordvoerders tegelijkertijd aan de vergadertafel plaatsnemen. Artikel 10. De commissievoorzitters 1. De commissievoorzitters worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2. De voorzitter fungeert als technisch voorzitter. 3. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c.

het verlenen van het woord, het samenvatten van de conclusies, het bevestigen van de gedane toezeggingen en het formuleren van de adviezen aan de raad; d. het doen naleven van dit reglement en hetgeen dit reglement hem verder opdraagt. Artikel 11. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in de artikelen 10 en 13 van de wet gestelde eisen. 3. De raad kan een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan een commissievoorzitter ontslaan, maar niet dan nadat de commissievoorzitter in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze over het voornemen tot ontslag kenbaar te maken en de raad bij het ontslag deze zienswijze betrekt. 5. Een burgerlid en een commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk of elektronisch mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Indien een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van de artikelen 9 of 10 van dit reglement. 7.

Indien een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

8/21

Paragraaf 5. De ondersteuning van de raad en de door of vanwege de raad ingestelde commissies Artikel 12. De griffier 1. 2.

De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de agendacommissie en in iedere raadscommissievergadering. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen door of vanwege de raad deelnemen.

Artikel 13. De commissiegriffier 1. De griffier regelt de ondersteuning en het secretariaat van de raadscommissies. 2. In iedere beeld-, oordeelsvormende en oriënterende vergadering is een commissiegriffier aanwezig. Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen inzake vergaderingen door of vanwege de raad Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 14. Vergaderdag, -plaats en tijdstippen 1. De oordeelsvormende – en besluitvormende vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op dinsdagavond en worden gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis OudBeijerland. 2. De beeldvormende vergaderingen vinden in de regel plaats op dinsdagavond en die van de oriënterende vergaderingen op dinsdag- of donderdagavond en kunnen digitaal worden gehouden, in de raadzaal van het gemeentehuis Oud-Beijerland of elders in de gemeente op locatie. 3. De vergaderingen beginnen in de regel om 19.30 uur en eindigen niet later dan 23.00 uur, tenzij de raad of raadscommissie anders beslist. 4. De donderdagavonden in de weken waarop de oordeelsvormende – en besluitvormende vergaderingen worden gehouden worden gereserveerd als overloopavond. Artikel 15. Oproep en voorlopige agenda besluitvormende vergadering 1.

2.

De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een besluitvormende vergadering de raadsleden een elektronische oproep. De voorlopige agenda met alle daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde stukken, worden beschikbaar gesteld in het raadsinformatiesysteem op de internsite van de gemeente. Stukken die na de oproep bij raad of griffie binnen komen en die betrekking hebben op onderwerpen die zijn opgenomen op de voorlopige agenda worden niet bij de besluitvorming over dat onderwerp betrokken, tenzij de raad dit toestaat. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de besluitvormende vergadering ter beschikking gesteld aan de raadsleden in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente.

9/21

Artikel 16. Oproep en voorlopige agenda beeld-, oordeelsvormende – en oriënterende vergaderingen 1. De commissievoorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering de leden een elektronische oproep. De voorlopige agenda met alle daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde stukken, worden beschikbaar gesteld in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente. 2. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering ter beschikking gesteld aan de leden in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente. Artikel 17. Aanvullende agenda; vaststellen agenda 1.

2.

3.

In spoedeisende gevallen kan de voorzitter of de commissievoorzitter na het verzenden van de elektronische oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid of artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze op verzoek inzage aan de raads- en burgerleden die het aangaat. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raad of een raadscommissie vastgesteld.

Artikel 18. Ter inzage leggen van stukken 1.

2. 3.

Stukken die ter toelichting van onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. Elektronisch beschikbare stukken worden in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente geplaatst. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid of artikel 86, eerste of tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze op verzoek inzage aan de raads- en burgerleden die het aangaat.

Artikel 19. Openbare kennisgeving 1. 2.

Vergaderingen worden ter openbare kennis gebracht op de gebruikelijke wijze en door plaatsing in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente . In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 20. Presentielijst 1. 2.

De griffier dan wel de commissiegriffier dragen zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raads- en commissievergaderingen. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen de leden de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier dan wel de commissievoorzitter en commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.

10/21

Artikel 21. Aantal spreektermijnen 1. 2. 3. 4.

5.

Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad dan wel raadscommissie anders beslist. Spreektermijnen worden door de voorzitter dan wel commissievoorzitter afgesloten. Raads- en burgerleden mogen in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging daarover. Bij de bepaling hoeveel malen een raads- of burgerlid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 22. Deelname aan de beraadslaging door anderen algemeen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet kan de raad of raadscommissie op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 23. Bijwonen van beeld- en oordeelsvormende vergaderingen en specifieke deelname aan de beraadslaging door anderen 1. Het college of de burgemeester wordt uitgenodigd de vergadering bij te wonen met als doel: a. de beeld- of oordeelsvormende vergadering, op verzoek, te informeren over de geagendeerde onderwerpen; b. informatie te verschaffen in het kader van de actieve informatieplicht. 2. Het college of de burgemeester kan zich laten bijstaan en in dat kader ook namens hen het woord laten voeren. 3. Inwoners en vertegenwoordigers van bedrijven en instellingen kunnen deelnemen aan de beraadslagingen over agendapunten, waarvan de agendacommissie heeft aangegeven dat deze geschikt zijn voor een interactief debat. Een beslissing daartoe wordt genomen door de woordvoerders alvorens met de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt gemaakt. 4. Op degene die op grond van dit artikel toegelaten is deel te nemen aan de beraadslaging, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing. Artikel 24.

Voorstellen van orde Raads- dan wel commissieleden of de voorzitter dan wel de commissievoorzitter kunnen tijdens respectievelijk een raads- dan wel commissievergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad dan wel de raadscommissie beslist hier terstond over. Artikel 25. Spreekrecht in de beeldvormende vergadering 1. In de beeldvormende vergadering kunnen inwoners en belanghebbenden het woord voeren over geagendeerde inhoudelijke onderwerpen of over onderwerpen die vallen onder de thema’s van de desbetreffende vergadering. De agendacommissie dan wel in een later stadium de commissievoorzitter kunnen vooraf een spreektijd per inspreker en/of een maximale spreektijd voor alle insprekers tezamen instellen. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.

11/21

3. Het woord kan niet worden gevoerd over: a. over een onderwerp waarbij sprake is van een juridisch geschil tussen de inspreker of dienst gemachtigde en de gemeente; b. over voorstelen voor een benoeming, keuze, voordracht of aanbeveling van personen; c. indien een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De commissievoorzitter is bevoegd in gevallen, waarvan sprake is van een verstoring van de goede gang van zaken, de spreektijd te bekorten. 6. De commissievoorzitter kan de leden van de vergadering toestaan aan de inspreker korte verhelderende vragen te stellen of met de inspreker kort in gesprek te gaan, waarbij wordt voorkomen dat dit uitmondt in een politiek debat. Artikel 26. Spreekrecht in de oordeelsvormende vergadering 1. In de oordeelsvormende vergadering kunnen inwoners en belanghebbenden enkel het woord voeren over geagendeerde inhoudelijke onderwerpen. 2. Iedere inspreker krijgt bij het inspreken maximaal vijf minuten per inspreker en maximaal 30 minuten voor alle insprekers tezamen. Indien zich meer dan zes insprekers hebben aangemeld, verdeelt de commissievoorzitter de totaal beschikbare spreektijd naar evenredigheid.

De commissievoorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale spreektijd. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 4. Het woord kan niet worden gevoerd over: a. over een onderwerp waarbij sprake is van een juridisch geschil tussen de inspreker of dienst gemachtigde en de gemeente; b. over voorstelen voor een benoeming, keuze, voordracht of aanbeveling van personen; c. indien een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. over een onderwerp waarover al is ingesproken in de beeldvormende vergadering, tenzij de inspreker aan de commissievoorzitter kan aantonen dat zijn inbreng iets essentieels toevoegt aan zijn eerder gedane inbreng of bij gewijzigde omstandigheden. 5. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 6. De commissievoorzitter is bevoegd in gevallen, waarvan sprake is van een verstoring van de goede gang van zaken, de spreektijd te bekorten. 7. De commissievoorzitter kan de leden van de vergadering toestaan aan de inspreker korte verhelderende vragen te stellen. Artikel 27.

Spreekrecht in de besluitvormende vergadering 1. In de besluitvormende vergadering kunnen inwoners en belanghebbenden enkel het woord voeren over geagendeerde inhoudelijke onderwerpen waarover in deze vergadering beraadslaging plaatsvindt en waarvoor geldt dat de inspreker verschoonbaar kan aantonen dat hij hierover niet heeft kunnen inspreken in de beeld- of oordeelsvormende vergadering. Daarnaast kan worden ingesproken indien sprake is van een essentiële wijziging van de voorgestelde beslissing of van een voorgenomen wijziging per amendement. 2. Iedere inspreker krijgt bij het inspreken maximaal vijf minuten per inspreker en maximaal 30 minuten voor alle insprekers tezamen. Indien zich meer dan zes insprekers hebben aangemeld, verdeelt de voorzitter de totaal beschikbare spreektijd naar evenredigheid. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale spreektijd.

12/21

3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 4. Het woord kan niet worden gevoerd over: a. over een onderwerp waarbij sprake is van een juridisch geschil tussen de inspreker of dienst gemachtigde en de gemeente; b. over voorstelen voor een benoeming, keuze, voordracht of aanbeveling van personen; c. indien een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. over een onderwerp waarover al is ingesproken in de beeld- of oordeelsvormende vergadering; e. motie vreemd aan de orde van de dag. 5. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 6. De voorzitter is bevoegd in gevallen, waarvan sprake is van een verstoring van de goede gang van zaken, de spreektijd te bekorten. 7. De voorzitter kan de raadsleden toestaan aan de inspreker korte verhelderende vragen te stellen. Paragraaf 3. Advies en stemmingen Artikel 28. Advies; geen stemmingen 1. Wanneer de commissievoorzitter in de oordeelsvormende vergadering vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de woordvoerders anders oordelen. 2.

Nadat de beraadslaging is gesloten concludeert de commissievoorzitter, gehoord de woordvoerders, of een inhoudelijk advies wordt uitgebracht aan de raad of anderszins. 3. Indien de raadscommissie een inhoudelijk advies uitbrengt aan de raad worden in dat advies de standpunten vermeld zoals door de woordvoerders naar voren zijn gebracht. 4. In een beeld-, oordeelsvormende en oriënterende vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding, met betrekking tot de orde of voor die gevallen waar de raadscommissie anderszins bevoegd is om over te beslissen. Artikel 29. Stemverklaring 1. Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag kort toelichten. 2. Een stemverklaring mag niet langer duren dan een minuut en niet uitnodigen tot debat. Artikel 30. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel met het bijbehorende ontwerpbesluit voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter de te nemen beslissing. Artikel 31. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen.

Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat de voorgestelde beslissing zonder stemming is genomen.

13/21

2. Als een beslissing zonder stemming wordt genomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de wet zich van deelneming aan stemming hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de wet zich van deelneming aan de stemming hebben onthouden, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 32.

Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als een amendement op een voorgestelde beslissing is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het geamendeerde ontwerpbesluit. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen op een voorgestelde beslissing of subamendementen op een amendement zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een voorgestelde beslissing een motie is ingediend, wordt eerst over de voorgestelde beslissing gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 33. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet zich onthouden van stemming. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 34. Videoverslag en besluitenlijst van de oordeelsvormende en de besluitvormende vergadering 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van videoverslagen en de besluitenlijsten van de oordeelsvormende en de besluitvormende vergaderingen.

14/21

2. Het videoverslag omvat de volledige vergadering, wordt geïndexeerd naar de onderwerpen die besproken zijn en de sprekers die het woord hebben gevoerd. 3. Het videoverslag wordt binnen een week via de internetsite van de gemeente toegankelijk gemaakt. 4. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de besluitvormende vergadering openbaar gemaakt in het raadsinformatiesysteem op de internetsite van de gemeente. 5. De besluitenlijst van de oordeelsvormende vergadering bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders, de raads- en commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raads- en commissieleden afwezig waren: c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. korte samenvattingen van het advies aan de raad, van de wensen en bedenkingen aan het college en de burgemeester en de toezeggingen van het college of de burgemeester; e. bij het desbetreffende agendapunt, de naam van die personen aan wie op grond van het bepaalde in de artikelen 22 en 23 door de oordeelsvormende vergadering is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 6. De besluitenlijst van de besluitvormende vergadering bevat in ieder geval: a.

de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren: c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. een vermelding van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie op grond van het bepaald in artikel 22 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Artikel 35. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst, welke als zodanig met de ingekomen stukken aan de raadsleden in het raadsinformatiesysteem op de intranetsite van de gemeente wordt geplaatst. 2. Na het opmaken van de lijst stelt de raad op voorstel van de agendacommissie of in geval van onverwijlde spoed de griffier in de besluitvormende vergadering de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Paragraaf 5.

Besloten raadsvergaderingen Artikel 36. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

15/21

Artikel 37. Videoverslag en besluitenlijst van de besloten oordeelsvormende en besluitvormende vergadering 1. Videoverslagen van besloten oordeelsvormende en besluitvormende vergaderingen kunnen uitsluitend door commissieleden daarbij aanwezig, raadsleden en eventuele anderen die bij de besloten vergadering aanwezig waren, worden beluisterd bij de griffier dan wel de commissiegriffier. 2. Besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden uitsluitend voor de commissieleden daarbij aanwezig, raadsleden en eventuele anderen die bij de besloten raadsvergadering aanwezig waren ter inzage gelegd bij de griffier dan wel de commissiegriffier. 3. De besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad dan wel raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van het videoverslag en de vastgestelde besluitenlijst. 4. De vastgestelde besluitenlijsten woorden door de voorzitter en de griffier dan wel de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 38. Geheimhouding in de raadscommissies Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de wet of op de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding wordt opgelegd. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 39.

Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6. Handhaving orde en schorsing en toehoorders en pers Artikel 40. Handhaving orde en schorsing door commissievoorzitter 1. De commissievoorzitter is op grond van artikel 10, derde lid van dit reglement belast met het handhaven van de orde in de vergadering. 2. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4.

Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord worden ontnomen over het aanhangige onderwerp. Artikel 41. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

16/21

2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering vestoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 42. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen. Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raads- dan wel commissieleden Artikel 43. Amendementen 1. Raadsleden dienen amendementen voor het sluiten van de beraadslaging over de voorgestelde beslissing waarop het amendement betrekking heeft schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend. 3. Intrekking door de indiener van een amendement is mogelijk indien daarover nog niet is gestemd. Artikel 44. Subamendementen 1.

Raadsleden dienen subamendementen op een amendement voor het sluiten van de beraadslaging over de voorgestelde beslissing en het amendement waarop het subamendement betrekking heeft schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst hebben getekend. 3. Intrekking door de indiener van een subamendement is mogelijk indien daarover nog niet is gestemd. Artikel 45. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorgestelde beslissing waarop de motie betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 46. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2.

Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van het voorstel schriftelijk of elektronisch wensen of bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.

17/21

3. Nadat het college schriftelijk of elektronisch wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende BOB-cyclus geplaatst. Als de oproep voor de eerstvolgende beeldvormende vergadering reeds verzonden is wordt het voorstel geagendeerd voor de daaropvolgende BOB-cyclus. Artikel 47. Raadsvoorstel van het college 1. Een raadsvoorstel van het college kan vanaf het moment dat het vermeld staat op de voorlopige agenda van de beeldvormende vergadering, niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Tijdens de behandeling van een voorstel in de oordeelsvormende vergadering kan het college gemotiveerd uitstel of intrekking hiervan bepleiten. De raad beslist in de daarop volgende raadsvergadering of hij hieraan toestemming verleend, gehoord het advies hierover van de woordvoerders. 3. Het college kan bij de behandeling van een voorstel in de oordeelsvormende vergadering een wijziging van het voorstel bepleiten. Na tijdige aanlevering van het gewijzigde voorstel beslist de raad in de daarop volgende besluitvormende vergadering bij de vaststelling van de agenda of deze wijziging onderdeel gaat uitmaken van het voorstel, gehoord het advies hierover van de woordvoerders. 4.

Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 48. Vragen over raadsvoorstellen in de beeldvormende fase 1. Raadsleden kunnen over raadsvoorstellen voorafgaande aan de beeldvormende vergadering technische vragen stellen. Het betreft hier vragen in het kader van de door de raad vastgestelde Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Hoeksche Waard 2019. 2. Technische vragen kunnen worden ingediend bij de griffier na publicatie van de agenda van de beeldvormende vergadering tot uiterlijk 9.00 uur op de dag voorafgaande aan deze vergadering. De beantwoording daarvan vindt zo spoedig mogelijk plaats, maar in ieder geval in de week van deze beeldvormende vergadering. 3. Technische vragen na afloop van de beeldvormende vergadering kunnen worden ingediend bij de griffier tot uiterlijk 12.00 uur op de dag na de beeldvormende vergadering. De beantwoording daarvan vindt plaats uiterlijk om 12.00 uur op de dag vóór de oordeelsvormende vergadering. 4. Raadsleden kunnen technische vragen over raadsvoorstellen ook mondeling stellen in de beeldvormende vergadering.

Indien een technische vraag niet in de vergadering mondeling kan worden beantwoord, vindt ook deze beantwoording plaats uiterlijk om 12.00 uur op de dag vóór de oordeelsvormende vergadering. 5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op burgerleden, in die zin dat burgerleden namens de raadsleden van hun fractie deze technische vragen kunnen indienen of stellen. Artikel 49. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk of elektronisch in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

18/21

3. Over verzoeken die ten minste 24 uur voor aanvang van een besluitvormende vergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, worden tijdens deze raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 50. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen (alternatief voorstel: 3 weken) nadat de vragen zijn ingediend. 4. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. 5. De vragensteller kan na de schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende besluitvormende vergadering nadere inlichtingen vragen over de door de burgemeester of door het college gegeven antwoorden, tenzij de raad anders beslist. Artikel 51. Inlichtingen 1.

Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk of elektronisch in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 10 dagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 52. Actualiteitenronde in de besluitvormende vergadering 1. Tijdens elke besluitvormende vergadering is er een actualiteitenronde, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip de actualiteitenronde eindigt. 2. De actualiteitenronde is bedoeld voor vragen over actuele onderwerpen aan het college of de burgemeester, waarvoor geldt dat de beantwoording geen uitstel duldt en het aangeduide onderwerp niet in diezelfde vergadering aan de orde komt. 3. Het raadslid dat tijdens de actualiteitenronde vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en het spoedeisende karakter - bij voorkeur door het vooraf aanleveren van de te stellen vragen -, uiterlijk 9.00 uur op de dag van de raadsvergadering bij de griffie ter attentie van de voorzitter. Het vooraf aanleveren van de te stellen vragen garandeert de beantwoording ervan tijdens de actualiteitenronde. 4.

De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de actualiteitenronde aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, het college en de burgemeester. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om kort en bondig zijn vragen aan het college of de burgemeester te stellen. Na de eveneens kort en bondige beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om een korte aanvullende vraag te stellen.

19/21

6. Tijdens het actualiteitenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden interrupties niet toegelaten. Artikel 53. Actualiteitenronde in de oordeelsvormende vergadering 1. Tijdens elke oordeelsvormende themavergadering is er een actualiteitenronde, tenzij er bij de voorzitter van de themavergadering geen vragen zijn ingediend. De voorzitter hiervoor genoemd bepaalt op welk tijdstip de actualiteitenronde eindigt. 2. De actualiteitenronde is bedoeld voor vragen over actuele onderwerpen aan het college of de burgemeester, waarvoor geldt dat de beantwoording geen uitstel duldt en het aangeduide onderwerp niet in dezelfde themavergadering aan de orde komt. 3. Het raads- of burgerlid dat tijdens de actualiteitenronde vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en het spoedeisende karakter - bij voorkeur door het vooraf aanleveren van de te stellen vragen -, uiterlijk 9.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffie ter attentie van de voorzitter. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de actualiteitenronde aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, het college of de burgemeester. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om kort en bondig zijn vragen aan het college of de burgemeester te stellen.

Na de eveneens kort en bondige beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om een korte aanvullende vraag te stellen. 6. De voorzitter kan aan andere raads- en burgerleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Artikel 54. Agenderingsrecht in de oordeelsvormende vergadering 1. Elk raads- en burgerlid kan verzoeken om agendering van een ingekomen stuk, raadsinformatiebrief of de beantwoording van schriftelijke vragen in de van toepassing zijnde oordeelsvormende vergadering. 2. Daarnaast kan elk raads- en burgerlid verzoeken om agendering van een specifiek onderwerp in de van toepassing zijnde een oordeelsvormende vergadering; een dergelijk verzoek gaat vergezeld van een discussienotitie ter voorbereiding op het gewenste debat. 3. Het in de vorige leden van dit artikel bedoelde agenderingsverzoek wordt gericht aan de agendacommissie, onder gebruikmaking van het hiervoor door deze commissie vastgestelde format. 4. Andere raads- en burgerleden kunnen zich voegen in het agenderingsverzoek. Hiervan wordt melding gemaakt bij de agendering van het onderwerp op de voorlopige agenda van de oordeelsvormende vergadering. 5.

De agendacommissie honoreert in de regel de gedane agenderingsverzoeken, tenzij er dringende redenen zijn het agenderingsverzoek af te wijzen. Artikel 55. Aanwijzen rapporteurs en verslag en verantwoording 1. Een raadslid, een wethouder of de burgemeester die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht in de vergadering bij het vaste agendapunt ‘Mededelingen’ verslag te doen van zaken die in het algemeen bestuur of het gemeenschappelijk orgaan aan de orde zijn of zijn geweest. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de oordeelsvormende vergadering.

20/21

2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 50 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een raadslid een persoon als bedoeld in het eerste lid van dit artikel ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen als bedoeld in artikel 51 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing. 4. De raad kan uit zijn midden één of meer rapporteurs aanwijzen per gemeenschappelijke regeling. De raad stelt hierbij de taakomschrijving vast van de rapporteur. 5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 56. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad of raadscommissie op voorstel van de voorzitter respectievelijk de commissievoorzitter. Artikel 57. Intrekking oude regelingen Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Hoeksche Waard 2019 en de Verordening op de raadscommissie Hoeksche Waard 2019 worden ingetrokken. Artikel 58.

Inwerkingtreding en citeertitel 1. 2.

Dit reglement treedt in werking op de dag volgende op die van de bekendmaking. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde raad van Hoeksche Waard 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Hoeksche Waard gehouden op 26 april 2022. de griffier,

de voorzitter,

G. de Schipper-Tinga

Ch.B. Aptroot

21/21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11416096/1