Reglement van orde raad Hoeksche Waard 2022 inclusief toelichting
Tekst van het document
38/21
Artikelen 52 en 53. Actualiteitenronde Deze artikelen vormen een invulling van artikel 155, eerste lid, van de wet met betrekking tot het vragenrecht. In dit artikel is niet opgenomen dat de raad regels of nadere regels kan stellen over invulling van het vragenrecht. Het enigszins reguleren van het onbeperkte vragenrecht kan zeker een functie hebben en ziet vooral op procedurele randvoorwaarden. Een dergelijke uitwerking zal het in de wet toegekende individuele vragenrecht echter niet mogen beperken. Ook hier volgt een antwoordplicht uit de artikelen 169 en 180 van de wet, evenals voor de verschoningsgrond strijd met het openbaar belang. Hoewel het recht individueel van aard is, worden de gevraagde antwoorden aan de raad als geheel gegeven; ook dat blijkt uit artikel 169, derde lid en artikel 180, derde lid. Deze artikelleden leggen een antwoordplicht op het college en de afzonderlijke leden en de burgmeester. Uitgangspunt is en blijft dat elk raadslid recht heeft op alle informatie, ook geheime informatie, om zijn functie als raadslid te kunnen uitoefenen. Met het opleggen van geheimhouding kan dit worden ondervangen. In dit reglement is ervoor gekozen om raadsleden op te roepen alleen vragen te stellen over actuele onderwerpen, waarvoor geldt dat de beantwoording geen uitstel duldt en het onderwerp niet in diezelfde vergadering aan de orde komt.
Gelet op het onbeperkte individuele vragenrecht, moeten deze artikelen vooral worden gezien als een verzoek aan raads- en burgerleden zich te beperken bij het stellen van mondelinge vragen in de raads- en oordeelsvormende vergadering tot actuele zaken. Door deze mogelijkheid van het stellen van mondelinge vragen over actuele onderwerpen ook open te stellen in de oordeelsvormende vergadering, hebben ook burgerleden toegang tot dit mondelinge vragenrecht. Artikel 54. Agenderingsrecht De raad, commissie en de leden daarvan gaan over hun eigen agenda en kunnen dus ook onderwerpen ter agendering aandragen. Met het opnemen van een artikel dat dit agenderingsrecht regelt, wordt beoogd het bewustzijn van dit recht te bevorderen en hiervoor handvatten aan te reiken. De agendering vindt op basis van dit artikel plaats door tussenkomst van de agendacommissie. Dit laat onverlet dat bij de vaststelling van de agenda het ieder commissielid vrijstaat om een voorstel te doen de voorlopige agenda aan te vullen. De kans tot een succesvolle agendering wordt hopelijk met de komst van dit artikel vergroot. In het vijfde lid is geregeld dat bij dringende redenen de agendacommissie een agenderingsverzoek kan afwijzen.
Deze dringende redenen doen zich voor ais sprake is van ‘zodanige elementen of situatie(s) in of rondom een agenderingsverzoek, waardoor objectief gezien van de agendacommissie niet kan worden verwacht dat het agenderingsverzoek wordt geagendeerd’. Denk hier bijvoorbeeld aan de situatie dat de raad wordt gevraagd te debatteren over een onderwerp waarvoor opgaat dat de raad daarbij geen enkele zeggenschap heeft, dat wordt overwogen de raad een standpunt te laten innemen welkt in strijd is met wet- of regelgeving of een agenderingsverzoek waardoor personen beschadigd dreigen te raken. Artikel 55. Aanwijzen rapporteurs en verslag en verantwoording Met dit artikel worden handvatten gegeven om de sturing op en verantwoording van vertegenwoordigers in besturen van verbonden partijen en gemeenschappelijke regelingen in het bijzonder vorm te geven. Met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 waarmee de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen wordt versterkt, worden de sturings- en controlemechanismen van de raad extra kracht bijgezet. Artikelen 56, 57 en 58. Uitleg reglement, intrekking oude regelingen, inwerkingtreding en citeertitel De inhoud van deze artikelen spreekt voor zich.
39/21