CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Referendumverordening

Thema bijeenkomst 12 mei 2026, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: RV Initiatiefvoorstel Referendumverordening Lokalen: presentatie en technische vragen1.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Referendumverordening Hoeksche Waard 2026 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van de Hoeksche Waard; - referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit. - Dorpsreferendum: een referendum bedoeld voor inwoners van een specifiek dorp in onze gemeente - Als er in dit stuk geschreven wordt over dorpen, worden deze 14 dorpen daarin bedoeld: Goudswaard, ‘s-Gravendeel, Heinenoord, Klaaswaal, Maasdam, Mijnsheerenland, Westmaas, Numansdorp, Zuid-Beijerland, Nieuw-Beijerland, OudBeijerland, Piershil, Puttershoek en Strijen. Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen 1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden of de raad. 2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten: A. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; B. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; C. over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; D. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; E.

over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; F. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; G. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; H. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; I. waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden, aangetrokken buiten de gemeenteraad. 2. De referendumcommissie bestaat uit drie of vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.

4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van, of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente Hoeksche Waard. 5. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen maximaal eenmaal worden herbenoemd. 6. De referendumcommissie stelt een rooster van aftreden op zodat er geen plotselinge leegloop ontstaat. Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: A. de raad te adviseren over: 1°. de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid; 2°. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en 3°. de datum van het te houden referendum; B. de voorzitter van de raad te adviseren over het papieren en digitale formulier voor de ondersteuningsverklaringen; C. burgemeester en wethouders te adviseren over de stembiljetten; D. toezicht te houden op: 1°. de uitvoering van deze verordening, en 2°. het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; E. klachten te behandelen in het kader van de toezichtstaak, genoemd onder d; F.

binnen drie maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen drie maanden nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. 2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. 4. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar. Artikel 5. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ondersteuningsverklaringen van ten minste 5 procent van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.

4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist. Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ondersteuningsverklaringen van ten minste 5 procent van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3.

Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De voorzitter van de raad maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. 8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Artikel 7. Dorpsreferendum 1. Een dorpsreferendum kan worden aangevraagd op dezelfde wijze zoals in artikel 5 en 6 benoemd worden, maar dient ook als zodanig benoemd te worden en dient ondersteund te worden door de onderstaande percentages per aantal inwoners: a.

Minder dan 1.000 inwoners = 15% van de stemgerechtigden; b. 1.000 t/m 5.000 inwoners = 10% van de stemgerechtigden; c. Meer dan 5.000 inwoners = 7,5% van de stemgerechtigden;

2. Een dorpsreferendum kan enkel aangevraagd worden door een ingezetenen van het desbetreffende dorp. 3. Mocht het onderwerp of een persoon zich in een buurtschap bevinden en niet in de eerder 14 benoemde dorpen, bepaalt de referendumcommissie onder welk dorp en welke regels hiervoor passen. Artikel 8. Initiatief van de raad 1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt. Artikel 9. Datum stemming 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt. 2. De stemming vindt plaats uiterlijk vier maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen. Artikel 10. Vraagstelling referendum 1.

De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast, in samenspraak met de referendumcommissie. 2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij voor of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. Deze vraag kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit. 3. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. Artikel 11. Budget 1. Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum. Artikel 12. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald. Artikel 13. Uitslag

1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde procesverbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied. Artikel 14. Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: A. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; B. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; C.

stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; D. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; E. bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; F. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op … 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Hoeksche Waard 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16560216/3