CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport verkennend bodemonderzoek Achterweg 2a Goudswaard

Besluitvormende raad 15 juni 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Achterweg 2a te Goudswaard18.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkennend onderzoek Achterweg 2a te Goudswaard.

Inhoudsopgave Inleiding en historische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Geologie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Veldwerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Veldwaarnemingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Bemonsteringsstrategie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Definities verontreinigingsgraden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Interpretatie van de analysegegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Conclusie met betrekking tot de onderzoekshypothesen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Conclusies en aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Betrouwbaarheid onderzoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15

Bijlagen Bijlage 1:

onderzoekslokatie met boorpunten

Bijlage 2:

boorstaten en veldwerkformulieren

Bijlage 3:

analyse-certificaten grond

Bijlage 4:

toetsingstabel grond

Bijlage 5:

analyse-certificaten grondwater

Bijlage 6:

toetsingstabel grondwater

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -2-

Verkennend onderzoek Achterweg 2a te Goudswaard.

Inleiding en historische gegevens In opdracht van Schep Registergoed uit Oud-Beijerland is door A.J. Schutter GWW/Milieu uit Oud-Beijerland een verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, vallend onder de KWALIBO regelgeving, ingesteld naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de Achterweg nummer 2a te Goudswaard, kadastraal bekend als Goudswaard sectie E nos. 1275 en 1277. Volgens de grote Provincieatlas van Zuid-Holland bevindt de locatie zich globaal op de volgende coördinaten: X = 78.100 Y = 423.260 Het eigendom van de gronden berust bij erven D.J. de Hoop. Het onderzoek wordt uitgevoerd wegens de voorgenomen eigendomsoverdracht. Het doel is het verkrijgen van inzicht in de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem. De bewuste kavels zijn gelegen buiten de bebouwde kom van Goudswaard en hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 8.345 m2 (zie bijlage 1). Het onderzoeksgebied ligt in de Polder Oude Korendijk ca., welke voor de eerste keer is ingedijkt in 1439. Vanaf het genoemde jaar lag de locatie binnendijks en is het gebied geschikt voor bewoning. Tijdens de watersnoodramp van 1953 is het gebied verdronken. Op de gronden zijn een woning, loods en containerachtige schuurtjes achter de loods aanwezig. Deze hebben deels dienst gedaan als dierenverblijf. Voor het overige betreft het tuin, weiland en (semi) verhard erf.

De loods is voorzien van een betonnen vloer. De bestemming van de gronden is bedrijvigheid (industrie), terrein (grasland). De woning is van recente datum, de loods is reeds enkele tientallen jaren oud. In de loods is sprake van opslag van materialen (voornamelijk stro). Er is echter ook een olieopslag aangetroffen in de vorm van een tank op een aanhanger. Op het erf (voorzijde) liggen betonwaren / tegels opgeslagen. Het erf aan de voorzijde is verhard met betonelementen (stelcon). Tussen de loods en de gronden behorend bij huisnummer 2 is een pad met gebroken puin aanwezig. Deze verharding loopt uit als een pluim tot achter de loods (zie foto Google earth onder bijlage 1). Ten noorden en ten westen bevinden zich akkers, ten oosten de Achterweg en ten zuiden een buurperceel (huisnummer 2). Volgens de Grote Historische Atlas van West Nederland deel 1, 1839 - 1859 is op de locatie sprake van agrarisch gebruik. Er is dan reeds sprake van bebouwing ter plaatse van huisnummer 2, het huidige onderzoeksgebied is aangegeven als agrarisch. Op kaarten uit 1879, 1913, 1925, 1959 en 1968 is dit eveneens het geval. VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -3-

Op kaarten vanaf 1980 is de huidige bebouwing aangegeven (dit betreft dan met name de loods). Op geen van de genoemde kaarten is ter plaatse een boomgaard aangegeven. Het maaiveld bevindt zich globaal op 0,7 m. - N.A.P. Het bodemloket is geraadpleegd, hier werden geen treffers gevonden voor de huidige onderzoekslocatie, maar wel is huisnummer 2 vermeld (zie onder bijlage1). Aangegeven is locatie nummer A0588018676 met een landbouwmachinereparatiebedrijf en een verfspuitinrichting (metaal). Voor zover bekend, hebben op het te onderzoeken kavel gedeelte geen incidenten plaatsgevonden. Wel is op Google earth zichtbaar dat sprake was van opslag van (oude) metalen. Uitgaande van de bodemkwaliteitskaart kan worden gesteld dat ter plaatse lichte verontreinigingen verwacht worden (wonen - heterogeen). Dit is het gevolg van het langdurige, intensieve gebruik van de gronden. De locatie is niet gelegen in een milieubeschermingsgebied als bedoeld in de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland. Bij navraag bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland zuid bleken de volgende relevante milieuhygiënische gegevens van het onderzoeksgebied voorhanden te zijn; De betreffende rapportages van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zijn integraal opgenomen onder bijlage 1. In 2009 is door de Bodemonderzoeker een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de bouw van huisnummer 2a.

De bovengrond was gemiddeld licht verontreinigd met som PAK(10), de ondergrond was niet aantoonbaar verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het grondwater was licht verontreinigd met barium en zink. Voorts is een demping aangegeven, globaal op de erfscheiding tussen de percelen 1275 en 1277. Deze demping heeft, uitgaande van het geraadpleegde kaartmateriaal, plaatsgevonden half jaren 70 - begin jaren 80 van de vorige eeuw. Dit was de periode van de ruilverkaveling, waardoor het waarschijnlijk wordt dat de demping heeft plaatsgevonden onder regie van de landinrichtingsdienst, met gebiedseigen gronden. Het veldwerk is uitgevoerd door Soil Select bv. (erkend veldwerkbureau) uit Den Haag, de analyses door AL-West b.v. uit Deventer (erkend laboratorium). Dit onderzoek voldoet hiermee aan de KWALIBO regeling. Een en ander overwegende wordt de locatie als kleinschalig onverdacht aangemerkt (NEN 5740, ONV, tabel 3). Met als aandachtspunten de olie opslag in de loods, de gedempte watergang en de puinverharding.

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -4-

Geologie Volgens kaartblad 43 west van Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, bestaat de bodemopbouw uit afzettingen van Duinkerke IIIb op Hollandveen op afzettingen van Calais en/of Gorkum (overwegend klei op zand) op Pleistoceen. De afzettingen van Duinkerke IIIb bestaat uit klei en fijn zand. Dit zijn mariene en perimariene afzettingen. De water-doorlatendheid hangt sterk af van de zandige- en venige component in deze lagen. Het Hollandveen is eutroof, de afzettingen van Calais en/of Gorkum betreft venige klei tot kleiig veen. De pleistocene afzetting betreft fijn zand. De holocene afzettingen vonden plaats vanaf het Subatlanticum (circa 900 voor Christus) tot de indijking (circa 900 na Christus). Het Hollandveen werd afgezet vanaf het eind Atlanticum / Subboreaal (circa 3000 voor Christus) tot het Subatlanticum (circa 900 voor Christus). Er is sprake van veenvorming in brakke- tot zoete omstandigheden, het betreft voornamelijk bosveen. Afzettingen van Calais en Gorkum, vonden plaats vanaf het Atlanticum (circa 6000 voor Christus) tot het vroeg Subboreaal (circa 3000 voor Christus). Afzettingen van Calais zijn mariene zanden en kleien (door de zee afgezet), terwijl afzettingen van Gorkum bestaan uit fluviatiele sedimenten (afgezet door stromend water) van de Rijn en de Maas. In het Pleistoceen werden voornamelijk zanden afgezet.

De stroming van het freatisch grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren als kabel- en leidingen sleuven, funderingen etc., maar zal in de richting gaan van het Sandee (noordoostelijk). De stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerende pakket, ten opzichte van de freatische grondwaterstand duidt op kwel.

Veldwerk Gezien de historische gegevens is uitgegaan van een kleinschalige onverdachte locatie. Aan de hand van de gegevens is de volgende onderzoeksstrategie gehanteerd; Conform het gestelde in de NEN 5740 voor een onverdachte (ONV) locatie met een oppervlakte van 8.345 m2 (tabel 3), moeten ten minste 13 boringen tot 0,50 meter, 4 boringen tot 2,00 meter en 2 boringen met een peilbuis worden uitgevoerd. De grondwaterspiegel ligt rond de 0,50 - 1,00 meter min maaiveld (schatting). boringen tot 0,5 m: boring tot 2,0 m: peilbuizen:

nr. 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19 nr. 3, 4, 5 en 6 nr. 1 en 2

aanvullende boringen tot 1,0 meter min maaiveld: 20, 21, 23, 25, 26 en 30 aanvullende boringen tot 1,5 meter min maaiveld: 27, 31 en 32 aanvullende boring tot 2,0 meter min maaiveld: 28 VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -5-

De aanvullende boringen 22, 24 en 29 zijn gestaakt vanwege een aanwezige betonplaat. Onder bijlage 1 is een boorpunten tekening opgenomen. Een week na plaatsing zijn de peilbuizen, conform voorschrift, bemonsterd.

Veldwaarnemingen Tijdens het veldwerk, wat werd uitgevoerd op 5 (grond) en 12 (asbest mengmonster en grondwater) maart 2014, door de heren R. Salaz en J. Brouwer en op 24 maart (grond en grondwater) door de heer M. van Dongen alle van Soil Select bv., zijn zintuiglijke waarnemingen gedaan welke staan vermeld in de boorstaten (zie bijlage 2). Tijdens het veldwerk zijn de volgende bodemvreemde materialen aangetroffen / zijn zintuiglijke afwijkingen geconstateerd (per boring, per traject in cm. min maaiveld); boring 1 boring 3 boring 8 boring 9 boring 11

18 - 50 50 - 100 0 - 50 0 - 50 0 - 50 0 - 50

puin sporen, zwakke oliegeur puin sporen zwak puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend matig puinhoudend

aanvullende boringen: boring 20 boring 21 boring 22 boring 23 boring 24 boring 25 boring 26 boring 27 boring 28 boring 29 boring 31 boring 32

0 - 50 12 - 50 - 20 16 - 50 - 10 0 - 50 0 - 50 0 - 50 0 - 50 0 - 20 - 20 0 - 100 0 - 50

sterk puinhoudend zwak puinhoudend gestaakt op beton zwak puinhoudend gestaakt op betonplaat sterk puinhoudend sterk puinhoudend brokken baksteen zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend gestaakt op betonplaat brokken baksteen brokken baksteen

Het aangetroffen profiel bestaat van boven naar beneden voornamelijk uit een antropogene laag (siltige- humeuze klei) op klei. Onder de stelconplaten op het voorterrein is een laag zand aanwezig. De peilbuizen zijn na een week rust (conform het gestelde in de NEN 5740) door de heer J. Brouwer van Soil Select bv bemonsterd op 12 maart 2014. In het veld zijn de volgende grootheden bepaald:

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -6-

Peilbuis 1 (filter stelling van 1,50 tot 2,50 meter diepte): S S S S

grondwaterstand in meters ten opzichte van het maaiveld: zuurgraad (pH): elektrisch geleidingsvermogen: temperatuur:

0,60 meter. 7,1 2.114 µS/cm. 9,9 oC.

Peilbuis 2 (filter stelling van 1,00 tot 2,00 meter diepte): S S S S

grondwaterstand in meters ten opzichte van het maaiveld: zuurgraad (pH): elektrisch geleidingsvermogen: temperatuur:

0,58 meter. 7,2 1.026 µS/cm. 11,3 oC.

De waarnemingen bij de herbemonstering (door de heer M. van Dongen) op 24 maart 2014 waren als volgt. Peilbuis 1 (filter stelling van 1,50 tot 2,50 meter diepte): S S S S

grondwaterstand in meters ten opzichte van het maaiveld: zuurgraad (pH): elektrisch geleidingsvermogen: temperatuur:

0,64 meter. 6,98 3.170 µS/cm. 9 oC.

De waarnemingen vallen niet buiten het verwachtingspatroon.

Bemonsteringsstrategie Onafhankelijk van de bodemopbouw, spreekt de NEN 5740 zich bewust uit voor een benadering welke meer is gebaseerd op de gemiddelde kwaliteit. Daar volstaan kan worden met een analyse van de boven- en ondergrond van de representatieve bodemlagen is hier aan geconformeerd. Monsterneming in grond heeft plaatsgevonden met een edelmanboor, volgens NEN 5742, en voor grondwater met een slangenpomp volgens NEN 5744. De monsters zijn vervolgens gekoeld naar het laboratorium gebracht, waar mengmonsters zijn samengesteld. Het laboratorium is opgenomen in het register van de raad van accreditatie. Het betreft AL-West bv te Deventer (geaccrediteerd onder nummer L005). Het laboratorium is erkend voor het uitvoeren van chemische analyses ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek, als gesteld in de KWALIBO regelgeving. Volgens de NEN 5740 dienen voor het onverdachte terreingedeelte drie (meng)monsters van de bovengrond- en twee (meng)monsters van de ondergrond te worden onderzocht op een breed pakket van stoffen. Dit betreft het NEN grond pakket met een structuurpakket.

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -7-

Het grondwater moet ook worden onderzocht op een breed pakket van stoffen. Dit betreft het NEN pakket grondwater. Ter plaatse van de olieopslag is een peilbuis (nr. 1) geplaatst, een eventuele minerale olie verontreiniging in het grondwater kan hiermee worden gedetecteerd. Het zintuiglijk met olie verontreinigde monster (bovengrond van boring 1) wordt separaat onderzocht op minerale olie en het organische stof gehalte. Van de matig puinhoudende bodemlagen ter plaatse van de boringen 9 en 11 is een mengmonster samengesteld (per definitie asbest verdacht). Dit mengmonster (emmer) is onderzocht op asbest (NEN 5707). Boring 4 is geplaatst in de demping, het aangetroffen bodemprofiel wijkt niet af van de overige boringen. Dit is ons inziens een bevestiging dat de demping heeft plaatsgevonden met gebiedseigen gronden. Een analytische verificatie is ons inziens dan niet noodzakelijk. Op de rapportage van het laboratorium zijn weergegeven welke analyse methodieken zijn toegepast en welke boringen zijn gemengd. Voor het onderzoek zijn de volgende aanduidingen gehanteerd / monsters geselecteerd; grond - analyselijst nummer: 424362 508277 508282 508287 508297 508301 508305

de bovengrond olie (BG olie); boring 1 van 0,18 tot 0,50 meter diepte. de bovengrond met puin (BG puin); boringen 3, 8, 9 en 11 tot 0,50 meter diepte. de bovengrond erf (BG erf); boringen 4, 10, 12 en 13 tot 0,50 meter diepte. de bovengrond terrein (BG terrein); boringen 2, 5, 6, 14, 15, 16, 17, 18 en 19 tot 0,50 meter diepte. de ondergrond erf (OG erf); boring 1 van 1,00 tot 1,50 en boringen 3 en 4 van 0,50 tot 1,00 meter diepte. de ondergrond terrein (OG terrein); boringen 2 en 6 van 0,50 tot 1,00 en boring 5 van 1,00 tot 1,50 meter diepte.

grond - analyselijst nummer: 425581 (uitsplitsing bovengrond puin op zink) 515977 515978 515979 515980

boring 3 tot 0,50 meter diepte. boring 8 tot 0,50 meter diepte. boring 9 tot 0,50 meter diepte. boring 11 tot 0,50 meter diepte.

grond - analyselijst nummer: 425586 (asbest NEN 5707) 515988

mengmonster matig puinhoudende grond (boringen 9 en 11)

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -8-

grond - analyselijst nummer 427570 (inperking en uitbreiding) 526830 526831 826832 826833 526834 526835 526836 526837 526838 526839 526843

boring 11 van 0,50 tot 1,00 meter diepte. boring 20 tot 0,50 meter diepte. boring 21 van 0,12 tot 0,50 meter diepte. boring 22 van 0,05 tot 0,20 meter diepte. boring 23 van 0,16 tot 0,50 meter diepte. boring 24 tot 0,10 meter diepte. boring 25 tot 0,50 meter diepte. boring 26 tot 0,50 meter diepte. boring 29 tot 0,20 meter diepte. boring 30 tot 0,50 meter diepte. boringen 27, 31 en 32 tot 0,50 meter diepte.

grondwater - analyselijst nummer 425589 516025 516026

peilbuis 1 (Pb 01). peilbuis 2 (Pb 02).

grondwater - analyselijst nummer 427566 (reproductie barium waarneming) 526818

peilbuis 1 (Pb 1 herbemonstering 24-03-2014).

De getallen voor de omschrijving corresponderen met de kolomnummers van de diverse analyserapporten.

Definities verontreinigingsgraden Schoon:

geen van de onderzochte parameters komen boven de achtergrondwaarde (A) uit.

Licht verontreinigd:

ten minste een van de onderzochte parameters bevindt zich boven de achtergrondwaarde en tevens komt geen parameter uit boven de nader onderzoeksgrens (0,5 * {A + I}).

Matig verontreinigd:

ten minste een van de onderzochte parameters bevindt zich boven de nader onderzoeksgrens en tevens komt geen parameter uit boven de interventiewaarde (I).

Sterk verontreinigd:

ten minste een van de onderzochte parameters bevindt zich boven de interventiewaarde.

Bovenstaande aanduidingen gelden voor grond. Voor grondwater geldt hetzelfde, alleen moet dan voor de “achtergrondwaarde” de “streefwaarde” worden gelezen.

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -9-

Interpretatie van de analysegegevens Voor de grondanalyses wordt in eerste instantie verwezen naar rapportnummer 424362 van AL-West bv (zie bijlage 3). 508277 508282 508287 508297 508301 508305

de bovengrond olie (BG olie). de bovengrond met puin (BG puin). de bovengrond erf (BG erf). de bovengrond terrein (BG terrein). de ondergrond erf (OG erf). de ondergrond terrein (OG terrein).

Voor elk van de monsters is een toetsingstabel met bodemtypecorrectie als bijlage toegevoegd (zie bijlage 4). Per monster wordt een kwaliteitsaanduiding gegeven; 508277 508282

508287 508297 508301 508305

achtergrondwaarde overschrijding voor minerale olie achtergrondwaarde overschrijdingen voor koper, lood, som PAK(10), minerale olie en som PCB(7) naderonderzoekwaarde overschrijding voor zink geen achtergrondwaarde overschrijding aangetoond geen achtergrondwaarde overschrijding aangetoond geen achtergrondwaarde overschrijding aangetoond geen achtergrondwaarde overschrijding aangetoond

De zintuiglijk met minerale olie verontreinigde bovengrond ter plaatse van boring 1 is analytisch licht verontreinigd met minerale olie (508277). De bovengrond met puin, is gemiddeld licht verontreinigd met koper, lood, som PAK(10), minerale olie en som PCB(7). De verontreinigingen betreffen lichte diffuse verontreiniging ten gevolge van het langdurige gebruik van de gronden door de mens (antropogene invloeden) in relatie met de bodemvreemde bestanddelen. Voorts is een gemiddeld matige zink verontreiniging aangetoond (508282). De bovengrond van het erf en de bovengrond van het terrein zijn gemiddeld niet aantoonbaar verontreinigd met de onderzochte stoffen (508287 en 508297). De ondergrond van het erf en de ondergrond van het terrein zijn gemiddeld niet aantoonbaar verontreinigd met de onderzochte stoffen (508301 en 508305). De bovengrond midden en de bovengrond zuid zijn gemiddeld licht verontreinigd. Overschrijdingen van de achtergrondwaarden (lichte verontreinigingen) zijn geen aanleiding om een nader onderzoek in te stellen, de overschrijding van de naderonderzoekwaarde voor zink in het mengmonster van de bovengrond met puin is aanleiding de samenstellende deelmonsters separaat te laten onderzoeken op het zink gehalte (met een structuur pakket).

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -10-

Voor deze uitsplitsing wordt verwezen naar rapportnummer 425581 van AL-West bv (zie onder bijlage 3) en de bijbehorende toetsing (zie onder bijlage 4). 515977 515978 515979 515980

boring 3 tot 0,50 meter diepte - licht verontreinigd met zink boring 8 tot 0,50 meter diepte - niet verontreinigd met zink boring 9 tot 0,50 meter diepte - matig verontreinigd met zink boring 11 tot 0,50 meter diepte - sterk verontreinigd met zink

Hieruit blijkt dat sprake is van een matige- en een sterke verontreiniging met zink ter plaatse van het pad (puinverharding) tussen de loods en huisnummer 2. Opvallend is dat deze monsters als matig puinhoudend zijn aangemerkt, terwijl de lichte verontreiniging met zink en het monster met een zink gehalte onder de achtergrondwaarde werden aangemerkt als zwak puinhoudend. Deze gegevens zijn aanleiding de sterke en matige zink verontreiniging in het horizontale- en verticale vlak in beeld te brengen (NTA 5755). Voorts zijn matig puinhoudende bodemlagen per definitie verdacht op het voorkomen van asbest. Van de betreffende bodemlagen is een mengmonster (emmer) samengesteld en onderzocht op het asbestgehalte volgens de NEN 5707. Voor de resultaten wordt verwezen naar rapportage nummer 425586 van AL-West bv (zie onder bijlage 3). 515988

MM matig puinhoudende grond - interventiewaarde overschrijding voor asbest.

Daar meer dan 100 mg/kg.ds (gewogen) asbest is aangetroffen (710 mg/kg.ds), is sprake van een gemiddeld sterke verontreiniging met asbest. Er is dan tevens direct sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging volgens de Wet Bodembescherming. Voor de gegevens met betrekking tot de horizontale en verticale inperking en een uitbreiding van het onderzoek direct achter de loods wegens verdenkingen van de aanwezigheid van mogelijk begraven verontreiniging, wordt verwezen naar rapport nummer 427570 van ALWest bv (zie onder bijlage 3) en de daarbij behorende toetsingen (zie onder bijlage 4). 526830 526831 826832 826833 526834 526835 526836 526837 526838 526839 526843

boring 11 van 0,50 tot 1,00 meter diepte - niet verontreinigd met zink boring 20 tot 0,50 meter diepte - licht verontreinigd met zink boring 21 van 0,12 tot 0,50 meter diepte - niet verontreinigd met zink boring 22 van 0,05 tot 0,20 meter diepte - licht verontreinigd met zink boring 23 van 0,16 tot 0,50 meter diepte - licht verontreinigd met zink boring 24 tot 0,10 meter diepte - sterk verontreinigd met zink boring 25 tot 0,50 meter diepte - licht verontreinigd met zink boring 26 tot 0,50 meter diepte - niet verontreinigd met zink boring 29 tot 0,20 meter diepte - sterk verontreinigd met zink boring 30 tot 0,50 meter diepte - licht verontreinigd met zink boringen 27, 31 en 32 tot 0,50 meter diepte - licht verontreinigd met lood, zink en som PAK(10)

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -11-

De sterke zink verontreiniging in de bovengrond bij boring 11, beperkt zich tot de bovengrond. De onderliggende laag is niet aantoonbaar verontreinigd met zink (526830). De gestaakte boringen 24 en 29 (beide op een betonplaat), zijn gesitueerd tegen de erfgrens. Het bodemmateriaal van de respectievelijk 10- en 20 centimeter dikke laag op de betonplaat is in beide gevallen sterk verontreinigd met zink (526835 en 526838). Opvallend is dat de bovengrond ter plaatse van boring 20 (midden op het pad, tussen de boringen 9 en 11) licht verontreinigd is met zink (526831). Dit duidt op een heterogene verspreiding. De bovengrond binnen de loods (boringen 21 en 22) is respectievelijk niet- en licht verontreinigd met zink (526832 en 526833). Direct voor het pad, onder de stelconplaten, is de bovengrond licht verontreinigd met zink (526834). Ter hoogte van de achterzijde van de loods waaiert de puinverharding uit. Ter plaatse van de boringen 30, 25, 27, 31 en 32 is de bovengrond (gemiddeld) licht verontreinigd met zink. De bovengrond van boring 26 is niet aantoonbaar verontreinigd met zink. Op het buurperceel (huisnummer 2) zijn geen boringen geplaatst, visueel is geen sprake van een puinpad op de betreffende gronden. Er wordt derhalve van uitgegaan dat hiermee een horizontale- en verticale inperking van de zink verontreiniging is verkregen.

Achter de loods (tussen de containers / schuren) zijn de boringen 27, 31 en 32 tot 1,50 meter diepte doorgezet. Er zijn hier geen zintuiglijke aanwijzingen voor eventuele begraven verontreinigingen aangetroffen. Wel is een mengmonster van de bovengrond onderzocht, hieruit bleken gemiddeld lichte verontreinigingen met lood, zink en som PAK(10) (526843). Het is niet toegestaan in sterk (en matig) verontreinigde grond werkzaamheden uit te voeren, zonder toestemming van het bevoegde gezag (gemeente / omgevingsdienst). Wanneer grond vrijkomt tijdens werkzaamheden is het hergebruik hiervan onderworpen aan de regels van het besluit bodemkwaliteit. Het nu uitgevoerde onderzoek is geen onderzoek in het kader van het besluit bodemkwaliteit. Het bevoegd gezag kan deze rapportage wel als alternatief bewijs accepteren (vrijstellingsregeling grondverzet), maar dit is geheel ter beoordeling van het bevoegde gezag. Voor de grondwateranalyses wordt in eerste instantie verwezen naar rapportnummer 425589 van AL-West bv (zie bijlage 5), ook hiervoor zijn toetsingstabellen als bijlage bijgevoegd (zie bijlage 6). 516025 516026

Peilbuis 1 (Pb 1) Peilbuis 2 (Pb 2)

Per monster (peilbuis) wordt een kwaliteitsaanduiding gegeven; 516025 516026

streefwaarde overschrijding voor zink en molybdeen naderonderzoekwaarde overschrijding voor barium streefwaarde overschrijding voor zink, barium en som xylenen

Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is licht verontreinigd met zink en molybdeen. Voorts is een matige barium verontreiniging gerapporteerd. De oorzaak hiervan is ons onbekend. VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -12-

Middels herbemonstering is getracht de waarneming te reproduceren (zie hieronder). Het grondwater uit peilbuis 2 is licht verontreinigd met zink, barium en som xylenen. De oorzaak is ons onbekend. Mogelijk heeft de lichte som xylenen verontreiniging iets te maken met de (voormalige) bedrijfsactiviteiten ter plaatse van huisnummer 2. De resultaten van de herbemonstering van peilbuis 1 op 24 - 03 - 2014 zijn weergegeven in analyserapport nummer 427566 van AL-West bv (zie onder bijlage 5), onder bijlage 6 is de toetsing opgenomen; 526818

peilbuis 1 (Pb 1 herbemonstering 24-03-2014) - licht verontreinigd met barium

Hiermee is de eerder gerapporteerde matige barium verontreiniging in het grondwater niet reproduceerbaar. De eerdere waarneming is mogelijk het gevolg van zogenaamde plaatsingsinvloeden (ten gevolge van het boren in de grond wordt het lokale bodemevenwicht tijdelijk verstoord). Na een week is deze invloed meestal niet meer meetbaar. Er zijn echter gronden welke hier meer tijd voor nodig hebben. De aangetroffen concentraties geven geen aanleiding om een nader onderzoek in te stellen naar de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater ter plaatse.

Conclusie met betrekking tot de onderzoekshypothesen De bovengrond is lokaal sterk verontreinigd. De ondergrond is gemiddeld niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd. Formeel zijn de verhoogde concentraties in de grond of in het grondwater reden om te stellen dat de hypothese onverdacht niet kan worden bevestigd. Hierbij dient te worden opgemerkt dat gezien het gebruik van de locatie een zekere lichte diffuse verontreiniging verwacht mag worden (langdurig intensief gebruik van de gronden). Met name het puinpad moet als verdacht worden aangemerkt (asbest en zink). Wel kan worden geconcludeerd dat gevolgde methode aan de doelstelling heeft voldaan.

Conclusies en aanbevelingen In maart 2014 is door A.J. Schutter GWW/Milieu uit Oud-Beijerland, in opdracht van Schep Registergoed uit Oud-Beijerland, een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, vallend onder de KWALIBO regeling uitgevoerd ter plaatse van de gronden aan de Achterweg nummer 2a te Goudswaard.

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -13-

Aanleiding van het onderzoek is het voornemen tot eigendomsoverdracht. Het veldwerk is uitgevoerd door de heren J. Brouwer, R. Salaz, en M. van Dongen, alle van Soil Select bv uit Den Haag. Het betreft een erkend veldwerkbureau en gecertificeerde veldwerkers. De analyses zijn uitgevoerd door een erkend laboratorium. Het betreft AL-West bv uit Deventer. Tijdens het veldwerk zijn in de grond, buiten het puinpad, nauwelijks bodemvreemde bestanddelen aangetroffen. Ter plaatse van de olieopslag werd een zwakke oliegeur waargenomen van de bovengrond. Analytisch betreft het een lichte verontreiniging. Het grondwater ter plaatse is niet aantoonbaar verontreinigd met minerale olie of hieraan gerelateerde producten. De demping tussen de percelen 1275 en 1277 is uitgevoerd in de periode van de ruilverkaveling. De demping heeft dus waarschijnlijk plaatsgevonden onder regie van de Landinrichtingsdienst met gebiedseigen grond. Het boorprofiel van de boring in de demping (nummer 4) bevestigd dit beeld. Analytisch is de ondergrond van boring 4 opgenomen in een mengmonster van de ondergrond (3 samenstellende deelmonsters). Er werden geen verontreinigingen gerapporteerd. Opmerking: Ook de bovengrond van boring 4 is in een mengmonster opgenomen, wederom werden geen verontreinigingen gerapporteerd.

Achter de loods, ter plaatse van de containers en in de directe nabijheid van de puinwaaier is de bovengrond licht verontreinigd, dit is naar het zich laat aanzien het gevolg van de puinverharding en intensief gebruik. Op deze plaats zouden mogelijk verontreinigingen (afval) zijn begraven. Er zijn een aantal boringen doorgezet tot 1,50 meter diepte. Er is geen aanwijzing aangetroffen voor de juistheid van deze veronderstelling. Het puinpad (opgesloten tussen de loods en de erfgrens met huisnummer 2) is heterogeen sterk tot licht verontreinigd met zink. Het betreft alleen de bovengrond (tot 0,50 meter diepte). Aan de oostzijde wordt de verontreiniging ingeperkt door stelconplaten. Hieronder wordt geen puin aantroffen en is de bovengrond analytisch licht verontreinigd met zink. Aan de westzijde waaiert het puinpad uit. Hier zijn analytisch alleen lichte verontreinigingen met zink gerapporteerd. De matig puinhoudende bovengrond ter plaatse van de boringen 9 en 11 is sterk verontreinigd met asbest (hoofdzakelijk hechtgebonden chrysotiel). Hiermee is per definitie direct sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging volgens de Wet Bodembescherming. Aanbevolen wordt het uitvoeren van een nader asbestonderzoek (sleuven), conform de NEN 5707. In eerste instantie uitgaande van tenminste twee ruimtelijke eenheden (het pad en de waaier).

Bij de uitvoering hiervan wordt eveneens aanbevolen per sleuf een mengmonster te laten onderzoeken op het zink gehalte.

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -14-

De boven- en ondergrond, van de niet hierboven vermelde deelgebieden, zijn gemiddeld niet aantoonbaar verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het grondwater ter plaatse van het erf (bij de olieopslag) is licht verontreinigd. De in eerste instantie matige barium verontreiniging, bleek bij heranalyse niet reproduceerbaar. De oorzaak van de aangetroffen verhogingen is ons onbekend, het betreft mogelijk deels van nature licht verhoogde concentraties en deels het gevolg van uitspoeling uit het puinpad. Het grondwater ter plaatse van het zuidelijke terreindeel is eveneens licht verontreinigd. In grote lijnen betreffen het de zelfde verontreinigingen als hierboven. Alleen is hier eveneens sprake van een lichte som xylenen verontreiniging, welke mogelijk gerelateerd kan worden aan (voormalige) bedrijfsactiviteiten op aangrenzende percelen. Een en ander overwegende is er geen noodzaak tot het instellen van een nader grondwateronderzoek. Het is niet toegestaan werkzaamheden te verrichten in sterk (en matig) verontreinigde grond, zonder toestemming van het bevoegde gezag. Bij eventuele werkzaamheden waarbij een grondoverschot zal ontstaan, moet rekening gehouden worden met de van overheidswegen opgelegde beperkingen voor het toepassen van secundaire bouwstoffen (besluit bodemkwaliteit).

Betrouwbaarheid onderzoek Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het streven bij ieder onderzoek is een optimale representativiteit. Elk onderzoek is echter een moment opname en is gebaseerd op een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters. Hierdoor is het mogelijk, dat plaatselijk afwijkingen t.a.v. het in deze rapportage geschetste beeld, in de samenstelling van de grond of het grondwater kunnen optreden. AL-West bv., Soil Select bv., noch A.J. Schutter GWW/Milieu is aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook.

VO Achterweg 2a, Goudswaard, AJS april 2014

Pag. -15-

bijlage 1

ONDERZOEKSLOKATIE MET BOORPUNTEN

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: 8121

2a

1275

1277

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 25 februari 2014 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

5m

25 m

Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

GOUDSWAARD E 1275

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: 8121 eg terw A ch

56

1276

g we

Ac

r hte

2a

2

1275 641

353

4

352 1277 6

900

6a

1568 0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 25 februari 2014 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

10 m

50 m

Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

GOUDSWAARD E 1277

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Kadastraal bericht object Dienst voor het kadaster en de openbare registers in Nederland Gegevens over de rechtstoestand van kadastrale objecten, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen Betreft: GOUDSWAARD E 1275 25-2-2014 Achterweg GOUDSWAARD 12:51:27 Uw referentie: 8121 Toestandsdatum: 24-2-2014

Kadastraal object Kadastrale GOUDSWAARD E 1275 aanduiding: Grootte: 6 a 80 ca Coördinaten: 78063-423301 Omschrijving BEDRIJVIGHEID (INDUSTRIE) kadastraal object: Locatie: Achterweg GOUDSWAARD Jaar: 1999 Ontstaan op: 22-12-1997 Ontstaan uit:

GOUDSWAARD E 355 gedeeltelijk

Publiekrechtelijke beperkingen Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster.

Gerechtigde EIGENDOM De heer Dirk Jan de Hoop Achterweg 2 A 3267 LG GOUDSWAARD Geboren op: 27-05-1957 Geboren te: ROTTERDAM Overleden op: 09-11-2013 (Persoonsgegevens zijn conform GBA) Recht ontleend HYP4 18832/21 reeks ROTTERDAM aan: 1999 Eerst genoemde GOUDSWAARD E 1275 object in brondocument:

d.d. 1-4-

Aantekening recht BURGERLIJKE STAAT ONBEKEND Ontleend aan: BSA 505/12003 reeks ROTTERDAM

d.d. 6-5-2005

Einde overzicht De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.

Kadastraal bericht object Dienst voor het kadaster en de openbare registers in Nederland Gegevens over de rechtstoestand van kadastrale objecten, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen Betreft: GOUDSWAARD E 1277 25-2-2014 Achterweg GOUDSWAARD 12:52:35 Uw referentie: 8121 Toestandsdatum: 24-2-2014

Kadastraal object Kadastrale GOUDSWAARD E 1277 aanduiding: Grootte: 76 a 65 ca Coördinaten: 78101-423259 Omschrijving BEDRIJVIGHEID (INDUSTRIE) TERREIN (GRASLAND) kadastraal object: Locatie: Achterweg GOUDSWAARD Jaar: 1999 Ontstaan op: 22-12-1997 Ontstaan uit:

GOUDSWAARD E 642 gedeeltelijk

Publiekrechtelijke beperkingen Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster.

Gerechtigde EIGENDOM De heer Dirk Jan de Hoop Achterweg 2 A 3267 LG GOUDSWAARD Geboren op: 27-05-1957 Geboren te: ROTTERDAM Overleden op: 09-11-2013 (Persoonsgegevens zijn conform GBA) Recht ontleend HYP4 18832/21 reeks ROTTERDAM aan: 1999 Eerst genoemde GOUDSWAARD E 1277 object in brondocument: Recht ontleend HYP4 40827/90 reeks ROTTERDAM aan: 2005 Eerst genoemde GOUDSWAARD E 1277 object in brondocument: Brondocumenten mogelijk van HYP4 54821/52 d.d. 11-6-2008 belang:

d.d. 1-4-

d.d. 3-11-

Aantekening recht BURGERLIJKE STAAT ONBEKEND Ontleend aan: BSA 505/12003 reeks ROTTERDAM

d.d. 6-5-2005

Gerechtigde ZAKELIJK RECHT ALS BEDOELD IN ART.5,LID 3,ONDER B, VAN DE BELEMM. WET PRIVAATR OP GED. VAN PERCEEL Waterschap Hollandse Delta Handelsweg 100 2988 DC RIDDERKERK Postadres: Postbus: 4103 2980 GC RIDDERKERK Zetel: RIDDERKERK Recht ontleend HYP4 40827/90 reeks ROTTERDAM aan: 2005 Brondocumenten mogelijk van HYP4 54821/52 d.d. 11-6-2008 belang:

d.d. 3-11-

Einde overzicht De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.

Omgevingsrapportage - bodem

perceel GWD00 E 1275 te Goudswaard Achterweg 2a te Goudswaard (gemeente Korendijk)

Aanvrager

A.J. Schutter GWW/Milieu, t.a.v. mevrouw M. Schutter

Telefoonnummer

0186-640904

E-mail adres

mieke2003@planet.nl

Uw opdrachtnummer- en datum

140201 - 26-02-2014

Zaaknummer

0121352

Ons kenmerk

2014007640

Behandeld door

Roland Boomgaard, d.d. 12-03-2014 e-mail: r.boomgaard@ozhz.nl telefoon: 078-7703117

Inleiding Voor u ligt een rapportage van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid met de beschikbare informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van grond- en grondwater van het door u opgevraagde perceel. Daarnaast zijn gegevens over bedrijven met een milieuvergunning opgenomen in dit rapport. Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodem- en bedrijfsinformatiesysteem van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Het informatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buitengebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten. Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van de in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid aanwezige gegevens. Voor nadere informatie over de in deze rapportage genoemde rapporten en inrichtingen dienen de betreffende dossiers te worden geraadpleegd. Hiervoor kunt u contact opnemen met de OZHZ. Mogelijk zijn hier kosten aan verbonden. Er kan niet worden uitgesloten dat elders relevante informatie aanwezig is die niet in de informatiesystemen van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en dus in deze samenvatting is opgenomen.

Dit milieurapport bestaat uit 3 hoofdstukken en 2 bijlagen: Hoofdstuk 1: Algemene informatie over de locatie Dit hoofdstuk bevat een algemene beschrijving van de locatiekenmerken (adres, kadastraal nummer, oppervlakte) en een overzichtskaart van het perceel. De kaart geeft de ligging van de locatie, eventuele bodemonderzoeken, tanks, historische en actuele informatie weer. Hoofdstuk 2: Informatie over de milieukwaliteit op de locatie In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van activiteiten op de onderzoekslocatie, bestaande uit historische activiteiten, uitgevoerde bodemonderzoeken, ondergrondse brandstoftanks en gegevens over de aanwezige bedrijven met een vergunnings-/meldingsplicht vanuit de Wet milieubeheer. Ook rapporten die slechts een gedeeltelijke overlap met de onderzoekslocatie hebben staan in dit hoofdstuk vermeld. Hoofdstuk 3: Informatie over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de locatie Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van alle bodemgerelateerde activiteiten in een straal van 25 meter rondom de onderzoekslocatie. Deze worden meegenomen omdat bodemverontreiniging een perceel-grensoverschrijdend probleem kan zijn. Een verontreiniging op het ene perceel kan van invloed zijn op de kwaliteit van de bodem van een aangrenzend perceel.

Hoofdstuk 4: Algemene informatie Dit hoofdstuk geeft weer waar informatie betreffende de bodemkwaliteitskaart en de aanwezigheid van voormalige kassen en boomgaarden geraadpleegd kan worden. Bijlage 1: Algemene uitleg bij deze rapportage Dit hoofdstuk geeft inzicht in de gebruikte terminologie en geeft uitleg bij de informatie uit de hoofdstukken 2 en 3.

Bijlage 2: Disclaimer Dit hoofdstuk bevat informatie over hoe de gegevens moeten worden geïnterpreteerd en waarvoor de rapportage wel en niet kan worden gebruikt.

1 Algemene informatie perceel GWD00 E 1275 Een overzicht van de onderzoekslocatie is hieronder weergegeven.

Over het adres zijn de volgende algemene gegevens bekend: Adres Kadastrale gegevens Gemeente

Goudswaard

Sectie

E

Nummer

1275

2 Gegevens op perceel GWD00 E 1275 Overzicht historische bodembedreigende activiteiten

Omschrijving bedrijf

Adres

Bedrijfsnaam

demping (niet gespecificeerd)

Overzicht bodemonderzoeklocaties Er zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

Overzicht geregistreerde bedrijven met meldingsplicht in het kader van de Wet milieubeheer. (meldings- en/of vergunningsplicht) Er zijn bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid geen gegevens bekend over de aanwezigheid van meldings- en/of vergunningplichtige bedrijven.

Periode

-

3 Gegevens in een straal van 25 meter rond perceel GWD00 E 1275 Overzicht historische bodembedreigende activiteiten Er zijn, voor zover bekend, geen historische bodembedreigende activiteiten uitgevoerd

Overzicht bodemonderzoeklocaties

Onderzoekslocatie 'Achterweg 2a'

De onderzoekslocatie is bekend onder de naam:

Achterweg 2a (AA058800240)

De locatie staat geregistreerd op het volgende adres:

Achterweg 2

Op basis van de beschikbare informatie heeft de locatie de volgende beoordeling gekregen:

niet ernstig, licht tot matig verontreinigd

Op de locatie is de volgende beschikking afgegeven: Op basis van de beschikbare informatie heeft de locatie de volgende vervolgstatus gekregen:

voldoende onderzocht

Wbb code:

ZH058809220

Type onderzoek

Verkennend onderzoek NEN 5740

Datum

14 08 2009

Resultaat onderzoek t.o.v. Wet Bodembescherming Grond

Grondwater

>AW

>S

Legenda <s/<d

Geen verhoogde gehalten gemeten

>S

Licht verontreinigd (> streefwaarde)

>T

Matig verontreinigd (> tussenwaarde)

>I

Sterk verontreinigd (> interventiewaarde)

Onbekend

Geen informatie voorhanden

Overzicht geregistreerde bedrijven met meldingsplicht in het kader van de Wet milieubeheer. (meldings- en/of vergunningsplicht) Er zijn bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid geen gegevens bekend over de aanwezigheid van meldings- en/of vergunningplichtige bedrijven.

4 Algemene informatie Bodemkwaliteitskaart Ten aanzien van informatie over de algemene bodemkwaliteit (gemiddelde) van de zone waarin de locatie is gelegen, wordt verwezen naar de bodemkwaliteitskaart van de regio Zuid-Holland Zuid. Deze is bereikbaar via www.ozhz.nl Voormalige boomgaarden en kassen Op veel locaties in de regio Zuid-Holland Zuid waren in de periode 1950-1975 boomgaarden en kassen aanwezig (en zijn wellicht nog steeds aanwezig). Deze locaties zijn verdacht voor het voorkomen van verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen in de bodem. Indien op een perceel in de genoemde periode een boomgaard of een kas aanwezig is geweest, dient derhalve bij bodemonderzoek aanvullende aandacht te worden besteed aan het voorkomen van organochloor bestrijdingsmiddelen in de bovengrond. De aanwezigheid van voormalige boomgaarden en kassen is helaas niet geautomatiseerd af te leiden uit de gegevensbestanden van de omgevingsdienst. Daarom wordt verwezen naar de internetsite www.watwaswaar.nl. Hierop zijn onder andere de topografische kaarten van 1958 en 1969 beschikbaar. Op deze kaarten zijn boomgaarden herkenbaar als gestippelde groene of witte percelen en kassen als rood gearceerde percelen.

Bijlage 1: Algemene uitleg bij deze rapportage 1.1 Inleiding De hoofdstukken 2 en 3 bevatten een beschrijving van de bodemgerelateerde activiteiten op de locatie. Of op een locatie bodemonderzoek is uitgevoerd hangt af van vele factoren. Zo verplicht de overheid bodemonderzoek bij een bouwvergunningen en worden vaak bodemonderzoeken uitgevoerd bij transacties van grond. Ook kan het zijn dat een verontreiniging bij toeval aan het licht is gekomen waarna de overheid en/of eigenaar overgaan tot een nader onderzoek. Als er geen bodeminformatie over een locatie in het bodeminformatiesysteem bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid te vinden is, is dit echter geen garantie dat er ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Om inzicht te krijgen in locaties met een risico op het voorkomen van bodemverontreiniging zijn de bodembedreigende activiteiten uit het verleden in kaart gebracht. Deze zijn ondergebracht in het zogenaamde HBB bestand. Deze informatie is opgenomen in het onderhavige rapport.

1.2 Wat u moet weten over Historische Bodembedreigende Activiteiten (HBB bestand) Dit zijn activiteiten die zich in het verleden op de onderzoekslocatie hebben voorgedaan en waarvan de mogelijkheid bestaat dat ze de bodem verontreinigd hebben. De gegevens zijn afkomstig uit oude bestanden en tekeningen, zoals het hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informatie zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek.

1.3 Wat u moet weten over bodemonderzoeklocaties (verrichte bodemonderzoeken) Een historisch bodemonderzoek zegt nog niets over de daadwerkelijke bodemkwaliteit. Pas na uitvoering van een of meerdere bodemonderzoek(en) kan een inschatting worden gemaakt van een eventuele verontreiniging op de locatie. Als ergens een bodemonderzoek is verricht, en dit rapport wordt bij de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid aangeboden dan worden de onderzoekslocatie en het rapport geregistreerd in het bodeminformatiesysteem. van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Alle beschikbare rapportages behorend tot de onderzoekslocatie worden tevens aan deze locatie gekoppeld. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt per onderzoekslocatie een samenvatting gegeven. Zo'n samenvatting ziet er als volgt uit: Onderzoekslocatie "Woningbouwcomplex Brinklaan 155-365 (IBS102)"

De onderzoekslocatie is bekend onder de naam:

Woningbouwcomplex Brinklaan 155-365 (IBS102) (AA038100354)

De locatie staat geregistreerd op het volgende adres:

Brinklaan 155

Op de locatie is de volgende beschikking afgegeven: Op basis van de beschikbare informatie heeft de locatie de volgende beoordeling gekregen:

Pot. Ernstig

Op basis van de beschikbare informatie voor de locatie de volgende vervolgstatus van toepassing:

Uitvoeren NO

Op deze onderzoekslocatie zijn de volgende (deel)onderzoeken uitgevoerd

Type onderzoek

Datum onderzoek

Historisch onderzoek

10-9-1993

NVN Onderzoek

1-8-1993

Resultaat onderzoek t.o.v. Wet Bodembescherming Bodem

Grondwater

>S

>T

Het oranje deel geeft de naam van de onderzoekslocatie aan. Het gele deel geeft een samenvatting van de beschikbare informatie in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Het blauwe deel geeft een overzicht van de uitgevoerde onderzoeken.

Beoordeling verontreiniging (in het gele deel) De analyseresultaten in relatie tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsituatie. Op basis van hiervan wordt een locatie beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: Niet verontreinigd: Op de locatie heeft een historisch onderzoek uitgewezen dat er geen verontreinigingsbronnen aanwezig zijn. Of op de locatie is bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740. Tijdens dit onderzoek is aandacht besteed aan alle, mogelijk op de locatie, voorkomende (historische) verontreinigingsbronnen. Het gehalte van de gemeten stoffen kleiner dan de achtergrondwaarden. Niet Ernstig: Op de locatie is sprake van een bodemverontreiniging, maar uit onderzoek blijkt dat geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging. De gemeten gehalte zijn gelijk of hoger dan de achtergrondwaarden, maar overschrijden de interventiewaarden niet. Er is in principe geen noodzaak tot vervolgonderzoek. De kwaliteit van de bodem kent wel beperkingen bij het vrijkomen van deze grond. Deze grond is niet in alle gevallen vrij toepasbaar.

Pot. Ernstig: Potentieel ernstig. Mogelijk is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een locatie wordt als potentieel ernstig beschouwd als een matige of sterke verontreiniging in de bodem, zowel de grond of/ en het grondwater is aangetroffen. De omvang van de verontreiniging is nog onvoldoende in beeld. Een locatie wordt tevens als potentieel ernstig gekwalificeerd als er bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden zonder dat aan de hand van bodemonderzoek is geverifieerd of deze handelingen hebben geleid tot bodemverontreiniging. De locatie is dan verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Pot. Spoedeisend: Potentieel spoedeisend. Een locatie wordt als potentieel spoedeisend gekwalificeerd als er substantiële bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden zonder dat aan de hand van bodemonderzoek is geverifieerd of deze handelingen hebben geleid tot bodemverontreiniging. De locatie is dan verdacht met betrekking tot het voorkomen van een spoedeisende bodemverontreiniging. Pot. Urgent: Potentieel Urgent. Is "oude" terminologie, Urgent is vervangen door de term "Spoedeisend". Zie pot. Spoedeisend. Pot. verontreinigd: Potentieel verontreinigd. De locatie is verdacht op het voorkomen van bodembedreigende handelingen.

Het vermoeden bestaat dat de locatie wel verontreinigd is maar dat er op de locatie geen geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Ernstig, geen spoed: Door het bevoegdgezag Wbb is doormiddel van een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging met een omvang groter dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Onderzoek heeft uitgewezen dat er geen gezondheids-, ecologische- en/of verspreidingsrisico's zijn. Bij herinrichting van de verontreinigde locatie (bijvoorbeeld nieuwbouw) of bij grondverzet geldt een saneringsverplichting. Ernstig, niet urgent: Zie Ernstig, geen spoed Ernstig, spoed niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de spoed (risico's) niet zijn vastgesteld. Afhankelijk van de verontreinigingsituatie kan dit wenselijk zijn. Ernstig, geen risico's bepaald: Zie Ernstig, spoed niet bepaald Ernstig, spoed, risico's wegnemen en uiterlijk saneren voor 2015: Er is sprake van een sterke bodemverontreiniging met een omvang van meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Door het bevoegd gezag Wbb is bepaald dat de aanwezige verontreiniging een dermate actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding vormt, dat het risico direct dient te worden weggenomen. De sanering van de verontreiniging dient voor 2015 plaats te vinden.

Urgent, san binnen 4 jaar: Urgent of spoedeisend geval van bodemverontreiniging, de sanering van de verontreiniging dient binnen 4 jaar plaats te vinden. Door het bevoegd gezag Wbb is bepaald dat de aanwezige verontreiniging een dermate actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding vormt, dat sanering dient plaats te vinden binnen 4 jaar na vaststelling. Urgent san binnen 5-10 jaar: Urgent of spoedeisend geval van bodemverontreiniging, de sanering van de verontreiniging dient binnen 5 tot 10 jaar plaats te vinden. Idem als bij hierboven alleen

zijn de risico's minder spoedeisend waardoor sanering kan plaatsvinden binnen 10 jaar na vaststelling. (NB. de bepaling van spoedeisendheid is destijds uitgevoerd op basis van 'oud' beleid. Op basis van het huidige beleid wordt de spoedeisendheid wellicht als hoger beschouwd) Urgent, start sanering voor 2015: Idem als bij hierboven alleen zijn de risico's minder spoedeisend waardoor sanering dient te worden gestart voor 2015. (NB. de bepaling van spoedeisendheid is destijds uitgevoerd op basis van 'oud' beleid. Op basis van het huidige beleid wordt de spoedeisendheid wellicht als hoger beschouwd) Niet ernstig, licht tot matig verontreinigd: Er is sprake van licht tot matige verontreinigde grond. Het bodemonderzoek heeft uitgewezen dat de matige verontreiniging geen onderdeel uitmaakt van een ernstig geval van bodemverontreiniging. De kwaliteit van de bodem kent wel beperkingen bij het vrijkomen van deze grond. Deze grond is niet vrij toepasbaar. Niet ernstig, plaatselijk sterk verontreinigd: Er is sprake van een sterke verontreiniging. Bodem onderzoek heeft uitgewezen dat de omvang criteria, meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater boven de interventiewaarde, zijn niet overschreden. Op basis van de verontreinigsituatie zijn er geen gezondheids-, ecologische- en/of verspreidingsrisico's. De kwaliteit van de bodem kent wel beperkingen bij het vrijkomen van deze grond.

Deze grond is niet vrij toepasbaar.

Vervolgstatus (in het gele deel) Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de locatie) worden de noodzakelijke vervolgstappen vastgesteld. De vervolgstatus zegt niets over de termijn waarbinnen een en ander moet plaatsvinden. We onderscheiden de onderstaande stappen (activiteiten): Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evaluatierapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respectievelijk het uitvoeren van een Historisch (bodem) Onderzoek, een Orienterend Onderzoek, een nader bodemonderzoek, een aanvullend bodemonderzoek een saneringonderzoek en het opstellen van een saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater moeten worden gesaneerd. Sanering van grond kan inhouden dat de verontreinigingen worden verwijderd, of dat de risico's die de verontreiniging oplevert worden weggenomen. Uitvoeren tijdelijke beveiliging: Het plaatsen van tijdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico's van de verontreiniging terug te dringen.

Uitvoeren (aanvullende) saneringsevaluatie: De resultaten van de bodemsanering (hoeveelheid verwijderde grond, bereiktresultaat, etc) worden vastgelegd in een rapport. Uitvoeren actieve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplichtingen die door het bevoegd gezag Wbb zijn vastgelegd in een beschikking.

Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt van de verontreinigde componenten. De verplichting tot het ondernemen van deze activiteiten zijn in een Wbb beschikking vastgelegd. Registratie restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij het bevoegd gezag Wbb. Bij het kadaster wordt deze locatie ook geregistreerd.

Type onderzoek (in het blauwe deel) Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een andere doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende activiteiten. De locatie is bijvoorbeeld afkomstig uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Op basis van locatie bezoek, gesprekken met betrokkenen en of archiefonderzoek is onderzocht of er aanwijzingen zijn voor bodembedreigende activiteiten. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek geeft geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT onderzoek: Een beperkt onderzoek in de nabijheid van een tank. Dit type bodemonderzoek geeft geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de locatie is veldanalytisch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indicatief bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN = verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).

Nulsituatie onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd heeft wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de vestiging van bedrijven op een locatie die potentieel bodembedreigende activiteiten uitvoeren. Onderzoek op omvang: (nader onderzoek)Onderzoek naar de grootte van de aangetroffen verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de spoed. Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planmatige beschrijving van de saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. Saneringsevaluatie uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.

Analyseresultaten (in het blauwe deel) De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van kleuren en letters. De combinatie tussen deze geven aan of de bodem verontreinigd is of niet. De letters hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). A = Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Interventiewaarde In feite geven de letters een concentratieniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. Streefwaarde, of huidige achtergrondwaarde: is de waarde waarbij sprake is van grond die geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van een of meerdere stoffen de streefwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van een of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een matige bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interventiewaarde: Als van een of meerdere stoffen de interventiewaarde wordt overschreden, is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico's voor de volksgezondheid, ecologische risico's en verspreidingsrisico's bepalen de ernst en de spoed van het geval. In veel gevallen zal het namen van maatregelen kunnen worden uitgesteld tot een zogenoemd "natuurlijk moment" (zoals nieuwbouw). NB.

de in de rapportage aangegeven concentratieniveaus betreffen de hoogst gemeten concentraties tijdens een onderzoek. Dit betekent niet op voorhand dat vergelijkbare concentraties binnen het gehele onderzoeksgebied voorkomen. Meer duidelijkheid over het voorkomen van de weergegeven verontreinigingen kan alleen worden verkregen door het inzien van de betreffende onderzoeksrapporten.

1.4 Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks) is opslag van olie in ondergrondse tanks niet langer toegestaan. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsinstituut voor Waterleidingsartikelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een bodemonderzoek is dan verplicht.

1.5 Geregistreerde inrichtingen in het kader van de Wet milieubeheer In de paragraaf 'Overzicht geregistreerde inrichtingen met meldingsplicht in het kader van de Wet Milieubeheer', wordt een overzicht gegeven van de inrichtingen op en in de omgeving van het perceel. Van een inrichting worden de algemene gegevens getoond en wordt een overzicht gegeven van de activiteiten. Algemene gegevens Een inrichting kan 3 verschillende statussen hebben: Actief, Historisch en Niet-actief. Actief betekend: Op de locatie is nog een WM Omschrijving Hier wordt een overzicht gegeven van de activiteiten van de inrichting.

1.6 Algemene bodemkwaliteit Naast de in deze rapportage aangeven locatiespecifieke informatie, is bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid ook algemene informatie bekend over de chemische bodemkwaliteit van het gebied waarin de locatie is gelegen. Per onderscheiden functiezone (wonen, landbouw, industrie, etc.) is de bodemkwaliteit van de onverdachte locaties binnen de zone vastgesteld. Deze informatie is gegenereerd uit de duizenden reeds uitgevoerde bodemonderzoeken binnen de regio Zuid-Holland Zuid. Deze informatie is beschikbaar via www.ozhz.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10211325/1