Raadsvoorstel Uitwerking programmaplan Duurzaamheid in diverse uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s
Tekst van het document
Voorstel Aan: Gemeenteraad Van: College OnsKenmerk: Z/19/009608 Documentnummer: 418529_2 Portefeuillehouders: Huibert Steen, Harry van Waveren, Paul Boogaard en Piet van Leenen Datum: 11 juni 2021
Onderwerp Uitwerking programmaplan Duurzaamheid in diverse uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s. Beslispunten: 1. Het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’ vast te stellen, met in het bijzonder de definitie en scope energieneutraal 2040 zoals beschreven in hoofdstuk 5 van het uitvoeringsprogramma. 2. Het uitvoeringsprogramma ‘Circulaire economie’ vast te stellen. 3. Kennis te nemen van de uitvoeringsagenda ‘Klimaatadaptatie - Hoeksche Waard Klimaatbestendig’. 4. Het uitvoeringsprogramma ‘Klimaatadaptatie’ vast te stellen. 5. Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief over uitvoeringsagenda ‘Biodiversiteit’. 6. De ‘leidraad Communicatie & participatie Duurzaamheid’ vast te stellen. 7. De bijbehorende middelen voor 2022 ten bedrage van € 1.825.000 voor de uitvoeringsprogramma’s , onder voorbehoud van vaststelling door de raad van de vorming van de reserve Duurzaamheid voor een bedrag van € 1.250.000 in de Begroting 2022, beschikbaar te stellen.
Inleiding U heeft in december 2020 het programmaplan Duurzaamheid vastgesteld, waarin vier centrale doelstellingen staan en een overkoepelende ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Deze doelstellingen zijn: - Hoeksche Waard Energieneutraal in 2040; - In 2050 is de Hoeksche Waard 100% circulair; - In 2050 hebben we veerkrachtige ecosystemen in de Hoeksche Waard; - Hoeksche Waard is in 2050 volledig klimaatadaptief. Aan u is toegezegd om per doelstelling een uitvoeringsprogramma op te stellen en deze vóór de zomer 2021 ter vaststelling aan u voor te leggen. In samenwerking met onze partners zoals o.a. Waterschap Hollandse Delta, Provincie Zuid-Holland, LTO Noord, afdeling Hoeksche Waard, HWL, HW Zoemt, HW wonen, OHW, HWduurzaam, Stedin en Evides is de afgelopen maanden gewerkt aan de verschillende uitvoeringsagenda's en programma's. Beoogd effect Met de diverse uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s wordt concreet gemaakt wat we gaan doen om de lange termijn strategische en middellange operationele doelen van het programmaplan Duurzaamheid te realiseren. De dynamische uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s richten zich op de periode 2021-2026 en worden regelmatig geactualiseerd omdat ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid snel gaan. Argumenten 1/6
1.1 Het voorstel past in het ingezette beleid Het voorstel is in lijn met het eind 2020 door de gemeenteraad vastgestelde programmaplan Duurzaamheid.
1.2 Het uitvoeringsprogramma geeft invulling aan de definitie van Energieneutraal 2040 Een belangrijke vraag die nog onbeantwoord was, is hoe te komen tot een passende vertaling van de gemeentelijke ambitie om in 2040 energieneutraal te worden. In bijlage 1 van hoofdstuk 5 van het uitvoeringsprogramma is inzichtelijk gemaakt welk energieverbruik nu en op termijn in de Hoeksche Waard verwacht mag worden. Belangrijke vraagstukken hierbij waren de bovenregionale energievrager (Rijksweg, waterwegen) en het wel of niet compenseren van fossiele energiebronnen. Na brede consultatie, afwegingen van alternatieven en o.a. grote onzekerheden van technologische ontwikkeling richting 2040 en 2050 is gekozen voor de volgende definitie: “Voor het uitvoeringsprogramma
nemen we de toekomstige energievraag zonder snelweg en binnenvaart als richtpunt om energieneutraal te worden in 2040. We nemen de fossiele brandstoffen, die naar verwachting in 2040 nog nodig zijn voor vervoer over de snelweg (de A29) en binnenvaart, niet mee in onze opgave. Dat deel is gelijk aan ongeveer 1.207 TJ aan energiegebruik. Het verduurzamen van deze energievraag zien wij als een nationale verantwoordelijkheid en niet als een gemeentelijke opgave. Deze bovenregionale energievraag, die aan de Hoeksche Waard wordt toegerekend, nemen we niet mee in onze definitie van energieneutraal. Voor de overige fossiele energievraag (brandstof buiten zwaar transport en aardgas) hanteren we de toekomstige energiebehoefte. Deze is lager vanwege toekomstige, efficiëntere technologieën.” Het is mogelijk om deze definitie later bij te stellen op basis van gemeentelijke, provinciale of nationale ambities of taakstellingen, technologische vooruitgang of draagvlak.
1.3 Het uitvoeringsprogramma heeft een groot bereik en dient in zijn totaliteit te worden uitgevoerd Energie is overal. Om energieneutraal te willen worden, betekent dat dus ook op veel terreinen aan de slag gaan, zonder daarbij de rol als publieke organisatie uit het oog te verliezen. Dit betekent veel werk maken van het stellen van kaders, het goede voorbeeld geven, uitnodigen en ontzorgen van de samenleving en ingrijpen als dat nodig is. Overall is het belangrijk om dat in samenhang te bezien en uit te voeren. Het uitvoeringsprogramma, ondanks de uitvoeringslast die dat met zich meedraagt, kan niet worden gezien als een winkel. Alleen laaghangend fruit aanpakken is niet voldoende om de eigen ambitie te bereiken en zal het hooghangend fruit niet dichterbij brengen. Dit vraagt een totaal besluit voor het werken aan meer energieopwek, energiebesparing bij inwoners, ondernemers en bedrijven, maatschappelijke organisaties en duurzamere mobiliteit. Bij alle sporen wordt slim werk met werk gemaakt, gebruik gemaakt van beschikbare financiële middelen buiten de gemeentebegroting en worden innovaties waar mogelijk omarmd.
1.4 Het uitvoeringsprogramma is via intensieve samenwerking en afstemming tot stand gekomen Er is een brede consultatie geweest met externe stakeholders (interviews en energietafels), interne collega’s (interviews, leesronden en projectbijeenkomsten; ambtelijk en bestuurlijk) en meer in algemene zin de samenleving (via Swipocratie, gesprekken en enquête energietransitie). Ook inbreng bij het programmaplan Duurzaamheid, landelijke rapporten en onderzoeken en inspiratiedocumenten zijn benut om een gedegen uitvoeringsprogramma op te stellen. Dit maakt dat het uitvoeringsprogramma op draagvlak en steun kan rekenen, zonder daarmee te veronderstellen dat de verschillende activiteiten, maatregelen of projecten niet kunnen leiden tot commotie, weerstand en/of protest. Het zal de nodige finesse vragen van de gemeente om deze belangrijke maatschappelijke opgave zo in te vullen dat de ambities worden gerealiseerd met zoveel mogelijk steun en medewerking. We streven naar brede maatschappelijke acceptatie. Tegelijk vraagt de opgave om te verduurzamen soms om moeilijke besluiten. 2/6
1.5 Afgesproken is om de gemeenteraad het uitvoeringsprogramma “Hoeksche Waard richting energieneutraal” vast te laten stellen Tijdens de behandeling van het programmaplan Duurzaamheid is toegezegd om de uitvoeringsprogramma’s aan de gemeenteraad ter vaststelling aan te bieden. Dit is begrijpelijk vanwege het feit dat het hier een meerjarig beleidsoverstijgende transitie is met grote impact op de samenleving, waardoor expliciete betrokkenheid van de gemeenteraad gewenst is.
1.6 Sturen in tijden van onzekerheid We weten veel, maar nooit alles. Het is complex tot onmogelijk om volledig in controle te zijn op de doelstellingen uit het programmaplan Duurzaamheid en/of een energie neutrale Hoeksche Waard in 2040. Het is een opgave waarbij veel partijen bij betrokken zijn en die veel onzekerheden kent. Denk bijv. aan de Corona-pandemie waar we nu al ruim een jaar in zitten, de uitspraak van de rechter van 27 mei jl. waarin Shell is opgedragen zijn CO2-uitstoot te verminderen of een toekomstige technologische doorbraak. Dergelijke zaken hebben invloed op het perspectief over het energieverbruik in de Hoeksche Waard. Door continu te monitoren, te werken met een 5-jarige uitvoeringsprogramma (dat twee jaarlijks wordt geëvalueerd) wordt flexibiliteit geboden om adaptief te werk te gaan. Hiervoor wordt een dashboard en een programmalijn Monitoring & Sturing ontwikkeld.
2.1 Dit uitvoeringsprogramma bestaat uit projecten en activiteiten die gezamenlijk zoveel mogelijk impact behalen richting de gestelde doelstellingen Per doelstelling is nagedacht over projecten die maximaal bijdragen aan het behalen van de doelstellingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de ladder met circulaire strategieën. Er is zoveel mogelijk gekozen voor projecten die afval gaan voorkomen en de gebruiksduur verlengen.
2.2 Dit uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen in samenwerking met partners, maatschappelijke instellingen, bedrijfsleven en inwoners Voor het opstellen van dit uitvoeringsprogramma voerden we gesprekken met veel partijen en toetsten we onze ideeën. Voor de thema's consumenten, zwerfafval en bedrijfsleven organiseerden we innovatietafels. Tijdens deze tafels zijn ideeën besproken met de deelnemers en verder uitgedacht. Er was veel enthousiasme voor de deelname. Totaal hebben zo'n 40 mensen deelgenomen aan de tafels. Vrijwel alle deelnemers gaven aan ook in de toekomst betrokken te willen blijven en mee te willen denken én doen.
2.3 Dit uitvoeringsprogramma richt zich, met een positieve en lokale benadering, op bewustwording bij inwoners en ondernemers/bedrijfsleven Het creëren van bewustwording, zowel bij inwoners als het bedrijfsleven, is een stap die de komende jaren belangrijk is. Dit omdat een circulaire economie nog aan het begin van de transitie staat. We hebben hierbij bewust gekozen voor een positieve en lokale benadering. Met lokaal bedoelen we dat we de lokale detailhandel, ondernemers zoals een schoenmaker en horeca, betrekken. Daarnaast bijvoorbeeld ook organisaties zoals Repaircafé’s, het Circulair Ambachtscentrum en sportverenigingen. De projecten richten zich op het vergroten van kennis en het beïnvloeden van gedrag. Inzetten op campagnes en communicatie is een belangrijk bestanddeel van onze aanpak.
2.4 De projecten in dit uitvoeringsprogramma hebben een positief effect op het bereiken van andere doelstellingen van de gemeente, waaronder die van het programmaplan Economie en Inclusieve Samenleving Een circulaire economie zorgt voor innovatie en nieuwe werkgelegenheid. Het maakt bedrijven veerkrachtiger voor de toekomst. Het terugdringen van het winnen van grondstoffen, het transport en productie zorgt voor minder ontbossing, uitstoot naar lucht, water en bodem. Hiermee zorgt een circulaire economie ook voor het behoud van biodiversiteit. Daarbij zien we in de circulaire economie vaak ruimte ontstaan voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 3/6
3.1 Resultaat van een intensieve samenwerking met provincie Zuid-Holland en waterschap Hollandse Delta De agenda is opgesteld in samenwerking met provincie Zuid-Holland en waterschap Hollandse Delta. De samenwerking is een aantal jaar geleden gestart met een stresstest en een risicodialoog met alle partners. Het resultaat is een agenda voor de komende jaren waar partijen gezamenlijk de schouders onder willen zetten. Het uitvoeringsprogramma dat uw raad vaststelt, is hiervan een uitwerking.
3.2 Basis voor impulsgelden klimaatadaptatie van het Rijk Het Rijk heeft financiële middelen beschikbaar gesteld voor de aangewezen regio’s voor klimaatadaptatie. Voor de Hoeksche Waard is € 1,4 miljoen beschikbaar (1/3 van de totale investering) voor uitvoeringsmaatregelen. Op basis van de agenda kunnen partijen gezamenlijk deze gelden aanvragen.
4.1 De gezamenlijke agenda is uitgewerkt in een gemeentelijk uitvoeringsprogramma De uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (opgesteld met waterschap Hollandse Delta en provincie ZuidHolland) is verder geconcretiseerd in een gemeentelijk uitvoeringsprogramma. In het gemeentelijk uitvoeringsprogramma zijn alleen de projecten en activiteiten opgenomen die de gemeente gaat uitvoeren. 5.1 Meer tijd nodig om met partners tot gezamenlijke agenda te komen De afgelopen periode hebben we goede gesprekken gevoerd met diverse betrokken partijen over de biodiversiteit in de Hoeksche Waard. Bij alle partijen merken we een stevige ambitie om de biodiversiteit in de Hoeksche Waard te vergroten. Tegelijkertijd hebben we geconstateerd dat de complexiteit van het vraagstuk en de meervoudige belangen van organisaties en partijen extra tijd vraagt om tot een gezamenlijke agenda te komen. We hebben wel gemerkt dat we als gemeente een gebiedsverbindende rol kunnen vervullen bij de opgave rondom biodiversiteit en pakken deze graag verder op. 5.2 Wel aan de slag met laaghangend fruit Dat we meer tijd willen nemen om tot een gezamenlijke agenda te komen, is geen reden om niet aan de gang te gaan met het laaghangend fruit. Denk bijvoorbeeld aan het ecologisch beheer van onze openbare ruimte of het realiseren van Tiny Forest.
Daarnaast is de samenwerking op het onderwerp en de rol die de gemeente daarin neemt als positief ervaren. Daarom gaan we door met deze samenwerking en leggen verbindingen met specifieke maatregelen waar al aan gewerkt wordt. 6.1 Raakvlak met andere organisatieontwikkelingen Gelijktijdig met het opstellen van deze communicatie en participatieleidraad is en wordt binnen de gemeente gewerkt aan andere participatietrajecten. Onder andere participatie vanuit de Omgevingswet en het gemeentelijk beleidskader Participatie. Ambtelijk en bestuurlijk heeft afstemming plaatsgehad. De inhoud van deze leidraad sluit aan op de andere trajecten. Toch kan het zo zijn dat de dynamiek rondom het beleidskader Participatie straks tot een (gedeeltelijke of geheel) andere koers leidt voor participatie binnen onze gemeente. Dan gaan we hier vanuit Duurzaamheid vanaf dat moment in mee. Maar aangezien er nu nog geen beleid ligt, is deze leidraad tot die tijd ons kader.
6.2 In een transitieopgave is een daadkrachtige communicatie- en participatieaanpak noodzakelijk Ter ondersteuning van de uitvoering van het programmaplan Duurzaamheid en de bijbehorende uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s is de leidraad Communicatie & Participatie Duurzaamheid ontwikkeld. Hierin laten we zien hoe we willen gaan met communicatie en participatie. En bovenal hoe het kan ondersteunen bij het bereiken van het doel uit het programmaplan Duurzaamheid: een klimaatneutrale Hoeksche Waard in 2050. Kanttekeningen 4/6
1.1 In een transitie is niet alles te voorspellen De uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s zijn momentopnames op basis van de informatie, die nu beschikbaar is. En op basis van de behoeften en ambities, die nu ervaren worden door bijvoorbeeld hogere overheden, ondernemers/bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en inwoners. In een transitie kunnen deze panelen steeds verschuiven. Flexibiliteit is daarom wenselijk en ook noodzakelijk.
1.2 Voldoende middelen zijn randvoorwaardelijk Voor gemeenten zijn de uitdagingen op het terrein van de verduurzaming relatief nieuw. De beschikbare capaciteit en geld zijn niet structureel verankerd in de begroting en daardoor afhankelijk van begrotingstekorten en/of overschotten. Dit terwijl in dergelijke transities de overheid een betrouwbare partner moet zijn voor alle partijen die actief zijn in een gebied. Uit steeds meer onafhankelijk landelijke onderzoeken blijkt wat de impact zal zijn voor gemeenten en op welke wijze hierop geanticipeerd kan worden. Terecht is dit een belangrijk onderdeel van de gesprekken die gemeenten voeren met het Rijk over incidentele en structurele budgetten die hiervoor beschikbaar moeten komen. Tegelijkertijd ontstaan er hierdoor kansen voor gemeenten die vooroplopen. Deze kunnen maximaal gebruik maken van de reeds beschikbare externe gelden vanuit Europa, Rijk en provincies. En ook vanuit investeringsmiddelen die bijvoorbeeld bedrijven of pensioenfondsen beschikbaar stellen voor verduurzaming. Deze koplopers zijn vaak in staat om goede medewerkers aan te trekken voor en te binden aan de gemeente. In de transitie gaan de kosten voor de baten uit. Investeringen zijn ook financieel lonend, denk aan besparingen op de energierekening, opbrengsten bij duurzame opwek, economische groei/werkgelegenheid in de nieuwe opkomende sectoren.
Maar ook naast milieuwinst een vergroting van onze leefbaarheid, verbetering van de gezondheid en het bestendigen van een toekomstwaardige Hoeksche Waard.
1.3 De rol en verantwoordelijkheden gemeente zijn diffuus De rol en verantwoordelijkheden van de gemeente in de transitie zijn nog diffuus. Er ligt een beperkt aantal wettelijke verplichtingen vast. Dit geeft veel ruimte om de eigen rol in te vullen. Een meer beheermatige gemeente kan ervoor kiezen om het aan inwoners, ondernemers, andere overheden en maatschappelijke organisaties te laten wat zij willen doen om te verduurzamen. Aan de andere kant van het spectrum kan de gemeente juist een belangrijke schakel worden in de transitie waar zij inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en zelfs andere overheden helpt in de transitie. Dit door het goede voorbeeld te geven, te faciliteren qua kennis en financieringsstromen, via beleid ontwikkelingen afdwingen etc. Om de doelstellingen zoals deze zijn vastgelegd in het programmaplan Duurzaamheid te realiseren, is een actieve rol van onze gemeente noodzakelijk. Financiën Voor de uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s en de thema overstijgende onderdelen zijn de totale lasten € 1.825.000 in 2022. Vanwege onzekerheden rond de rijksbijdragen voor duurzaamheid en de ruimte die het college wil geven aan de nieuwe gemeenteraad om nieuwe beleidskeuzes te maken, stellen wij in de Perspectiefnota 2022 de raad voor om in 2022 een nieuwe reserve Duurzaamheid te vormen van €1.250.000.
Onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van de middelen door de raad bij de begroting 2022 (in november 2021) is het met deze storting mogelijk om in 2022 invulling te geven aan de ambities die in de verschillende uitvoeringsprogramma’s zijn opgenomen. Daarnaast wordt een bedrag van € 375.000 gedekt door de reeds beschikbare middelen die zijn opgenomen in de meerjarige begroting 2021 binnen de budgetten van beleid openbare ruimte voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Zie hieronder de dekking van de totale lasten:
5/6
Dekking lasten 2022 Storting reserve (voorstel) Reeds beschikbaar uit reserve energietransitie Reeds beschikbaar uit budgetten BBOR Totaal
2022 € 1.250.000 € 200.000 € 375.000 € 1.825.000
De middelen ten bedrage van € 200.000 die in de reserve Energietransitie voor het programma Duurzaamheid, de warmtetransitie en de RES zijn opgenomen, worden overgeheveld naar de nieuw te vormenreserve Duurzaamheid, waarmee de reserve Energietransitie komt te vervallen en alle middelen beschikbaar zijn voor alle 4 uitvoeringsprogramma’s binnen het thema Duurzaamheid. De besluitvorming over de in te zetten middelen vanaf 2023, mede afhankelijk van de toekenning van extra Rijksmiddelen, mogelijk via de Perspectiefnota 2023 wordt aan de nieuwe gemeenteraad gelaten. Communicatie Bij de totstandkoming van de uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s is actief de samenleving betrokken. Zodoende wordt na vaststelling van de uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s hier actief over gecommuniceerd. Monitoring en sturing Met de uitvoering van dit programmaplan willen we impact maken om een klimaatneutrale en klimaatbestendige Hoeksche Waard in 2050 te bereiken. Om te kunnen bijsturen is tussentijdse monitoring van de behaalde resultaten nodig. We meten de voortgang. Ook communiceren we deze informatie en data aan onze inwoners en bedrijven om zo bewustwording te creëren. De Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) zijn, zover reeds nu bekend, opgenomen in de diverse uitvoeringsprogramma’s. Waar deze nog niet bekend zijn, wordt gedurende de looptijd van de uitvoeringsprogramma’s deze ontwikkeld.
Na de zomer kan een eerste presentatie gegeven worden van het dashboard en de eerste resultaten. Uitvoering Na vaststelling van de verschillende uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s wordt gestart met de uitvoering. In ieder geval vindt eind 2023 een evaluatie en herijking van de uitvoeringsplannen en -agenda’s plaats en waar nodig een actualisatie van het programmaplan Duurzaamheid. Bijlagen Bijlage 1: Raadsbesluit Bijlage 2: Uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’ Bijlage 3: Uitvoeringsprogramma ‘Circulaire economie’ Bijlage 4: Uitvoeringsagenda ’Klimaatadaptatie’ Bijlage 5: Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Bijlage 6: RIB Uitvoeringsagenda ‘Biodiversiteit’ Bijlage 7: Leidraad Communicatie & participatie Duurzaamheid
6/6