Raadsvoorstel Tijdelijk uitbreiden van de opvanglocatie -AZC- op het perceel Kilweg 41 in s-Gravendeel
Tekst van het document
Voorstel Aan: Van: Zaaknummer: Documentnummer: Portefeuillehouder: Team: Datum vaststelling college: Vertrouwelijk: Fase BOB-cyclus:
gemeenteraad college van burgemeester en wethouders Z/24/271285 DOC-24929531 wethouder Van der Wulp Omgeving 10 december 2024 Nee beeldvormend, oordeelsvormend en besluitvormend
Onderwerp Aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het tijdelijk (tot 15 december 2027) uitbreiden van de opvanglocatie (AZC) op het perceel Kilweg 41 in ’s-Gravendeel. Beslispunten: 1. Een positief advies uit te brengen over het verlenen van de gevraagde omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het tijdelijk (tot 15 december 2027) uitbreiden van de opvanglocatie (AZC) op het perceel Kilweg 41 in ’s-Gravendeel. Samenvatting voorstel Wij ontvingen een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het tijdelijk (tot 15 december 2027) uitbreiden van de opvanglocatie (AZC) op het perceel Kilweg 41 in ’s-Gravendeel. Uw gemeenteraad wees een dergelijk plan aan als een geval waarvoor u een bindend advies uitbrengt. Dit voorstel voorziet hierin. Inleiding Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) wil landelijk zo spoedig mogelijk tijdelijke opvangplaatsen realiseren. Het COA heeft op het perceel Kilweg 41 in ’s-Gravendeel al een tijdelijke opvanglocatie met een opvangcapaciteit van 400 personen. Wij verleenden hiervoor een tijdelijke omgevingsvergunning tot 15 december 2027. Het COA wil voor de opvangcapaciteit op deze locatie met 100 bedden uitbreiden. Hiervoor wil het COA tijdelijke units plaatsen.
Om dit mogelijk te maken verplaatst het COA de bestaande pannakooi en een bestaand basketbalveldje binnen het terrein van de opvanglocatie. Het omgevingsplan laat het uitbreiden van het aantal opvangplaatsen, het plaatsen van units en het verplaatsen van de speelvoorzieningen niet toe. Om het plan mogelijk te maken diende het COA een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in voor het tijdelijk (tot 15 december 2027) uitbreiden van de opvanglocatie in ’s-Gravendeel. Beoogd effect Met het uitbrengen van een bindend advies voldoen wij aan de wettelijke eisen voor het volgen van een procedure om te komen tot het verlenen van een omgevingsvergunning (artikelen 16.15a onder b en 16.15b van de Omgevingswet).
1/5
Argumenten 1.1 De gemeenteraad moet een bindend advies uitbrengen over het plan Ons college is bevoegd om te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarbij het college voorafgaand aan het nemen van een beslissing op de aanvraag een bindend advies vraagt aan de gemeenteraad. Uw gemeenteraad wees dit plan (het verbouwen of aanpassen van een maatschappelijke voorziening met grotere omvang) aan als een geval waarvoor u een bindend advies uitbrengt (artikel 1, onder 3 besluit 11 oktober 2022 gemeenteraad). 1.2 Wij informeerden uw gemeenteraad eerder over het uitbreiden van het AZC In november 2022 informeerden wij u over het verhogen van de opvang op het AZC naar maximaal 500 plekken. In september 2024 stuurden wij een raadsinformatiebrief waarin wij u informeerden over de voorbereidingen voor het aanvragen van een aanvraag om een omgevingsvergunning om te komen tot het uitbreiden van de opvangplekken. 1.3 De aanvraag voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Wij mogen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl).
Uit hoofdstuk 4 van de onderbouwing van de effecten voor de fysieke leefomgeving blijkt dat de diverse milieu -en omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor de voorgenomen uitbreiding van de tijdelijke opvanglocatie. Er is geen mer-beoordelingsplicht aan de orde. Daarnaast is er voldoende aandacht voor de veiligheid voor inwoners op de locatie en in het dorp. De uitbreiding van de opvanglocatie vindt geheel plaats op terrein van de opvanglocatie zelf, waardoor geen aanvullende ruimte wordt ingenomen die momenteel behoort tot een andere functie. Op het terrein is verder voldoende buitenruimte beschikbaar voor bewoners, de speelvoorzieningen die op de locatie van de uitbreiding aanwezig zijn worden op het terrein zelf verplaatst en daarmee behouden. Het is gewenst de uitbreiding op deze locatie te laten plaatsvinden omdat de benodigde voorzieningen reeds aanwezig zijn. Er is voldoende capaciteit aanwezig om de uitbreiding te faciliteren. Met deze uitbreiding van opvangplaatsen voldoen we bijna aan het aantal te realiseren opvangplaatsen van de Spreidingswet voor Hoeksche Waard, te weten 549 plaatsen. 1.4 Wij legden de aanvraag voor beoordeling voor aan OZHZ, VRZHZ, GGD en het Waterschap. Deze diensten hebben geen bezwaar tegen het uitvoeren van het plan.
De (vooral technische) opmerkingen verwerkte initiatiefnemer in de aanvraag en de ‘goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ (voorheen ruimtelijke onderbouwing). Daarnaast verwerken wij enkele opmerkingen in de voorwaarden van de nog te verlenen omgevingsvergunning. Aandachtspunten zijn bodem en watercompensatie. De initiatiefnemer moet voorafgaand aan de werkzaamheden de gedempte sloten onderzoeken. Daarnaast moet initiatiefnemer nog een omgevingsvergunning aanvragen bij Waterschap Hollandse Delta voor het uitvoeren van werkzaamheden. 1.5 De aanvraag voldoet aan de beoordelingsregels uit het Bkl Wij moeten een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit weigeren als de aanvraag niet voldoet aan de beoordelingsregels uit de artikelen 8.0 b t/m e het Bkl. Deze artikelen zien toe op instructieregels van Rijk en provincie, de voorbeschermingsregels in het omgevingsplan en regels 2/5
die gelden voor het stellen van maatwerkregels. In de onderbouwing van de effecten voor de fysieke leefomgeving is gemotiveerd dat het plan voldoet aan deze beoordelingsregels. 1.6 De initiatiefnemer paste participatie toe Uw gemeenteraad wees gevallen aan waarin participatie een verplicht aanvraagvereiste is. Hieruit volgt dat participatie voor dit plan verplicht is. Initiatiefnemer voegde bij de aanvraag een participatieverslag. Wij beoordeelden het participatieverslag aan de handreiking participatie ruimtelijke plannen. Hieruit volgt dat er voldoende participatie plaatsvond. Het COA informeerde omwonenden, klankbordgroep en andere belanghebbenden met een brief over de mogelijke uitbreiding van het AZC. Daarnaast informeerden zij overige belangstellenden met een digitale nieuwsbrief (verzonden door gemeente) en een publicatie in het huis-aan-huisblad ‘Het Kompas’. Voor informatie kon men ook terecht op de website van het COA. Ook heeft het COA een informatielijn. Op 26 augustus 2024 vond een informatieavond plaats. Deze avond werd door 26 belangstellenden bezocht. Tijdens deze avond informeerden het COA, de politie en gemeente de belangstellenden over het plan en het proces. Er was gelegenheid tot het stellen van vragen. Er zijn vragen gesteld en zorgen geuit over de opvang van asielzoekers in het algemeen en over de locatie in 's-Gravendeel in het bijzonder.
De vragen gingen onder andere over mogelijke overlast, veiligheid, de samenstelling van de groep (toekomstige) bewoners en dagbesteding. De gestelde vragen en de beantwoording daarvan nam COA op in het participatieverslag. Hieruit volgden geen aanpassingen aan het plan. Daarnaast kwamen uit de participatie geen aspecten naar voren waardoor wij moeten vaststellen dat het plan op deze locatie niet kan doorgaan. 1.7 Wij volgen voor dit plan een reguliere procedure Het college beslist welke procedure voor een aanvraag om een omgevingsvergunning gevolgd wordt. Uit de Omgevingswet volgt dat voor het nemen van een beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit de reguliere procedure van toepassing is (artikel 16.62 en 16.63 Omgevingswet). Dit betekent dat wij in beginsel binnen 8 weken op een aanvraag beslissen, waarbij wij de beslistermijn met 6 weken kunnen verlengen. Op 16 april 2024 stelde ons college een beleidsregel vast waarin wij een gedragslijn vastlegden welke duidelijkheid biedt in welke gevallen wij de uitgebreide procedure volgen. Bij het toepassen van een uitgebreide procedure leggen wij de stukken gedurende 6 weken ter inzage voor het indienen van zienswijzen. Uit de beleidsregel volgt dat wij de uitgebreide procedure volgen in het geval er sprake is van bindend advies van uw gemeenteraad en verplichte participatie.
Het college kan gemotiveerd afwijken van de beleidsregel. In dit voorstel leest u dat bindend advies en verplichte participatie aan de orde is. Uit de beleidsregel volgt dat wij de uitgebreide procedure volgen. Wij wijken in dit geval van dit uitgangspunt af en volgen de reguliere procedure. Dit is gewenst omdat er een landelijke urgentie bestaat om de noodzakelijke opvangplekken zo snel mogelijk te realiseren. Daarnaast is er sprake van het beperkt uitbreiden van een bestaande maatschappelijke voorziening in het buitengebied, waardoor de gevolgen voor de fysieke leefomgeving beperkt zijn. Bij andere aanvragen voor deze locatie ontvingen wij geen bezwaren. Door de gehouden participatie hebben wij een goed beeld van de belangen die er spelen. Hierdoor is de meerwaarde van het volgen van een uitgebreide procedure niet aanwezig. 3/5
Kanttekeningen 1.1 De termijn voor het uitbreiden van het AZC ziet slechts toe op een termijn tot 15 december 2027 Wij verleenden eerder een tijdelijke omgevingsvergunning tot 15 december 2027 voor de nu bestaande tijdelijke opvanglocatie van 400 personen. De nu voorliggende aanvraag ziet toe op het uitbreiden van het AZC met 100 bedden tot 15 december 2027. Hiermee lopen alle vergunningen tegelijk af. Wanneer het COA en de gemeente het gebruik daarna willen verlengen of een andere invulling aan het perceel willen geven, moet hiervoor opnieuw een procedure doorlopen worden. Duurzaamheid Er is sprake van een tijdelijke situatie. Desondanks houdt het plan rekening met de onderdelen van duurzaamheid. Energieneutraal: De units worden geplaatst door een bedrijf dat beschikt over een CO2-bewust certificaat niveau 5 voor het ‘ontwerpen, verkopen, verhuren, fabriceren, monteren, demonteren, plaatsen en verplaatsen van flexibele systemen. Transport behandeling van ferro en non-ferrometalen en flexibele systemen’ en een certificaat voor duurzaam ondernemen van de Stichting Samen Duurzaam Ondernemen. Klimaatadaptatie: Er worden compenserende maatregelen getroffen in het kader van de toename in verharding door het graven van open water.
Hiermee borgt initiatiefnemer dat er voldoende ruimte is voor afvoer van regenwater en draagt het plan bij aan doelstellingen met betrekking tot klimaatadaptatie. Natuurinclusief en Biodiversiteit: Het plan tast geen beschermde natuurwaarden aan. Het plan bevindt zich in een groene omgeving, maar doet hier geen afbreuk aan. De units worden geplaatst op gronden die nu in gebruik zijn als (reeds deels verharde) speelvoorziening. Circulaire economie: De units zijn zo ontwikkeld dat deze modulair, duurzaam en verplaatsbaar zijn. Modulair bouwen is een vooruitstrevende bouwtechniek waarbij volledig uitgeruste modules in de Jan Snel-fabrieken worden geproduceerd en op locatie tot één gebouw worden samengevoegd. Dit modulaire karakter van de units is uitermate geschikt voor het tijdelijke gebruik als opvanglocatie. Na dit gebruik kunnen de units gedemonteerd en opnieuw elders ingezet worden, waardoor de inzet van deze units bijdraagt aan circulariteit. Financiën Aan dit voorstel tot het inwinnen van uw advies zijn geen financiële consequenties voor de gemeente verbonden. Beoogde maatschappelijk effecten: wat willen we bereiken Het uitbreiden van tijdelijke opvangplaatsen in ’s-Gravendeel draagt bij aan het terugdringen van het landelijke tekort aan opvangplaatsen. Hiervoor worden op de bestaande opvanglocatie units geplaatst voor het huisvesten van 100 extra personen.
Deze personen gaan onderdeel uitmaken van de gemeenschap van met name ’s-Gravendeel. Communicatie Na het uitbrengen van uw advies nemen wij een beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Wij maken dat besluit op de wettelijk voorgeschreven manier bekend op www.officiëlebekendmakingen.nl (Gemeenteblad). Daarnaast plaatsen wij een kennisgeving in het huis-aan-huisblad ‘Het Kompas’. Wij 4/5
plaatsen de stukken op onze website. Wij informeren initiatiefnemer over het verlenen van de omgevingsvergunning.
Uitvoering Tegen uw advies staat geen rechtstreeks bezwaar of beroep open omdat wij de inhoud van uw advies verwerken in ons besluit over de aanvraag om een omgevingsvergunning. Tegen dat besluit kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift bij ons college indienen. Bijlagen. 1. 2.
Aanvraag om omgevingsvergunning (inclusief onderbouwing fysieke leefomgeving) Concept raadsbesluit
Aangeboden door, burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard D.E. Koops secretaris {{esl:Signer1:Signature:size(200,50)}}
F.D. van Heijningen burgemeester {{esl:Signer2:Signature:size(200,50)}}
5/5