CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Keuzenotitie Grondstoffenbeleidsplan 2025-2030

Besluitvormende raad 12 oktober 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Keuzenotitie Grondstoffenbeleidsplan 2025-20305.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Keuzenotitie Aan: Van: Zaaknummer: Documentnummer: Portefeuillehouder: Team: Datum vaststelling college: Vertrouwelijk: Fase BOB-cyclus:

gemeenteraad college van burgemeester en wethouders Z/23/201966 DOC-23725461 wethouder Heij Beleid Openbare Ruimte 22 augustus 2023 beeldvormend, oordeelsvormend en besluitvormend

Onderwerp Keuzenotitie Grondstoffenbeleidsplan 2025-2030 Gevraagd besluit De looptijd van het Grondstoffenbeleidsplan 2018-2022 is voorbij. Dit vraagt om een keuze op welke wijze de gemeente haar grondstoffenbeleid de komende jaren wil vormgeven. Om de richting van het nieuwe grondstoffenbeleid 2025-2030 te bepalen zijn in deze keuzenotitie diverse mogelijkheden uitgewerkt. De keuzes van de raad vormen de kaders voor het nieuwe beleidsplan. • Welke kaders geeft de raad mee als basis voor het nieuwe GBP 2025-2030? • Onderschrijft de raad de voorkeur van het college als richting voor het nieuwe GBP 2025-2030? • Welke ambities/kaders wil de raad evt aanvullend nog meegeven voor het nieuwe GBP? 1. Inleiding Aanleiding De inzameling van het huishoudelijk afval is een zorgplicht van de gemeente. Zonder goede afvalinzameling vervuilt de gemeente en kunnen onhygiënische situaties ontstaan. Samen met RAD werkt de gemeente aan een duurzame manier van inzamelen van afval en grondstoffen, waarmee zowel het milieu als de inwoners gediend zijn en waarbij de kosten beheersbaar blijven. Het Grondstoffenbeleidsplan 2018-2022 dat op basis van deze uitgangspunten is vastgesteld, is nu ten einde. Dit vraagt om een herijking en vaststelling van (nieuwe) ambities en kaders door de raad, waarbij rekening wordt gehouden met de huidige en verwachte ontwikkelingen.

Met deze duidelijke ambities en kaders kunnen we voor de komende jaren duidelijkheid geven over de stappen die we gaan zetten in de Hoeksche Waard op de aspecten milieu, service en kosten. RAD voert de afvalinzameling uit voor zowel gemeente Hoeksche Waard als Goeree-Overflakkee. Bij de toetreding van Goeree-Overflakkee tot RAD is afgesproken dat beleid zoveel mogelijk op elkaar wordt afgestemd. Dit hoeft echter niet identiek te zijn, de gemeenteraad heeft hierin de beslissingsbevoegdheid. De voorkeuren van het college voor de keuzes uit de keuzenotitie zijn in lijn met de door RAD geadviseerde hoofdkeuzes aan Goeree-Overflakkee. Uitgangspunten Deze notitie beschrijft richtinggevende voorstellen voor het grondstoffenbeleid van gemeente Hoeksche Waard. Dit gebeurt aan de hand van stellingen met duidelijke keuzes voor diverse beleidsaspecten. Deze stellingen komen voort uit de visie en strategie uit het Programmaplan Duurzaamheid en de visie van RAD. 1/15

Programmaplan Duurzaamheid Gemeente Hoeksche Waard Een duurzame(re) , klimaatneutrale en 100% circulaire Hoeksche Waard in 2050: een uitdaging die de gemeente samen met inwoners, bedrijven en organisaties wil aangaan. Een ambitie die onder andere om versnelling vraagt op het thema circulaire economie: grondstoffen hun waarde laten behouden zodat afval niet meer bestaat. Visie Integraal bedrijfsplan RAD (dd februari 2020) Wij gaan slim om met grondstoffen in een circulaire economie. Samen met de aangesloten gemeenten en haar inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven streven wij naar een duurzame samenleving waarin verantwoord geproduceerd en geconsumeerd wordt, zonder verspilling van grondstoffen. Een belangrijke uitdaging daarin is om de hoeveelheid restafval sterk terug te brengen. Hiermee dragen wij bij aan het realiseren van de Van Afval Naar Grondstof (VANG) doelstellingen. Leeswijzer In deze keuzenotitie beschrijven we allereerst het kader dat van toepassing is op deze notitie, zowel wettelijk als beleidsmatig (2). Daarna volgen een toelichting op het proces richting nieuw grondstoffenbeleid (3) en een samenvatting van evaluatie van het vorige GBP (4). Voor het nieuwe grondstoffenbeleid is een richtinggevende hoofdkeuze gewenst (5). Via een aantal stellingen leggen we opties voor (6).

We besluiten deze notitie met de voorkeur van het college (7) en de vervolgprocedure (8).

2. Het kader Wet De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Dit is vastgelegd in de Wet milieubeheer (artikel 10.21 t/m 10.29). Landelijk beleid In een circulaire economie worden spullen die nu nog als afval worden gezien, hergebruikt. Zo hebben we minder of geen nieuwe grondstoffen uit de aarde nodig. Daarom wil het kabinet dat de economie in 2050 volledig circulair is. In 2023 is in Nederland het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) van start gegaan. Daarin staan maatregelen om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen. Nederland wil in 2050 klimaatneutraal, fossielvrij en circulair te zijn. Circulair zijn betekent dat de milieueffecten van de Nederlandse productie en consumptie in 2050 binnen de draagkracht van de aarde moeten vallen. In het NPCE zijn 4 circulariteitsknoppen als strategieën genoemd om deze ambitie te behalen: • Grondstoffengebruik verminderen Het verminderen van de Nederlandse grondstoffenvoetafdruk, zowel vanuit productie- als consumptieperspectief. • Grondstoffen substitutie Het zoveel mogelijk vervangen van primaire grondstoffen door secundaire grondstoffen en duurzame hoogwaardige biogrondstoffen. Of het gebruik van andere beschikbare grondstoffen met een lagere milieudruk.

• Levensduurverlenging Het aansturen op een maximale levensduur voor producten en onderdelen, onder meer door hergebruik, refurbishment (opknappen) en reparatie. • Hoogwaardige verwerking Het verbeteren van schone, goed gesorteerde inzamelstromen en terugwinning van materialen om materialen tot op een gelijkwaardig niveau als het oorspronkelijke materiaal te recyclen. 2/15

Het Uitvoeringsprogramma VANG 2021-2025 bevat een uitwerking van de Een gemiddeld Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen met concrete doelstellingen voor de recyclepercentage voor recycling van ingezamelde grondstoffen. In 2020 was het Nederland van 55% recyclepercentage voor stedelijk afval in Nederland gemiddeld 52,5%. betekent dat van elke 100 Voor de komende jaren luiden de doelstellingen als volgt: kg huishoudelijk afval die • Gemiddeld recyclepercentage NL 2025: 55% inwoners aanbieden • Gemiddeld recyclepercentage NL 2030: 60% uiteindelijk 55 kg Er zijn twee manieren om tot meer recycling te komen: 1) door meer daadwerkelijk wordt grondstoffen gescheiden in te zamelen die nu nog in het restafval verdwijnen ingezet als grondstof voor en 2) door de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te verbeteren nieuwe producten. (minder vervuiling, minder stoorstoffen). Om het landelijk gemiddelde omhoog te krijgen zullen alle gemeenten hier de komende tijd mee aan de slag moeten. Het huidige recyclepercentage voor de grondstoffen die in gemeente Hoeksche Waard bij huishoudens gescheiden zijn ingezameld, is op dit moment niet bekend. Een inschatting op basis van landelijke cijfers 1 levert een recyclepercentage in de orde van 60-65%. Daarmee zijn we als gemeente al goed op weg.

Vanuit onze ambitie om 100% circulair te zijn in 2050 willen we ook de komende jaren verdere stappen zetten naar nog betere scheiding en nog minder restafval. Gemeentelijk beleid In het Grondstoffenbeleidsplan 2018-2022 (GBP) is de ambitie vastgelegd om de hoeveelheid restafval te verminderen: in 2020 nog maximaal 100 kg per inwoner per jaar en in 2025 nog maximaal 30 kg. Tijdens de looptijd van het GBP 2018-2022 heeft de raad het Programmaplan Duurzaamheid vastgesteld en het daarbij behorende Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2021-2026. Hierin ligt de ambitie vast om de hoeveelheid restafval te laten dalen tot minder dan 50 kg per inwoner in 2030. En als gemeente uiteindelijk 100% circulair te zijn in 2050. De gekozen strategie om dit te bereiken is gebaseerd op drie pijlers: 1) overmatige consumptie voorkomen 2) producten delen en ruilen en, als er dan toch nog afval ontstaat 3) inzameling en hergebruik, gericht op de kwaliteit van de grondstoffen (herbruikbaarheid). Het Grondstoffenbeleidsplan geeft invulling aan de derde pijler op basis van de huidige inzichten en stand van de techniek. Uitvoering van het Grondstoffenbeleidsplan levert daarmee een concrete bijdrage aan de gemeentelijke doelstelling op het gebied van Circulaire Economie (CE).

Tegelijkertijd worden vanuit het Uitvoeringsprogramma CE maatregelen ingezet om via pijler 1 en 2 de hoeveelheid afval te verminderen. De recycledoelstelling vanuit het landelijk beleid is tot nu toe niet in het gemeentelijk beleid verankerd. Vanuit de ambitie om 100% circulair te worden ligt de focus hoe dan ook op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen, zodat deze maximaal worden gerecycled. 3. Het proces U ontvangt deze notitie als basis voor de beeldvormende bijeenkomst op 19 september 2023. Wij bespreken de notitie met u in de oordeelsvormende bijeenkomst op 26 september 2023. In deze notitie is voor 1

Landelijk is in 2020 60% van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld en het recyclepercentage bedraagt 52,5%. Dit betekent dat 88% van het gescheiden ingezamelde afval is gerecycled. In 2022 is in de Hoeksche Waard 72% van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld. Op basis van de landelijke cijfers zou dit een recyclepercentage betekenen van 63%. Bron: Uitvoeringsprogramma VANG – Huishoudelijk afval – herijking voor de periode t/m 2025, februari 2022.

3/15

verschillende aspecten van het nieuwe grondstoffenbeleid een aantal stellingen opgenomen. Deze stellingen zijn bedoeld om u te helpen om op het betreffende beleidsaspect een keuze te. Over deze stellingen gaan we graag met u in gesprek. Het staat u uiteraard ook vrij andere kaders toe te voegen, dit leidt uiteindelijk tot een grondstoffenbeleidsplan dat aansluit bij uw ambities en kaders. In de besluitvormende bijeenkomst op 10 oktober 2023 spreekt u uw voorkeur uit voor de uitgangspunten/richting voor het nieuwe grondstoffenbeleid. Hiermee legt u vast wat het ambitieniveau is voor de komende beleidsperiode. De uitgangspunten/richting die u op 10 oktober 2023 vastlegt werken we uit tot een nieuw grondstoffenbeleidsplan. In dit beleidsplan stelt u de doelstellingen, de te nemen maatregelen en het effect op de afvalstoffenheffing vast. In het beleidsplan presenteren we de hoofdlijnen en rekenen we deze door. Grote bedragen onderbouwen we maar deze zijn in de vervolgfase wel afhankelijk van het resultaat van aanbestedingen. Het nieuwe beleidsplan leggen we in april 2024 ter besluitvorming aan u voor. In de beeldvormende vergadering op 19 september 2023 wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op deze keuzenotitie. Op dit moment heeft er nog geen communicatie naar de inwoners plaatsgevonden over deze keuzenotitie.

In dit geval is uw raad bevoegd keuzes te maken op basis waarvan het grondstoffenbeleidsplan verder wordt uitgewerkt. De participatieruimte is beperkt. In de communicatie naar inwoners schetsen we een goede uitleg en achtergronden. Nadat uw raad de keuzes gemaakt heeft informeren we onze inwoners hierover. We informeren de inwoners dan over de gemaakte keuzes, en dat we de gemaakte keuzes verder uitwerken in het grondstoffenbeleidsplan. Na vaststelling van het grondstoffenbeleidsplan informeren we de inwoners hier ook over, uiteraard weer met een goede uitleg en achtergronden. Zodra maatregelen in uitvoering komen vindt daarover uiteraard ook de nodige communicatie plaats. 4. Samenvatting evaluatie GBP 2018-2022 Op 7 mei 2018 stelde het Algemeen Bestuur van RAD Hoeksche Waard – na behandeling door de raden van de vijf deelnemende gemeenten - het Grondstoffenbeleidsplan 2018-2022 (GBP) vast. De belangrijkste maatregel om tot minder restafval te komen is de invoering van het zogenaamde Omgekeerd Inzamelen. Aanvullend zijn in het GBP 13 maatregelen voorgesteld om via extra service en educatie inwoners te stimuleren tot meer afvalscheiding. Een deel van de maatregelen voorzag daarnaast in extra werkplekken voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. In het voorjaar van 2023 is het GBP geëvalueerd. In de bijlage vindt u de rapportage.

Voor de belangrijkste doelstellingen uit het GBP luiden de conclusies als volgt. Doelstelling Afname hoeveelheid restafval 2020 < 100 kg/inwoner/jaar 2022 < 75 kg/inwoner/jaar 2025 < 30 kg/inwoner/jaar

Elk huishouden kan waardevolle grondstoffen makkelijk gescheiden aanbieden Bewoners zijn tevreden over de service van RAD (gemiddeld

Situatie eind 2022 Niet gerealiseerd: 144 kg/inwoner/jaar (prognose) (Eindresultaat 2022: 143 kg restafval (fijn: 121 kg; grof: 21 kg) NB: circa 60% van het fijn restafval dat inwoners aanbieden via minicontainers en ondergrondse containers, bestaat uit herbruikbare grondstoffen die apart kunnen worden aangeboden Gerealiseerd: elk huishouden kan GFT, PMD en papier gescheiden aanbieden. Bestendig niveau: 7,92 (2020: 7,87) 4/15

Doelstelling rapportcijfer 8,5) Evenwichtige ontwikkeling van vaste en variabele tarieven

Duurzame inzameling en verwerking

Situatie eind 2022 Vooral afhankelijk van externe factoren: 2019-2020: + 20% (verhoging afvalbelasting) 2021-2022: + 0% 2023: + 10% (o.a. brandstofprijzen, BTW-toerekening door gemeente aan afvalstoffenheffing, lagere vergoeding PMD) Onder andere route-optimalisatie, waterstofvoertuig, strengere acceptatienorm GFT obv zuiverheid aanbod

De ambities op het gebied van restafval voor in de voorbije beleidsperiode zijn niet gerealiseerd. Dit komt met name doordat Omgekeerd Inzamelen niet is ingevoerd. Redenen hiervoor waren de gemeentelijke herindeling (2019) en de personele druk bij RAD door de omvorming van RAD van Gemeenschappelijke Regeling naar BV, de integratie van gemeente Goeree-Overflakkee en de beperkingen rond COVID-19. Ten opzichte van vergelijkbare gemeenten2 bleven de prestaties in Hoeksche Waard over 2021 op een aantal milieuprestaties nog wat achter (zie tabel). De benchmarkresultaten over 2022 zijn op dit moment nog niet bekend. Indicator Huishoudelijk afval (kg/inw) Afvalscheiding (%)

Hoeksche Waard 2021 575 73%

Klasse D 2021 535 76%

Restafval (kg/inw; fijn en grof)

156

128

Beoordeling < 5% onder klasse-gemiddelde gelijk aan klasse-gemiddelde (5% tot + 5%) < 5% onder klasse-gemiddelde

De afvalstoffenheffing in de Hoeksche Waard is in 2023 nog steeds laag ten opzichte van andere gemeenten in de regio. Met een vastrecht van € 158,00 per huishouden, een tarief van € 9,70 per lediging voor een 240liter container en gemiddeld 10 ledigingen per jaar bedragen de afvalkosten per huishouden in 2023 gemiddeld circa € 255,00. Ter vergelijking staan voor een aantal regiogemeenten de heffingen voor meerpersoonshuishoudens in 2023 in de volgende figuur op een rij.

2

Landelijke Benchmark Huishoudelijk Afval, peiljaar 2021.

5/15

De heffing in gemeente Hoeksche Waard is in 2023 dus (nog steeds) laag, terwijl een belangrijk deel van de kostenstijgingen door inflatie en dergelijke hierin al is meegenomen. 5. Hoofdkeuze nieuw GBP Het lijkt in eerste instantie logisch om – in lijn met het ‘oude’ GBP – voor het nieuwe GBP de invoering van Omgekeerd Inzamelen weer als hoofdmaatregel te benoemen. Echter, de wereld ziet er nu anders uit dan in 2018. Vanuit de landelijke overheid is de focus meer komen te liggen op de recycling van grondstoffen. De doelstelling van 55% recycling van stedelijk afval in 2025 staat nu centraal. Meer recycling vereist meer gescheiden ingezamelde grondstoffen èn een goede kwaliteit. Met name de kwaliteit van gescheiden ingezameld PMD staat volop in de aandacht en gemeenten moeten hier actief mee aan de slag. De focus ligt daarmee niet meer alleen op het verminderen van de hoeveelheid restafval. Verder zijn de prijzen voor brandstof en grondstoffen - mede door de oorlog in Oekraïne - flink gestegen met een stevige inflatie tot gevolg. Dit heeft onder andere geleid tot een flinke stijging van de aanschafprijs voor ondergrondse containers. Daarnaast heeft Omgekeerd inzamelen een grote impact op de openbare ruimte (bij stelling 3 lichten we dit verder toe). Op basis van het voorgaande is herijking van de hoofdmaatregel Invoeren Omgekeerd Inzamelen dan ook op zijn plaats.

In het vervolg van deze notitie presenteren we een aantal keuzemogelijkheden voor de te hanteren uitgangspunten voor het nieuwe GBP. We formuleren voor de volgende beleidsaspecten één of meerdere stellingen en schetsen kort een alternatief met de bijbehorende kansen en risico’s: • Kwaliteit grondstoffen • Ambitie hoeveelheid restafval per inwoner • Service voor inwoners • Kosten • Kwaliteit openbare ruimte • Tevredenheid De voorkeur van het college is bij elke stelling groen weergegeven. 6/15

6. Stellingen 1. Kwaliteit grondstoffen We zamelen grondstoffen gescheiden in zodat deze daarna kunnen worden gerecycled tot nieuwe grondstoffen voor nieuwe producten. Daarvoor is het belangrijk dat de aangeboden grondstoffen zuiver zijn en zo min mogelijk stoffen bevatten die het recycleproces kunnen verstoren (stoorstoffen). Daarom richten we ons – ongeacht de overige beleidskeuzes – in de komende jaren niet alleen op het verminderen de hoeveelheid restafval maar ook op een goede kwaliteit van de grondstoffen. We informeren onze inwoners welke stoffen er wel en niet in thuis horen en over het belang daarvan. Daarnaast zamelen we de grondstoffen in via een inzamelmiddel (container, zak) waarvan we de inhoud bij het ophalen kunnen controleren. Zo kunnen we voorkomen dat het werk van veel goede scheiders verloren gaat door een paar minder goede scheiders. Stelling 1: de focus ligt de komende jaren niet alleen op het verminderen van de hoeveelheid restafval, maar nadrukkelijk ook op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. We informeren onze inwoners, monitoren de kwaliteit, voeren controles uit en sturen bij.

Leidt tot zuivere grondstoffen en geen afkeur Vraagt om extra budget voor informeren, monitoring, analyses, controle-inzet Leidt tot verdere verbetering van het recyclepercentage

Stelling Focus op kwaliteit grondstoffen èn op verminderen aanbod restafval

Alternatief Alleen focus op verminderen aanbod restafval

Risico op afkeur grondstoffen ivm vervuiling Risico op extra kosten tgv afkeur grondstoffen

Risico op niet verbeteren of zelfs afnemen recyclepercentage

2. Serviceverhoging grondstoffen om inwoners te stimuleren tot betere scheiding Onze inwoners kunnen hun grondstoffen op verschillende manieren kwijt: GFT, papier en PMD worden aan huis opgehaald. Voor glas en textiel staan er verzamelcontainers in de wijken. KCA en 18 grofvuilstromen (klein en groot) kunnen inwoners zelf naar de milieustraat in Westmaas brengen. Toch zitten al deze grondstoffen ook nog in meer of mindere mate in het fijn restafval dat inwoners in de minicontainers en ondergrondse containers aanbieden. Ons fijn restafval bestaat zelfs voor bijna tweederde (ruim 60%) nog uit deze recyclebare grondstoffen. Door extra service te bieden op het apart houden en/of aanbieden van grondstoffen streven we naar een betere scheiding. Deze extra service bieden we in ieder geval op grondstoffen waarvoor de gescheiden inzameling en recycling per ton een groot effect heeft op de (vermeden) CO 2-uitstoot3:

3

Netto klimaatimpact: som van CO2-emissies en vermeden CO2-emissies. Bron: Klimaatimpact van afvalverwerkroutes in Nederland, CE Delft, december 2020.

7/15

1. Textiel: ophalen aan huis in kernen, 4x per jaar 2. Kleine elektrische apparaten: speciale verzamelcontainer als brengpunt per kern Daarnaast bieden we extra service op grondstoffen die we nog in belangrijke mate in het restafval aantreffen: 3. Organisch keukenafval: met een aanrechtbakje (+ rol composteerbare zakjes) is het voor huishoudens makkelijker dit afval in de keuken apart te verzamelen 4. Papier/karton: een extra container voor huishoudens die teveel karton hebben om dit 4 weken te bewaren De precieze invulling hiervan moet nog worden bepaald.

Samenstelling fijn restafval ‘22: -

GFT

25%

-

Papier

6%

-

PMD

8%

-

Glas

4%

-

Textiel

6%

-

Metaal

3%

-

Apparaten

1%

-

Hout

5%

-

Steen/puin

4%

Totaal

62%

Stelling 2: de extra service richt zich enerzijds op de grondstoffen waarmee we per ingezamelde ton veel CO2-emissie vermijden (1. Textiel en 2. Kleine elektrische apparaten) en op de grondstoffen die nog het meest in het fijn restafval aanwezig zijn (3. Organisch keukenafval en 4. Papier/karton).

Vereist inzicht in CO2emissie van recycling

Kleine stromen (textiel, kleine elektrische apparaten) leveren een relatief kleine bijdrage aan ambitie voor minder restafval

Stelling Extra service bieden op grondstoffen op basis van CO2emissie/ton (1. Textiel en 2. Kleine elektrische apparaten) En op basis van aanwezigheid in fijn restafval (3. Organisch keukenafval en 4. Papier/karton)

Alternatief Alleen extra service bieden op grondstoffen op basis van aanwezigheid in fijn restafval (3. Organisch keukenafval en 4. Papier/karton)

Bespaart extra kosten voor inzameling kleine stromen die per ton groot effect hebben op CO2-emissie Laat effect op CO2emissie geheel buiten beschouwing

De milieustraat speelt een belangrijke rol in de afvalscheiding. Van alles wat inwoners hier brengen wordt circa 85% gescheiden ingezameld voor recycling. In het traject om de milieustraat toekomstbestendig te maken wordt in de komende jaren onderzocht hoe het aanbieden van grondstoffen op de milieustraat nog meer kan worden gestimuleerd. 3. Combinatie serviceverhoging grondstoffen met servicewijziging op restafval om inwoners te stimuleren tot gewenst gedrag In gemeente Hoeksche Waard rijdt RAD nu 1x per 2 weken een inzamelronde langs alle laagbouwwoningen om de restafvalcontainer te legen. Gemiddeld biedt slechts 40% van de huishoudens de restafvalcontainer aan. Dat betekent dat er veel kilometers gereden worden voor weinig restafval. Ook vanuit oogpunt van duurzaamheid lijkt het logisch om deze service tegen het licht te houden. 8/15

De praktijk in Nederland heeft uitgewezen dat een serviceprikkel op restafval leidt tot meer scheiding van grondstoffen en minder restafval. Een combinatie van deze maatregel met meer service op grondstoffen leidt naar verwachting tot het grootste draagvlak onder de inwoners. Immers, tegenover de gewijzigde service op restafval staat een hogere service op een aantal grondstoffen. Stelling 3: we verleiden de inwoners om hun grondstoffen beter te scheiden door meer service op grondstoffen te verlenen. En we prikkelen hen om minder restafval aan te bieden door de service hierop te wijzigen.

Heeft grootste effect op afvalscheiding

Financieel effect servicewijziging op restafval dekt waarschijnlijk de extra kosten van serviceverhoging op grondstoffen

Stelling Meer service op grondstoffen in combinatie met wijziging service op restafval

Alternatieven Alleen meer service op grondstoffen; geen servicewijziging voor restafval

Alleen servicewijziging op restafval; geen servicewijziging voor grondstoffen

Beperkt effect op afvalscheiding Hogere kosten service op grondstoffen moet gedekt worden via hogere afvalstoffenheffing Redelijk effect op afvalscheiding Leidt tot kostenbesparing

4. Type servicewijziging op restafval om inwoners te stimuleren tot betere scheiding Er zijn twee manieren om de service op restafval aan te passen en het scheidingsgedrag te stimuleren: • Frequentiewijziging voor de minicontainer voor restafval • Overschakelen op Omgekeerd Inzamelen, waarbij inwoners uit de laagbouw hun restafval gaan wegbrengen naar een ondergrondse container in de wijk (zoals voorgesteld in het GBP 2018-2022) Voor beide systemen geldt dat de zorg voor goede kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen belangrijker wordt en meer aandacht vraagt. Frequentiewijziging minicontainer restafval Gemiddeld zijn de restafvalcontainers in 2022 in de gemeente 8x (140 liter) of 10x (240 liter) aangeboden. Het lijkt dan ook niet nodig om de restafvalcontainer 1x per 2 weken te blijven legen; 1x per 4 weken ofwel 13x per jaar lijkt voldoende. Deze serviceaanpassing heeft – op basis van de aanbiedingen in 2022 – op een groot deel van de huishoudens geen effect. In 2022 is namelijk 71% van de containers voor restafval al 13x per jaar of minder aangeboden (zie tabel).

9/15

140-liter containers 240-liter containers totaal

# containers 13x/jaar of minder 5.963 17.254 23.217

# containers meer dan 13x/jaar 1.495 7.890 9.385

% tov totaal aantal containers # containers % containers % containers totaal 13x/jaar of meer dan minder 13x/jaar 7.458 18% 5% 25.144 53% 24% 32.602 71% 29%

Deze serviceaanpassing heeft vooral effect op de 240-liter4 containers die nu nog vaker dan 13x aan de weg gezet worden. Deze worden gemiddeld 20x per jaar aangeboden. Het betreft 24% van alle minicontainers (140 en 240 liter). Als de gebruikers van deze containers hun afval beter gaan scheiden, is hun container groot genoeg om het restafval 4 weken in op te sparen. Huishoudens die echt te veel restafval hebben voor 4 weken, kunnen eventueel overschakelen op een 240-liter container (eenmalig gratis) of een extra 240 liter restafvalcontainer aanvragen. Voor huishoudens met medisch afval (stoma-, incontinentie- en dialysemateriaal) komt er maatwerk. Vanuit het Uitvoeringsplan circulaire economie willen we stimuleren dat huishoudens met jonge kinderen gebruik gaan maken van herbruikbare (wasbare) luiers. In dit verband is het niet logisch om maatwerk te bieden op het restafval van gezinnen met jonge kinderen door ledigingen niet in rekening te brengen. De huidige mogelijkheden voor een extra restafval container handhaven we. Een toekomstige ontwikkeling kan zijn het op afroep inzamelen van de minicontainer van restafval. Inwoners geven zelf aan wanneer hun restafvalcontainer geleegd moet worden. Invoeren omgekeerd inzamelen Bij een keuze voor omgekeerd inzamelen moeten er nog 350 extra ondergrondse containers in de openbare ruimte geplaatst worden.

Hierin gaan de huishoudens uit de laagbouw dan hun restafval aanbieden. Hun minicontainer voor restafval wordt dan overbodig en gaan ze gebruiken als PMD-container. Ook bij deze keuze is maatwerk nodig voor huishoudens met medisch afval; mogelijk zijn zij niet in staat om zware zakken naar de ondergrondse container te brengen. De realisatie van de 350 ondergrondse containers is sterk afhankelijk van de beschikbare ruimte. Het gaat dan zowel om ruimte bovengronds (opheffen parkeerplekken en/of groen?) als in de ondergrond (kabels en leidingen). Verder zijn loopafstanden van belang (maximaal 200 meter) en de realisatie vraagt ook om een intensief participatietraject met de inwoners. Vanwege de hoge grondstof- en energiekosten zijn de aanschafkosten voor ondergrondse containers met de benodigde elektronica op dit moment grofweg 2 keer hoger dan ten tijde van het GBP 2018-2022. Het effect hiervan op de afvalstoffenheffing is beperkt, omdat deze investering over een lange periode wordt afgeschreven. Daarnaast liggen de kosten voor voorbereiding en plaatsing rond € 2 miljoen, een bedrag dat eenmalig op de afvalstoffenheffing drukt. Beide keuzes zijn er op gericht om inwoners te stimuleren om hun restafval beter te scheiden.

Omdat minder restafval ook leidt tot minder aanbiedingen heeft dit directe consequenties voor de inkomsten van de gemeente uit het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Het variabele tarief dekt niet alleen de verwerkingskosten van het restafval, maar ook een deel van de kosten voor de inzameling en verwerking van andere stromen. Minder inkomsten uit het variabele deel door minder restafvalaanbiedingen leidt dan ook 4

De verwachting is dat een deel van de gebruikers van 140-liter minicontainers bij een lagere inzamelfrequentie voor restafval de container wil omwisselen voor een 240-liter container. Daarmee is de impuls van frequentiewijziging om het (rest)afval beter te scheiden voor deze groep naar verwachting minder groot dan voor de gebruikers van 240 -liter containers.

10/15

tot een tekort op de afvalbegroting. Bij het bepalen van de tarieven voor de afvalstoffenheffing moet hier rekening mee worden gehouden. Daarbij is het de uitdaging om de gemeentelijke kosten te blijven dekken èn de financiële prikkel richting inwoners goed te laten werken.

Stelling 4: we prikkelen de huishoudens in de laagbouw tot betere scheiding door jaarlijks geen 26 inzamelrondes meer te rijden voor de restafvalcontainers, maar 13 inzamelrondes (1x per 4 weken). Dit stimuleert met name de huishoudens met een 240-liter container die deze nu nog vaker dan 13x aan de weg zetten. Stelling Leidt tot daling met circa 20 kg restafval per inwoner per jaar Leidt tot besparing op gemeentelijke kosten van circa € 7 per aansluiting per jaar Leidt mogelijk tot desinvestering voor 140 liter containers en eenmalige kosten voor omruilactie naar 240 liter container Implementatietermijn van 3-6 maanden (invoering bij voorkeur per 1 januari) Relatief weinig impact op inwoners Geen impact op openbare ruimte Flexibiliteit om tzt alsnog over te schakelen op omgekeerd inzamelen of een ander systeem

Servicewijziging restafval door bij laagbouw minicontainer voor restafval 1x per 4 werken op te halen

Alternatief Servicewijziging restafval door invoering omgekeerd inzamelen (ondergrondse containers op afstand)

Leidt tot daling met circa 25-30 kg restafval per inwoner per jaar Leidt tot besparing op gemeentelijke kosten van circa € 14 per aansluiting per jaar Vereist – obv huidig prijspeil - eenmalig bedrag van circa € 2 miljoen

Implementatietermijn van 1,5-2 jaar

Grote impact op inwoners Grote impact op openbare ruimte Systeemkeuze voor komende 15-20 jaar Risico op meer vervuiling in PMD door gebruik minicontainer

5. Kostenbeheersing De maatregelen hebben effect op de structurele kosten en brengen ook eenmalige kosten met zich mee. In bijlage 2 worden deze gepresenteerd. De ambitie om de hoeveelheid restafval te verminderen leidt tot minder aanbiedingen van restafval en daarmee tot minder inkomsten voor de gemeente. Dit vraagt om herijking van het vastrecht en variabel tarief. Hoe de maatregelen na invoering uiteindelijk doorwerken voor een individueel huishouden hangt af van het aantal keren dat een huishouden nog restafval aanbiedt. 11/15

Stelling 5: we sturen op meer grondstoffen en steeds minder restafval. We constateren dat dit leidt tot lagere inkomsten uit het variabel tarief terwijl de gemeentelijke kosten – afhankelijk van de gekozen maatregelen – niet evenredig afnemen of zelfs kunnen stijgen. We accepteren dat het vastrecht en/of het variabel tarief moet stijgen om de gemeentelijke afvalkosten in de toekomst te kunnen blijven dekken. Stelling Moet goed uitgelegd worden aan de inwoners om demotivatie te voorkomen Stijging vastrecht is veiliger maar kan impuls tot goed scheiden verminderen (inwoners kunnen minder kosten besparen; grootste deel ligt al vast in vastrecht)

Minder restafval betekent minder variabele inkomsten; dit vraagt om herijking van het vastrecht en/of het variabel tarief

Alternatief Stoppen met sturen op minder restafval en daardoor gat in afvalbegroting voorkomen

Circulaire ambitie wordt niet gehaald

Afvalkosten kunnen stijgen als scheidingsresultaten terug gaan lopen

Voor onze inwoners vinden we een gelijkmatige kostenontwikkeling en kostenbeheersing gewenst. Dit betekent dat we voor onze grote ambities bij voorkeur beleid willen formuleren dat tot een vooraf afgebakende kostenstijging leidt voor onze inwoners. Op basis van de verwachte kosteneffecten is in de volgende tabel tot 2030 een indicatie aangegeven van het effect dat we verwachten op de gemeentelijke netto kosten per aansluiting. We laten zien welk effect verwacht wordt als de serviceverhogende maatregelen gecombineerd worden met ofwel frequentiewijziging voor restafval ofwel omgekeerd inzamelen. Een uitwerking van de verwachte kosten per maatregel (eenmalig en structureel) is opgenomen in bijlage 2. indicatie effect op gemeentelijke netto kosten/aansluiting/jaar

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

alle serviceverhoging (1-4) in combinatie met restafval 1x/4 weken

totaal

€ 15

-€ 7

-€ 7

-€ 7

-€ 7

-€ 7

-€ 7

alle serviceverhoging (1-4) in combinatie met omgekeerd inzamelen

totaal

€ 36

€ 28

-€ 14

-€ 14

-€ 14

-€ 14

-€ 14

Met name voor omgekeerd inzamelen geldt dat de kosten de eerste twee jaren van invoering hoog zijn. De structurele kosten zijn na de eerste twee jaar wel lager dan bij verlaging van de restafvalfrequentie. De verwachte terugverdientijd bedraagt grofweg 5 jaar. Voor frequentiewijziging ligt de terugverdientijd rond 2 jaar. De grote ambities op het gebied van circulariteit en grondstoffen vragen nu om concrete stappen, die hoe dan ook implementatiekosten met zich meebrengen. De ambities vragen om inzet van maatregelen (service, gedrag) voor een langere termijn, waarbij de kosten voor de baat uitgaan en de baten de kosten naar 12/15

verwachting op den duur gaan dekken. We moeten dus eerst door de zure appel van de eenmalige kosten heen bijten en kunnen daarna streven naar een gematigde ontwikkeling van onze afvalstoffenheffing. Stelling 6: grote ambities mogen ook wat extra kosten en op basis van onze lage afvalstoffenheffing zien we daar in beperkte mate ook ruimte voor (€ 255 in 2023 voor een meerpersoonshuishouden, zie ook eerder in deze notitie onder 4. Samenvatting evaluatie GBP 2018-2022). Uitgangspunt is dat de invoeringskosten van het pakket aan maatregelen in het nieuwe grondstoffenbeleidsplan in de periode tot 2030 kunnen worden terugverdiend (exclusief externe kostenstijgingen). De invloed op de afvalkosten van een individueel huishouden zijn afhankelijk van het eigen scheidings- en aanbiedgedrag onder de nieuwe maatregelen. Het Goed Scheiden Loont principe zetten we dus voort.

Beperkte kostenstijging in invoeringsjaar obv continueren Goed Scheiden Loont met frequentiewijziging restafval Grote kostenstijging in invoeringsjaren obv continueren Goed Scheiden Loont met Omgekeerd inzamelen Risico op kostenstijging door externe factoren (belastingverhoging, stijging tarieven voor personeel, inzamelmiddelen, inzamelvoertuigen, brandstof e.d.)

Stelling Grote ambities mogen ook wat kosten maar moeten zich ook in deze beleidsperiode terugverdienen

Alternatief Geen stijging netto gemeentelijke afvalkosten door maatregelen tov 2023

Nullijn voor gemeentelijke kosten

Beperking inzet mogelijke maatregelen

Circulaire ambitie wordt niet gehaald

6. Kwaliteit openbare ruimte We zijn een schone gemeente. Uit de evaluatie over de periode 2018-2022 (zie bijlage 1) blijkt dat er weinig zwerfafval is, met uitzondering van een aantal containerlocaties waar regelmatig afval naast de containers wordt gezet. De manier van afval inzamelen heeft effect op de kwaliteit van de openbare ruimte. Niet alleen op de inzameldag, maar ook door de inzamelmiddelen die we hiervoor inzetten (denk aan onder- en bovengrondse containers). In 2023 wordt – als pilot - in samenwerking met RAD op diverse hotspots actief gehandhaafd.

13/15

Stelling 7: Hoeksche Waard is en blijft een schone regio en handhaaft hier actief op, vooral op bijplaatsing van afval naast containers. Stelling Vraagt om continuering van pilot 2023 en vraagt om gerichte inzet (afhankelijk van aantal containerlocaties; bij omgekeerd inzamelen meer locaties dus groter risico op bijplaatsing en noodzaak tot meer inzet) Inwoners worden ‘opgevoed’ (dweilen met de kraan dicht)

Uitvoeren actief handhavingsbeleid op bijplaatsingen en hotspots

Alternatief Accepteren dat er bijplaatsingen zijn en geen actieve handhaving

Bespaart gerichte inzet van handhaving

Geen verbetering kwaliteit openbare ruimte en risico op verslechtering

Veel inwoners participeren en verwijderen regelmatig zwerfafval uit hun leefomgeving. We faciliteren deze vrijwilligers nu met opruimmiddelen. Deze vrijwilligers leveren een belangrijke bijdrage aan de netheid van onze gemeente en dat willen we graag waarderen en zo houden. Stelling 8: vrijwilligers zijn belangrijk voor de netheid buiten en hun acties geven het goede voorbeeld. We zetten hen jaarlijks in het zonnetje en blijven hen - èn nieuwe vrijwilligers die zich melden - faciliteren met opruimmiddelen. Stelling Bedanken obv wensen vrijwilligers binnen te bepalen kostenkader Zichtbaar schoonmaken heeft opvoedend effect richting andere inwoners

Faciliteren èn waarderen / bedanken vrijwilligers die zwerfafval opruimen

Alternatief Stoppen met faciliteren van opruimmiddelen

Leidt tot beperkte kostenbesparing per jaar Geen verbetering kwaliteit openbare ruimte en risico op verslechtering

7. Tevredenheid inwoners RAD heeft de ambitie dat inwoners in haar verzorgingsgebied de dienstverlening waarderen met een gemiddeld rapportcijfer van 8,5 of hoger. In het tevredenheidsonderzoek van 2022 was deze waardering gemiddeld 7,92. Het is een algemeen verschijnsel dat het veranderen van de inzameling - nodig om de milieuresultaten verder te verbeteren – meestal niet direct tot een hogere tevredenheid leidt.

14/15

Stelling 9: we accepteren dat de klanttevredenheid door de verandering van de service ook verandert. In onze klantcontacten zijn we dienstverlenend, echter wel binnen het vastgestelde beleid.

Streven naar zo soepel mogelijke invoering en aansprekende en duidelijke communicatie, ook in jaren na invoering

Stelling Accepteren dat de tevredenheid in de invoeringsjaren niet direct tot een hogere score leidt

Alternatief Koste wat kost een tevredenheid van 8,5 halen en daarvoor bij inwoners ophalen welk maatwerk daarvoor nodig is

Tevreden inwoners over ‘persoonlijk’ maatwerk Groot risico dat dit ten koste gaat van doelstellingen op andere gebieden (milieu, kosten) Vraagt om onevenredig grote inzet en leidt tot inefficiëntie

7. Voorkeur college Het college is van mening dat de komende beleidsperiode in het teken moet staan van kwaliteit van grondstoffen èn verdere vermindering van de hoeveelheid restafval. Dit wil het college bij voorkeur bereiken door een gecombineerde inzet van 1) serviceverhoging op textiel, kleine elektrische apparaten, organisch keukenafval en papier/karton, en 2) frequentiewijziging voor restafval. Het college vindt dit moment niet geschikt om te kiezen voor Omgekeerd Inzamelen: niet alleen vanwege de hoge eenmalige kosten door het huidige prijspeil, maar ook door de impact die het heeft op de inwoners en de openbare ruimte. Verder brengt het gebruik van de restafvalcontainer als PMD-container een risico op vervuiling van het PMD met zich mee, wat niet strookt met de focus op kwaliteit. Bovendien geeft dit ook een bijbehorend risico op afkeur en hogere kosten voor handling en verwerking van het afgekeurde PMD en minder PMD-vergoeding. Omdat afgekeurd PMD niet gerecycled wordt, verbeteren we het recyclepercentage niet. Daarom heeft het college de voorkeur om de inzamelfrequentie voor de restafvalcontainers in de laagbouw te wijzigen naar 1x per 4 weken.

Deze maatregel kan zonder grote investeringen worden ingevoerd en er wordt een besparing mee gerealiseerd, die direct aangewend wordt voor de serviceverhogende maatregelen, zoals de aparte inzameling van kleine elektrische apparaten. Voor meer dan 70% van de huishoudens betekent dit meer service terwijl het voor hen voor het aanbieden van restafval geen of weinig verschil maakt; zij bieden de minicontainer nu al minder dan 13x per jaar aan.

8. Vervolgprocedure De keuzes die de raad op basis van deze keuzenotitie maakt werken we verder uit in een nieuw Grondstoffenbeleidsplan. Het nieuwe beleidsplan leggen we in april 2024 ter besluitvorming aan u voor.

Bijlagen 1. Evaluatie Grondstoffenbeleidsplan 2018-2022 2. Toelichting indicatieve kosteneffecten voorgestelde maatregelen 15/15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13084595/1