Raadsvoorstel Jeugdhulp naar Voren
Tekst van het document
Voorstel Aan: Van: Zaaknummer: Documentnummer: Portefeuillehouder: Team: Datum vaststelling college: Vertrouwelijk: Fase BOB-cyclus:
gemeenteraad college van burgemeester en wethouders Z/24/259916 DOC-24908938 wethouder Peters Opvoeden en Opgroeien 22-10-2024 Nee beeldvormend, oordeelsvormend en besluitvormend
Onderwerp Vervolg implementatie jeugdhulp naar voren. Beslispunten: 1. In te stemmen met de uitbreiding van Jeugdhulp naar voren en vanaf 2025 voor de periode van (voorlopig) 3 jaar de subsidie aan Stichting Jeugdteams te verhogen met € 1.233.900, - voor de inzet van: a. 10 FTE jeugdprofessionals voor jeugd- en gezinshulp. b. 1.33 FTE orthopedagoog/psycholoog voor verhoging van de verbinding met de huisartspraktijken naar een dekking van 100%. 2. In te stemmen met het continueren en behouden van het groepsaanbod en de subsidie aan de partners voor schoolmaatschappelijk werk vanaf 2025 voor de periode van (voorlopig) 3 jaar te verhogen met € 56.787, -. 3. De budgetten voor Jeugdhulp Naar Voren ad € 1.290.587, - voor de periode van (voorlopig) 3 jaar te dekken uit de reserve tijdelijke beleidsimpulsen. 4. Als uitvloeisel van beslispunt 3 een bedrag van € 3,9 miljoen te onttrekken aan de algemene reserve en te storten in de reserve tijdelijke beleidsimpulsen voor dekking van de kosten onder beslispunt 1 en 2. 5. In 2027 een nieuw besluit te nemen over de eventuele voortzetting van deze extra middelen voor Jeugdhulp naar voren op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde kostenreducties op jeugdhulp begeleiding; 6. De 4e begrotingswijziging 2025 vast te stellen.
Samenvatting voorstel De raad wordt gevraagd om in te stemmen met de uitbreiding van de reeds ingezette lijn van jeugdhulp naar voren (hierna JNV). Met jeugdhulp naar voren willen we jeugdhulp dichtbij, laagdrempelig en zonder verwijzing beschikbaar stellen voor onze inwoners met een vraag voor jeugdhulp. Vanuit het transformatieplan jeugd zijn er verschillende interventies ingezet, waaronder JNV, POH-jeugd en verbinding met het voortgezet onderwijs. Inmiddels is het transformatieplan geëvalueerd. Uit de evaluatie is gebleken dat met een kleine inzet je slechts minimale resultaten kunt verwachten. Met een grotere inzet, zoals in dit voorstel gevraagd wordt, verwachten we dan ook grotere inhoudelijke en financiële resultaten te behalen. Deze beweging sluit ook aan bij de beweging die we in gang willen zetten waarbij onze lokale teams meer zelf hulp gaan bieden en minder gaan doorverwijzen.
1/5
Inleiding Recent heeft er een evaluatie plaatsgevonden op het transformatieplan jeugd. In het transformatieplan jeugd waren een aantal interventies opgenomen om de kwaliteit van de jeugdhulp te verbeteren, kortere doorlooptijden en een kostenbesparing te genereren. Uit deze evaluatie is naar voren gekomen dat met de minimale inzet er slechts minimale uitkomsten te verwachten zijn, met name op de kortere doorlooptijden en kostenbesparing. Dit voorstel vraagt om uitbreiding van de werkende interventies. Zie hiervoor de bijgevoegde memo. Beoogd effect Met uitbreiding van Jeugdhulp naar Voren (hierna JNV) beogen we het verder versterken van de onderste lagen van de piramide. We bewerkstelligen dat ons jeugdteam meer hulpverlening zelf kan bieden aan gezinnen, waardoor hiervoor geen beschikte zorg meer nodig is. Zowel voor hulpvragen via de huisarts als via het jeugdteam. Dit zorgt voor kortdurende hulpverlening, laagdrempelig en dichtbij. Ook zorgt dit voor minder doorverwijzingen naar de regionale ingekochte zorg waarvoor een beschikking nodig is. Op basis van onze eigen ervaringen met JNV, maar ook op basis van regionale en landelijke ervaringen, is de verwachting dat dit zal zorgen voor een kostenbesparing op de algehele jeugdhulpkosten. Daarnaast zal de toestroom naar de specialistische zorg afnemen waardoor deze beschikbaar blijft voor die gezinnen die dat echt nodig hebben.
Argumenten 1.1 Het voorstel past in het ingezet beleid Zowel binnen de doorontwikkeling van het jeugdteam waarin we de uitkomsten van de evaluatie op het transformatieplan een plek willen geven. Maar ook vanuit de Hervormingsagenda Jeugd is één van de opgaven om vanuit het lokale team zelf hulpverlening te bieden en verbinding te zoeken met aanpalende domeinen, waaronder de huisartsen. 1.2 Het voorstel is in lijn met de beweging die we in gang willen zetten Momenteel wordt er een bestuursopdracht geformuleerd voor de inrichting van onze lokale teams (0-100). Het uitgangspunt zal zijn dat ons lokale team de basis zal vormen voor onder andere vragen rondom opvoeden en opgroeien. Er gaat zoveel als mogelijk door de professionals in het lokale team zelf hulp geboden worden en indien nodig wordt er expertise vanuit het gecontracteerde aanbod ingevlogen. Hiermee zullen er significant minder doorverwijzingen zijn naar het gecontracteerde aanbod via de DG&J. 1.3 Ook in andere gemeenten zijn er positieve resultaten geboekt. In de regio ZHZ zijn er verschillende gemeenten die ‘geoefend’ hebben met JNV. De resultaten hiervan zijn positief. Zij noemen als belangrijkste resultaat dat de jeugdhulp dichtbij en kortdurend geboden kan worden. Daarnaast zijn er ook positieve financiële effecten.
1.4 Het betreft een landelijke ontwikkeling De Hervormingsagenda Jeugd bevat een pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. De belangrijkste taak die er voor gemeenten ligt is om de lokale teams te versterken. JNV is een belangrijke interventie om tot deze versterking te komen. 3.1 De verwachting is dat we de investering gaan terugverdienen Dit voorstel vraagt op dit moment de inzet van extra middelen, echter is de verwachting dat we deze investering zullen terugverdienen. Deze beweging gaat ervoor zorgen dat er veel minder dan nu nog zal worden doorverwezen naar producten als begeleiding en basis GGZ die nu ingekocht is via de DG&J. Voor nu 2/5
zullen we de bijdrage aan de DG&J blijven matchen met wat in de begroting is opgenomen maar we verwachten met deze inzet dat we in de afrekening met de DG&J een voordeel zullen realiseren. Eventuele inverdieneffecten zullen we laten terugvloeien naar de Algemene Reserve. 4.1 Op basis van de geldende financiële spelregels van de toezichthouder kunnen wij de onze algemene reserve deels inzetten voor tijdelijke beleidsimpulsen Voor dekking van de extra middelen gedurende 3 jaar onttrekken wij in 2025 een bedrag van € 3,9 miljoen aan de algemene reserve en storten dit in de reserve tijdelijke beleidsimpulsen ter dekking van de extra kosten voor de jeugdteams in de jaren 2025 t/m 2027. In 2027 vindt dan een nieuw afwegingsmoment plaats door college en raad. Bij deze afweging zetten wij de resultaten van de verlaging van de kosten voor jeugdhulp af tegen de extra investeringen in de jeugdteams. Kanttekeningen 5.1 Van de inzet van de middelen zien we waarschijnlijk pas later het effect De aanname op basis van de ervaringen is dat met deze inzet er sprake zal zijn van kortere wachttijden, kwalitatieve jeugdhulp, kortere doorlooptijden, vermindering van de instroom richting de specialistische zorg en positieve financiële effecten. Maatregelen aan de voorkant vergen investeringen die zich in de praktijk pas op termijn laten “terugverdienen” in lagere kosten.
Dit vergt tijd, een goede business case en monitoring van de terugverdieneffecten. Een nieuw afwegingsmoment, waarbij wordt afgewogen of de investeringen zich daadwerkelijk hebben “terugverdiend”, is daarbij essentieel om te kunnen bepalen of deze investeringen ook structureel ingebed kunnen worden. Een tijdelijke beleidsimpuls (vanuit de reserve tijdelijke beleidsimpulsen) waarbij de raad tijdelijk, gedurende bijvoorbeeld een periode van 3 jaar, aanvullende middelen beschikbaar stelt, maakt het mogelijk om te monitoren of deze aanvullende investeringen aan de voorkant, ook daadwerkelijk voldoende oplevert in de vorm van lagere kosten aan de achterkant (kosten aan de DG&J). Op het afwegingsmoment moet blijken of de besparingen in de kosten voor jeugdhulp groter zijn dan de investeringen/verhoogde subsidie in Jeugdhulp Naar Voren. Uiteraard krijgen ook de inhoudelijke en maatschappelijke effecten een plek in deze business case zodat de financiële en inhoudelijke effecten naast elkaar inzichtelijk worden gebracht. Op basis van deze informatie zal moeten blijken of er een financiële en/of inhoudelijke meerwaarde is voor deze inzet en kan er weloverwogen besloten worden om de inzet te continueren en te borgen, aan te passen of te stoppen.
5.2 Op voorhand verlagen van de jeugdhulp budgetten DG&J voor dekking van de hogere subsidie aan Stichting Jeugdteam is geen optie De Provincie ziet erop toe dat we de begroting van de Dienst Gezondheid & Jeugd volgen. In de gemeentelijke begroting hebben wij de deelnemersbijdrage aan de DG&J opgenomen in overeenstemming met de begroting die de DG&J heeft ingediend. De Provincie stelt dit als voorwaarde in het toezicht dat zij uitvoert. De Provincie toetst dit jaarlijks bij de beoordeling van de ingediende gemeentelijke begroting. Tenzij wij aan de toezichthouder aan kunnen tonen dat onze bijdrage aan de DG&J kan worden verlaagd door de maatregelen die leiden tot lagere jeugdhulpkosten, kunnen wij onze deelnemersbijdrage niet “zo maar” verlagen. De toezichthouder beschouwt een dergelijke verlaging dan als taakstellende bezuinigingen die moet worden onderbouwd. Als wij daaraan niet voldoen, acht zij de ingediende begroting niet plausibel/realistisch. Duurzaamheid n.v.t.
3/5
Financiën Voor uitbreiding jeugd- en gezinshulp incl. huisartsendekking 100% is vanaf 2025 structureel € 1.233.800, nodig. Voor behouden en uitbreiding van het groepsaanbod in 2025 is structureel extra nodig: € 56.787, - In totaliteit betreft het hier een verhoging van het budget van (afgerond) € 1,3 miljoen per jaar. Hoewel een voor de hand liggende oplossing lijkt te bestaan om een verhoging van het budget te dekken uit een even grote verlaging van de kosten (budget) voor jeugdhulp en daarmee een bijstelling van de geraamde deelnemersbijdrage, bevelen wij dit om een aantal redenen niet aan: 1. Wij mogen de deelnemersbijdrage niet zondermeer verlagen als deze afwijkt van de door de GR DG&J ingediende begroting. Wij nemen hiermee in feite een taakstellende bezuiniging op in de begroting die in voldoende mate moet worden onderbouwd. Voor toelichting verwijzen wij naar kanttekening 2.3 van dit voorstel. 2. In de zeer recentelijk ontvangen 2e burap 2024 en de voorgestelde begrotingswijziging 2025 van de GR DG&J zien wij voor de Hoeksche Waard een substantiële toename van de kosten voor jeugdhulp in 2024 en 2025, waardoor wij onze deelnemersbijdrage juist moeten verhogen met ongeveer € 2 miljoen in 2025.
Om die reden is het niet plausibel/ realistisch om er nu al vanuit te gaan dat wij onze kosten voor jeugdhulp, en daarmee onze deelnemersbijdrage, zondermeer naar beneden bij kunnen stellen en/of dat we een taakstellende bezuiniging op de kosten kunnen opnemen. 3. Het opnemen van niet onderbouwde taakstellingen is niet zonder risico. De taakstellingen op de in het verleden opgestelde omdenknotities én andere initiatieven bleken niet realistisch. Om die reden adviseren wij om niet in deze fase al uit te gaan van besparingen op/ verlaging van de kosten. Met een tijdelijke beleidsimpuls/ tijdelijke middelen kopen we in feite tijd om te bezien in hoeverre de extra investering bij Stichting Jeugdteams voldoende zal leiden tot een (minimaal even grote) verlaging van de kosten Pas op het moment dat blijkt dat de kosten voldoende (aantoonbaar) dalen, is het mogelijk om een structurele inbedding van de uitbreiding bij Stichting Jeugdteams, budgettair neutraal, in de begroting te verwerken. Als wij dit op voorhand doen, lopen we een financieel risico dat wij onze structurele kosten wél verhogen, maar we het effect nog niet realiseren, waardoor er op een later moment alsnog een “gat” in de gemeentebegroting ontstaat.
Op basis van de geldende financiële spelregels van de toezichthouder kunnen wij onze algemene reserve deels inzetten voor tijdelijke beleidsimpulsen In het voorliggende voorstel onttrekken wij een bedrag van € 3,9 miljoen aan de algemene reserve en storten dit in de reserve tijdelijke beleidsimpulsen ter dekking van de extra kosten voor jeugdhulp naar voren in de jaren 2025 t/m 2027. In 2027 vindt dan een nieuw afwegingsmoment plaats door college en raad. Bij deze afweging zetten wij de resultaten van de verlaging van de kosten voor jeugdhulp af tegen de investeringen bij Stichting Jeugdteams. Als blijkt dat de investeringen hoger zijn dan de reductie van de kosten en er zijn onvoldoende inhoudelijke en maatschappelijke effecten, stoppen wij met deze investeringen. Wij (Financieel advies) adviseren om in de communicatie met stichting jeugdteams dit ook als expliciete voorwaarde op te nemen om te voorkomen dat we de investeringen niet kunnen stopzetten. Beoogde maatschappelijk effecten: wat willen we bereiken 1. Laagdrempelige hulpverlening, dicht bij de inwoners. 2. Doelgerichte hulpverlening. 3. Minder doorverwijzingen naar de regionaal ingekochte zorg. 4/5
4. De gespecialiseerde zorg beschikbaar houden voor de gezinnen die dat echt nodig hebben. 5. Normaliseren. 6. Betaalbare zorg. Communicatie Er zal een bericht uitgaan naar alle verwijzers om hen te informeren over het lokaal beschikbare jeugdhulpaanbod en het beschikbare groepsaanbod. Uitvoering De verschillende partijen zullen medewerkers moeten werven om invulling te geven aan deze opdracht. Evaluatie zal plaatsvinden in de accountgesprekken met de partners. Daarnaast zullen de effecten worden gemeten. Hiervoor zal een monitoringsplan worden opgesteld. Naar de partijen zal gecommuniceerd worden dat het om een tijdelijke investering gaat. Bijlagen Bijlage 1: Memo Jeugdhulp naar Voren Bijlage 2: 4e begrotingswijziging 2025 Bijlage 3: Raadsbesluit Aangeboden door, burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard D.E. Koops secretaris {{esl:Signer1:Signature:size(200,50)}}
F.D. van Heijningen burgemeester {{esl:Signer2:Signature:size(200,50)}}
5/5