Raadsvoorstel Begroting 2026-2029 Hoeksche Waard - Raadsvoorstel programmabegroting 2026-2029 g
Tekst van het document
Voorstel Aan: Raad Van: Financieel advies Zaaknummer: Z/25/277497 Documentnummer: DOC-251082983 Portefeuillehouder: wethouder Van der Wulp Datum: 7 oktober 2025 Onderwerp Begroting 2026 – 2029 Beslispunten: 1. De Begroting 2026-2029 inclusief - de 1e begrotingswijziging 2026 met de effecten van de Septembercirculaire 2025; - de 2e begrotingswijziging 2026 met de effecten van de versterking van de organisatie; - de 3e begrotingswijziging 2026 met het investeringskrediet ‘Uitvoeringsprogramma Mobiliteit’; vast te stellen 2. Kennis te nemen van de meerjarenraming 2027-2029 3. De investeringskredieten 2026 uit het investeringsoverzicht (hoofdstuk 4.6) vast te stellen 4. De belastingen en tarieven voor 2026 te indexeren met 2,5% en een inflatiecorrectie ozb over 2024 van 2,4% toe te passen. Inleiding Met de behandeling van de Kadernota 2026 heeft de raad de uitgangspunten en kaders vastgesteld voor de Begroting 2026. Jaarlijks biedt het college de begroting aan de raad aan voor de behandeling in november. Met de vaststelling van de begroting geeft de raad uitvoering aan het budgetrecht. Beoogd effect De Begroting 2026 inclusief de effecten van de Septembercirculaire 2025 (1e begrotingswijziging 2026), van de ‘Versterking van de organisatie’ (2 e begrotingswijziging 2026) en van het uitvoeringsprogramma Mobiliteit (3e begrotingswijziging 2026) vast te stellen.
Argumenten 1.1 Jaarlijks biedt het college de begroting aan voor vaststelling van de begroting door de raad in november Met de vaststelling van de begroting geeft de raad uiting aan het budgetrecht. 1.2 Alle beleidsontwikkelingen en ombuigingen uit de Kadernota 2026 zijn verwerkt in de Begroting 2026 In juli 2025 heeft de raad de Kadernota 2026 behandeld. Bij de Kadernota 2026 heeft de raad via een amendement een aantal ombuigingen gewijzigd. De beleidsontwikkelingen en de ombuigingen uit de geamendeerde Kadernota 2026 zijn verwerkt in deze begroting 2026. De 1/7
begroting 2026 sluit met een positief begrotingssaldo in 2026. Er is derhalve sprake van een sluitende begroting 2026. 1.3 De begroting voldoet aan de begrotingsregels van de toezichthouders De Begroting 2026-2029 moet op grond van artikel 189 van de Gemeentewet ‘structureel’ in evenwicht zijn. Dit houdt in dat de structurele lasten worden gedekt met structurele baten. Volgens het actuele beleid van de toezichthouders (provincies) mogen gemeenten (onder voorwaarden) tijdelijke beleidsimpulsen dekken uit de algemene reserve en is het ook toegestaan dat gemeenten (toekomstige) tekorten tijdelijk dekken uit de algemene reserve. Volgens het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) van de provincies dient jaarschijf 2026 van de begroting 2026 in evenwicht te zij om voor goedkeuring van de begroting in aanmerking te komen. De begroting 2026 is in evenwicht en voldoet hiermee aan het financiële toezichtkader. 1.4 Ná het opstellen van de begroting is de Septembercirculaire 2024 gepubliceerd. Voor de uitkomst hiervan verwijzen wij naar de financiële paragraaf van dit voorstel. Deze uitkomst verwerken wij in de Begroting 2026 via de 1e begrotingswijziging 2026. 1.5 Ná de besluitvorming over de Kadernota 2026 is onderzoek uitgevoerd naar de versterking van de organisatie Tussen de behandeling van de Kadernota 2026 en de Begroting 2026 is de benodigde formatie onderzocht.
Om te kunnen voldoen aan de gestelde beleidsdoelstellingen en wettelijke taken is op diverse plekken binnen de organisatie versterking nodig. Op dit moment wordt op bepaalde onderdelen binnen de organisatie langdurige externe inhuur ingezet. Hoewel deze inzet op korte termijn functioneel is gebleken, leidt het op de lange termijn tot verlies van opgebouwde kennis en ervaring als de opdracht afloopt. Dit heeft gevolgen voor de continuïteit, kwaliteit en stabiliteit van de organisatie. Tevens zijn er de afgelopen jaren door nieuwe beleidswensen en uitbreidingen van wettelijke taken meer werkzaamheden voor de organisatie bijgekomen. Deze zijn niet allemaal binnen de bestaande organisatie op te vangen. Het college wil de komende bestuursperiode starten met een stabiele en toekomstbestendige personeelsformatie. Een formatie waarin de benodigde kennis en ervaring structureel is geborgd binnen de organisatie, zodat de uitdagingen van een nieuwe collegeperiode adequaat kunnen worden opgepakt. In dat kader heeft het college samen met de directie afgelopen periode gewerkt aan een grondige analyse van de capaciteitsaanvragen. Zowel de inhoudelijke onderbouwing, de noodzaak van de aanvragen als de financiële dekking en alternatieve bekostigingsmogelijkheden zijn onderzocht. Dit proces heeft geleid tot een voorstel waarbij alleen de meest urgentie formatieaanvragen worden voorgelegd. 2/7
De noodzakelijke versterking van de organisatie is gericht om de uitvoering van wettelijke taken zoals de omgevingswet en de steeds grotere uitdagingen op het gebied van bescherming van privacy en informatieveiligheid, het beheren van en zicht houden op ontwikkelingen in de openbare ruimte zoals toezichthouders, de gewenste kwaliteit van dienstverlening vanwege de toename van publieke vraagstukken op niveau houden, invulling geven aan verplichtingen zoals op het gebied van social return op investeringen (SROI) en een aantal functies in de overhead. Mogelijk dient er op basis van nieuwe informatie voor enkele grote opgaven nog een herschikking of uitbreiding plaats te vinden. 1.6 Ná de besluitvorming over de Kadernota 2026 is het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit opgesteld In de Kadernota 2026 zijn extra middelen (€ 0,5 mln.) opgenomen voor het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. Deze middelen zijn opgenomen in de voorliggende begroting. In de toelichting bij de Kadernota staat hierover dat deze middelen voor 5 jaar nodig zijn. Uit het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit blijkt dat hiervoor een investeringskrediet van € 6,1 mln. nodig is, waarvan de kapitaallasten langer doorlopen dan 5 jaar. In het raadsvoorstel bij de begroting stellen wij de raad voor om het investeringskrediet van € 6,1 mln. op te nemen in de begroting.
Voor de dekking van de bijbehorende kapitaallasten worden de middelen (€ 0,5 mln.), die reeds in de Kadernota 2026 waren opgenomen, ingezet én structureel verwerkt. De raad wordt hierover separaat via een raadsinformatiebrief over geïnformeerd.
4.1 Het CPB heeft actuele ramingen voor de indexering gepubliceerd De tarieven voor OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing stijgen meer dan alleen de reguliere inflatiecorrectie in 2026. Dit sluit aan bij eerdere, afzonderlijke besluitvorming die hierover heeft plaatsgevonden. Hiervoor verwijzen wij naar het onderdeel ‘Belastingen’ in paragraaf ‘1.2 Samenvattend Financieel Beeld’ van de begroting 2026. In de Begroting 2026 is rekening gehouden met een index van 2,7% voor uitgaven en inkomsten. Voor de ozb inkomsten is naast deze reguliere index voor 2026 van 2,7% ook rekening gehouden met de extra inflatiecorrectie over 2024 van 1,8% én met een extra verhoging van 5% conform het amendement bij de Kadernota 2026. In de Septembercirculaire 2025 en de actuele ramingen van het CPB zijn deze percentages bijgesteld van 2,7% naar 2,5% (-/- 0,2%) voor uitgaven en inkomsten (prijzen) en van 1,8% naar 2,4% (+ 0,6%) voor de inflatiecorrectie 2024. Wij verwerken deze bijstelling in de 1e begrotingswijziging 2026. Kanttekeningen 1.1 De begroting laat een tekort zien door aanvullende Rijksbezuinigingen op Jeugdhulp (‘ravijnjaren’) Alle gemeenten in Nederland ontvingen via de meicirculaire 2025 extra Rijksmiddelen in 2026 en 2027. Vanaf 2028 voert het Rijk echter aanvullende bezuinigingen door op de jeugdzorg in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd.
Hierdoor zijn de zogenaamde 'Ravijnjaren' doorgeschoven van 2026 naar 2028. Vanwege het huidige demissionaire kabinet is het niet de verwachting dat gemeenten op korte termijn door het Rijk worden gecompenseerd voor deze tekorten. Ook voor onze begroting geldt een groter tekort vanaf 2028. De VNG blijft hierover in overleg met het Rijk. 3/7
1.2 In de begroting is een aantal taakstellingen opgenomen Onderdeel van de (geamendeerde) Kadernota 2026 zijn enkele taakstellingen (m.n. Jeugdhulp, Wmo) op het Sociaal Domein van ca. € 0,8 mln. in 2026 oplopend tot ca. € 3,7 mln. in 2029. Voor jaarschijf 2026 heeft deze taakstelling (alleen) betrekking op jeugdhulp. De komende periode staat in het teken van het realiseren van deze taakstellingen om te voorkomen dat de begrotingstekorten groter worden. Via de tussentijdse rapportages monitoren wij de voortgang van deze taakstellingen. Taakstellingen Jeugdhulp In de voorliggende begroting is de bij de Kadernota 2026 besloten ombuiging opgenomen op het onderdeel Jeugdhulp oplopend van € 0,8 mln. in 2026 tot ca. € 2,0 mln. in 2029. Daarnaast zijn eerder in het raadsvoorstel ‘Jeugdhulp naar Voren’ (raad 26 november 2024) extra intensiveringen ter versterking van de jeugdteams tijdelijk gedekt uit de reserve Tijdelijke beleidsimpulsen (€ 1,3 mln. gedurende 2025-2027). Vanaf 2028 dienen deze intensiveringen (€ 1,3 mln.) structureel gedekt te worden door een extra kostenreductie/ ombuiging op jeugdhulp van € 1,3 mln. In het eerdere raadsvoorstel over de jeugdhulp naar voren zijn de investeringen gekoppeld aan de reductie van de jeugdhulpuitgaven.
Deze extra kostenreducties zijn op dit moment nog niet gerealiseerd en daarmee is de structurele dekking van de versterking van de jeugdteams ook nog niet geborgd. Uit de doorrekening van 1e bestuurlijke rapportage 2025 van de Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) blijkt dat een tekort van € 1,4 mln. ontstaat tussen het niveau van de kosten voor jeugdhulp in 2025 én de beschikbare budgetten vanaf 2026 (zie ook raadsvoorstel ‘Zienswijze 1 BURAP 2025 DG&J’ d.d. 23/09/2025). In het kader van ‘realistisch ramen’ is het budget voor jeugdhulp in de (primaire) begroting 2026 hierop structureel bijgesteld (autonome ontwikkeling). De ombuigingen die in de begroting 2026 zijn opgenomen op jeugdhulp, zoals deze zijn besloten bij de Kadernota 2026 én bij het raadsvoorstel ‘Jeugdhulp naar Voren’, zijn gehandhaafd. 1.3 In het ‘Tussenbericht Financieel Toezicht 2025’ noemt de provincie aandachtspunten voor de Begroting 2026 Onlangs ontvingen wij de brief ‘Tussenbericht Financieel toezicht 2025’ van de provincie (zie bijlage 3). In deze brief zijn de volgende aandachtspunten voor het opstellen van de Begroting 2026 opgenomen: Ramingen Dienst Gezondheid en Jeugd De lasten van de jeugdzorg laten afgelopen jaren een stijgende trend zien die losstaat van de prijsindexatie, de zogenaamde volumegroei.
Dit kan het gevolg zijn van meer jeugdigen die zorg nodig hebben maar ook door langere of zwaardere trajecten. Het is als gemeente belangrijk om te weten of afgelopen jaren sprake is geweest van deze volumegroei zodat deze trend ook meegenomen kan worden in de meerjarenraming. Hierdoor geeft de meerjarenraming een zo realistisch mogelijk beeld van de ontwikkeling van lasten. Met de DG&J is in het verleden afgesproken dat de volumestijging niet in de meerjarenraming hoeft te worden verwerkt zolang er vooraf ook geen rekening werd gehouden met financieel voordeel van nog te realiseren bezuinigingsmaatregelen (geen groei, geen maatregelen). Het niet opnemen van de volumestijging is namelijk al een nog te realiseren bezuiniging. Wij hebben echter vernomen dat
4/7
de gemeenten nu een optie hebben om uitgebreide maatregelen ter verlaging van de kosten op te nemen in de begroting en meerjarenraming. Hiermee willen we u erop attenderen dat deze bezuinigingen bovenop het niet opnemen van volumegroei komen. Daarmee verwerkt u een dubbele bezuiniging in de meerjarenraming. Wij wijzen u erop dat u verantwoordelijk bent voor het zo realistisch mogelijk ramen van de lasten en dat u dit moet kunnen onderbouwen. Dat betekent een raming van de lasten in de meerjarenraming inclusief volumegroei en een goede onderbouwing van nog te realiseren bezuinigingen. Bezuinigingen Uw gemeente heeft een aantal voorgenomen bezuinigingen voor de begroting 2026-2029 opgenomen in de kadernota. Om bezuinigingen als reëel te kunnen aanmerken, dienen zij goed onderbouwd te zijn. … Een deel zal in aanloop naar de begroting nadere concretisering vragen. Doordat bezuinigingen een bepaalde onzekerheidsmarge hebben adviseren wij u om deze goed te blijven monitoren en indien nodig bij te stellen of zelfs op zoek te gaan naar alternatieve dekkingsmiddelen.
De provincie plaatst een kanttekening bij de Begroting 2026 van de DG&J in relatie tot de (lokale) besparingen die wij op dit onderdeel in onze begroting hebben opgenomen. De provincie ziet risico’s in het feit dat in de begroting van DG&J géén groei is opgenomen, terwijl wij wél besparingen hebben verwerkt. Door de verhoging van het budget voor jeugdhulp anticiperen wij op deze kanttekening van de provincie. Verder adviseert de provincie de bezuinigingen goed te monitoren en zonodig bij te stellen. Via de tussentijdse rapportages monitoren wij de voortgang van deze taakstellingen (zie ook kanttekening 1.2). Financiën Structurele begrotingssaldo 2026-2029 inclusief 1e, 2e en 3e begrotingswijziging 2026 De saldi uit de primaire Begroting 2026-2029 inclusief de uitkomsten van de Septembercirculaire 2025 (1e begrotingswijziging 2026), de ‘Versterking organisatie’ (2e begrotingswijziging 2026) en het ‘Uitvoeringsprogramma Mobiliteit’ (3 e begrotingswijziging 2026) geven het volgende beeld: (bedragen x €1 mln) Verloop structureel begrotingssaldo Structurele begrotingsaldi Begroting 2026 1e BW 2026: Septembercirculaire 2025 1e BW 2026: Inflatiecorrectie OZB 2024 (+0,6%) 1e BW 2026: Verlagen prijsindex 2026 (-/- 0,2%) 2e BW 2026: Versterking organisatie 3e BW 2026: Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Structurele saldo 2026-2029 incl wijziging
2026 0,0 1,4 0,1 0,2 -0,9 0,0 0,8
2027 -0,6 0,4 0,1 0,2 -0,7 0,0 -0,6
2028 -4,0 0,2 0,1 0,2 -0,8 0,0 -4,2
2029 -3,0 -0,1 0,1 0,2 -0,6 0,0 -3,4
Toelichting Hieronder treft u een nadere toelichting op bovenstaande structurele begrotingssaldi inclusief de begrotingswijzigingen 2026 (zie bijlage 3). 5/7
Structurele begrotingssaldi Begroting 2026 In het bovenstaand overzicht zijn de eindsaldi van de (primaire) Begroting 2026-2029 (bijlage 1) opgenomen. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de paragraaf ‘Algemeen financieel beeld’ in de begroting 2026. Septembercirculaire 2025 (1e begrotingswijziging 2026) In de Septembercirculaire is opgenomen dat voor jaarschijf 2026 de specifieke uitkering voor klimaat- en energiebeleid (€ 1,6 mln.) wordt vervangen door een decentralisatie uitkering (€ 2,7 mln.). In tegenstelling tot een specifieke uitkering is de decentralisatie-uitkering in 2026 (net als de algemene uitkering) beleids- en bestedingsvrij, vindt geen verantwoording aan het Rijk plaats en geldt ook geen terugbetalingsverplichting. Naar verwachting wordt in de meicirculaire 2026 duidelijk in welke uitkeringsvorm deze middelen vanaf 2027 aan gemeenten worden verstrekt en welke verantwoordingsplicht aan het Rijk dan van toepassing is. Wij stellen voor om de extra middelen in 2026 van € 1,1 mln. in te zetten voor biodiversiteit (€ 0,3 mln.) en een teammanager Duurzaamheid (€ 0,1 mln.) en de resterende middelen vrij te laten vallen ten gunste van het begrotingssaldo 2026 (€ 0,7 mln.). In 2026 wordt het programmaplan Duurzaamheid herijkt. Indien hieruit blijkt dat aanvullende middelen noodzakelijk zijn, dan nemen wij dat op in de Kadernota 2027.
De septembercirculaire heeft een positief effect in de jaren 2026-2028 en een licht negatief effect in 2029. De mutaties zijn met name het gevolg van de actualisatie van maatstaven waarop de algemene uitkering per individuele gemeente wordt berekend. Wij verwerken deze uitkomsten in de 1e begrotingswijziging 2026. De actualisatie van de ‘Inflatiecorrectie ozb 2024’ en de ‘Verlaging prijsindex 2026’ (zie toelichting bij argument 4.1) is eveneens onderdeel van deze 1 e begrotingswijziging 2026. Versterking organisatie (2e begrotingswijziging 2026) De versterking van de organisatie bestaat uit een aantal structurele en incidentele formatie uitbreidingen (totaal ca. € 3 mln. à € 4 mln.). De extra kosten kunnen gedeeltelijk worden gedekt uit de middelen die wij van het Rijk ontvingen voor de compensatie van loon- en prijsstijging. In de Begroting 2026 is de indexatie van de lonen en prijzen in 2026 reeds verwerkt. De resterende middelen zetten wij in ter dekking. Daarnaast dekken wij de kosten onder andere uit subsidies, doorberekening aan derden (via anterieure overeenkomsten) en aan investeringen, verhoging van leges en houden wij vanaf 2028 rekening met efficiencyvoordelen als gevolg van procesoptimalisaties en het gebruik van slimme technologieën zoals AI.
Tot slot wordt in 2026 (€ 0,8 mln.) en 2027 (€ 0,5 mln.) een aantal tijdelijke formatie uitbreidingen gedekt uit de reserve Tijdelijke beleidsimpulsen. Per saldo bedragen de extra benodigde middelen voor de versterking van de organisatie € 0,9 mln. in 2026 aflopend tot € 0,6 mln. in 2029. De eerder in de begroting opgenomen taakstelling op personeel hebben wij laten vervallen, omdat dit niet in lijn is met de versterking van de organisatie. De financiële mutaties van de versterking van de organisatie verwerken wij in de 2e begrotingswijziging 2026. Voor de inhoudelijke toelichting verwijzen wij naar argument 1.5. Uitvoeringsprogramma Mobiliteit (3e begrotingswijziging 2026) De toelichting op de 3e begrotingswijziging 2026 treft u aan bij argument 1.6. 6/7
Communicatie Van de begroting 2026 wordt een infographic (‘begroting in 1 oogopslag’) opgesteld. Deze wordt gepubliceerd in het Kompas en op de website van de gemeente. Daarnaast wordt de begroting digitaal opgesteld in Tangelo. Deze digitale begroting is via de website toegankelijk voor inwoners, raadsleden etc. Tevens wordt met team Communicatie een persbericht opgesteld. Uitvoering Hieronder treft u het vervolgproces: Beeldvormende raad Oordeel/besluitvormende raad
dinsdag 28 oktober 2025 donderdag 13 november 2025
Bijlagen 1. Begroting gemeente Hoeksche Waard 2026-2029 2. 1e, 2e en 3e Begrotingswijziging 2026 3. Brief provincie ‘Tussenbericht Financieel toezicht 2025’
Aangeboden door, burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard
R.S.M. Heintjes Gemeentesecretaris a.i.
M. Witte burgemeester
7/7