CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Begroting 2024-2027 Hoeksche Waard-signed

Besluitvormende raad 9 november 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Alle stukken zoals beschikbaar voor behandeling tijdens deze vergadering2.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel Aan: Raad Van: Financieel advies en Control Zaaknummer: Z/23/216128 Documentnummer: DOC-23772247 Portefeuillehouder: wethouder Van der Wulp Datum: 10 oktober 2023 Onderwerp Begroting 2024 - 2027 Beslispunten: 1. De Begroting 2024 inclusief de 1e begrotingswijziging 2024 met de effecten van de Septembercirculaire 2023 en de 2e begrotingswijziging 2024 met de effecten van de nieuwe beleidsontwikkelingen en de dekkingsvoorstellen, vast te stellen 2. Kennis te nemen van de meerjarenraming 2025-2027 3. De investeringskredieten 2024 uit het investeringsoverzicht vast te stellen 4. De belastingen en tarieven voor 2024 te indexeren met 3,3% en tevens een inflatiecorrectie over 2022 voor de ozb door te voeren van 3,8% 5. De 21e begrotingswijzing 2023 met de effecten van de Mei-/Septembercirculaire 2023 voor jaarschijf 2023 vast te stellen. 6. In te stemmen met de verdiepingsonderzoeken voor toekomstige beleidskeuzes om daarmee financiële ruimte te creëren voor nieuw beleid en/of om tegenvallers te kunnen opvangen. 7. Een budget beschikbaar te stellen van € 230.000,00 voor de uitvoering van verdiepingsonderzoeken voor de motie beleidskeuzes en deze te dekken uit de reserve tijdelijke beleidsimpulsen en deze mutatie te verwerken in de 2e begrotingswijziging 2024.

Inleiding Met de behandeling van de Perspectiefnota 2024-2027 heeft de raad de uitgangspunten en kaders vastgesteld voor de Begroting 2024 – 2027. Jaarlijks biedt het college de begroting aan de raad aan voor de behandeling in november. Met de vaststelling van de begroting geeft de raad uiting aan het budgetrecht. Ambities uit het Collegeprogramma zijn opgenomen in de Begroting 2024-2027 In december 2022 heeft de raad het Collegeprogramma, de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord ‘Samen doordracht doen’, behandeld en de bijbehorende begrotingswijziging vastgesteld. De hieraan gekoppelde financiële middelen zijn onderdeel van de voorliggende Begroting 2024-2027. Inzet van de algemene reserve voor de dekking van de tijdelijke beleidsimpulsen versoepeld Als gevolg van de 'strengere' beleidsregels ten aanzien van de incidentele baten en lasten is het voor gemeenten moeilijker om reserves in te zetten, aangezien een onttrekking aan een reserve door de toezichthouders als een incidenteel dekkingsmiddel wordt beschouwd, terwijl de lasten van de activiteiten bijna altijd als structurele lasten worden beschouwd (structurele lasten is de regel, incidentele lasten de uitzondering). Na overleg met de provincie kon de Hoeksche Waard, gezien de forse vermogenspositie, de algemene reserve inzetten ter dekking van tijdelijke beleidsimpulsen (op basis van artikel 7.4 van het 1/6

Gemeenschappelijk financieel toezichtkader). Deze dekking uit de reserve voor tijdelijke beleidsimpulsen wordt door de provincie als structureel dekkingsmiddel beschouwd. Voorwaarde is wel dat de begroting structureel sluitend blijft in alle jaarschijven (met uitzondering van de 'ravijnjaren' 2026 en 2027), de inzet van de algemene reserve niet ten koste gaat van het weerstandsvermogen en de tijdelijke beleidsimpulsen een ‘einddatum’ hebben. Bij de behandeling van het Collegeprogramma in december 2022 zijn tijdelijke beleidsimpulsen opgenomen. Deze beleidsimpulsen zijn verwerkt in de voorliggende Begroting 2024. De toezichthouder heeft inmiddels, na overleg tussen de portefeuillehouder Financiën en de Gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, de spelregels ten aanzien van de dekking van de tijdelijke beleidsimpulsen enigszins versoepeld om de ‘wendbaarheid’ en ‘flexibiliteit’ van gemeenten te bevorderen. De activiteiten en de dekking uit de reserve voor tijdelijke beleidsimpulsen kunnen zonodig tussen verschillende jaarschijven worden ‘verschoven’ en eventueel kunnen nieuwe tijdelijke beleidsimpulsen worden toegevoegd. Wij monitoren de voortgang van deze beleidsimpulsen gedurende de reguliere P&C momenten. De Perspectiefnota 2024-2027 sloot met negatieve eindsaldi als gevolg van forse prijsontwikkelingen Op 6 juli 2023 is de Perspectiefnota 2024-2027 vastgesteld.

In deze Perspectiefnota waren onder meer de positieve effecten van de Meicirculaire 2023 en de nadelige effecten uit de Zomerrapportage 2023, met name als gevolg van de forse loon- en prijsstijgingen, op het actuele begrotingssaldo opgenomen. Daarnaast zijn in de Perspectiefnota enkele beleidsontwikkelingen benoemd, welke in dit voorliggende voorstel financieel zijn vertaald (bijlage 3). De Perspectiefnota sloot met negatieve eindsaldi. In de brief van de provincie ‘Tussenbericht Financieel toezicht 2023’ (zie bijlage 2) benadrukt de provincie dat ‘de saldi uit de perspectiefnota de noodzaak tot het maken van keuzes aangeven’. Met het dekkingsplan is de Begroting 2024-2027 structureel in evenwicht Tijdens de zomerperiode heeft het college de motie Beleidskeuzes nader uitgewerkt. In dit voorstel treft u de dekkingsvoorstellen (bijlage 4) om te komen tot een structureel sluitende begroting 2024-2027, rekening houdend met een toegestaan tekort in de jaren vanaf 2026 (zgn. ‘ravijnjaren). Beoogd effect De Begroting 2024 inclusief de effecten van de Septembercirculaire 2023 (1e BW 2024) en de nieuwe beleidsontwikkelingen en dekkingsvoorstellen (2e BW 2024) vaststellen. Argumenten 1.1 Jaarlijks biedt het college de begroting aan voor vaststelling van de begroting door de raad in november. Met de vaststelling van de begroting geeft de raad uiting aan het budgetrecht.

1.2 De Begroting 2024-2027 is in lijn met de Perspectiefnota 2024 In december 2022 heeft de gemeenteraad de begrotingswijziging behorende bij het collegeprogramma 2022-2026 vastgesteld. De financiële middelen zijn onderdeel van de voorliggende Begroting 2024-2027. In de Perspectiefnota 2024-2027 zijn enkele beleidsontwikkelingen benoemd. De kosten hiervan zijn inzichtelijk gemaakt. Hiervoor verwijzen wij naar de financiële paragraaf van dit voorstel. Deze nieuwe beleidsontwikkelingen verwerken wij in de Begroting 2024-2027 via de 2e begrotingswijziging 2024. 1.3 Ná het opstellen van de concept begroting is de Septembercirculaire 2023 gepubliceerd. Voor de uitkomst hiervan verwijzen wij naar de financiële paragraaf van dit voorstel. Deze uitkomst verwerken wij in de Begroting 2024 via de 1e begrotingswijziging 2024. 2/6

1.4 De begroting 2024 inclusief de 1e en 2e begrotingswijziging 2024 is structureel sluitend Voor het reguliere toezicht door de Provincie dient de Begroting 2024-2027 sluitend te zijn in alle jaarschijven 2024-2027. Tijdens de zomerperiode is de motie Beleidskeuzes uitgewerkt door het college. Om te komen tot een structureel sluitende begroting zijn diverse dekkingsvoorstellen opgenomen. Hiervoor verwijzen wij naar de financiële paragraaf van dit voorstel. Deze uitkomst verwerken wij in de Begroting 2024-2027 via de 2e begrotingswijziging 2024. Rekening houdend met het toegestane tekort (zie kanttekening 1.1) in de jaren vanaf 2026 (zgn. ‘ravijnjaren’) voldoet de begroting aan het toezichtkader van de provincie. 4.1 In de Septembercirculaire 2023 is de actuele raming van het CPB voor de indexering opgenomen. In de raad van 6 juli 2023 is Perspectiefnota 2024-2027 door de raad vastgesteld. Hierin zijn de ‘grondslagen/uitgangspunten’ voor het opstellen van de Begroting 2024-2027 opgenomen. Onderdeel hiervan is de indexering van de uitgavenbudgetten, de belastingen en de tarieven conform ‘Bruto Binnenlands Product’ (BBP). De raming van het Centraal Planbureau (CPB) in de meicirculaire 2023 bedroeg 3,0%. De primaire Begroting 2024-2027 is nog gebaseerd op deze uitgangspunten.

In de Septembercirculaire 2023, welke na het opstellen van de begroting is gepubliceerd, is de actuele raming van het BBP door het CPB bijgesteld naar 3,3%. Voor verhoging van deze index ontvangen wij via de Septembercirculaire 2023 een inflatievergoeding van het Rijk. In het kader van ‘realistisch ramen’ zetten wij deze middelen in om de indexering van de uitgavenbudgetten in de begroting te verhogen van 3,0% naar 3,3%. Deze bijstelling aan de uitgavenkant, de vergoeding van het Rijk en de bijstelling van de inkomsten (belastingen en tarieven) verloopt per saldo budgetneutraal. Dit betekent dat wij de actuele indexering ook toepassen voor de inkomsten door de belastingen en de tarieven te verhogen van 3,0% naar 3,3% om te voorkomen dat er een nadelig effect in de begroting ontstaat. In het Hoofdlijnenakkoord ‘Samen doordacht doen’ is het uitgangspunt de lokale lasten met maximaal de inflatiecorrectie te verhogen. Wij voldoen hiermee aan het uitgangspunt uit het Hoofdlijnenakkoord. Deze aanpassing van de indexering wordt via de 1e begrotingswijziging 2024 in de Begroting 2024-2027 verwerkt. 4.2 Het werkelijke inflatiecijfer in 2022 was significant hoger dan de indexering van de ozb in de begroting 2022 In het kader van ‘gezond financieel beleid’ stellen wij voor om in 2024 een ‘inflatiecorrectie OZB 2022’ van 3,8% door te voeren.

In de Begroting 2022 is een indexering op de baten en de lasten toegepast van 1,6%. Deze index was gebaseerd op de raming van het Centraal Planbureau (CPB) in de Meicirculaire 2021 voor ‘prijs Bruto Binnenland Product 2022’ (pBBP). In de bijgestelde raming van het CPB (kerngegevenstabel maart 2023) is het ‘pBBP 2022’ bijgesteld tot 5,4%. Met de inflatiecorrectie van 3,8% (5,4% -/- 1,6%) over 2022 wordt het verschil tussen werkelijke (hogere) inflatie en de in 2022 toegepaste (lagere) inflatie gecorrigeerd. Wij voeren deze correctie door omdat het werkelijke inflatiecijfer 2022 significant hoger is dan het geraamde inflatiecijfer over 2022. Hierdoor kunnen wij de daadwerkelijke uitgaven niet langer opvangen binnen de beschikbare budgetten in de begroting, omdat de prijzen van goederen en diensten meer zijn gestegen dan waar eerder rekening mee was gehouden (autonome ontwikkeling). De inflatiecorrectie ozb 2022 is opgenomen in bijlage 4 ‘Dekkingsvoorstellen’ en wordt via de 2e begrotingswijziging 2024 in de begroting verwerkt. Gezien bovengenoemde ontwikkeling zullen wij vanaf heden jaarlijks het verschil (achteraf) bepalen tussen enerzijds het (eerder) in de begroting toegepaste inflatiecijfer en anderzijds het daadwerkelijk gerealiseerde inflatiecijfer van het afgelopen boekjaar. Dit doen wij op basis de ramingen van het CPB van het pBBP.

Indien sprake is van verschillen tussen het in het voorgaande jaar toegepaste indexcijfer en het daadwerkelijk gerealiseerde indexcijfer (volgens CPB), dan verwerken wij dit verschil vervolgens in de begroting (tarieven) die ter vaststelling aan u wordt voorgelegd. 3/6

5.1 Het effect van de Mei- en Septembercirculaire 2023 voor jaarschijf 2023 dient via een separate begrotingswijziging 2023 in de Begroting 2023 te worden verwerkt. De effecten van de Meicirculaire 2023 voor de jaren 2024-2027 waren reeds opgenomen in de Perspectiefnota 2024-2027 en daarmee zijn ook verwerkt in de primaire Begroting 2024-2027. De effecten van de Septembercirculaire 2023 voor de jaren 2024-2027 worden in de begroting 2024 verwerkt via de 1e begrotingswijziging 2024. Het effect van de Meicirculaire 2023 voor jaarschijf 2023 (per saldo ca. € 2,1 mln. voordelig) dient formeel via een begrotingswijziging in 2023 in de Begroting 2023 te worden verwerkt. Vanwege de late publicatiedatum van de Meicirculaire nemen wij deze wijziging nu tegelijk mee met de wijziging van de Septembercirculaire. Overigens is mutatie in de Septembercirculaire voor jaarschijf 2023 nagenoeg nihil. Wij verwerken de uitkomsten van de Mei-/Septembercirculaire 2023 voor jaarschijf 2023 in de Begroting 2023 via de 21e begrotingswijziging 2023. 6.1 De structurele begrotingsruimte is beperkt Het beleid en de financiën van gemeenten worden beïnvloed door constant veranderende maatschappelijke ontwikkelingen. Er zijn de nodige onzekerheden, (maatschappelijke) ontwikkelingen en Rijksopgaven die boven de markt hangen en op ons afkomen de komende jaren.

Duidelijk is wel dat de financiële ruimte voor nieuwe ambities (beleid) dan wel voor het opvangen van eventuele tegenvallers beperkt is en dat er bovendien nog geen duidelijkheid is van het Rijk over de zogenoemde "ravijnjaren" vanaf 2026, waarin alle gemeenten in Nederland aanzienlijk minder middelen ontvangen van het Rijk. Verder zijn de onzekerheden groot. Economische ontwikkelingen, zoals inflatie, hebben impact op iedereen en dus ook op onze eigen begroting. Wij zullen deze ontwikkelingen nauwlettend blijven monitoren. Parallel aan het begrotingstraject is uitwerking gegeven aan de motie beleidskeuzes. Het college heeft hierbij alle budgetten nader onderbouwd en ombuigingsmogelijkheden in beeld gebracht. Het college kijkt hierbij nadrukkelijk naar mogelijkheden om (op termijn) ruimte te creëren in de begroting om alternatieve keuzes mogelijk te maken en/of om tegenvallers op te vangen. Dit alles gebeurt uiteraard in nauwe samenwerking met de gemeenteraad. Hierbij wordt kritisch gekeken of ons beleid mogelijk anders georganiseerd kan worden. Op deze wijze kunnen we ook op de lange termijn een goede balans blijven creëren tussen enerzijds onze maatschappelijke opgaven / gemeentelijke taken en anderzijds gezonde gemeentefinanciën. Voor het sociaal domein, de fysieke ruimte, de organisatie, de gemeenschappelijke regelingen en de

vastgoedportefeuille is een verdiepende analyse en afweging noodzakelijk om tot beleidskeuzes te komen. In bijlage 5 is dit verder toegelicht. Door dergelijke trajecten tijdig op te pakken, wordt de kans verkleind dat er in de toekomst stevige bezuinigingen nodig zijn. 7.1 De kosten gaan voor de baten uit In combinatie met de reeds uitgevoerde analyses, gaan de verdiepingsopdrachten in het kader van de motie beleidskeuzes helpen bij het maken van toekomstige beleidskeuzes. Voor de verdiepingsopdrachten subsidies (€ 60.000), gemeentehuizen (€ 100.000) en het maatschappelijke vastgoed (€ 70.000) zijn extra middelen nodig.

4/6

Kanttekeningen 1.1 Nog onduidelijkheid over Rijksmiddelen vanaf 2026 (‘ravijnjaren’) Alle gemeenten in Nederland ontvangen vanaf 2026 minder geld van het Rijk (zgn. 'Ravijnjaren'). Mede als gevolg van de val van het kabinet is er nog steeds onduidelijkheid over de Rijksmiddelen vanaf 2026. De VNG heeft in haar ledenbrief geadviseerd om de tekorten in deze 'Ravijnjaren' zichtbaar op te nemen in de begroting. De VNG treedt hiervoor in overleg met het Rijk. Voor de Begroting 2024 geldt dat de toezichthouders (provincies) voor deze jaren een tekort accepteren (voor de Hoeksche Waard € 11,8 mln.). 1.2 Als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen kunnen budgetten onder druk komen te staan De inflatie blijft naar verwachting dit jaar en komend jaar nog hoog. Als deze loon- en prijsontwikkeling groter is dan de indexatie van de budgetten in de begroting om deze inflatie op te vangen, dan komen de budgetten verder onder druk te staan. Financiën Structurele begrotingssaldo 2024-2027 inclusief 1e en 2e begrotingswijziging 2024 De saldi uit de primaire Begroting 2024-2027 inclusief de uitkomsten van de Septembercirculaire 2023 (1e begrotingswijziging 2024) en de effecten van de nieuwe beleidsontwikkeling en het dekkingsplan (2e begrotingswijziging 2024) geven het volgende beeld: (bedragen x €1 mln)

Begrot ingssal do 2024-2027 A. Begrot ing 2024-2027 B. Sept embercirculaire 2023 (1e BW 2023)

2024

2025

2026

2027

Begrot ingssal do incl Sept embercircul aire 2023 (1e BW 2024)

-0,9 -0,5 -1,4

-0,8 -0,5 -1,3

-12,4 -0,6 -12,9

-13,2 1,3 -11,9

C. Nieuw e beleidsont w ikkelingen (2e BW 2024) D. Ombuigingen (2e BW 2024) Begrot ingssal do 2024-2027 incl 1e en 2e BW 2024

-1,0 2,4 0,0

-1,2 2,8 0,3

-1,3 2,9 -11,3

-1,2 3,0 -10,1

E. Provincie accept eert ihkv het t oezicht een t ekort van 11,8 mln vanaf 2026 ('Ravijnjaren')

11,8

11,8

0,5

1,7

Toelichting A. Begroting 2024-2027 In het bovenstaand overzicht zijn de eindsaldi van de Begroting 2024-2027 (bijlage 1) opgenomen. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de paragraaf ‘Algemeen financieel beeld’ in de begroting. B. Septembercirculaire 2023 De Septembercirculaire heeft een negatief effect in de jaren 2024-2026 onder meer als gevolg van de bijstelling van de WOZ waarden op basis van de septemberramingen van het SVHW en een lagere realisatie van het aantal woningen in 2023, hetgeen een (negatieve) structurele doorwerking heeft. In 2027 is het effect positief als gevolg van de nieuwe financieringssystematiek van het Rijk (indexering op basis van BBP in plaats van het ‘accres’). Het Rijk voegt bij de Septembercirculaire 2023 extra middelen toe aan gemeentefonds ter compensatie van de index voor lonen (6,7%) en prijzen (3,3%). Deze stijging is hoger dan de index voor lonen (5,2%) en prijzen (3,0%) in de meicirculaire 2023. Wij dienen deze middelen conform de richtlijnen van de toezichthouder in te zetten ter compensatie van de hogere indexatie voor lonen (+1,5%) en prijzen (+0,3%) 5/6

aan de lastenkant. Per saldo neutraal, mits aan de batenkant de indexering voor de inkomsten (ozb/tarieven/huren etc.) ook wordt bijgesteld met 0,3% tot 3,3% (in plaats van 3,0%). Zie hiervoor argument 4.1 in dit voorstel. C. Nieuwe beleidsontwikkelingen In bijlage 3 is een overzicht van de nieuwe beleidsontwikkelingen inclusief toelichting opgenomen. D. Dekkingsvoorstellen In bijlage 4 is een overzicht van de dekkingsvoorstellen inclusief toelichting opgenomen. E. Geaccepteerd tekort De toezichthouder provincie accepteert vanaf 2026 een tekort van € 11,8 mln. Zie kanttekeningen 1.1. Begrotingswijzigingen Wij verwerken de uitkomsten van de Septembercirculaire 2023 in de Begroting 2024-2027 via de 1e begrotingswijziging 2024 en de effecten van de nieuwe beleidsontwikkelingen en de dekkingsvoorstellen in de 2e begrotingswijziging 2024 (bijlage 6). De uitkomst van de Mei- en Septembercirculaire 2023 voor jaarschijf 2023 verwerken wij via de 21e begrotingswijziging 2023 in de Begroting 2023 (bijlage 6). Zie argument 5.1 voor een nadere toelichting. Communicatie Van de begroting 2024 wordt een infographic opgesteld. Deze wordt gepubliceerd in het Kompas en op de website van de gemeente. Daarnaast wordt de begroting digitaal opgesteld in Tangelo. Deze digitale begroting is via de website toegankelijk voor inwoners, raadsleden etc.

Uitvoering Het vervolgproces is als volgt: Beeldvormende raad: technische briefing raad Oordeel/besluitvormende raad

dinsdag 24 oktober 2023 donderdag 9 november 2023

Bijlagen 1. Begroting gemeente Hoeksche Waard 2024-2027 2. Brief provincie ‘Tussenbericht Financieel toezicht 2023’ 3. Overzicht nieuwe beleidsontwikkelingen 4. Overzicht dekkingsvoorstellen 5. Toelichting verdiepingsopdrachten 6. 1e en 2e Begrotingswijziging 2024 en 21e begrotingswijziging 2023

Aangeboden door, burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard C. Rijnberg secretaris

ValidSigned door Cees Rijnberg op 13-10-2023

P. Boogaard loco-burgemeester 6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13340171/1