CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Begroting 2022-2025 Hoeksche Waard g

Beeldvormende bijeenkomst 26 oktober 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Begroting 2022 gemeente Hoeksche Waard3.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel Aan: Raad Van: Financieel advies en Control Zaaknummer: Z/21/116866 Documentnummer: DOC-21464239 Portefeuillehouder: Piet van Leenen Datum: 8 oktober 2021 Onderwerp Begroting 2022 - 2025 Beslispunten: 1. De Begroting 2022 vast te stellen 2. Kennis te nemen van de meerjarenraming 2023-2025 3. De investeringskredieten 2022 uit het investeringsoverzicht vast te stellen 4. De 1e begrotingswijziging 2022 vast te stellen met de effecten van de actuele ontwikkelingen Inleiding Met de behandeling van de perspectiefnota heeft de raad de uitgangspunten en kaders vastgesteld die als basis dienen voor en uitgewerkt zijn in de Begroting 2022 – 2025 (zie bijlage 1). Jaarlijks biedt het college tijdig, voor vaststelling van de begroting door de raad in november, de begroting aan. Met de vaststelling van de begroting geeft de raad uiting aan het budgetrecht. Doorontwikkeling begroting Vorig jaar is gestart met de (door)ontwikkeling van de begroting richting een begroting, die qua indeling en opzet aansluit bij de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente Hoeksche Waard en waarbij de maatschappelijke opgaven zoveel mogelijk zijn uitgewerkt in strategische en operationele doelen, waar mogelijk gekoppeld aan normen.

Bij deze ontwikkeling is ook aandacht voor passende sturings- en beheersingsinformatie (P&C-cyclus en -documenten) gericht op het realiseren van (strategische) doelen die de organisatie heeft vastgesteld. De doorontwikkeling van de begroting is een proces dat over meerdere jaren uitgewerkt wordt. Voor deze ontwikkeling moet de organisatie een ontwikkelingstraject doorlopen om deze uitwerking in de programma’s te kunnen realiseren. De raad is het afgelopen jaar, in overleg met de auditcommissie, meegenomen in deze ontwikkeling. De organisatie heeft de afgelopen maanden bij het opstellen van de Begroting 2022 verdere stappen gezet richting het uitwerken en presenteren van de begroting meer op hoofdlijnen, focus op speerpunten en concrete doelen en daar waar mogelijk aangesloten bij de programmaplannen. Dit is ook zichtbaar door één tabel te presenteren waarin is opgenomen: Wat willen we bereiken en wat gaan we er voor doen. Deze ontwikkeling is afgestemd met de auditcommissie. 1/11

2/11

De Begroting 2022-2025 is structureel in evenwicht Op 6 juli 2021 stelde de gemeenteraad unaniem de Perspectiefnota 2022-2025 vast. De Perspectiefnota was structureel sluitend vanaf jaarschijf 2024. Het structurele begrotingssaldo van de voorliggende begroting is (nagenoeg) ongewijzigd ten opzichte van Perspectiefnota 2022. In deze begroting zijn de nieuwe beleidsvoornemens uit de Perspectiefnota verwerkt. De Begroting 2022-2025 is structureel sluitend vanaf jaarschijf 2024: (bedragen x €1 mln) Structureel begrotingssaldo Structureel begrotingssaldo 2022-2025

2022 -0,9

2023

2024

-1,0

2025

0,1

1,3

Ná het opstellen van de begroting 2022-2025 zijn enkele belangrijke ontwikkelingen te noemen die een belangrijk effect op het structurele begrotingssaldo 2022-2025 kunnen hebben. In dit voorstel worden deze actuele ontwikkelingen en de kansen/risico’s nader toegelicht. De effecten hiervan op het structurele begrotingssaldo 2022-2025 zijn opgenomen en toegelicht bij het onderdeel “Financiën”. Beoogd effect Een structureel sluitende begroting waarin de opgaven en doelen voor het komende jaar en komende jaren zijn opgenomen als uitwerking van de kaders die de raad met de Perspectiefnota 2022 heeft vastgesteld. Argumenten 1.1 Er is een aantal actuele ontwikkelingen te noemen, welke wij verwerken via de 1 e begrotingswijziging 2022 Ná het opstellen van de begroting 2022-2025 zijn nog enkele belangrijke ontwikkelingen te noemen die een belangrijk effect hebben op het structurele begrotingssaldo 2022-2025. Wij verwerken deze actuele ontwikkelingen via de 1e begrotingswijziging 2022. Het betreft: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Uitkomsten Septembercirculaire 2021 Extra Rijksmiddelen Jeugdhulp Deelnemersbijdrage Jeugdhulp aan GR Dienst Gezondheid en Jeugd Voortzetten praktijkondersteuning huisartsen/ voortgezet onderwijs Verwachte besparingen Jeugdhulp Kostenontwikkeling WMO Indexeren subsidies

1. Uitkomsten Septembercirculaire 2021 De uitkomsten van de Septembercirculaire 2021 zijn van invloed op het structurele begrotingssaldo 2022-2025: (bedragen x €1 mln) Septembercirculaire 2021 Eff ecten Septembercirculaire 2022-2025

2022 3,6

2023 1,6

2024 1,3

2025 1,5

3/11

Het positieve effect is met name het gevolg van een positief accres. Als het Rijk meer geld uitgeeft, ontvangen gemeenten op basis van het principe ‘trap op, trap af’ ook meer middelen (en vice versa). Daarnaast vervalt in jaarschijf 2022 de opschalingskorting (korting die het Rijk doorvoerde op het gemeentefonds vanwege de afname van het aantal gemeenten). Wij verwerken de uitkomsten van de Septembercirculaire 2021 voor de jaren 2022-2025 in de Begroting 2022-2025 via de 1e begrotingswijziging 2022. 2. Extra Rijksmiddelen Jeugdhulp Uit het AEF rapport is gebleken dat de middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor Jeugdhulp niet toereikend zijn. Het Kabinet heeft besloten om op basis van de uitspraak van de arbitragecommissie in 2022 € 1,3 mld. extra beschikbaar te stellen. Over de bedragen vanaf 2023 zal het nieuwe kabinet besluiten. Het Rijk en de VNG hebben afspraken gemaakt over een Hervormingsagenda voor het Jeugdhulpstelsel. Afgesproken is dat gemeenten, vooruitlopend op de besluitvorming door het nieuwe kabinet, in de jaren 2023-2025 extra rijksmiddelen in hun begroting mogen opnemen van maximaal 75% van de bedragen uit de Hervormingsagenda (‘75%-richtlijn’). Hieruit kunnen gemeenten de geraamde lasten voor de jeugdhulp voorlopig dekken.

Overigens wordt ervan uitgegaan dat gemeenten zelf ook kostenbesparende maatregelen treffen, waardoor de extra Rijksmiddelen voor jeugdhulp vanaf 2023 jaarlijks zullen afnemen. Via de Septembercirculaire ontvangen wij extra Rijksmiddelen voor Jeugdhulp. De financiële effecten zijn opgenomen bij het onderdeel ‘Financiën’. 3. Deelnemersbijdrage aan de GR Dienst Gezondheid en Jeugd (DGJ) Op 8 juli 2021 zijn de deelnemende gemeenten in de DGJ via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de kostenontwikkeling van de jeugdhulp in 2021. In het raadsvoorstel over de 1e bestuursrapportage 2021 van DGJ (raadscyclus oktober 2021) wordt aangekondigd dat DGJ in het voorjaar van 2022 bij de tweede bestuursrapportage 2021 een begrotingswijziging voor 2022 voorlegt inclusief een geactualiseerd meerjarenperspectief 2023-2025. In de brief ‘Tussenbericht Financieel Toezicht 2021’ van de provincie Zuid-Holland van 21 september 2021 (zie bijlage 2) wijst de toezichthouder op de raadsinformatiebrief van DGJ van 8 juli 2021 over de kostenstijging en vraagt ons om hierop te anticiperen in de begroting 2022. Wij stellen voor om (een deel van) de extra rijksmiddelen Jeugdhulp, die wij bij de Septembercirculaire 2021 ontvangen (zie onderdeel ‘2. Extra Rijksmiddelen jeugdhulp), te ‘reserveren’ voor jeugdhulp.

Zodra de meerjarige kostenontwikkeling voor de jeugdhulp in de 2e bestuursrapportage 2021 van DGJ bekend is (inclusief het effect van het vervallen van de solidariteit) dekken wij de hieruit voortvloeiende hogere deelnemersbijdrage aan DGJ uit de hiervoor ‘gereserveerde’ middelen Jeugdhulp. 4. Voortzetten praktijkondersteuning huisartsen/ voortgezet onderwijs Vanaf 2019 is gestart met de pilot huisartsen. Een jeugdprofessional GGZ (JGGZ) van het jeugdteam draait mee in de huisartsenpraktijk. Door de POH JGGZ toe te voegen aan het team van de huisartsenpraktijk worden cliënten laagdrempelig en snel geholpen en komen zij dankzij een uitgebreide analyse direct terecht bij de juiste (jeugdhulp)voorziening of is verdere verwijzing zelfs overbodig. Escalatie en onnodige inzet van (dure) SGGZ wordt hiermee voorkomen. Op dit moment zitten wij in de Hoeksche Waard op 71% inzet bij de huisartsen. Wij willen dit naar 100% brengen vanwege de sterke financiële en inhoudelijke meerwaarde. 4/11

Op elke VO-school in de Hoeksche Waard is frequent een jeugdprofessional, schoolmaatschappelijk werker en jeugdverpleegkundige/jeugdarts aanwezig. Door de intensieve samenwerking worden problemen vroegtijdig gesignaleerd en integraal opgepakt. Crisissituaties komen daardoor (bijna) niet meer voor en deze samenwerking heeft daarbij als effect dat zorg mijdende gezinnen toch worden toe geleidt naar zorg. Dure zorg vanuit de veiligheidsketen en crisiszorg kunnen hiermee met enige regelmaat voorkomen worden.

5. Verwachte besparingen Jeugdhulp We zijn binnen het hele jeugddomein de kanteling stapsgewijs aan het doorvoeren om zorg lokaal, laagdrempelig, tijdig en kostenbewust te organiseren. Dit omdat de mogelijkheden tot sturing op zowel kwaliteit, samenwerking en kostenbeheersing vooral mogelijk zijn binnen de lokale structuren. Middelen naar de voorkant, kostenbewust werken en normaliseren en de inzet van jeugdprofessionals binnen het VO en bij de huisartsenpraktijken zijn voorbeelden van lokale interventies om als gemeente meer grip te krijgen op de jeugdhulp in zijn geheel. Koersvast investeren in het verstevigen van de lokale (jeugd)zorg laat de eerste besparingen zien en dit zal naar realistische verwachting in de komende jaren steeds verder doorzetten. 6. Kostenontwikkeling Wmo Er komen meer en complexere vragen bij de gemeente terecht, onder meer het gevolg van: - De invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage Wmo in 2019 (was tot die tijd inkomensafhankelijk) werkt structureel door - De vergrijzing: Een toename van inwoners van 75+ in de Hoeksche Waard en inwoners worden ook steeds ouder.

De behoefte aan zorg en ondersteuning neemt met het ouder worden toe) - Zo lang mogelijk thuis blijven wonen: De plaatsen voor zorg met verblijf zijn de afgelopen jaren flink afgebouwd en dus moeten mensen langer thuis blijven wonen, ook als zij veel zorg en ondersteuning nodig hebben. De criteria voor bijvoorbeeld een WLZ indicatie zijn aangescherpt en dus komen mensen hier minder snel voor in aanmerking. Veel mensen willen ook thuis blijven wonen en zijn dan dus aangewezen op Wmo voorzieningen. De beleidsvrijheid voor gemeenten is beperkt en effecten van preventieve inzet betalen zich pas op langere termijn uit. Daarnaast zien we overall tariefstijgingen binnen de Wmo. Deels als gevolg van corona, bijvoorbeeld bij hulpmiddelen en woningaanpassingen en deels als gevolg van de nieuwe aanbestedingen, waarbij gemeenten op grond van de AMvB kostendekkende tarieven moeten aanbieden. 7. Indexeren subsidies In de Begroting 2022 is in het kader van ‘realistisch ramen’ (zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2022, onderdeel ‘dekkingsmiddelen’) geen prijsindexatie doorgevoerd op de uitgavenbudgetten. Eerder waren in de Begroting 2020 de uitgavenbudgetten in 2022 (ten opzichte van de budgetten in 2021) reeds met 1,5% verlaagd (om uiteindelijk tot een besparing op de uitgavenbudgetten te komen van totaal 3%: 0,5% in 2020; 1,5% in 2021 en 3% in 2022).

Indien de subsidies in de Begroting 2022 niet worden geïndexeerd heeft dit als effect dat de subsidies dalen in 2022 met 1,5% (ten opzichte van 2021).

5/11

Om te voorkomen dat de ‘generieke maatregel’ (het niet indexeren van uitgavenbudgetten in de Begroting 2022) onze maatschappelijke instellingen raakt, stellen wij voor om de subsidiebudgetten alsnog te indexeren met 1,6%. Hiermee wordt als het ware de eerdere maatregel uit de Begroting 2020 (-/- 1,5%) gecompenseerd door de indexering van de subsidiebudgetten in de Begroting 2022 (1,6%), waardoor de subsidiebudgetten per saldo (0,1%) niet dalen. Het benodigde budget hiervoor bedraagt ca. € 0,2 miljoen.

6/11

Kanttekeningen 1.1 Er is nog een aantal onzekerheden, die (in de toekomst) van invloed kunnen zijn op het structurele begrotingssaldo, zowel in positieve zin (kansen) als in negatieve zin (risico’s). Hieronder worden de volgende kansen en risico’s nader toegelicht: 1. Herverdeling gemeentefonds 2. Extra Rijksmiddelen 3. Invoering omgevingswet 4. Harmonisaties 1. Herverdeling gemeentefonds De herverdeling van het gemeentefonds is uitgesteld tot 2023. Begin 2021 zijn de eerste indicatieve herverdeeleffecten gepubliceerd. Hierover is veel discussie ontstaan, met name bij de ‘nadeelgemeenten’. Omdat deze publicatie van de indicatieve herverdeeleffecten was gebaseerd op oude cijfers uit 2017 van de voormalige gemeenten in de Hoeksche Waard en omdat de herindeling per 2019 substantiele gevolgen kon hebben, konden wij aan deze cijfers nog geen inzicht ontlenen. In augustus 2021 zijn nieuwe voorlopige cijfers gepubliceerd, nadat de herverdeling op onderdelen is aangepast. Deze nieuwe voorlopige cijfers zijn gebaseerd op de cijfers uit 2019 (na de herindeling). In de eerste publicatie van de herverdeeleffecten (begin 2021) kregen gemeenten met een slechte sociale structuur minder geld en gemeenten met een goede sociale structuur meer geld. De voorstellen uit augustus 2021 zijn andersom.

Daarin krijgen gemeenten met een slechte sociale structuur meer geld en gemeenten met een goede sociale structuur minder geld. Op basis van de voorlopige cijfers uit 2019 en het geschetste ingroeipad (max herverdeeleffect van €15 per inwoner per jaar) is het voorlopige herverdeeleffect voor de Hoeksche Waard globaal -/- € 1,3 mln. in 2023, -/- € 2,6 mln. in 2024 en -/- € 3,9 mln. vanaf 2025. Het is van belang te benadrukken dat sprake is van voorlopige effecten. Na definitieve besluitvorming door het nieuwe kabinet over de invoering van het verdeelvoorstel zal met de dan bekende gegevens nog een actualisatie plaatsvinden naar 1 januari 2023, het beoogde moment van invoering van de nieuwe verdeling. Deze laatste actualisatieslag zal inzicht geven in de definitieve herverdeeleffecten voor gemeenten. De definitieve herverdeeleffecten worden naar verwachting opgenomen in de meicirculaire 2022 en dienen te worden verwerkt in de volgende Begroting 2023-2026. 2. Extra Rijksmiddelen Uit diverse onderzoeken, onder andere het Berenschot onderzoek ‘Roeien met te korte riemen’, blijkt dat de middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld niet toereikend zijn om alle taken uit te kunnen voeren. In dit Berenschotrapport worden gemeenten tevens gewaarschuwd om herhaling in de toekomst te voorkomen (bij nieuwe taken eerst voldoende Rijksmiddelen).

Op dit moment is bijvoorbeeld nog niet duidelijk of gemeenten (voldoende) middelen van het Rijk

7/11

ontvangen om de (nieuwe) taken op het gebied van Duurzaamheid en de Omgevingswet (zie ook punt 3 hieronder) uit te kunnen voeren. Vanuit de VNG en gemeenten is veel druk uitgeoefend op het Rijk om extra middelen beschikbaar te stellen. Zo hebben de gemeenten onder meer ook tijdens het VNG congres een motie aangenomen, waarin als randvoorwaarde wordt gesteld dat eerst ‘de totale koek moet worden vergroot’ voordat de VNG instemt met de herverdeling van het gemeentefonds, zodat het effect van de herverdeling voor alle gemeenten ‘beheersbaar’ blijft. Er is bijvoorbeeld veel weerstand tegen de zogenaamde opschalingskorting die het Rijk heeft doorgevoerd op het gemeentefonds, omdat gemeenten als gevolg van herindelingen met minder middelen zouden kunnen volstaan. Het beleid voor opschaling naar 100.000+ gemeenten is losgelaten door het Rijk, terwijl de korting wel is gehandhaafd. Gemeenten willen dat deze opschalingskorting komt te vervallen, waardoor meer middelen overblijven in het gemeentefonds. Voor de jaren 2020-2022 heeft het Rijk de opschalingskorting incidenteel laten vervallen. Vooralsnog is onduidelijk of en zo ja hoeveel structurele rijksmiddelen gemeenten extra ontvangen. De besluitvorming hierover is aan het nieuwe kabinet. 3.

Invoering Omgevingswet De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging hebben gevolgen voor de gemeentelijke taken en in verband daarmee ook voor de legesinkomsten. Onder de Omgevingswet veranderen de bestemmingsplannen in Omgevingsplannen waarin gemeenten met betrekking tot vergunningplicht meer keuzevrijheid hebben. Afhankelijk van de keuzes die we maken zullen we op termijn € 0,3 miljoen tot € 2,0 miljoen minder legesinkomsten ontvangen. Onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gaat de bouwtechnische toetsing en het bouwtechnisch toezicht naar de markt. Hierdoor vervallen bij inwerkingtreding van de wet de legesinkomsten die we voor deze werkzaamheden ontvangen. Dit kan leiden tot € 0,25 miljoen minder legesinkomsten. Er komen andere werkzaamheden voor in de plaats die we niet via leges kunnen verhalen. Te denken valt aan toezicht en handhaving, het behandelen van meldingen en het geven van informatie. Als gemeente zijn we het bevoegd gezag en daarmee verantwoordelijk voor de uitoefening van deze nieuwe taken. In het Berenschotrapport ‘Roeien met te korte riemen’ is opgenomen dat gemeenten onvoldoende middelen van het Rijk ontvangen om haar taken uit te voeren en is ook de waarschuwing opgenomen om herhaling bij de Energietransitie en de Omgevingswet te voorkomen.

Op dit moment is het nog onduidelijk wanneer de Omgevingswet wordt ingevoerd (in ieder geval uitgesteld tot 1 juli 2022) en in welke mate de derving van de legesinkomsten kan worden opgevangen met kostenbesparende maatregelen of compensatie vanuit het Rijk. 4. Harmonisaties Ook in 2022 worden nog enkele harmonisaties op verschillende beleidsterreinen uitgewerkt. Deze kunnen nog van invloed zijn op de financiële meerjarenraming. Op het moment dat de voorstellen voor deze harmonisaties zijn uitgewerkt, leggen wij deze, met de bijbehorende kostenplaatjes, ter besluitvorming aan u voor. Genoemde keuzes kunnen uiteraard leiden tot lastenverzwaringen die nog niet in de begroting zijn verwerkt, zoals bijvoorbeeld de harmonisatie van het beheer van de buitensportaccommodaties en bewegingsonderwijs. De risico’s vanwege de harmonisaties worden kleiner, nu het aantal harmonisaties wat nog moet worden doorgevoerd afneemt. 8/11

Middelen ‘achter de hand houden’ Gezien bovengenoemde kansen en risico’s achten wij het raadzaam om de komende periode middelen die vrijkomen niet in te zetten voor nieuw beleid, maar vooralsnog ‘achter de hand te houden’ in afwachting van de definitieve uitkomst van onder meer de herverdeling van het gemeentefonds. Voor de volgende Perspectiefnota 2023 beoordelen wij de actuele stand ten aanzien van deze ontwikkelingen en de mogelijke effecten hiervan op het structurele begrotingssaldo.

9/11

Financiën Structurele begrotingssaldo 2022-2025 ná actuele ontwikkelingen De Programmabegroting 2022-2025 sloot met structurele eindsaldi vanaf 2024. Na de verwerking van de effecten van de Septembercirculaire 2021 en de actuele ontwikkelingen (zie toelichting bij onderdeel ‘argumenten’) is het structurele begrotingssaldo 2022-2025 als volgt: (bedragen x €1 mln) Actuele ontwikkelingen

2022

2023

2024

2025

A. Structureel begrotingssaldo 2022-2025

-0,9

-1,0

0,1

1,3

Actuele ontwikkelingen 1. Uitkomsten Septembercirculaire 2021 2. Extra Rijksmiddelen J eugdhulp 3. Deelnemersbijdrage J eugdhulp aan GR Dienst Gezondheid J eugd 4. Voortzetten praktijkondersteuning huisartsen/ voortgezet onderw ijs *) 5. Verwachte besparingen J eugdhulp 6. Kostenontwikkeling WMO 7. Indexeren subsidies B. T otaal actuele ontwikkelingen

3,6 4,8 -3,4 -0,5 0,9 -0,9 -0,2 4,3

1,6 2,9 -2,7 -0,5 1,1 -0,9 -0,2 1,3

1,3 2,6 -2,4 -0,5 1,2 -0,9 -0,2 1,1

1,5 2,3 -2,4 -0,5 1,3 -0,9 -0,2 1,1

C. Structureel begrotingssaldo ná actuele ontwikkelingen (A+B)

3,4

0,3

1,2

2,4

*) In dit overzicht van het structurele begrotingsaldo is vanaf jaarschijf 2022 een structureel bedrag opgenomen. Het incidentele bedrag dat in jaarschijf 2022 w as opgenomen (obv de Perspectiefnota 2022) komt te vervallen.

Wij verwerken de effecten van de actuele ontwikkelingen voor de jaren 2022-2025 in de 1e begrotingswijziging 2022. De provincie gaf in haar brief ‘Tussenbericht Financieel Toezicht 2021’ van 21 september 2021 aan dat het meerjarenperspectief in de Begroting 2022-2025 vanaf de jaarschijf 2024 sluitend moet zijn (zie bijlage 2). Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de Begroting 2022-2025 inclusief de 1e begrotingswijziging 2022 structureel sluitend is vanaf jaarschijf 2022. Actuele kansen en risico’s In bovenstaand overzicht van het ‘Structurele begrotingssaldo ná actuele ontwikkelingen’ is nog geen rekening gehouden met de onzekerheden (kansen en risico’s), zoals deze zijn toegelicht bij het onderdeel ‘kanttekeningen’ in dit raadsvoorstel. Indien rekening wordt gehouden met de kansen en risico’s, dan is het beeld als volgt:

10/11

(bedragen x €1 mln) Kansen en risico's

2022

C. Structureel begrotingssaldo ná actuele ontwikkelingen

2023

2024

2025

3,4

0,3

1,2

2,4

Kansen en risico's 1. Herverdeling gemeentefonds (Algemene uitkering) 2. Extra Rijksmiddelen 3. Invoering omgevingswet 4. Harmonisaties D. T otaal kansen en risico's (excl PM)

PM PM 0,0

-1,3 PM PM PM -1,3

-2,6 PM PM PM -2,6

-3,9 PM PM PM -3,9

E. Structureel saldo incl kansen en risico's EXCL PM (C+D)

3,4

-1,0

-1,4

-1,5

Omdat op dit moment nog niet duidelijk is of en in welke mate gemeenten extra middelen van het Rijk ontvangen en wat de (exacte) effecten zijn van de invoering van de omgevingswet en de harmonisaties, zijn deze in dit overzicht benoemd en als ‘PM’ opgenomen. Uiteraard kunnen deze kansen en risico’s het structurele saldo nog beïnvloeden. Deze ontwikkelingen volgen wij nauwlettend. Gezien bovengenoemde kansen en risico’s achten wij het raadzaam om de komende periode middelen die vrijkomen niet in te zetten voor nieuw beleid, maar vooralsnog ‘achter de hand te houden’ in afwachting van de definitieve uitkomst van onder meer de herverdeling van het gemeentefonds. Voor de volgende Perspectiefnota 2023 beoordelen wij de actuele stand ten aanzien van deze ontwikkelingen en de mogelijke effecten hiervan op het structurele begrotingssaldo. Communicatie Van de begroting 2022 wordt een infographic opgesteld. Uitvoering Beeldvormende raad Oordeel/besluitvormende raad

dinsdag 26 oktober 2021 donderdag 4 november 2021

Bijlagen 1. Programmabegroting 2022 – 2025 5. Brief provincie ‘Tussenbericht Financieel toezicht 2021’ 6. 1e begrotingswijziging 2022 Aangeboden door, burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard B.W. Silvis-de Heer

11/11

A.P.J. van Hemmen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10700644/2