CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Reactie college op het Rekenkamerrapport Energieneutraal

Besluitvormende raad 16 februari 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Rekenkamerrapport 'Gemeente HW energieneutraal in 2040?3.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Aan: Gemeenteraad Van: College Zaaknummer: Z/19/009608 Documentnummer: 258502_1 Portefeuillehouder: Huibert Steen Datum: 27 januari 2021 Klik of tik om tekst in te voeren. Onderwerp Reactie college op onderzoek Rekenkamer Hoeksche Waard ‘Gemeente Hoeksche Waard in 2040 energieneutraal?’ Kennisnemen van Reactie college op onderzoek Rekenkamer Hoeksche Waard ‘Gemeente Hoeksche Waard in 2040 energieneutraal?’ Aanleiding Op verzoek van de gemeenteraad heeft de Rekenkamer Hoeksche Waard in 2020 onderzoek gedaan naar het klimaatbeleid van de gemeente. Onderzoeksbureau CE Delft heeft dit onderzoek uitgevoerd. Deze raadsinformatiebrief gaat in op de reactie van het college op de hieruit volgende rapportage ‘Gemeente Hoeksche Waard in 2040 energieneutraal?’. Algemene reactie college op het rekenkameronderzoek In zijn algemeenheid wil het college de Rekenkamer complimenteren met het gedegen onderzoek, de duidelijke conclusies en waardevolle aanbevelingen. Het college onderschrijft het nut van dergelijke onderzoeken en is blij dat de gemeenteraad hecht aan de verduurzaming van de Hoeksche Waard. Opgemerkt wordt dat het college betreurt dat de openbare publicatie van het rapport plaatsvond gedurende het proces van de besluitvorming van het Programmaplan Duurzaamheid.

Wij kunnen ons namelijk niet aan de indruk onttrekken dat dit tot verwarring heeft geleid bij de behandeling van het Programmaplan Duurzaamheid. Het college is voorstander van de in de Hoeksche Waard gebruikelijke procedure om vooraf een bestuurlijke reactie te vragen op onderzoeken van de Rekenkamer. Gelukkig is er alsnog voor gekozen om deze ruimte aan het college te bieden. De in het programmaplan Duurzaamheid geformuleerde doelen voor de opgave duurzaamheid zijn grotendeels nieuw. Duurzaamheid is een opgave die dwars door alle sectoren heen loopt met uitdagingen op verschillende gebieden. De investeringen die gedaan moeten worden, staan tegenover de baten die vaak elders vallen. Resultaten van kleinschalige pilotsmoeten vaak worden omgezet naar grootschalige projecten. Dit maakt de opgave duurzaamheid complex en tegelijk uitdagend met volop kansen voor innovaties. In de komende periode wil het college hier samen met andere partijen hard aan werken. Reactie van het college op de conclusies 1. De gemeente ligt in 2020 nog niet op koers om de doelstelling voor energieneutraliteit in 2040 te realiseren.

1/8

De Rekenkamer stelt vast dat de klimaatambities ambitieus zijn en dat de te behalen doelen over twintig jaar gerealiseerd dienen te zijn. Om energieneutraal te worden in 2040 zet de gemeente in op een combinatie van energiebesparing en opwekking van hernieuwbare energie. Als de gemeente haar besparingsdoel behaalt (25% energiebesparing in 2040), dient ze 5.700 TJ (een meeteenheid voor energiegebruik) aan hernieuwbare energie op te wekken om in 2040 energieneutraal te zijn. In 2020 is de opwek van hernieuwbare energie naar verwachting ruim 1.200 TJ. De eerste stappen zijn daarmee gezet. Er rest echter nog een flinke opgave, vooral als we in ogenschouw nemen dat met de huidige trends de doelstelling van 25% energiebesparing in 2040 niet wordt gerealiseerd. Het huidige concept RES-bod (2020) zal niet leiden tot een realisatie van extra grootschalige zon- en windparken in de Hoeksche Waard. Het bod bestaat voor het merendeel uit projecten die al zijn gerealiseerd of in de pijplijn zitten, en uit beoogde projecten voor zon-op-dak bij bedrijven en agrariërs. Meerdere gesprekspartners gaven daarom aan dat het bod van de gemeente ambitieuzer had kunnen zijn. Daarbij is het sterk de vraag of de gemeente met alleen lopende initiatieven energieneutraliteit in 2040 kan realiseren.

De gemeente is inmiddels gestart met het proces om te komen tot het ‘Uitvoeringsprogramma Hoeksche Waard Energieneutraal 2040’, voortvloeiend uit het Programmaplan Duurzaamheid. In dit uitvoeringsprogramma moet duidelijkheid komen over in welke mate in de Hoeksche Waard nog duurzame opwek moet plaatsvinden om in 2040 energieneutraal te zijn. Tevens zal uit de Transitievisie Warmte naar voren komen welke elektriciteitsvraag de warmtetransitie nodig heeft. Moeilijke (politieke) keuzes moeten dus nog worden gemaakt. De Rekenkamer is van mening dat deze keuzes op relatief korte termijn alsnog dienen te worden gemaakt. Omdat de realisatie van grootschalige parken, inclusief verzwaring van het elektriciteitsnet, ongeveer 10 tot 15 jaar duurt, zal de gemeente binnen 5 tot 10 jaar de keuzes moeten maken om het doel in 2040 te realiseren. Reactie college Het college herkent deze conclusie niet. De verduurzaming van de Hoeksche Waard is een opgave die elke inwoner, ondernemer en (maatschappelijke) organisatie raakt. Een opgave die alleen verder gebracht kan worden als er voldoende draagvlak is in de samenleving. De rol van de gemeente in deze transitieopgave is veelal stimulerend en faciliterend. Dit vraagt om een zorgvuldige aanpak vanuit de gemeente in een tempo dat past bij het tempo van de samenleving en de fase van de transitie.

Hierbij is ruimte in de tijd nodig voor innovaties die ons uiteindelijk bij het uiteindelijke doel brengt, een energie neutrale Hoeksche Waard in 2040. Het absorberend vermogen van de samenleving is minstens even belangrijk als het aantal concrete projecten en activiteiten dat de gemeente opstart of stimuleert. Het tempo van de transitie is voor een groot deel afhankelijk van het realiseren van een sluitende businesscase. In de eerste fase van projecten is dat veelal afhankelijk van financiële instrumenten van de overheid zoals bijvoorbeeld SDE-subsidies voor ontwikkelende partijen en bedrijven en de kleine (fiscale) regelingen voor particulieren. Ook is het wenselijk dat het tempo van de opwek van duurzame energie gelijk oploopt met de transitie van de verschillende sectoren en met de ontwikkeling van de benodigde energie infrastructuur. Het meer opwekken van duurzame energie dan er vraag is vanuit de Hoeksche Waard kan uiteraard, maar dan produceren we voor andere gemeenten.

2/8

Het college is van mening dat de Hoeksche Waard in vergelijking met andere gemeenten goed op weg is. Dit is ons ook gebleken uit de diverse gesprekken met andere regio’s in het kader van de RES-sen. Uiteraard is dit geen reden om het rustig aan te doen. De afgelopen jaren zijn de voorbereidingen getroffen, en procedures doorlopen, voor 28 windturbines verdeeld over 5 windparken en 1 zonnepark (Suiker Unie in Puttershoek). De meeste projecten zijn met relatief weinig weerstand vanuit de samenleving gerealiseerd, met het windpark Spui (bevoegd gezag: provincie Zuid-Holland) helaas als negatieve uitzondering. Een uitzondering, die echter wel impact heeft op het draagvlak dat nodig is voor de transitie. In het programmaplan duurzaamheid is mede daarom ervoor gekozen om geen nieuwe windparken meer te realiseren. Ten slotte plaatsen we graag een aantal nuanceringen bij de cijfermatige beschouwing op basis waarvan de conclusie getrokken wordt dat de Hoeksche Waard niet op koers ligt. Om daadwerkelijk conclusies te kunnen trekken, is een verdieping van de in het rapport genoemde 5700TJ noodzakelijk. Een fors deel van deze 5700TJ bestaat uit een energievraag die toe te schrijven is aan het vrachtvervoer over de A29 en de binnenvaart die op de wateren rondom de Hoeksche Waard vaart.

Daarnaast gaan de verschillende modellen ervan uit dat in 2040 een behoorlijk deel van de energievraag nog steeds fossiel is. Deze vraag kun je niet één op één omzetten naar noodzakelijke duurzame grootschalige opwek. Qua energieverbruik is een benzineauto bijvoorbeeld veel inefficiënter dan een elektrische auto. In het kader van het traject energieneutraal 2040 komt het college met een voorstel aan uw raad over de cijfermatige opgave. Periodieke bijstelling van de cijfers blijft echter in deze transitie een gegeven. 2. Partijen in de stuurgroep van de RES zijn tevreden over de samenwerking. Uit de interviews is gebleken dat de gesprekspartners in het algemeen positief zijn over de samenwerking met de gemeente. De provincie, het waterschap, de woningcorporatie en Stedin zijn allen positief over de samenwerking en expertise die bij de gemeente aanwezig is. Reactie college Het college ervaart ook een open en positieve houding van alle betrokken partijen en is hier blij mee. 3. Om de doelstelling van energieneutraliteit te realiseren is het essentieel dat het energiegebruik in de gebouwde omgeving wordt gereduceerd en verduurzaamd. Dit is een zeer grote opgave, waar de gemeente nog grotendeels aan moet beginnen. Veel van het beleid is nog niet geconcretiseerd.

Dit geldt voor de Transitievisie Warmte, de verduurzaming van de eigen organisatie en de intensivering van de handhaving op de energiebesparingsplicht in de Wet milieubeheer. De woningcorporatie speelt, met één derde van het woningbezit, een belangrijke rol in de verduurzaming. De gemeente heeft afspraken gemaakt met de corporatie om de woningvoorraad te verduurzamen. Het valt op dat de prestatieafspraken op het gebied van het hoofdstuk duurzaamheid/energietransitie, in vergelijking met andere gemeenten, zeer frequent worden gemonitord (vier keer per jaar). Er is een intensieve samenwerking tussen de corporatie en de gemeente, maar onduidelijk is wat de bijdrage is aan de gemeentelijke doelstellingen. De afspraken zouden voor wat de Rekenkamer betreft concreter mogen en kunnen, zodat er beter kan worden gemonitord op de doelstellingen in 2040. Reactie college Wij delen dat HW Wonen als enige corporatie en met een bezit van circa 1/3 van alle huizen in de Hoeksche Waard een belangrijke samenwerkingspartij voor de duurzaamheidsopgave. Met HW Wonen worden jaarlijks prestatieafspraken gemaakt waaronder over de verduurzaming. Als college zien we een positieve 3/8

grondhouding bij HW Wonen; zij doen zelfs meer dan met elkaar is afgesproken. Hierbij uiteraard wel rekening houdend met de belangrijkste randvoorwaarde, namelijk dat de woningen betaalbaar blijven voor de doelgroepen die bediend worden. Het punt van de monitoring van de verduurzaming van het bezit van de corporatie nemen wij graag mee bij de besprekingen van de prestatieafspraken in 2021. Het gaat dan met name over het verbinden van de informatie van HW Wonen en de monitoring- en sturingsinstrument die de gemeente aan het ontwikkelen is. 4. Het regionale energieloket is positief over de samenwerking met de gemeente en heeft waardering voor de expertise van de gemeente. Op initiatief van de gemeente organiseert het energieloket wijkaanpakken (zonnepanelen- en isolatieacties) en informatieavonden. Volgens het Regionaal Energieloket organiseert de Hoeksche Waard relatief veel projecten. De contacten met de beleidsmedewerkers zijn persoonlijk en prettig. Positief is dat in opdracht van de gemeente daarnaast een zakelijk energieloket is ontwikkeld. Het zakelijk Regionaal Energieloket is een website waar bedrijven terecht kunnen voor informatie over verduurzaming. Dit is voor zover wij weten nog in weinig andere gemeenten in Nederland gerealiseerd. Het is echter nog niet duidelijk wat de bijdrage is van dit beleid aan energieneutraliteit in 2040.

Reactie college Het college ervaart een positieve samenwerking met het Regionaal Energieloket. Hiermee heeft de verduurzaming van de Hoeksche Waard met de verschillende acties en wijkaanpakken een goede impuls gekregen. Regelmatig zijn hierover in de voortgangsrapportages richting de raad cijfers gedeeld. De Hoeksche Waard heeft als eerste gemeente in Nederland een Zakelijk Regionaal Energieloket gelanceerd. Bij de totstandkoming van dit loket is nauw samengewerkt met partijen als provincie Zuid-Holland, Omgevingsdienst ZHZ, Ondernemersvereniging Hoeksche Waard, LTO Noord (afdeling Hoeksche Waard), Stedin. Het loket is bekostigd vanuit het Gebiedsprogramma Hoeksche Waard (provincie/gemeente). Net als het loket voor de particuliere sector doet voor die sector, verwacht het college dat het zakelijke loket de komende jaren steeds nadrukkelijker een functie krijgt bij de verduurzaming van het bedrijfsleven. 5. De gemeente zet voor het verduurzamen van mobiliteit in op het faciliteren van elektrische oplaadpalen, aanleg van snelfietspaden, OV-infrastructuur en een werkgeversaanpak. Dit zijn logische beleidsmaatregelen die passen bij de rol van de gemeente. Veel van het beleid om mobiliteit te verduurzamen wordt echter op nationaal en Europees niveau ontwikkeld. Reactie college Het college deelt deze conclusie. 6.

Het concrete beleid op het thema klimaatadaptatie moet de gemeente nog ontwikkelen. De gemeente heeft in mei 2019 een stresstest laten uitvoeren om inzicht te krijgen in de belangrijkste knelpunten in de Hoeksche Waard. Samen met het waterschap werkt de gemeente aan een uitvoeringsprogramma met maatregelen. Het is daarom op dit moment nog moeilijk om een beoordeling te maken van de effectiviteit van deze maatregelen. Wel geeft het waterschap aan dat de samenwerking met de gemeente goed verloopt en er bij de gemeente voldoende kennis en expertise aanwezig is. Reactie college Via het gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025, hebben we als college de eerste stappen gezet voor de klimaatadaptatie in openbare ruimte. Het college ervaart een positieve samenwerking met provincie ZuidHolland en Waterschap Hollandse Delta. 4/8

7. Het beeld vanuit de raad is dat de informatievoorziening op het thema energietransitie en klimaatadaptatie tot nu toe beperkt is geweest. Het is voor de gemeenteraad nog niet duidelijk hoe de gemeente de doelstelling van energieneutraliteit in 2040 wil gaan invullen en welke tussendoelstellingen hiervoor gelden. Ook was er ten tijde van het gesprek van de Rekenkamer met de raads- en burgerleden nog geen programma gepresenteerd met de te nemen maatregelen. Hierdoor heeft de gemeenteraad nog niet de kaderstellende en controlerende rol kunnen vervullen. De gemeenteraad hoopt hier in december meer inzicht in te krijgen. Daarbij merkt de Rekenkamer op dat de raad, vanuit haar kaderstellende en controlerende rol, ook zelf actiever richting het college kan verzoeken om beleidsvoorstellen op het gebied van duurzaamheid. Reactie college Uiteraard is het aan de gemeenteraad om te bepalen op welke wijze zij geïnformeerd wenst te worden. Het college heeft gedurende de looptijd van de ‘Energievisie Hoeksche Waard 2016-2020’ met het bijbehorende uitvoeringsprogramma regelmatig de raad geïnformeerd middels voortgangsrapportages. In het afgelopen jaar zijn er meerdere formele en informele sessies geweest met de gemeenteraad om de verschillende inhoudelijke thema’s op het gebied van duurzaamheid te bespreken. Ook in 2021 vinden deze sessies plaats.

Daarnaast worden in 2021 de uitvoeringsprogramma's aan de raad aangeboden. 8. Burgerparticipatie kan beter. De opkomst van inwoners was beperkt bij de eerste RES- bijeenkomsten en de gemeente is in het stadium van informeren. De gemeente Hoeksche Waard bevindt zich voornamelijk in het stadium van informeren van inwoners. Het viel de Rekenkamer op dat bij de eerste RES-bijeenkomsten nauwelijks inwoners aanwezig waren die niet gelieerd zijn aan een lokale organisatie of niet raadslid waren. Volgens de lokale belangenorganisatie (HW Duurzaam) en één van de weinige aanwezige inwoners die is geïnterviewd, waren de RES-bijeenkomsten vooral gericht op het zenden van informatie. Reactie college Het betrekken van inwoners bij de verduurzaming van de Hoeksche Waard is een prioriteit van het college. Er wordt daarom breed uitgenodigd voor verschillende sessies. Tegelijkertijd merkt het college dat voor thema’s met een relatief hoog abstractieniveau de animo minder is. Inwoners willen een bepaalde relevantie van een onderwerp voor hun eigen persoonlijke situatie ervaren om betrokken te raken. Bij bijvoorbeeld wijkaanpakken zien we wel een grote interesse bij inwoners. Ook merkten wij het afgelopen jaar dat de digitale sessies die we in eerste instantie vanwege coronabeperkingen hebben georganiseerd, ook andere doelgroepen aanspreken.

Daarnaast heeft het college onlangs de complimenten ontvangen van landelijke instanties over de wijze waarop andere partijen en inwoners in onze gemeente worden betrokken bij het traject van de Regionale Energie Strategie. En hoe wij hierop onze koers durven aan te passen als daar op basis van de reacties aanleiding toe is. Overigens is mede op basis van de ervaring dat er weinig respons vanuit inwoners kwam er in samenspraak met de Raad expliciet voor gekozen is om het participatietraject vooral op Energieneutraal 2040 te focussen / intensiveren en het beleidsmatige aspect van het RES-traject volgend te laten zijn op het realiseren van de ambitie in dat kader. 9. De ambtelijke capaciteit en aanwezige expertise is voldoende om het huidige beleid vorm te geven. Om het doel te realiseren in 2040 is opschaling van de ambtelijke capaciteit echter noodzakelijk. De Rekenkamer constateert dat er voldoende kennis en capaciteit binnen de organisatie aanwezig is om het huidige beleid vorm te geven. Als de gemeente serieus werk wil maken van energieneutraliteit in 2040 is een opschaling van de capaciteit en expertise echter noodzakelijk. Het team duurzaamheid dat zich richt op de energietransitie bestaat nu uit zes personen. Ter illustratie, alleen al voor het opstellen en uitvoeren van de 5/8

wijkuitvoeringsplannen is in 2030 voor middelgrote gemeentes in 2030 zo’n 10 tot 20 fte’s noodzakelijk. De huidige gemeentelijke capaciteit is daarmee nog lang niet toereikend. Er is met name aanvullende technische expertise noodzakelijk om de Transitievisie Warmte goed vorm te kunnen geven. De Rekenkamer benadrukt dat de gemeente niet op alle gebieden van de energietransitie de kennis zelf in huis hoeft te hebben. Voor het stimuleren van energiebesparing bij bedrijven kan ze immers bijvoorbeeld ook een beroep doen op de omgevingsdienst. De organisatie van de energietransitie (en de mate waarin de gemeente kennis inhuurt) is ook een politieke keuze. Reactie college Het college deelt deze conclusie en heeft tegelijkertijd oog voor de benodigde ambtelijke capaciteit op langere termijn. Elke gemeente heeft een vergelijkbare opgave en ook vanuit de markt is de vraag groot naar mensen die het verschil kunnen maken in de energietransitie. Het verder ontwikkelen van kennis binnen de organisatie staat daarom hoog op de ambtelijke agenda. Voor specifieke expertise zal altijd gebruik gemaakt moeten worden van externe inhuur, alhoewel het belang wordt onderkend van het duurzaam ontwikkelen en borgen van kennis binnen de eigen organisatie. Vanuit het Rijk wordt momenteel doorgerekend wat de uitvoeringskosten zijn van het Nationaal Klimaatakkoord.

Hierbij wordt berekend hoeveel fte’s nodig zijn om het Klimaatakkoord uit te voeren. Dit houdt de gemeente goed in de gaten. Bij de verschillende uitvoeringsprogramma’s maken we inzichtelijk wat de komende jaren nodig is. Reactie van het college op de aanbevelingen 1. Monitor beter: Neem tussendoelstellingen op voor de kortere termijn. In de Energievisie is opgenomen dat Hoeksche Waard uiterlijk in 2040 een energie neutrale gemeente wil zijn. Tussendoelstellingen op de kortere termijn ontbreken (bijvoorbeeld voor de periode tot 2030). Dit maakt het lastiger voor raadsleden om te controleren of de gemeente op koers ligt om de doelen te realiseren met het beleid dat op korte termijn wordt uitgevoerd. Deze bevinding werd onderschreven tijdens het raadsgesprek. Daarbij zou de gemeenteraad de voortgang beter willen kunnen monitoren. Dit zou bijvoorbeeld kunnen met een dashboard (open en transparant voor de raad en de hele bevolking). Daarbij kan het nuttig zijn als bij iedere voorgestelde maatregel een duurzaamheidsparagraaf wordt opgenomen. Reactie college De genoemde Energievisie Hoeksche Waard 2016-2020 is met de vaststelling van het Programmaplan Duurzaamheid komen te vervallen. De doelstelling om in 2040 een energie neutrale Hoeksche Waard te zijn is één op één overgenomen in het programmaplan.

Het college hecht aan de ontwikkeling van een goed sturings- en monitoringsinstrument. Vanuit het vastgestelde Programmaplan Duurzaamheid wordt dit nu verder uitgewerkt. Hierbij is het van belang om de juiste indicatoren te bepalen die zicht geven op de realisatie van de in het programmaplan opgenomen doelen. 2. Hanteer een eenduidige definitie voor energieneutraliteit. Het valt op dat de ambitie om in 2040 % energieneutraal te zijn in verschillende documenten op een andere manier wordt gedefinieerd. In de Energievisie houdt energieneutraliteit in dat “de energie die in de Hoeksche Waard wordt verbruikt ook lokaal duurzaam wordt opgewekt”, terwijl de concept-RES ruimte laat voor gebruik van fossiele energie in 2040. Door verschillende invullingen te geven aan energieneutraliteit kan verwarring ontstaan over het einddoel.

6/8

Reactie college Het college volgt de definitie die in het Programmaplan Duurzaamheid is vastgelegd. Dat in de RES tevens gesproken wordt over fossiele energie in 2040, heeft ermee te maken dat op dit moment de modellen geen rekening houden met uitsluitend duurzame energiebronnen in 2040. Voor bijvoorbeeld aardgas en fossiele brandstoffen voor vrachtverkeer en binnenvaart wordt er rekening mee gehouden dat vrachtverkeer en binnenvaart in 2040 nog niet volledig op duurzame energiebronnen zijn overgestapt. In het Uitvoeringsprogramma Hoeksche Waard richting energieneutraal wordt een nadere toelichting en verdieping gegeven op de definitie energieneutraal 2040. 3. Neem streefwaarden op in de doelen voor klimaatadaptatie. De doelen voor klimaatadaptatie kunnen meer concreet kunnen worden geformuleerd. De doelen zijn nu geformuleerd in termen van ‘voldoende ruimte en inspanning voor waterkwaliteit en waterkwantiteit’, zonder hier concrete streefwaarden aan te koppelen. Hiermee is het lastig voor raadsleden om te controleren in hoeverre de doelen zijn gerealiseerd. Reactie college Het college is van mening dat in het Programmaplan Duurzaamheid operationele doelen voor klimaatadaptatie zijn opgenomen die goed meetbaar zijn. Vanuit de klimaatstresstest zijn immers de knelpunten inzichtelijk gemaakt.

Door concrete projecten uit te voeren die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma gaan we deze knelpunten stapsgewijs oplossen. 4. Voor toekomstige zon- en windparken is het belangrijk om omwonenden (financieel) te laten participeren. Tot nu wordt vrijwel nergens in de Hoeksche Waard door omwonenden meegeprofiteerd van windenergieparken (alleen beperkt in Strijen). Door hier meer regie op te nemen als gemeente kan het draagvlak in de toekomst worden vergroot. Goede voorbeelden daarvan zijn te vinden in GoereeOverflakkee, waar wordt gewerkt aan een windfonds om omwonenden financieel te laten participeren. Reactie college Het college volgt hierbij het Nationaal Klimaatakkoord. Het streven naar 50% lokaal eigenaarschap en grootschalige wind- en zonprojecten is daarom opgenomen in het Programmaplan Duurzaamheid. 5. Zet in op meer samenwerking met de omgevingsdienst en monitor hen. Voer als gemeente de regierol op energiebesparing bij bedrijven en instellingen. Bedrijven en instellingen zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen als de terugverdientijd korter is dan vijf jaar. De gemeente Hoeksche Waard heeft de verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving op deze verplichting aan de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid gedelegeerd. Het potentieel voor energiebesparing bij bedrijven in de Hoeksche Waard is groot.

Om deze energiebesparing te realiseren moet er wel voldoende capaciteit zijn bij de omgevingsdienst om deze bedrijven te kunnen bezoeken en hen te adviseren over de mogelijkheden voor kosteneffectieve besparingsmaatregelen. De omgevingsdienst krijgt een deel van de middelen vanuit de basisdekking van de provincie. Vanuit deze middelen kunnen jaarlijks zo’n 60 bedrijven worden bezocht. Hiermee zou het tien jaar duren (tot 2030) voordat de 600 zogenaamde energierelevante bedrijven in de Hoeksche Waard zijn bezocht. Met aanvullende middelen van € 126.000 per jaar, zou het mogelijk zijn om deze bedrijven in vier jaar tijd te bezoeken.

7/8

Reactie college Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) is reeds actief bij de handhaving van de verplichting vanuit de Wet milieubeheer. Bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma Hoeksche Waard richting energieneutraal wordt samen met OZHZ en andere stakeholders bekeken welke rol OZHZ kan vervullen bij de handhaving en eventueel advisering op dit gebied richting het bedrijfsleven. Het college vindt het hierbij wel van belang om de effectiviteit en ook geloofwaardigheid te bepalen van het in één hand brengen van de handhavingstaak en adviseringsrol. Mogelijk is het verstandiger om deze taken te splitsen. Hierover wil het college ook in gesprek met het bedrijfsleven zelf. 6. Zet meer in op burgerparticipatie. Bij het RES-traject waren weinig inwoners betrokken. De gemeente zou inwoners meer bij het beleid kunnen betrekken door bijvoorbeeld actiever te communiceren richting inwoners over bijeenkomsten. Ook kan ze duidelijker terugkoppelen in de verslaglegging wat er met de inzichten van de inwoners is gedaan bij de vormgeving van het beleid. Reactie college Het college vraagt zich af waarop de opmerking dat er weinig inwoners waren betrokken in het RES-proces is gebaseerd. Er waren inwoners aanwezig tijdens de RES-bijeenkomsten, echter het aantal is niet geteld. Vooropgesteld wordt dat het college graag de samenleving betrekt bij de verduurzaming van de Hoeksche Waard.

Vanuit de samenleving moet immers de transitie vormgegeven worden. De vorm en mate van participatie is mede afhankelijk van het onderwerp, het abstractieniveau en de mate waarin inbreng mogelijk is. Inwoners willen vooral actief meedenken als het gaat om zaken die spelen binnen hun directe leefomgeving (relevantie) hebben wij geleerd. Het college stelt om deze reden vanuit het Programmaplan Duurzaamheid een Uitvoeringsprogramma Participatie en communicatie op. Dit loopt parallel aan het traject om te komen tot gemeentelijk participatiebeleid. Dit uitvoeringsprogramma wordt voor de zomer ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9681161/1