CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging 9 maart participatie bij nieuwe projecten

Oordeelsvormende vergadering 9 maart 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Burg. De Zeeuwstraat t.h.v. nr. 68 te Numansdorp1.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Aan: Gemeenteraad Van: College Zaaknummer: Z/21/095310 Documentnummer: DOC-21402194 Portefeuillehouder: Piet van Leenen Datum: 11 mei 2021 Onderwerp Toegezegde nadere duiding over: Het proces van behandeling en beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven; De wijze waarop wij panden met een historische waarde beschermen; De participatie- en communicatie bij ruimtelijke initiatieven Kennisnemen van De toelichting op de hierboven genoemde onderwerpen. Aanleiding Tijdens de oordeelsvormende raadsvergadering van 9 maart deed portefeuillehouder Piet van Leenen een aantal toezeggingen. Met voorliggende informatiebrief geven wij hier invulling aan. Kernboodschap 1. Proces bij nieuwe initiatieven: Intake- en omgevingstafel In de in december 2019 door uw raad vastgestelde Omgevingsvisie Hoeksche Waard nodigen wij initiatiefnemers uit om bij te dragen aan de Hoeksche Waard. Dit wil zeggen: Bijdragen aan de Hoeksche Werken èn bijdragen aan de Hoeksche Waarden. De Hoeksche Werken zijn onze maatschappelijke opgaven. De Hoeksche Waarden zijn de kwaliteiten van het gebied en/of de locatie waar de ontwikkeling plaats moet vinden. Sinds medio vorig jaar werken wij in onze organisatie met het proces van een intake- en een omgevingstafel. Hier worden nieuwe initiatieven vanuit verschillende vakdisciplines beoordeeld op wenselijkheid.

Dit is een integrale beoordeling, sectoraal- en domein overschrijdend. Het doel van deze intake- en omgevingstafel is om in een zo vroeg mogelijk stadium van een initiatief helderheid te kunnen bieden aan de initiatiefnemer. Dit doen we vanuit de ‘Ja, mits…’, zoals de Omgevingswet dit straks van ons vraagt. De processtappen zijn in hoofdlijn als volgt: 1. Een initiatiefnemer komt bij ons met zijn of haar plan. Een casemanager gaat met hem of haar in gesprek; 2. Als dit een complex initiatief is (meerdere disciplines, dus geen dakkapellen, schuurtjes, enzovoort) wordt dit ingebracht bij de intaketafel. Hier wordt het initiatief op hoofdlijnen beoordeeld op wenselijkheid; 3. Hierna vindt afstemming plaats met de portefeuillehouder(s); 4. Dan gaat het initiatief naar de omgevingstafel: Hier beoordelen alle relevante disciplines het initiatief beoordelen op haalbaarheid; 1/4

5. Bij ambtelijk mandaat krijgt de initiatiefnemer een terugkoppeling. Als de initiatiefnemer een (openbaar) principebesluit van het college wil, is dit optioneel. 2. Beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven Zoals bouwen in dijklinten en op inbreidingslocaties. Als het gaat om of een initiatief past bij de Hoeksche Waarden (kwaliteit, identiteit, DNA van de locatie) zijn vooral de disciplines stedenbouw en onze landschapsdeskundige aan zet. Sinds de fusie hebben wij deze disciplines zelf binnen onze organisatie. In sommige gevallen adviseren zij met ruggenspraak met Stichting Dorp, Stad en Land (adviseurs omgevingskwaliteit en welstand) en/of het Kwaliteitsteam Hoeksche Waard. Voor monumenten geldt dat advies wordt gevraagd aan de Commissie Cultureel Erfgoed. De Provincie stelde een Gebiedsprofiel Hoeksche Waard (zuid-holland.nl) op voor de Hoeksche Waard. Dit als vertrekpunt voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Dit gebiedsprofiel gebruiken de genoemde disciplines om te beoordelen of een nieuw initiatief bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit, oftewel aan de Hoeksche Waarden van betreffende locatie of gebied. Het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard kunt u digitaal bekijken via deze link. Ook sturen wij de PDF mee als bijlage bij deze raadsinformatiebrief. Wij werken de komende tijd dit op bepaalde (8) thema’s verder uit in zogenaamde ‘ontwerpwijzers’.

Dit doen we samen met Dorp, Stad en Land. Deze (digitale) documenten geven initiatiefnemers handvatten om een kwalitatief goed plan te (laten) maken. En deze documenten bieden onszelf bandbreedtes om de nieuwe initiatieven te kunnen beoordelen. Bouwen in het buitengebied (onder andere dijklinten) en op inbreidingslocaties zijn 2 van de verder uit te werken thema’s. Deze ‘ontwerpwijzers’ moeten volgens de planning voor de zomervakantie af zijn. Initiatieven voor dit soort vaak kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen vragen locatie- en situatie afhankelijk maatwerk. Hierbij gaat het om omgevingskwaliteit in de breedste zin van het woord. Naast de ruimtelijke verhouding met de omgeving en de kwetsbaarheid van een bepaalde locatie, wegen ook maatschappelijke en (mantel)zorg gerelateerde aspecten mee. Wij streven naar een verbetering van ruimtelijke kwaliteit op een locatie of als compensatie voor elders. Hier is vaak toepassing van de zogenaamde ‘Ruimte voor Ruimteregeling’ aan de orde, bijvoorbeeld door het saneren van verspreid liggend glas. Dit is ook 1 van onze ambities zoals opgenomen in onze omgevingsvisie. Hiernaast weegt ook precedentwerking, draagvlak in de omgeving en gerealiseerde participatie mee. Hiervoor stellen wij een protocol op, waarover u verder op in deze brief meer kunt lezen. Dit alles is niet te vervatten in strikte kaders. En dit willen we ook niet.

Er moet juist ruimte zijn voor maatwerk om onze maatschappelijke doelen te kunnen bereiken. Dit sluit ook aan bij onze omgevingsvisie en bij het werken en denken zoals de Omgevingswet dit straks van ons vraagt.

2/4

3. Monumenten Bij de behandeling van de locatie ’t Tramhuys in Strijen stelde u het behoud van monumenten aan de orde. Het voormalig RTM tramstation was – ondanks inspanning vanuit voormalig gemeente Strijen - geen gemeentelijk monument en had daarom geen beschermde status. Net als u vinden wij dat monumenten belangrijke referentiepunten zijn voor de identiteit van de Hoeksche Waard. Zij zijn van lokale waarde en gemeentelijk belang. Om onze monumenten te kunnen beschermen en behouden heeft u op 5 maart 2019 voor de periode 2019 – 2023 integraal erfgoedbeleid vastgesteld. Daarnaast heeft u op 26 mei 2019 de Erfgoedverordening gemeente Hoeksche Waard 2019 vastgesteld. Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten gebeurt aan de hand van de verordening. Belanghebbenden kunnen een verzoek doen tot aanwijzen van een pand of object tot gemeentelijk monument of wij, de gemeente, nemen zelf initiatief. Volgens de regels van de Erfgoedverordening winnen wij altijd advies in bij de Commissie Cultureel Erfgoed. Aan de hand van dit advies stellen wij de cultuurhistorische waarde van een pand of object vast. Om dit zo objectief mogelijk te doen hanteren we daarvoor een puntenwaarderingssysteem. Alleen panden met een hoge score wijzen wij aan als gemeentelijk monument. De punten worden toegekend aan de hand van vaste onderdelen: • • •

Cultuurhistorie (lokaal belang en ontstaansgeschiedenis); Architectuur historie (bouwstijl en verstoringen); Situering (inclusief ensemble), uniciteit en technische staat.

In 3 van de 5 voormalige gemeenten zijn gemeentelijke monumenten aangewezen. Voor de overige 2 gemeenten (voormalig gemeenten Cromstrijen en Korendijk) worden de monumenten alsnog aangewezen. De inventarisatie en waardering heeft hiervoor reeds plaats gevonden. Wij starten de aanwijsprocedure binnenkort voor een ongeveer 55 panden. Merendeel van deze panden liggen in Klaaswaal en Numansdorp. Na de zomer starten wij de procedure voor nog eens 40 gemeentelijke monumenten. Voor aanvragen voor een omgevingsvergunning voor Rijks- of gemeentelijke monumenten geldt een andere procedure dan voor vergunningaanvragen voor reguliere gebouwen. Ook wordt hier altijd advies ingewonnen bij de Commissie Cultureel Erfgoed. 4. Participatie en communicatie In de praktijk is gebleken dat er behoefte is aan afspraken over participatie en communicatie bij ruimtelijke initiatieven. Dit om ervoor te zorgen dat voor zowel de initiatiefnemer, de samenleving en de gemeente duidelijk is wie welke rol en verantwoordelijkheid hierin heeft. Participatie en communicatie vraagt echter niet voor iedere categorie ruimtelijke initiatieven dezelfde uitvoering. We onderscheiden daarom 3 hoofdcategorieën: 1. Het opstellen van ruimtelijke kaders (denk daarbij aan ruimtelijke visies, omgevingsplan, enzovoort); • Initiatiefnemer: Gemeente; 2.

Projectontwikkeling passend in het bestemmingsplan of omgevingsplan; • Initiatiefnemer: Projectontwikkelaar, particuliere initiatiefnemer of gemeente; 3. Projectontwikkeling strijdig met het bestemmingsplan of omgevingsplan; • Initiatiefnemer: Projectontwikkelaar, particuliere initiatiefnemer of gemeente. 3/4

De 5 voormalige gemeenten gingen hier op verschillende manieren mee om. De nieuwe Omgevingswet gaat er van uit dat er een grotere verantwoordelijkheid ligt bij initiatiefnemers als het gaat om het betrekken van de omgeving bij zijn of haar plannen. In een aantal gevallen is gebleken dat het niet altijd werkt als deze verantwoordelijkheid sec bij de initiatiefnemer wordt gelegd. In lijn met ons organisatieprincipe van 100% dienstverlenend zien we – afhankelijk van de aard en omvang van een initiatief – hier een gedeelde verantwoordelijkheid voor gemeente en initiatiefnemers. Deze werkwijze is echter nog nergens (formeel) vastgelegd. Het maken van goede afspraken over wie welke rol en verantwoordelijkheid heeft bij participatie is daarom gewenst. Dit sluit aan bij de opdracht om participatiebeleid vast te stellen, als verplichting vanuit de Omgevingswet. Deze opdracht is op dit moment in uitvoering. Op 4 maart heeft u hierover een eerste themabijeenkomst gehad. In de komende periode gaat wij hier met de raadswerkgroep participatie verder over spreken. Om vervolgens in het najaar hierover een besluit te nemen. Een zorgvuldig proces hierin is van groot belang. De afspraken over rollen en verantwoordelijkheden hebben namelijk niet alleen impact op de initiatiefnemers, maar ook op de gemeente.

Hierin moet bijvoorbeeld rekening gehouden worden met de capaciteit en de interne organisatie van processen. Op dit moment wordt geïnventariseerd hoe die impact eruit ziet en wat hiervoor nodig is. Voordat dit participatiebeleid wordt vastgesteld, stellen wij een tussentijds protocol op waarin we invulling geven aan participatie bij ruimtelijke initiatieven. Wij verwachten u dit protocol de eerste helft van juni aan te bieden. Het is wettelijk gezien niet mogelijk om participatie af te dwingen. Het is ook geen weigeringsgrond als participatie niet of onvoldoende wordt toegepast. Gezien de voordelen van vroegtijdige participatie voor het verdere verloop van de procedure, stimuleren wij initiatiefnemers zoveel mogelijk om wel invulling te geven aan de participatie en communicatie met zijn of haar omgeving. Vervolgprocedure Met deze informatiebrief geven wij informatie over de huidige werkwijze op de genoemde thema’s. De afgelopen periode kreeg u diverse bestemmingsplannen aangeboden voor vaststelling waarbij sprake was van een voorgeschiedenis. Soms waren hier – vanuit de voormalige gemeenten - toezeggingen gedaan en/of verwachtingen gewekt. Ook participatie en communicatie is niet altijd zo gelopen zoals we dit nu liefst zouden zien. De komende periode krijgt u nog meer bestemmingsplannen aangeboden waar (om verschillende redenen) een langere procedure aan vooraf is gegaan.

En hanteerden we de in deze informatiebrief geschetste werkwijze nog niet. Wij proberen in dit soort dossier waar mogelijk en (juridisch) ruimte is toch te komen tot een plan dat bijdraagt aan de Hoeksche Waard. En passen participatie en communicatie alsnog zo goed mogelijk toe. Bijlage - Gebiedsprofiel Hoeksche Waard (in PDF)

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10119038/1