Project Herontwikkeling Alcazar ontwerp 2 Toelichting Bijlage 8 Nader vleermuizen onderzoek (Buijs Eco Consult B.V.)
Tekst van het document
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Projectnummer 200110 rev. 01 17 april 2020
Auteur ing. S.J.M.P. Halters Opdrachtgever SteBru Ontwikkeling B.V. Postbus 298 2910 AG Nieuwerkerk aan de IJssel
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Inhoudsopgave NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN ............................................................................................................ 1 ALCAZAR PUTTERSHOEK .............................................................................................................................. 1 1
INLEIDING ........................................................................................................................................... 3
2
METHODE ........................................................................................................................................... 4 2.1 2.2 2.3 2.4
3
RESULTATEN VELDONDERZOEKEN ............................................................................................. 7 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
VLEERMUISONDERZOEK .............................................................................................................................. 4 WERKWIJZE ................................................................................................................................................. 4 VELDBEZOEKEN EN OMSTANDIGHEDEN...................................................................................................... 4 AANPAK EN ONDERZOCHTE FUNCTIES ........................................................................................................ 5 BESCHRIJVING WAARNEMINGEN VLEERMUIZEN .......................................................................................... 7 WAARGENOMEN FUNCTIES VLEERMUIZEN .................................................................................................. 7 WAARNEMINGEN PER VLEERMUISSOORT ..................................................................................................... 8 AANWEZIGE OVERIGE SOORTEN ............................................................................................................... 11 MITIGATIE/COMPENSATIE .......................................................................................................................... 11
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 12
LITERATUUR .............................................................................................................................................. 13 BIJLAGE 1
WETTELIJK KADER........................................................................................................ 14
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
2
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
1 Inleiding Naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling, (kap van enkele bomen, sloop van de horecabebouwing en bouw van nieuwe woningen) is een nader onderzoek naar de aan- danwel afwezigheid van vleermuizen uitgevoerd op deze locatie. Tevens is ter verificatie van de geschiktheidsbeoordeling in de quickscan (niet tot beperkt geschikt) tevens gekeken naar de aan/afwezigheid van huismuis en gierzwaluw. De panden zijn in principe weinig geschikt voor deze soorten maar ter verificatie is wel bij ieder voorjaarsbezoek ook aandacht besteed aan eventuele aanwezige broedvogels. Het onderzoek is toegespitst op het voorkomen van (m.n. gebouwbewonende) vleermuizen om daarmee de voorgenomen ontwikkeling (het slopen en herontwikkelen) zorgvuldig te kunnen voorbereiden en uitvoeren (zie figuur 1.1). Ook is de binnenzijde van de groen wal tijdens de veldbezoeken beoordeeld op eventuele beschermde functies.
Figuur 1.1. Ligging van de onderzochte locatie (bron ondergrond: kaarten Zuid-Holland)
In dit kader is door de opdrachtgever de opdracht verstrekt om (volgens het vleermuisprotocol 2017), onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid, gebruik en eventuele functies van vleermuizen in het plangebied, Groeneweg 16 Puttershoek, in kaart te brengen. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de methode van onderzoek en werkwijze toegelicht. In hoofdstuk 3 zijn de resultaten van de veldbezoeken uitgewerkt en is de noodzakelijke maatregelen beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
3
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
2 Methode 2.1
Vleermuisonderzoek
Het terrein is bezocht op 24 juni, 21 juli, 3 oktober en 14 oktober 2019 (zie tabel 1). Er is gebruik gemaakt van de batdetectoren Pettersson D240x, D230 Echometer (Touch 2 pro) en een of twee Songmeters SM4 BAT met GPS-logger. Opgenomen geluiden zijn geanalyseerd met de programma’s BatSound en Kaleidoscope. Er is iedere ronde geïnventariseerd met twee ter zake deskundige waarnemers, door S. Halters, R.J. Buijs en/of N. Huig van Buijs Eco Consult B.V. Daarbij is gewerkt volgens het vleermuisprotocol 2017. Mogelijk te verwachten soorten op de locatie waren: - Gewone dwergvleermuis; - Laatvlieger; - Ruige dwergvleermuis; - Rosse vleermuis; En eventueel minder veelvuldig voorkomende soorten zoals: - Grootoorvleermuis (spec.); - Meervleermuis; - Watervleermuis; - Baardvleermuis (spec).
2.2
Werkwijze
Tijdens de bezoeken is gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (FLIR E6/ Pulsar Helion XP50) en een krachtige zaklamp (Feniks) om aanwezige vleermuizen in hun bewegingen te kunnen volgen. De veldbezoeken zijn merendeels uitgevoerd vanaf zonsondergang. Het tweede bezoek is uitgevoerd vanaf 2 uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst. Bij alle bezoeken is verder gezocht naar sporen van vleermuisactiviteit (keutels e.d. nabij mogelijke in- en uitvliegopeningen), deze zijn niet waargenomen. Tijdens het ochtendbezoek en tijdens de najaarsbezoeken zijn aanvullend geluidsopnamen gemaakt met vleermuisloggers SM4Bat FS om sociale geluiden met hun jongen danwel baltsgeluiden achteraf te kunnen analyseren. Tijdens deze veldbezoeken is tevens gelet op de aanwezigheid van overige urbane soorten (huismus en gierzwaluw). Het inpandig bezoek is reeds tijdens het veldbezoek van de quickscan uitgevoerd. De resultaten van het inpandig bezoek zijn ook in de memo van de quickscan opgenomen.
2.3
Veldbezoeken en omstandigheden
Tabel 2.1. Overzicht met bezoekdata, tijden en weersomstandigheden
Datum 24 juni 2019 21 juli 2019 3 oktober 2019 14 oktober 2019
Aanvangstijd 20.00 03.45 19:15 18:50
Eindtijd 00.00 06.00 23.45 22:30
Weer 25 °C, wind 2 Bft ZO, geheel bewolkt 16 °C, wind 2 Bft W, vrijwel geheel bewolkt 12 °C, wind 3 Bft WZW, geheel bewolkt 19 °C, wind 2 Bft OZO, geheel bewolkt
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
4
Projectnummer 200110 17 april 2020
2.4
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Aanpak en onderzochte functies
Per bezoek is volledig rondom het te slopen pand gelopen. Daarnaast is ook het overig terreindeel belopen na uitvlieg/invliegtijd om een beoordeling te kunnen maken op overige functies. Op locatie is gekeken naar alle typen verblijfplaatsen (zomer- en kraamverblijfplaatsen in de voorjaarsperiode en paarverblijfplaatsen in de najaaarsperiode, hiermee zijn winterverblijven in warme perioden ook meegenomen. Voor de in paragraaf 2.1 aangegeven mogelijk aanwezige soorten. Daarnaast is tevens gekeken naar aanwezigheid van essentiële vliegroutes en/of essentieel foerageergebied binnen het plangebied, voor de in het onderzoek aangegeven (en op locatie potentieel te verwachten soorten). In paragraaf 3.2 is per functie verwoord of deze waargenomen zijn of niet (en daarmee is weleens waar indirect aangegeven welke functies zijn beoordeeld).
Figuur 2.1: Globale looproute per bezoek (in geel)
Winterverblijfplaats Winterverblijven werden op locatie niet verwacht (behalve een evt. langer gebruikt zomer/paarverblijf bij een milde winter) omdat de waargenomen potentiele verblijflocaties daarvoor niet geschikt zijn. Dan moet sprake zijn van een grote ruimten in spouw, met zware warmtebuffering; denkend aan het enorme bakstenen gebouw De inktpot in Utrecht, waarbij in de spouwmuren grote inpandige ruimten beschikbaar zijn, wat dienst doet als winterverblijfplaats.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
5
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Door de functie van het pand (disco/evenementen) is het gebouw intensief geluidsisolerend gebouwd en onderhouden. Hierdoor zijn er geen openingen waardoor geluid naar buiten kan ontsnappen en geluidsoverlast kan veroorzaken. Deze zelfde soort luchtopeningen worden veelal door vleermuizen gebruikt om in bijv. een open spouwruimte te kunnen geraken om te verblijven. Vanwege de geluidseisen waar het gebouw in de huidige functie aan moet voldoen zijn deze ruimten niet aanwezig danwel niet betreedbaar en blijven alleen zwak warmte gebufferde ruimten (zoals boeiboorden aan de buitenzijde van het gebouw ed.) over. Deze zijn niet geschikt als winterverblijfplaats, omdat deze te weinig warmte bufferende werking en instabiel klimaat hebben wat nodig is om te kunnen fungeren als winterverblijfplaats. Maar dit soort locaties kunnen wel gebruikt worden als zomer, paar of evt. kraamverblijfplaats. Aangezien geen andere verblijfplaatsen (zomer- paarverblijf) waargenomen zijn, is/kan ook geen sprake van een incidentele winterverblijfplaats (in warmere momenten van de winter). Ook is tijdens de najaarsbezoeken geen zwermen waargenomen wat duidt op aanwezigheid van winterverblijfplaatsen.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
6
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
3 Resultaten veldonderzoeken 3.1
Beschrijving waarnemingen vleermuizen
De volgende soorten zijn meermaals en met zekerheid vastgesteld: Gewone dwergvleermuis; Ruige dwergvleermuis; Rosse vleermuis. In onderstaande tabel is een overzicht van de opgenomen en geanalyseerde geluidsbestanden weergegeven. Tijdens het eerste bezoek zijn geen opnamen gemaakt. Tabel 3.1. Geluidsopnamebestanden Rijlabels
Gewone dwergvleermuis
21-jul
48
Puttershoek rugzak 1
12
Puttershoek rugzak 2
36
3-okt
142
20191003 noord
11
20191003 oost
131
14-okt
Gewone en ruige dwergvleermuis
Ruige dwergvleermuis
Rosse vleermuis
1
Eindtotaal 49 12
1
37
35
187
13
24
10
22
163
39
2
51
3
95
20191014
39
2
51
3
95
Eindtotaal
229
12
87
3
331
10
Verklaring: Waarneming is een geluidsopname op een bepaald moment: een vleermuis kan met rondjes vliegen als een exemplaar voor een grote hoeveelheid waarnemingen zorgen. Hoeveelheid waarnemingen zegt dus niet direct iets over het aantal voorkomende vleermuizen. De ruisopnamen zijn uit het overzicht gehouden.
Tijdens het uitgevoerde vleermuisonderzoek zijn verschillende vleermuissoorten en verschillende gebruikssoorten van de gebieden (foerageren, vliegroute, en eventuele verblijfsplaatsen) bepaald. In onderstaande tekst is een beknopte toelichting gegeven van de verschillende functies die het plangebied (en de directe omgeving) vervult voor vleermuizen (en voor welke soorten). Vervolgens wordt ingegaan of deze functie vanwege de voorgenomen ontwikkeling wordt beperkt danwel deels komt te vervallen en welke maatregelen hiervoor nodig zijn om dit te compenseren/mitigeren.
3.2
Waargenomen functies vleermuizen
Ter plaatse van de bebouwing en de te kappen bomen zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. In de te behouden woning ten oosten van de horecapanden is wel een paarverblijf (en mogelijk zomerverblijf) aangetroffen van de gewone dwergvleermuis. Nabij het plangebied is zeer beperkte vleermuisactiviteit waargenomen. Het aanwezig groen is geen (essentieel) foerageergebied. Wel worden de groene structuren rondom het plangebied als diffuse vliegbegeleiding gebruikt.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
7
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Verder wordt het groen en de rondom de verlichting op een aantal locaties (maar verspreid over alle bezoeken en wisselend van locatie) door een exemplaar gewone dwergvleermuis gebruikt om te foerageren. Dit verdwijnt mogelijk in kader van de herontwikkeling. In de directe omgeving zijn echter veel meer locaties (beter) geschikt gebied (en op korte afstand) aanwezig waar gefoerageerd kan worden. Aangezien het om een enkel exemplaar gaat en er in de directe nabijheid voldoende alternatieven aanwezig zijn (park ten noorden van plangebied, tuinen direct rondom het plangebied) gaat met het eventueel verdwijnen van het aanwezige groen in het plangebied geen essentieel foerageergebied verloren. Essentiele vliegroutes zijn ter plaatse van het plangebied ook niet aangetroffen. In figuur 3.1 is zijn de locaties met waargenomen vleermuizen van het totaal onderzoek op kaart weergeven. In de ovale contouren zijn de locaties met foerageeractiviteit opgenomen (enkel exemplaar, per locatie/keer).
Figuur 3.1 Waargenomen foerageergedrag (in gele contour) en in rood kader globaal plangebied
3.3
Waarnemingen per vleermuissoort
Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is de meest voorkomende vleermuissoort in Nederland en is overwegend een typische gebouwbewoner. Als gekeken wordt naar de locatie van de waargenomen roep van de gewone dwergvleermuis, in combinatie van de locatie het plangebied dan blijkt dat vermoedelijk sprake is van een paar-/zomerverblijf van een mannetje gewone dwergvleermuis ten oosten van het plangebied. Dit wordt bevestigd met zichtwaarnemingen tijdens de veldbezoeken.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
8
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Zo is bij het ochtendbezoek in juli tot zonsopkomst een foeragerende gewone dwergvleermuis waargenomen, die vervolgens aan straatzijde vliegend naar de voorgevel uit het zicht verdween (en vermoedelijk ter plaatse in de woning direct ten oosten van het plangebied is ingevlogen. Daarnaast is in het najaar baltsvluchten waargenomen ten oosten van het hoofdgebouw van de horecagelegenheid, waarbij vluchten rond deze woning zijn gevolgd. (figuur 3.2). Hierdoor is het aannemelijk dat daar sprake is van een paarverblijf.
Figuur 3.2 Vermoedelijke locatie paar-/zomerverblijf gewone dwergvleermuis (gele punaise)
Ruige dwergvleermuis Tijdens de veldbezoeken is, uitgezonderd in de migratieperiode (najaar) slechts incidenteel de aanwezigheid van ruige dwergvleermuis waargenomen. Dit betreffen langs vliegende exemplaren. De ruige dwergvleermuis is overwegend een typisch boom bewonende soort. In het najaar kunnen echter paarverblijfplaatsen in bebouwing ook worden aangetroffen. Omdat de planlocatie in het westen van Nederland gelegen is en deze soort in het najaar van noordoost naar zuidwest Europa trekt betreffen het vermoedelijk migrerende exemplaren. De sonogram lijkt dit te bevestigen door vrij vlakke pulsen met een relatief lange periode tussen de pulsen in op redelijk gelijkmatige afstanden; ofwel het type echolocatie tijdens migratie waarbij grote afstanden worden afgelegd. Wanneer een vleermuis foerageert zijn de pulsen veel korter na elkaar en minder vlak (een groter frequentiebereik per puls).
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
9
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Figuur 3.3 Sonogram ruige dwergvleermuis (sterkste geluid rond de 38 kHz) 14 oktober 2019 21:48
Met behulp van de warmtebeeldcamera is verder gezocht naar een mogelijke roepposten/verblijven deze zijn in het plangebied niet waargenomen. De enkele beperkte ruimten zijn hierbij beoordeeld evenals de bomen in het plangebied. Tijdens het uitgevoerde onderzoek is van de ruige dwergvleermuis geen verblijfplaats in (of direct nabij) het plangebied waargenomen. Mogelijk zijn deze wel aanwezig in het ten noorden van het plangebied gelegen park (met vijver). Deze soort heeft als kenmerk dat de paarverblijfplaatsen relatief vaak direct aan open water aanwezig zijn. Rosse vleermuis In het najaar is tevens tijdens het laatste bezoek enkele malen de rosse vleermuis waargenomen. De rosse vleermuis is een van de grootste vleermuizen die in ons land voorkomt en is een echte boom bewonende soort. Die verblijfplaatsen vooral in hollen bomen in oud bos (beuken, eiken etc.) heeft. Vermoedelijk (de soort is niet gezien enkel gehoord) is deze hoog overgevlogen. Mogelijk is het een migrerend exemplaar of jong van het afgelopen seizoen wat op zoek ik naar zijn eigen territorium. De overige veldbezoeken is de soort niet waargenomen, verblijfplaatsen van deze soort wordt niet binnen het plangebied verwacht aangezien de soort afhankelijk is van verblijfplaatsen in oud bos. Bij een verblijfplaats in de directe omgeving zou de soort vermoedelijk bij meer veldbezoeken zijn waargenomen/opgenomen.
Figuur 3.3 Sonogram rosse vleermuis (sterkste geluid net onder de 20 kHz) 14 oktober 2019 19:28
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
10
Projectnummer 200110 17 april 2020
3.4
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Aanwezige overige soorten
Tijdens de veldbezoeken is tevens aandacht besteed aan overige andere urbane soorten (huismus, gierzwaluw). Deze zijn niet aanwezig (broedend) in het plangebied waargenomen. Wel zijn er diverse andere algemene vogels waargenomen die ook mogelijk broeden in de aanliggende groenstroken/ groenwal en er is sprake van nestbouw van kauw in de opening van het gebouw (nadere informatie zie quickscan).
3.5
Mitigatie/compensatie
Ter plaatse van het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of andere beschermde functies voor vleermuizen waargenomen. Wel zijn in de omgeving van het plangebied beschermde vleermuisfuncties waargenomen. Deze zijn echter in het openbaar gebied aanwezig (vlieg- en foerageergebied vermoedelijk boven park), danwel in andere bebouwing van derden (paar/zomerverblijf). Er is in dit plangebied geen sprake van verplichte mitigatie en/of compensatie als gevolg van de voorgenomen herontwikkeling. Vrijblijvende tip voor natuur inclusief ontwikkelen Om bij te dragen/een meerwaarde te leveren aan de functionaliteit van de omgeving voor vleermuizen en/of overige urbane soorten zou het principe van natuur inclusief bouwen kunnen worden toegepast. Door bijvoorbeeld het toepassen van neststenen en/of geïntegreerde vleermuisverblijven. Dit is echter geen verplichte mitigatie/compensatie aangezien tijdens de veldbezoeken geen beschermde functies van beschermde soorten zijn waargenomen. Wel dienen de (voorbereidings-, kap-, sloop)werkzaamheden buiten het kwetsbaar broed/voortplantingsseizoen te worden uitgevoerd om het verstoren en vernietigen van nesten algemeen voorkomende broedvogels te voorkomen. Of dienen maatregelen genomen te worden om broedvogels te voorkomen (bv.
het oud nest van afgelopen jaar in het gebouw te verwijderen en de opening te herstellen en af te dichten voor half februari om nieuwe nestpogingen in de luchtaf-/en aanvoeren het gebouw te voorkomen).
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
11
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
4 Conclusies en aanbevelingen Op de locatie is meermaals de aanwezigheid van drie vleermuissoorten aangetroffen; gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. De gewone dwergvleermuis is een vooral object/gebouw bewonende soort. Deze soort is in het plangebied tijdens de veldbezoeken echter niet met een verblijfplaats binnen het plangebied aangetroffen. De gewone dwergvleermuis is vooral langs vliegend waargenomen. Invliegers, uitvliegers en/of zwermen is in het plangebied niet waargenomen. Daarnaast is ook de ruige dwergvleermuis in en nabij het plangebied waargenomen (hoofdzakelijke boombewoners). Dit betreffen vermoedelijk migrerende exemplaren aangezien de waarnemingen voornamelijk in het najaar zijn gedaan (migratieperiode). De mogelijk te kappen en/of herplanten bomen en de bomen in de directe omgeving van het plangebied bevatten geen zichtbare gaten, kieren en scheuren en hierbij zijn geen in- en/of uitvliegers bij waargenomen. Wel worden deze bomen (net als het overig openbaar groen in de directe omgeving) gebruikt als vliegbegeleiding en incidenteel foerageergebied. Met mogelijke kap en/of herplanting van de bomen gaat binnen het onderzoeksgebied geen essentieel foerageergebied en/of vliegroute verloren. Paarverblijfplaatsen (van gewone dwergvleermuis) zijn door middel van baltsroep wel aangetoond.
Op basis van de locatie van de baltsroep, het in vlucht volgen van deze baltsende vleermuis (met warmtebeeldcamera) is het baltsen gerelateerd aan een paar-/zomerverblijf direct ten oosten van het plangebied. Omdat er geen vaste verblijfplaatsen of andere beschermde functies voor vleermuizen zijn vastgesteld kunnen de kap- en sloopwerkzaamheden (buiten het kwetsbaar broed/voortplantingsseizoen) zonder verdere beperking vanuit deze soort worden uitgevoerd. Een ontheffing soortbescherming Wet natuurbescherming is hierdoor niet aan de orde. Door de werkzaamheden buiten deze kwetsbare perioden uit te voeren wordt invulling gegeven aan het Zorgvuldig handelen principe.
Volledigheid inventarisatie De inventarisatie is een uiteraard een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze (op een ander tijdstip) wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het vooronderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
12
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Literatuur Buijs Eco Consult BV, Ecologische quickscan Wet natuurbescherming Alcazar Groeneweg 16 Puttershoek, 24 augustus 2019, 190509-048 Dietz C. en Kieffer A. Veldgids Vleermuizen van Europa, (Nederlandse vertaling) (KNNV uitgeverij, Zeist 2017) Limpens, H, Mostert K, Bongers W. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1997) Kennisdocument gewone dwergvleermuis Kennisdocument ruige dwergvleermuis
WWW.KNMI.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.zuidholland.nl
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
13
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Bijlage 1 Wettelijk kader Hieronder volgt een algemene beschrijving van de Natuurwetgeving, gevolgd door betreffende onderdelen van de wetgeving. De Nederlandse natuurwetgeving De Nederlandse natuurwetgeving valt uiteen in gebiedsbescherming en soortbescherming. De gebiedsbescherming is geïmplementeerd in de Natuurbeschermingsweg 1998 en omvat de Natura 2000-gebieden. Per 01/01/2017 zijn beide onderdelen (en de Boswet) geïntegreerd in de Wet natuurbescherming (Wn). Gebiedsbescherming In de Natura 2000 gebieden zijn de beschermde natuurmonumenten alsmede de gebieden met de status Vogel- en/of de Habitatrichtlijngebied (Voorheen Speciale beschermingen Zones, Sbz’s) opgenomen. Globaal kan worden gesteld dat de gebiedsbescherming gericht is op de bescherming van de waarden waarvoor een gebied is aangewezen. Deze bescherming is gebied specifiek, maar kent wel de zogenaamde externe werking. Dat wil zeggen dat ook handelingen buiten het beschermde gebied niet mogen leiden tot verlies aan kwaliteit in het beschermde gebied. Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking.
Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield. Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wn) staan vernoemd in onderstaand kader.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
14
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wn)
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
15
Projectnummer 200110 17 april 2020
Nader onderzoek vleermuizen Alcazar Puttershoek
Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.
Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daaropvolgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien.
Buijs Eco Consult B.V., adviseurs ecologie
16