CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Project Herontwikkeling Alcazar ontwerp 2 Toelichting Bijlage 6 Adviesrapport omgevingsveililgheid (Veiligheidsregio ZHZ)

Oordeelsvormende vergadering 6 september 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Groeneweg 16 Puttershoek2.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hoeksche Waard t.a.v. mevrouw E. vanMiltenburg

Veiligheidsregio ZHZ Postbus 350 3300 AJ Dordrecht

Postbus 2003 3260 EA OUD-BEIJERLAND

Romboutslaan 105 3312 KP Dordrecht T 088 6365000

Geachte mevrouw Van Miltenburg,

E mail@vrzhz.nl I www.zhzveilig.nl

Naar aanleiding van uw adviesaanvraag d.d. 21 april 2020, treft u hierbij het

Datum

advies aan van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) met betrekking

2 juni 2020

tot project ‘Herontwikkeling Alcazar’ Puttershoek Groeneweg 16, 3297 LA Puttershoek. De afdeling Risicobeheersing van de VRZHZ brengt in het kader van externe veiligheid advies uit over de verantwoording van het groepsrisico en de mogelijkheden voor hulpverlening en zelfredzaamheid. Zij doet dit middels

Uw kenmerk project ‘Herontwikkeling Alcazar’ Ons kenmerk 2020-000680

een analyse van de omgeving, waarbij risicobronnen, mogelijke scenario’s en

Onderwerp

hun effecten worden beschouwd (zie het bijgevoegde adviesrapport).

Advies omgevingsveiligheid

Voor het beoordelen van het ruimtelijk plan dient u een gemotiveerde

Bijlage(n) 0

afweging te maken tussen de overwegingen met betrekking tot externe veiligheid en de toegevoegde waarde van het ruimtelijk plan. Graag verneemt de VRZHZ uw besluit met betrekking tot de onderstaande adviespunten.

Behandeld door P.J.C. Gruijthuijsen T 088 636 5747

Conclusie

M 06 20 30 80 75 E pjc.gruijthuijsen@brw.vrzhz.nl

De veiligheidstoets levert de volgende conclusies op: De ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft t.g.v. de aanwezigheid van de hogedruk gasleiding geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Voor de bestaande en de nieuwe situatie wordt een groepsrisico berekend van maximaal 0,011 maal de oriëntatiewaarde. Door de ontwikkeling neemt de personendichtheid in het plangebied af. Hierdoor neemt het groepsrisico t.g.v. de K1-buisleiding af van maximaal 0,0994 maal de oriëntatiewaarde in de bestaande situatie tot maximaal 0,0029 maal de oriëntatiewaarde in de nieuwe situatie. Het plangebied is goed bereikbaar. De veiligheidsregio wil graag betrokken blijven bij het inrichtingsplan zodat de bereikbaarheid van de objecten en de bluswatervoorziening in het plangebied kunnen worden gewaarborgd.

In het kader van de beheersbaarheid en zelfredzaamheid bij genoemde

Datum

scenario’s adviseert de veiligheidsregio u maatregelen te nemen ter beperking

2 juni 2020

van de risico’s. Maatregelen Een deel vaan plangebied ligt binnen het aandachtsgebied, maar buiten de house burning distance (HBD). De gebouwen zelf zullen niet in brand raken. Wel kunnen objecten in de gebouwen gaan branden. Echter is het niet nodig om aanvullende bouwkundige voorschriften tegen brand aan de gebouwen te eisen. Om te kunnen schuilen en/of vluchten zullen in de omgeving voldoende maatregelen moeten worden getroffen. Ervaringen met het opvangen en afvoeren van hemelwater zijn bruikbaar voor bescherming van de omgeving tegen plasbranden. De maatregelen moet er op gericht zijn om de eventueel vrije komende K1-vloeistof op te vangen in de veiligheidszone – leidingstrook van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas. Indien dit kan worden gerealiseerd zijn bouwkundige maatregelen niet noodzakelijk. Voor advies over risicocommunicatie kunt u contact opnemen met de afdeling Communicatie van mijn dienst. Voor vragen of nadere toelichting kunt u contact opnemen met Peter Gruijthuijsen van de afdeling Risicobeheersing van de VRZHZ. Zijn e-mailadres is: pjc.gruijthuijsen@brw.vrzhz.nl.

Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid namens dezen, G.J.W. (Wim) Visser Afdelingshoofd Risicobeheersing Deze brief is digitaal vervaardigd en daarom niet ondertekend.

Bijlage(n): - Adviesrapport Kopie: -

Ons kenmerk 2020-000680 Pagina 2 van 12

BIJLAGE 1: ADVIESRAPPORT

Datum 2 juni 2020

Aanleiding / situatiebeschrijving Op 21 april 2020 heeft de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) een verzoek om advies ontvangen voor het vaststellen van Vooroverleg omgevingsveiligheid aan Groeneweg 16, 3297LA Puttershoek. Het plangebied is gelegen Groeneweg 16, 3297LA Puttershoek. De projectlocatie is momenteel deels bebouwd (zie ook het eerdere figuur 2.1), ter plaatse is het evenementencomplex Alcazar Events gevestigd. Dit complex biedt mogelijkheden om events, feesten en partijen te organiseren. Zo wordt het complex gedeeltelijk of geheel verhuurd voor bedrijfsfeesten, huwelijken, BBQ's, vergaderingen of andere activiteiten. Het complex bestaat uit verschillende 'afdelingen', onder meer: restaurant, music hall en diverse cafés in uiteenlopende themastijlen (aprés-ski, oosters, Cubaans, cowboy, etc). Bovendien is een deel van het plangebied momenteel in gebruik als siertuin. De siertuin is gelegen ten oosten van het (niet tot onderhavig plangebied behorende) huis met adres Groeneweg 18. Het voorliggende bestemmingsplan geeft aan het plangebied de bestemming ‘Woongebied' en enkele dubbelbestemmingen, met als doel om de realisatie van maximaal 62 woningen mogelijk te maken en daarmee tegemoet te komen aan de bestaande vraag naar nieuwbouwwoningen.

Doelstelling / wettelijke basis, adviesgrond De VRZHZ is wettelijk adviseur op grond van artikel 13.3 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), artikel 9 Besluit externe veiligheid transport (Bevt), artikel 12.2 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). De VRZHZ brengt advies uit in verband met het groepsrisico over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting.

Risicobronnen en scenario’s Hogedruk aardgasleidingen Langs plangebied loopt een hogedruk aardgasleiding. Het gaat hierbij om buis W-524-01, zie onderstaande afbeelding.

Ons kenmerk 2020-000680 Pagina 3 van 12

Datum 2 juni 2020 Ons kenmerk 2020-000680 Pagina 4 van 12

(bron: Prevent adviesgroep) Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied maar buiten de 100% letaliteitscontour van buisleiding W-507-01. De hogedruk aardgasleiding heeeft de volgende kenmerken: Leidingnr.

Diameter

Druk

[inch]

[bar]

Afstand

Afstand 1% House Burning Attentiegebied

100%

letaliteit

Distance

letaliteit

[m]

(HBD) [m]

140

64

[m]

[m]

W-507-01

12.76

40

70

House burning distance (HBD) Binnen de house burning distance zal een huis in brand raken. Het kan dus nodig zijn om binnen dit gebied bouwkundige maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat personen binnenshuis toch beschermd worden tegen brand en warmtestraling. Attentiegebied Het attentiegebied is het gebied tot waar mensen buitenshuis dodelijk letsel kunnen krijgen. Ook kan hulpverlening niet plaatsvinden binnen dit gebied, omdat de warmtestraling daar te hoog voor is.

150

Er zijn verschillende incidenten met aardgas mogelijk. In de onderstaande tabel

Datum

zijn de mogelijke scenario’s weergegeven die bij incidenten met brandbaar gas

2 juni 2020

onder druk voor kunnen komen: Categorie Brandbaar

Ons kenmerk

Scenario

Effecten/schadebeeld

Uitstroming zonder ontsteking

gehinderde communicatie

gas onder

Gehoorsbeschadiging

druk

(mogelijke drukeffecten) Uitstroming met directe

Brandwonden

ontsteking: fakkelbrand (+

Ontstaan van secundaire

vuurbal)

branden

Uitstroming met vertraagde

Brandwonden

ontsteking:

Ontstaan van secundaire

gaswolkontbranding (+

branden

fakkelbrand)

Longbeschadiging door inademing van hete verbrandingsproducten Mogelijke drukeffecten

Tabel 3: Mogelijke scenario’s bij brandbaar gas onder druk “Handreiking voor optreden tijdens buisleidingincidenten”, december 2006 Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid

Voor de effectafstanden wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde “gele kaart”. Hierop staan de instructies voor de hulpdiensten vermeld, gebaseerd op de situatie na 10 minuten na de breuk van een aardgasleiding. Er wordt verondersteld dat de hulpdiensten niet eerder dan 10 minuten na aanvang van het incident ter plaatse kunnen zijn. In de onderstaande tabel worden de verschillende effectafstanden weergegeven met de warmtestraling. Indien er een breuk optreedt en er een brandende verticale fakkel (jet) ontstaat. De effectafstanden gelden voor de hogedruk aardgastransportleiding van 12 inch, met een druk van maximaal 40 bar.

10 kW/m2

Kortdurende

Langdurende

blootstelling

blootstelling

PBM1

Secundaire

12 inch hogedruk 100

branden 3 kW/m2

Veilig

PBM

150

2

veilig

veilig

250

1 kW/m

Tabel 4: Contouren (in meters) van warmtestraling bij aardgastransportleidingen “Gele kaart, versie 1 januari 2017

Binnen de 10 kW/m2 –contour dient rekening te worden gehouden met het ontstaan van secundaire branden. Volledig beschermde brandweermensen met ademlucht zijn bij 3 kW/m 2 veilig. Onbeschermde hulpverleners en omstanders zijn pas veilig bij 1 kW/m2.

1

Persoonlijke beschermingsmiddelen

2020-000680 Pagina 5 van 12

De afstand tussen de bebouwing in het plangebied en de gasleiding is ca. 95

Datum

meter.

2 juni 2020 Ons kenmerk 2020-000680 Pagina 6 van 12

Datum 2 juni 2020

Transport van gevaarlijke stoffen door K1-buisleidingen Ons kenmerk

Ten zuiden van het plangebied is een buisleiding voor het transport van K1-

2020-000680

producten gelegen. De leiding betreft een olieproductenleiding en heeft een diameter van 24". De leiding wordt beheerd door de RRP. Voor de leiding geldt dat de PR 10-6-contour en het invloedsgebied is opgevraagd bij de leidingbeheerder. De PR 10-6 contour varieert van 0 tot 44 m en het invloedsgebied is 73 meter.

(bron: Prevent adviesgroep)

Als scenario moet worden uitgegaan van de breuk van de leiding (lekken zullen niet leiden tot een substantiële risicobijdrage). In geval van een breuk zal er uitstroom plaatsvinden richting het maaiveld. Er komt dan ca. 435 m3 K1-vloeistof vrij met een plasdiameter van 105 m en een plas die direct ontsteekt (plasbrand).

Veiligheidstoets In het vorige hoofdstuk heeft een analyse plaatsgevonden van de risicobronnen in het plangebied. Naar aanleiding van deze scenario’s vindt in dit hoofdstuk een veiligheidstoets plaats met betrekking tot het groepsrisico, de beheersbaarheid bij deze risicobronnen en de zelfredzaamheidsmogelijkheden bij een incident met gevaarlijke stoffen bij deze risicobronnen.

Pagina 7 van 12

Groepsrisico Hogedruk aardgasleiding De ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Voor de bestaande en de nieuwe situatie wordt een groepsrisico berekend van maximaal 0,011 maal de oriëntatiewaarde. K1-buisleiding Door de ontwikkeling neemt de personendichtheid in het plangebied af. Hierdoor neemt het groepsrisico af van maximaal 0,0994 maal de oriëntatiewaarde in de bestaande situatie tot maximaal 0,0029 maal de oriëntatiewaarde in de nieuwe situatie.

Zelfredzaamheid Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij kunnen vluchten zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten. Hogedruk aardgasleiding Een deel vaan plangebied ligt binnen het aandachtsgebied, maar buiten de house burning distance (HBD). Hoewel gebouwen buiten de HBD niet in brand raken, bieden ze niet altijd voldoende bescherming bij langdurige blootstelling aan de warmtestraling. De gebouwen zelf zullen niet in brand raken. Wel kunnen objecten in de gebouwen gaan branden. Echter is het niet nodig om aanvullende bouwkundige voorschriften tegen brand aan de gebouwen te eisen, omdat gedurende de tijd de warmtestraling afneemt en mensen in gebouwen voldoende tijd hebben om zich in veiligheid te brengen door te vluchten of een nog betere schuilplaats te vinden. Om te kunnen schuilen en/of vluchten zullen in de omgeving voldoende maatregelen moeten worden getroffen. Voor bescherming tegen gevaar bij grootschalige buitenverblijven of- activiteiten moet overleg met de Veiligheidsregio plaatsvinden.

Datum 2 juni 2020 Ons kenmerk 2020-000680 Pagina 8 van 12

K1-buisleiding

Datum

Bij een plasbrand ontbrandt materiaal dat verdampt uit een laagje vloeistof. Een

2 juni 2020

plasbrand kan bijvoorbeeld ontstaan wanneer een tankwagen met benzine open scheurt na een botsing. Het gevaar voor de omgeving wordt bepaald door de plaats, het oppervlak en de diepte van de plas met de brandbare vloeistof. Ook het soort vloeistof waar de plasbrand uit bestaat, is van belang; de brandbaarheid en de warmteontwikkeling verschilt per vloeistof. De vloeistof verbrandt aan het oppervlak, waardoor een ondiepe plas met een groot oppervlak sneller zal opbranden dan een diepe plas van dezelfde vloeistof met een klein oppervlak. De warmtestraling is voor mensen gevaarlijk tot op enkele tientallen meters vanaf de rand van de plas. Bij een plasbrand zijn mensen binnenshuis beter beschermd dan buiten. Voor mensen buiten kan vluchten naar een veilige plek (bijvoorbeeld een gebouw buiten het aandachtsgebied) bescherming bieden. Dit is afhankelijk van de afstand van de aanwezigen tot de plasbrand, de ontwikkeltijd van het ongeval en de loopsnelheid van de aanwezigen. Mensen die zich tijdens een plasbrand in een gebouw binnen het aandachtsgebied bevinden, kunnen alsnog blootgesteld worden aan verschillende gevaren. Zo kunnen ze door ruiten heen worden blootgesteld aan warmtestraling. Daarnaast kan er een secundaire brand ontstaan doordat het gebouw of interieur ontbrandt. Dit kan er toe leiden dat mensen naar buiten vluchten of dat het pand wordt ontruimd.

Hierdoor worden mensen alsnog blootgesteld aan warmtestraling van de plasbrand. Tot slot kan een gebouw door warmtestraling instorten, bijvoorbeeld doordat de stalen constructie bezwijkt. Via omgevingsmaatregelen of aanvullende bouweisen kan extra bescherming worden geboden. Ervaringen met het opvangen en afvoeren van hemelwater zijn bruikbaar voor bescherming van de omgeving tegen plasbranden. Uiteraard moet het specifieke risico van gevaarlijke stoffen hierbij onderkend worden. Het gaat nu niet om het behouden van droge voeten, maar het op afstand houden van de brandende vloeistofplas en het vertragen van de plasvorming om tijdwinst te boeken. De maatregelen moet er op gericht zijn om de eventueel vrije komende K1vloeistof op te vangen in de veiligheidszone – leidingstrook van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas. Indien dit kan worden gerealiseerd zijn bouwkundige maatregelen niet noodzakelijk.

Ons kenmerk 2020-000680 Pagina 9 van 12

Datum

Maatregelen

Uitleg maatregel

Creëren/benutten

Brandende vloeistoffen verspreiden zich naar het

hoogteverschillen

laagste punt in de omgeving. Door hoogteverschil aan te brengen, kan voorkomen worden dat de plasbrand zich kan verspreiden naar het te beschermen gebied. Hoogteverschillen kunnen gecreëerd worden door wallen of het op afschot leggen van oppervlak.

Scherm/keerwand

Een scherm met aaneengesloten funderingsvoet,

aanbrengen

keerwand of andere obstakels zoals een stoeprand kunnen brandende vloeistoffen stoppen voordat ze een gebied bereiken. Aandachtspunt hierbij is dat wanneer ook het scenario explosie mogelijk is een scherm door de drukgolf kan worden weggeblazen en daardoor mogelijk schade aanricht.

Ballastbed/greppel/(droge) Langs transportroutes voor gevaarlijke stoffen kunnen bermsloot

(brandende) vloeistoffen worden opgevangen in een ballastbed, greppel of (droge) bermsloot om verspreiding naar de omgeving tegen te gaan.

Riolering

Het rioolstelsel kan gebruikt worden voor snelle opvang van gevaarlijke stoffen. In het rioolstelsel dienen wel voorzieningen aangebracht te worden waardoor gevaarlijke stoffen zich niet vrij kunnen verspreiden. Daarbij is extra aandacht nodig voor mogelijke ontsteking met kans op brand en explosie.

Bluswater

Voor een adequate hulpverlening van de brandweer is het van belang dat voldoende bluswater aanwezig is bij de activiteit met gevaarlijke stoffen. Door de waterbron onderdeel te laten zijn van een doorlopend watersysteem, wordt het water steeds aangevuld. In het kader van de zelfredzaamheid bij genoemde scenario’s verdient het aanbeveling bij het (her)ontwikkelen van gebouwen in het plangebied de volgende maatregelen te creëren: Gebouwen zodanig inrichten dat de vluchtwegen van de risicobronnen aflopen; Het toepassen van zo min mogelijk glas aan de risicozijde; De gebouwen dusdanig ontwerpen zodat niet-verblijf ruimten als bergingen, keukens, wc’s en trappenhuizen aan de gevaarszijde zijn geplaatst; Gebouwen loodrecht projecteren ten opzichte van de risicobronnen. Om de effectiviteit van de hierboven genoemde maatregelen te garanderen zijn de volgende organisatorische maatregelen noodzakelijk: De omwonenden, gebruikers en andere betrokkenen dienen geïnformeerd te worden over een drietal zaken. Ten eerste over de plannen/bestemming in hun

2 juni 2020 Ons kenmerk 2020-000680 Pagina 10 van 12

directe omgeving en de mogelijke risico´s als gevolg. Vervolgens over de

Datum

maatregelen die de overheid treft om de risico´s te beperken. Tot slot over de

2 juni 2020

handelingsperspectieven voor de burger zelf om zich zo goed

mogelijk voor te bereiden op een eventueel incident. Dit kan door middel van het Ons kenmerk publiceren van teksten op de website of in de gemeenterubriek. Maar hiertoe kunnen ook andere communicatie middelen worden ingezet. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor risicocommunicatie. De regionaal risicocommunicatie adviseur, werkzaam bij de Veiligheidsregio, kan hierbij ondersteunen.

Beheersbaarheid Beheersbaarheid richt zich op de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid de richtlijnen zoals beschreven in de “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019” (Brandweer Nederland, 2020). In overleg met het lokale brandweerploeg in uw gemeente zijn de volgende aspecten naar voren gekomen: Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening Het plangebied is goed bereikbaar. De veiligheidsregio wil graag betrokken blijven bij het inrichtingsplan zodat de bereikbaarheid van de objecten en de bluswatervoorziening in het plangebied kunnen worden gewaarborgd. Zorgnorm Het plangebied is binnen de zorgnorm bereikbaar.

Conclusies De veiligheidstoets levert de volgende conclusies op: De ontwikkeling van de personendichtheid in het plangebied heeft t.g.v. de aanwezigheid van de hogedruk gasleiding geen effect op de hoogte van het groepsrisico. Voor de bestaande en de nieuwe situatie wordt een groepsrisico berekend van maximaal 0,011 maal de oriëntatiewaarde. Door de ontwikkeling neemt de personendichtheid in het plangebied af. Hierdoor neemt het groepsrisico t.g.v. de K1-buisleiding af van maximaal 0,0994 maal de oriëntatiewaarde in de bestaande situatie tot maximaal 0,0029 maal de oriëntatiewaarde in de nieuwe situatie. Het plangebied is goed bereikbaar. De veiligheidsregio wil graag betrokken blijven bij het inrichtingsplan zodat de bereikbaarheid van de objecten en de bluswatervoorziening in het plangebied kunnen worden gewaarborgd.

2020-000680 Pagina 11 van 12

Aanbevelingen Naar aanleiding van de analyse en de daaruit getrokken conclusies komen de volgende aanbevelingen naar voren: Een deel vaan plangebied ligt binnen het aandachtsgebied, maar buiten de house burning distance (HBD). De gebouwen zelf zullen niet in brand raken. Wel kunnen objecten in de gebouwen gaan branden. Echter is het niet nodig om aanvullende bouwkundige voorschriften tegen brand aan de gebouwen te eisen. Om te kunnen schuilen en/of vluchten zullen in de omgeving voldoende maatregelen moeten worden getroffen. Ervaringen met het opvangen en afvoeren van hemelwater zijn bruikbaar voor bescherming van de omgeving tegen plasbranden. De maatregelen moet er op gericht zijn om de eventueel vrije komende K1-vloeistof op te vangen in de veiligheidszone – leidingstrook van het bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas. Indien dit kan worden gerealiseerd zijn bouwkundige maatregelen niet noodzakelijk.

Datum 2 juni 2020 Ons kenmerk 2020-000680 Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11732520/1