Project Herontwikkeling Alcazar ontwerp 2 Toelichting Bijlage 3 Resultaten bodemonderzoek (incl. asbest) (Tauw)
Tekst van het document
Resultaten verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest) en aanvullend onderzoek, Groeneweg 16-18 in Puttershoek 9 januari 2020
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Verantwoording Titel
Resultaten verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest) en aanvullend
Opdrachtgever
Stebru Service en Beheer B.V.
Projectleider
Maarten Hamersma
Auteur(s)
Arno Dols, Iris Koekkoek, Iris van der Veen
onderzoek, Groeneweg 16-18 in Puttershoek
Tweede lezer
Maarten Hamersma en Harm Landman (protocol 2018)
Uitvoering meet- en inspectiewerk
3 september 2019: R. de Jongh, H. Joris, J van de Bergh (certificaat VB 059/6) en Carolien Drost (C.M. Drost); certificaatnummer K54913 10 en 11 december 2019: R. Koole (certificaat VB 059/6)
Projectnummer
1271403
Aantal pagina’s
22 (exclusief bijlagen)
Datum
9 januari 2020
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv Rhijnspoor 209 Postbus 6 2900 AA Capelle aan den IJssel T +31 10 28 86 10 0 E info.rotterdam@tauw.com
2/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 6
3
4
5
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 6
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 7
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties................................................ 7
2.4
Overzicht verdachte deellocaties ....................................................................................... 8
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................... 8
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................... 9
2.7
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie .......................................... 10
2.8
Terreinverkenning ............................................................................................................ 12
2.9
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek .......................................................... 12
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ........................................................... 13 3.1
Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 13
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 13
3.3
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 15
Resultaten ............................................................................................................................... 15 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 15
4.2
Resultaten grond en grondwater ...................................................................................... 16
4.2.1
Resultaten grond ....................................................................................................... 16
4.2.2
Resultaten grondwater .............................................................................................. 20
4.2.3
Resultaten asbest ..................................................................................................... 20
Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................. 21 5.1
Conclusies........................................................................................................................ 21
5.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 22
3/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart bevindingen vooronderzoek
Bijlage 3
Kaart situering monsternemingspunten
Bijlage 4
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 5
Boorprofielen verkennend bodemonderzoek
Bijlage 6
Boorprofielen aanvullend bodemonderzoek
Bijlage 7
Toetsingskader
Bijlage 8
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 9
Analysecertificaten
Bijlage 10
Veldverslag asbest
Bijlage 11
Foto’s
4/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
1 Inleiding In opdracht van Stebru Ontwikkeling B.V. heeft Tauw een vooronderzoek conform de NEN 57251, een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 57402 (3 september 2019), een verkennend onderzoek naar asbest in de bodem volgens NEN 57073 (3 september 2019) en een aanvullend bodemonderzoek (10 en 11 december 2019) uitgevoerd aan de Groeneweg 16-18 in Puttershoek. De aanleidingen voor de uitvoering van de bodemonderzoeken zijn:
De voorgenomen koop van de locatie
De wens van de opdrachtgever inzicht te krijgen in die milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de locatie
De voorgenomen herontwikkeling en beoogd toekomstig gebruik van de locatie voor woningen. Het is de wens van de opdrachtgever om een eerste indicatie krijgen van de bodemkwaliteit om eventuele vervolgacties in beeld te brengen
De resultaten van de reeds door Tauw uitgevoerde verkennende bodemonderzoeken
Zowel de verkennende als de aanvullende onderzoeken zijn uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging, de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen en grondverzet. Het beoogd toekomstig gebruik van de locatie is wonen. Het doel van het bodemonderzoeken is:
Met een bodemonderzoek (inclusief vooronderzoek) duidelijkheid krijgen over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem Bepalen of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zorgt voor onoverkomelijke obstakels in de herontwikkeling van de locatie. Zoals de omgevingsvergunning, de wijziging van het bestemmingsplan en daarmee samenhangende kosten
1
NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017. NEN 5740: Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016. 3 NEN 5707+C2:2017: Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017. 2
5/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A uit de NEN 5725. In paragraaf 2.7 zijn de onderzoeksvragen en antwoorden hierop beschreven. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een kaart met de ligging van relevante bevindingen zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Groenweg 16-18
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
PTH01 D 981 PTH01 D 2271 PTH01 D 860
Publiekrechtelijke beperking
Nee
RD-coördinaten (X/Y)
97615; 42425
Oppervlakte (m2) / lengte (m)
14.580
Verharding (m2)
10.100 (klinkers en tegels)
Bebouwing (m2)
3.700
Voormalig gebruik
Landbouw
Huidig gebruik
Bedrijventerrein (evenementen)
Toekomstig gebruik
Woningen
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Bodemfunctieklasse -Regionale Bodemkwaliteitskaart
Bovengrond: Wonen
OZHZ
Ondergrond: Wonen
Bodemkwaliteitsklasse -Regionale Bodemkwaliteitskaart
Bovengrond: Achtergrondwaarde (Wonen na 1940
OZHZ
,HW2) Ondergrond: Achtergrondwaarde (Wonen na 1940 ,HW2)
Archeologie* (IKAW3) Explosieven* BeoBOM kaart, Veo Bommenkaart
Hoge tot middelhoge trefkans (IKAW3) Vooronderzoek uitgevoerd (Van den Herik Sliedrecht, 10326).
* Geen verplicht onderdeel vanuit de NEN 5725
De onderzoekslocatie is vanaf begin 20ste eeuw in gebruik geweest als agrarisch bedrijf (woon boerderij). Eind jaren ‘90 van de vorige eeuw is op de locatie evenementencentrum Alcazar gevestigd geweest. Dit betreft deels het gebouw maar ook het aangrenzende parkeerterrein. Eind jaren ‘90 heeft er ook nieuwbouw plaatsgevonden in verband met de wijziging van het gebruik van de locatie als evenementencentrum.
6/22
Kenmerk
2.2
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel
Bevinding
Informatiebron
Regionale bodemopbouw
De lithologie bestaat
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens
afwisselend uit klei en veen tot 6,0 m-mv. Hieronder bevindt zich een laag met fijn zand Antropogene lagen
Onbekend
Stijghoogte freatisch grondwater
Onbekend
Geen antropogene lagen in dinoloket
Verwachte
Niet genoeg datapunten
https://www.grondwatertools.nl/grondwatertools-
grondwaterstromingsrichting
om isohypsen te
viewer
genereren In/nabij
n.v.t.
https://wkotool.nl/
n.v.t.
https://wkotool.nl/
grondwaterbeschermingsgebied In/nabij overige grondwateronttrekkingen Drainerende of infiltrerende
Onbekend
situatie aanwezig
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd:
Kadaster
BAG-gegevens Omgevingsdienst OZHZ
Bodemloket
Luchtfoto’s van Globespotter Cyclomedia Straatfoto’s van Globespotter Cyclomedia
Historische topografische kaarten van Topotijdreis IKAW3
Beo BOM kaart Veo Bommenkaart
WKO tool Informatie huidige eigenaar
7/22
Kenmerk
2.4
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Overzicht verdachte deellocaties
Tabel 2.3 Overzicht verdachte deellocaties Nummers
Activiteit /
Start
Eind
Informatiebron
Begin 20ste
Begin 20ste
Topotijdreis,
Status
deellocatie 1
Ophooglaag met
Verdacht 4
puin en slakken
eeuw
eeuw
Bodemrapportage
2
Asbestverdachte
Onbekend
Heden
Cyclomedia
Verdacht
3
Gedempte sloot
1940
1970
Topotijdreis,
Onverdacht
daken bodemrapportage5
Verdachte activiteit 1 bestaat uit een heterogeen aangebrachte ophooglaag. In de ophooglaag met puin en slakken is een teerachtig product aangetoond5, hierin is een verhoogd PAK gehalte (185 mg/kg) gemeten. De voormalige locatie van de PAK verontreiniging is in bijlage 2 weergegeven. Uit het vooronderzoek blijkt dat deze grond zeer waarschijnlijk in de slootdemping (activiteit 3) is toegepast tijdens de uitbreiding van de nieuwbouw eind jaren ’90. Verdachte activiteit 2 betreft de aanwezigheid van asbestverdachte daken op een gedeelte van de aanwezige bebouwing. Er is een regengoot aanwezig langs de volledige rand van het dak. Verdachte activiteit 3 betreft de slootdempingen welke jaren ’40 – ‘70 zijn uitgevoerd met materiaal wat vrijgekomen is tijdens de nieuwbouw op de locatie. Uit tabel 2.3 volgt dat de locatie verdacht is op de volgende stoffen: asbest en PAK.
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem
Tabel 2.4 Vooronderzoek asbest Asbestverdacht aspect
Verdacht?
Informatiebron/toelichting
(ja/nee/) Puinhoudende grond
Ja
Asbestverwerkende industrie
Nee
-
Asbest in industriële voorzieningen
Nee
-
Asbestwegen –erven, -dammen en
Ja
Topotijreis, bestaande bodeminformatie, bodemrapportage5 (betreft slootdempingen)
dempingen Historische ophogingen met
Bestaande bodemrapportages
Nee
Bestaande bodeminformatie
Ja
Asbestverdachte daken, visueel zichtbaar op
asbesthoudende bodem of baggerspecie Asbesthoudende bebouwing
luchtfoto’s en via cyclomedia streetview Asbesthoudende beschoeiingen of
Nee
Niet zichtbaar op op luchtfoto’s en via
Nee
Topotijreis,
cyclomedia streetview.
afperkingsschotten Glastuinbouw/kassen
4
Inpijn Blokpoel, Verkennend bodemonderzoek Groeneweg 16 Discotheek Alcazar, kenmerk MA-1063, d.d. 15-04-1997.
5
Verkennend bodemonderzoek Groeneweg 18, Puttershoek, T99.06.069, d.d. Juli 1999. 8/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Asbestverdacht aspect
Verdacht?
Informatiebron/toelichting
(ja/nee/) Historische calamiteiten met asbest
Nee
Bestaande bodeminformatie
Funderingslaag
Nee
Terreinverkenning
Stortingen
Nee
Bestaande bodeminformatie
Voormalige opslag met asbestverdacht
Nee
-
Nee
Bestaande bodeminformatie
Nee
-
Nee
Geen eerder onderzoek naar asbest in de
materiaal (Voormalige) aanwezigheid van op- en overslag van puin of mobiele puinbrekers (Voormalige) aanwezigheid van depots puinhoudende grond Aangetoond asbest in eerdere onderzoeken
bodem bekend
De directe omgeving rond asbestverdachte daken (activiteit 2) is asbestverdacht. De sloot is gedempt met grond wat naast asbestverdachte daken heeft gelegen (activiteit 2). Dit maakt de slootdemping ook verdacht op asbest. In overleg met de opdrachtgever is enkel de grond direct aangrenzend aan de asbestverdachte daken (activiteit 2) onderzocht op asbest.
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op / nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS- verbindingen als gevolg van puntbronnen6. Op basis van het handelingskader PFAS van het expertisecentrum wordt de kans op het vrijkomen van PFAS in de bodem als gevolg van puntbronnen op of nabij de locatie verwaarloosbaar geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS7. Op basis van het vooronderzoek kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken als de betreffende bodemlaag evident onverdacht is op het voorkomen van PFAS, bijvoorbeeld in geval van diepere ongeroerde bodemlagen onder de grondwaterspiegel of een slecht doorlatende bodemlaag. De bodem van de onderzoekslocatie is diffuus verdacht voor PFAS in de grond tot de grondwaterstand (circa 1,5m -mv). De locatie ligt niet in een gebied met gebiedsspecifiek beleid voor PFAS.
6
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018.
7
Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en
Waterstaat, 8 juli 2019. 9/22
Kenmerk
2.7
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
Tabel 2.5 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvatting Naam
Korte samenvatting
Onderzoeksbureau
Kenmerk
Datum
Verkennend
Het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden
Inpijn Blokpoel
MA-1063
15-4-1997
bodemonderzoek
op de huidige onderzoekslocatie. In de
Groeneweg 16
grond is een bijmenging met slakken/puin
Discotheek
en teerachtig product aangetroffen vanaf
Alcazar
0,4m -mv. In de grond waar de puin en
Inpijn Blokpoel
MA-1063-A
5-5-1997
MA1063-A
21-4-1997
onderzoek
slakken bijmenging is aangetroffen is een sterk verhoogde gehalte PAK (185 mg/kg) aangetoond. In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalte minerale olie, EOX en PAK aangetoond. In het grondwater is een matige verhoogde concentratie naftaleen aangetoond. Daarnaast zijn arseen, benzeen tolueen, xylenen, minerale olie, trichloormethaan en cresol boven de tussenwaarde aangetoond in het grondwater. Nader onderzoek
Het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden
Groeneweg 16
op de huidige onderzoekslocatie en betreft
Discotheek
alleen de uitbreiding van de discotheek. Het
Alcazar
eerder aangetoond sterk verhoogd gehalte PAK in de ondergrond is voldoende afgeperkt. In het grondwater is geen tussenwaarde overschrijding voor PAK meer aangetoond. Het betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging aangezien het volume <25m3 is. Bij dit bodemonderzoek zijn boringen geplaatst op de uitbreiding van de discotheek. De uitbreiding van de discotheek is voorzien van een verharde vloer. Op deze positie hebben geen activiteiten plaatsgevonden die tot een bodemverontreiniging hebben kunnen leiden of de bodemkwaliteit verslechterd kunnen hebben*.
Verkennend
Licht verhoogd PAK gehalte in
In- en Exterieur
bodemonderzoek
mengmonster klei, en één sterke
architektenburo
Groeneweg 6-10
verontreiniging met PAK en minerale olie in
Nic. Geers 8i Jac .
een monster met puin en slakken.
van Stam
Verontreiniging (>S) met BTEX, naftaleen en minerale olie in het grondwater. 10/22
Kenmerk
Naam
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Korte samenvatting
Onderzoeksbureau
Kenmerk
Datum
Verkennend
Betreft een verkennend bodemonderzoek in
DS milieu-consult
T99.06.069
Juli 1999
bodemonderzoek
verband met de verkoop van de locatie. Uit
bv
Groeneweg 18,
de voorinformatie blijkt dat de vrijgekomen
Puttershoek
grond bij de uitbreiding van de bebouwing
onderzoek
op de onderzoekslocatie is toegepast om een sloot te dempen. Het nader onderzoek naar de sterke verontreinigen met PAK door Inpijn Blokpoel (5-5-1997) was niet beschikbaar tijdens het opstellen van de rapportage. Boring 39 en 42 zijn in deze gedempte sloot geplaatst (foutief in rapport als boring 43), in boring 42 is op 1,4m -mv op bouwpuin gestuit. In het bovengrond monster, samengesteld uit het vermoedelijk slootdemping materiaal, is enkel minerale olie licht verhoogd aangetoond. * Aangezien geen verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden worden geen inpandige boringen geplaatst ter plaatse van de uitbreiding van de discotheek
Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat in de ondergrond een sterk verhoogde gehalte PAK aanwezig is in de ondergrond. Deze verontreiniging is in de grond voldoende afgeperkt en had een volume van <25 m3. Het betrof daarom geen geval van ernstige bodemverontreiniging. De contouren van de verontreiniging bevond zich volledig binnen de uitbreiding van de bebouwing eind jaren ’90. Uit een eerder uitgevoerd onderzoek blijkt dat deze grond zeer waarschijnlijk is gebruikt om de sloot te dempen (activiteit 3). De bovengrond (0,0,-0,4 m -mv) is maximaal licht verontreinigd. In het grondwater is naftaleen matige verhoog aangetoond. Verder zijn er licht verhoogde concentraties aangetoond (voor o.a. aromaten en minerale olie). Op een gedeelte van de bebouwing zijn asbestverdachte daken aanwezig (activiteit 2). Of deze daken inderdaad asbest bevatten is niet bekend. De gedempte sloot betreft een verdachte locatie met name voor PAK aangezien de vrijgekomen grond uit activiteit 1 hier is toegepast, maar ook voor overige parameters waaronder asbest.
11/22
Kenmerk
2.8
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Terreinverkenning
De terreinverkenning is uitgevoerd direct voorafgaand aan het veldwerk. Hier is met name aandacht gevestigd op de aanwezigheid van dakgoten onder het asbest dak. De terreinverkenning wordt uitgevoerd op 3 en 5 september 2019 door René de Jongh van Sialtech. Op 3 september 2019 is door René de Jongh een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning zijn waarnemingen gedaan die van invloed zijn op de keuze van onderzoeksstrategie, opzet van het onderzoek of uitvoering van het veldwerk. Daar waar de locatie grenst aan de Groenweg is het trottoir verhard met asfalt. Daarom zijn twee asbestgaten verplaatst naar het klinker verharde gedeelte direct aangrenzend aan de asfaltverharding. Dit heeft geen invloed op de betrouwbaarheid van het onderzoek gehad. De dakgoot is tijdens de terreinverkenning intact waargenomen langs de gehele dakrand van het asbestdak.
2.9
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek Wat is de afbakening van de locatie en is deze voldoende?
Ja op basis van de aangeleverde contouren van de opdrachtgever
Is er sprake van potentiele bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiele bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters?
Er is een sterk verhoogde gehalte PAK aangetoond in een eerder onderzoek. Deze verontreiniging betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Deze grond is zeer waarschijnlijk toegepast bij de demping van de sloot (activiteit 3). Daarnaast is naftaleen in het grondwater matig verhoogd aangetoond in het verleden
Is de bodem asbestverdacht?
Ja op basis van de visueel waargenomen asbestdaken op een gedeelte van de bebouwing. Er heeft op de locatie geen eerder onderzoek naar asbest in de grond plaatsgevonden
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
Er is waarschijnlijk een ophooglaag met incidenteel puin en mogelijk slakken aanwezig op de locatie. Deze opgebrachte laag bevindt tot een diepte van circa 1,0m -mv. Hieronder is een kleipakket aanwezig wat incidenteel door een laag veen wordt onderbroken
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Nee dit is niet waarschijnlijk
Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich?
Nee, de sterke verontreiniging met PAK (activiteit 1) had een beperkte omvang (<25 m3)
12/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek
noodzakelijk? Nee nog niet voldoende bekend Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van het bodemonderzoek? Verdacht heterogeen conform de NEN 5740 Verdacht met een duidelijke verontreinigingskern conform NEN 5707 voor de deellocatie waar de asbestverdachte daken aanwezig zijn
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
In overleg met de opdrachtgever is besloten om de strategie “Onverdacht” aan te houden. Dit om een eerst beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond te krijgen. Daarnaast is er een aanvullende inspanning met betrekking tot het grondwater bovenop de strategie “onverdacht” aangehouden in overleg met de opdrachtgever. Er is één aanvullende peilbuis geplaatst. Om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden is de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5740 gehanteerd:
Strategie onverdacht (ONV)
Om de gestelde onderzoeksvragen m.b.t. asbest te beantwoorden is de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5707 gehanteerd rond de bebouwing van het asbestdak. Het overig terrein is niet onderzocht op asbest: Strategie verdacht met een duidelijk verontreinigingskern Het aanvullende bodemonderzoek richt zich op de in het vooronderzoek aangetoonde slootdempingen op het terrein, de aangetoonde verontreiniging met barium (uitsplitsing) en het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond ter plaatse van de beoogde parkeergarage.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
Voor het bodemonderzoek uitgevoerd op 3 en 5 september en op 10 en 11 december zijn de procesonderdelen (BRL 2000), uitvoering veldwerk, monstername en overdracht monsters aan een erkend laboratorium (of overdracht aan Tauw locatie/koerier) uitbesteed aan bedrijf Sialtech. Het veldwerk op 3 en 5 september is uitgevoerd door de heer R. de Jongh, H. Joris en J van de Bergh. De veldwerkzaamheden voor het aanvullende bodemonderzoek zijn uitgevoerd op 10 en 11 december 2019 door R. Kole. De veldmedewerker(s) zijn erkend en geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving (certificaatnummer VB 059/6). Het grondwater is bemonsterd op donderdag 12 september 2019 door C.M. Drost. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913.
13/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
De procesonderdelen, opstellen monsternemingsplan, aansturing monsternemer, controle veldwerkverslag en rapportage zijn uitgevoerd door Tauw bv. Tauw bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door KIWA (certificaatnummer K54913). In tabel 3.1 zijn de velden analysewerkzaamheden voor het verkennende bodemonderzoek weergegeven. In tabel 3.2 zijn de veld- en analysewerkzaamheden voor het aanvullende bodemonderzoek weergegeven. In tabel 3.3 is de mengmonstersamenstelling van beide onderzoeken weergegeven. In bijlage 3 is de situering van de monsternamepunten opgenomen. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Veldwerk
Aantal
Monsterpuntnummers
Boring tot circa 0,5 m -mv
17
9, 11 t/m 17, 21, 24
Boring tot circa1,0 m -mv
5
2 t/m 6
Boring tot circa 2,0 m -mv
5
7, 10, 20, 22
Boring met peilbuis tot circa 3,0 m -mv
4
18, 23, 25, 26
Asbestgaten
5
200, 300, 400, 500, 600
Gestaakte boring
1
600
Analyses
Aantal
(Meng)monstercodes
6
MM BG1, MM BG2, MMBG3, MM BG 4
1
Standaard stoffenpakket grond
MM OG 1, MM OG 2 Puin BG en Puin OG
1)
Standaard stoffenpakket grondwater2
4
18, 23, 25, 26
Asbest in grond
3
600, 1000-1, 1002-1
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink),
PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof 2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en
minerale olie (GC)
Boring 600 en 22 zijn nabij de slootdemping op de locatie geplaatst en zijn doorgezet tot te ondergrond (> 0,5m -mv). Tabel 3.2 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden voor aanvullend bodemonderzoek Veldwerk
Boring tot circa 2,0 m-mv
Gedempte
Beoogde locatie
sloten
parkeergarage
8
-
Monsterpuntnummers
30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37
Boring tot circa 4,0 m-mv
-
Analyses
Aantal
Standaard stoffenpakket
3
grond
1
4
38, 39, 40, 41 (Meng)monstercodes
6
Gedempte sloten: -
MM1, MM2, MM3
Parkeergarage: -
MM4, MM5
-
Puin 1, Puin 2
-
Veen_OG
-
41 14/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
De mengmonsters zijn samengesteld op basis van de samenstelling van de grond en eventuele bijmengingen. Tabel 3.3 Mengmonstersamenstelling (Meng) monster
Deelmonster
Diepte (m -mv)
MM_BG 1
15-1, 17-1, 18-1, 24-1
0-0,5
MM_BG 2
7-2, 10-1, 21-1
0-0,5
MM_BG 3
13-1, 20-1, 23-1
0-0,5
MM_BG 4
12-1, 22-1
0-0,5
MM_OG 1
10-3, 26-3
0,9-1,5
MM_OG 2
18-4, 23-5
1,4-2
Puin BG
200-1, 300-2
0,05-0,5
Puin OG
200-2, 300-3, 600-3
0,4-1,2
MM1
30-2, 31-1, 32-1
0,8-0,58
MM2
33-3, 34-3, 35-2
0,7-1,5
MM3
36-5, 37-5
1,5-2
MM4
39-3, 40-3
1-1,5
MM5
39-5, 40-5
1,7-2,2
Veen_OG
38-9, 41-9
3,5-4
Puin 1
38-2
0,5-1
Puin 2
38-3
1-1,5
41
41-3
0,7-1,2
3.3
Veiligheid en kwaliteit
Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 4. Er is wel afgeweken van de vigerende protocollen. Toelichting vindt u in bijlage 4.
4 Resultaten 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
De bovengrond bestaat uit siltig fijn zand. Daaronder een laag zwak fijnzandige klei tot 1,5 m -mv. Hieronder is een veenlaag aanwezig. Tijdens de veldwerkzaamheden op 3 en 5 september zijn wel waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In boring 200, 300 en 600 is een bijmenging met puin aangetroffen. Boring 600 is gestaakt op een harde (beton) laag. Ook is er tijdens de veldwerkzaamheden in boring 38 puin aangetroffen. Tijdens de werkzaamheden is asbestverdacht materiaal waargenomen. Er heeft geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 plaatsgevonden. De locatie is voorzien van opstallen en verhardingen. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 5 (3 en 5 september) en bijlage 6 (10 en 11 december). De veldmetingen die gedaan zijn op 12 september zijn weergegeven in tabel 4.1.
15/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Tabel 4.1 Veldmetingen Peilbuis
Bovenkant buis
Filterdiepte
Datum
(m- mv)
GWS
pH
EC
Troebelheid
(m – mv)
(-)
(uS/cm)
(ntu)
(m – mv) 18
0,07
2,30
3,30
12.09.2019
0,57
6,66
442
11
23
-
2,00
3,00
12.09.2019
1,19
6,37
597
75
25
0,09
2,00
3,00
12.09.2019
1,19
6,80
533
49
26
-
1,90
2,90
12.09.2019
0,93
6,71
528
19
De waarden voor troebelheid zijn verhoogd gemeten. De verhoogde troebelheid is veroorzaakt door het natuurlijk voorkomen van zwevende delen in het grondwater. DE NTU is verhoogd gemeten (>10 NTU), dit kan veroorzaakt zijn door de aanwezigheid van zwevende delen in het grondwater. Tijdens de grondwaterbemonstering is gecontroleerd of de filterstelling correct is geplaatst ten opzichte van de grondwaterstand. Deze bleek niet correct te zijn geplaatst.
4.2
Resultaten grond en grondwater
In de tabellen 4.2 en 4.3 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. De resultaten zijn gesplitst in resultaten voor grond, grondwater en asbest. De resultatensectie die focust op grond is gesplitst in het verkennende bodemonderzoek en het aanvullende onderzoek. De resultaten weergegeven in de resultatensecties grondwater en asbest behoren tot het verkennende bodemonderzoek. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 8 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 9. 4.2.1
Resultaten grond
4.2.1.1
Resultaten grond van verkennend bodemonderzoek
In tabel 4.2 is zijn de analyseresultaten voor de grondmonsters weergegeven genomen tijdens het verkennende bodemonderzoek. Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond verkennend bodemonderzoek (Meng)
Deel-
Diepte
Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
MM_BG 1
15-1, 17-1,
0-0,5
siltig, fijn zand, grijs,
18-1, 24-1 MM_BG 2
7-2, 10-1,
> AW
>T
>I
(indicatief) -
-
-
humeus, bruin, wortels 1 0-0,5
21-1
siltig, fijn zand, bruin,
BBK#
Altijd Toepasbaar
-
-
-
beige, grijs, humeus,
Altijd Toepasbaar
wortels 1 MM_BG 3
13-1, 20-1,
0-0,5
23-1
siltig, fijn zand, grijs,
-
-
-
bruin, humeus, wortels 2,
Altijd Toepasbaar
grind 1 MM_BG 4
12-1, 22-1
0-0,5
humeus, zandig, klei,
PAK (10 van
bruin, beige, grijs, wortels
VROM)
-
-
Altijd Toepasbaar
1 16/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
(Meng)
Deel-
Diepte
Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
MM_OG 1
10-3, 26-3
0,9-1,5
zandig, klei, grijs, crème,
MM_OG 2
18-4, 23-5
1,4-2
veen, bruin, beige, kleiig
> AW
>T
>I
BBK# (indicatief)
-
-
-
Altijd
Co, Mo, Ni
-
-
Klasse
bruin
Toepasbaar Industrie
Puin BG
200 1, 300 2
0,05-0,5
humeus, siltig, fijn zand,
Pb, Zn, PAK
bruin, stenen 1, puin 1,
(10 van
grijs, puin 2, baksteen 2
VROM),
-
Ba
Niet Toepasbaar
minerale olie (C10-C40) Puin OG
200 2, 300 3, 600 3
0,4-1,2
zandig, siltig, klei, bruin,
Cu, Hg, Pb,
puin 2, baksteen 2, grijs,
PAK (10 van
stenen 1, baksteen 1,
VROM)
-
-
Klasse Industrie
Gestaakt #
Toepassing op landbodem
## De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2) Aw: Streefwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters
Uit de analyse blijkt dat in de bovengrond (0,0 – 0,5 m -mv) plaatselijk licht verontreinigd is met PAK. Deze verontreiniging met PAK wordt verwacht in de bovengrond op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek (vooronderzoek referentie 1). In de ondergrond is een lichte verontreiniging met metalen aangetoond tot een diepte van 2,0 m -mv met kobalt, molybdeen en nikkel. Deze lichte verontreiniging in de ondergrond met metalen kan worden verwacht op basis van de ophooghistorie van de locatie. In voorgaande onderzoeken zijn deze metalen echter niet eerder verhoogd aangetoond. In de monsters waar een puinbijmenging is aangetoond, is in de bovengrond (Puin BG) een lichte verontreiniging met PAK en minerale olie aangetoond. Daarnaast wordt de voormalige interventiewaarde voor barium overschreden (1.156 mg/kg). Dit bariumgehalte wordt niet als van natuurlijke oorsprong beschouwd maar heeft vermoedelijk een antropogene oorzaak gezien de puinbijmengingen. Zowel boring 200 en 300 liggen aan de rand van de onderzoekslocatie. In de ondergrond (Puin OG) zijn koper, kwik, lood en PAK licht verhoogd aangetoond. De ondergrond van o.a. boringen 200 en 300 zijn in dit monster opgemengd, hier is een barium gehalte van 137 mg/kg aangetoond. In boring 600 is gestaakt op een onbekende harde laag. 4.2.1.2
Resultaten grond van aanvullend bodemonderzoek
Het aanvullende bodemonderzoek richt zich op de slootdempingen op het terrein, de aangetoonde verontreiniging met barium (uitsplitsing) en het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond ter plaatse van de beoogde parkeergarage. Deze resultatensectie is opgesplitst in deze drie onderwerpen.
17/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Uitsplitsing eerder aangetoonde verontreiniging met barium Zoals beschreven in 4.2.1.1, is er in het verkennende bodemonderzoek een verontreiniging met barium aangetoond. Het mengmonster Puin BG is opgesplitst om vast te stellen of de verontreiniging zowel ter plaatse van monsterpuntnummer 200 als 300 aanwezig is. De analyseresultaten van de opsplitsing zijn weergegeven in tabel 4.3. Tabel 4.3 Resultaten mengmonster opsplitsing barium (omgerekend naar standaardbodem) Monster
Diepte
Barium (mg/kg d.s.)
200
0,15 – 0,50
199,7
300
0,15 – 0,40
840,7
Uit de analyseresultaten blijkt dat na uitsplitsing van de twee monsterpunten geen interventiewaarde overschrijding (920 mg.kg d.s.) meer is aangetoond is. Op basis van deze resultaten is geen aanvullend onderzoek naar de verontreiniging met barium nodig. Onderzoek naar slootdempingen In tabel 4.4 zijn de analyseresultaten van het onderzoek naar de slootdempingen weergegeven. Tabel 4.4 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond slootdempingen (Meng)
Deelmonster
monster
MM1
30-2, 31-1, 32-1
Diepte
Textuur en
(m -mv)
bijzonderheden
0,08-0,58
siltig, fijn zand, grijs,
> AW
>T
>I
BBK# (indicatief)
-
-
-
Altijd Toepasbaar
beige MM_2
33-3, 34-3, 35-3
0,7-1,5
siltig, klei, grijs
-
-
-
Altijd Toepasbaar
MM_3
36-5, 37-5
1,5-2
veen, bruin
Mo
-
-
Altijd Toepasbaar
#
Toepassing op landbodem
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
In mengmonster 3 is molybdeen boven de achtergrondwaarde aangetoond. De indicatieve bodemkwaliteitsklasse is voor de drie mengmonsters ‘Altijd Toepasbaar’ (op basis van de standaard parameters) volgens het toetsingskader van Besluitbodemkwaliteit. Milieuhygiënische kwaliteit van de grond ter plaatse van de beoogde parkeergarage In tabel 4.5 zijn de toetsingsresultaten ter plaatse van de beoogde parkeergarage weergegeven.
18/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Tabel 4.5 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond beoogde parkeergarage (Meng)-
Deel-
Diepte
Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
39-3,
1-1,5
siltig, klei, grijs
MM 4
> AW
>T
>I
(indicatief) -
-
-
40-3 MM 5
39-5,
Puin 1
38-2
BBK#
Altijd Toepasbaar
1,7-2,2
veen, bruin
Co, Mo,
0,5-1
zandig, klei, grijs, puin 2,
PAK (10
baksteen 1, metselpuin 1
van
40-5
-
-
-
-
Ni
Klasse Industrie Niet toepasbaar
VROM), minerale olie (C10C40) Puin 2
38-3
1-1,5
humeus, siltig, klei, grijs,
Co, PAK
bruin, puin 2, baksteen 2,
(10 van
veen 1
VROM),
-
-
Klasse Industrie
minerale olie (C10C40) Veen
38-9,
OG
41-9
41
41-3
3,5-4
veen, bruin, hout 2
Co, Mo,
-
-
Ni 0,7-1,2
siltig, klei, grijs
-
Klasse Industrie
-
-
Altijd Toepasbaar
#
Toepassing op landbodem
## De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2) -
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
Ter plaatse van de noordwestelijke beoogde locatie voor een verdiepte parkeergarage (boring 39 en 40) zijn in de ondergrond (1,7-2,2 m-mv) diverse zware metalen boven de achtergrondwaarde aangetoond. De bovengrond (0-1,5 m-mv) is analytisch schoon. Ter plaatse van de zuidoostelijke beoogde locatie voor een verdiepte parkeergarage (boring 38 en 41) zijn in de bovengrond (0,5-1 m-mv) en ondergrond (1-1,5 m-mv) van boring 38 puinbijmengingen aangetoond. Zowel in de bovengrond als de ondergrond bevatten deze monsters gehaltes PAK en minerale olie boven de achtergrondwaarde. In monster puin 2 is hiernaast ook nog kobalt boven de achtergrondwaarde aangetoond. Het bovengrondmonster (0,7-1,2 m-mv) van boring 41 is analytisch schoon. In de veen ondergrond van boringen 38 en 41 (3,5-4 m-mv) zijn diverse zware metalen boven achtergrondwaarde aangetoond.
19/22
Kenmerk
4.2.2
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Resultaten grondwater
In tabel 4.6 zijn de toetsingsresultaten van de grondwatermonsters weergeven. De grondwaterbemonstering is onderdeel van het verkennende bodemonderzoek. Tabel 4.6 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelling
>S
>T
>I
(cm-mv) Pb 18
230-330
Ba, naftaleen
-
-
Pb 23
200-300
Ba
-
-
Pb 25
200-300
Ba
-
-
Pb 26
190-290
Ba
-
-
S: Streefwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters
In het grondwater van alle peilbuizen is maximaal sprake van een lichte verontreiniging met barium. In Peilbuis 18 is een licht verhoogde concentratie naftaleen aangetoond. In het grondwater is eerder een matig verhoogde concentratie naftaleen aangetoond. Uit deze resultaten blijkt dat er een afname is van de concentratie naftaleen sinds het vorige onderzoek op de locatie (Inpijn Blokpoel, 1997). 4.2.3
Resultaten asbest
In tabel 4.7 zijn de analyseresultaten van het asbestonderzoek weergeven. Tabel 4.7 Overzicht resultaten asbest in grond Monstercode
Deel-
Traject
Totale gewogen
monsters
(m -mv)
indicatief gehalte
Toetsing norm
asbest* (mg/kg d.s.) 600
Gat; 600-4
0,7-1,2
<0,8
-
1000-1
Gat; 6-1,1 6-2 4-
0,07-0,6
<0,8
-
0,1-0,6
<0,4
-
1, 5-1 1002-1
Gat; 2-1, 2-2, 31, 3-2, 3-3
- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden + 0,5 * Interventiewaarde wordt overschreden
In geen van de monsters is asbest boven de rapportagegrens aangetoond. Daarnaast zijn geen asbestdeeltjes of asbestverdachte vezels (fractie < 0,5 mm) aangetroffen. Het criterium voor de noodzaak voor nader onderzoek naar asbest (50 mg/kg d.s.) wordt niet overschreden. Uit deze resultaten blijkt dat de asbestverdachtheid van de grond op basis van de asbestdaken (activiteit 2) kan worden verworpen. Ook in de puinhoudende ondergrond (600-4) is asbest analytisch niet aangetoond.
20/22
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1
Conclusies
Verkennend bodemonderzoek De hypothese “onverdacht” wordt verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. Uit de resultaten blijkt dat;
De interventiewaarde voor barium wordt in de bovengrond overschreden aan de rand van de onderzoekslocatie. De sterke verontreiniging is niet in de ondergrond aangetoond en is mogelijk niet te relateren aan de puinbijmenging die ook in de ondergrond is aangetroffen. De oorzaak van deze verontreiniging is onbekend. Dit monster is in een later stadium uitgesplitst waarbij de interventiewaarde van barium niet meer is overschreden in de separate monsters
Voor de overige monsters blijkt dat er ten hoogste lichte verontreinigingen zijn aangetoond
met minerale olie, PAK en zware metalen De ondergrond (1,5 – 2,0 m -mv) plaatselijk licht verontreinigd is met zware metalen (kobalt, molybdeen en nikkel). Dit is mogelijk te relateren aan de aanwezigheid van de antropogene
ophooglaag Het grondwater plaatselijk (Pb 18) licht verontreinigd is met naftaleen, dit wordt verwacht op basis van het vooronderzoek. De concentratie is echter afgenomen ten opzichte van voorgaand bodemonderzoek waar naftaleen matig verhoogd is aangetoond. Barium is in alle peilbuizen licht verhoogd
De grond rondom het gebouw met het asbesthoudende dak is niet asbesthoudend
Aanvullend bodemonderzoek Uit de resultaten blijkt dat:
Wat betreft de slootdempingen, is in mengmonster 3 molybdeen boven de achtergrondwaarde aangetoond Ter plaatse van de noordwestelijk beoogde locatie voor een verdiepte parkeergarage in de ondergrond diverse zware metalen boven de achtergrondwaarde zijn aangetoond. In de bovengrond zijn geen verhoogde waarden aangetoond
Ter plaatse van de zuidoostelijk beoogde locatie voor een verdiepte parkeergarage in de bovengrond en ondergrond van boring 38 puinbijmengingen aangetoond zijn. Zowel in de bovengrond als de ondergrond bevatten deze monsters gehaltes PAK en minerale olie boven de achtergrondwaarde. Hiernaast is nog kobalt boven de achtergrondwaarde aangetoond
Het bovengrondmonster van boring 41 niet verontreinigd is met parameters uit het standaard pakket. In de veen ondergrond van boringen 38 en 41 zijn diverse zware metalen boven de achtergrondwaarde aangetoond
Op basis van de resultaten (geen overschrijdingen van tussenwaarden en/of interventiewaarden) is er in het kader van Wet bodembescherming geen aanleiding om aanvullend onderzoek uit te voeren. Er zijn hoogstens lichte verontreinigingen aangetoond, waarbij er geen beperkingen zijn voor de voorgenomen herontwikkeling.
21/22
Kenmerk
5.2
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Aanbevelingen
Voor de wijziging van het bestemmingsplan zijn er in principe geen beperkingen. De herontwikkeling van de locatie als woonlocatie is haalbaar. Mogelijk zijn er wel nog vervolgstappen nodig, afhankelijk van de toekomstige plannen. Rondom het bestaande gebouw zit puin en baksteen in de grond en de grond is daar in enige mate verontreinigd. Afvoer kan nodig zijn bij een gebruik als tuin, en eventueel vrijkomend materiaal kan niet overal worden hergebruikt. Aan de zuidoostkant is in de ondergrond (vanaf 0,5 à 1 m-maaiveld in de boringen 22 en 38) een bijmenging met baksteen en wat puin waargenomen. De grond is licht verontreinigd. Omdat hier mogelijk een parkeerkelder wordt gebouwd moet rekening worden gehouden met extra kosten of beperkingen voor de afvoer van deze grond. Wij adviseren dan ook vooraf in beeld te brengen hoever deze bijmenging met puin doorloopt binnen de grenzen van het perceel en de mogelijke ontgraving. Onderzoek naar asbest in de bodem maakt hier ook deel van uit. De meest effectieve manier om dit onderzoek uit te voeren is door met een graafmachine sleuven te graven. Dan kan de bodem (en samenstelling) het beste worden beoordeeld. Daarnaast wordt geadviseerd om onderzoek te doen naar PFAS. In navolging op het tijdelijk handelingskader PFAS accepteren grondverwerkers namelijk alleen grond, wanneer deze voldoet aan de tijdelijke toepassingseis voor deze stof.
Deze kan alleen aangetoond worden middels een gecertificeerd bodemonderzoek.
22/22
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Regionale ligging onderzoekslocatie
0
660
Opdrachtgever
Schaal
Stebru Ontwikkeling B.V.
A3
DEFINITIEF
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 09-10-19
Tekeningnummer
Get.
Gec.
Topo
Status
1:25000
VBO Groeneweg 16-18 in Puttershoek
Regionale ligging
´
1.320 m
AHD AHD
1271403
2
Postbus 3015 3502 GA Utrecht Telefoon (030) 282 48 24 Fax (030) 288 94 84
Esri Nederland, Community Map Contributors 1271403_10002R.MXD
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Kaart bevindingen vooronderzoek
´
Activiteit 1 Ophooglaag
Activiteit 2 Asbestdaken
Activiteit 3 Slootdemping
Nieuwbbouw eind jaren '90 Onderzoekslocatie Regionale ligging
Voormalige contouren PAK verontreiniging Topo
0
20
Opdrachtgever
Stebru Ontwikkeling B.V.
Project
40 m
Status
Schaal
A4
Formaat
Bodemonderzoek Groeneweg 16 -18 Onderdeel
1:1278 1:1134
Datum 9-10-19
Bevindingen vooronderzoek
Get.
Gec.
DEFINITIEF Projectnummer
1271403 Tekeningnummer
3
AHD AHD
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map
1269009_10003R.MXD
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Kaart situering monsternemingspunten
9 39 10 21
11
32 31
12
30 26
40
25
500 13
S 7
S Boringen S
200
600 23
S
20 14
33
15
34
Asbestgat (september)
S 400
Boring tot 0,5m -mv (september)
41
35
37
16
Boring tot 2,0m -mv (september) Peilbuis (september)
36
18
24
S 300
Boring tot 2,0 m-mv (december)
38
Boring tot 4,0 m-mv (december)
22
Beoogde locatie parkeergarages
´
Activiteit 1 Ophooglaag
Activiteit 2 Asbestdaken
Activiteit 3 Slootdemping
Nieuwbbouw eind jaren '90 Onderzoekslocatie Regionale ligging
Voormalige contouren PAK verontreiniging Topo
0
17
20
Opdrachtgever
Stebru Ontwikkeling B.V.
40 m
Status
Schaal
1:1278 1:1134
A4
DEFINITIEF
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 9-10-19
Tekeningnummer
Verkennend bodemonderzoek Groeneweg 16 -18
Bevindingen vooronderzoek + boorpunten
Get.
Gec.
1271403
3
AHD AHD
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map
1269009_10003R.MXD
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Bijlage 4
Veiligheid en kwaliteit
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s uitgevoerd. Tauw bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Tauw bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De werkzaamheden uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen,
nemen van grondmonsters en waterpassen Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters
Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem
Er is afgeweken van 2002 op de volgende onderdelen:
De NTU is verhoogd gemeten (>10), wat van invloed kan zijn op de concentratie van organische parameter. Echter, naftaleen is in het verleden en in het huidige onderzoek slechts in 1 peilbuis verhoogd aangetoond. In de andere peilbuizen zijn geen streefwaarde overschrijdingen aangetoond met organische parameters. Wij verwachten daarom dat de verhoogde NTU geen negatief effect heeft op de resultaten
Er is onderbouwd afgeweken van 2018 op de volgende onderdelen: Er heeft geen maaiveldinspectie plaatsgevonden aangezien de locatie verhard is met klinkers en tegels. Er wordt niet verwacht dat deze afwijkingen van invloed zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek Tijdens het verkennende bodemonderzoek (analysecertificaat 2019127722) is de conserveringstermijn van alle monsters voor de parameter minerale olie overschreden. Alleen in monster MM_OG_2 wordt de achtergrondwaarde van minerale olie overschreden. Op basis van de individuele ketens waarin olie boven de rapportagegrens wordt aangetoond (ketens >C21) wordt niet verwacht dat het overschrijden van de conserveringstermijn invloed heeft gehad op de totale olie gehaltes die zijn aangetoond in de individuele monsters. Op protocol 2018 is het gebruikte beeldmerk daarom niet van toepassing.
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Tauw verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.
Kenmerk
Bijlage 5
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Boorprofielen verkennend bodemonderzoek
Kenmerk
Bijlage 6
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Boorprofielen aanvullend bodemonderzoek
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Bijlage 7
Toetsingskader
B7.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen):
De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering8
De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit9
Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater. In tabel B7.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B7.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof
Weergave in tabellen
Omschrijving in de tekst
≤ AW/S-waarde (of < rapportagegrens)
-
-
> AW/S-waarde ≤ T-waarde
+
Licht verhoogd / verontreinigd
> T-waarde ≤ I-waarde
++
Matig verhoogd / verontreinigd
> I-waarde
+++
Sterk verhoogd / verontreinigd
Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G10 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum. Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa11-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd.
8
(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013. (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013). 10 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 11 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl 9
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Tabel B7.2 Toetsingswaarden Toetsingswaarden grond (mg/kg) Lutum: 25 % Organisch stof :10 %
gAW
T
I
Metalen Barium (Ba)
-
920
Cadmium (Cd)
0,6
6,8
13
Kobalt (Co)
15
103
190
Koper (Cu)
40
115
190
Kwik (Hg)
0,15
18,1
36
Lood (Pb)
50
290
530
Molybdeen (Mo)
1,5
96
190
Nikkel (Ni)
35
68
100
Zink (Zn)
140
430
720
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen PAK (10 van VROM)
1,5
20,8
40
Naftaleen
-
-
-
Fenantreen
-
-
-
Antraceen
-
-
-
Fluorantheen
-
-
-
Chryseen
-
-
-
Benzo(a)antraceen
-
-
-
Benzo(a)pyreen
-
-
-
Benzo(k)fluorantheen
-
-
-
Indeno(1,2,3cd)pyreen
-
-
-
Benzo(ghi)peryleen
-
-
-
Gechloreerde koolwaterstoffen PCB (som 7)
0,02
1
1
PCB-28
-
-
-
PCB-52
-
-
-
PCB-101
-
-
PCB-118
-
-
-
PCB-138
-
-
-
PCB-153
-
-
-
PCB-180
-
-
-
Benzeen
0,2
0,7
1,1
Tolueen
0,2
16,1
32
Ethylbenzeen
0,2
55
110
Xylenen (som)
0,45
8,7
17
Aromatische verbindingen
Overige stoffen
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Toetsingswaarden grond (mg/kg) Lutum: 25 % Organisch stof :10 %
gAW
T
I
Minerale olie (C10-C40)
190
2595
5000
So
To
Io
Barium (Ba)
50
337,5
625
Cadmium (Cd)
0,4
3,2
6
Kobalt (Co)
20
60
100
Koper (Cu)
15
45
75
Kwik (Hg)
0,05
0,18
0,3
Lood (Pb)
15
45
75
SRC gr:
Serious Risk Concentration voor grond
gAW:
Achtergrondwaarden [mg/kg ds]
T:
Tussenwaarden grond [mg/kg ds]
I:
Interventiewaarden grond [mg/kg ds]
Toetsingswaarden grondwater (ug/l)
Metalen
Molybdeen (Mo)
5
153
300
Nikkel (Ni)
15
45
75
Zink (Zn)
65
432,5
800
Benzeen
0,2
15,1
30
Ethylbenzeen
4
77
150
Tolueen
7
504
1000
Xylenen (som)
0,2
35,1
70
Styreen (vinylbenzeen)
6
153
300
Naftaleen
0,01
35,01
70
Fenantreen
0,003
2,502
5
Antraceen
0,0007
2,5004
5 1
Aromatische verbindingen
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Fluorantheen
0,003
0,501
Chryseen
0,003
0,102
0,2
Benzo(a)antraceen
0,0001
0,2501
0,5
Benzo(a)pyreen
0,0005
0,0253
0,05
Benzo(k)fluorantheen
0,0004
0,0252
0,05
Indeno(1,2,3cd)pyreen
0,0004
0,0252
0,05
Benzo(ghi)peryleen
0,0003
0,0252
0,05
Vinylchloride
0,01
2,51
5
Dichloormethaan
0,01
500,01
1000
1,1-dichloorethaan
7
454
900
Gechloreerde koolwaterstoffen
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Toetsingswaarden grondwater (ug/l)
So
To
Io
1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen
7
204
400
0,01
5,01
Dichloorethenen (som)
10
0,01
10,01
20
Dichloorpropanen (som)
0,8
40,4
80
Trichloormethaan (chloroform)
6
203
400
1,1,1-trichloorethaan
0,01
150,01
300
1,1,2-trichloorethaan
0,01
65,01
130
Trichlooretheen (tri)
24
262
500
Tetrachloormethaan (tetra)
0,01
5,01
10
Tetrachlooretheen (per)
0,01
20,01
40
Overige stoffen Minerale olie (C10-C40)
50
325
600
Tribroommethaan (bromoform)
-
315
630
SRC gw:
Serious Risk Concentration voor grondwater
So:
Streefwaardenwaarden grondwater [ug/l]
To:
Tussenwaarden grondwater [ug/l]
Io:
Interventie grondwater [ug/l]
Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675). Achtergrondwaarden uit Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater conform Staatscourant 2007, 247.
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Bijlage 8
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Verkennend bodemonderzoek Tabel B8.1 Grond Monsteromschrijving
MM_BG_1_15
MM_BG_2_7 +
MM_BG_3_13
MM_BG_4_12
MM_OG_1_10
+ 17 + 18 + 24
10 + 21
+ 20 + 23
+ 22
+ 26
Diepte (m -mv)
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0,9-1,5
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
barium (Ba)
< 46,2
56,1
< 44,3
cadmium (Cd)
<
METALEN -
0,236
<
-
0,224
<
82,2 -
0,387
73,1 -
0,233
<
-
0,187
kobalt (Co)
10,7
-
9,98
-
10,9
-
11,8
-
10,6
-
koper (Cu)
12
-
13,3
-
14,4
-
22,2
-
16,4
-
kwik (Hg)
<
-
<
-
<
-
0,081
-
<
-
0,049
0,046
0,048
2
7
8
7
0,038 6
lood (Pb)
15,3
-
27,5
-
21,3
-
35,2
-
25,7
molybdeen (Mo)
< 1,05
-
< 1,05
-
< 1,05
-
< 1,05
-
< 1,05
-
nikkel (Ni)
19,3
-
23,1
-
16,7
-
28,1
-
28,5
-
zink (Zn)
93
-
74,5
-
62,9
-
114
-
68,1
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
< 0,35
-
1,18
-
0,548
-
2,11
+
< 0,35
-
<
-
<
-
<
-
<
-
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
<
-
0,024
0,023
0,023
5
3
3
0,012
0,024 5
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40)
< 123
-
181
-
< 117
-
< 59,8
-
< 123
Niet in STI-lijst van de Wbb naftaleen
< 0,035
0,035
0,035
fenantreen
<
0,099
0,057
0,035
<
<
0,057
<
0,38
<
0,035 0,035
-
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Monsteromschrijving
MM_BG_1_15
MM_BG_2_7 +
MM_BG_3_13
MM_BG_4_12
MM_OG_1_10
+ 17 + 18 + 24
10 + 21
+ 20 + 23
+ 22
+ 26
Diepte (m -mv)
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0,9-1,5
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
antraceen
<
0,065
<
0,087
<
0,035 fluorantheen
<
chryseen
<
benzo(a)antraceen
<
0,035
0,035
0,29
0,12
0,51
<
0,15
0,072
0,24
<
0,13
0,066
0,25
<
0,035
0,035
0,035
0,035
0,035 benzo(a)pyreen
<
0,035 0,13
0,058
0,18
<
0,071
<
0,11
<
0,035 benzo(k)fluorantheen
<
indeno(1,2,3cd)pyreen
<
0,035
0,035
0,035 0,12
0,035 benzo(ghi)peryleen
< 10,5
0,035 0,16
0,035 0,089
0,035 minerale olie C10-C12
< <
0,14
<
5,12
10,5
0,035 10
10
< 0,035 0,035
minerale olie C12-C16
17,5
16,7
16,7
8,54
17,5
PCB-28
<
<
<
<
<
0,003
0,003
0,003
0,001
0,003
PCB-52
PCB-101
PCB-118
PCB-138
PCB-153
PCB-180
5
33
33
71
5
<
<
<
<
<
0,003
0,003
0,003
0,001
0,003
5
33
33
71
5
<
<
<
<
<
0,003
0,003
0,003
0,001
0,003
5
33
33
71
5
<
<
<
<
<
0,003
0,003
0,003
0,001
0,003
5
33
33
71
5
<
<
<
<
<
0,003
0,003
0,003
0,001
0,003
5
33
33
71
5
<
<
<
<
<
0,003
0,003
0,003
0,001
0,003
5
33
33
71
5
<
<
<
<
<
0,003
0,003
0,003
0,001
0,003
5
33
33
71
5
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Monsteromschrijving
MM_BG_1_15
MM_BG_2_7 +
MM_BG_3_13
MM_BG_4_12
MM_OG_1_10
+ 17 + 18 + 24
10 + 21
+ 20 + 23
+ 22
+ 26
Diepte (m -mv)
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0,9-1,5
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
droge stof (Ds) (% m/m)
89,1
91,9
90,2
86,1
75,6
25
25
25
25
25
10
10
10
10
10
gloeirest (% van Ds) lutum (fractie<2um) (% van Ds) organische stof (% van Ds) Minerale olie C16-C21
17,5
25,2
16,7
8,54
17,5
Minerale olie C21-C30
38,5
76,2
36,7
18,8
38,5
Minerale olie C30-C35
25
57,1
16,7
24,4
17,5
Minerale olie C35-C40
21
20
20
10,2
21
Conclusie Bbk partijkeuring
Altijd
Altijd
Altijd
Altijd
Altijd
indicatief (BoToVa)
toepasbaar
toepasbaar
toepasbaar
toepasbaar
toepasbaar
Conclusie STI (BoToVa)
-
-
-
-
-
1.9.10.0/2.0.0
Monsteromschrijving
MM_OG_2_18 + 23
Puin BG 200 + 300
Puin OG 200 + 300 + 600
Diepte (m -mv)
1,4-2
0,05-0,5
0,4-1,2
Lutum (%)
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
barium (Ba)
147
1156
cadmium (Cd)
0,0908
-
0,439
-
0,431
kobalt (Co)
24,1
+
13,9
-
13,6
-
koper (Cu)
8,72
-
23,8
-
57,2
+
METALEN (38)
137 -
kwik (Hg)
0,0516
-
0,0988
-
0,193
+
lood (Pb)
7,55
-
70,6
+
117
+
molybdeen (Mo)
4
+
< 1,05
-
< 1,05
-
nikkel (Ni)
39
+
31
-
32,9
-
zink (Zn)
21,1
-
161
+
127
-
-
2,44
+
1,63
+
-
< 0,0245
-
< 0,0196
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
< 0,117
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
0,0018
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Monsteromschrijving
MM_OG_2_18 + 23
Puin BG 200 + 300
Puin OG 200 + 300 + 600
Diepte (m -mv)
1,4-2
0,05-0,5
0,4-1,2
Lutum (%)
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40)
56,7
-
395
+
< 98
-
Niet in STI-lijst van de Wbb naftaleen
< 0,0117
< 0,035
< 0,035
fenantreen
< 0,0117
0,13
0,059
antraceen
< 0,0117
0,061
< 0,035
fluorantheen
< 0,0117
0,39
0,29
chryseen
< 0,0117
0,3
0,28
benzo(a)antraceen
< 0,0117
0,22
0,24
benzo(a)pyreen
< 0,0117
0,33
0,22
benzo(k)fluorantheen
< 0,0117
0,15
0,14
indeno(1,2,3cd)pyreen
< 0,0117
0,41
0,17
benzo(ghi)peryleen
< 0,0117
0,41
0,16
minerale olie C10-C12
2,1
10,5
8,4 14
minerale olie C12-C16
3,5
17,5
PCB-28
< 0,000233
< 0,0035
< 0,0028
PCB-52
< 0,000233
< 0,0035
< 0,0028
PCB-101
< 0,000233
< 0,0035
< 0,0028
PCB-118
< 0,000233
< 0,0035
< 0,0028
PCB-138
0,0004
< 0,0035
< 0,0028 < 0,0028
PCB-153
< 0,000233
< 0,0035
PCB-180
< 0,000233
< 0,0035
< 0,0028
droge stof (Ds) (% m/m)
25,7
86,4
80,3
25
25
25
gloeirest (% van Ds) lutum (fractie<2um) (% van Ds) organische stof (% van Ds)
10
10
10
Minerale olie C16-C21
3,5
17,5
14
Minerale olie C21-C30
20,7
110
44
Minerale olie C30-C35
29,7
140
31,2
Minerale olie C35-C40
4,2
95
16,8
Conclusie Bbk partijkeuring
Toepasbaar als klasse
Toepasbaar als klasse
Toepasbaar als klasse
indicatief (BoToVa)
Industrie
Industrie
Industrie
Conclusie STI (BoToVa)
+
1.9.10.0/2.0.0 (38):
Bij antropogene bron: > voormalige interventiewaarde
+
+
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Tabel B8.2 Grondwater Peilbuis
Pb 18 F
Pb 23 F
Pb 25 F
Pb 26 F
Filterdiepte (m -mv)
2,3-3,3
2,0-3,0
2,0-3,0
1,9-2,9
Eenheid
ug/l
ug/l
ug/l
ug/l
METALEN barium (Ba)
84
+
220
+
80
+
120
+
cadmium (Cd)
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
kobalt (Co)
2,7
-
<2
-
3,3
-
<2
-
koper (Cu)
<2
-
<2
-
<2
-
<2
-
kwik (Hg)
< 0,05
-
< 0,05
-
< 0,05
-
< 0,05
-
lood (Pb)
<2
-
<2
-
<2
-
<2
-
molybdeen (Mo)
2,5
-
<2
-
<2
-
<2
-
nikkel (Ni)
3,8
-
<3
-
6,8
-
<3
-
zink (Zn)
< 10
-
< 10
-
14
-
< 10
-
-
AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
ethylbenzeen
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
tolueen
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
xylenen (som)
< 0,21
-
< 0,21
-
< 0,21
-
< 0,21
-
styreen (vinylbenzeen)
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
16 aromatische
< 0,77
(2)(14)
< 0,77
(2)(14)
< 0,77
(2)(14)
< 0,77
(2)(14)
oplosmiddelen (som, Bbk 1-12008) POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
0,024
+
< 0,02
-
< 0,02
-
< 0,02
-
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN vinylchloride
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
dichloormethaan
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
1,1-dichloorethaan
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
1,2-dichloorethaan
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
1,1-dichlooretheen
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
1,2-dichl.etheen (c+t)
< 0,14
-
< 0,14
-
< 0,14
-
< 0,14
-
dichloorpropanen (som)
0,42
-
0,42
-
0,42
-
0,42
-
trichloormethaan (chloroform)
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
1,1,1-trichloorethaan
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
1,1,2-trichloorethaan
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
trichlooretheen (tri)
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
< 0,2
-
tetrachloormethaan (tetra)
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
Tetrachlooretheen (per)
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
< 0,1
-
OVERIGE STOFFEN
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Peilbuis
Pb 18 F
Pb 23 F
Pb 25 F
Pb 26 F
Filterdiepte (m -mv)
2,3-3,3
2,0-3,0
2,0-3,0
1,9-2,9
Eenheid
ug/l
ug/l
ug/l
ug/l
minerale olie (C10-C40)
< 50
tribroommethaan (bromoform)
< 0,2
-
< 50 (14)
-
< 0,2
< 50 (14)
-
< 0,2
< 50 (14)
-
< 0,2
(14)
Niet in STI-lijst van de Wbb CKW (som)
< 1,6
< 1,6
PAK (10 van VROM)
0,00034
(DIMSLS)
3
1,2-dichlooretheen (cis)
< 0,1
< 0,1
minerale olie C10-C12
< 10
< 10
< 10
< 10
minerale olie C12-C16
< 10
< 10
< 10
< 10
ortho-xyleen
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1 < 0,2
(11)
< 1,6
< 0,0002
(11)
< 1,6
< 0,0002
(11)
< 0,1
< 0,0002
(11)
< 0,1
meta- en para-xyleen
< 0,2
< 0,2
< 0,2
1,2-dichlooretheen (trans)
< 0,1
< 0,1
< 0,1
< 0,1
1,2-dichloorpropaan
< 0,2
< 0,2
< 0,2
< 0,2
1,3-dichloorpropaan
< 0,2
< 0,2
< 0,2
< 0,2
aromaten (BTEX)
< 0,9
< 0,9
< 0,9
< 0,9
1,1-Dichloorpropaan
< 0,2
< 0,2
< 0,2
< 0,2 < 10
Minerale olie C16-C21
< 10
< 10
< 10
Minerale olie C21-C30
< 15
< 15
< 15
< 15
Minerale olie C30-C35
< 10
< 10
< 10
< 10
Minerale olie C35-C40
< 10
< 10
< 10
< 10
< 0,14
< 0,14
< 0,14
< 0,14
pH (-)
6,66
6,37
6,8
6,71
EC (µS/cm)
442
NIET GENORMEERDE PARAMETERS
Conclusie (BoToVa)
597 +
1.9.10.0/2.0.0 (1):
Gemeten gehalte is = 0
(2):
Enkele parameters ontbreken in de som
(8):
Asbest voldoet
533 +
528 +
+
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Aanvullend bodemonderzoek Monster-
MM1_30 +
MM_2_33 +
MM_3_36 +
omschrijving
31 + 32
34 + 35
37
MM_4_39 + 40
MM_5_39 + 40
Diepte (m -mv)
0,08-0,58
0,7-1,5
1,5-2
1-1,5
1,7-2,2
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
METALEN barium (Ba)
< 47,7
cadmium (Cd)
< 0,237
-
75,1 0,415
-
125 < 0,0648
-
82,9 < 0,173
-
341
kobalt (Co)
< 6,59
-
10,5
-
12
-
9,88
-
31,4
+
koper (Cu)
< 6,98
-
28,3
-
5,84
-
18
-
7,84
-
kwik (Hg)
< 0,0494
-
0,0845
-
0,0598
-
< 0,0363
-
0,0559
-
lood (Pb)
< 10,8
-
48,8
-
< 4,97
-
27,2
-
< 5,09
-
molybdeen (Mo)
< 1,05
-
< 1,05
-
1,8
+ < 1,05
-
2,6
+
nikkel (Ni)
16
-
30,6
-
24,1
-
30,6
-
56,1
+
zink (Zn)
60,7
-
93,2
-
22,8
-
73
-
43,4
-
0,0892
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
< 0,35
-
< 0,35
-
< 0,117
-
< 0,35
-
0,339
-
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
< 0,0245
-
< 0,0136
-
< 0,00163
-
< 0,0175
-
< 0,00163
-
< 123
-
< 68,1
-
46,7
-
< 87,5
-
46,7
-
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10C40) Niet in STI-lijst van de Wbb naftaleen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
< 0,0117
fenantreen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
0,0367
antraceen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
< 0,0117
fluorantheen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
0,0667
chryseen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
0,06 0,0567
benzo(a)antraceen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
benzo(a)pyreen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
0,0327
benzo(k)fluorantheen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
0,0233
indeno(1,2,3cd)pyreen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
0,018
benzo(ghi)peryleen
< 0,035
< 0,035
< 0,0117
< 0,035
0,0213
minerale olie C10-C12
10,5
5,83
2,1
7,5
2,1
minerale olie C12-C16
17,5
9,72
3,5
12,5
3,5
PCB-28
< 0,0035
<
<
< 0,0025
0,00194
0,000233
< 0,000233
Kenmerk
R001-1271403AHD-V04-nja-NL
Monster-
MM1_30 +
MM_2_33 +
MM_3_36 +
omschrijving
31 + 32
34 + 35
37
MM_4_39 + 40
MM_5_39 + 40
Diepte (m -mv)
0,08-0,58
0,7-1,5
1,5-2
1-1,5
1,7-2,2
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
PCB-52
< 0,0035
<
<
< 0,0025
<
0,00194
0,000233 <