CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2025 Raad

Beeldvormende bijeenkomst 25 juni 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Perspectiefnota 20258.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

49 alinea's met “perspectiefnota”: 1 11 29 33 35 41 43 44 46 63 64 66 69 73 76 78 80 84 86 89 94 96 97 99 191 197 216 221 248 251 287 289 302 314 315 317 318 320 325 328 …

Perspectiefnota 2025-2028

Inhoudsopgave Voorwoord

3

1

Inleiding

5

2

Actueel meerjarenperspectief 2025-2028

6

3

Financiële uitgangspunten Perspectiefnota 2025

7

4

Actuele beleidsontwikkelingen 2025

10

5

Inzicht verloop algemene reserve 2025-2028

18

6

Denklijnen ombuigingen voor ravijnjaren vanaf 2026

20

7

Uitgangspunten en grondslagen Begroting 2025

23

8

Vervolgproces

24

Bijlagen Bijlage 1: Grondslagen en uitgangspunten Begroting 2025

PERSPECTIEFNOTA 2025 | INHOUDSOPGAVE

25 26

2/27

Voorwoord 1 januari 2024 bestond gemeente Hoeksche Waard 5 jaar! Met ruim 90.000 inwoners en een oppervlakte van ruim 323 km2 zijn we een gemeente die er toe doet. Gemeente Hoeksche Waard is een grote gemeente met relatief veel kernen, een groot oppervlakte aan landelijk gebied, een goed voorzieningenniveau, een veilige leefomgeving en een sterk verenigingsleven. Inwoners zorgen goed voor elkaar. Hiermee heeft de Hoeksche Waard een geheel eigen karakter en is het een kernachtige gemeente van formaat. De afgelopen 5 jaar is hard gewerkt aan de ontwikkeling van de Hoeksche Waard. Ook om als één gemeente uitdagingen die ons raken het hoofd te bieden. Denk hierbij aan de energietransitie, landbouw, immigratie, bereikbaarheid en de arbeidsmarkt. We blijken bij machte er krachtige en duurzame (handelings)perspectieven tegenover te stellen. Hey college werkt hard aan het behalen van de benoemde doelstellingen en houdt zich aan gemaakte afspraken binnen het huidige hoofdlijnenakkoord. Daarbij heeft het college de financiële uitdagingen, als gevolg van bezuinigingen door het Rijk op het gemeentefonds, scherp op het netvlies. Ze bereidt zich voor op te maken beleidskeuzes- en aanpassingen in goed overleg met de gemeenteraad.

Met de bezuinigingen vanuit het Rijk in het achterhoofd heeft het college, bij het opstellen van de Perspectiefnota 2025, zich als doel gesteld het huidige structurele begrotingstekort vanaf 2026 ('de financiële ravijnjaren') niet verder op te laten lopen. Om zo de voorziene knelpunten niet vooruit te schuiven. Op grond van het hoofdlijnenakkoord van het Rijk zien wij dat de voorziene financiële problemen van gemeenten slechts minimaal worden opgelost. Gemeenten mogen alleen het schrappen van de opschalingskorting en een andere prijscompensatie voor de Wmo tegemoet zien. De VNG blijft druk op het Rijk uitoefenen om gemeenten niet alleen te zien als uitvoeringsinstantie en pinautomaat van het Rijk. Kortom, de financiële uitdagingen blijven groot, zodat ook wij ons moeten voorbereiden op scherpe beleidskeuzes en -aanpassingen. De denklijnen hiervoor leggen wij u in deze Perspectiefnota aan u voor. Het is goed dat we de financiële ruimte en tijd hebben om deze keuzes en aanpassingen zelf te maken. Hieraan ligt krachtig en degelijk rentmeesterschap van maatschappelijke middelen ten grondslag. Dit heeft gezorgd voor een goede reservepositie van onze gemeente. Daardoor is gelukkig nog steeds sprake van een stabiele financiële reservepositie. Dit maakt het voor onze gemeente mogelijk om binnen de financiële kaders (toezichthouder) terug te groeien naar een evenwichtige begroting.

Dat komt door de combinatie van een goede reservepositie, scherpe beleidskeuzes en efficiënter/effectiever acteren. Tegen deze achtergrond zet de gemeente vol in op doorontwikkeling van de organisatie. Dit om de financiële en organisatorische weerbaarheid verder te versterken en onze organisatie ook toekomstbestendig te houden. Daarnaast is het proces om te komen tot een Toekomstvisie 2040 Hoeksche Waard gestart. Met een scherp en duidelijk verhaal kunnen we in de toekomst gerichter de samenwerking opzoeken met inwoners, ondernemers en organisaties. Door samen aan de visie te werken, faciliteren we betrokkenheid en eigenaarschap. We enthousiasmeren mensen om vervolgens zelf aan de slag te gaan met het verwezenlijken van de visie. Daarom zetten we in op een ntegrale visie op de toekomst van de Hoeksche Waard! Zo geven we gezamenlijk antwoord op de vraag: Hoe ziet de Hoeksche Waard er in 2040 uit?

PERSPECTIEFNOTA 2025 | VOORWOORD

3/27

Tot slot is het ook goed kort terug te blikken. Volgend jaar herdenken en vieren we dat we 80 jaar geleden werden bevrijd. Omdat sommige verjaardagen specialer zijn dan andere, geven we deze herdenking en dit feest extra aandacht . We zijn blij en trots dit kunnen doen! Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard E. Koops

E. van Heijningen

secretaris

burgemeester

PERSPECTIEFNOTA 2025 | VOORWOORD

4/27

1 Inleiding In het collegeprogramma 'Samen doordacht doen' staat beschreven:“We willen ons voorbereiden op mogelijk mindere financiële jaren. Door hier tijdig op te anticiperen verwachten we de kans op pijnlijke bezuinigingen te kunnen verkleinen. Maatregelen, zoals het prioriteren en faseren van de ambities, het heroverwegen van bestaand beleid en eventueel het verhogen van de belastingen (meer in lijn met het landelijk gemiddelde) willen wij de komende periode samen met de gemeenteraad onderzoeken. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om de voorzieningen voor de inwoners op peil én betaalbaar te houden en tevens de inkomsten en uitgaven in de begroting structureel in evenwicht te houden.” In de motie ‘In kaart brengen huidig beleid ten behoeve van toekomstige beleidskeuzes’ wordt het college verzocht om: “Door kritisch te kijken naar structurele uitgaven en ombuigingen van het huidige beleid mogelijkheden ontstaan om extra lastenverhogingen te voorkomen, toekomstige financiële tegenvallers op te vangen of om investeringen in nieuw structureel beleid te doen.” In deze Perspectiefnota informeren wij u over het actuele financiële beeld, inclusief de structurele doorwerking van de Zomerrapportage 2024 en de Meicirculaire 2024 (hoofdstuk 2). Dit beeld vormt de basis voor het opstellen van de Perspectiefnota. In hoofdstuk 3 vindt u de financiële uitgangspunten voor de Perspectiefnota 2025.

Gezien het huidige financiële beeld stellen we voor in 2025 alleen tijdelijke beleidsimpulsen op te nemen om te voorkomen dat de tekorten in de zogenoemde 'Ravijnjaren' vanaf 2026 verder oplopen. Voor de langere termijn zijn keuzes noodzakelijk om het tekort van 2026, als gevolg van de Rijksbezuinigingen, om te kunnen buigen in een overschot. Om te komen tot deze keuzes heeft het college de afgelopen periode de bestedingen van het huidige beleid in beeld gebracht en tevens mogelijke ‘knoppen’ geïnventariseerd om ‘ombuigingen’ te kunnen realiseren. In hoofdstuk 4 vindt u de actuele beleidsontwikkelingen 2025 en de dekkingsvoorstellen. Het verwachte verloop van de algemene reserve staat in hoofdstuk 5 en de denklijnen om te komen tot ombuigingen op de langere termijn in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 zijn de grondslagen en uitgangspunten voor het opstellen van de Begroting 2025-2028 opgenomen. Tot slot staat in hoofdstuk 8 het vervolgproces. Deze Perspectiefnota 2025-2028 vormt de basis voor het opstellen van Begroting 2025-2028, die de raad in november 2024 behandeld. Uiteraard kunnen zich in de tussenliggende periode nog (autonome) ontwikkelingen voordoen, die van invloed zijn op het begrotingssaldo. Rond Prinsjesdag wordt bijvoorbeeld de Septembercirculaire 2024 van het Rijk gepubliceerd. Hierin zullen naar verwachting ook de effecten van het hoofdlijnenakkoord van het Rijk worden opgenomen.

De uitkomsten hiervan zijn onderdeel van de beoordeling door de Provincie of de Begroting 2025-2028 structureel in evenwicht is.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 1 INLEIDING

5/27

2 Actueel meerjarenperspectief 2025-2028 In dit hoofdstuk vindt u het actuele meerjarenperspectief 2025-2028. Dit overzicht bestaat uit de vastgestelde begroting(swijzigingen) 2024 en structurele doorwerking van de mutaties uit de Zomerrapportage 2024, inclusief de effecten van de Meicirculaire 2024. In de zomerrapportage is een aantal grote posten verwerkt. Waaronder voordelen als gevolg van de Meiciruclaire 2024, het resultaat van het onderzoek naar de onderuitputting op onze budgetten en de ramingen van het te verwachten dividend van nutsbedrijven. Daarnaast verwerkten wij in de zomerrapportage ook enkele grotere nadelen, waaronder de aangepaste deelnemersbijdragen aan onze verbonden partijen (op basis van de conceptbegrotingen 2025) en de mutaties op enkele stelposten (Wmo en Jeugdhulp). Het actuele beeld ná verwerking van de Zomerrapportage is opgenomen in onderstaande tabel. (Bedragen x €1 mln) Actueel financieel beeld na Zomerrapportage 2024

2025

2026

2027

2028

Begrotingssaldo na Zomerrapportage 2024 Waarvan incidentele baten (-/-) /lasten (+/+)

-0,1 0,5

-7,8 0,0

-7,0 0,0

-7,0 0,0

Structureel begrotingssaldo na Zomerrapportage 2024

0,4

-7,8

-7,0

-7,0

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat ná verwerking van de effecten uit de Zomerrapportage een structureel tekort resteert van ongeveer € 8 miljoen in 2026. Hierin zijn de actuele beleidsontwikkelingen, zoals opgenomen in hoodstuk 4 van deze Perspectiefnota, nog niet verwerkt. Ravijnjaren Via de Meicirculaire 2024 hebben gemeenten extra middelen van het Rijk ontvangen als gevolg van de het vervallen van de zogenaamde opschalingskorting. Hiermee komt het Rijk gemeenten 'slechts' gedeeltelijk tegemoet. Dit is niet voldoende om de problemen in de ravijnjaren op te lossen. Inmiddels is ook het hoofdlijnenakkoord van het Rijk gepresenteerd. Ook hieruit blijkt vooralsnog niet dat gemeenten extra middelen van het Rijk ontvangen in de jaren 2026 en verder. De VNG gaat hierover weer in gesprek met het Rijk.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 2 ACTUEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2025-2028

6/27

3 Financiële uitgangspunten Perspectiefnota 2025 Gewijzigde regels over de inzet van de algemene reserve In beginsel zijn reserves altijd een incidenteel dekkingsmiddel. De spelregels hiervoor zijn opgenomen in de Notitie Incidentele baten en lasten van de Commissie BBV. Want: als je maar lang genoeg bedragen onttrekt aan een reserve, raakt de reserve vanzelf uitgeput. Uitsluitend bij een reserve voor dekking van afschrijvingslasten van investeringen is het toegestaan om de dekking uit de reserve als structureel dekkingsmiddel te beschouwen. In het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen eind 2023 zijn nieuwe afspraken gemaakt tussen Kabinet en VNG over het inzetten van de algemene reserve. Gemeenten mogen jaarlijks maximaal 10% van het vrije deel van de algemene reserve (deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico's) inzetten ter dekking van structurele lasten. Voorwaarde is dat de solvabiliteitsratio (verhouding tussen eigen en vreemd vermogen) groter of gelijk is aan 20%. De onttrekking aan de algemene reserve wordt op grond van deze nieuwe 'spelregels' van het Rijk/de toezichthouders beschouwd als structureel dekkingsmiddel. Deze aanvullende mogelijkheid draagt bij aan het verkleinen van tekorten of het realiseren van een sluitende begroting, zonder dat hiervoor direct bezuinigingen noodzakelijk zijn.

Het is echter geen oplossing voor structurele tekorten, die zich nu of in de toekomst voordoen, maar helpt eventuele actuele knelpunten op te lossen. Structureel sluitende begroting 2025 en voorkomen dat tekorten vanaf 2026 verder oplopen De begroting 2025 dient structureel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat de structurele lasten worden gedekt met structurele baten. De provincie beoordeelt de begroting in het kader van het Financieel Toezicht. Voor het reguliere toezicht op de begroting beoordeelt de provincie of jaarschijf 2025 uit de Begroting 2025-2028 structureel sluitend is. Als jaarschijf 2025 sluitend is, dan worden de resterende jaarschijven vanaf 2026 niet betrokken in het oordeel. Uit het actuele meerjarenperspectief in hoofdstuk 2 blijkt vooralsnog een positief saldo in 2025 en tekorten vanaf 2026. In hoofdstuk 4 zijn de actuele (beleids)ontwikkelingen opgenomen, die op korte termijn een rol spelen. Indien deze beleidsontwikkelingen worden toegevoegd aan het actuele meerjarenperspectief, dan ontstaat in 2025 een tekort en loopt het tekort vanaf 2026 verder op. Om dit te voorkomen worden enkele maatregelen voorgesteld. Tijdelijke beleidsontwikkelingen in 2025 Wij stellen voor om beleidsontwikkelingen in 2025 als 'tijdelijke beleidsimpuls' te dekken uit de algemene reserve.

Hiervoor wordt een bedrag uit de vrij besteedbare algemene reserve overgeheveld naar de reserve Tijdelijke Beleidsimpulsen. De kosten van deze beleidsontwikkeling worden vervolgens gedekt uit deze reserve. Dekkingsreserve voor toekomstige afschrijvingslasten Daarnaast stellen wij voor om voor nieuwe investeringen in 2025 een dekkingsreserve voor afschrijvingslasten te vormen, waaruit de toekomstige afschrijvingslasten van deze investeringen kunnen worden gedekt. Hiermee wordt voorkomen dat het tekort toeneemt vanaf 2026 als gevolg van de afschrijvingslasten. De rentelasten van deze investeringen blijven overigens wel ten laste van de exploitatie. Ombuigingsstrategie voor de ravijnjaren vanaf 2026

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 3 FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN PERSPECTIEFNOTA 2025

7/27

Gemeenten ontvangen vooralsnog onvoldoende middelen van het Rijk om de tekorten vanaf 2026 op te kunnen lossen. Om te voorkomen dat er direct forse bezuinigingen moeten worden doorgevoerd, stellen wij voor de komende jaren het tekort vanaf 2026 geleidelijk om te buigen en op termijn weer toe te groeien naar een overschot en hiervoor tijdelijk de algemene reserve in te zetten ('zachte landing'). Hieronder wordt deze ombuigingsstrategie nader toegelicht Hierboven zijn de gewijzigde regels over de inzet van de algemene reserve toegelicht. Deze nieuwe regels van het Rijk bieden de mogelijkheid tekorten geleidelijk af te bouwen en om op termijn weer toe te kunnen groeien naar een structureel overschot. Als de tekorten in de ravijnjaren niet alsnog (gedeeltelijk) door het Rijk worden gecompenseerd, dan kan het tekort tijdelijk uit de algemene reserve worden gedekt, en kunnen ombuigingsmaatregelen geleidelijk worden doorgevoerd, zonder dat direct (forse) bezuinigingen doorgevoerd worden. Zodoende kan de ‘ergste pijn’ enigzins worden verzacht. Uiteindelijk ontstaat in dit scenario op termijn weer ruimte voor nieuw beleid en/of voor het opvangen van autonome ontwikkelingen. Ter illustratie:

In bovenstaande grafiek wordt met ingang van 2026 een (indicatief) tekort van -/- € 6 mln. in 4 jaar tijd omgebogen tot een overschot van € 2 mln. (ca. 1% van het begrotingstotaal). Totaal wordt in dit scenario € 8 mln. aan ombuigingen gerealiseerd door jaarlijks, met ingang van 2026, € 2,0 mln. ombuigingen door te voeren. De onttrekking aan de algemene reserve bedraagt in deze situatie totaal ca. € 9 mln. In onderstaand figuur wordt de jaarlijkse onttrekking aan de algemene reserve weergegeven ter dekking van het jaarlijkse tekort.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 3 FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN PERSPECTIEFNOTA 2025

8/27

Aandachtspunt is dat de inzet van de algemene reserve is gelimiteerd (zie hoofdstuk 5) tot maximaal 10% van de vrijbesteedbare algemene reserve. Doordat de tekorten vanaf 2026 tijdelijk worden gedekt uit de algemene reserve, wordt de ruimte beperkt om dáárnaast eventueel ook nog tijdelijke beleidsimpulsen vanaf 2026 uit de algemene reserve te dekken. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in het verloop van de algemene reserve.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 3 FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN PERSPECTIEFNOTA 2025

9/27

4 Actuele beleidsontwikkelingen 2025 In het in hoofdstuk 2 gepresenteerde meerjarenperspectief is nog geen rekening gehouden met de actuele beleidsontwikkelingen die wij uw raad voorstellen. Deze beleidsontwikkelingen worden hieronder toegelicht. Hierbij maken wij een onderscheid tussen de beleidsontwikkelingen en enkele investeringen. Beleidsontwikkelingen In deze perspectiefnota zijn in het kader van de integrale afweging de volgende beleidsontwikkelingen opgenomen: 1. Kwaliteitsverbetering organisatie Naar aanleiding van verschillende rapportages over de sturing en verantwoording van de organisatie is in de afgelopen maanden een traject van organisatieontwikkeling doorlopen. Daaruit komt een verandering van de inrichting van de sturing en beheersing voort; een traject waarbij de formele sturing en verantwoording vanaf 1 januari 2025 wordt versterkt. Om dit realiseren is een structurele versterking van de organisatie nodig in 2025. Door de veranderingen in 2025 door te voeren is het realistisch om te verwachten dat door efficiency een taakstelling op de organisatie van € 0,3 mln. in 2026 oplopend tot € 0,9 mln. vanaf 2028 realistisch is. Om het verschil tussen de extra kosten en de taakstelling in de jaren 2026 (€ 0,6 mln.) en 2027 (€ 0,3 mln.) tijdelijk te dekken vormen wij in 2025 een reserve.

Vanaf 2028 worden de extra kosten gedekt uit de besparingen voortvloeiend uit de taakstelling. 2. Inkomensverstrekking De afgelopen jaren heeft de accountant een aantal onrechtmatigheden bij de inkomensverstrekking geconstateerd. Er wordt op dit moment binnen de organisatie gewerkt aan het verbeterplan inkomen. Vanwege de onrechtmatigheden is de noodzaak hier tijdelijk extra capaciteit op te zetten. 3. Leerlingen vervoer Door de stijging van de aanvragen voor leerlingenvervoer is een uitbreiding van capaciteit nodig. Voor 2025 lossen wij dit op met tijdelijke middelen. Als de stijging van het aantal aanvragen structureel blijkt, vraagt dit ook een oplossing voor de langere termijn (periode na 2025). 4. Piek in reisdocumenten Tot 2029 is er sprake van een piek voor aanvragen van reisdocumenten. Om dit op te vangen is een tijdelijke uitbreiding van capaciteit nodig. Dit wordt deels gedekt door de toename van legesinkomsten. 5. Wmo Door een toename van de WMO aanvragen en de inzet op het terugdringen van wachttijden is extra capaciteit nodig. Door de verdere digitalisering en normalisering is sprake van een tijdelijke uitbreiding. 6. BOA’s Er is tijdelijk extra inzet nodig om de toegenomen werkzaamheden van de BOA’s in de gemeente aan te kunnen.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 4 ACTUELE BELEIDSONTWIKKELINGEN 2025

10/27

7 en 8 Openbaar groen Vanuit de gemeente wordt op een andere wijze gestuurd op de contracten in het groenonderhoud. Deze andere sturingswijze vraagt extra structurele capaciteit. We zetten voor nu in op een tijdelijke uitbreiding van de capaciteit, omdat we eerst de mogelijkheden binnen de bestaande formatie willen onderzoeken. 9. Riolering Voor de extra opgave voor rioleringen is structureel extra capaciteit nodig. Dit wordt gedekt door de verhoging van de rioolheffing. 10. Grondbeleid Als wordt overgestapt naar een actievere vorm van het grondbeleid binnen de gemeente, vraagt dit extra capaciteit. De precieze invulling van dit actieve grondbeleid wordt nog uitgewerkt. Daarom is een tijdelijke uitbreiding van de ambtelijke capaciteit nodig. 11. Omgevingswet De nieuwe omgevingswet levert de gemeente veel extra werk op. Hiervoor ontvangt de gemeente jaarlijkse tijdelijk geld voor van het Rijk. Dit is niet voldoende om alle extra werkzaamheden financieel te dekken. De impact van de nieuwe wet op de gemeente en de wijze waarop het Rijk de gemeente hiervoor structureel wil compenseren, sluiten niet op elkaar aan. Omdat een structurele vergoeding van het Rijk uitblijft zijn, boven op de tijdelijke middelen van het Rijk, tijdelijke middelen nodig om de ambtelijke capaciteit op orde te houden. Via de meicirculaire 2024 en 2025 ontvangen wij extra tijdelijke middelen, in 2024 is dit € 0,4 mln.

en in 2025 € 0,4 mln. Deze middelen in 2024 storten wij in de reserve Omgevingswet. In 2025 zetten wij deze extra middelen in voor extra capaciteit voor de uitvoering van de Omgevingswet en dekken wij deze kosten uit de reserve Omgevingswet. Zodoende kunnen wij aan de hand van 'praktijkervaring' met de nieuwe wet de komende periode bepalen wat de benodigde extra (structurele) capaciteit is. 12. Begraafplaatsen Er zijn tijdelijk extra middelen nodig om het onderhoudsniveau van de begraafplaatsen op peil te houden. 13. 14. 15. HRM Er zijn tijdelijk extra middelen nodig op het gebied van HRM en werving en selectie. Dit om in vulling te geven aan de CAO afspraak over duurzame inzetbaarheid van medewerkers en om in de huidige lastige arbeidsmarkt medewerkers te vinden. 16. Gebiedsregie In 2025 wordt gestart met gebiedsregie binnen de gemeente. Voor het opstellen van gebiedsvisie zijn tijdelijk extra middelen nodig. 17. Harmonisatie erfgoed Voor de harmonisatie van het erfgoed, zoals dat is vastgesteld in de nota Erfgoedbeleid, zijn tijdelijke middelen nodig voor een inhaalslag.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 4 ACTUELE BELEIDSONTWIKKELINGEN 2025

11/27

18. Innovatiebudget ICT De ontwikkelingen om slimmer digitaal te werken gaan heel snel. Om hier als gemeente gebruik van te kunnen maken is een tijdelijk innovatiebudget nodig voor ICT. 19. 80 jaar bevrijdingsfeest In 2025 is het 80 jaar na de bevrijding. Hiervoor worden extra festiviteiten in de dorpen georganiseerd. 20. Gemeentehuis Voor de vervolgonderzoeken rondom de huisvesting van de ambtelijke organisatie zijn extra tijdelijke middelen nodig. 21. Aanpassen omgevingsvisie In 2025 wordt de vastgestelde omgevingsvisie uit 2019 geactualiseerd. Investeringen In deze perspectiefnota zijn in het kader van de integrale afweging de volgende investeringen opgenomen: 22. Aanpassen kruising Rustenburg, bedrijventerrein suikerunie Op de terreinen van de voormalige suikerfabriek in Puttershoek wordt door Heylen Warehouses een nieuw bedrijventerrein ontwikkeld: SHIPP21. Alles wat daarvoor nodig is, is voor rekening van de ontwikkelaar. Zoals de aanleg van een nieuwe weg en de aansluiting daarvan op de bestaande wegen. Ook de aanleg van groen en riolering en het graven van water. Een tweetal onderdelen, die wel een aanpassing behoeven en waar we zelf actie op moeten ondernemen, valt buiten de scope van de ontwikkelaar. 1. Uitganspunt is dat, wanneer de nieuwe weg door het bedrijventerrein in gebruik is genomen (De Kristalweg), deze functioneert als ontsluitingsweg.

Tegelijkertijd wordt de bestaande Rustenburgstraat als ontsluitingsweg afgewaardeerd tot 30 km-weg. Een stukje Rustenburgstraat moet hierop nog worden aangepast, zodat het vrachtverkeer van de specialiteitenfabriek van Cosun naar de nieuwe Kristalweg wordt gestuurd over SHIPP21 en niet meer over de Rustenbrugstraat. Dit kan worden uitgevoerd in combinatie met werkzaamheden, die de ontwikkelaar moet uitvoeren voor de aansluiting van de nieuwe Kristalweg op het bestaande Weverseinde. 2. Door de ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt de grens van de bebouwde kom op het bestaande Weegje naar het noorden verplaatst, ter hoogte van de kruising met de Reeweg. Het deel van het Weegje, vanaf de Arent van Lierstraat tot aan de kruising met de Kristalweg, valt binnen de scope van de ontwikkelaar en wordt ingericht als fietsstraat. Het deel van het Weegje vanaf de Kristalweg tot de Reeweg valt buiten de scope van de ontwikkelaar. In de nieuwe situatie is dit een doorgaande route voor fietsers en de autoverbinding voor de bewoners van Kuipersveer met Puttershoek. Ander autoverkeer is hier niet gewenst. Om de veiligheid van de fietser ten opzichte van de auto te verhogen willen we dit deel van het Weegje ook als fietsstraat inrichten. Hiermee krijgen we een éénduidige en herkenbare inrichting van dit hele wegvak, waar auto’s te gast zijn.

Dit kan worden uitgevoerd in combinatie met werkzaamheden die de ontwikkelaar moet uitvoeren voor de inrichting van het deel van het Weegje dat binnen zijn scope valt.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 4 ACTUELE BELEIDSONTWIKKELINGEN 2025

12/27

Bovenstaande vergt een investering van € 260.000. De uitvoering is voorzien in 2025. 23. Centrale as Numansdorp De uitbreiding binnen en aan de randen van Numansdorp heeft gezorgd voor een toenemende belasting van de centrale as. De centrale as door Numansdorp zorgt voor veel overlast qua intensiteit, snelheid en daarmee veiligheid. Het voorstel is om de route van de centrale as (Rijksstraatweg – Burgemeester de Zeeuwstraat), na de vervanging van de riolering en optimalisatie van kabels en leidingen door de nutspartijen, opnieuw in te richten. Het doel van deze herinrichting is de intensiteit van het aantal voertuigen met 30% te verlagen van 9.000 naar 6.300 per dag (overlast te beperken). Daarnaast ook het verlagen van de snelheid van 50 km/h naar 30 km/h (veiligheid te vergroten). Op basis van deze doelen is een raming gemaakt door een extern bureau voor het ontwerpen van de nieuwe inrichting, het voorbereiden en de aanbesteding gereed maken van de werkzaamheden en de uitvoering hiervan. Het ontwerp wordt met een landschapsarchitect opgesteld en goed met de stakeholders en omgeving gecommuniceerd. Bij het ontwerp kijkt de Veiligheidsregio mee om te zorgen dat het ontwerp niet ten koste gaat van de aanrijdtijden van de hulpdiensten. In het ontwerp worden klimaat adaptieve maatregelen meegenomen. Na het beschikbaar stellen van het budget wordt het project projectmatig opgestart.

Bovenstaande vergt een investering van € 3,4 miljoen. 24. Geluidsscherm N217 In mei 2021 is door een groot aantal bewoners langs de provinciale weg N217 (Groeneweg), tussen de rotondes Langeweg en Randweg in Zuidwijk in Oud-Beijerland, een petitie ingediend wegens de toenemende geluidsoverlast van het verkeer op deze weg. De Omgevingsdienst ZHZ heeft vervolgens voor dit wegvak verkeerstellingen uitgevoerd en op basis van deze verkeerstellingen de geluidsbelasting op de woningen berekend. De verkeerstellingen en de geluidberekeningen tonen aan dat de geluidbelasting op de woningen aan deze weg te hoog is. Actieplan geluid Provincie De komende vier jaar (2024-2027) maakt de provincie een lijst voor het ‘Actieplan Geluid’ met geluidsknelpunten langs provinciale wegen. Omdat is vastgesteld dat op dit wegvak een geluidsknelpunt is door de hoge geluidbelasting komt dit wegvak in aanmerking om op de nieuwe lijst ‘Actieplan geluid’ van de provincie te worden opgenomen voor het toepassen van maatregelen. Tijdens het laatste overleg met de provincie is op voordracht van de bewoners gesproken over het plaatsen van een geluidscherm, 1 km lang en 1, 2 meter hoog dat voldoende reductie biedt tegen de hoge geluidsbelasting. De indicatieve kosten voor het geluidscherm worden geraamd op € 500.000.

De provincie financiert de helft van deze kosten mits de gemeente de andere helft financiert (co-financiering). Het gaat voor de gemeente om een netto investering van € 250.000. 25. Zwembad Numansdorp

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 4 ACTUELE BELEIDSONTWIKKELINGEN 2025

13/27

De raad heeft in 2022 besloten een nieuw zwembad in Numansdorp verder te ontwikkelen en het project uit te breiden met een viertal aanvullende faciliteiten voor de huidige gebruikers van het sportterrein aan de Meestooflaan. Het raadsvoorstel in 2022 ging uit van een snelle realisatie, waarbij onder andere de volgende risico’s zijn benoemd: bouwkosten- en rentestijgingen, indexering (wat samenhangt met bouwtijdvertraging) en afwijkende beleidsvisies. De geraamde investeringskosten waren ter indicatie en vroegen een nadere uitwerking. Ook waren in de financiële bijlage planonvolledigheid en een post onvoorzien niet benoemd. Met name door de stijging van de bouwkosten, na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, en een snelle stijging van de rente kan het zwembad waartoe is besloten niet meer worden gerealiseerd binnen de meegegeven financiële kaders. In het raadsvoorstel ‘Actualisatie plan nieuw Zwembad Numansdorp’ van 18 juni 2024 is de financiële paragraaf uitgebreid toegelicht. Voor de dekking van de extra kosten nemen wij in de Perspectiefnota 2025 een onttrekking aan de algemene reserve op (€ 7 miljoen). Bij het raadsvoorstel over de(ze) Perspectiefnota 2025 treft u de begrotingswijziging aan zodat de middelen reeds in 2024 beschikbaar worden gesteld en het traject direct kan worden voortgezet c.q. geen vertraging oploopt. 26.

Cultuurhuis Voorgesteld wordt om een krediet ter beschikking te stellen om de transformatie van de Willem Alexanderschool naar cultuurhuis, mogelijk te maken. Om de raad te informeren en daarmee te helpen een integrale afweging te maken is een raadsvoorstel gemaakt dat is geagendeerd voor de raadcyclus van 9 juli (beeldvormend 25 juni). Voor de onderbouwing van het verzoek om een krediet ter beschikking te stellen verwijzen we naar dit voorstel en de bijbehorende bijlagen, de Businesscase Cultureel Centrum Oud-Beijerland en de beantwoording van het amendement op het besluit van 28 maart 2023. In deze Perspectiefnota nemen wij dekking van dit voorstel op vanuit de Algemene Reserve (€ 2 miljoen) en vanuit de Reserve Cultuur (€ 1,3 miljoen) in het kader van de integrale afweging. Bij het raadsvoorstel over de Perspectiefnota 2025 treft u de begrotingswijziging aan zodat de middelen reeds in 2024 beschikbaar worden gesteld en het traject direct kan worden voortgezet c.q. geen vertraging oploopt. 27. Zwembad Klaaswaal Het zwembad ‘De Waterstee’ in Numansdorp is technisch aan het eind van de levensduur en kan niet lang worden opengehouden. Ook zijn erdiverse handhavende instanties op gebied van duurzaamheid en veiligheid, die het zwembad kunnen sluiten. In Numansdorp is het nieuwe zwembad over ongeveer 4 á 5 jaar gereed.

Het zwembad “De Waterstee” kan gezien de slechte staat van onderhoud niet nog 4 á 5 jaar open blijven en wordt op 1 januari 2025 gesloten. Het zwembad ‘’t Centrum’ in Klaaswaal moet in de aankomende periode gerenoveerd en verduurzaamd worden (€ 1,5 mln). Dit samen met een 'upgrading' is een overbrugging voor de periode tussen de sluiting van het zwembad “De Waterstee” en de opening van het nieuwe zwembad in Numansdorp. Het wedstrijdbassin wordt gedeeltelijk overkapt (investering € 0,2 mln), om het zwembad meer en langer geschikt te maken voor de activiteiten, die nu in zwembad de Waterstee plaats vinden. Het wedstrijdbassin is zo minder gevoelig voor kou en regen. 28. Gemeentelijk rioleringsplan

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 4 ACTUELE BELEIDSONTWIKKELINGEN 2025

14/27

De gemeente HW zit landelijk momenteel relatief laag qua rioollasten. Het Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) wordt in 2025 integraal herzien. Door prijsstijgingen in de markt (huidige GRP is gebaseerd op prijspeil 2020) en het feit dat ook WSHD momenteel grote projecten en investeringen heeft (waar wij aan bijdragen) is de berekening dat de rioolheffing voor onze inwoners moeten worden verhoogd. Om deze investeringen (circa € 25 mln tot en met 2028) te kunnen dekken, is het voorstel in 2025 50% van de berekende kostenstijging op te nemen. Dit betekent een extra tariefsverhoging van 10% in 2025, circa € 25 per huishouden. In 2026 volgt de verwerking van het resterende deel van de tariefsverhoging bij de actualisatie van het GRP. Financiele effecten beleidsontwikkelingen 2025 Hieronder vindt u een overzicht van de financiële effecten van de beleidsontwikkelingen in 2025: (Bedragen x €1.000) Beleidsontwikkelingen

2025

2026

2027

2028

KWALITEITSVERBETERING ORGANISATIE 1a. Kwaliteitverbetering organisatie (7,31 fte)

940

1b. Dekking: Efficiency (taakstelling) 1c. Mutaties in reserve Tijdelijke beleidsimpulsen

980

2. Op orde brengen rechtmatigheid inkomensverstrekking (3 FTE)

240

940

940

940

-300

-600

-940

-640

-340

WETTELIJKE EN AUTONOME ONTWIKKELINGEN 3. Stijging aanvragen leerlingenvervoer (0,5 FTE)

40

4a. Opvangen piek reisdocumenten (2,2 FTE)

176

4b. Dekking: Legesraming residocumenten

-100

5. Toename aanvragen Wmo (2 FTE)

160

BELEIDSKEUZES-PERSONEEL 6. BOA's (2 FTE incl auto/kleding etc.)

148

7. Beheerder groen (1 FTE)

70

8. Directievoerder groen (1 FTE)

88

9a. Werkvoorbereider Riolering (1 FTE)

88

88

88

88

9b. Dekking: Tarieven rioolheffing verhogen

-88

-88

-88

-88

10. Uitvoering Nota grondbeleid (1 FTE)

110

11a. Uitvoering Omgevingswet

800

11b. Dekking: incidentele Rijksmiddelen Omgevingswet 2024/2025

-800

BELEIDSKEUZES-OVERIG 12. Begraafplaatsen inhaalslag kwaliteit (toeganshekken, verharding etc.)

60

13. Branding van gemeente in de markt als werkgever

33

14. Werving en selectie

65

15. Duurzame Vitaliteit

60

60

16. Gebiedsregie opstellen visies

50

17. Harmonisatie erfgoed/monumenten

100

50

18. Innovatiebudget voor Co-pilot, slimme zoekmachines, AI etc

100

100

19. 80 jaar bevrijdingsfeest

300

20. Vervolgonderzoek nieuw gemeentehuis

250

21. Aanpassen omgevingsvisie

50

INVESTERINGEN 22. Aanpassen kruising Rustenburg, bedrijventerrein suikerunie: vorming dekkingsreserve van € 0,3 mln. voor toekomstige afschrijvingslasten; de rentelasten komen ten laste van de exploitatie

8

8

8

23. Centrale as Numansdorp: vorming dekkingsreserve van € 3,4 mln. voor toekomstige afschrijvingslasten; de rentelasten komen ten laste van de exploitatie

126

126

126

24. Geluidsscherm N217: vorming dekkingsreserve van € 0,3 mln. voor toekomstige afschrijvingslasten; de rentelasten komen ten laste van de exploitatie

11

11

11

8

8

8

25. Zwembad Numansdorp 26. Cultuurhuis 27. Zwembad Klaaswaal overkapping: vorming dekkingsreserve van € 0,2 mln. voor toekomstige afschrijvingslasten; de rentelasten komen ten laste van de exploitatie; in 2025 groot onderhoud/renovatie/verduurzaming

1.500

28. Gemeentelijke rioleringsplan (GRP) 2024-2028 extra investeringen ca. € 25 mln.; dekking middels extra verhoging rioolheffing (10% in 2025); btw van investeringen ten gunste van exlploitatie Totaal Beleidsontwikkelingen

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 4 ACTUELE BELEIDSONTWIKKELINGEN 2025

-1.328 4.092

-1.955 -1.592

-424 -271

-375 -222

15/27

Overzicht begrotingssaldi, inclusief actuele beleidsontwikkelingen 2025, ombuigingsstrategie en de inzet van de algemene reserve In onderstaande tabel zijn de begrotingssaldi 2025-2028 opgenomen, inclusief de verwerking van de actuele beleidsontwikkelingen (voorstellen), die in deze perspectiefnota zijn opgenomen, net als ombuigingsstrategie. (Bedragen x €1.000) Structureel saldo ná Perspectiefnota 2025

2025

2026

2027

2028

Structureel begrotingssaldo ná Zomerrapportage 2024

364

-7.793

-7.034

Inflatiecorrectie ozb 2023

550

550

550

-7.034 550

Structureel saldo incl. inflatiecorrectie correctie ozb

914

-7.243

-6.484

-6.484

Effecten Perspectiefnota 2025 (zie tabel beleidsontwikkelingen)

-4.092

1.592

271

222

Structureel saldo ná Perspectiefnota 2025

-3.178

-5.651

-6.213

-6.262

Bezuinigingstaakstelling € 2 mln. per jaar

-

2.000

4.000

6.000

Structureel saldo ná ombuigingen

-3.178

-3.651

-2.213

-262

Dekking tijdelijke beleidsimpulsen 2025 / tekorten uit algemene reserve

3.178

3.651

2.213

262

-

-

-

-

Begrotingssaldo ná dekking uit algemene reserve

*Jaarschijf 2028 is vooralsnog een kopie van 2027. Nadere uitwerking volgt bij begroting 2025 waarin deze jaarschijf wordt toegevoegd aan het meerjarenperspectief. Toelichting: Inflatiecorrectie ozb 2023 In lijn met de besluitvorming van de raad bij (het raadsvoorstel van de) de programmabegroting 2024 passen wij jaarlijks de tarieven ozb aan met het verschil tussen enerzijds het (eerder) in de begroting toegepaste inflatiecijfer en anderzijds het daadwerkelijk gerealiseerde inflatiecijfer van het afgelopen boekjaar. Dit doen wij op basis de ramingen van het CPB van het pBBP. In de programmabegroting 2023 is een index op de ozb toegepast van 4,9% (cfm raming pBBP in Septembercirculaire 2022). Uit de laatste ramingen van het Centraal Planbureau (kerngegevenstabel raming februari 2024) blijkt dat het het pBBP over 2023 werkelijk 7,7% bedraagt. Dat is een verschil van 2,8%. Met dit percentage worden de ozb tarieven voor 2025 in de begroting aanvullend verhoogd. Dekkingsvoorstel sluitende begroting 2025 Wij stellen voor om de actuele beleidsontwikkelingen in 2025 te dekken uit de algemene reserve. Volgens de nieuwe regels over de inzet van de algemene reserve kunnen gemeenten maximaal 10% van de vrij besteedbare algemene reserve inzetten ter dekking van tijdelijke beleidsimpulsen en/of een begrotingstekort. In hoofdstuk 5 vindt u een overzicht van het verloop van de algemene reserve.

Deze oplossing biedt de mogelijkheid om een aantal actuele beleidsontwikkelingen in 2025 uit te kunnen voeren. Wij merken hierbij op dat een aantal beleidsontwikkelingen (mogelijk) een structureel karakter hebben. Voor deze ontwikkelingen wordt onderzocht of deze in 2026 binnen de huidige begroting / formatie opgevangen kunnen worden. Als dit niet haalbaar is, worden deze ontwikkelingen (mogelijk) volgend jaar opnieuw ter afweging aan u voorgelegd. Deze oplossing vloeit voort uit de financiele uitdagingen waarvoor gemeenten vanaf 2026 staan. Hierdoor wordt op dit moment voorkomen dat het begrotingstekort vanaf 2026 verder oploopt. Tot slot merken wij op dat door inzet van onze algemene reserve sprake is van een structureel sluitende begroting 2025. Deze oplossing sluit aan bij het toezichtskader van de toezichthouder (provincie).

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 4 ACTUELE BELEIDSONTWIKKELINGEN 2025

16/27

Doordat de begroting 2025 sluitend is, worden de jaren 2026 en verder niet in het oordeel van van de toezicht betrokken. Ombuigingen vanaf 2026 In hoofdstuk '3. Financiële uitgangspunten' is de ombuigingsstratagie voor de ravijnjaren vanaf 2026 beschreven. Dit betekent dat wij vanaf 2026 jaarlijks minimaal € 2 miljoen aan ombuigingen doorvoeren om het tekort als gevolg van de rijksbezuinigingen geleidelijk om te kunnen buigen in een overschot. Het verschil tussen de begrotingssaldi en de te realiseren ombuigingen wordt tijdelijk gedekt uit de algemene reserve totdat het begrotingsevenwicht is hersteld. In hoofdstuk 5 vindt u het inzicht in het verloop van de algemene reserve.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 4 ACTUELE BELEIDSONTWIKKELINGEN 2025

17/27

5 Inzicht verloop algemene reserve 2025-2028 Geprognosticeerd verloop algemene reserve In hoofdstuk 4 zijn enkele voorstellen opgenomen om te komen tot een sluitende Begroting 2025 en om het tekort vanaf 2026 niet verder te laten oplopen. Hiervoor wordt de algemene reserve ingezet om onder meer tijdelijke beleidsimpulsen in 2025 te dekken en om dekkingsreserves te vormen voor de afschrijvingslasten van nieuwe investeringen. Om een globaal inzicht te kunnen geven van het toekomstige verloop van de algemene reserve houden wij in dit overzicht ook rekening enkele 'claims' die zich mogelijk in de (nabije) toekomst kunnen voordoen. Hieronder treft u het geprognosticeerde verloop van de algemene reserve. (Bedragen x €1.000) Globaal verloop vrijbesteedbare algemene reserve obv mogelijke toekomstige claims Geprognosticeerd beginsaldo 22. Vorming dekkingsreserve Aanpassen kruising Rustenburg, bedrijventerrein suikerunie 23. Vorming dekkingsreserve Centrale as Numansdorp

2025

2026 98.000

81.712

2028 78.062

57.849

-260 -3.400

24. Vorming dekkingsreserve Geluidsscherm N217

-250

25. Vorming dekkingsreserve Zwembad Numansdorp

-7.000

26. Vorming dekkingsreserve Cultuurhuis

-2.000

27. Vorming dekkingsreserve Zwembad Klaaswaal

2027

-200

Mogelijk toekomstige 'claims': naar res kap ln tbv infrastructurele projecten 2025-2030: Randweg Klaaswaal (INDICATIEF 2027)

-13.000

naar res kap ln tbv infrastructurele projecten 2025-2030: Parallelweg (INDICATIEF 2027)

-5.000

Subtotaal

84.890

81.712

60.062

Dekking tijdelijke beleidsimpulsen 2025 / tekorten uit algemene reserve

-3.178

-3.651

-2.213

57.849 -262

Geprognosticeerd eindsaldo

81.712

78.062

57.849

57.586

*De infrastructurele projecten zoals genoemd onder het onderdeel "Mogelijk toekomstige claims" zijn indicatief en opgenomen voor het inzicht van het verloop in de algemeen reserve; hiervoor worden nog geen investeringskredieten/ middelen beschikbaar gesteld. In bovenstaand overzicht is het (verwachte) verloop van de algemene reserve weergegeven. In dit overzicht is rekening gehouden met de toevoeging van het rekeningresultaat 2023 (ongeveer € 9 miljoen) waarvan bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023 aan de raad wordt voorgesteld om dit te storten in de algemene reserve. Verder is de overheveling verwerkt van de algemene reserve naar de dekkingsreserve voor toekomstige afschrijvingslasten van de investeringen uit de Perspectiefnota 2025 en is rekening gehouden met de dekking van de tijdelijke beleidsimpulsen 2025 en de verwachte tekorten in de ravijnjaren vanaf 2026. Bij de tekorten zoals opgenomen in bovenstaande tabel is reeds rekening gehouden met een bezuinigingstaakstelling van € 2 miljoen per jaar vanaf 2026 (€ 4 miljoen vanaf 2027; € 6 miljoen vanaf 2028; € 8 miljoen vanaf 2029). Uit de tabel blijkt dat een deel van de algemene reserve wordt overgeheveld naar andere reserves, zoals de reserve Tijdelijke beleidsimpulsen en de reserve Kapitaallasten. Deze middelen zijn niet ‘opgemaakt’, maar worden apart gereserveerd voor specifieke doeleinden.

Hieruit worden vervolgens toekomstige lasten gedekt. De inzet van de algemene reserve voor (bijvoorbeeld) een aantal grotere investeringen hebben weliswaar een fors beslag op onze algemene reserve tot gevolg, maar kennen tegelijkertijd een langdurig profijt voor onze inwoners. De tabel laat zien dat, mede rekening houdend met een aantal mogelijk toekomstige claims, de algemene reserve afneemt met ongeveer € 40 miljoen van € 98 miljoen in 2025 tot circa € 58 miljoen in 2028.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 5 INZICHT VERLOOP ALGEMENE RESERVE 2025-2028

18/27

Inzet algemene reserve gelimiteerd In hoofdstuk 3 is aangegeven dat het Rijk en de VNG nieuwe regels hebben opgesteld voor de inzet van de algemene regels. Gemeenten mogen jaarlijks maximaal 10% van het vrije deel van de algemene reserve (het deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico's) inzetten ter dekking van structurele lasten. Voorwaarde hiervoor is dat de solvabiliteitsratio (de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen) groter of gelijk is aan 20%. (Bedragen x €1.000) Toets limiet 10%

2025

2026

2027

2028

Max 10% vrijbesteedbare Algemene reserve tbv dekking tekort/ tijdelijke beleidsimpulsen

8.489

8.171

Inzet uit reserve tijdelijke beleidsimpulsen bij collegeprogramma (2e BW 2023)

-2.476

-1.624

Dekking tijdelijke beleidsimpulsen Perspectiefnota 2025 en tekorten in Ravijnjaren vanaf 2026

-3.178

-3.651

-2.213

-262

Ruimte onder 'plafond'

2.835

2.897

3.793

5.523

6.006

5.785

De omvang van de algemene reserve bedraagt in 2025 ca. € 85 mln. Dit betekent dat in 2025 maximaal ca. € 8,5 mln. (10%) kan worden ingezet op basis van deze nieuwe regels. Voor de dekking van tijdelijke beleidsimpulsen uit het collegeprogramma (raadsbesluit 20 december 2022) is € 2,5 mln. in 2025 en € 1,6 mln in 2026 ingezet vanuit de algemene reserve. In deze Perspectiefnota wordt voorgesteld om voor de dekking van de tijdelijke beleidsimpulsen in 2025 € 3,2 mln te onttrekken uit de algemene reserve. Totaal wordt hierdoor in 2025 € 5,7 mln. gedekt uit de algemene reserve. Hiermee blijft de totale onttrekking binnen de grens van maximaal van 10% van de vrijbesteedbare algemene reserve. De solvabiliteit in de jaarrekening 2023 bedraagt ruim 60%. Op basis van het verwachte verloop van de algemene reserve is de verwachting dat de komende jaren 'ruimschoots' zal worden voldaan aan minimaal vereiste solvabiliteit van 20%.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 5 INZICHT VERLOOP ALGEMENE RESERVE 2025-2028

19/27

6 Denklijnen ombuigingen voor ravijnjaren vanaf 2026 VNG begrotingsadvies 2025 De VNG heeft in aanloop naar de Perspectiefnota 2025 een Begrotingsadvies 2025 (deel 1) opgesteld voor gemeenten. Hierin adviseert de VNG gemeenten zich voor te bereiden op ombuigingen door: 1. De impact van de korting op de Rijksmiddelen voor de gemeente in beeld te brengen. 2. Ombuigingen in beeld brengen, maar nog geen onomkeerbare bezuinigingen door te voeren (eerst duidelijkheid Rijk). 3. Om in deze Perspectiefnota 5 significante ombuigingen benoemen als ‘signaal’ naar onderhandelende partijen. De VNG heeft aangekondigd op korte termijn het Begrotingsadvies 2025 (deel 2) te publiceren in aanloop naar de Begroting 2025. De effecten van de Rijksbezuiniging vanaf 2026 vindt u in hoofdstuk 2 van deze Perspectiefnota. De inventarisatie van de mogelijke ombuigingen heeft het college afgelopen periode uitgewerkt, ook in het kader van de motie Beleidskeuzes en de verdiepingsonderzoeken. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat er geen (volledige) compensatie vanuit het Rijk komt voor de jaren 2026. In lijn met het Begrotingsadvies 2025 van de VNG stelt het college voor in de Begroting 2025 nog geen (onomkeerbare) bezuinigingsmaatregelen door te voeren met betrekking tot de ravijnjaren 2026 en verder.

Pas als daadwerkelijk blijkt dat het Rijk onvoldoende compensatie biedt, worden concrete maatregelen voorgelegd ter besluitvorming. Ter voorbereiding op de Perspectiefnota 2026 en de Begroting 2026 heeft het college een ombuigingsstrategie en enkele denklijnen geformuleerd om te kunnen komen tot ombuigingen. Het college bespreekt deze strategie en denklijnen graag met de gemeenteraad. Zodat het college, na afstemming met de raad, deze de komende periode verder kan uitwerken in concrete maatregelen om het structurele evenwicht in de toekomst te herstellen. De uitkomst hiervan wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en wordt vervolgens verwerkt in de Perspectiefnota 2026 en Begroting 2026. Denklijnen ombuigingen vanaf 2026 Inleiding Gemeente Hoeksche Waard staat voor de uitdaging vanaf 2026 een sluitende begroting te realiseren. Het advies is om de algemene reserve in te zetten om te komen tot een zachte landing. Daarbij wordt het voorziene tekort vanaf 2026 in tranches omgebogen in een overschot. Om de begrotingen vanaf 2026 structureel sluitend te krijgen, stellen wij verschillende denklijnen voor. Deze denklijnen kunnen na verkregen bestuurlijke richting, verder worden vertaald in concrete voorstellen. Denklijn 1: aandacht voor medebewindstaken De VNG adviseert om de medebewindstaken te bezien en om de uitvoering van de taken die van Rijkswege zijn opgelegd te versoberen.

Medebewindstaken zijn taken van een gemeente waarbij medewerking wordt verleend aan de uitvoering van beleid dat door het Rijk is vastgesteld. Op deze manier wordt voor het Rijk zichtbaar wat de effecten zijn van de korting op het gemeentefonds. Een andere mogelijkheid is het onderzoeken van zogenoemde SPUK-regelingen. Gemeente Hoeksche Waard ontvangt 31 van die regelingen. Een SPUK-regeling bevat geld van de Rijksoverheid om bepaald beleid van

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 6 DENKLIJNEN OMBUIGINGEN VOOR RAVIJNJAREN VANAF 2026

20/27

de Rijksoverheid uit te voeren. Het gaat hier om tijdelijke middelen. Het aantal regelingen zou teruggebracht kunnen worden. Dit levert capaciteit op in de uitvoering, het beleid en het financiële beheer. Denklijn 2: focus op wettelijke taken Een denklijn is om de focus te leggen op de uitvoering van wettelijke taken. Wettelijke taken zijn taken die vanuit het Rijk zijn bepaald en waaraan een gemeente uitvoering moet geven. Deze taken hebben dus een wettelijke grondslag. Op de uitvoering van taken die geen wettelijke grondslag kennen, kan worden versoberd. Binnen de wettelijke taken is een bepaalde mate van beleidsvrijheid. De taken die binnen die vrije ruimte worden uitgevoerd, kunnen worden versoberd. Denklijn 3: regionaal als het kan, lokaal aanvullen als het nodig is Binnen het sociaal domein is het uitgangspunt dat regionaal wordt samengewerkt als het moet en voorzieningen lokaal worden aangevuld. Hierdoor is een breed scala aan maatwerk ontstaan op gebied van voorzieningen, projecten en pilots. Dit heeft gevolgen voor de capaciteit en de inzet van financiële middelen. Daarnaast betekent lokale uitzonderingen een verhoging van kosten op regionaal niveau. Standaardisering op regionaal en lokaal niveau resulteert in efficiëntere inzet van mensen en middelen. Dit betreft ook subsidies aan lokale voorzieningen, projecten en pilots.

Denklijn 4: keuzes op basis van visie In onze gemeente is de praktijk snel te reageren op vragen of initiatieven en vervolgens in het kader daarvan nieuwe investeringen te doen en opdrachten aan te nemen. Binnenkort wordt het traject gestart dat moet leiden tot een gedragen visie. Op basis daarvan kan gerichter worden gekozen welke projecten en investeringen prioriteit hebben. Dat moet leiden tot meer effectiviteit, snelheid in de uitvoering en efficiënter werken. Bij de beoordeling van initiatieven kan ook scherper gekeken worden welke rol de gemeente zou moeten spelen. Daarbij kan de gemeente afwegingen maken. Denklijn 5: versoberen afname bij gemeenschappelijke regelingen Gemeente Hoeksche Waard neemt deel aan verschillende gemeenschappelijke regelingen. Een denklijn is om kritisch te bezien welke taken de gemeente wil afnemen en welke taken waarde toevoegen voor de maatschappij. Vervolgens kan Hoeksche Waard een taakstelling meegeven aan de gemeenschappelijke regeling. Denklijn 6: ander serviceniveau openbare ruimte Een mogelijke denklijn is om een ander serviceniveau in de openbare ruimte te gaan hanteren. Serviceniveau in de openbare ruimte in de breedste zin van het woord. Het gaat dan zowel om het onderhoudsniveau, maar ook over de omgang van meldingen en toezicht en handhaving.

Denklijn 7: efficiënte clustering van voorzieningen Hoeksche Waard kent op dit moment een veelheid aan voorzieningen. Deze voorzieningen bevinden zich in het gehele gebied. Er is geen logische en efficiënte lokalisering en verdeling over het gebied. Een denklijn is om te bezien of voorzieningen efficiënter gelokaliseerd kunnen worden. Denklijn 8: de inkomstenkant bezien

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 6 DENKLIJNEN OMBUIGINGEN VOOR RAVIJNJAREN VANAF 2026

21/27

Gemeente Hoeksche Waard biedt verschillende diensten aan. Hiervoor worden huren, leges of vergoedingen ontvangen. Verschillende bijbehorende tarieven zijn niet kostendekkend. Daarom kan de inkomstenkant worden berzien om de lasten en baten meer met elkaar in evenwicht te brengen. Denklijn 9: werken vanuit een personeelsformatie die leidend is Op dit moment wordt veel met inhuur gewerkt voor incidentele taken. Deze denklijn raakt aan de organisatieontwikkeling. In het derde kwartaal van 2024 wordt u verder geïnformeerd over de organisatieontwikkeling. Voorwaarden Een belangrijke grondhouding bij de denklijnen is dat we beseffen dat niet alles maatwerk is en niet alles direct kan. Te vaak wordt ad hoc gereageerd en wordt snel ingespeeld op urgenties en voorvallen. Dit geldt voor alle betrokken lagen, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Door zaken meer in combinatie met en procesmatig op te pakken, wordt effectiever en doelmatiger beleid gevoerd. Dat laat onverlet dat er nadrukkelijk oog is voor maatwerk waar dat kan en nodig is.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 6 DENKLIJNEN OMBUIGINGEN VOOR RAVIJNJAREN VANAF 2026

22/27

7 Uitgangspunten en grondslagen Begroting 2025 Algemeen In bijlage 1 zijn de (fianciële) uitgangspunten en grondslagen voor het opstellen van de Begroting 2025-2028 opgenomen, waaronder de indexatie van de uitgaven en de inkomsten met 2,3%. Inflatiecorrectie ozb De belastingtarieven verhogen wij, net als voorgaande jaren, met de inflatiecorrectie op basis van prijs bruto binnenlands product (pbbp) uit de meicirculaire 2024. In lijn met de besluitvorming van de raad bij (het raadsvoorstel van de) de programmabegroting 2024-2027 passen wij daarnaast jaarlijks de tarieven aan met het verschil tussen enerzijds het (eerder) in de begroting toegepaste inflatiecijfer en anderzijds het daadwerkelijk gerealiseerde inflatiecijfer van het afgelopen boekjaar. Dit doen wij op basis van de ramingen van het CPB en van het pBBP. In de door u vastgestelde programmabegroting 2023 is een index op de ozb toegepast van 4,9% (cfm raming pBBP in Septembercirculaire 2022). Uit de laatste ramingen van het Centraal Planbureau (kerngegevenstabel raming februari 2024) blijkt dat het het pBBP over 2023 werkelijk 7,7% bedraagt. Dat is een verschil van 2,8%. Met dit percentage worden de ozb tarieven voor 2025 in de begroting aanvullend verhoogd. Het financiële effect hiervan is verwerkt in deze Perspectiefnota.

Voor een volledig overzicht van de uitgangspunten en grondslagen wordt verwezen naar bijlage 1 van deze Perspectiefnota.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 7 UITGANGSPUNTEN EN GRONDSLAGEN BEGROTING 2025

23/27

8 Vervolgproces Perspectiefnota 2025 Deze Perspectiefnota 2025 wordt in de raadsvergadering van 11 juli 2024 geagendeerd voor besluitvorming in de gemeenteraad. De raad wordt voorgesteld deze Perspectiefnota vast te stellen, inclusief de uitgangspunten voor de begroting 2025 en de denklijnen (hoofdstuk 6) om het huidige begrotingstekort vanaf 2026 weer om te buigen in een overschot. Uitwerking denklijnen in ombuigingsvoorstellen De komende periode gaan wij genoemde denklijnen uitwerken in concrete voorstellen richting de Perspectiefnota 2026. Deze voorstellen kunnen dan integraal worden afgewogen door uw raad en uiteindelijk worden verwerkt in de programmabegroting 2026-2029. Ook het jaar waarin het Rijk de forse korting op het gemeentefonds voor gemeenten doorvoert.

PERSPECTIEFNOTA 2025 | 8 VERVOLGPROCES

24/27

Bijlagen

PERSPECTIEFNOTA 2025 | BIJLAGEN

25/27

Bijlage 1: Grondslagen en uitgangspunten Begroting 2025 Hieronder zijn de grondslagen en uitgangspunten weergegeven, zoals wij die in de begroting 2025 toepassen. Onderdeel

Uitgangspunt

Algemeen

Een programmabegroting die voldoent aan de eisen van de BBV en die structureel sluitend is in 2025 of aannemeijk is gemaakt dat het structurele evenwicht uiterlijk in 2028 wordt bereikt.

Loonstijging

Een programmabegroting die voldoet aan de eigen beleidslijnen zoals opgenomen in de financiële verordening 2023, de nota reserves en voorzieningen 2022 en de nota waardering, afschrijving vaste activa 2019. Prijsindex CPB, uit meicircuaire 2024 Gemeentefonds:

Loonvoet, sector overheid 2025: 4,4%

Prijsstijging

De cao voor gemeenten loopt van 1januari 2024 tot 31 maart 2025 Prijsindex CPB, uit meicirculaire 2024 Gemeentefonds:

Prijs bruto binnenlands product 2025: 2,3%

Meerjarenperspectief Onvoorziene uitgaven Omslagrente Rentepercentage nieuwe geldleningen

Rentetoerekening Rentebijschrijving op reserves en voorzieningen Berekening externe uren

De deelnemersbijdragen aan de GR-enzijn gebaseerd op de vastgestelde begrotingen van de GR-en. In 2025 worden de lonen (zie 'loonstijging') en prijzen (zie 'prijsstijging') ten opzichte van 2024 geïndexeerd. Vanaf 2026 worden de lonen en prijzen constant gehouden (geen index). Deze is gebaseerd op een raming van € 1,Volgens Omslagberekening BBV, deze wordt bij het opstellen van de Programmabegroting berekend. • Kortlopende geldleningen: 4,03%* • Langlopende geldleningen: 3,20% (voor 25 jaar vast)* *rentepercentage dd 03-04-2024 De rente wordt via de renteomslag doorbelast aan de betreffende programma's en taakvelden. Vindt niet plaats (met uitzondering van voorzieningen gewaardeerd op contante waarde). De uitgangspunten voor het berekenen van de uurtarieven zijn de gemiddelde loonsom per team gedeeld door het aantal netto productieve uren met daarop een opslag van de overhead.

Het netto aantal productieve uren is 1.409 uur per jaar. Dit aantal wordt gehanteerd in de periode 2023 tot en met 2026.

Tarieven OZB en RZB

Tarieven overige belastingen

Voor anterieure overeenkomsten worden de tarieven uit de landelijke plankostenscan toegepast. Het tarief voor 2024 passen we aan, aan de ontwikkeling van de waarden van het onroerend goed van het voorgaande jaar. Daarna passen wij het tarief aan, op basis van de prijsstijging bruto binnenlands product (zie onderdeel "Prijsstijging").

Daarnaast corrigeren wij het verschil tussen het in de begroting 2023 toegepaste prijsindex (pBBP; 4,9%) én de daadwerkelijk gerealiseerde prijsindex (pBBP: 7,7%; ) conform de beleidslijn bij het raadsbesluit over de programmabegroting 2024-2027. Voor aanvullende toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van deze Perspectiefnota. Aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product voor zover de grens van de wettelijke voorschriften (maximumtarief of meer dan 100% kostendekkend) niet structureel wordt overschreden.

• Haven- en kadegelden • Hondenbelasting • Lijkbezorgings rechten • Marktgelden • Omgevingsvergunningen • Overige legestarieven • Rioolheffing • Toeristenbelasting • Afvalstoffenheffing Privaatrechtelijke opbrengsten/ Huuropbrengsten Subsidies

Aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product, tenzij er specifieke (meerjarige) afspraken zijn gemaakt (bijvoorbeeld huurovereenkomsten). Structurele subsidies aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product.

Aantal inwoners

Bij incidentele subsidies geen inflatiecorrectie toepassen (vaste bedragen). 1 januari 2024: 90.248( GBA)

Aantal woningen

1 januari 2025: 90.966 1 januari 2026: 92.494 1 januari 2027: 93.768 1 januari 2028: 94.510 1 januari 2024: 39.574 (CBS voorlopig)

De stijging van het aantal woningen is gebaseerd op de aantallen uit het Woningbouwprogramma Dit resulteert in het volgende aantal woningen:

1 januari 2025: 50.023 (WBP: + 449) 1 januari 2026: 40.978 (WBP: + 955)

PERSPECTIEFNOTA 2025 | BIJLAGE 1: GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2025

26/27

Onderdeel

Aantal bijstandsgerechtigden

Aantal bedrijfsvestigingen

Uitgangspunt 1 januari 2027: 41.774 (WBP: + 796) 1 januari 2028: 42.238 (WBP: + 464) 1 januari 2025: 919 1 januari 2026: 935 1 januari 2027: 935 1 januari 2028: 915 1 januari 2025: 11.900 1 januari 2026: 11.900 1 januari 2027: 11.900 1 januari 2028: 11.900

PERSPECTIEFNOTA 2025 | BIJLAGE 1: GRONDSLAGEN EN UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2025

27/27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14270172/1