CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2024-2027

Oordeelsvormende vergadering 6 juli 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Perspectief op begroting 20243.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

7 alinea's met “perspectiefnota”: 1 29 31 53 59 91 92

Perspectiefnota 2024 - 2027

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

2

Inleiding

3

1. Terugblik Collegeprogramma

4

2. Zomerrapportage 2023

4

3. Meicirculaire 2023

5

4. Actueel meerjarenperspectief 2024-2027

7

5. Actuele beleidsontwikkelingen

7

6. Motie ‘In kaart brengen huidig beleid tbv toekomstige beleidskeuzes’

9

7. Afwegingskader

9

8. Uitgangspunten en grondslagen Begroting 2024-2027

10

9. Vervolgprocedure

10

Bijlage 1: Uitgangspunten en grondslagen Begroting 2024-2027

11

2/12

Inleiding In december 2022 heeft u het collegeprogramma behandeld en zijn de middelen voor het nieuwe beleid via een begrotingswijziging opgenomen in de begroting. In het collegeprogramma namen wij het volgende op: “We willen ons voorbereiden op mogelijk mindere financiële jaren. Door hier tijdig op te anticiperen verwachten we de kans op pijnlijke bezuinigingen te kunnen verkleinen. Maatregelen, zoals het prioriteren en faseren van de ambities, het heroverwegen van bestaand beleid en eventueel het verhogen van de belastingen (meer in lijn met het landelijk gemiddelde) willen wij de komende periode samen met de gemeenteraad onderzoeken.

Deze maatregelen zijn noodzakelijk om de voorzieningen voor de inwoners op peil én betaalbaar te houden en tevens de inkomsten en uitgaven in de begroting structureel in evenwicht te houden.” In dezelfde vergadering nam u ook de motie ‘In kaart brengen huidig beleid ten behoeve van toekomstige beleidskeuzes’ aan, waarin u het college verzoekt: “Door kritisch te kijken naar structurele uitgaven en ombuigingen van het huidige beleid mogelijkheden ontstaan om extra lastenverhogingen te voorkomen, toekomstige financiële tegenvallers op te vangen of om investeringen in nieuw structureel beleid te doen.” Het college heeft de afgelopen periode de bestedingen van het huidige beleid in beeld gebracht en tevens mogelijke ‘knoppen’ geïnventariseerd om ‘ombuigingen’ te kunnen realiseren. Daarnaast heeft het college intern diverse gesprekken gevoerd met het doel om samen met de raad tot integrale afwegingen en keuzes te kunnen komen. Tevens laat het college een extern onderzoek naar de (herijking van de) organisatie uitvoeren. Over deze (eerste) uitkomsten van de motie en mogelijke afwegingskaders om te komen tot deze keuzes, gaan wij graag met u in gesprek. Gezien het huidige financiële beeld zullen voor de komende Begroting 2024 reeds keuzes noodzakelijk zijn om te komen tot een sluitende Begroting 2024-2027.

Via de raadsinformatiebrief van 31 mei 2023 en tijdens de raadsbijeenkomst op 8 juni 2023 bent u geïnformeerd over de financiële tekorten in de Zomerrapportage 2023 (hoofdstuk 2) en over het proces om te kunnen komen tot een sluitende begroting 2024-2027. In deze Perspectiefnota 2024-2027 (hoofdstuk 3) informeren wij u over de uitkomsten van de meicirculaire 2023, aangezien deze circulaire ten tijde van het opstellen van de Zomerrapportage nog niet was gepubliceerd. Deze circulaire is van belang om het huidige financiële meerjarenbeeld te kunnen bepalen en daarmee ook de opgave te kunnen vaststellen om uiteindelijk te kunnen komen tot een sluitend perspectief. In hoofdstuk 4 treft u daarom het actuele financiële beeld inclusief de effecten van de meicirculaire 2023. Dit beeld is de basis voor het opstellen van Begroting 2024-2027. In hoofdstuk 5 treft u een aantal (beleids)ontwikkelingen aan die op (korte) termijn een rol gaan spelen. Hiervoor worden op dit moment nog geen voorstellen gedaan in deze Perspectiefnota en worden deze ontwikkelingen ook nog niet opgenomen in de begroting in afwachting van de uitwerking van de Motie beleidskeuzes. Deze motie (hoofdstuk 6) zal moeten leiden tot nadere (beleids)keuzes om (weer) te komen tot een sluitend meerjarenperspectief. Daarnaast zal de motie een antwoord moeten geven op kostenstijgingen als gevolg van autonome groei (bijv.

Wmo) en het ambitieniveau uit het collegeprogramma. In hoofdstuk 7 is een mogelijk afwegingskader opgenomen op basis waarvan toekomstige keuzes gemaakt zouden kunnen worden. 3/12

In hoofdstuk 8 zijn de grondslagen en uitgangspunten voor het opstellen van de Begroting 2024-2027 opgenomen. De Perspectiefnota 2024-2027 is vervolgens de basis voor het opstellen van Begroting 20242027. Tenslotte treft u in hoofdstuk 9 de planning aan voor het vervolgproces.

1. Terugblik Collegeprogramma In december 2022 is het Collegeprogramma 2022-2026 behandeld in de gemeenteraad en is de Begroting 2023-2026 aangepast via de 2e begrotingswijziging 2023. Met het collegeprogramma is de beleidsmatige en financiële basis voor de komende jaren gelegd. In het Collegeprogramma is het uitgangspunt opgenomen dat wij streven naar gezonde gemeentelijke financiën. Dat betekent dat de baten en lasten structureel in evenwicht moeten zijn. In het collegeprogramma is eveneens opgenomen dat wij ons voorbereiden op mogelijk mindere financiële jaren. Maatregelen, zoals het prioriteren en faseren van de ambities, het heroverwegen van bestaand beleid en eventueel het verhogen van de belastingen, door deze meer in lijn te brengen met het landelijk gemiddelde, willen wij de komende periode samen met de gemeenteraad onderzoeken. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om de voorzieningen voor de inwoners op peil én betaalbaar te houden en tevens de inkomsten en uitgaven in de begroting structureel in evenwicht te houden. In dezelfde raadsvergadering heeft de raad de motie ‘In kaart brengen huidig beleid ten behoeve van toekomstige beleidskeuzes’ aangenomen.

Door kritisch te kijken naar structurele uitgaven en ombuigingen van het huidige beleid ontstaan mogelijkheden om extra lastenverhogingen te voorkomen, toekomstige financiële tegenvallers op te vangen of om investeringen in nieuw structureel beleid te doen.

2. Zomerrapportage 2023 Op 31 mei 2023 heeft u de Zomerrapportage 2023 ontvangen. Deze geeft het volgende beeld: (bedragen x €1 mln) Actueel financieel beeld na Zomerrapportage 2023 Begrotingssaldo na Zomerrapportage 2023 (C+D) Waarvan incidentele baten (-/-) /lasten (+/+) Structureel begrotingssaldo na Zomerrapportage 2023 (III+IV)

2023

2024

2025

2026

-8,0

-5,1

-5,4

-14,7

-1,7

0,0

0,0

0,0

-9,8

-5,1

-5,4

-14,7

Deze rapportage leidt tot een fors nadelig structureel tekort in de jaarschijven 2024 en 2025 van ruim -/- € 5 miljoen. Dit is met name het gevolg van forse prijsstijgingen, diverse autonome ontwikkelingen en het CAO akkoord 2023. Het tekort in de jaarschijven 2026 en 2027 loopt op tot globaal -/- € 15 miljoen. De VNG is nog met het Rijk in overleg over een oplossing voor deze zogenoemde ‘Ravijnjaren’ voor gemeenten. Vooralsnog is deze oplossing er nog niet. Uiteraard blijven wij de ontwikkelingen hieromtrent nauwlettend volgen.

4/12

3. Meicirculaire 2023 Begin juni 2023 is de meicirculaire 2023 door het Ministerie van Binnenlandse Zaken gepubliceerd. In deze perspectiefnota zijn de effecten van meicirculaire opgenomen, onder meer de compensatie van het Rijk voor prijsstijgingen. Hieronder treft u op hoofdlijnen de effecten van de meicirculaire 2023. (bedragen x €1 mln)

Uitkomst meicirculaire 2023 1. Accres (inclusief loon/prijscompensatie) 2. Extra compensatie hogere inflatie voorgaande jaren 3. Middelen Jeugd 4. Middelen WMO 5. Overige mutaties Effect op structurele begrotingssaldo

2024 0,6 1,1 0,7 0,0 1,2 3,6

2025 0,7 1,1 0,9 0,4 1,3 4,4

2026 0,0 1,1 0,2 0,4 0,5 2,1

2027 0,0 1,1 0,0 0,4 -0,1 1,3

Toelichting op de tabel: 1. Accres (inclusief loon/prijscompensatie) Accres tot en met 2025 'bevroren' Als het Rijk meer geld uitgeeft, ontvangen gemeenten normaliter ook meer middelen in het gemeentefonds en vice versa (accres). Dit principe wordt ook wel 'samen trap op, samen trap af' genoemd. Het Rijk en VNG hebben voor de jaren 2022-2025 afgesproken om het accres tot en met 2025 tijdelijk te 'bevriezen', zodat minder schommelingen in de Rijksmiddelen ontstaan. Vanaf 2026 geldt de (oude) accressystematiek weer. Voor de jaren 2026 en 2027 wordt het accres lager vastgesteld in deze meicirculaire 2023. Loon-/prijscompensatie 2024 Gemeenten ontvangen middelen van het Rijk om de stijging van de prijzen en lonen in het volgende jaar te kunnen opvangen. In de begroting 2024 zetten wij deze middelen in om de geraamde budgetten voor uitgaven (3,0%) en salarissen (5,2%) aan te passen (zie ook onderdeel ‘Uitgangspunten en grondslagen voor de Begroting 2024-2027’ verderop in deze Perspectiefnota). Deze systematiek passen wij jaarlijks toe (bestendige gedragslijn). Doordat de loon-/ prijscompensatie van het Rijk hoger uitvalt en het accres vanaf 2026 lager is, leiden deze beide mutaties per saldo tot voordelen in de jaren 2024 en 2025. 2.

Extra compensatie hogere inflatie voorgaande jaren (nacalculatie inflatiecijfers) Op 9 maart 2023 heeft het Centraal Planbureau een hogere prijsstijging van de lonen, consumptie en investeringen gepubliceerd. Op basis van deze actuele cijfers van het CPB ontvangen gemeenten alsnog een extra compensatie voor de hogere prijsontwikkelingen over de jaren 2022 en 2023, welke structureel doorwerken in de jaren 2024 en verder.

5/12

3. Middelen Jeugd Principe akkoord Hervormingsagenda Jeugd Het Rijk en de VNG hebben 18 april dit jaar een financieel principe akkoord bereikt voor de Hervormingsagenda Jeugd. In de meicirculaire 2023 wordt voor jeugdzorg, onder voorbehoud van omzetting naar een definitief akkoord op de Hervormingsagenda, voor 2024 € 1,4 miljard en voor 2025 € 0,9 miljard aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor de jaren 2026 en verder blijven de middelen gereserveerd en zal toevoeging aan de algemene uitkering plaatsvinden na het advies van de deskundigencommissie en besluitvorming daarover. De extra middelen die wij nu ontvangen via de Meicirculaire 2023 zetten wij in ter dekking van het tekort op het structurele begrotingssaldo. In onze begroting zijn de budgetten voor Jeugdhulp reeds aangepast op de actuele gemeentelijke bijdragen, die zijn opgenomen in de Begroting 2024 van de Dienst Gezondheid & Jeugd. Actualisatie besparing Jeugdhulp In het principeakkoord zijn nadere afspraken gemaakt over besparingen op de Jeugdhulp. In onze begroting waren deze besparingen reeds opgenomen als 'taakstelling' (2025-2026: € 1,7 mln.). Deze bedragen zijn door het Rijk in deze meicirculaire geactualiseerd (2025-2027: € 1,8 mln.). 4.

Middelen Wmo Integraal Zorgakkoord (Wmo abonnementstarief) Gemeenten ontvangen vanaf 2025 extra middelen als compensatie voor de gestegen zorgkosten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief in het verleden (‘aanzuigende werking’). De extra middelen die wij nu ontvangen via de Meicirculaire 2023 zetten wij in ter dekking van het tekort op het structurele begrotingssaldo. In de Zomerrapportage 2023 hebben wij de budgetten 2023-2026 reeds verhoogd op basis van de gestegen tarieven en de autonome groei voor de Wmo voorzieningen. Eigen bijdrage Wmo Het abonnementstarief in de Wmo wordt afgeschaft en in plaats daarvan wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage heringevoerd met ingang van 2026. Het abonnementstarief verdwijnt niet alleen voor de huishoudelijke hulp, maar voor alle Wmo voorzieningen waarop het tarief nu van toepassing is. De uitname uit het gemeentefonds in verband met de herinvoering van het abonnementstarief verwerken wij conform het advies van Pauw, de specialist op het gebied van het gemeentefonds, budgetneutraal door hier tegenover ook extra baten voor de eigen bijdrage te ramen. 5. Overige aanpassingen gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt berekend op basis van een 50-tal maatstaven (aantallen * gewicht). In deze meicirculaire zijn enkele aantallen geactualiseerd.

Daarnaast zijn als gevolg van de herverdeling van het gemeentefonds nog enkele maatstaven aangepast en zijn nieuwe maatstaven toegevoegd. Dit leidt voor onze gemeenten nog tot voordelen.

6/12

4. Actueel meerjarenperspectief 2024-2027 In de Zomerrapportage 2023 is een overzicht opgenomen van de prognose van het structurele begrotingssaldo op basis van de actualisatie van het huidige beleid. Hierin was de uitkomst van de meicirculaire 2023 nog niet verwerkt. Met de publicatie van de meicirculaire hebben wij het structurele begrotingssaldo 2024-2027 geactualiseerd. Het geactualiseerde beeld inclusief de effecten van de meicirculaire 2023 is als volgt: (bedragen x €1 mln)

Actueel financieel beeld Structureel begrotingssaldo na Zomerrapportage 2023 Uitkomst meicirculaire 2023 Structureel begrotingssaldo inclusief meicirculaire 2023

2024 -5,1 3,6 - 1,5

2025 -5,4 4,4 - 1,0

2026

2027

-14,7 2,1 - 12,6

-14,7 1,3 - 13,4

*) 'Begrotingssaldo na Zomerrapportage' in 2027 is overgenomen van 2026 ('bestendige gedragslijn'). In de Begroting 2024-2027 kan dit afwijken.

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat alle jaren vooralsnog een structureel tekort laten zien. Wij wijzen er met nadruk op dat hierin nog niet de ‘beleidsontwikkelingen’ zijn opgenomen zoals beschreven in hoofdstuk 5. Ravijnjaren Er is nog veel onduidelijkheid bij gemeenten over de omvang van de rijksmiddelen (accresontwikkeling en opschalingskorting) voor de jaren 2026 en verder, aangezien in dat jaar de nieuwe regeerperiode van het Rijk aanvangt. Bij veel gemeenten in Nederland leidt dit nu tot de zogenoemde “ravijnjaren”. Deze situatie is ook van toepassing op onze gemeente. Deze ontwikkeling is eveneens eerder toegelicht in voorgaande P&Cproducten (o.a. programmabegroting 2023-2026). De VNG voert hierover gesprekken met het Rijk. Het structurele begrotingssaldo in bovenstaand overzicht is het actuele financiële kader en vormt daarmee de basis voor de Begroting 2024-2027, welke de raad in november 2023 behandeld. Uiteraard kunnen zich in de tussenliggende periode nog (autonome) ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo. Rond Prinsjesdag wordt bijvoorbeeld de Septembercirculaire 2023 van het Rijk gepubliceerd. De uitkomsten hiervan maakt onderdeel uit van de beoordeling van de provincie of de Begroting 2024-2027 structureel in evenwicht is.

5. Actuele beleidsontwikkelingen In bovenstaande actueel meerjarenperspectief is, gezien de tekorten, vooralsnog geen rekening gehouden met nieuwe beleidsontwikkelingen. Hieronder noemen wij enkele belangrijke ontwikkelingen (niet limitatief): a.

Implementatie Omgevingswet De invoeringsdatum van de Omgevingswet is verschoven naar 1 januari 2024. De raad besluit voor welke activiteiten geen vergunning meer hoeft te worden aangevraagd. Op basis van deze besluitvorming kunnen de effecten op de legesbaten worden verwerkt. Daarnaast zijn voor de implementatie van het nieuwe werkproces Omgevingswet middelen nodig voor de extra benodigde capaciteit om aan de wettelijke eisen te voldoen. 7/12

b. Harmonisatie sportaccommodaties In de raadsvergadering van 23 mei 2023 heeft u gesproken over de keuzenota Harmonisatie sportaccommodaties. De financiële gevolgen van deze nota zijn nog niet opgenomen in de begroting. c.

Sport- en beweegnota In de raadsvergadering van 23 mei 2023 heeft u gesproken over de keuzenota Sport en Bewegen. De financiële gevolgen van deze nota zijn nog niet opgenomen in de begroting.

d. Cultuurhuis In de besluitvormende raadsvergadering van maart 2023 is besloten een voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen voor een cultuurhuis in Oud-Beijerland. In de planfase van het project zal pas duidelijk worden welke investering benodigd is en welke jaarlijkse lasten daarmee samenhangen. De financiële gevolgen van de vervolgfase zijn nog niet opgenomen in de begroting. e.

Begraafplaatsen De dienstverlening op de begraafplaatsen staat onder druk vanwege personeelstekort en vanwege nieuwe aanbesteding van de contracten voor groenonderhoud en grafdelving van begraafplaatsen. De financiële gevolgen zijn nog niet opgenomen in de begroting. Dit is mede afhankelijk de keuzes om deze extra kosten al dan niet (volledig) door te berekening in de tarieven voor begraven.

f.

Woonwagenstandplaatsen Om uitvoering te geven aan het Woonwagen- en standplaatsenbeleid moeten 15 woonwagenstandplaatsen gerealiseerd worden. De financiële gevolgen zijn nog niet opgenomen in de begroting.

g. Overige ontwikkelingen 1. Om alle autonome ontwikkelingen te kunnen opvangen is extra capaciteit nodig. Het college onderzoekt de mogelijkheden om deze knelpunten binnen de bestaande formatie op te vangen. Afhankelijk van de (toekomstige) beleidskeuzes kan mogelijk capaciteit worden vrijgespeeld voor deze knelpunten. 2. Diverse instellingen verzoeken, veelal als gevolg van hogere loonstijgingen, de gemeente om de subsidies te indexeren met een hoger percentage (oplopend tot 12%) dan waarmee rekening is gehouden in onze begroting. Daar waar contracten/overeenkomsten aan ten grondslag liggen zijn deze indexaties onvermijdbaar. De subsidiebudgetten zijn hiervoor niet toereikend. Bij de uitwerking van de motie ‘In kaart brengen huidig beleid ten behoeve van toekomstige beleidskeuzes’ onderzoeken wij of en zo ja, welke mogelijkheden er zijn om nieuwe beleidsontwikkelingen te dekken/op te vangen. Hier komen wij in het proces richting de begroting 2024 -2027 bij u op terug.

8/12

6. Motie ‘In kaart brengen huidig beleid ten behoeve van toekomstige beleidskeuzes’ Op 22 juni 2023 worden in een raadsbijeenkomst de eerste uitkomsten van de motie aan de raad gepresenteerd. Hierbij wordt inzicht gegeven in de bestedingen van het huidige beleid en het voorstel voor het afwegingskader. De motie zal moeten leiden tot nadere (beleids)keuzes om het begrotingstekort te kunnen terugbrengen en (weer) te komen tot een sluitend meerjarenperspectief. Daarnaast zal de motie een antwoord moeten geven op kostenstijgingen als gevolg van autonome groei (bijv. Wmo) en het ambitieniveau uit het collegeprogramma. Om uiteindelijk te komen tot een sluitende Begroting 2024-2027 wil het college aan de hand van het afwegingskader (hoofdstuk 7) concrete voorstellen aan de raad voorleggen en deze in een bijeenkomst in september/oktober 2023 met de raad bespreken, zodat deze in november 2023 via een begrotingswijziging aan de Begroting 2024-2027 kunnen worden toegevoegd.

7. Afwegingskader Om te komen tot een sluitende begroting 2024-2027 en om financiële ruimte te creëren voor toekomstig beleid moeten we keuzes maken. Deze keuzes kunnen impact hebben op de samenleving en de organisatie. Het afwegingskader is een middel dat helpt bij het maken van deze keuzes. Afwegingkader 1. Op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde visiedocumenten, zoals de omgevingsvisie en de daarin opgenomen Hoeksche Waarden, worden integrale keuzes gemaakt. 2. Bij de integrale keuzes wordt rekening houden met onze wettelijke taken, langjarige verplichtingen en specifieke doelgroepen. 3. Bij de integrale keuzes wordt rekening gehouden met de impact van de keuzes op de korte en op de lange termijn. Denk hierbij aan uitgaven binnen het sociaal domein voor preventie, die aantoonbaar kosten aan specialistische zorg op langere termijn verlagen. 4. Onderzocht wordt of het mogelijk is om juist op bepaalde beleidsterreinen extra te investeren om op lange termijn te kunnen besparen. 5. Onderzocht wordt of er – ongeacht politieke keuzes – besparingen binnen de begroting mogelijk zijn, zoals financieel technische oplossingen en efficiencymogelijkheden binnen de organisatie. 6. Onderzocht wordt of het toepassen van een gelijk percentage over (een deel van) de beïnvloedbare uitgaven onderdeel van de keuzes kan zijn (kaasschaafmethode). 7.

Als bovenstaande niet leidt tot de benodigde besparingen wordt een aanpassing van het belastingtarief bezien.

9/12

8. Uitgangspunten en grondslagen Begroting 2024-2027 In bijlage 1 zijn de uitgangspunten en grondslagen voor het opstellen van de Begroting 2024-2027 opgenomen, waaronder de indexatie van de uitgaven en de inkomsten met 3,0%. De belastingtarieven verhogen wij, net als voorgaande jaren, met de inflatiecorrectie (2024: 3,0%) op basis van prijs bruto binnenlands product (pbbp) uit de meicirculaire 2023.

9. Vervolgprocedure Deze Perspectiefnota 2024-2027 zal in de raadsvergadering van 6 juli 2023 worden geagendeerd voor besluitvorming in de gemeenteraad. De raad wordt voorgesteld om deze perspectiefnota vast te stellen, inclusief de uitgangspunten voor de begroting 2024 en het afwegingskader om te komen tot beleidskeuzes. De planning voor de bespreking van de uitkomsten van de Motie ‘In kaart brengen huidig beleid ten behoeve van toekomstige beleidskeuzes’ is als volgt: 22 Juni

Bijeenkomst (technische bespreking) met de gemeenteraad over de Perspectiefnota 2024 en de voortgang van de Motie Beleidskeuzes en de Benchmark van de provincie met de vergelijking van onze uitgaven met andere (referentie) gemeenten.

September/oktober

Bijeenkomst met de gemeenteraad over de voorstellen om te komen tot een sluitende Begroting 2024-2027

November

Behandelen Begroting 2024-2027 Vaststellen begrotingswijziging 2024 van de voorstellen om te komen tot een sluitende begroting

10/12

Bijlage 1: Uitgangspunten en grondslagen Begroting 2024-2027 In onderstaande tabel zijn de (financiële) grondslagen en uitgangspunten opgenomen die we in de Programmabegroting 2024 zullen toepassen. Grondslagen en uitgangspunten 2024 Onderwerp Algemeen

Loonstijging

Uitgangspunt Een programmabegroting die voldoet aan de eisen van de BBV en die structureel sluitend is in de jaren 2024-2027. Een programmabegroting die voldoet aan de eigen beleidslijnen zoals opgenomen in de financiële verordening 2021, de nota reserves en voorzieningen 2022 en de nota waardering, afschrijving vaste activa 2019. Prijsindex CPB, uit meicirculaire 2023 Gemeentefonds: Loonvoet, sector overheid 2024: 5,2% De cao voor gemeenten loopt van 2 januari 2023 tot 1 januari 2024

Prijsstijging

Prijsindex CPB, uit meicirculaire 2023 Gemeentefonds: Prijs bruto binnenlands product 2024: 3,0% De deelnemersbijdragen aan de GR-en zijn gebaseerd op de vastgestelde begrotingen van de GR-en.

Meerjarenperspectief

In 2024 worden de lonen (zie 'loonstijging') en prijzen (zie 'prijsstijging') ten opzichte van 2023 geïndexeerd. Vanaf 2025 worden de lonen en prijzen constant gehouden (geen index). Deze is gebaseerd op € 1,- per inwoner (afgerond € 90.000).

Onvoorziene uitgaven Omslagrente Rentepercentage nieuwe geldleningen Rentetoerekening Rentebijschrijving op reserves en voorzieningen Berekening uurtarieven

Volgens Omslagberekening BBV, deze wordt bij het opstellen van de Programmabegroting berekend. Kortlopende geldleningen: 3,3%* Langlopende geldleningen: 3,39% (voor 25 jaar vast)* *rentepercentage april 2023 De rente wordt via de renteomslag doorbelast aan de betreffende taakvelden. Vindt niet plaats (met uitzondering van voorzieningen gewaardeerd op contante waarde). De uitgangspunten voor het berekenen van de uurtarieven zijn de gemiddelde loonsom per team gedeeld door het aantal netto productieve uren met daarop een opslag van de overhead. Het netto aantal productieve uren is 1.409 uur per jaar. Dit aantal wordt gehanteerd in de periode 2023 tot en met 2026.

Tarieven OZB en RZB

Tarieven overige belastingen • Haven- en kadegelden • Hondenbelasting • Lijkbezorgingsrechten • Marktgelden • Omgevingsvergunningen • Overige legestarieven • Rioolheffing • Toeristenbelasting • Afvalstoffenheffing

Voor anterieure overeenkomsten worden de tarieven uit de landelijke plankostenscan toegepast. Het tarief voor 2024 passen we aan, aan de ontwikkeling van de waarden van het onroerend goed van het voorgaande jaar. Daarna passen we het tarief aan, op basis van de prijsstijging bruto binnenlands product. Aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product voor zover de grens van de wettelijke voorschriften (maximumtarief of meer dan 100% kostendekkend) niet structureel wordt overschreden.

11/12

Privaatrechtelijke opbrengsten/ Huuropbrengsten Subsidies

Aantal inwoners

Aantal woningen

Aantal inwoners onder 18 jaar

Aantal huishoudens met een laag inkomen Aantal bijstandsgerechtigden

Aantal leerlingen VO

Aantal bedrijfsgebouwen

Aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product, tenzij er specifieke (meerjarige) afspraken zijn gemaakt (bijvoorbeeld huurovereenkomsten). Structurele subsidies aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product. Bij incidentele subsidies geen inflatiecorrectie toepassen (vaste bedragen). 1 januari 2023: 89.764 (GBA) De stijging van het aantal inwoners wordt berekend door een factor van 1,6 inwoners te hanteren per extra woning. Dit resulteert in de volgende inwoners aantallen: 1 januari 2024: 90.943 1 januari 2025: 92.364 1 januari 2026: 93.633 1 januari 2027: 94.178 1 januari 2023: 39.026 (BAG) De stijging van het aantal woningen is gebaseerd op de aantallen uit het vastgestelde woningbouwprogramma Dit resulteert in het volgende aantal woningen: 1 januari 2024: 39.763 (WBP: + 737) 1 januari 2025: 40.651 (WBP: + 888) 1 januari 2026: 41.444 (WBP: + 793) 1 januari 2027: 41.785 (WBP + 341) 1 januari 2024: 17.222 1 januari 2025: 17.491 1 januari 2026: 17.732 1 januari 2027: 17.835 1 januari 2024: 9.625 1 januari 2025: 9.775 1 januari 2026: 9.909 1 januari 2027: 9.967 1 januari 2024: 869 1 januari 2025: 862 1 januari 2026: 854 1 januari 2027: 844 De peildatum is ieder jaar per 1 oktober van voorgaand jaar.

1 januari 2024: 3.104 1 januari 2025: 3.132 1 januari 2026: 3.125 1 januari 2027: 3.149 1 januari 2024: 10.993 1 januari 2025: 11.164 1 januari 2026: 11.318 1 januari 2027: 11.384

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12872565/1