CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatievisie gemeente Hoeksche Waard (def)

Besluitvormende raad 25 januari 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: participatie-visie8.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatievisie

Gemeente Hoeksche Waard December 2021

Inhoudsopgave 0.

Blik op de toekomst 3

1.

Inleiding 4

2.

Wat is participatie? 5

3.

Doelstellingen 7

4.

Huidige situatie 8

5.

Ontwikkelingen 9

6.

Uitgangspunten 11

7.

Rollen 12

8.

Randvoorwaarden 14

9.

Vormen en instrumenten 15

10.

Toekomst 16

11.

Bijlagen 17

2

Blik op de toekomst

Annemarie als trotse inwoner van de Hoeksche Waard “Hoi, ik ben Annemarie, getrouwd en moeder van twee kinderen. Wij wonen sinds 2030 in de Hoeksche Waard en zijn blij met deze keuze. Wat zijn wij fijn ontvangen! Eigenlijk klikte het meteen met onze buren. Zij hebben ons geholpen met het uitladen van onze verhuisspullen en sindsdien hebben we goed contact. Dankzij hen heb ik kennisgemaakt met de dorpsvereniging. In het begin was ik wat sceptisch. Als werkende moeder houd ik niet veel tijd over. Toch weet de dorpsvereniging mij te vinden wanneer ze mijn hulp kunnen gebruiken. Ik werk als leerkracht op de basisschool en ik vind het fijn dat ik hen kan helpen met bijvoorbeeld promotieacties op social media. En dat doe ik dan natuurlijk niet alleen. Ook mijn sportmaatjes heb ik zover gekregen dat ze een handje helpen. Door allemaal iets bij te dragen maken we ons dorp het leukste dorp van de Hoeksche Waard! Mooi om te zien is dat de gemeente dit opmerkt en waardeert. Hoewel de Hoeksche Waard een grote gemeente is, is zij betrokken bij ons dorp. Men weet wat er speelt en helpt met het realiseren van onze ideeën. Door de samenwerking tussen het dorp en de gemeente is het vertrouwen in elkaar gegroeid. De gemeente laat meer over aan ons. Dit zorgt ervoor dat ons dorp van ons voelt. Iedereen die in het dorp komt wonen of werken is welkom en mag hier een steentje aan bijdragen.

Soms hebben we ambitieuze ideeën. De gemeente helpt ons dan om weer met beide benen op de grond te komen. Soms is onze droom namelijk op dat moment te hoog gegrepen of door bepaalde wetgeving niet mogelijk. De gemeente denkt dan mee hoe of wat dan eventueel wel kan. Andersom helpen wij bij zaken waarvoor de gemeente aan de lat staat. Door de goede samenwerking begrijpen we beter waarom de gemeente soms keuzes moet maken die minder populair zijn. De gemeente moet namelijk verder kijken dan de belangen van ons dorp alleen. We vinden het dan wel fijn dat de gemeente ons hierbij betrekt en ons blijft informeren. We hebben dan in ieder geval de gelegenheid om mee te denken over hoe we het beste voor ons dorp eruit kunnen halen. Dit is niet altijd makkelijk, maar we hebben geleerd dat elkaar goed op de hoogte houden en in gesprek blijven daarbij heel belangrijk zijn.”

1. Inleiding Aanleiding Hoewel we een grotere gemeente zijn geworden, richten we ons nog steeds op de verschillende dorpen en kernen en de behoeften en ideeën die daar bestaan. We willen nabij zijn en in nauw contact staan met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Er is in onze samenleving veel energie, kennis en kunde aanwezig en er zijn veel (groepen) inwoners die zelf aan de slag willen. Wij willen hen hierbij waar mogelijk ondersteunen en begeleiden. Ook benutten we de energie graag bij het maken en uitvoeren van gemeentelijk beleid. We zijn ervan overtuigd dat we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de Hoeksche Waard nog mooier en sterker kunnen maken. Samen maken we de Hoeksche Waard! Waarom deze visie? We werken als gemeente al volop samen met al deze partners maar een visie op participatie was er nog niet. Die behoefte is er wel omdat we voorzien dat participatie komende jaren nog belangrijker wordt. Een overkoepelende, richtinggevende visie zorgt ervoor dat we participatietrajecten over specifieke opgaven, thema’s en projecten kunnen vormgeven volgens uitgangspunten die we vooraf vaststellen. Deze visie geeft dus richting aan onze participatietrajecten. Maar het inrichten en uitvoeren van een participatieproces blijft maatwerk. Het proces kan soms moeizaam verlopen en uitkomsten kunnen de deelnemers tegenvallen.

Zeker als de betrokken partijen uiteenlopende belangen hebben. Participatie is geen garantie voor succes maar moet er wel toe leiden dat alle betrokken partijen zich gezien en gehoord voelen. We zullen ons beleid evalueren en leren van de opgedane ervaringen. Met deze participatievisie borduren we voort op onder meer de uitgangspunten over participatie in het Kompas 2018 en het Hoofdlijnenakkoord ‘Samen meer waard’ 2019-2022. De werkgroep participatie, die de raad in april 2021 heeft ingesteld, heeft een belangrijke meedenkende en adviserende rol gespeeld. In deze werkgroep hebben (burger)raadsleden, wethouders en ambtenaren zich samen over participatie gebogen. Ook het recente ‘Protocol ruimtelijke initiatieven’ en de leidraad Communicatie & participatie Duurzaamheid hebben we betrokken. De enquête onder inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties in de Hoeksche Waard van afgelopen zomer heeft veel bruikbare inzichten opgeleverd. Tot slot hebben we gebruikgemaakt van de praktijkvoorbeelden, ervaringen en expertise in onze eigen gemeente en van inspirerende voorbeelden van andere gemeenten zoals Amstelveen, De Bilt, Delft, Ede, Etten-Leur, Molenlanden, Nieuwegein, Rhenen en Schiedam. Leeswijzer Deze visie gaat eerst in op het begrip participatie en wat we ermee kunnen bereiken.

Vervolgens komt de huidige situatie aan bod, gevolgd door uitgangspunten, verschillende rollen en randvoorwaarden en mogelijke aanvullende vormen voor participatie. Dit laatste is extra actueel vanwege corona. Tot slot gaan we in op de toekomst. In de bijlagen staan een stappenplan, de belangrijkste uitkomsten van de genoemde enquête en succesfactoren voor effectieve participatie.

4

2. Het begrip participatie Participatie betekent deelnemen, meedoen. De gemeente kan meedoen aan initiatieven vanuit de samenleving. Aan de andere kant kunnen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties meedoen aan de ontwikkeling en uitvoering van gemeentelijk beleid. Voor het eerste gebruiken we de term overheidsparticipatie en voor het tweede inwonersparticipatie. Bij overheidsparticipatie ligt het initiatief dus bij inwoners die bijvoorbeeld een verandering willen in hun leefomgeving of ze willen dat de gemeente een taak anders uitvoert. Zo’n initiatief kan sociaal van aard zijn of fysiek of beide. Het kan op dorps- of wijkniveau spelen maar ook eiland-breed. Het initiatief kan van één inwoner of ondernemer komen, een groep of een maatschappelijke partij. Kenmerken van een initiatief uit de samenleving zijn een duidelijke actieve rol van de aanvrager(s) en de wens om samen te werken met de gemeente. Belanghebbenden nemen dus zelf het initiatief, zijn eigenaar van het proces en daarmee ook eindverantwoordelijk. De gemeente neemt in dat geval vaak een ondersteunende of faciliterende rol of kiest ervoor te reguleren of zelfs helemaal los te laten. Overheidsparticipatie heeft als centrale gedachte ‘ja, mits’. Het ‘ja, mits’ daagt gemeenten uit om in eerste instantie mee te gaan in de wensen en ideeën van initiatiefnemers.

Initiatiefnemers vinden het belangrijk om gehoord te worden. In de praktijk gaat dat gepaard met dilemma’s en botsende (democratische) waarden: gemeenten hebben namelijk zelf ook plannen, naast de zorg voor rechtsbescherming van de inwoners. Past het initiatief daarin? En hoe weeg je de belangen van omwonenden? Eigen belang kan schuren met algemeen belang, korte termijn wensen met duurzame opties, lokale ambities met die in de regio of in groter verband. We komen dus dilemma’s tegen en moeten ook gaandeweg keuzes in onze processen maken. Bij inwonersparticipatie raken inwoners (en ondernemers en maatschappelijke organisaties) betrokken bij gemeentelijk beleid. De gemeente nodigt inwoners en anderen uit om mee te denken of mee te werken aan gemeentelijk beleid of aan de uitvoering daarvan. Deze betrokkenheid kan meer of minder intensief zijn. Lagere niveaus van participatie zijn meeweten (informeren) of meedenken (raadplegen), hogere niveaus zijn meewerken (coproductie) en meebeslissen. Deze niveaus vormen de verschillende treden, van laag tot hoog, van de zogeheten participatieladder.

Participatieladder (= ruimte voor participatie) Meebeslissen Coproduceren Adviseren Raadplegen Informeren

Ringen van invloed (= betrokkenheid participant) 4. Meeweten 3. Meedenken 2. Meewerken 1. Meebepalen

Inwonersparticipatie

Overheidsparticipatie

Start bij de overheid

Start bij de inwoner (e.a.)

Inwoner (e.a.) als participant

Overheid als participant

Overheid als initiatiefnemer

Inwoner (e.a.) als initiatiefnemer

Gedacht vanuit beleid

Gedacht vanuit mogelijkheden

Bron: Berenschot Als gemeente Hoeksche Waard faciliteren we zowel overheids- als inwonersparticipatie, waarbij behoeften, energie, kennis en kracht in de samenleving vrijkomen. Daarmee willen we initiatieven prikkelen, breed toegankelijk zijn en eigenaarschap versterken. We beogen, met andere woorden, een gemeente te zijn die luistert naar haar inwoners, inwonersinitiatieven stimuleert en de samenwerking met inwoners en partners opzoekt1. Afbakening We hebben het in dit visiedocument over beide vormen van participatie: overheidsparticipatie en inwonersparticipatie. Waar nodig zoomen we op een van beide vormen in. In beide gevallen is de essentie dat we samenwerken en kennis en kunde van de samenleving benutten. In de praktijk zien we overigens dat deze twee vormen heel goed samengaan en in elkaar grijpen. Het gaat in deze visie niet over participatie in de zin van meedoen aan de samenleving (de participatiemaatschappij) door te werken, de taal te leren, vrijwilligerswerk te doen, etc. Deze typering valt buiten het kader van deze visie. Inwonersparticipatie is een aanvulling op de formele inspraakprocedure: na een participatietraject blijft formele inspraak mogelijk. Het is ook een aanvulling op de representatieve democratie. De gemeenteraadsverkiezingen blijven voor inwoners het voornaamste moment om te bepalen wat er binnen onze gemeente gaat gebeuren.

De werkgroep participatie noemde de verkiezingen daarom de belangrijkste vorm van participatie. De gemeente blijft verantwoordelijk met de raad als hoogste orgaan. Een andere aanvulling op het democratisch bestel (en ook een specifieke vorm van participatie) is het lokaal referendum. Daarbij kunnen inwoners hun mening geven over een gemeentelijk vraagstuk dat binnen de Hoeksche Waard leeft. Deze vorm van participatie valt buiten het kader van deze visie en krijgt een afzonderlijke behandeling in de gemeenteraad.

1 Uit het Kompas 2018 en de Strategische verkenning maatschappelijke thema’s, Gemeenteraadsverkiezingen 2022, juli 2021.

3. Doelstellingen Als gemeente willen we nabij zijn en in nauw contact staan met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We zijn ervan overtuigd dat we samen met hen de Hoeksche Waard nog mooier en sterker kunnen maken. Met participatie hebben we het volgende voor ogen: • Betrokkenheid en eigenaarschap Initiatieven vanuit de samenleving zijn een teken van betrokkenheid, gedeeld eigenaarschap en trots van inwoners en anderen voor hun leefomgeving. Ze verdienen daarom in principe steun. Ook door inwoners bij gemeentebeleid te betrekken kunnen eigenaarschap en betrokkenheid toenemen. • Kwaliteit van gemeentelijk beleid Participatie biedt mogelijkheden om de kwaliteit en uitvoerbaarheid van gemeentelijk beleid te vergroten. Veel Hoeksche Waarders zijn erg betrokken bij hun dorp. Ze kennen hun leefomgeving, ervaren de dagelijkse praktijk en hebben ideeën over verdere verbetering. Die betrokkenheid, creativiteit, kennis en kunde benutten we als gemeente graag voor het maken en uitvoeren van beleid. Door samen op te trekken, de mogelijkheden en onmogelijkheden met elkaar te verkennen komen we tot betere oplossingen. • Belangen in beeld Via participatie kunnen betrokkenen vroegtijdig in beeld komen en kunnen hun belangen een plek krijgen in de voorbereiding en uitvoering van beleid.

Krijgen we inzicht in de verschillende belangen, dan kunnen we kansen en risico’s meenemen in de plannen en samen toewerken naar een goede oplossing. Als de belangen niet verenigbaar zijn, is het aan de gemeente om zich over de verschillende belangen goed te laten informeren en op basis daarvan, met het algemeen belang als vertrekpunt, een besluit te nemen. • Vertrouwen Door met elkaar in gesprek te gaan, krijgen betrokkenen meer begrip voor elkaars standpunten en percepties en voor keuzes die moeten worden gemaakt. Door hiervoor ruimte te maken kan een (betere) relatie worden opgebouwd met de betrokkenen en dit kan het vertrouwen in de overheid en elkaar ten goede komen. Participatie kan ertoe leiden dat belanghebbenden beter met de uitkomsten kunnen leven en dat er dus meer draagvlak ontstaat. Maar dit is meer een effect dan een doel. Participatie is geen garantie voor draagvlak. We benoemen het daarom niet als doelstelling.

4. Huidige situatie Beleid maken en uitvoeren samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties doen we in de Hoeksche Waard al volop. Een bekend voorbeeld is het opstellen van de Omgevingsvisie in 2018-2019, waarbij zo’n 200 ‘Waardmakers’ meeschreven aan de ruimtelijke visie voor de Hoeksche Waard. Andere voorbeelden zijn er ook, van inrichtingsvraagstukken zoals speelvoorzieningen, parkeerplekken of een zebrapad tot de dorpsconferentie in Klaaswaal. Maar ook de uitvoeringsagenda ‘Samen tegen armoede’ is tot stand gekomen in samenspraak met ongeveer 400 inwoners en partners. Er zijn ook talrijke voorbeelden van initiatieven uit de samenleving. De gemeente ondersteunt dit soort initiatieven nu al financieel en/of door de inzet van mensen: 1. Financiële ondersteuning Voor veel soorten initiatieven is financiële ondersteuning mogelijk via subsidieregelingen. Voorbeelden zijn: • Initiatievenfonds (Uitvoeringsregeling dorpsbijdragen)2 • Uitvoeringsregeling welzijn • Uitvoeringsregeling Incidentele Subsidies • Innovatie Jeugdhulp en WMO • Ondernemersfonds Initiatieven die niet onder deze regelingen vallen, maar die wel bijdragen aan onze beleidsdoelstellingen, worden waar mogelijk gefinancierd uit reguliere budgetten.

Ook ondersteunen we maatschappelijke partners zoals Welzijn HW, Oranjeverenigingen, EHBO, Zonnebloem en speeltuinverenigingen om initiatieven vanuit de samenleving te helpen realiseren. 2. Ondersteuning door inzet van mensen Geld is niet altijd nodig om initiatieven te ondersteunen. Het kan ook alleen gaan om ondersteuning in kennis, het verbinden van partijen of andere vormen van menskracht. Soms gaat het om beide. Op de volgende manieren ondersteunen we initiatieven uit de samenleving met menskracht: • Ondersteuning door de gemeente Diverse medewerkers ondersteunen zo goed mogelijk de initiatieven die bijvoorbeeld binnenkomen via de diverse subsidieregelingen. Dit zijn naast beleidsadviseurs of projectleiders onze uitvoerende medewerkers. Ook de ondersteuning van initiatieven zonder subsidievraag wordt door diverse teams in de organisatie geboden. Onze medewerkers stellen hierbij hun kennis en netwerken beschikbaar. Ook zijn er medewerkers die een verbindende functie hebben om de organisatie en de samenleving dichter bij elkaar te brengen, zoals onze bedrijfscontactfunctionarissen en (dorps)regisseurs. De inzet van deze verschillende medewerkers is overigens wel beperkt, want zij hebben ook andere taken en prioriteiten.

• Ondersteuning door externe partijen / partners die initiatieven mogelijk maken In de Hoeksche Waard bestaan veel andere partijen naast de gemeente die initiatieven kunnen ondersteunen. Deze partijen kunnen op hun beurt rekenen op ondersteuning van en samenwerking met de gemeente. Denk aan partijen als dorpsverenigingen, de Hoeksche Waardse Uitdaging, Stichting Present, Rabobank, Rotary, HW Wonen, Ondernemersvereniging Hoeksche Waard, Welzijn HW en vele andere.

2 Vooralsnog tot en met 2022.

8

5. Ontwikkelingen Deze participatievisie is het resultaat van verschillende ontwikkelingen, die met elkaar de context vormen waarbinnen we de visie hebben opgesteld. Hieronder beschrijven we deze ontwikkelingen: Maatschappelijke ontwikkelingen De maatschappij verandert in hoog tempo en de overheid moet mee veranderen. We leven tegenwoordig in een ‘netwerksamenleving’, waarin de overheid één van de spelers is. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nemen sneller het initiatief en organiseren zich. Doordat informatie breed beschikbaar is, kan dit steeds makkelijker. De invloed van social media speelt hierin een grote rol: initiatieven worden via bijvoorbeeld Facebook of Twitter sneller gedeeld en kunnen in een rap tempo veel steun krijgen. De digitalisering, in combinatie met de mogelijk blijvende impact van het coronavirus, betekent bovendien dat we digitale vormen van participatie structureler moeten maken. Een andere ontwikkeling is het gebrek aan vertrouwen in de overheid. Bovendien zijn inwoners mondiger geworden. Beleidskeuzes worden niet meer zo snel als vanzelfsprekend geaccepteerd. Reacties kunnen via social media snel een groot bereik krijgen en relevant worden voor de ontwikkeling en uitvoering van gemeentebeleid. Voor een gemeente is het zaak inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties tijdig te betrekken.

Dat is extra van belang omdat in de Hoeksche Waard de leefomgeving nadrukkelijk onderwerp is van gesprek. Denk aan de bouw van nieuwe woonwijken en de aanleg van windparken en nieuwe wegen. In het sociaal domein zet de overheveling van taken van het Rijk naar gemeenten de komende jaren door, waarbij de gemeentelijke beleidsruimte beperkt is. Ondertussen groeit de vraag naar zorg- en welzijnsdiensten snel, terwijl het zorgaanbod al jaren afneemt en de druk op de begroting verder toeneemt. Er komt op deze manier steeds meer verantwoordelijkheid bij de inwoners te liggen. Ontwikkelingen binnen gemeente Hoeksche Waard Sinds de start van onze nieuwe gemeente werken we dorpsgericht vanuit het besef dat geen enkel dorp en geen enkele wijk hetzelfde is. Wat werkt voor Numansdorp, doet het misschien niet voor Oud-Beijerland. Zeker na de fusie van de vijf voormalige gemeenten, is dorpsgericht werken een instrument om vanuit de identiteit van de dorpen te werken. Dit past binnen de trend waarin het niet langer de lokale overheid is, die bepaalt wat goed is voor de samenleving, maar de samenleving die zelf aangeeft waar de behoefte ligt. Dit vraagt om flexibele ambtenaren en bestuurders, die afhankelijk van de context een steeds wisselende rol vervullen. De meer en meer ondersteunende rol bij initiatieven in de samenleving bijvoorbeeld.

De verwachting is dat deze nieuwe verhoudingen tussen inwoner en overheid zich de komende jaren sterker zullen aftekenen. Om met deze trend mee te kunnen bewegen, investeren we in een duurzame relatie met het dorp: weten wat speelt, de sleutelfiguren kennen, zichtbaar en toegankelijk zijn.

Bron: VNG

9

Wettelijke ontwikkelingen Een belangrijke nieuwe wet is de Omgevingswet. De Omgevingswet is een wet voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in en het beheer van onze leefomgeving. Participatie is in de Omgevingswet een belangrijk thema. De wet stimuleert dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen in een vroegtijdig stadium met belanghebbenden in gesprek gaan en belangen in beeld brengen. De intentie van de Omgevingswet sluit daarmee aan bij de ambities van gemeente Hoeksche Waard. Net als elke andere gemeente moet de Hoeksche Waard voor inwerkingtreding van de wet vastgesteld participatiebeleid hebben. Met de nu voorliggende participatievisie, die we Omgevingswet-proof hebben opgesteld, wordt hieraan voldaan. Deze visie en de wettelijke teksten worden specifiek voor de kerninstrumenten vertaald in een praktische handreiking ‘participatie bij de kerninstrumenten van de Omgevingswet’. HET NIEUWE OMGEVINGSSTELSEL

en overzichtelijke regels, meer ruimte voorDeze initiatieven lokaal maatwerk vertrouwen Een andere wet die eraan komt, is de Wet versterkingMinder participatie op decentraal niveau. wetenzorgt ervoor en dat het als uitgangspunt. Dat is waar de Omgevingswet voor staat. Het doel van een initiatief in de fysieke decentraal bestuur inwoners beter in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’. Daarvoor wordt de regeling over inspraak in onder meer de Gemeentewet uitgebreid naar participatie. Daarnaast wordt de mogelijkheid van het uitdaagrecht, waarbij inwoners een gemeentelijke taak overnemen, wettelijk verankerd. Het is nu nog een wetsvoorstel, maar het is goed om ook op deze wet te anticiperen.

De 4 verbeteringen

1

2

3

4

5

6

Bron: Aan de slag met de Omgevingswet 2 Leefomgeving centraal 1 Inzichtelijk

3 Ruimte voor maatwerk

Van een sectorale naar een samenhangende benadering van de leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving.

Meer ruimte voor decentrale overheden voor gebiedsgericht maatwerk en het maken van eigen afwegingen.

omgevingsrecht

Van een wirwar aan regels naar een inzichtelijk en voorspelbaar stelsel dat eenvoudig is in gebruik.

4 Sneller en beter Snellere en betere besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving.

Omgevingswetportaal.nl | december 2017

10

6. Uitgangspunten Participatie is maatwerk, er bestaat geen blauwdruk voor een succesvol participatietraject. Wel hanteren we een aantal vaste uitgangspunten voor het (al dan niet) vormgeven van een participatietraject. • Transparante methodiek We werken volgens een duidelijke, transparante methodiek om tot een participatieaanpak te komen, zie ook het stappenplan in de bijlage. Belangrijk onderdeel van de methodiek is het bepalen van de mate en het niveau van participatie. Hoe groter de impact op de leefomgeving, hoe belangrijker het is om belanghebbenden te betrekken. We denken goed na over het participatieniveau en de ruimte voor inbreng. Bij gemeentelijke trajecten schrijven we een participatieplan. In geval van grote, complexe opgaven en/of gevoelige vraagstukken of projecten kan dat plan eerst aan de raad worden voorgelegd. Na het bepalen van de impact en het opstellen van het participatieplan komen de volgende stappen: de uitvoering van het participatieplan, het rapporteren van de uitkomsten van het participatietraject en tot slot het evalueren van het gehele traject. • Vooraf keuzes maken en flexibiliteit We maken aan de start van nieuwe trajecten of bij initiatieven van inwoners duidelijke keuzes. We hanteren een vaste methodiek (zie hierboven), maar zijn voldoende flexibel om een stap terug te zetten als het proces daarom vraagt.

Bij initiatieven vanuit de samenleving geven we aan de voorkant duidelijk aan wat zij van ons verwachten. We willen waar mogelijk en gewenst naast hen staan en inspelen op wat zij nodig hebben. • Uitnodigend voor iedereen We zijn benieuwd naar wat er bij onze inwoners leeft en waar zij mee komen. We hebben een uitnodigende, open grondhouding. We treden deelnemers met waardering tegemoet en staan open voor hun inbreng. Het is van belang dat inwoners en andere belanghebbenden gehoord worden en zich gehoord voelen. We sluiten bij participatie geen groepen uit. We nodigen breed uit (binnen de mogelijkheden en passend bij het onderwerp) en laten de beslissing om wel of niet deel te nemen aan de mensen zelf. We streven naar een goede afspiegeling van de samenleving en zetten daarvoor verschillende middelen en vormen in. • Duidelijkheid en openheid We vinden het heel belangrijk om duidelijk en open te zijn. Duidelijk over de speelruimte die er is, over de rollen van de verschillende betrokkenen, over het tijdpad, etc. We willen hierover volstrekt transparant zijn. Van tevoren stellen we de kaders vast waarbinnen ruimte is voor participatie (zie ook het volgende hoofdstuk over rollen). Niet alles kan. Er zijn grenzen aan capaciteit en middelen, er bestaan wettelijke kaders. Participanten moeten weten wat bespreekbaar is en wat al is vastgesteld.

We staan binnen de kaders open voor ideeën en initiatieven. Participanten moeten bovendien beschikken over dezelfde relevante en openbare informatie als wij, zodat zij goed in staat zijn een waardevolle bijdrage te leveren. • Verwachtingsmanagement We communiceren duidelijk en geven onze grenzen eerlijk aan. We willen geen verwachtingen creëren die we niet waarmaken. Meedenken en inbreng leveren betekent niet dat iemand ook zijn zin krijgt. Vooraf maken we helder welke stappen we willen zetten. We koppelen terug over inhoud en proces en de voortgang hierbij. Wanneer er geen voortgang is, dan leggen we uit waarom deze er niet is. We zijn duidelijk over het hele traject (van begin tot eind), transparant over de besluitvorming en wat met de inbreng wordt (of is) gedaan.

11

7. Rollen Bij participatie zijn verschillende partijen betrokken. Vanuit de samenleving zijn dat inwoners, ondernemers en (vertegenwoordigers) van verenigingen, stichtingen en andere maatschappelijke organisaties. Binnen de gemeente gaat het om de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie. Ook andere overheden kunnen een rol spelen als partner of deelnemer aan een participatietraject. Ook kunnen wij als gemeente zelf deelnemen aan een participatietraject van een ander bestuursorgaan. Hieronder gaan we in op de verschillende rollen: Samenleving Inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties in de Hoeksche Waard kunnen worden uitgenodigd mee te doen aan een participatietraject. Ook kunnen ze zelf met ideeën en initiatieven komen waarbij zij de gemeente kunnen vragen om mee te doen of te ondersteunen. Naast de rollen van deelnemer en initiatiefnemer kan iemand vanuit de samenleving ook de rol van adviseur of procesbegeleider vervullen. Bij de rol van initiatiefnemer ligt de verantwoordelijkheid om een idee zoveel mogelijk tot een volwaardig initiatief te ontplooien. Dat kan de initiatiefnemer doen door zelf partners te vinden en door het belang van zijn of haar initiatief voor de omgeving goed inzichtelijk te maken. Een participatietraject kan daarbij helpen.

In dit geval is de initiatiefnemer altijd zelf verantwoordelijk voor het participatietraject. Gemeenteraad De raad, ondersteund door de griffie, heeft drie kerntaken of -rollen: kaderstelling, volksvertegenwoordiging en controle. Ook bij participatie zijn deze drie rollen van toepassing. Ze variëren wel per fase van een participatieproces. Vooraf • Kaderstellende rol De raad kan kaders voor het proces meegeven. De raad kan ook inhoudelijke kaders meegeven. Wat ligt er vast en waar zit de (inhoudelijke) ruimte voor de participatie? Dit kan aan de orde zijn bij grote, complexe en gevoelige onderwerpen. • Volksvertegenwoordigende rol Worden alle belangen in het proces meegenomen? Zijn er groepen (nog) niet benoemd die ook betrokken moeten worden? Hoe kunnen initiatieven vanuit de samenleving worden gestimuleerd? Tijdens • Controlerende rol De raad ziet toe op een goed proces. De raad kan ervoor kiezen om aanwezig te zijn tijdens de participatiesessies, waardoor meer transparantie en inzicht ontstaat dan via het verslag dat van het participatieproces wordt gemaakt. Raadsleden zijn tijdens participatiesessies aanwezig als toehoorder. Het is niet logisch dat zij actief deelnemen, omdat andere actoren aan zet zijn. • Volksvertegenwoordigende rol De raad stimuleert de samenleving actief om mee te doen of mee te denken in de participatie.

De raad maakt hier gebruik van zijn brugfunctie tussen de gemeente en de inwoners. Na afloop • Controlerende rol De raad controleert mede aan de hand van het verslag of het afgesproken proces goed is uitgevoerd. Ook controleert de raad of er een goede belangenafweging is gemaakt. Tenslotte kijkt de raad of de afweging voldoende transparant is. • Kaderstellende rol Wanneer blijkt dat meerdere participatietrajecten niet goed zijn verlopen, kan de raad erop aandringen de methodiek onder de loep te laten nemen. De raad stuurt hiermee op hoofdlijnen en niet op casusniveau. Burgemeester De burgemeester heeft een belangrijke rol bij participatie. Hij draagt volgens artikel 170 van de Gemeentewet zorg voor de kwaliteit van participatieprocessen in zijn gemeente. De burgemeester ziet toe op onder meer ‘een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling en uitvoering zijn betrokken’. Ook ziet hij toe op ‘de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie’. College Het college geeft – binnen de kaders die de raad stelt – sturing aan de aanpak en het verloop van participatietrajecten. Als participatie aan de orde is, dan wordt onder verantwoordelijkheid van de betrokken bestuurder een participatietraject gestart.

Wie de betrokken bestuurder is, hangt af van het onderwerp en binnen welke portefeuille dat valt. In voorstellen van het college aan de raad zal aan participatie aandacht worden besteed. Hierbij geeft het college aan of er geparticipeerd gaat worden (of geparticipeerd is) en als dit het geval is, hoe het participatietraject eruitziet (of eruitzag), etc. 12

Ambtelijke organisatie De ambtelijke organisatie draagt binnen de gestelde kaders zorg voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het participatietraject. Ambtenaren zijn gedurende het participatietraject de voornaamste gesprekspartners van de deelnemers (inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners). Bij onderwerpen die grotere impact hebben, zal de verantwoordelijk bestuurder zelf aan de gesprekken deelnemen. De ambtelijke organisatie zorgt er verder voor dat zij de besluitvorming voorbereidt, dat communicatie en terugkoppeling plaatsvinden en dat formele procedures in beeld blijven. De betrokken ambtenaren hebben zowel een ondersteunende als een inhoudelijk adviserende rol. De dorpsregisseurs, voorheen de ideeënmakelaars, hadden hierin bij de start van de nieuwe gemeente een initiërende rol bij inwonersinitiatieven. Deze initiërende rol laten we nu aan de samenleving. Het accent van hun werkzaamheden verschuift nu naar hun eigenlijke taken: het leggen van verbindingen in en tussen de dorpen, met onze inhoudelijke thema’s en opgaven en onze organisatie en bestuur. Met de informatie die zij ophalen in de dorpen en bij onze partners verrijken we ons gemeentelijk beleid nu proactief. Door de maatschappelijke ontwikkelingen (zie hoofdstuk 5) is er behoefte aan een nieuw lokaal samenspel tussen deze partijen.

Dit vraagt om veranderende rollen én om een cultuuromslag van zowel de raad, het college en de ambtelijke organisatie als onze samenleving. De verwachting is dat de nieuwe verhoudingen tussen inwoner en overheid zich de komende jaren sterker zullen aftekenen. Om met deze trend mee te kunnen bewegen, investeren we in een duurzame relatie met het dorp: weten wat speelt, de sleutelfiguren kennen, zichtbaar en toegankelijk zijn. Deze relatie wordt zichtbaar onderhouden door verschillende medewerkers binnen onze organisatie: van onze buitendienstmedewerkers die actief zijn met het groen of werken aan de wegen, onze projectleiders en regisseurs die werken aan de verschillende agenda’s die onze dorpen direct raken tot aan onze managers. Uiteraard hebben ook het college en de gemeenteraad hierin hun eigen rol. Daarnaast werken we aan het creëren van vertrouwen en ruimte voor initiatief. Het behouden en versterken van de relatie met onze inwoners en dorpen is een noodzakelijke voorwaarde om mee te kunnen blijven bewegen met de veranderende verhouding tussen inwoner en overheid. Dat betekent: blijven verbinden, terwijl we meer loslaten3. Voor dit veranderproces is het nodig om participatietrajecten te evalueren en van de opgedane ervaringen te leren en de lessen te delen.

3 Uit de Strategische verkenning maatschappelijke thema’s, Gemeenteraadsverkiezingen 2022, juli 2021.

8. Randvoorwaarden Naast het belang van duidelijke rollen, helderheid over de speelruimte en beschikbare informatie zijn de volgende randvoorwaarden van cruciaal belang voor het succes van participatie: • Voldoende tijd en geld Bij participatie investeren we tijd, een investering die zich terugbetaalt in de kwaliteit van beleid, in betrokkenheid, etc. Het betekent wel dat de ontwikkeling van beleid of de uitvoering van een project soms langer duurt. Daarvoor moet de planning ruimte bieden. Het betekent ook dat alle betrokkenen er tijd voor moeten hebben. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, maar ook ambtenaren. De beschikbaarheid van tijd en/of geld is een belangrijke randvoorwaarde voor een participatietraject. • Duidelijk proces Een andere randvoorwaarde voor een geslaagd participatietraject is een goed lopend proces. We vinden het belangrijk dat participatieprocessen goed verlopen en voldoen aan ons principe 100% dienstverlenend. Dat betekent dat we participatie vormgeven volgens een duidelijk proces c.q. stappenplan. Soms is het nodig een stap terug te doen. Dan geven we dat duidelijk aan. • Kennis van de gemeente Kennis van gemeentelijke besluitvorming en de lokale democratie is belangrijk. Het is zaak dat deelnemers inzicht hebben in de verschillende stappen in het proces en enige kennis hebben van de spelers en hun rollen en verantwoordelijkheden.

Hier ligt een taak voor de gemeente (helderheid bieden) maar ook voor deelnemers en initiatiefnemers (informatie opdoen). Voor de gemeente is het uiteraard zaak om kennis te hebben van onze lokale samenleving. • Veilig experimenteren We merken in de praktijk nu al dat participatie uitdagingen met zich meebrengt. Denk aan het dilemma tussen snel woningen bouwen vs. het meenemen van de omgeving, hetgeen nu eenmaal tijd vergt. Het is belangrijk om te beseffen dat participatie dus ook nieuwe vraagstukken met zich meebrengt. Ruimte om te experimenteren en te leren is hierbij van groot belang. We doen dit tenslotte samen. Evaluatie wordt daarom een vast onderdeel van een participatietraject. • Omgangsvormen Tot slot zijn omgangsvormen een andere belangrijke randvoorwaarde. We benaderen deelnemers gelijkwaardig, met een open, respectvolle houding. Wederzijds vertrouwen is het vertrekpunt. Andersom is dat dus ook van belang. Alle betrokkenen hebben een eigen rol en zijn daarop aanspreekbaar. We maken met elkaar afspraken en zijn ook daarop aanspreekbaar. Deelnemers moeten zich vrij kunnen voelen hun inbreng te leveren. Er kan geen sprake zijn van beïnvloeding of druk.

14

9. Vormen en instrumenten We hanteren in onze gemeente al volop verschillende vormen en instrumenten voor inwonersparticipatie, zoals werkateliers, online-bijeenkomsten, innovatietafels, enquêtes en ‘swipocratie’. Dat laatste is een eenvoudige onlineenquête waarbij telkens twee opties voorliggen en er eentje moet worden weg-geswipet. Daarnaast werken we als gemeente samen met diverse maatschappelijke organisaties en participatiegroepen waarmee we het gemeentelijk beleid bespreken. Dit zijn voor ons structurele gesprekspartners. Voorbeelden zijn de Adviesraad Sociaal Domein, de Detailhandelsraad Hoeksche Waard, de Sportraad Hoeksche Waard, het Kwaliteitsteam Hoeksche Waard, HW Zoemt en dorpsverenigingen. Participatie is aan verandering onderhevig. Er zijn al veel vormen om te participeren en er kunnen de komende jaren weer nieuwe bijkomen. Wij willen flexibel zijn en kunnen aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van het moment. De volgende aanvullende vormen en instrumenten hebben we nu in het vizier: • Jongerenraad en kinderburgemeester Een Jongerenraad bestaat uit jongeren tussen de 12 en 18 jaar die op regelmatige basis gevraagd en ongevraagd willen meedenken met de gemeente. Zo’n raad kan zich buigen over bijvoorbeeld jongerenactiviteiten, huisvesting, corona, duurzaamheid, openbaar vervoer en uitgaan.

Het instellen van een Jongerenraad voor de Hoeksche Waard bereiden we voor. Ook jongere kinderen willen we graag laten kennismaken met het werk van de gemeente. We doen dat door middel van een nieuwe functie: de kinderburgemeester. De kinderburgemeester zit in groep 7/8 en wordt benoemd van 1 januari tot 1 januari. De naam van de kinderburgemeester voor 2022 is eind november bekendgemaakt. • Digitaal inwonerspanel Uit de enquête over participatie kwam naar voren dat er veel animo is voor digitale vormen. Een voorbeeld daarvan is een digitaal of online inwonerspanel, ook vaak burgerpanel genoemd. Dat is een groep vaste inwoners aan wie regelmatig vragen worden gesteld over onderwerpen en thema’s die spelen binnen de gemeente. Met hulp van een inwonerspanel kunnen we in een vroeg stadium meningen peilen en kennis verzamelen. Deze vorm is bovendien bruikbaar wanneer fysieke bijeenkomsten door coronamaatregelen niet goed mogelijk zijn. • Burgerberaad Een burgerberaad is een manier om politieke oordeelsvorming vanuit de samenleving te laten komen. Een burgerberaad bestaat uit een groep ingelote burgers die meerdere keren bijeenkomt om over een vraagstuk te overleggen. Op basis van uitgebreide informatie en intensief overleg doen zij aanbevelingen over beleid. Ze krijgen hiervoor een budget. Zij kunnen experts uitnodigen om zich te laten informeren.

We willen deze mogelijkheid verder verkennen. We zien op het gebied van overheidsparticipatie de mogelijkheid voor onder meer de volgende aanvullingen: • Uitdaagrecht Volgens het uitdaagrecht (‘Right to Challenge’) kunnen inwoners overheden uitdagen om (een deel van) een publieke taak over te nemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Dat kan gaan over het beheer van een groenstrook of speeltuin in het eigen dorp, maar ook over het overnemen van welzijnstaken, natuurontwikkeling en het behoud van allerlei voorzieningen in de buurt. Steeds meer gemeenten en andere overheden staan open voor het (binnen kaders) overdragen van taken aan inwoners. Uit de enquête blijkt dat ook in de Hoeksche Waard hiervoor animo bestaat. We willen deze mogelijkheid verder verkennen. • Digitaal platform Een digitaal platform biedt de mogelijkheid om initiatieven van inwoners zichtbaar te maken. Het geeft inwoners meer invloed en zeggenschap over wat er in hun dorp gebeurt en zorgt voor meer verbinding in en tussen de dorpen. We willen ook deze mogelijkheid verder verkennen.

15

10. Toekomst We maken de Hoeksche Waard graag samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. We willen daarom nog meer werk maken van participatie. Deze visie biedt aanknopingspunten voor de toekomst en geeft richting aan onze participatietrajecten. Van alle betrokkenen wordt wat gevraagd: de samenleving en de gemeente (raad, griffie, college en organisatie). Ook inwoners en andere partners hebben een verantwoordelijkheid, al dan niet in de rol van initiatiefnemer. Via deze visie kunnen we de manier van werken in ons beleid verankeren. Na vaststelling zullen we een uitvoeringsprogramma opstellen en dit doorvertalen naar werkwijzen en de benodigde middelen. Want deze andere manier van werken zal meer capaciteit vragen en dus meer geld. Onderdelen van het uitvoeringsprogramma kunnen zijn een stappenplan voor extern gebruik, een verder ontwikkelde gereedschapskist (‘toolkit’) voor de ambtelijke organisatie en een opleidingsplan voor medewerkers. Medewerkers krijgen de mogelijkheid vaardigheden aan te leren en te versterken en te oefenen met nieuwe rollen / kwaliteiten. Ook door het actief delen van kennis kunnen medewerkers elkaar op weg helpen. Daarbij zetten we in op het volgende: • Participatie toelichten in de communicatieparagraaf Bij raadsvoorstellen waarbij dat toegevoegde waarde heeft (dit zullen we concretiseren) gaan we in op participatie.

Bij de voorbereiding of ontwikkeling van beleid gaan we in op de vraag of participatie onderdeel uitmaakt van de aanpak en waarom. Als participatie heeft plaatsgevonden laten we de resultaten zien en vertellen we wat daarmee is gedaan. Deze tekst nemen we op in de communicatieparagraaf. • Participatievoorstel voorleggen Bij omvangrijke, ingewikkelde en/of gevoelige trajecten kan de raad worden gevraagd vooraf de participatiekaders vast te stellen. Dat kan via een startnotitie waarin een voorstel staat voor de beleidsruimte, de doelgroepen, de rolverdeling, de planning en het inspraaktraject. Een budgetaanvraag kan onderdeel zijn van het voorstel. • Evalueren We laten participatietrajecten standaard evalueren om van de opgedane ervaringen te leren en de lessen te delen. Deze visie is voorzien als meerjarenplan. We evalueren in de loop van 2023 de uitwerking van de visie en de doorwerking in het uitvoeringsprogramma. Ook wordt dan het beleid over participatie in het kader van de Omgevingswet geëvalueerd. Waar mogelijk koppelen we monitoring en verantwoording aan de P&C-cyclus.

Bijlage 1 - Stappenplan voor participatietrajecten Voor gebruik binnen de organisatie hebben we een stappenplan dat helpt bij het vormgeven van een participatietraject. Het stappenplan is afgelopen jaren binnen onze organisatie ontwikkeld. Het geeft richting aan de totstandkoming van gemeentelijke participatietrajecten waarbij bijvoorbeeld inwoners worden betrokken. Er liggen verschillende methoden ten grondslag aan het stappenplan. Bij nieuwe inzichten kunnen de stappen worden aangevuld of methodes worden herzien. In principe zijn de stappen ook toepasbaar voor initiatiefnemers buiten de gemeentelijke organisatie. De gemeente doet komende tijd in de praktijk ervaring op met een aangepaste versie voor inwoners. Ook werken we aan een ‘toolkit’ die hen op gepaste wijze ondersteunt bij het vormgeven van een traject wanneer zij initiatiefnemer zijn. Bij initiatieven in het kader van de Omgevingswet zijn in elk geval de stappen 2, 4, 7, 8 en 9 van belang. Het stappenplan voor de organisatie omvat de volgende acties: 1. Ik zorg dat ik een duidelijke opdracht heb voor mijn project of het beleidsstuk dat ik moet maken; zonder duidelijke opdracht is het niet mogelijk om te bepalen of participatie mogelijk en/of wenselijk is. 2. Ik bepaal de mogelijke impact van mijn project of beleidsstuk.

Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de ThinkConsistent-app van de Vereniging voor Project Management van Nederlandse Gemeenten. Deze app wordt in meer dan 100 gemeenten gebruikt om de impact op de leefomgeving en participatiebehoefte van een project objectief te kunnen beoordelen. 3. Ik ga in gesprek met de beslisser van mijn project of beleid over participatie; in deze stap bepaal je de ruimte die er is om te participeren. Ook beoordeel je of je aan de randvoorwaarden en strategische uitgangspunten uit deze visie kan voldoen. 4. Wel participatie? Ik maak een participatieplan; voor deze stap maakt de gemeente gebruik van de methode Relevant Gesprek® en van de Factor C-methode. Door het toepassen van deze methodes wordt door het beantwoorden van een aantal sleutelvragen de uiteindelijke vorm van de participatie bepaald die past bij het project of de beleidsvorming. Onderdeel daarvan zijn het bepalen van het niveau van participatie (het participatiedoel), de participatievraag, de publieksgroepen binnen het traject en de uiteindelijke gesprekvorm. Per publieksgroep kunnen het niveau en de bijbehorende gesprekvorm verschillen. 5. Ik zorg dat ik de benodigde capaciteit heb voor de uitvoering van mijn plan; in deze stap beoordeel je opnieuw of de benodigde tijd en capaciteit beschikbaar is voor het uitvoeren van het participatieplan.

De opdrachtgever of de beslisser geeft akkoord op het voorgestelde participatieplan. 6. Ik zorg ervoor dat communicatie is geborgd in mijn participatieplan; er wordt extra aandacht besteed aan communicatie tijdens het traject. Een communicatieadviseur wordt betrokken voor het toevoegen of verbeteren van een communicatieplan. Het communicatieplan beschrijft de momenten en kanalen voor communicatie voorafgaand, gedurende en na afloop van het traject. 7. Ik voer mijn participatietraject uit en informeer opdrachtgevers en/of beslissers tijdens het proces; tijdens de uitvoering van het traject worden de opdrachtgevers en belanghebbenden geïnformeerd. Het communicatieplan gaat hierop in. Er is een flexibele houding wanneer het participatietraject niet verloopt zoals gepland. 8. Ik verwerk de resultaten van mijn participatietraject in een verslag; het verslag gaat in op het verloop, de deelnemers, de zienswijzen en een reactie daarop, waarbij je aangeeft in hoeverre de inbreng is meegenomen in hetgeen ter besluitvorming wordt voorgelegd. Het verslag wordt op de gebruikelijke wijze openbaar gemaakt en betrokken bij de besluitvorming. 9. Ik evalueer het participatieproces; in principe wordt elk participatietraject geëvalueerd met de interne betrokkenen zodat van de ervaringen kan worden geleerd.

17

Bijlage 2 - Participatie-enquête Hoeksche Waard 2021 Van 7 juli tot en met 18 augustus 2021 vond in het kader van de participatievisie de participatie-enquête plaats. De enquête is in de onderzoeksperiode 4x aangekondigd in het Kompas. Er hingen posters op (semi-)publieke plekken in de Hoeksche Waard (supermarkten, bibliotheken, gezondheidscentra). Daarnaast is via de sociale media van gemeente Hoeksche Waard de enquête breed aangekondigd. Ten slotte zijn maatschappelijke organisaties in de Hoeksche Waard aangeschreven. Om rekening te houden met de vakantieperiode is de enquête zes weken opengesteld. Een en ander heeft tot 415 gestarte enquêtes geleid. Er is gevraagd naar leeftijd en woonplaats. Van de 337 respondenten die hun leeftijd hebben ingevuld was 16% jonger dan 40 jaar, 21% tussen de 40-49 jaar, 21% tussen de 50-59 jaar, 23% tussen de 60-69 jaar en 18% was 70 jaar of ouder. De respons laat een goede verdeling over de Hoeksche Waard zien. Het opstellen van de vragenlijst en de verwerking van de resultaten is inhoudelijk ondersteund door de Onderzoeksbureau Dimensus (Breda). De uitkomsten waren als volgt: • Meedenken en meepraten met de gemeente Vrijwel alle respondenten vinden het (heel) belangrijk om mee te kunnen denken of praten met de gemeente over zaken waarover de gemeente een beslissing moet nemen (93%).

Ruim een derde zou het liefst over alles mee kunnen denken en praten (36%) en de helft over een deel (52%). • Ruimte voor ideeën en initiatieven Men vindt het in het algemeen van belang dat de gemeente ruimte biedt aan inwoners om met ideeën en initiatieven te komen (95%). Als het gaat om de manier waarop dan vinden acht op de tien dat de gemeente inwoners (1) moet laten meedenken en (2) initiatieven moet laten aandragen (beide 79%). Voor circa tweederde is het belangrijk dat de gemeente de inwoners voldoende informatie biedt (68%) en/of naar inwoners luistert (62%). Wanneer inwoners zelf met een initiatief komen, verwacht ruim de helft dat de gemeente hen helpt met het in contact komen met de juiste partijen (56%). • Evaluatie: meewerken aan participatietraject Een derde van de respondenten is in het afgelopen jaar betrokken geweest bij een participatietraject van de gemeente (34%). Hierbij was hun rol en ruimte voor inbreng heel duidelijk (41%) of deels duidelijk (38%). Bij een vijfde was dit echter niet het geval (21%). Hun rol betrof dan voornamelijk het meedenken of het delen van ideeën over een bepaald onderwerp (79%). De inwoners die met een participatietraject hebben meegedaan, is gevraagd wat zij van de rol van de gemeente vonden. Een derde van hen was tevreden over de begeleiding die de gemeente bood (37%) maar een kwart was hierover niet tevreden (27%).

Over de terugkoppeling van de inbreng van deelnemers was men positiever: de helft was hierover positief (49%), maar ook hierover was een kwart ontevreden (25%). • Meedenken en meepraten in de toekomst Zes op de tien respondenten zouden in de toekomst (weer) willen meedenken of meepraten met de gemeente over zaken waarover de gemeente een beslissing moet nemen (62%) en nog eens een derde wil dit misschien (36%). • Geprefereerde vormen van meedoen Het merendeel wil meedoen doen door middel van snelle online enquêtes (67%) en bijna de helft zou ook in een fysieke werkgroep meerdere keren bij elkaar willen komen (45%). Leeftijdsverschillen: Respondenten jonger dan 59 jaar hebben meer dan gemiddeld een voorkeur voor online participeren via zowel snelle online enquêtes als online werkgroepen. Respondenten tussen de 60 en 69 jaar werken graag mee in werkgroepen die vaker fysiek bij elkaar komen. • Onderwerpen van participatie Respondenten die aangeven mee te willen doen, willen dan het vaakst meedenken over de ruimtelijke ontwikkeling in de buurt (72%), maar ook over cultuur, natuur of sociaal beleid (59%) en/of over meer grootschalige visies zoals de Omgevingsvisie (54%).

18

Bijlage 3 - Participatie-succesfactoren Samenwerken met inwoners levert veel op, maar kan ook uitdagend zijn. Je wilt natuurlijk geen weerstand of gedoe. Participatie lijkt tegenwoordig het toverwoord. Maar participatie is niet altijd het juiste middel en vraagt om zorgvuldige voorbereiding en afstemming van kaders en verwachtingen. De communicatie- en participatie-adviseurs van bureau SIR hebben de meest voorkomende succesfactoren op een rij gezet. Participatie is geen doel op zich We merken steeds vaker dat besluitvormers willen dat er beleid of een project moet komen met behulp van participatie. Roepen is een, uitvoeren is wat anders. Waarom wil je in gesprek? Wat draagt participatie bij aan het beleids- of projectdoel? En behaal je je doel wel met participatie? Of is communicatie een betere strategie dan participatie? Draagvlak en consensus liever niet als participatiedoel Bij onderwerpen waarbij de meningen veelal uiteenlopen denken we soms dat we met inzet van participatie draagvlak en consensus kunnen bereiken. Draagvlak kun je niet creëren, maar is een effect van een goed doorlopen proces. Consensus is veelal uitgesloten. Je kunt wel zeggen dat participatie het verschil in belangen inzichtelijk en bespreekbaar maakt. Met als effect dat er meer begrip en acceptatie is voor het beleid.

Duidelijke participatievraag Waarover wil je in gesprek? Een bijeenkomst organiseren of een enquête versturen is niet zo moeilijk. Maar heb je aan het einde van je (digitale) gesprek wat je nodig hebt? En sluit je participatievraag aan bij de belevingswereld van je deelnemers? De vraag stuurt het antwoord. Daarom is het belangrijk om veel tijd te besteden aan het goed formuleren van de participatievraag. Gesprekskaders Waarover mogen inwoners meepraten, denken, beslissen? Wat zijn de kaders? Zorg dat je kaders stelt en dat deelnemers weten wat ze kunnen verwachten. Dat geeft duidelijkheid aan de deelnemers van het participatieproces maar ook aan bijvoorbeeld de raad. We zien regelmatig gebeuren dat vooraf gestelde kaders worden losgelaten, bijvoorbeeld omdat op social media veel weerstand is tegen de kaders. Als je deelnemers al in de beginfase zaken meegeeft, dan hoef je niet of minder bij te sturen of zelfs opnieuw de participatie te starten. Varieer met gespreksvormen voor verschillende doelgroepen Een bijeenkomst voor iedereen is vaak geen goed idee. Omdat je het risico loopt dat deelnemers die negatief gestemd zijn, de andere deelnemers meenemen in hun negativiteit. Op basis van de participatievraag en de publieksgroepen die je wilt betrekken, kies je welke (digitale) gespreksvorm daar het beste bij past.

Vaak is het beter om voor verschillende publieksgroepen een andere gespreksvorm te kiezen. Heb je aan alle publieksgroepen gedacht? Zorg ervoor dat je geen publieksgroepen vergeet. Publieksgroepen die geraakt worden door jouw beleid/project willen graag betrokken worden. Neem je ze niet mee, dan organiseren ze zichzelf. Verwachtingsmanagement Het is belangrijk om vooraf duidelijk te maken wat de mate van invloed is van de deelnemers die je uitnodigt. Mogen ze alleen meedenken en beslist de gemeente? Of mogen ze meebepalen om te komen tot nieuwe oplossingen? Goed verwachtingsmanagement voorkomt teleurstelling en gedoe achteraf. Wees eerlijk en maak duidelijk hoe en waarover je de publieksgroepen wilt betrekken. Formeer kleine groepen of individuele gesprekken Soms is het spreken van een grote groep mensen tegelijkertijd zinvol, omdat je dan verschillende standpunten kunt delen en begrip kunt creëren. Maar dat is niet altijd nodig. Vaak is het beter om publieksgroepen apart te spreken. In kleine groepen of individueel. Deze keuze is afhankelijk van je participatievraag. Maar publieksgroepen samen uitnodigen moet een bewuste keuze zijn die iets toevoegt aan de kwaliteit en de uitkomsten van je gesprek. Haak besluitvormers aan Aan ieder beleidsonderwerp of project is een besluitvormer gekoppeld.

Dat kan zijn de raad, de wethouder, de directie, een teammanager of jijzelf als ambtenaar. Het is van belang dat jouw besluitvormer vooraf is aangehaakt op jouw plannen om met belanghebbenden in gesprek te gaan. Zodat hij/zij weet wat hij/zij kan verwachten. Daarom maken we een participatieplan waarin we de besluitvormer meenemen in de gespreksaanpak.

19

Zorg voor geld, tijd en/of capaciteit Een participatietraject kost geld, tijd en menskracht. Elke fase in een participatietraject kost minimaal 8 tot 12 weken (van voorbereiding en afstemming, gesprek met publieksgroepen en verwerken resultaten). Zorg ook dat je voldoende mensen hebt om de participatie uit te voeren. Voor bijvoorbeeld een uitgebreide inwonersbijeenkomst met verschillende workshops heb je veel collega’s nodig die kunnen ondersteunen op de bijeenkomst. Zijn die er niet? Kies dan voor een participatiemiddel waarvoor minder capaciteit nodig is. Koppel altijd terug De meest gehoorde klacht van deelnemers van participatiegesprekken is dat ze niets hebben teruggehoord en ze niet weten wat er met hun inbreng wordt gedaan. Dat is jammer, want daarmee verlies je de betrokkenheid en het vertrouwen. Koppel daarom altijd terug.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10951381/1