Ontwerpbeleidsplan 2022-2025 versie 1.2 1
Tekst van het document
We dragen actief bij aan de ontwikkeling van het landelijke Knooppunt Coördinatie regio’s-Rijk (KCR2), dat zich moet ontwikkelen tot een 24/7 beschikbare multidisciplinaire informatievoorziening ter ondersteuning van het lokaal en regionaal gezag bij (dreigende) crisis. Dit informatieknooppunt sluit aan op het regionale MIC. Het
belang
van
een
robuuste
en
adequate
informatievoorziening
stelt
eisen
aan
de
informatieveiligheid. Het gebruik van collectieve voorzieningen en de relaties tussen gemeenten, regio’s
en
Rijk
onderling
maakt
dat
partijen
afhankelijk
zijn
van
elkaars
niveau
van
informatieveiligheid. Het Veiligheidsberaad heeft daarom gevraagd voor een versnellingsplan om te komen tot een geborgd basisniveau voor informatieveiligheid in de veiligheidsregio’s. Dit basisniveau is gebaseerd op de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). De implementatie hiervan heeft forse organisatorische en financiële gevolgen.
29
De VRZHZ heeft geen rol in het technisch voorkomen van cyberaanvallen, maar wij worden wel geconfronteerd met de gevolgen die een cyberaanval op de maatschappij heeft. Hiervoor wijzen wij onze partners en omgeving op het risico en de mogelijke effecten op de veiligheid. Daarnaast zorgen we dat wij operationeel zijn voorbereid om de bestrijding van dergelijke crises te coördineren als het gaat om de effecten op openbare orde en veiligheid. Wij borgen dat we zelf zijn voorbereid en continuïteit leveren bij uitval van ICT en telecommunicatie.
5.5
Spoor 5: Omgevingsgericht werken aan zelfredzaamheid
Het communicatieproces is minder maakbaar. Sociale media zijn niet meer weg te denken. De ontvangers van informatie zitten vaak zelf aan de knoppen om deze informatie aan te vullen, door te sturen of ter discussie te stellen: communicatie en informatie is van iedereen. Dialoog
Wat betekent dit voor ons als organisatie en voor onze missie?
Dat we minder zenden en meer gaan luisteren, faciliteren, inspireren en verbinden. Dat we onze ramen openzetten voor de dialoog en transparanter worden in wie we zijn en wat we doen. Dat we nóg meer in gesprek gaan met onze partners, bewoners en bedrijven, om voeling te krijgen met de behoeften in de maatschappij op het gebied van veiligheidsbewustzijn. En om partners, bedrijven en inwoners te laten ervaren wat onze toegevoegde waarde is in het werken aan veiligheid in de regio. Ook de communicatie vanuit onze primaire processen is hierop gericht. Dit betekent ook een andere inzet van communicatiemiddelen, zoals de website en sociale media.
Risicocommunicatie We investeren in professionele risicocommunicatie: we gaan in gesprek met inwoners en bedrijven om te horen hoe ze bewuster met veiligheid bezig kunnen zijn, aan te geven wat ze kunnen doen in geval van een incident, ramp of crisis en hoe wij daarbij kunnen faciliteren. Dit doen we via online sessies, waarbij mensen/bedrijven kunnen aanschuiven als ze dat willen. Ze kunnen via de chatfunctie vragen stellen en de sessie achteraf terugkijken. En natuurlijk gaan we op bedrijfsbezoek. Doelgroepgerichte aanpak Het doel van het programma ‘Veilig Leven’ is het komen tot minder branden, minder slachtoffers en minder schade. We zetten in op het herkennen van, omgaan met en handelen naar (brand)risico’s. Onze aanpak is doelgroepgericht, waarbij we in samenwerking met onze partners inzetten op risicodoelgroepen en de veiligheidsboodschap gericht brengen. We enthousiasmeren, inspireren en motiveren mensen om (brand)risico’s aan te pakken.
30
We maken gebruik van gerichte voorlichting op scholen om onze jonge burgers zelfredzaam te maken. In 2021 onderzoeken we de mogelijkheid van een eigen Risk Factory. In de Risk Factory werken we als Veiligheidsregio samen met regionale partners en kunnen we regionale problematiek aankaarten, zoals de waterveiligheid. Andere onderwerpen die aan bod komen zijn verkeersveiligheid, drugs, vuurwerk, brandveiligheid, onveilige situaties thuis, groepsdruk, nepnieuws en cybercrime. Onderwerpen waarin scholen een verantwoordelijkheid
hebben,
maar
waarin
wij
als
overheidsorganisatie
gericht
kunnen
ondersteunen, met het oog op het vergroten van de zelfredzaamheid en veerkracht van onze kinderen. Maar ook van ouderen. Hiermee dragen we met onze risicocommunicatie bij aan onze missie. Crisiscommunicatie Tijdens incidenten en crises is communicatie letterlijk van levensbelang. Heldere, eenduidige communicatie draagt bij aan de effectiviteit van het optreden van alle bij de crisisbeheersing betrokken partners. Hiervoor oefenen we jaarlijks en we houden onze crisisorganisatie op peil door te investeren in opleidingen. We maken gebruik van de inzet van sociale media en getrainde piketwoordvoerders. We onderzoeken de mogelijkheden van de persmonitor, waarbij we realtime kunnen schakelen vanuit de meldkamer met onze regionale media. Op deze manier zijn zij als intermediair richting burgers en bedrijven direct op de hoogte van de actuele stand van zaken. Ons communicatieplatform ZHZveilig ontwikkelen we continu door op basis van gebruikerservaringen. Hiermee dragen we met onze crisiscommunicatie bij aan onze missie om adequaat te handelen bij incidenten, rampen en crises.
“Als het gaat om rampenbestrijding en crisisbeheersing zetten we continu in op het steeds verder professionaliseren van onze werkwijze, zodat uiteindelijk de toegevoegde waarde van de veiligheidsregio bij onze partners, bedrijven en inwoners voelbaar is en onze aanpak aansluit bij de behoeften in de maatschappij.” Evita Jacquemart Sectie Crisiscommunicatie VRZHZ
31
De blik van buiten naar binnen 6
Het waarmaken van onze visie stelt eisen aan onze medewerkers, middelen en organisatie. Ons zesde spoor, dat we in dit hoofdstuk uitwerken.
6.1
Spoor 6: Wendbaar en duurzaam organiseren
Een flexibele organisatie
Hein van der Loo Burgemeester Zwijndrecht en portefeuillehouder bedrijfsvoering “De veranderingen in onze omgeving en de ontwikkelingen die op ons af komen, vragen om een wendbare, lerende en flexibele organisatie. We moeten daarvoor op een andere manier kijken naar organiseren en ontwikkelen. Meer aandacht voor het proces van verandering, maar wel met het doel de inhoud te versterken. Het doel steeds voor ogen houden, noemen we ‘werken volgens de bedoeling’.”
Een inrichting van de organisatie op een niveau van functies en formatieplaatsen is te gedetailleerd om flexibiliteit te creëren. Er is behoefte aan een inrichting op een hoger en abstracter niveau met aandacht voor factoren, zoals leiderschap en cultuur. Hiervoor herzien we onze interne regelgeving en schrappen belemmerende kaders. Onze systemen moeten hierin faciliteren en ondersteunen. We gaan uit van de talenten en kwaliteiten van onze medewerkers en zetten hen in hen op de plaatsen waar nodig. Er moet ruimte zijn voor medewerkers om te kunnen werken voor en bij te dragen aan het doel van de organisatie. We investeren de komende periode in projectmatig en programmatisch werken.
32
Onder het motto ‘Samen werken is elkaar versterken!’ investeert de ondernemingsraad samen met de bestuurder in een goede samenwerking. Vanuit medezeggenschap wordt zorg gedragen voor een effectieve en efficiënte bijdrage aan de kwaliteit van en draagvlak voor de besluitvorming in de organisatie. Aan de voorkant betrokken en met oog voor personeels- en organisatiebelang staat participatie in belangrijke dossiers en ontwikkelingen op de meer jaren agenda van de OR VRZHZ. Onze mensen De samenleving en de veiligheidsvraagstukken zijn complex, dynamisch en zeer divers. Om succesvol invulling te geven aan een veilige leefomgeving in Zuid-Holland Zuid investeren we blijvend in kennis, expertise, vaardigheden en het netwerk van medewerkers. Dit geldt zowel voor onze operationele medewerkers als de medewerkers met een kantoorfunctie. We willen in de regio bekend staan als een communicatieve en omgevingsgerichte organisatie.
“We profileren ons actief op de arbeidsmarkt en we willen dat onze medewerkers trots zijn om bij deze veiligheidsregio te werken. Dit willen doen we door ons werk, onze talenten en ons succes meer en beter te etaleren. We stimuleren daarbij de inzet van medewerkers in de koude en warme fase, zodat er maximaal synergie is tussen onze inzet in de kantoorsituatie en de operationele organisatie. We verbeteren ons personeelsbeleid en onze processen van werving en selectie, instroom, doorstroom en uitstroom. Bij de werving en selectie geven we nadrukkelijk aandacht aan de kernwaarden die we van onze medewerkers verwachten.”
Lieke Bakker HRM-Beleidsadviseur VRZHZ
Vanuit de organisatie vraagt het welzijn van onze medewerkers om voortdurende aandacht voor de balans tussen ambitie en capaciteit. We ontwikkelen programma’s voor onze medewerkers om gezond en fit te blijven. We hebben daarbij oog voor de mentale kant van ons operationele werk door hieraan ook in preventieve zin aandacht te schenken. Het monitoren van de paraatheid met moderne
technieken
vermindert
de
belasting
van
onze
vrijwilligers
en
operationele
piketfunctionarissen. We scheppen en onderhouden een band met de werkgevers van onze vrijwilligers en onze piketmedewerkers. Voor onze beroepsmedewerkers in de 24 uurs dienst geven we de komende periode verder invulling aan
het
tweede
loopbaanbeleid.
Het
uitgangspunt
is
dat
een
operationele
beroeps
brandweermedewerker maximaal 20 jaar in de operationele dienst werkt, tenzij werkgever en medewerker anders overeenkomen. Het ontwikkelen van een tweede loopbaanbeleid moet arbeidsongeschiktheid voorkomen en een goede voorbereiding geven op een tweede loopbaan na de periode als beroepskracht. Huisvesting Bij een flexibele organisatie, een actieve profilering op de arbeidsmarkt en zorg voor onze medewerkers hoort ook een goed doordachte huisvestingsvisie. In de beleidsplanperiode werken we 33
aan de uitvoering van deze visie, door in 2022 een uitgewerkt huisvestingsconcept gereed te hebben. Hierbij staat de functionaliteit van huisvesting voorop, maar houden we ook rekening met een efficiënter gebruik van onze gebouwen door de hele regio. Onze ervaringen met intensief thuiswerken vertalen wij naar een huisvestingsconcept, waarin op een gezonde en effectieve manier tijd- en plaat onafhankelijk werken mogelijk is. We zorgen ervoor dat we ook voldoende kantoorruimte met flexplekken beschikbaar hebben voor vrijwilligers en piketmedewerkers. Onze financiën en sturing De ontwerpbegroting 2022 kent een omvang van ca € 46 miljoen. Het overgrote deel van onze inkomsten (83%) komt van de gemeenten, 12% komt van het Rijk. De resterende 5% betreft diverse kleine inkomsten. uit onder andere uit vergoedingen voor overige goederen en diensten en uitgeleend personeel. De schaalvergroting bij de brandweer van lokaal naar regionaal heeft geleid tot harmonisatie. De afgelopen beleidsplanperiode is een stabiel financieel beeld gevormd door het realiseren van het financieel meerjarenperspectief (MJP), waarbij ruim € 5 miljoen aan besparingen is ingezet om kostenstijgingen binnen de VRZHZ op te vangen. In december 2019 is met het bestuur afgesproken dat wij tot 2024 de zogenaamde nullijn hanteren.
Dat wil zeggen dat wij tekorten of overschotten binnen onze jaarrekening verrekenen met reserves. Dit doet recht aan stabiliteit en de breed gedragen wens om (m.u.v. indexeringen) zo min mogelijk schommelingen in de begrotingen / gemeentelijke bijdragen te presenteren. Tegelijk zien we dat vanwege de bezuinigingen en de ontwikkelingen van de afgelopen jaren de ruimte voor het opvangen van tegenvallers beperkt is. Dit beleidsplan beschrijft een aantal vooral exogene ontwikkelingen die leiden tot een verhoogde inzet en toename van de kosten: ➢
De intensivering van de woningbouwopgave en werkgelegenheid, en de daarmee gepaard gaande groei van het aantal inwoners en vervoersbewegingen;
➢
De implementatie van de Omgevingswet waarbij op landelijke schaal de kosten voor de veiligheidsregio’s worden geraamd op eenmalig € 25 miljoen en structureel tussen de € 15 en 20 miljoen;
➢
Het voldoen aan de deeltijdrichtlijn. Een eerste verkenning gerelateerd aan een totaal pakket van maatregelen leidt voor onze regio tot een structurele inschatting van € 3,5 miljoen;
➢
Het voldoen aan de eisen voor informatieveiligheid gebaseerd op de Baseline Informatieveiligheid Overheid die voor onze regio worden geraamd op € 0,4 miljoen;
➢
Het vormgeven en inrichten van Multi Intelligence Center (MIC) samen met Rotterdam-Rijnmond wordt geraamd op structurele kosten die oplopen tot € 0,4 miljoen.
We zoeken in de beleidsplanperiode 2022-2025 nadrukkelijk de afstemming met het algemeen bestuur voor het scheppen van heldere financiële kaders. Waar mogelijk wordt gekeken of kosten elders neergelegd kunnen worden, zoals bijvoorbeeld bij de deeltijdrichtlijn in relatie tot de stelselverantwoordelijkheid van het Rijk. Eén van de conclusies uit een benchmark in 2018 was dat de baten vanuit de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) relatief laag zijn ten opzichte van het risicoprofiel. Het risicoprofiel van de regio rechtvaardigt een hogere bijdrage. We blijven actief in het bij het Rijk bespreekbaar maken
34
van dit vraagstuk en het inzetten op verhoging van onze BDuR uitkering of compensatie op een andere manier. We verbeteren het werken met jaarplannen met daarbij een goede koppeling tussen de begroting en beleid. De jaarplannen van de afdelingen worden op elkaar afgestemd, zodat beter wordt gestuurd op de resultaten. Het opnemen van duidelijke prestatie-indicatoren ondersteunt de monitoring en verantwoording, waardoor ook tijdig kan worden geanticipeerd bij afwijkingen. Duurzaamheid
Met maatschappelijk verantwoord ondernemen investeren we en werken we (profijt) met respect voor de sociale kant (mensen) op een milieuvriendelijke manier (aarde). We laten onze maatschappelijke betrokkenheid zien en investeren duurzaam. We zien dit onderwerp in de volle breedte van de organisatie als het gaat om vergroening, duurzaamheid, milieubewust werken, zuinig omgaan met energie (bijvoorbeeld via het gebruik van zonnepanelen) en mensen tot afstand van de arbeidsmarkt helpen. Wij dragen hieraan bij door te kiezen voor vergroening van het wagenpark en het reduceren van onze afvalproductie. Dit betekent eveneens dat medewerkers in hun gedrag zich milieubewuster opstellen. Als concreet voorbeeld gaan we naar een situatie van papierloos opleiden en oefenen, digitaal werken.
35
Bijlage A:
Operationele prestaties VRZHZ A
In deze bijlage wordt invulling gegeven aan de Wet Veiligheidsregio’s door de beoogde operationele prestaties op hoofdlijnen te beschrijven en de informatievoorziening te beschrijven zoals deze wordt gebruikt tijden crises en rampen. De operationele prestaties komen terug in het Regionaal Crisis Plan (RCP). Dit RCP wordt in 2022 herzien en uitgewerkt in lijn met de WVR. De operationele hoofdstructuur De Veiligheidsregio heeft het optreden tijden rampen en crises met alle operationele diensten en partners georganiseerd en vastgelegd in het Regionaal Crisisplan. De hoofdstructuur van de bestrijding van incidenten is voor alle diensten procesmatig ingericht. Hiermee reageren de diensten flexibel en doelgericht op de incidentbestrijding. We noemen dit het knoppenmodel. Voor het activeren van hoofdstructuur gelden de opkomsttijden uit de Wet Veiligheidsregio’s. Verder leveren we de volgende capaciteit: •
Eén voorbereidende staf bij dreiging van ramp of crisis;
•
Eén situatie GRIP 1 of hoger tegelijkertijd;
•
Voortzetting van de coördinatie en commandovoering gedurende 48 uur;
•
Ondersteuning vanuit informatiemanagement en/of Veiligheid Informatie Centrum (VIC) ten behoeve van de operationele inzet door het monitoren van operationele informatie die van belang kan zijn bij een ramp of crisis.
Informatiemanagement In het Regionaal Crisisplan van de veiligheidsregio geven we integraal invulling aan informatiemanagement. Het ondersteunend systeem voor net centrisch werken LCMS is voor alle relevante partners beschikbaar en wordt op alle opschalingsniveaus eenduidig gebruikt. In de keten van alarmering tot opschaling in het regionaal beleidsteam werken we met het landelijk toegankelijke LCMS. Het informatiemanagement proces coördineert de informatiestromen van de crisisorganisatie van de VRZHZ: afstemming met bovenregionale en landelijke organisaties en tussen de verschillende niveaus, van meldkamer, COPI, ROT tot en met het RBT. Elk opschalingsniveau kent een eigen multiinformatiemanager en bij GRIP 2 is in elke sectie een mono-informatie coördinator aangesloten waarmee mono en multi relevantie informatie wordt gestroomlijnd. Hiermee is invulling gegeven aan de vereiste informatieparagraaf uit de Wet Veiligheidsregio’s art.14 lid 2c.
36
De brandweer De operationele eenheden van de brandweer zijn in elk geval in staat zelfstandig de volgende operationele capaciteit te leveren c.q. inzetten te doen: •
de brandweerzorg conform het dekkingsplan brandweer Zuid-Holland Zuid;
•
het bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen met gaspakbescherming en decontaminatie;
•
duiken en brandbestrijding op het water (niet geheel onafhankelijk van partners/derden);
•
een zeer grote brand: eerste peloton in 30 minuten, tweede peloton in 45 minuten en het derde en vierde peloton in 60 minuten;
•
een zeer groot ongeval; eerste peloton in 30 minuten, tweede peloton in 45 minuten en het derde en vierde peloton in 60 minuten;
•
7 meetploegen, tegelijkertijd in te zetten gedurende minimaal 8 uur;
•
bijstand van één peloton aan buurregio’s;
•
één sectie brandweer in het ROT gedurende maximaal 48 uur.
Bevolkingszorg De operationele prestaties van de regionale crisisorganisatie zijn gebaseerd op de prestatie-eisen uit het rapport Bevolkingszorg op orde 2.0. Voor de processen Publieke Zorg (inclusief primaire levensbehoeften) en Informatie (registratie en verwanteninformatie) is een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met het Nederlandse Rode Kruis. Zelfredzaamheid en improvisatie vormen de basis voor de preparatie, (operationele) inzet en herstelfase. GHOR Op basis van het DB besluit van 5 november 2015 zijn de minimale taken beschreven op grond waarvan de GHOR functioneert. Deze taken zijn gegroepeerd in een zestal aandachtsgebieden (Beleid en prestatieafspraken, Voorbereidende planvorming, Preventie, Preparatie, Opleiden/Trainen/ Oefenen en Repressie en nazorg). De aandachtsgebieden zijn expliciet gemaakt in het GHOR productenboek. Repressie en nazorg betreft het namens het bestuur VRZHZ onder leiding van de DPG (Directeur Publieke Gezondheid) coördineren van de gezondheidszorg bij rampen en crises, met als doel dat slachtoffers onder alle omstandigheden verantwoorde zorg wordt geboden in een samenhangende GHOR keten, in nauwe samenwerking met andere hulpdiensten.
De GHOR en de DG&J (Dienst Gezondheid en Jeugd) zullen in samenhang (GGDGHOR Crisisorganisatie) onder leiding van de DPG zorgdragen voor het reguleren van opgeschaalde zorg naar reguliere zorg met bijzondere aandacht voor de openbare gezondheidszorg. Per 4 januari 2015 is de Grootschalige Geneeskundige Bijstand geoperationaliseerd. De voorbereidingen op het gebied van samenwerken tijdens rampen en crisis zijn afgestemd en vastgelegd in convenanten, conform art 33 WVR & art 5.1 Besluit VR. Zorgpartners zijn zelf verantwoordelijk voor de voorbereiding op rampen en crises en leveren goede, toegankelijke en samenhangende zorg, waarbij de voorbereiding aansluit bij de voorbereiding van de GHOR, andere instellingen en de hulpdiensten.
37
Deelproducten
Activiteit
Indicator
4.1. Crisisorganisatie
Eén sectie GHOR in het ROT gedurende maximaal 48 uur
Piketfuncties zijn volledig gevuld
Personele GHOR bezetting voor twee situaties GRIP 1 tegelijkertijd voor 12 uur onafgebroken.
Piketfuncties zijn volledig gevuld.
Officieren van Dienst Geneeskundig zijn binnen 30 minuten na alarmeren ter plaatse.
LCMS/GMS status
Spoedeisende hulpverlening in de regio.
Reguliere capaciteit
Inzet MMT (Mobiel Medisch Team)
Regulier beschikbaar
Grootschalige Geneeskundige bijstand (GGB)
Maximaal 250 (mechanische slachtoffers) 25 T1 / 75 T2 / 150 T3
Vanaf Code 30:
Volledig operationeel
Calamiteitenteam
Behandelcapaciteit 16 T2/uur
Noodhulpteam
Presterend vermogen 48 T3/uur
Ambulance
Binnen 2 uur 100 ambulances
Bijdrage aan monomultidisciplinaire evaluaties
Verslagen
6.1. Inzet tijdens incidenten
6.2. Evaluatie GHOR inzetten
38
Bijlage B: Niet wettelijke adviestaken risicobeheersing B
Het college van Burgemeester en wethouders is overeenkomstig artikel 2 van de Wet veiligheidsregio’s (hierna: Wvr) belast met de organisatie van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Artikel 10 Wvr beschrijft een opsomming van taken die aan het bestuur van de Veiligheidsregio worden overgenomen, waaronder: a.
het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;
b.
het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald;
c.
het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak bedoeld in artikel 3, eerste lid;
Naast de wettelijke adviestaken bevat het beleidsplan overeenkomstig artikel 14, lid 2 onder e (juncto artikel 10 sub b) van de Wvr een beschrijving van de niet-wettelijke adviestaken. Niet wettelijke adviestaken Risicobeheersing Het gevraagd en ongevraagd adviseren aan bevoegd gezagen over het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises omvat onder meer de volgende (advies)taken. •
Het gevraagd en ongevraagd adviseren m.b.t. trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel van de regio;
•
Participeren en adviseren bij de ontwikkeling van omgevingsvisies;
•
Adviseren over bestemmingsplannen, omgevingsplannen, omgevingsverordening, projectbesluiten, aanvragen voor een vergunning voor omgevingsplanactiviteiten en andere besluiten in het kader van de ruimtelijke ordening;
•
Adviseren over andere wetgeving, landelijke richtlijnen, beleidsregels, handreikingen op het gebied van omgevingsveiligheid;
•
Adviseren van het bevoegd gezag op gebied van bluswater en bereikbaarheid voor hulpdiensten;
•
Adviseren en nemen van maatregelen voor beheersbaarheid van risico’s op gebied van industriële veiligheid;
39
•
Adviseren van het bevoegd gezag over de aanvragen om omgevingsvergunning omtrent de (brand)veiligheidsaspecten bij de activiteiten bouw, milieu en brandveilig gebruiken, overeenkomstig de matrix complexe gebouwen;
•
Het adviseren over het opslaan en het tot ontbranding brengen van vuurwerk.
•
Het adviseren over brandveiligheidsvoorzieningen, waaronder brandveiligheidsinstallaties, toegangssystemen en brandveiligheidsplannen op de daarvoor geldende normen;
•
Registreren en beoordelen van meldingen brandveilig gebruik t.b.v. de repressie;
•
Adviseren over aanvragen om een evenementenvergunning en het registeren van evenementenmeldingen t.b.v. de hulpdiensten;
•
Het adviseren in het kader van Besluit brandveiligheid overige plaatsen;
•
Het invullen van een toezicht en een controleregime namens het bevoegd gezag op het gebied van brandveiligheid, waaronder: evenementen, milieubelastende activiteiten (waaronder beoordeling uitgangspuntendocumenten en brandveiligheidsplannen) en de melding brandveilig gebruik;
•
Het uitvoeren van toezicht op de (brand)veiligheidsaspecten zoals opgenomen in de omgevingsvergunning en het gestelde in het Besluit risico’s zware ongevallen 2015;
•
Adviseren, voorlichting geven sturen op bewustwording, gedragsbeïnvloeding van bewoners, bedrijven en instanties.
Uitbreiding wijze en omvang adviestaken onder de Omgevingswet Conform artikel 5.2 (veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises) van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s. In samenhang zal met de invoeringswet Omgevingswet artikel 14, tweede lid onder e Wvr als volgt worden gewijzigd: “een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 10, onder b, waaronder de adviesfunctie met betrekking tot omgevingsplannen, en van de wijze waarop gemeenten het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid stellen zijn adviesfunctie uit te oefenen met betrekking tot omgevingsplannen.“
Het beleidsplan bevat specifiek een beschrijving voor de adviesfunctie met betrekking tot omgevingsplannen. Het beleidsplan bevat ook een beschrijving van de manier waarop gemeenten de veiligheidsregio in de gelegenheid stellen haar adviesfunctie uit te oefenen met betrekking tot in ieder geval omgevingsplannen. Beschrijving van de adviesfunctie met betrekking tot omgevingsplannen De nieuwe Omgevingswet brengt alle aspecten van de fysieke leefomgeving bij elkaar. Ter uitvoering van het gestelde in artikel 5.2 (veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crisis) van het Bkl adviseert de veiligheidsregio bij de ontwikkeling van omgevingsvisies, omgevingsplannen, omgevingsprogamma’s en daarvan afgeleide projectbesluiten. Door het bestuur van de veiligheidsregio vroeg in het planproces te betrekken, worden gemeenten in staat gesteld om bij de inrichting van de omgeving rekening te houden met het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, rampen en crises. Voorafgaand aan de vaststelling van een (ontwerp) omgevingsvisie en (ontwerp) omgevingsplan wordt het bestuur van Veiligheidsregio 40
schriftelijk om advies gevraagd en zal de veiligheidsregio ook schriftelijk advies uitbrengen. Het advies wordt meegewogen bij de besluitvorming. Bij de advisering focust de veiligheidsregio zicht op de risico’s die er toe doen, waaronder externe veiligheid, bereikbaarheid, bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid, gevaarlijke stoffen i.r.t. kwetsbare objecten, risico-objecten, energietransitie en klimaatverandering. De advisering gebeurt van uit een duidelijke visie op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met als doel: - Veilige bouwwerken en omgeving - Een zelfredzame en samenredzame samenleving - Beschermen van (zeer) kwetsbare groepen - Effectieve hulpverlening - Continuïteit van de samenleving (waaronder zorgcontinuïteit en vitale infrastructuur)
41
Bijlage C:
Dekkingsplan brandweer C
Deze bijlage is als apart document bijgevoegd.
42
Bijlage D:
Beleidsplan Vakbekwaamheid VRZHZ 2022-2025 D
Deze bijlage is als apart document bijgevoegd.
43