CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting 2023 versie DB 14 april

Besluitvormende raad 14 juni 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Begroting en Jaarstukken Omgevingsdienst ZhZ15.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2023 Vastgesteld door het dagelijks bestuur op 14 april 2022

Inhoud I

ALGEMENE DOELSTELLINGEN EN ONTWIKKELINGEN ............................................................................ 3 1.

Inleiding ...................................................................................................................................................... 3

2.

Visie, missie en kernwaarden ..................................................................................................................... 3

3.

Bestuur ....................................................................................................................................................... 3

4.

Planvorming ............................................................................................................................................... 4

5.

Ontwikkelingen ........................................................................................................................................... 6

6.

Financiële uitgangspunten van de begroting 2023 ................................................................................... 13

II

KRITISCHE PRESTATIE-INDICATOREN...................................................................................................... 14 1.

Algemene kentallen .................................................................................................................................. 14

2.

Vergunningen en meldingen ..................................................................................................................... 15

3.

Toezicht en handhaving ........................................................................................................................... 15

III

FINANCIEN .............................................................................................................................................. 17 1.

Algemeen ................................................................................................................................................. 17

2.

Baten ........................................................................................................................................................ 18

3.

Lasten....................................................................................................................................................... 19

4.

Reserves .................................................................................................................................................. 21

IV

PARAGRAFEN ......................................................................................................................................... 23 1.

Inleiding .................................................................................................................................................... 23

2.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing .............................................................................................. 23 2.1

Risicobeheersing.................................................................................................................................. 23

2.2

Begripsbepaling en wettelijk kader ....................................................................................................... 24

2.3

Relatie weerstandsvermogen en risicomanagement............................................................................ 24

2.4

Benodigde weerstandscapaciteit OZHZ ............................................................................................... 25

2.5

Weerstandscapaciteit versus benodigde weerstandscapaciteit ........................................................... 28

3.

Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................... 29

4.

Financiering .............................................................................................................................................. 31 4.1

Algemene ontwikkelingen .................................................................................................................... 31

4.2

Risicobeheer ........................................................................................................................................ 31

4.3

Renterisicobeheer ................................................................................................................................ 31

4.4

Kasgeldlimiet ........................................................................................................................................ 31

4.5

Renterisico norm .................................................................................................................................. 32

4.6

Relatiebeheer ....................................................................................................................................... 32

1 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

4.7 5.

V

Leningenportefeuille ............................................................................................................................. 32 Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................... 33

5.1

Personeel & Organisatie ...................................................................................................................... 33

5.2

Data ambitie ......................................................................................................................................... 35

5.3

Communicatie ...................................................................................................................................... 36

5.4

Huisvesting .......................................................................................................................................... 37

5.5

Interne beheersing ............................................................................................................................... 37

BIJLAGEN ...................................................................................................................................................... 39 Bijlage 1

Omzet 2022 en 2023 ....................................................................................................................... 39

Bijlage 2

Informatie voor verbonden partijen .................................................................................................. 41

Bijlage 3

Balans meerjarig .............................................................................................................................. 42

2 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

I ALGEMENE DOELSTELLINGEN EN ONTWIKKELINGEN 1.

Inleiding

De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) bestaat sinds 2011. De gemeenten in Zuid-Holland Zuid en de provincie Zuid-Holland bundelen sinds 2011 hun krachten voor de uitvoering van omgevingstaken. Het gaat om de vergunningen, toezicht en handhaving én de inhoudelijke expertise die nodig is voor deze taken. OZHZ werkte er in de achterliggende jaren hard het steeds verder verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening. Extra aandacht is er voor de relatie met de bestuurlijke en ambtelijke opdrachtgevers en de professionaliteit van de bedrijfsvoering.

2.

Visie, missie en kernwaarden

“De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid draagt bij aan een veilige, gezonde, duurzame en leefbare omgeving.” “OZHZ voert omgevingstaken uit voor de provincie Zuid-Holland en de gemeenten in Zuid-Holland Zuid. OZHZ verleent vergunningen, houdt toezicht, handhaaft waar nodig en handelt klachten af. Specialisten op het gebied van lucht, geluid, bodem en externe veiligheid ondersteunen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Ook houdt OZHZ toezicht op natuurgebieden in de provincie. OZHZ voert deze taken efficiënt en met kennis van het gebied uit en draagt daarmee bij aan een veilige, gezonde, duurzame en leefbare omgeving." “OZHZ creëert samen met de gemeenten en de provincie een veilige, gezonde, duurzame en economische vitale leefomgeving voor inwoners en bedrijven. De medewerkers van OZHZ doen dat op een transparante, oplossingsgerichte, efficiënte wijze, met kennis van het gebied. De focus ligt daarbij op het leveren van een concrete bijdrage aan maatschappelijk gewenste ontwikkelingen. OZHZ biedt daarvoor een professionele werkomgeving, geeft ruimte aan de eigen ontwikkeling en stimuleert integraal denken en handelen."

3.

Bestuur

OZHZ is een gemeenschappelijke regeling. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het beheer van de dienst en de algemene kwaliteit van werken ligt bij het Dagelijks Bestuur (DB). De gemeenten en de provincie zijn bovendien individueel opdrachtgever van OZHZ en blijven ook ieder voor zich bestuurlijk verantwoordelijk voor het uitvoeringsbeleid van de taken die OZHZ voor hen uitvoert. Het opdrachtgeverschap voor regionale taken en programma’s en de zorg voor een uniform uitvoeringsbeleid, ligt bij het Algemeen Bestuur (AB). Ook is er een auditcommissie. Deze bestaat uit 3 leden van het AB, die geen DB-leden zijn. Deze commissie adviseert het AB over financiële zaken en bedrijfsvoeringaspecten, in het bijzonder over de gang van zaken rond

3 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

beleid en de financiële zaken die ermee samenhangen (planning en controlcyclus). De auditcommissie richt zich op alle activiteiten die van belang zijn voor een adequate beheersing van OZHZ op het gebied van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid ten aanzien van de kaderstellende en controlerende verantwoordelijkheid van het AB. De directeur van OZHZ is primair verantwoording verschuldigd over het functioneren van de dienst aan het DB. Ter voorbereiding op de bestuursvergaderingen adviseren twee adviesgroepen de directie:

• •

4.

Vanuit de collectieve opdrachtgeversrol; de Adviesgroep Opdrachtgevers (AGO). Vanuit de eigenaarsrol: de Adviesgroep Eigenaren (AGE).

Planvorming

Het AB vervult zowel de rol van collectief eigenaar als die van collectief opdrachtgever. OZHZ werkt met vier vormen van plannen.

4 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

1.

Individuele jaarprogramma's gemeenten en provincie

De opdrachten voor OZHZ (wat) staan in de individuele jaarprogramma’s per deelnemer. 2.

Ontwikkelaanpak 2022 - 2025

OZHZ en zijn opdrachtgevers zien daarnaast in de maatschappelijke opgaven van de gemeenten en provincie in de komende periode belangrijke kansen en uitdagingen. Deze opgaven zijn van zo'n omvang en belang dat gekozen is voor een programmatische, doelgerichte aanpak. Voor 2022 tot en met 2025 heeft OZHZ drie programmalijnen, die aansluiten op wat de regio het hardst nodig heeft, wat op rijksniveau speelt en die passen in de huidige collegeprogramma's. Ook de brief van Gedeputeerde Staten als reactie op het rapport van de Commissie van Aartsen (2021) geeft richting. Deze aanpak kent drie programma's: •

Werken met de Omgevingswet.

•

Toekomstgerichte gebiedsontwikkeling.

•

Samen meer grip op milieuschade.

De programma's geven een vervolg aan het Regieplan 2019 - 2021. Het programma Werken met de Omgevingswet zet het eerdere programma Omgevingswet voort. De andere twee programma's zijn volledig vernieuwd en sluiten aan bij de laatste ontwikkelingen en actualiteiten op het gebied van fysieke leefomgeving, milieu en belangrijkste opgaven. De ontwikkelaanpak werkt met jaarschijven, dit maakt meerjarige aanpak mogelijk. We behouden daarmee ook flexibiliteit (en dus ook budgetruimte) om in te spelen op actuele opgaven. 3.

Nota Uitvoering

De wijze waarop de dienst inhoudelijk de taken uitvoert (hoe) is primair vastgelegd in het uitvoeringsbeleid van de gemeenten en provincie. In 2018 stelde elke gemeente hiervoor de Nota VTH-beleid gemeentelijke taken ZuidHolland Zuid 2018 – 2022 vast voor in elk geval de taken die OZHZ voor de gemeente uitvoert. In een aantal gevallen gebeurde dit ook voor de omgevingstaken die de gemeente zelf uitvoert. Voor provinciale taken werkt OZHZ aan de hand van de provinciale Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2018-2021. Alle gemeenten en de provincie passen bovendien de Landelijke Handhavingstrategie toe voor de taken die OZHZ voor hen uitvoert. Het bestuur van OZHZ is zelf niet bevoegd om uitvoeringsbeleid vast te stellen voor de uitvoering van de VTHtaken. Wel staat in de Nota Uitvoering met welke beleidskaders van gemeenten en provincie OZHZ de VTH-taken uitvoert. 4.

Nota Bedrijfsvoering

De Nota Bedrijfsvoering geeft de meerjarige kaders voor de bedrijfsvoering. Op grond van deze kaders kan OZHZ de organisatie verder inrichten. Daarmee wordt een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken structureel geborgd. Anderzijds maken de kaders het mogelijk om adequaat in te spelen op de uitdagingen van de toekomst. Tot slot biedt de nota duidelijkheid over de afspraken die OZHZ individueel kan maken met de opdrachtgevers. De nota is in 2021 geactualiseerd en bestuurlijk vastgesteld voor de periode 2022-2026.

5 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

5.

Ontwikkelingen

OZHZ beschrijft in deze paragraaf de belangrijkste beleidsmatige ontwikkelingen. Achtereenvolgens: 5.1

Implementatie van de Omgevingswet

5.2

Implementatie van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

5.3

De overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten.

5.4

Zeer zorgwekkende stoffen.

5.5

De energieagenda.

5.6

De aanpak van ondermijning.

5.7

Doorontwikkeling van de VTH-taken.

5.8

De oorlog in Oekraïne.

5.1 Implementatie van de Omgevingswet OZHZ richt zich bij de implementatie van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) op de inwerkingtreding per 1 januari 2023. Alle overheden samen vormen een keten om de taken voor de fysieke omgeving versterkt uit te voeren. Ook inwoners en ondernemers worden een deel van de keten. OZHZ voegt door zijn expertise en rol in de regio waarde, snelheid en efficiency toe op zijn vakgebieden. Hoe OZHZ de Omgevingswet implementeert staat in de jaarplannen van de Ontwikkelaanpak 2022 – 2025. Het AB stelt deze elk jaar vast, waarna OZHZ ze op de website publiceert. Uitgangspunt bij de taakuitvoering is dat OZHZ blijft doen wat hij nu ook doet, de taken zoveel mogelijk regionaal uitvoert en nieuwe taken vanwege de Omgevingswet uitvoert als die bij OZHZ passen. Dat volgt uit een eerder besluit van het AB. Het programma Omgevingswet richt zich in 2022 vooral op: •

Het inrichten en aanpassen van systemen en processen voor de uitvoering van de VTH-taken, waaronder ook de aansluiting op het DSO. Met elke opdrachtgever wordt de werking van het DSO getest voor de taken die OZHZ uitvoert.

•

Het maken van afspraken maken met de opdrachtgevers. Onder andere over de rol en bijdrage van OZHZ bij onderwerpen zoals het omgevingsplan, samenwerking bij vergunningverlening, omgevingsoverleg en participatie.

•

Het ontwikkelen van verdiepende kennis, het opdoen van ervaring en het ontwikkelen van producten. Onder andere door pilots uit te voeren en 'botsproeven' te doen.

•

Het voorbereiden op de veranderende uitvoering van de VTH-taken.

•

De implementatie van een nieuw VTH-systeem.

OZHZ voerde in 2021 gesprekken met de deelnemers. De basis vormt de afspraak dat OZHZ blijft doen wat het al deed. Hulp voor de gesprekken boden de modellen van Omgevingsdienst NL en VNG om de financiële consequenties in beeld te brengen. Niettemin is een deel van de afspraken pas vast te leggen bij het definitief van kracht worden van de Omgevingswet en de definitieve afspraken die men in de keten gaat maken.

6 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

De Omgevingswet vraagt om een integrale benadering, waarbij aspecten als geluid, lucht en natuur worden betrokken bij omgevingsplannen en vergunningen. OZHZ levert deze disciplines en voert de integrale advisering uit. Gesprekken daarover voeren we in de jaarprogramma's van de deelnemers. In 2022 moet dat leiden tot afspraken voor de jaarprogramma's 2023. OZHZ bood, vanuit de provinciale opdracht voor toezicht en handhaving bij flora- en fauna-activiteiten, de afgelopen jaren al handvatten aan Wabo-vergunningverleners en toezichthouders om flora-en fauna-activiteiten te herkennen. Onder de Omgevingswet krijgen gemeenten ook een rol. OZHZ werkt aan heldere afspraken over de rol van de toezichthouders bij meervoudige vergunningen en vergunningsvrije activiteiten voor Wabo vergunningverleners en toezichthouders. Naast het programma Omgevingswet uit de Ontwikkelaanpak is OZHZ via meerdere sporen aangehaakt op de komst van de wet. Zo doet OZHZ op het niveau van Zuid-Holland Zuid mee aan het regiobrede project. In het regiobrede project zijn alle gemeenten, de provincie Zuid-Holland, de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland, Rijkswaterstaat en de drie uitvoeringsdiensten (VRZHZ, DGJ en OZHZ) vertegenwoordigd. De werkgroepen binnen het project leveren hulpmiddelen op voor de implementatie en uitvoering van de wet.

Voorbeelden zijn handvatten voor het gezamenlijk opstellen van het vergunningverleningsproces en een verkenning van de consequenties van het wijzigen van taken en bevoegdheden onder de Omgevingswet. OZHZ zal zijn opdrachtgevers verder een voorstel doen om het VTH-uitvoeringsbeleid en de geldende mandaten te actualiseren. 5.2 De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) OZHZ voert de bouwtaken uit voor de gemeenten Alblasserdam en Dordrecht. De Wkb heeft daarom effect op de taakuitvoering en budgetten van deze gemeenten. Financiële impact gevolgklasse 1 De financiële impact van de Wkb bestaat uit meerdere componenten. Het uitgangspunt bij de berekeningen is dat alle aanvragen nog wel ruimtelijk getoetst worden (dus aan omgevingsplan inclusief welstand, bouwverordening en bouwveiligheid) en dat daar ook toezicht op gehouden wordt. Per saldo is extra budget nodig bij de inwerkingtreding van gevolgklasse 1. Daarnaast heeft de Wkb effect op de legesinkomsten. Voor werkzaamheden die wegvallen kan de gemeente namelijk geen leges meer heffen. Werkzaamheden die erbij komen vallen onder een melding en daar mag de gemeente geen leges voor heffen. Extra werkzaamheden in gevolgklasse 1 Als de aanvrager wil gaan bouwen (nadat de ruimtelijke omgevingsvergunning al verkregen is), moet hij hier in het nieuwe stelsel melding van doen bij het bevoegd gezag.

Ook bij oplevering van het bouwwerk moet de aanvrager een melding doen. Daarbij levert hij stukken aan. Ook kunnen er tussentijds meldingen van de kwaliteitsborger (of derden) binnenkomen dat in afwijking van het Bouwbesluit gebouwd wordt. In dat geval zal

7 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

het bevoegd gezag (i.c. OZHZ namens de genoemde gemeenten) zelf gaan waarnemen en indien van toepassing handhavend optreden. Deze werkzaamheden komen erbij voor alle bouwwerken in gevolgklasse 1. Extra kosten In het nieuwe stelsel wordt een deel van de bouwactiviteiten Bouwbesluit-toetsvrij. Omdat de bouwwerkzaamheden in deze categorie niet gemeld worden bij het bevoegd gezag, ontstaat er minder zicht op bouwgerelateerde ontwikkelingen in de gemeente. Dit is overigens niet nieuw, omdat ook nu al vergunningvrij gebouwd kan worden. De extra kosten die hiermee samenhangen zijn afhankelijk van de inzet hierop door het bevoegd gezag. Om die reden is er op dit moment nog geen financiële indicatie van te geven. Tegelijkertijd kan extra inzet op bouwgerelateerde ontwikkelingen in de gemeente ook leiden tot extra inkomsten, namelijk extra belastingopbrengsten via de OZB. Werkvoorraad toezicht lopende bouwprojecten Na de start van de Wkb is toezicht nodig op de lopende trajecten die vallen onder het oude regime, terwijl de leges al in het jaar/de jaren voorafgaand aan de Wkb geïnd zijn. Dit is geen negatief effect van de Wkb. Het effect is namelijk, over de jaren heen, kostenneutraal.

Tegelijkertijd is het van belang dat gemeenten hiermee rekening houden, door in de jaarrekening een overschot op legesinkomsten in het jaar vóór inwerkingtreding van de Wkb niet te boeken als resultaat, maar te reserveren. Hiertegenover staan immers kosten die gemaakt worden in de eerste jaren na de start van de Wkb. Nadere uitwerking vindt plaats in de jaarprogramma's 2023 voor Dordrecht en Alblasserdam. Met de andere gemeenten wisselt OZHZ informatie uit over de implementatie van deze nieuwe regelgeving. 5.3 De overgang van bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten. De bodemsaneringstaak is onderdeel van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. OZHZ gaat deze taak daarom uitvoeren voor alle gemeenten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderen de bodemtaken op inhoud, bevoegd gezag en financiering. Deze situatie maakt het nodig dat voor de uitvoering van deze taken keuzes moeten worden gemaakt. De gemaakte keuzes zullen worden vastgelegd in nieuw beleid: een uitvoeringskader voor vergunningverlening en het toezicht en handhaving op de bodemtaken. Zaak is dat hierbij zoveel als mogelijk aangesloten wordt bij de Nota VTH-beleid gemeentelijke taken Zuid-Holland Zuid.

Om de inzet voor de bodemtaak te reguleren ontwikkelt OZHZ samen met gemeenten een risicomodel (RUN-bodem) voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. RIJK, IPO, VNG en UvW overleggen al langere tijd met elkaar over de financiering van de overgaande bodemtaken. Er zijn op dit moment, ten tijde van het opstellen van de ontwerpbegroting 2023, nog steeds geen definitieve afspraken gemaakt. Verwachting is dat de beschikbare Rijksmiddelen substantieel afnemen. De argumentatie is dat de grote bodemsaneringen inmiddels achter de rug zijn. Men legt daarbij echter onvoldoende de verbinding met actuele onderwerpen zoals woningbouwopgaven, ontwikkeling van industrie en het

8 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

verduurzamen van de omgeving. Er is daarom, op dit moment, sprake van een substantieel risico dat de bodemtaak niet kostendekkend overgaat naar de gemeenten. De afgelopen jaren is de financiering van de overkomende gemeentelijke bodemtaken steeds onderwerp geweest in de begrotingsrichtlijnen, die OZHZ jaarlijks meegeeft aan de opdrachtgevers. Daarbij is steeds uitgegaan van een globaal bedrag van circa € 800.000,- voor de toekomstige gemeentelijke bodemtaken. In deze ontwerpbegroting 2023 is dit bedrag verminderd op het provinciale jaarprogramma (zie bijlage 1). Vanuit de onzekerheid over de taakuitvoering en financiering vanuit het Rijk is het AB ermee akkoord gegaan dat OZHZ een bedrag van € 500.000,- structureel en € 300.000,- incidenteel toevoegt aan de gemeentelijke jaarprogramma's. OZHZ ziet 2023 daarmee nadrukkelijk als een overgangsjaar. Doel is om in dit jaar aan de hand van de eerste ervaringen met de Omgevingswet meer inzicht te krijgen in de omvang van de uitvoering en de beschikbare middelen. Op basis van dit inzicht zullen op later moment structurele afspraken over uitvoeringsbeleid en benodigde middelen worden gemaakt. 5.4 Zeer zorgwekkende stoffen Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn voor mens en milieu gevaarlijke stoffen. Het gaat om veel bronnen en stoffen, met potentieel ernstige effecten op mens en milieu.

Bedrijven moeten daarom de uitstoot van deze stoffen voorkomen of minimaliseren. ZZS vormt het overkoepelende thema in de landelijke discussie over Tata Steel in IJmuiden en Chemours in Dordrecht. Naast landelijke voorbeelden zijn er ook meer lokale situaties (zoals in de pilot van VNG) die duidelijk maken dat de aanpak van ZZS een belangrijke rol spelen in de keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Voor OZHZ komen er taken aan: •

Een inventarisatie: het resultaat leggen bedrijven ter beoordeling voor aan OZHZ.

•

Bedrijven moeten een plan van aanpak opstellen om de uitstoot van ZZS te voorkomen of te beperken. Ook dit plan beoordeelt OZHZ.

Van sommige bedrijven zal de omgevingsvergunning ambtshalve moeten worden geactualiseerd. In enkele gevallen zal extra toezicht plaatsvinden en treedt OZHZ zo nodig handhavend op. Voor een groot deel verwacht OZHZ dat de ZZS-aanpak kan worden meegenomen in het reguliere werk. De Ontwikkelaanpak 2022 – 2025 bevat acties om nieuwe werkwijzen te kunnen ontwikkelen. OZHZ kan die vervolgens borgen in de jaarprogramma's van de opdrachtgevers. Bij het uitwerken gebruikt OZHZ de ervaringen die al worden opgedaan bij reeds lopende acties voor de provinciale afvalbedrijven en de ervaringen die gemeenten in de Achterhoek hiermee opdoen. 5.5 Energieagenda In 2020 presenteerde OZHZ een aanpak voor energiebesparing bij bedrijven: een slimme combinatie van én toezicht én stimuleren om zo efficiënt mogelijk naar de energiedoelen te werken, die in de regionale energiestrategieën (RES) staan.

9 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

De gemeenten hebben ambitieuze doelen gesteld in hun RES. Bedrijven moeten een belangrijke bijdrage leveren. Zij zijn namelijk wettelijk verplicht om energie te besparen. OZHZ controleert namens de gemeenten en provincie of de bedrijven doen wat ze verplicht zijn én stimuleert het toepassen van energiebesparende en opwekkende maatregelen. OZHZ maakt daarom gebruik van een mix van toezichthoudende en preventieve/adviserende instrumenten. Het maatwerk bestaat het gebruikelijke toezicht per bedrijf (3.000 bedrijven in 4 jaar), benaderen van branches en samenwerken met bedrijventerreinen. OZHZ zet al beschikbare middelen in, en voor het uitvoeren van totale aanpak is extra structureel budget nodig. Daarvan is een deel opgenomen in de jaarprogramma's. Daarmee kan OZHZ echter onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen voor energiebesparing bij bedrijven en is het niet mogelijk om structurele capaciteit op te bouwen. Gesprekken met een aantal gemeenten hierover worden in 2022 gevoerd. Daarnaast speelt dat het Rijk via het gemeentefonds aan de klimaatdoelstellingen zal bijdragen. OZHZ geeft de opdrachtgevers in overweging om een deel van deze door het Rijk beschikbaar te komen (en al gestelde) middelen structureel te reserveren voor de benodigde extra inzet op de wettelijke taak: toezicht op energiebesparing bij bedrijven als onderdeel van de RES.

Het is dan aan de gemeenten om daarover een besluit te nemen. 5.6 Aanpak ondermijning Ondermijnende criminaliteit is een belangrijk thema binnen het openbaar bestuur, en verheven tot speerpunt op zowel landelijk als lokaal niveau. Steeds vaker worden bedrijfsactiviteiten en ondernemingen gebruikt als dekmantel voor het witwassen van geld en als faciliteit voor de productie, opslag of distributie van illegale goederen. Signalen van ondermijnende criminaliteit komen vaak voor in de horeca, detailhandel en bij garagebedrijven. Het belang van een brede aanpak van ondermijning komt terug in onder meer het Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit. OZHZ levert bij de aanpak van ondermijning kennis en data over bedrijven (samenwerking RIEC), neemt deel aan data-uitwisseling, levert deskundigheid over de milieuaspecten van de onderzochte locaties en, indien passend, snelle handhaving van de milieuovertredingen. De afgelopen jaren is de regionale aanpak (deskundigheid en samenwerking) verder ontwikkeld. Een aantal gemeenten en de provincie ZuidHolland stelden specifieke budgetten beschikbaar. Via de Ontwikkelaanpak 2022 – 2025 gaat OZHZ dit onderdeel versterken. 5.7 Doorontwikkeling van de VTH-taken In 2020 en 2021 zijn onderzoeken uitgevoerd naar de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) door omgevingsdiensten.

Landelijk door de Commissie Van Aartsen, de Algemene Rekenkamer, het Dreigingsbeeld milieucriminaliteit en dichter bij huis door de provincie Zuid-Holland. OZHZ pakt het vervolg op deze onderzoeken op in de periode 2022 – 2025, samen met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland, de gemeenten en de provincie.

10 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

De Commissie Van Aartsen heeft primair onderzocht welke verbeteringen nodig zijn in het totale VTH-systeem. De commissie doet een aantal aanbevelingen om het VTH-systeem te verbeteren. De onderzoeken van de Algemene Rekenkamer en het Dreigingsbeeld gaan over de kwaliteit en het gebruik van data bij de aanpak van milieucriminaliteit. Het nieuwe kabinet moet nog (stand van zaken maart 2022) besluiten over het vervolg op de landelijke onderzoeken. De 29 omgevingsdiensten onderzochten wel al welke instrumenten kunnen worden ingezet om de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen te implementeren. Hiertoe heeft OmgevingsdienstNL een Impulsprogramma opgesteld. De verkenning van de provincie Zuid-Holland heeft inmiddels geleid tot een bestuursopdracht van de 5 dagelijkse bestuur. Deze is gericht op de inhoudelijke maatschappelijke ontwikkelingen en opgaven van gemeenten en provincie. Vraag is wat nodig is om die ontwikkelingen en opgaven aan te (blijven) kunnen. Denk bijvoorbeeld aan circulariteit, duurzaamheid en klimaat. Namens de dagelijks besturen van de 5 omgevingsdiensten heeft de bestuurlijke begeleidingsgroep opdracht gegeven aan de directeuren om te starten met een verbetertraject op de onderwerpen: Arbeidsmarktcommunicatie, behoud en ontwikkeling van kennis en expertise Behoud van kennis en expertise op bestaande onderwerpen blijft van belang.

Als eerste nieuwe inhoudelijke onderwerpen worden genoemd de circulaire economie, energietransitie en de aanpak van ondermijning en milieucriminaliteit. Helder moet worden gemaakt welke kennis en expertise nodig is voor de taakuitvoering door omgevingsdiensten nu en in de toekomst. Zo mogelijk moeten de omgevingsdiensten aansluiting zoeken bij wat er al bij gemeenten en andere samenwerkingsverbanden gebeurt op het terrein van kennisontwikkeling, om overlap te voorkomen. Ook moet waar mogelijk worden aangesloten bij landelijke ontwikkelingen. Informatiehuishouding en digitalisering Hierbij ligt het accent op het belang van kwalitatief goede data, goede informatie-uitwisseling, digitalisering van werkprocessen en versterking van de VTH-keten. De Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV of DIGI-V) wordt in de loop van 2023 voor alle provinciale vergunningen toegepast. OZHZ benut de jaarplannen van de Ontwikkelaanpak 2022 – 2025 om het vervolg op de genoemde landelijke onderzoeken en de provinciebrede bestuursopdracht te faciliteren. Een aantal van de genoemde onderwerpen is voor OZHZ zeker niet nieuw. In de Ontwikkelaanpak is al opgenomen dat: •

OZHZ al de ambitie heeft om de gemeenten te helpen om toekomstgerichte gebiedsontwikkelingen in Zuid-Holland Zuid makkelijker te maken. OZHZ zorgt er o.a. voor dat iedereen die duurzamer wil bouwen of ondernemen, precies weet wat de verplichtingen en kansen zijn op het gebied van energie, circulaire economie, klimaat en biodiversiteit. En OZHZ ondersteunt gemeenten en provincie in het waarmaken van hun duurzame ambities en denkt proactief mee met innovatieve ondernemers. OZHZ stimuleert niet alleen wat verplicht is, maar ook wat nog meer kan.

•

OZHZ het uitwisselen van informatie en data verwerkt in de hoofdlijnen die aansluiten op de opgaven en ambities in de regio. Te denken valt dan aan datakwaliteit, geo-informatie, robotisering en business intelligence, en ook het vervangen van de huidige VTH-software (2023) en het DMS/Zaaksysteem

11 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

(2025). OZHZ investeert in technieken die op de markt komen om effectief, met kwaliteit en efficiënt te kunnen blijven samenwerken. •

OZHZ de ambitie heeft om bij te dragen aan een effectieve en efficiëntere aanpak van de opsporing en vervolging van milieucriminaliteit. OZHZ is een onmisbare schakel in de keten van partijen die elkaar nodig hebben om milieucriminaliteit aan te pakken. Onderdeel daarvan is het versterken van de samenwerking, het uitwisselen van informatie met ketenpartners en het verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden van medewerkers.

5.8 Oorlog in Oekraïne De gevolgen van de oorlog in Oekraïne op de bedrijfsvoering OZHZ zijn op dit moment moeilijk in te schatten. Duidelijk is dat de huidige prijsontwikkelingen een grote druk leggen op de exploitatie OZHZ: •

OZHZ heeft een duurzame bedrijfsvoering met een grotendeels elektrisch wagenpark en een duurzaam ingericht pand. De hogere energieprijzen, in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt, werken echter in de volle breedte van de exploitatie door. De inflatie in januari en februari 2022 bedroeg respectievelijk 6,4% en 6,2%.

•

De indexering 2022 van OZHZ van de materiële kosten (begrotingsrichtlijnen 2022) bedraagt 1,5%. Ongeveer € 10,7 mln. van de exploitatielasten OZHZ (materieel en inhuur) is op korte termijn gevoelig voor prijsfluctuaties. De meeste leveranciers indexeren op grond van de werkelijke prijsontwikkeling. Een deel daarvan komt al tot uiting in 2022; dit geldt met name voor de inhuurcontracten die eind 2021 en begin 2022 zijn afgesloten.

•

In 2022 valt ook een direct effect te verwachten van de openstaande vacatures. Op dit moment (maart 2022) zijn dit er ongeveer 20. De looneisen zullen toenemen. Dit zal ofwel leiden tot hogere salarislasten, ofwel tot hogere inhuurkosten. Gezien de situatie op de arbeidsmarkt zal daarnaast ook sprake zijn van tussentijdse uitstroom van medewerkers en inhuur. Bij vervanging leidt dit weer tot extra loon- en inhuurkosten.

•

Inspecteurs maken in hun werk regelmatig gebruik van de eigen auto. De hoge brandstofkosten kan leiden tot een verminderde bereidheid om de eigen auto in te zetten. Het wagenpark van OZHZ kan hier mogelijkerwijs niet in voorzien. Ook zullen de kosten van woon-werkverkeer toenemen van medewerkers die met de auto gaan. Dit kan leiden tot hogere inhuurkosten en extra looneisen bij nieuw personeel.

•

Een eventuele economische recessie kan leiden tot bezuinigingen bij deelnemers. De bijdrageverordening stelt regels over de mogelijkheden om te bezuinigen (2% per jaar). De bedrijfsvoering van OZHZ is flexibel ingericht met een flexibele schil van 10% en een weerstandsvermogen dat volstaat om mogelijke bezuinigingen op te vangen. Bij een hogere bezuiniging dan de norm is een frictievergoeding verschuldigd van de deelnemer.

•

Overigens kan de oorlog ook van invloed zijn op de inhoudelijke taakuitoefening, zoals een extra inzet bij het opzetten en in gebruik nemen van opvanglocaties. Dat zal dan bijvoorbeeld vooral extra druk geven op de expertise op het gebied van bouw- en brandveiligheid, waar de capaciteit toch al buitengewoon krap is.

12 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

6.

Financiële uitgangspunten van de begroting 2023

De gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in de regio Zuid-Holland Zuid werken met eenduidige kaders voor de begroting. Daarnaast stelt de provincie Zuid-Holland (PZH) jaarlijks de provinciale (financiële) uitgangspunten op en aandachtspunten voor de meerjarenbegroting. Op grond van de regionale en provinciale kaders beslist het AB over de begrotingsrichtlijnen OZHZ. Het AB heeft op 2 december 2021 de volgende richtlijnen vastgesteld voor de begroting 2023. Deze richtlijnen zijn bij het opstellen van de voorliggende begroting in acht genomen, met de volgende bijzonderheden: 1.

Inzake de indexering 2023: a)

De lasten van de begroting 2023 te indexeren met de loon- (2,0%) en prijsindex (1,5%) van de Septembercirculaire 2021;

b)

De budgetten wettelijke taken (jaarprogramma's) en de inwonerbijdrage te indexeren met 1,85%;

c)

Het uurtarief 2022 blijft ongewijzigd ten opzichte van de begrotingsrichtlijnen 2022 (€ 95,12).

d)

Het tarief 2023 bedraagt € 96,88.

2.

De omslagrente in 2023 te bepalen op 0,0%;

3.

De totale inwonerbijdrage voor 2023 vast te stellen op € 2,253 mln.

Na de vaststelling van de begrotingsrichtlijnen is de inflatie aanzienlijk toegenomen, onder invloed van de stijgende energieprijzen. De oorlog in Oekraïne (zie paragraaf 5.9) verhoogt het risico. Zoals aangegeven bedraagt de inflatie begin 2022 circa 6,3%, ten opzichte van een prijsindex van 1,85% in de begroting 2022. In maart 2022 bedroeg de inflatie zelfs 9,7%. De inflatie werkt in de volle breedte van de exploitatie door. In eerste aanleg wordt het risico zoveel mogelijk opgevangen in de huidige exploitatie door eventuele incidentele meevallers in te zetten. In tweede aanleg wordt een beroep gedaan op het weerstandsvermogen. In de risico calculatie van het weerstandsvermogen is rekening gehouden met een hogere inflatie. Bij begrotingsrichtlijnen 2024 zal OZHZ, op grond van de septembercirculaire en een integrale herrekening van het uurtarief, bezien of aanpassing van het tarief 2023 nodig is.

13 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

II

KRITISCHE PRESTATIE-INDICATOREN

1.

Algemene kentallen

Het AB heeft in de bijdrageverordening de kaders voor financiën en kwaliteit opgenomen. In de algemene prestatie indicatoren is de naleving van deze verordening opgenomen. Naast het rapporteren van (financiële) gegevens als zodanig, is ook het tijdig bespreken en tussentijds informeren en communiceren met de opdrachtgevers een belangrijke algemene prestatie indicator. De kritische prestatie-indicatoren zullen in 2022 nader worden herijkt, op grond van de invoering van de Omgevingswet. Met de gemeenten zijn prestatieafspraken gemaakt. OZHZ moet deze afspraken binnen een bandbreedte van 90% - 110% realiseren. Essentieel voor het behalen van de omzetdoelstelling is de productiviteit van de medewerkers. Voor een sluitende exploitatie van OZHZ is het noodzakelijk dat de productieve medewerkers voor gemiddeld 1410 uur per FTE productief zijn. De omzet van OZHZ is per taakveld in verschillende mate variabel. Voor de wettelijke taken geldt dat budgetten binnen zekere marges mogen fluctueren. Voor de adviestaken geldt dat er tot dusver geen sprake is van enige verplichting voor gemeenten om opdrachten bij OZHZ neer te leggen. Tegen deze achtergrond hanteert OZHZ de doelstelling van een gemiddelde flexibele schil van 10%.

Het aandeel overhead (ondersteuning en management) wordt begrensd op 27,3% van de totale formatie, inclusief de capaciteit van de flexibele schil met overheadtaken (Nota Bedrijfsvoering OZHZ). Speerpunt

Prestatie indicator

Taakuitvoering vindt plaats binnen de door het AB gestelde

Taakuitvoering van OZHZ voldoet aan de VTH-

kaders voor financiën en kwaliteit (bijdrageverordening)

kwaliteitseisen. Producten en prestaties worden gerealiseerd binnen een bandbreedte van 90-110% van het jaarprogramma. Volumeafspraken voor de uitvoering van de wettelijke en additionele wettelijke taken voldoen aan de afgesproken bandbreedten.

Opdrachtgevers worden actief geïnformeerd.

2 maal per jaar voortgangs- en 1 maal per jaar jaarrapportages volgens planning in jaarprogramma

Periodiek overleg met de opdrachtgever

1 maal per maand vindt gesprek met de gedeputeerde plaats 2 maal per jaar met wethouders 1 maal per 4 maanden ambtelijk MARAP-overleg

Speerpunt

Prestatie indicator

Productiviteit

Het aantal productieve uren per FTE bedraagt 1.410 uur.

Flexibele schil

Het aandeel uren inhuur ten opzichte van het totaal aantal uren is gemiddeld 10%

Aandeel overhead

Het aandeel uren overhead ten opzichte van het totaal aantal uren is genormeerd op 27,3%

14 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

Ziekteverzuim

2.

OZHZ hanteert een norm van 5% voor ziekteverzuim.

Vergunningen en meldingen

Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. De door de inwoners en bedrijven ingediende documenten worden getoetst en leiden bij volledigheid en juistheid tot een bevestigingsbrief of een beschikking. Speerpunt

Prestatie indicator

Tijdige vergunningverlening

Reguliere procedure: 99% van de reguliere vergunningen wordt binnen de wettelijke termijn verleend. Uitgebreide procedure: 95% van de uitgebreide vergunningen wordt binnen de wettelijke termijn verleend. Bij wettelijke termijn moet gedacht worden aan de mogelijkheden die de wet biedt, dus inclusief mogelijke verlenging. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt bezien of deze KPI aanpassing behoeft.

Risicobeheersing

99% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep

Dienstbaarheid

Klanttevredenheid: Het gemiddelde van het klanttevredenheidsonderzoek is minimaal een 7.

3.

Toezicht en handhaving

OZHZ houdt toezicht en handhaaft de relevante wettelijke bepalingen. Bij toezicht wordt informatie verzameld en een oordeel gevormd over het feit of een activiteit voldoet aan de in de vergunning en regels gestelde eisen. Onder handhaving wordt verstaan het opleggen van sancties (bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk) als uit het toezicht blijkt dat niet aan de gestelde eisen wordt voldaan. Kritische prestatie-indicatoren zijn de toezichtdichtheid (TD) en naleving (NA): TD is gedefinieerd als het percentage uitgevoerde preventieve controles in een verslagperiode t.o.v. het aantal geplande controles in het jaarprogramma. NA is gedefinieerd als het aantal uitgevoerde initiële periodieke milieucontroles zonder overtredingen t.o.v. het aantal uitgevoerde initiële periodieke milieucontroles aan het einde van een verslagperiode. Speerpunt

Prestatie indicator

Betrouwbaarheid Provincie

Provincie Grijs: TD grijs = 100% NA grijs >= pm

15 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

Provincie Groen: TD groen = 100% NA groen >= pm Betrouwbaarheid Gemeenten

Gemeenten RUN: TD milieu = 100% NA milieu >= 50%

Betrouwbaarheid Gemeenten RUN WABO BREED (Alblasserdam, Dordrecht)

Gemeenten integraal toezicht: TD integraal = 100% NA- integraal >=50% Gemeenten bouw en sloop: Werkzaamheden worden uitgevoerd voor de gemeenten Alblasserdam en Dordrecht, Voor de bouw- en sloopfase is geen KPI TD vastgesteld. Afhankelijk van het soort bouwof sloopplan geeft het beleid aan of toezicht noodzakelijk is. NA bouwfase >= 70% NA sloopfase >= 70%

Risicobeheersing

80% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep.

4.

Beoordeling en beschikkingen bodem

OZHZ levert expertise op het gebied van geluid, lucht, bodem en externe veiligheid aan de opdrachtgevers voor het ontwikkelen, inrichten en beheren van een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Om de kwaliteit van de producten, waarvoor geen wettelijke termijn bestaat en ook een toets bij de rechter niet van toepassing is, te beoordelen is een klanttevredenheidsonderzoek (KTO) de beste aanpak. OZHZ voert regulier klanttevredenheidsonderzoek uit met behulp van projectevaluaties voor de adviestaken. Voor de beoordelingen en beschikkingen bodem voert OZHZ er periodiek een uit, omdat bij deze taak sprake is van een relatief kleine klantenkring. Hierover wordt in de jaarstukken (en niet in de tussentijdse rapportages) gerapporteerd.

Beoordeling en beschikking bodem Tijdigheid

Minimaal 90% van de producten wordt afgerond binnen de termijn.

Risicobeheersing

99% van de in mandaat genomen besluiten blijft in stand in bezwaar, beroep of hoger beroep.

Dienstbaarheid

Klanttevredenheid: Het gemiddelde van het KTO is minimaal een 7.

16 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

III FINANCIEN 1.

Algemeen

De ontwerpbegroting 2023 is gebaseerd op de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begrotingsrichtlijnen 2023 (zie I, paragraaf 6). Onderstaand het meerjarige begrotingsbeeld. Begroting 2022-2026 Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Primaire begroting 2022

Realisatie 2021

Aangepaste begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Baten Inwonerbijdrage

2.182

2.212

2.212

2.253

2.253

2.253

2.253

Wettelijke taken

22.020

20.344

23.455

22.259

22.336

22.336

22.336

Offerte- en subsidietaken

3.761

2.881

2.618

2.252

2.252

2.157

2.157

7

-

-

-

-

-

-

-653

-

-

-

-

-

-

27.318

25.438

28.286

26.764

26.841

26.745

26.745

21.360

20.190

23.603

21.689

21.712

21.640

21.713

315

419

423

488

538

515

442

1.808

1.890

1.708

1.725

1.725

1.725

1.725

Overige baten Overige bijzondere posten Totaal baten Lasten Personeelskosten Kapitaallasten Ondersteuning SCD Huisvesting

485

524

501

509

509

509

509

Overige bedrijfskosten

1.258

1.291

1.856

1.237

1.237

1.237

1.237

Additionele productkosten

2.393

1.398

1.438

1.105

987

987

987

Onvoorzien

154

129

147

134

134

133

133

Overige bijzondere posten

-

-

-

-

-

-

-

27.772

25.839

29.676

26.887

26.841

26.745

26.745

Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten

-454

-401

-1.390

-123

-

-

-

Onttrekkingen aan reserves

1.571

405

1.437

123

-

-

-

Toevoegingen aan reserves

850

4

47

-

-

-

-

Gerealiseerd resultaat

267

0

0

0

0

0

0

2.182

2.212

2.212

2.253

2.253

2.253

2.253

Totaal lasten

Bedragen × EUR 1.000 Waarvan algemeen dekkingsmiddel

De begroting is meerjarig in evenwicht. Opvallend is de hoge incidentele omzet in 2022 ten opzichte van het meerjarige beeld. Daarbij gaat het met name om conjunctuurgevoelige bouwbudgetten, de deels extern gesubsidieerde e-agenda en de bodemtaken.

17 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

2.

Baten

Inwonerbijdrage (€ 2,2 mln.) De inwonerbijdrage is een lumpsumbudget, te zien als een algemeen dekkingsmiddel. De inwonerbijdrage heeft een omvang van € 2,2 mln. Vanuit de inwonerbijdrage worden gedekt: •

Kosten voor instandhouding van het bestuur en bedrijfsvoering van de dienst (€ 1,3 mln.);

•

De taken en werkzaamheden van inspecteurs, vergunningverleners en adviseurs, die indirect ten goede komen aan alle opdrachtgevers en producten, zoals relatiebeheer, kwaliteitszorg en rapportages, etc. (€ 0,7 mln.);

•

De regionale uitvoering van de wachtdienst (€ 0,2 mln).

Wettelijke taken (€ 22,3 mln.) De wettelijke taken Milieu omvatten producten en prestaties, die per kwartaal op voorschotbasis bij de opdrachtgevers (gemeenten en provincie) in rekening worden gebracht. Het regionaal uitvoeringsniveau (RUN) vormt daarbij het bestuurlijke vastgestelde kader. Jaarlijks vindt nacalculatie plaats aan de hand van de geleverde prestaties. De wettelijke taken Bouw- en Woningtoezicht worden eveneens op voorschotbasis bij de opdrachtgevers in rekening gebracht. Het betreft de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht en Molenlanden 1. De omzetraming is gebaseerd op de meerjarige doorwerking van de jaarprogramma's. Bijlage 1 bevat het overzicht van de jaarprogramma's per opdrachtgever. In 2022 is sprake van een hoge incidentele omzet in de jaarprogramma's (€ 1,2 mln). Deze heeft voornamelijk betrekking op bouwtaken, bodemtaken en de e-agenda. Onzeker is het effect van de overgang van de taken van de bodemtaken van provincie naar gemeenten. Vooralsnog wordt uitgegaan van een budget neutrale overheveling. Voor nadere informatie wordt verwezen naar deel I, paragraaf 5.3: Ontwikkelingen. Offerte en subsidietaken (€ 2,3 mln.) Opdrachtgevers verstrekken op basis van een offerte of programma een opdracht voor een specifiek advies of onderzoek. Daarnaast ontvangt OZHZ subsidiebijdragen of kan er sprake zijn van detachering van personeel.

In de raming is ook rekening gehouden met BRIKS 2-taken die worden uitgevoerd voor de provincie Zuid-Holland en de DCMR. Afrekening van de offerte- en subsidietaken vindt plaats op basis van gerealiseerde uren of een vaste opdrachtsom. De offerte en subsidietaken zijn in 2023 lager dan voorgaande jaren. In 2021 en 2022 was sprake van een omvangrijke provinciale opdracht ten aanzien van het saneren van lood in speeltuinen.

1

Het betreft enkel de uitvoering van toezicht bouw.

2

Vergunningverlening en toezicht met betrekking tot bouwen, reclame, inrit, kappen en slopen.

18 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

3.

Lasten

Personeelskosten (€ 21,7 mln.) De personeelskosten zijn gebaseerd op de vaste formatie (€ 19,2 mln.) en de flexibele capaciteit (€ 2,5 mln.) van OZHZ. De salarislasten zijn berekend op basis van de werkelijke loonkosten. Daarbij is rekening gehouden met schaalfrictie, individuele rechten, pensionering en de cao-wijziging in 2022. De personeelskosten in 2023 zijn aanzienlijk lager (-/- € 1,9 mln.) dan in 2022. Dit houdt verband met de incidentele omzet in 2022 (extra inhuur), de instroom en opleiding van nieuwe medewerkers in 2022 en een hoger aandeel eigen personeel in 2023 ten gevolge van aanpassing van het capaciteitsbeleid. Voor het capaciteitsbeleid wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering (deel IV). Een gezonde verhouding tussen het structurele en incidentele budget brengt OZHZ beter in staat om een robuuste organisatie op te bouwen rondom de kerntaken. Met de huidige omzetverhouding moet een groot deel van de capaciteit worden ingehuurd. Naast hogere uitvoeringskosten door hoge inhuurtarieven en meer overdrachtsmomenten, belemmert dit de opbouw van lokale kennis. Kapitaallasten (€ 488.000) OZHZ doet investeringen in ICT-voorzieningen en het huidige kantoorpand. De afschrijvingen zijn aangepast aan de verwachte investeringen. In 2022 pleegt OZHZ extra investeringen voor het nieuwe werkconcept.

Het betreft het meubilair (€ 43.000), aanpassingen in het gebouw (€ 704.000) en ICT devices (€ 295.000). Dekking vindt plaats door vrijval van huidige kapitaallasten, en lagere facilitaire kosten. Daarnaast vervangt OZHZ twee vaartuigen. In totaal gaat het om een investering van ongeveer € 1,9 mln. Bij de overdracht van het materieel van PZH naar OZHZ in 2011, zijn afspraken gemaakt over de financiële dekking van de vervanging van de vloot. De extra kapitaallasten worden gedekt door een extra bijdrage uit het jaarprogramma PZH. De exploitatielasten worden gedekt uit het materieel budget PZH. Per saldo heeft de vervanging van de vloot een neutraal effect op de exploitatie OZHZ. Vanwege de extra investeringen in het nieuwe werk concept en de vloot nemen de kapitaallasten toe tot en met 2025. Vanaf 2026 is sprake van een daling omdat dan de initiële investering in het inbouwpakket van het pand is afgeschreven. Ondersteuning SGD (€ 1,7 mln.) Met ingang van 1 januari 2022 voert de Servicegemeente Dordrecht de taken uit die tot dan door het SCD werden uitgevoerd. Voor OZHZ gaat het om taken op het gebied van ICT, personeels- en salarisadministratie, juridische diensten en aanbestedingen. Eind 2021 hebben OZHZ en de Servicegemeente Dordrecht een nieuwe dienstverleningsovereenkomst gesloten.

Deze gaat per 1 april 2022 in en is gebaseerd op het alleenrecht dat het AB en DB in de periode juni – september 2021 verleenden. OZHZ is voor de periode van 1 april 2014 tot 1 april 2022 een dienstverleningscontract aangegaan met het SCD over de ICT (€ 1,4 mln.) en personele en overige dienstverlening (€ 370.000.). De overige dienstverlening omvat dienstverleningscontracten hoofdzakelijk op het gebied van inkoop advies, het JKC en de inkoop van verzekeringen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf "Bedrijfsvoering" (deel IV).

19 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

Huisvesting (€ 542.000) OZHZ is gevestigd in het pand Post120 in Dordrecht. De huurkosten worden doorbelast door de verhuurder op basis van de getekende huurovereenkomst. De huisvestingskosten zijn opgebouwd uit de kale huurprijs en servicekosten en worden jaarlijks geïndexeerd. Per 2016 heeft OZHZ een huurcontract afgesloten voor de locatie Post 120 te Dordrecht. Het contract is in eerste aanleg aangegaan voor 10 jaar. Eind 2021 heeft tussentijdse verlenging plaatsgevonden van het contract tot en met 2030. Overige bedrijfskosten (€ 1,2 mln.) De overige bedrijfslasten betreffen onder meer, print- en drukkosten, bedrijfsgezondheidszorg, kwaliteitszorg, externe advieskosten en telefoonkosten. De grootste onderdelen binnen deze begrotingspost zijn de softwarelicenties (€ 596.000), facilitaire kosten (€ 112.000), externe expertise (€ 112.000), leaseauto's (€ 86.000), verzekeringspremies (€ 77.000), telefonie (€ 73.000) en voorlichting en communicatie (€ 61.000). Opgemerkt wordt dat de kosten vanaf 2023 fors lager zijn dan in 2022 het geval is. De incidentele kosten in 2022 (€ 543.000) hebben betrekking op: •

Dubbele licentiekosten vanwege de implementatie van het nieuwe VTH-systeem (€ 240.000) De kosten

•

De projectkosten voor de invoering van het nieuwe werk concept (€ 103.000).

•

De opschoning van het archief (€ 200.000).

worden gedekt uit een onttrekkingen uit de bestemmingsreserve digitalisering.

Additionele productkosten (€ 1,1 mln.) Binnen deze begrotingspost zijn de additionele productkosten verantwoord voor de taakuitvoering van OZHZ. Daarbij gaat het om kosten die worden gemaakt door OZHZ en vervolgens een op een worden doorbelast aan de opdrachtgevers. Tegenover de additionele productiekosten staat dus een overeenkomstige omzet. Ook het materiële budget van de provincie Zuid-Holland voor het uitvoeren van de provinciale taken is binnen deze begrotingspost verantwoord. Opgemerkt wordt dat de kosten in 2023 fors lager zijn dan in 2022 (-/- € 333.000). De additionele productiekosten zijn in 2022 relatief hoog door incidentele opdrachten van de provincie voor het saneren van lood in speeltuinen en tuinen. Onvoorzien (€ 134.000) De post onvoorzien is onderdeel van het weerstandsvermogen en bedraagt 0,5% van de totale lasten voor reservering. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen (deel IV).

20 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

4. Reserves 4.1

Mutaties reserves 2021-2025

Onderstaand de meerjarige mutaties van de reserves: Verloop reserves

Beginsaldo

2023

2024

2025

2026

Saldo

981 185 102 291 110 123 271 275 103 350 267

47 0 -102 -291 0 0 -271 -275 -103 -350 -47

0 0 0 0 0 -123 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

1028 185 0 0 110 0 0 0 0 0 220

3.056

-1.390

-123

0

0

0

1.543

Algemene reserve Materieel budget PZH Doorontwikkeling Digitalisering in relatie tot de doorontwikkeling Verlofstuwmeer Regieplan Frictiekosten ontvlechting Archief Werkconcept CAO Onverdeeld resultaat Totaal eigen vermogen

2022

Bedragen * € 1.000 Algemene reserve De algemene reserve is onderdeel van het weerstandsvermogen. Voor de beleidsuitgangspunten, omvang, en samenstelling van het weerstandsvermogen en de bijbehorende risico’s wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen. De toevoeging in 2022 betreft de aanvulling om het weerstandsvermogen op peil te brengen. Materieel budget PZH De reserve is bedoeld voor eventuele complexe dossiers van PZH. Doorontwikkeling De doorontwikkeling dient om OZHZ ook in cultureel opzicht klaar te stomen voor de Omgevingswet. De onttrekking in 2022 betreft extra opleidingskosten in het kader van de instroom van nieuwe medewerkers. Digitalisering in relatie tot de doorontwikkeling OZHZ streeft naar een volledige digitalisering van de werkprocessen. Dit draagt bij aan de maatschappelijke wens tot een snelle en transparante informatievoorziening en een vlottere afdoening van zaken. De onttrekking in 2022 (€ 291.000) betreft de invoering van het nieuwe VTH-systeem. Verlofstuwmeer OZHZ heeft nog te maken met een verlofstuwmeer. Omdat een bovengemiddelde opname van verlof leidt tot vervangende inhuur ontstaat een financieel risico. Hiervoor is een bestemmingsreserve gevormd. Vooralsnog zijn geen onttrekkingen geraamd.

Regieplan (Ontwikkelopgave) OZHZ en zijn opdrachtgevers zien in de maatschappelijke opgaven van de gemeenten en provincie in de komende periode belangrijke kansen en uitdagingen. Het ontwikkelprogramma (voorheen regieplan) biedt een programmatische, doelgerichte, aanpak. Een deel van het programma wordt gedekt uit een bestemmingsreserve.

21 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

Frictiekosten ontvlechting De reserve is bedoeld voor improductiviteit ten gevolge van het inwerken van nieuwe medewerkers en het bevorderen van uitstroom of doorstroom naar andere functies. Beiden zijn nodig om de formatie kwalitatief en kwantitatief op orde te brengen. De onttrekking in 2022 betreft volledig de instroom van nieuwe medewerkers. Bestemmingsreserve Archief De Regionale Archivaris bemerkt dat er achterstanden ontstaan in het 538 meter strekkende archief over de periode 1995 – 2016. In 2022 wordt de achterstand ingelopen. De opdracht is uitbesteed aan een externe partij. De onttrekking betreft de externe kosten. Bestemmingsreserve Werk concept De reserve wordt ingezet voor de transitie naar het nieuwe werk concept. Het betreft de projectorganisatie en aanpassing van de kantoorinrichting. Bestemmingsreserve Cao-effect Ten tijde van de tweede bestuursrapportage 2021 was een informeel akkoord gesloten over de cao. Inschatting was dat de cao zou leiden tot een onderbesteding van ongeveer € 350.000 in 2021. Omdat hoofdzakelijk sprake zou zijn van een vertraging van de lasten van 2021 naar 2022, is dit bedrag toegevoegd aan de bestemmingsreserve "cao-effect". De incidenteel niet gedekte lasten van de cao in 2022 worden in 2022 onttrokken uit deze bestemmingsreserve. Een eventueel restant valt vrij per ultimo 2022.

Onverdeeld resultaat Het financieel resultaat 2021 bedraagt € 267.000. Een bedrag van € 47.000 wordt toegevoegd aan de algemene reserve ter versterking van het weerstandsvermogen. Gegeven de hoge inflatie en de onzekerheden hieromtrent, geeft het DB in overweging om het restant (€ 220.000) toe te voegen aan het weerstandsvermogen als extra buffer. Op grond van de zienswijzen van gemeenteraden en provinciale staten zal OZHZ een definitief voorstel voorleggen aan het algemeen bestuur.

22 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

IV PARAGRAFEN 1.

Inleiding

In het Besluit Begroting en Verantwoording staat dat in de Programmabegroting in elk geval de navolgende paragrafen opgenomen moeten zijn: 1.

Lokale heffingen;

2.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing;

3.

Onderhoud kapitaalgoederen;

4.

Financiering;

5.

Bedrijfsvoering;

6.

Verbonden partijen;

7.

Grondbeleid.

De paragrafen “1. lokale heffingen”, “6. verbonden partijen” en “7. grondbeleid” zijn niet op OZHZ van toepassing, omdat OZHZ niet wordt gefinancierd door heffingen, niet participeert in verbonden partijen en geen gronden in bezit heeft. In bijlage 2 heeft OZHZ een tabel voor de paragraaf verbonden partijen van de deelnemers opgenomen. De overige paragrafen zijn hieronder toegelicht.

2.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de meerjarenbegroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van OZHZ als zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een exact sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van OZHZ ook direct onder druk. Daarom heeft OZHZ op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig.

2.1

Risicobeheersing

OZHZ is een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten en provincie Zuid-Holland (PZH). Doel is een efficiënte en effectieve uitvoering van wettelijke taken op het gebied van milieu. Voor een aantal eigenaren voert OZHZ ook het bouw en woningtoezicht uit. Daarbij is het van belang om inzicht te hebben in de risico’s die zich kunnen voordoen bij de uitvoering van de taken, de oorzaken op te sporen en passende maatregelen te treffen. De doelstellingen van het risicomanagement van OZHZ zijn: •

Meer inzicht krijgen in de (strategische) risico’s die onze organisatie loopt bij het behalen van onze doelstellingen en de afspraken die wij daarover met onze eigenaren hebben gemaakt.

•

Verminderen van het negatieve effect van risico’s in het behalen van onze doelen.

•

Het verbeteren van de interne beheersing en het borgen daarvan in onze bedrijfsprocessen.

23 Ontwerpbe groti ng 20 23 Vastgesteld DB 14 a pril 2 022

•

2.2

Een goede onderbouwing van de berekening van ons weerstandsvermogen.

Begripsbepaling en wettelijk kader

De huidige economische ontwikkelingen versterken het belang van een goede interne financiële beheersing. Integraal risicomanagement wil zeggen dat vanuit een weloverwogen beleid systematisch risico’s worden geïdentificeerd, geanalyseerd en gekwantificeerd. Vervolgens worden er risicobeheersmaatregelen getroffen. Het structureel op orde hebben van de financiële positie van OZHZ vereist enerzijds een financieel sluitende (meerjaren)begroting gebaseerd op betrouwbare realistische ramingen. Anderzijds dient OZHZ een ruim voldoende weerstandsvermogen ratio te streven. Dit houdt in dat de organisatie altijd voldoende weerstandscapaciteit beschikbaar moet hebben om de significante resterende risico’s op te kunnen vangen die niet met risicomanagement zijn afgedekt (voortaan: kortweg resterende risico’s genoemd). Deze risico’s bepalen de benodigde weerstandscapaciteit. Daar staat de beschikbare weerstandscapaciteit tegenover. Op 24 november 2016 heeft het AB de gewijzigde financiële verordening vastgesteld, gelet op artikel 216 van de Provinciewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV). Artikel 10 van de financiële verordening schrijft voor dat het DB eens per 4 jaar een nota weerstandsvermogen en risicomanagement aanbiedt aan het AB. Het relevante kader wordt primair gevormd door artikel 42 tot en met 44 van het BBV.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11489756/1