ontwerp 25 januari 2021
Tekst van het document
Veldbezoek Binnen het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde ongewervelden zoals vlinder en libellen. Vanwege het ontbreken van geschikte oevers en kruidenrijke vegetatie kan het voorkomen van beschermde soorten uitgesloten worden.
Effectbeschrijving Op basis van de bovengenoemde voorkomende soorten, is in Tabel 2 per soort(groep) een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen. Daarbij is nog geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze beoordeling is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Tabel 2. Effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden. Soortgroep Mogelijke effecten
Toetsing vereist?
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest
Door het ontbreken van nestplekken of essentieel foerageergebied zijn geen negatieve effecten te verwachten door de voorgenomen werkzaamheden.
Nee
De werkzaamheden leiden tijdens het broedseizoen mogelijk tot verstoring en vernielen of beschadigen van nestplaatsen, eieren of legsel van aanwezige algemene broedvogels. Door buiten het broedseizoen te werken zijn negatieve effecten uitgesloten.
Nee
Grondgebonden zoogdieren
De werkzaamheden leiden mogelijk tot verstoring, verwonden en doden van konijn, haas, veldmuis en bunzing. Deze soorten zijn vrijgesteld binnen de provincie Zuid-Holland, zorgplicht is van toepassing.
Nee
Vleermuizen
De werkzaamheden leiden mogelijk tot verstoring van foerageergebied, dit is echter geen essentieel foerageergebied.
Ja
Onze referentie: D10005346:31 - Datum: 27 februari 2020
7 van 14
Soortgroep
Mogelijke effecten
Toetsing vereist?
Amfibieën
De werkzaamheden leiden mogelijk tot verstoring, verwonden en doden van de gewone pad. Deze soort is vrijgesteld binnen provincie Zuid-Holland, zorgplicht is van toepassing.
Nee
Toetsing In tabel 3 is voor de te toetsen effecten per soort/soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort. Tabel 3. Beschermingscategorie van de relevante soorten. Beschermingscategorie Soort/ soortgroep Habitatrichtlijnsoorten Vleermuizen
Overtreding verbodsbepalingen In de tabel 4 is per soort/soortgroep op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Wnb kunnen worden overtreden door de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Tabel 4. Mogelijke overtreding van de verbodsbepalingen van Artikel 3.5 ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn. Soort Lid Lid 2 Lid Lid 4 Lid 5 Als gevolg van 1 3 Vleermuizen X Werkzaamheden in het plangebied, verwijderen van bomen. Verbodsbepalingen: Lid 1: opzettelijk te doden of te vangen; Lid 2: opzettelijk te verstoren; Lid 3: opzettelijk vernielen of rapen van eieren Lid 4: voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Lid 5: opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen
Werkzaamheden en het verwijderen van de bomen binnen het plangebied kunnen foerageergebied verstoren (Lid 2).
Mitigerende maatregelen Op basis van de quickscan is de aanwezigheid van een aantal beschermde soorten niet uit te sluiten. Omdat bij uitvoering van de werkzaamheden sprake kan zijn van overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb, moeten maatregelen genomen worden. De te nemen maatregelen per soort worden hier behandeld. Algemene maatregelen (zorgplicht) De Wnb kent een algemene zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb). Dit betekent dat zorgvuldig met alle aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Hiervoor moeten de volgende maatregelen worden genomen: • Voer de werkzaamheden rustig uit en op een dusdanige manier dat dieren niet ingesloten raken. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden. • Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt. • Maai en/of snoei voorafgaand aan de werkzaamheden de nog aanwezige vegetatie in het werkgebied kort en houd deze kort totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens de werkzaamheden. Houd hierbij wel rekening met het broed/voortplantingsseizoen. Mitigerende maatregelen voor broedvogels met jaarrond beschermd nest • Om kolonisatie van het plangebied te voorkomen (d.w.z.
vestiging van nesten in de te kappen bomen) wordt geadviseerd om de bomen binnen het plangebied buiten het broedseizoen vooraf aan de werkzaamheden te verwijderen of deze ongeschikt te maken. Ongeschikt maken kan door de kruin of zijtakken te verwijderen.
Onze referentie: D10005346:31 - Datum: 27 februari 2020
8 van 14
Mitigerende maatregelen voor vleermuizen • Om verstoring van foerageergebied te voorkomen, werk tussen zonsopkomst en zonsondergang. Mogelijke verlichting en bouwlampen dienen naar beneden te worden gericht, van opgaande groene structuren die mogelijk dienen als foerageergebied af. Ook de bomenrij ten westen van het plangebied dient niet te worden verlicht tijdens de werkzaamheden.
Conclusies en vervolgstappen Gebiedsbescherming • Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN), effecten hierop zijn dan ook uitgesloten. • Effecten van verzuring en vermesting op instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000gebieden als gevolg van emissie en depositie van stikstof in de aanlegfase zijn op voorhand niet uit te sluiten. Hiervoor moet een AERIUS berekening gemaakt worden, op grond waarvan nader onderzocht dient te worden of er sprake is van effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Soortbescherming • Mogelijk dient het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen. Dit is echter geen essentieel foerageergebied. Door het toepassen van mitigerende maatregelen (werken bij daglicht en/of geen directe verlichting op opgaande groene structuren waarlangs kan worden gefoerageerd), worden overtredingen van verbodsbepalingen van de Wnb voorkomen. • De bomen binnen het plangebied zijn geschikt voor nestplekken van jaarrond beschermde vogelsoorten zoals de buizerd. Ten tijde van het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen. Om vestiging van jaarrond beschermde broedvogels te voorkomen dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden (bomen verwijderen voor het broedseizoen, d.w.z. voor 15 maart).
Door deze mitigerende maatregelen in acht te nemen kunnen de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder dat verbodsbepalingen ten aanzien van jaarrond beschermde vogelsoorten overtreden worden. Ter voorkoming van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van algemene vogelsoorten, dient buiten het broedseizoen te worden gewerkt. Wanneer in het broedseizoen wordt gewerkt, dienen potentiële nestplaatsen vóór het broedseizoen (15 maart) ongeschikt te worden gemaakt om broedsels van algemene broedvogels te voorkomen. Wanneer alsnog broedsels aanwezig zijn bij start van de werkzaamheden, dienen deze te worden stilgelegd.
Onze referentie: D10005346:31 - Datum: 27 februari 2020
9 van 14
BIJLAGE 1 FOTO’S VELDBEZOEK
1 2 3 6
5
4
Figuur 5. Het plangebied rood omkaderd met omgeving, met daarin genummerd de foto’s van de sfeerimpressie. Voor de locatie van de onderstaande foto’s zie de cijfers in de figuur 5.
1
Onze referentie: D10005346:31 - Datum: 27 februari 2020
10 van 14
1
2
Onze referentie: D10005346:31 - Datum: 27 februari 2020
11 van 14
2
3
Onze referentie: D10005346:31 - Datum: 27 februari 2020
12 van 14
4
5
6
Onze referentie: D10005346:31 - Datum: 27 februari 2020
13 van 14
6
Onze referentie: D10005346:31 - Datum: 27 februari 2020
14 van 14
bestemmingsplan BP Rotonde A29-N487 (ontwerp)
Bijlage 3 Aeriusberekening
56
ROTONDE N487 A29 Adviesrapportage Stikstof Provincie Zuid-Holland
3 NOVEMBER 2020
ROTONDE N487 A29
Contactpersoon JASON VAN DEN ASSEM
Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
2 van 12
ROTONDE N487 A29
INHOUDSOPGAVE 0
MANAGEMENT SAMENVATTING
4
1
CONTEXT
5
2
METHODE
6
3
RESULTATEN
10
4
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
11
COLOFON
12
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
3 van 12
ROTONDE N487 A29
0
MANAGEMENT SAMENVATTING
Arcadis geeft invulling aan het project Rotonde N487 A29 in opdracht van de Provincie Zuid-Holland. De integrale hoofdopdracht betreft het opstellen, aanbesteden en begeleiden van de uitvoering van een geïntegreerd wegenbouwcontract voor de aanleg van een enkelstrooksrotonde, inclusief alle onderzoeken en advisering die nodig zijn om tot het contract te komen en de uitvoering te begeleiden. Om tot een geïntegreerd wegenbouw contract te komen voert Arcadis een onderzoek naar stikstofdepositie uit. Doel van dit onderzoek is inzicht krijgen of de werkzaamheden significante negatieve effecten op Natura 2000gebieden hebben. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de online-applicatie Aerius-Calculator (versie 2020). De berekening is uitgevoerd voor de realisatiefase van het project met de uitstoot van mobiele werktuigen en bouwverkeer. De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha, hierdoor kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het gebruik van de werkzaamheden worden uitgesloten.
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
4 van 12
ROTONDE N487 A29
1
CONTEXT
Arcadis geeft invulling aan het project Rotonde N487/A29 in opdracht van de Provincie Zuid-Holland. De integrale hoofdopdracht betreft het opstellen, aanbesteden en begeleiden van de uitvoering van een geïntegreerd wegenbouwcontract voor de aanleg van een enkelstrooksrotonde, inclusief alle onderzoeken en advisering die nodig zijn om tot het contract te komen en de uitvoering te begeleiden. De kruising tussen de westelijke op- en afrit van de A29 en de N487 – ter hoogte van afslag nummer 22 in de gemeente Hoeksche Waard (voorheen: Cromstrijen) – ligt ‘op hoogte’ en is zodanig vormgegeven dat er nu sprake is van een onoverzichtelijke verkeerssituatie. Weggebruikers hebben meer tijd nodig dan gebruikelijk om te constateren dat er van rechts (geen) verkeer nadert. Hierdoor ontstaat er sneller een wachtrij van weggebruikers op de westelijke afrit en ook op de doorgaande rijstroken van de A29. Dit zorgt voor een verkeersonveilige situatie op de A29. Bovendien wordt de doorstroming van het doorgaande verkeer op de A29 belemmerd. De verkeersonveilige situatie is met name aan de orde tijdens de avondspits. Zie Figuur 1 voor een overzicht van de projectlocatie. Om tot een geïntegreerd wegenbouw contract te komen voert Arcadis een onderzoek naar de stikstofdepositie uit.
Voorliggend rapport laat zien wat het doel van dit onderzoek is, welke aanpak wij hebben gekozen en welke resultaten deze aanpak heeft opgeleverd. Ook beschrijven wij onze bevindingen, onze conclusie en ons advies ten behoeve van het contractdossier. Wij starten deze rapportage met een management samenvatting van dit onderzoek, zie hiervoor Hoofdstuk 0.
Figuur 1: Projectlocatie N487 A29
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
5 van 12
ROTONDE N487 A29
2
METHODE
2.1
Wettelijk kader
De berekening van stikstofdepositie in dit rapport wordt uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarin worden eisen gesteld aan de maximaal toegestane stikstofdepositie op beschermde Natura-2000 gebieden vanwege economische activiteiten. Middels het Programma Aanpak Stikstof (PAS) werd invulling gegeven aan de maximaal toegestane hoeveelheid stikstofuitstoot van projecten. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 is het Programma Aanpak Stikstof ongeldig verklaard. Hierdoor is het binnen Nederland (momenteel) niet mogelijk om een vergunning te verlenen voor projecten waarbij stikstofdepositie op natuurgebieden plaatsvindt. Voor projecten zonder stikstofdepositie is vergunningverlening wel mogelijk. De Wet natuurbescherming dicteert in § 2.3. Beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen het volgende: Artikel 2.8 •
•
Lid 1. Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudings-doelstellingen voor dat gebied. Lid 3. Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Daaruit volgt dat (zonder het PAS) er vergunning verleend kan worden voor activiteiten waarvoor blijkt dat na een passende beoordeling er geen aantasting van Natura-2000 gebieden voorkomt vanwege het beoordeelde project. Dat wil dus zeggen dat, indien er geen sprake is van depositie, de natuurlijke kenmerken van een gebied niet worden aangetast en er voldaan wordt aan artikel 2.8.
2.2
Methodiek
De belasting van de Natura 2000-gebieden rondom de emissiebronnen is berekend met behulp van een verspreidingsmodel. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de online-applicatie Aerius-Calculator (versie 2020). Aerius-Calculator is een rekenprogramma om de verspreiding van stoffen in de lucht te simuleren. Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen per hectare terechtkomt (depositie).
2.3
Uitgangspunten
De berekening is uitgevoerd voor de realisatiefase van het project, deze start in 2022. De emissies van het materieel worden veroorzaakt door de verbranding van diesel. Voor de bepaling van de uitstoot wordt onderscheid gemaakt tussen de uitstoot bij belasting en de uitstoot op de momenten dat het materieel stationair draait. Emissie bij belasting De uitstoot bij belasting is afhankelijk van het type materieel, het aantal draaiuren, het motorische vermogen, de belastingfactor en de emissiefactor van het materieel. Hierin zijn het type materieel, het aantal draaiuren en het motorische vermogen van het materieel projectafhankelijk. Voor de emissie- en belastingfactor gelden de onderstaande richtlijnen. Emissiefactoren Voor dieselmaterieel gelden sinds 1997 emissievoorschriften. De EU-richtlijnen (97/68/EC en 2002/88/EC) bevatten normen voor de maximale uitstoot van luchtverontreiniging per vermogensklasse in gram/kWh. Er is sprake van invoering van vijf fasen van strenger wordende emissienormen. De verdeling in fases is Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
6 van 12
ROTONDE N487 A29
afhankelijk van het bouwjaar. De eerste fase werd geïmplementeerd in 1999, bij de tweede fase gebeurde dit tussen 2001 tot 2004, afhankelijk van de vermogensklasse van de motor. De derde fase verloopt in twee stappen: Stage IIIA voor motoren met een variabel toerental met bouwjaar 2006/2008 en Stage IIIB voor bouwjaar 2011/2013. De vierde fase (Stage IV) geldt vanaf 2014 (EU-richtlijnen 2004/26/EC) en de vijfde fase (Stage V) geldt vanaf bouwjaar 2019/2020 (Verordening EU 2016/1628). Met deze richtlijn kan op basis van het type materieel, het motorisch vermogen en het bouwjaar een emissiefactor worden bepaald. Belastingfactor De motorbelasting (aanspreken van motorisch vermogen) van dieselmaterieel gedurende een werkcyclus is wisselend. Er wordt nooit of zelden het maximale motorisch vermogen aangesproken. Voor de berekening van de emissie wordt rekening gehouden met de gemiddelde belasting van de motor. Op basis van het type materieel en het motorisch vermogen kan hiervoor een belastingfactor worden bepaald. Gegevens voor bijbehorende emissie- en belastingfactoren zijn geleverd door TNO1. Emissie gedurende stationair draaien Naast de uitstoot bij belasting wordt ook rekening gehouden met uitstoot gedurende de tijd dat het materieel stationair draait. Deze uitstoot is afhankelijk van het aantal draaiuren, de cilinderinhoud en de emissiefactor van het materieel.
De emissiefactor is bepaald volgens de methode beschreven bij de emissie bij belasting, voor het aantal draaiuren en de cilinderinhoud gelden de onderstaande richtlijnen. Draaiuren stationair draaien Uit onderzoek van TNO blijkt dat werktuigen tijdens de werkzaamheden tussen de 18% en 57% van de tijd stationair draaien.2 In de vertaling naar een algemeen beeld voor werktuigen is hierna in een rapport voor de Klimaat- en Energieverkenning 2019 de aanname gemaakt dat een werktuig gemiddeld 30% van de tijd stationair draait.3 In deze berekening wordt dezelfde aanname gemaakt. Cilinderinhoud De cilinderinhoud in liter is bepaald door het totale motorisch vermogen in kW door 20 te delen. Deze methode is in overeenstemming met de instructie gegevensinvoer. 4 Op basis van bovenstaande gegevens is de totale NO x en NH3 emissievracht bepaald. Een overzicht van het in te zetten materieel en de bijbehorende emissie is opgenomen in Tabel 1 en Tabel 2. Tabel 1 Materieelinzet en NOx-emissie van mobiele werktuigen Omschrijving
Draai uren
Motorisch vermogen
Belas ting
Stage
Cilinder inhoud
NOxemissie factor
NOxEF Stat
NOxemissie vracht
[uur]
[kW]
[%]
[-]
[L]
[g/ kWh]
[g/L/ uur]
[kg]
Asfalt afwerkinstallaties
38
100
76
Stage IV
5
1,0
10
2,6
Asfaltfreesmachines
54
150
84
Stage IV
7,5
0,9
10
5,5
1 TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v6.xlsx 2 TNO, R10465 3 TNO, P12134 4 Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020, Oktober 2020 Versie 1.0
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
7 van 12
ROTONDE N487 A29
Omschrijving
Draai uren
Motorisch vermogen
Belas ting
Stage
Cilinder inhoud
NOxemissie factor
NOxEF Stat
NOxemissie vracht
[uur]
[kW]
[%]
[-]
[L]
[g/ kWh]
[g/L/ uur]
[kg]
Asfaltfreesmachines
28
400
84
Stage IV
20
0,9
10
7,4
Bulldozers
357
60
55
Stage IV
3
0,9
10
10,6
Graafmachines
232
200
69
Stage IV
10
0,8
10
25,0
Spuitmachines
70
90
69
Stage IV
4,5
0,9
10
3,7
Vrachtauto
28
302
76
Stage IV
15,1
1,0
10
5,3
Walsen
38
90
84
Stage IV
4,5
1,0
10
1,8 62,0
Tabel 2 Materieelinzet en NH3-emissie van mobiele werktuigen Omschrijving
Draai uren
Motorisch vermogen
Belas ting
Stage
Cilinder inhoud
NH3emissie factor
NH3EF Stat
[uur]
[kW]
[%]
[-]
[L]
[mg/ kWh]
[mg/L/ uur]
NH3-
emissie vracht [kg]
Asfalt afwerkinstallaties
38
100
76
Stage IV
5
2,88
3,15
0,006
Asfaltfreesmachines
54
150
84
Stage IV
7,5
2,36
3,14
0,012
Asfaltfreesmachines
28
400
84
Stage IV
20
2,36
3,14
0,016
Bulldozers
357
60
55
Stage IV
3
2,93
3,15
0,025
Graafmachines
232
200
69
Stage IV
10
2,41
3,14
0,056
Spuitmachines
70
90
69
Stage IV
4,5
2,38
3,15
0,008
Vrachtauto
28
302
76
Stage IV
15,1
2,76
3,14
0,012
Walsen
38
90
84
Stage IV
4,5
2,88
3,15
0,004
Totaal
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
0,138
8 van 12
ROTONDE N487 A29
2.3.1
Bouwverkeer
Gedurende de bouw wordt verkeer ingezet voor het vervoer van bouwmaterieel en personeel. De aantal verkeersbewegingen is weergegeven in Tabel 3. Hierbij bestaat 1 rit uit 2 verkeersbewegingen (naar de locatie toe en van de locatie af). Deze verkeersbewegingen zijn evenredig verdeeld over een route naar de locatie toe en van de locatie af. Deze routes zijn meegenomen van de bouwlocatie tot de locatie waar het verkeer opgaat in het autonome verkeersbeeld. Tabel 3: Aantal verkeersbewegingen voor vervoer van bouwmaterieel en personeel gedurende de realisatiefase Licht verkeer Bouwverkeer
3258
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
Zwaar vrachtverkeer 857
9 van 12
ROTONDE N487 A29
3
RESULTATEN
De uitgangspunten zijn samengebracht in een stikstofdepositieberekening. De resultaten zijn terug te vinden in het volgende document: •
Realisatiefase: AERIUS_bijlage_20201102161130_Rzs47sXgy5kg
De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha.
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
10 van 12
ROTONDE N487 A29
4
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Arcadis geeft invulling aan het project Rotonde N487/A29 in opdracht van de Provincie Zuid-Holland. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de realisatiewaarde van het project. De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha, hierdoor kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de werkzaamheden worden uitgesloten.
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
11 van 12
ROTONDE N487 A29
COLOFON ROTONDE N487 A29 ADVIESRAPPORTAGE STIKSTOF
KLANT Provincie Zuid-Holland AUTEUR Paul Karman PROJECTNUMMER D08021.000030 ONZE REFERENTIE D10005041:91 DATUM 3 november 2020 STATUS Concept
Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland +31 (0)88 4261261 www.arcadis.com
Onze referentie: D10005041:91 - Datum: 3 november 2020
12 van 12
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Realisatiefase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rzs47sXgy5kg (02 november 2020) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
,
Activiteit
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Aanleg rotonde N487/A79
Rzs47sXgy5kg
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 november 2020, 16:11
2022
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
63,74 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Realisatiefase rotonde N487/A79
Realisatiefase
Rzs47sXgy5kg (02 november 2020) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Realisatiefase
Emissie Realisatiefase
Resultaten
Bron Sector
Realisatiefase
Emissie NH3
Emissie NOx
Werkzaamheden Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
62,00 kg/j
Bouwverkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bouwverkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
1,14 kg/j
Rzs47sXgy5kg (02 november 2020) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Werkzaamheden 87864, 418616 62,00 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Realisatiefase
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Werktuigen
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
62,00 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bouwverkeer 87936, 418775 < 1 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.629,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
429,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Realisatiefase
Rzs47sXgy5kg (02 november 2020) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bouwverkeer 88022, 418432 1,14 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
1.629,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
429,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Realisatiefase
Rzs47sXgy5kg (02 november 2020) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Realisatiefase
Rzs47sXgy5kg (02 november 2020) pagina 6/6
bestemmingsplan BP Rotonde A29-N487 (ontwerp)
Bijlage 4 Waterparagraaf
75
ONDERWERP
PROJECTNUMMER
PZH Rotonde N487 A29
D08021.000030
DATUM
ONZE REFERENTIE
6 augustus 2020
D10011551:69
VAN
Swaen Visser AAN
Provincie Zuid-Holland
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Arcadis geeft invulling aan het project Rotonde N487 A29 in opdracht van de Provincie Zuid-Holland. De integrale hoofdopdracht betreft het opstellen, aanbesteden en begeleiden van de uitvoering van een geïntegreerd wegenbouwcontract voor de aanleg van een enkelstrooksrotonde, inclusief alle onderzoeken en advisering die nodig zijn om tot het contract te komen en de uitvoering te begeleiden. Om invulling te geven aan het waterhuishoudkundige vraagstuk voert Arcadis een onderzoek naar de waterhuishouding uit.
1.2 Doel Het doel van deze waterparagraaf is om inzicht te krijgen in de verschillende waterbelangen en deze vast te leggen in de waterparagraaf. Deze paragraaf bevat de waterhuishoudkundige randvoorwaarden van Europees, nationaal, regionaal en lokaal beleid. In deze waterparagraaf wordt op beknopte wijze ingegaan op de (eventuele) invloeden welke de toekomstige ontwikkeling op de aanwezige waterhuishouding heeft en middels welke maatregelen/ voorzieningen deze invloeden kunnen worden geminimaliseerd.
1.3 Leeswijzer Deze waterparagraaf, voor de ontwikkeling van de eenstrooksrotonde N487 A29 te Numansdorp, is als volgt opgebouwd: Allereerst wordt in hoofdstuk 2 het beleid voor water bij ontwikkelingen toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de huidige (geo-)hydrologische situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de toekomstige situatie van het plangebied beschreven.
2. Beleidskader De kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van waterbeheer, die binnen de ontwikkeling worden beschouwd, zijn op verschillende niveaus beleid van toepassing.
2.1 Europees en Rijksbeleid Kaderrichtlijn water Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden. Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Arcadis Nederland B.V., La Guardiaweg 36-66, 1043 DJ Amsterdam
T +31 (0)88 4261 261
Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504
www.arcadis.com
Nationaal bestuursakkoord water Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het Rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekent. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn: • Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. • Toepassen van de trits schoonhouden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. • Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW-normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (neerslaggebeurtenis die statistisch berekend eens in de 100 jaar voorkomt).
2.2 Regionaal beleid Provincie Zuid-Holland De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. In de structuurvisie “Visie Ruimte en Mobiliteit” (2019) beschrijft de provincie haar waterbeleid, met als boodschap ‘versterking van de samenhang in identiteit, kwaliteit en veiligheid’. Het realiseren van voldoende open water wordt door de provincie als harde voorwaarde gesteld in ruimtelijke plannen voor nieuw te ontwikkelen gebieden (www.ruimtelijkeplannen.nl; 26-6-2020). Daarnaast geeft de provincie in de Beleidsnota Water haar ambities voor het waterbeleid: regenwater zo veel mogelijk afkoppelen van verhard oppervlak (www.ruimtelijkeplannen.nl; 26-6-2020). Waterschap Hollandse Delta Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Hollandse Delta heeft in haar waterbeheerprogramma haar waterdoelen verwoord: water veiligheid, voldoende water en schoon water. Bij voorkeur wil het waterschap afkoppeling van schoon hemelwater en directe lozing op oppervlaktewater. Hemelwaterbeleid Volgens de Keur van het waterschap dient er bij een toename van verhard oppervlak van 500 m 2 of meer in stedelijk gebied of 1.500 m2 of meer in landelijk gebied een vergunning te worden aangevraagd.
De versnelde afvoer als gevolgd van de toename aan verharding dient gecompenseerd te worden met een gelijkwaardige vervangende voorziening. Deze voorziening moet een oppervlakte van 10% van de toename aan verharding zijn. Voorkeursvolgorde van het waterschap is als volgt: • Het graven van oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verhardingstoename • Het graven van oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied • Het graven van oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of eventueel een alternatief
2.3 Gemeente Hoeksche Waard Gemeente Strijen (tegenwoordig deel van gemeente Hoeksche Waard) heeft samen met het waterschap het gemeentelijk waterplan opgesteld. Hierin geven ze de ambitie om tot een duurzaam watersysteem te komen dat veilig, schoon en aantrekkelijk is.
Onze referentie: D10011551:69 - Datum: 6 augustus 2020
2 van 7
3. Huidige situatie 3.1 Algemeen Het plangebied bevat de kruising van de N487 en de A29 bij afslag 22 Numansdorp (Figuur 1). Het gebied bestaat uit wegen, landbouwgrond en wegsloten. De omgeving rondom het plangebied wordt gekenmerkt door landbouwgebied.
Afslag nr. 22
A29
Afslag nr. 22
Figuur 1: Locatie van het plangebied rotonde N487 A29 ter plaatse van afslag nr. 22 te Numansdorp. Het plangebied is rood omlijnd. De A29 is aangegeven met geel, de N487 met groen.
3.2 Verhard oppervlak In de huidige situatie is binnen het plangebied 2.222 m2 verharding aanwezig, dit is inclusief redresseerstrook.
3.3 Hoogteligging In het plangebied variëren de maaiveldhoogten volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3) tussen de NAP -2 m en +7 m (Figuur 2). De wegen (tussen de NAP +3 m en +7 m) liggen hoger dan de aanliggende percelen (tussen de NAP 0 m en +3 m) en de wegsloten (NAP 0 m tot -2 m).
Onze referentie: D10011551:69 - Datum: 6 augustus 2020
3 van 7
Figuur 2: Hoogtekaart plangebied (www.ahn.nl; 29-06-2020).
3.4 Bodem en infiltratie De bodem van het plangebied bestaat uit kalkrijke poldervaaggronden, wat gekenmerkt wordt door lichte zavel. Uit boringen net buiten het plangebied (B43E0543 en B43E0546) kan worden afgeleid dat de ondiepe ondergrond tot 3,0 meter onder maaiveld bestaat uit (ziltig of zandig) klei en zand. Uit beide boringen blijkt dat de eerste 80 cm uit klei bestaat. Water infiltreert slecht in klei. Onder de kleilagen is er zand aanwezig, wat een goede infiltratiecapaciteit heeft. Dit wordt onderbouwd door de gegevens van BRO GeoTOP (Figuur 3).
Figuur 3: Verticale doorsnede BRO GeoTOP v1.4. Het plan is rood omlijnd. Grijs is antropogeen, bruin is veen, groen is klei, geelgroen kleiig zand en geel is fijn zand. (www.dinoloket.nl; 2-7-2020)
3.5 Grondwater De fundering van de weg komt niet in aanraking met grondwater, doordat de weg verhoogd is aangelegd. In de huidige situatie is er geen significant effect op het grondwater. Het gebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied
3.6 Oppervlaktewater In het plangebied zijn er ten noordwesten en zuidwesten wegsloten aanwezig (Figuur 4). Binnen het plangebied is dit 410 m2. De wegsloten staan in verbinding met de hoofdwatergang ten noorden van het plangebied.
Onze referentie: D10011551:69 - Datum: 6 augustus 2020
4 van 7
Er zijn geen waterkeringen in het plangebied aanwezig.
Figuur 4: Oppervlaktewater in het plangebied (Legger Waterschap Hollandse Delta; 30-06-2020).
3.7 Hemelwater Het afstromend wegwater wordt voornamelijk via de berm afgevoerd. Uitzondering hierop zijn de kolken aan de westzijde die het water naar de wegsloten afvoeren.
3.8 Vuilwater Er zijn geen vuilwatervoorzieningen aanwezig binnen het plangebied.
3.9 Waterkwaliteit Over de Provinciale weg rijdt voornamelijk autoverkeer, waardoor de oppervlaktewatervervuiling naar verwachting beperkt is. Om die reden heeft het Waterschap Hollandse Delta in het stakeholdersgesprek van 18 mei akkoord gegeven (20018_Rotonde_N487_A29_Stakeholdergesprek WSHD 1) om het water rechtstreeks naar het oppervlaktewater af te voeren.
Onze referentie: D10011551:69 - Datum: 6 augustus 2020
5 van 7
4. Toekomstige situatie 4.1 Algemeen De initiatiefnemer is voornemens het kruispunt N487 A29 in te richten als een eenstrooksrotonde. Figuur 5 geeft de plansituatie weer. Verhard oppervlak In de toekomstige situatie neemt de verharding af, van 2.222 m2 in de bestaande situatie naar 2.116 m2 (dit is ook inclusief de redresseerstrook) in de nieuwe situatie. Er hoeft niet gecompenseerd te worden voor een toename aan verharding. Watercompensatie Op twee locaties worden wegsloten deels gedempt. In totaal wordt 80 m2 (gemeten van insteek sloot tot insteek sloot) van de bestaande watergangen gedempt. Deze oppervlakken moeten volgens de Keur worden gecompenseerd.
Figuur 5: Nieuwe situatie plangebied: een eenstrooksrotonde. Grijs is verhard oppervlak, groen onverhard oppervlak. Donkerblauw is het te graven water, lichtblauw is water wat behouden wordt en rood is water wat gedempt gaat worden.
4.2 Bergingsopgave en de inpassing binnen het plan Voor dit project is de wateropgave beperkt tot het compenseren van 80 m² watergang. Om invulling te geven aan de opgave wordt de noordelijke watergang met 1,6 m verbreed. In Figuur 5 is de inpassing van dit nieuwe oppervlaktewater met donkerblauw aangegeven. Het nieuwe wateroppervlak zal 414 m2 worden, wat ten opzichte van de huidige situatie een toename van 4 m2 betreft.
4.3 Waterkwaliteit In de toekomstige situatie verandert het weggebruik niet, de oppervlaktevervuiling zal ongeveer gelijk blijven aan die van de huidige situatie. Het waterschap heeft toestemming gegeven dat dat het afstromend wegwater rechtstreeks mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater.
4.4 Beheer en onderhoud Voor het beheer en onderhoud van de wegsloten dient er rekening gehouden te worden met een onderhoudsstrook. De verontreinigingen van de weg stromen af en bezinken deels waardoor deze in de bodem
Onze referentie: D10011551:69 - Datum: 6 augustus 2020
6 van 7
worden vastgelegd. Wij adviseren om de wegsloten periodiek te baggeren om opbouw van de vervuiling te voorkomen.
Onze referentie: D10011551:69 - Datum: 6 augustus 2020
7 van 7
bestemmingsplan BP Rotonde A29-N487 (ontwerp)
Bijlage 5 Historisch bodemonderzoek
83
ONDERWERP
PROJECTNUMMER
Historisch onderzoek toekomstige rotonde N874/A29 te Numansdorp
D08021.000030
DATUM
D10006119:15
ONZE REFERENTIE
9 maart 2020 VAN
Koen Hoogzaad AAN
Jason van den Assem KOPIE AAN
Bram Gerards (Arcadis)
Inleiding In opdracht van de Provincie Zuid-Holland heeft Arcadis Nederland B.V. een historisch vooronderzoek bodem verricht ter plaatse van de voorgenomen aanleg van een rotonde op de afrit A29/N487 te Numansdorp. De locatie is gelegen aan de westzijde van de A29 bij afrit 22 richting Numansdorp en bestaat uit de bestaande provinciale weg en enkele weilandpercelen. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1 Regionale ligging onderzoekslocatie
Arcadis Nederland B.V., La Guardiaweg 36-66, 1043 DJ Amsterdam
T +31 (0)88 4261 261
Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504
www.arcadis.com
Aanleiding en doel Het vooronderzoek is uitgevoerd ten behoeve van het bepalen van verdachte locaties voor het voorgenomen bodemonderzoek, in verband met: • Aankoop en overdracht van grond; • De voorgenomen bestemmingsplanwijziging; • Demping van sloten; • Civieltechnische werkzaamheden; • Indicatieve bepaling hergebruiksmogelijkheden vrijkomende grond, baggerspecie en funderingsmateriaal.
Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek) en de NEN 5717 (Bodem- Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Hierbij zijn o.a. de in het verleden op de locatie uitgevoerde activiteiten en de resultaten van in het verleden (in de omgeving) uitgevoerde bodemonderzoeken geïnventariseerd. Een samenvatting van de resultaten van dit vooronderzoek is weergegeven in onderstaande tekst. Geraadpleegde bronnen: • Terreinverkenning voorafgaand of in combinatie met het veldwerk; • de opdrachtgever; • de website www.bodemloket.nl; • de website www.topotijdreis.nl; • de website https://report.dotkadata.com/#!search; • de website http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken; • de website https://globespotter.cyclomedia.com de website https://streetsmart.cyclomedia.com • informatie van de gemeente, provincie en/of de omgevingsdienst (archieven bodem, milieuvergunningen etc.); • bodemarchief omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (https://ozhz.omgevingsrapportage.nl/); • de website http://pdokviewer.pdok.nl/ http://www.pdokviewer.pdok.nl/; • de gegevens uit het DINO loket (www.dinoloket.nl). Leidend in het vooronderzoek is de aanleiding.
De aanleiding van dit verkennend bodemonderzoek sluit aan bij één of meerdere aanleidingen die de onderzoeksprotocollen NEN 5725 en NEN 5717 voorschrijven. Het vooronderzoek is uitgevoerd met als aanleiding: “Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”
Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen op de N487, naast de A29 bij afrit Numansdorp en heeft een omvang van circa 7.500 m2. Hiervan bestaat circa 3.300 m2 uit bestaand asfalt, waarvan 800 m2 uit een brug, waar geen bodem onder aanwezig is.
Kadastrale gegevens De onderzoekslocatie bestaat uit meerdere kadastrale percelen. In figuur zijn de verschillende percelen weergegeven.
Onze referentie: D10006119:15 - Datum: 9 maart 2020
2 van 9
Figuur 2 Overzicht kadastrale gegevens De kadastrale gegevens zijn per perceel samengevat in tabel 1 Tabel 1 Overzicht kadastrale percelen
Gemeente
Onderzocht oppervlakte (m2)
Sectie
Perceelnummer
Numansdorp
E
724
9.045
2.620
Numansdorp
E
595
4.629
96
Numansdorp
E
723
960
960
Numansdorp
E
515
2.900
1.451
Numansdorp
E
680
155.925
1.000
Numansdorp
E
740
473.990
137
Numansdorp
E
132
48.310
420
Numansdorp
E
514
805
805
Onze referentie: D10006119:15 - Datum: 9 maart 2020
Eigenaar
Oppervlakte (m2)
3 van 9
Bodemopbouw en geohydrologie In tabel 2 is de globale bodemopbouw weergegeven, op basis van de gegevens uit Dinoloket en eerdere onderzoeken. Tabel 2 Schematisering regionale bodemopbouw
Diepte (t.o.v. mv)
Samenstelling
Geologische formaties
0 – 0,5
Zand, zeer fijn tot zeer grof; klei, siltig tot zandig, humeus; huisafval; puin
Antropogene afzettingen
0,5 - 4,0
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren
4,0 - 5,5
Veen, lokaal kleiig
Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
5,5 - 11
Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer
11 - 14,5
Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; klei, siltig tot zandig, humeus; veen, kleiig
Formatie van Boxtel, laagpakketten van Wierden, Singraven en Kootwijk
14,5 - 24
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus
Formatie van Kreftenheye en Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen
> 24
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus; veen, lokaal kleiig
Formatie van Peize en Formatie van Waalre
Het grondwater op de locatie bevindt zich naar verwachting op circa 0,5 m -mv. De onderzoekslocatie is deels gelegen op een dijklichaam welke circa 3,5 meter hoger ligt dan de omgeving. De stroming van het grondwater wordt beïnvloed door de aanwezigheid van sloten en drainage. De locatie ligt niet in een grondwater- of bodembeschermingsgebied.
Huidig en voormalig gebruik Huidig gebruik De locatie bestaat deels uit een provinciale weg (N487) op een dijklichaam ten behoeve van een bestaande afrit op de snelweg A29. Een deel van de weg is gelegen op een brug over de A29 waaronder geen bodem aanwezig is. De overige terreindelen bestaan uit wegbermen, het talud van het dijklichaam en delen van de omliggende weilanden. Tussen het talud van de dijk en de omliggende weilanden zijn watergangen aanwezig. Over de samenstelling van het dijklichaam en de aanwezigheid en kwaliteit van de fundering onder de weg zijn geen gegevens bekend. Voormalig gebruik Voor het vooronderzoek zijn diverse historische kaarten, luchtfoto’s en het historisch bodembestand geraadpleegd. Uit deze gegevens blijkt het volgende: • De onderzoekslocatie is gelegen in een polder (Polder Groot-Cromstrijen). Niet bekend is wanneer deze polder is ingepolderd; • Op topografische kaarten van 1815 is de ingepolderde situatie al weergegeven; • Ter hoogte van de huidige provinciale weg is sinds dezelfde periode al een weg aanwezig;
Onze referentie: D10006119:15 - Datum: 9 maart 2020
4 van 9
• • • • •
De openstelling van de naastgelegen Rijksweg (A)29 heeft plaatsgevonden in de periode tussen 1965 en 1969; Rond deze periode is ook de N487 opgewaardeerd en is een talud aangelegd voor de omlegging van de weg; Het is niet bekend waar het talud uit opgebouwd is; Onduidelijk is of voor de aanleg van de weg een fundering is aangelegd, en wat de kwaliteit van deze fundering is. In het gebied is in het verleden landbouw bedreven. Onduidelijk is of hier bestrijdingsmiddelen bij toegepast zijn.
Verwachting ten aanzien van bodemkwaliteit Uitgevoerde bodemonderzoeken In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze zijn weergegeven in figuur 3.
Figuur 3 Overzicht eerder onderzochte locaties
Onze referentie: D10006119:15 - Datum: 9 maart 2020
5 van 9
In tabel 3 is een overzicht van de onderzoeken weergegeven. Tabel 3 Overzicht bekende bodemonderzoeken
Locatie
Uitgevoerd onderzoek
Kenmerk en datum
Hoek A-29 / Groene Kruisweg Numansdorp
Verkennend bodemonderzoek
Tjaden, kenmerk M 01.1103/RH, d.d. 25-6-2001
Middelsluissedijk WZ. naast 42 Numansdorp
Verkennend bodemonderzoek
Hoste Milieutechniek BV, kenmerk U18-0296, d.d. 6-4-2018
Middelsluissedijk WZ 42 Numansdorp
Verkennend bodemonderzoek
Grond-, gewas- en milieulaboratorium Zeeuws Vlaanderen, d.d. 4-5-1994
Uit de resultaten van de onderzoeken blijkt het volgende: • De onderzoeken zijn allen uitgevoerd op ruime afstand van de huidige onderzoekslocatie; • In de bovengrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel gemeten; • In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond; • In het grondwater worden licht verhoogde concentraties aan zware metalen en vluchtige aromaten aangetroffen. • Er is geen onderzoek naar asbest of PFAS gedaan.
Waterbodem Op basis van de bekende gegevens blijkt dat vooralsnog geen aanleiding is om beïnvloeding van puntbronnen of ongewone voorvallen te verwachten. De watergang is echter wel gelegen aan wegen met een hoge verkeersintensiteit waardoor diffuse belasting van de weg niet valt uit te sluiten. Onderdeel van het vooronderzoek is een locatie inspectie. Daar deze nog niet is uitgevoerd dient de aanwezigheid van eventuele beschoeiingen nader bepaald te worden. Op basis van luchtfoto's lijkt hier vooralsnog geen sprake van.
Bodemkwaliteitskaart De Omgevingsdienst Zuid Holland Zuid is in het bezit van een bodemkwaltieitskaart (http://www.geosolutions.nl/sites/ozhz/) (geactualiseerde kaart van 19 januari 2015) inclusief bodembeheernota (1-7-2010). De locatie is gelegen op de grens van twee bodemkwaliteitszones. Het westelijke deel is gelegen in een zone met de gemiddelde ontgravingskwaliteit ‘Landbouw/Natuur’. Het oostelijke deel is gelegen in een niet gezoneerde zone als gevolg van de Rijksweg A29. Voor wegbermen van regionale wegen geldt geen aparte bodemkwaliteitszone. Conform gebiedsspecifiek beleid mag grond met kwaliteitsklasse ‘Industrie’ worden toegepast in wegbermen buiten bebouwd gebied. De wegbermen worden gedefinieerd als een strook grond van maximaal 10 meter vanaf de rand van de weg, tenzij de berm eerder wordt onderbroken door een sloot, danwel een aangrenzend perceel. Voor wegbermen langs dijkwegen geldt voor beide zijden buiten het wegdek een strook van maximaal 2 meter. De kwaliteit van de te ontgraven grond van een wegberm moet worden geverifieerd door middel van een verkennend bodemonderzoek. Overigens valt PFAS niet binnen de Nota Bodembeheer. Hiervoor is door de Omgevingsdienst apart beleid voor grondverzet geformuleerd.
Asbest Op basis van historische gegevens is in eerdere onderzoeken in de omgeving geen puin aangetroffen en is geen aanleiding om demping van sloten op de locatie te verwachten. Wel is in de jaren ’60 een talud aangelegd voor
Onze referentie: D10006119:15 - Datum: 9 maart 2020
6 van 9
een brug over de nieuw aangelegde Rijksweg A29. Van de opbouw van dit talud zijn geen gegevens bekend. Daarnaast is onbekend, maar wel te verwachten, dat onder de provinciale weg een vorm van puinfundering aanwezig is, waarvan de kwaliteit en de aanwezigheid van asbest onbekend is. Omdat de fundering onder de weg van onbekende herkomst is, dient de fundering als verdacht op asbest te worden beschouwd. Vooralsnog is, mits geen bijmengingen met puin worden aangetroffen, de onderliggende en omliggende grond onverdacht is op asbest.
PFAS De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid heeft gebiedsspecifiek beleid voor PFAS opgesteld. (Herziene handreiking toepassing PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid, Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, kenmerk Z-18-330610, d.d. 13-6-2018). Binnen het beleid is het beheergebied van de Omgevingsdienst opgedeeld in 4 zones. (Zone 0, 1, 2 en 3). De onderzoekslocatie bevindt zich in zone 0. Binnen deze zone is geen sprake van beïnvloeding van de bodem als gevolg van de atmosferische depositie van Chemours in Dordrecht. Ten behoeve van een omgevingsvergunning is dan ook geen onderzoeksplicht naar PFOA en PFOS in de bodem. Wel is onderzoek naar PFOA en PFOS noodzakelijk wanneer sprake is van grondverzet. Voor toepassing van PFOA-houdende grond zijn twee zones gedefiniëerd. (Zone A en Zone B). De onderzoekslocatie bevindt zich in zone A. In deze zone mag grond met PFOA gehalten tussen 0 en 2,5 µg/kg worden toegepast. In de handreiking geldt een vrijstelling voor grond die vrijkomt onder minimaal 40 jaar oude verharding mits deze grond wordt toegepast in zone B uit de handreiking. Zone B betreft het gebied binnen het beheergebied van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid wat in meer of mindere mate beïnvloed kan zijn door atmosferische depositie van de fabriek van Chemours.
De Rijksoverheid heeft in november het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie van 29 november 2019) gepubliceerd. Momenteel geldt voor het beheergebied van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid nog het gebiedsspecifieke beleid. Wel dient grond, welke wordt afgevoerd en niet hergebruikt wordt binnen het beheergebied, te worden geanalyseerd op PFAS en getoetst aan de normen uit het Tijdelijk handelingskader. Voor de analyse op PFAS wordt het analysepakket uit het Tijdelijk handelingskader (28 parameters) gehanteerd. Voor waterbodem geldt dat wanneer een watergang in landelijk gebied in het kader van het besluit bodemkwaliteit zonder onderzoek kan worden uitgebaggerd en kan worden verspreid op aangrenzend perceel, geen onderzoek op PFOA en PFOS noodzakelijk is. Voor de huidige watergangen geldt echter dat de baggerspecie niet zonder meer zonder onderzoek op aangrenzend perceel kan worden verspreidt. Derhavle dent de waterbodem onderzocht te worden op PFAS.
Conclusies vooronderzoek Algemeen Uit de resultaten van het vooronderzoek blijkt: • Dat er geen concrete aanwijzingen zijn er dat bodembedreigende activiteiten op de locatie hebben plaatsgevonden. Op basis van de bekende gegevens is er geen aanleiding is om beïnvloeding van puntbronnen of ongewone voorvallen te verwachten. • Dat er geen eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op de betreffende locaties zijn uitgevoerd. Er is geen onderzoek gedaan naar asbest en PFAS in de bodem. • Dat de locatie is eind jaren ’60 opgehoogd ten behoeve van de aanleg van een talud. Of voor de aanleg van het talud gebiedseigen grond is toegepast, of dat sprake is van bodemvreemd materiaal in het talud is niet bekend. • Daarnaast is onbekend of onder de huidige weg een (puin)fundering aanwezig is, en zo ja, wat hier de kwaliteit van is en of er asbest in aanwezig is.
Specifiek
Onze referentie: D10006119:15 - Datum: 9 maart 2020
7 van 9
Ten behoeve van hergebruik van vrijkomende grond is conform de bodembeheernota en de handreiking voor toepassing van PFOA houdende grond een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 noodzakelijk. Voor het toepassen van de bermgrond dient voor het onderzoek de strategie voor een heterogeen verdachte locatie (VED-HE) gehanteerd te worden. Op basis van historisch gebruik is geen aanleiding om de locatie voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek als verdacht te beschouwen op asbest. Op de aan te kopen percelen zijn geen bodembedreigende activiteiten bekend en zijn geen aanwijzigingen om asbest in de grond van de percelen te verwachten. Omdat geen grondverzet, waarbij grond vrijkomt op de percelen plaats zal vinden, wordt onderzoek naar PFAS ook niet noodzakelijk geacht. Wel worden de aan te kopen percelen als aparte deellocaties behandeld. Omdat de aanwezigheid en herkomst van de fundering onder de weg niet bekend is, dient de fundering als asbestverdacht te worden beschouwd. Om de hergebruiksmogelijkheden van de fundering te bepalen zullen tevens indicatief de samenstelling en het uitlooggedrag van de fundering worden bepaald. Het asfalt is aangelegd voor 1994 en is verdacht op aanwezigheid van teer. Asfalt valt echter buiten de scope van het onderzoek en wordt derhalve niet meegenomen in deze onderzoeksopzet.
De waterbodem is niet verdacht op invloeden van puntbronnen of ongewone voorvallen. Wel kunnen de watergangen diffuus beïnvloed zijn door intensief wegverkeer. Voor de watergangen geldt de strategie voor lijnvormig water met een normale onderzoeksinspanning. In onderstaande tabel 4 is per deellocatie aangegeven wat de conclusies zijn en waar de aandachtsgebieden liggen.
Deellocatie
Verdacht op
Verdachte stoffen
Afvoer grond te verwachten
Bermen provinciale weg
Diffuse belasting van de toplaag vanuit het wegverkeer.
Zware Ja, afvoer grond metalen, PAK, tot buiten minerale olie, plangebied PCB
Te onderzoeken op
Strategie
Verdachte stoffen (standaard NEN) inclusief PFAS
NEN 5740 VED-HE inclusief onderzoek naar toplaag
Aankoopperceel Onverdacht noord (buiten wegbermen)
Nee
Verdachte stoffen (standaard NEN)
NEN 5740 ONV
Diffuse belasting Aankoopperceel van de toplaag door OCB’s zuid bestrijdingsmiddelen
Nee
Standaard NEN inclusief OCB’s
NEN 5740 VED-HE
Teerhoudendheid asfalt vanwege Asfaltverharding ouderdom asfalt < 1994
Valt buiten de scope van het onderzoek
-
-
PAK
Fundering
Verdacht op asbest en homogene verontreiniging, mogelijke uitloging naar de onderliggende bodem
Zware Afhankelijk van metalen, PAK, resultaat minerale olie, onderzoek asbest
Watergang
Diffuse belasting van de toplaag vanuit het wegverkeer.
Zware Uitkomende slib metalen, PAK, wordt op de kant Verdachte stoffen minerale olie, gezet. Watergang inclusief PFAS PCB wordt gedempt
Onze referentie: D10006119:15 - Datum: 9 maart 2020
Verdachte stoffen NEN 5897 (NEN) inclusief asbest Kleinschalig en indicatief Indicatief samenstellingswaarde samenstelling en en uitloging uitloging
NEN 5720 lijnvormig
8 van 9
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK Hypothese en onderzoeksopzet In de voorgaande paragraaf zijn de resultaten van het vooronderzoek samengevat. Op basis van deze resultaten is de onderzoekshypothese en de bijbehorende onderzoeksstrategie geformuleerd. In de NEN 5740+A1 zijn, afhankelijk van de onderzoeksstrategie, richtlijnen gegeven voor de aantallen te verrichten boringen en te analyseren grond‐ en grondwatermonsters als functie van de oppervlakte van de te onderzoeken locatie.In tabel 5 is de onderzoeksopzet samengevat. Indien er puin wordt gevonden in de grond, moet onderstaande strategie worden aangevuld met asbestonderzoek. Daar is vooralsnog geen rekening mee gehouden. Tabel 54 Samenvatting onderzoeksopzet
Oppervlak (m2)
Aantal boringen (diepte in m -mv)
Aantal analyses*
Bermen provinciale NEN 5740 VED-HE(1) weg
3.950
12 x 0,5 m 2x2m 1 x peilbuis
6 x STP GR 4 x PFAS 1 x STP GW + PFAS
Aankoopperceel noord
NEN 5740 ONV-NL(2)
96
2 x 0,5 m 1 x peilbuis
2 x STP GR 1 x STP GW
Aankoopperceel zuid
NEN 5740 VED-HE
137
3 x 0,5 m 1 x 2,0 m 1 x peilbuis
3 x STP GR 2 x OCB 1 x STP GW
Fundering
NEN 5897 Kleinschalig(3) Indicatief samenstelling en uitloging
2.500
13 asbestgaten tot 0,5 meter in of langs verharding
3 x asbest in puin
Watergang
NEN 5720 lintvormig(4)
130 m 100 m
20 slibsteken (10 per 4 x STP waterbodem watergang) tot 0,5 m variant A + PFAS in sediment
Deellocatie
Strategie*
*: Toelichting zie §3.3 (1): Strategie voor diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (2):Strategie voor onverdachte niet-lijnvormige locatie (3): Strategie voor kleinschalige afgedekte funderingslaag (4): Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning
Onze referentie: D10006119:15 - Datum: 9 maart 2020
9 van 9
bestemmingsplan BP Rotonde A29-N487 (ontwerp)
Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek
93
VERKENNEND BODEMONDERZOEK N487 A29 in Numansdorp
ORTAGEO Noordoost B.V.
ORTAGEO Zuidoost B.V.
ORTAGEO West B.V.
ORTAGEO Asbest B.V.
TITELBLAD
Opdrachtgever:
ARCADIS Nederland BV Postbus 4205 3006 AE Rotterdam
Rapportnummer:
212583/R01
Status rapport:
Definitief
Datum:
6 juli 2020
Projectomschrijving:
Verkennend bodemonderzoek N487 A29 in Numansdorp
Rapport opgesteld door:
Ortageo West B.V. Laurens Janszn. Costerstraat 13e 3261 LH Oud-Beijerland Tel: +31 186 74 54 20 E-mail: info@ortageo.nl
STD_R012_v014_20180420
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Algemene gegevens................................................................................................................................. 2 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 3 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 4 Gebiedsspecifiek toetsingskader .............................................................................................................. 5 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 6 Hypothese ................................................................................................................................................
6 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 6 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 7 Uitvoering ................................................................................................................................................. 7 Resultaten ................................................................................................................................................ 8 Laboratoriumonderzoek ................................................................................................................................. 9 Analyseprogramma .................................................................................................................................. 9 Analyseresultaten ................................................................................................................................... 10 5.2.1 Grond ................................................................................................................................................. 10 5.2.2 Waterbodem .......................................................................................................................................
11 5.2.3 Grondwater......................................................................................................................................... 12 Toetsing aan de hypothese .................................................................................................................... 13 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek .................................................................................... 13 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 14
Bijlagen: 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7)
Regionale ligging onderzoekslocatie Situatietekening met onderzoekspunten Bodemprofielbeschrijvingen Analysecertificaten Overschrijdingstabellen Historisch vooronderzoek Arcadis Foto’s onderzoekslocatie
Appendix Kader en verantwoording
212583/R01
1
INLEIDING
In opdracht van ARCADIS Nederland BV is door Ortageo West B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie N487 A29 in Numansdorp. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen reconstructie van de locatie. Het doel van het onderzoek is: • beoordelen of er op basis van de actuele bodemkwaliteit sprake is van belemmeringen voor de uit te voeren werkzaamheden, al dan niet door een geval van ernstige bodemverontreiniging (toetsing Wet bodembescherming); • verkrijgen van gegevens voor het ontwerp: o bepalen indicatieve hergebruiksmogelijkheden van de grond (toetsing Besluit bodemkwaliteit); o vaststellen voorlopige veiligheidsklassen (toetsing CROW-publicatie 400); o bepalen indicatieve hergebruiksmogelijkheden eventueel aanwezig halfverharding en/of fundatiemateriaal (toetsing Besluit bodemkwaliteit, toepassing als niet-vormgegeven bouwstof); In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6). In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.