Onderzoek Wet natuurbescherming en NNN
Tekst van het document
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas Toetsing Wet natuurbescherming en NNN
projectnummer 468337 definitief revisie 01 30 september 2021
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
3 5 5
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
6
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Belangrijke weidevogelgebieden Bijzonder Provinciaal landschap Midden Delfland Bescherming van houtopstanden
6 6 7 7 7 8 8 9
3
Methodiek
10
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
10 10 11 11
4
Resultaten
12
4.1 4.2 4.2.1 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek – ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Bescherming van houtopstanden Beschermde gebieden
12 15 15 16 19 19 20
5
Toetsing
22
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4
Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden
22 22 22 25 26 26 26 26
6
Bronnen
27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Bijlage 1: Wettelijk kader - Wet natuurbescherming
Globale ligging van het plangebied (rood omrand) ten opzichte van Westmaas. (Bron: Globespotter, 2017).
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Conclusies en advies Van Iperen B.V. is voornemens om uit te breiden. De uitbreiding vindt deels plaats op 3 aangrenzende percelen. Aangezien de beoogde functionaliteit van de aangekochte percelen strijdig is met het vigerend bestemmingsplan, wordt voor dit totaalgebied een nieuwbestemmingsplan opgesteld. Daarom is er inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van deze Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn. Conclusies: Beschermde gebieden Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied kunnen effecten als gevolg van stikstofdepositie niet worden uitgesloten. Om deze effecten te kunnen bepalen, is reeds een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd dat als separate rapportage een onderdeel en bijlage vormt van het bestemmingsplan. Er is geen NNN aanwezig in het plangebied. Het dichtstbijzijnde NNN gebied ligt circa 1 kilometer ten westen van het plangebied. Provincie Zuid-Holland heeft echter geen externe werking aangewezen voor NNN. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing (zie tabel 1). Tabel 1.
Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000
NNN
Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Ja
Nee
Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Onduidelijk Stikstofberekening
Nee Nee
Ja
Ja
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoeken en nader soortenonderzoeken is gebleken dat het leefgebied van de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn in het plangebied: -
Algemene broedvogels; Huismus.
In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het beoogde plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort
Algemene broedvogels
Huismus
Essentieel leefgebied in projectgebied? Mogelijk, tijdens het broedseizoen.
Ja
Nader onderzoek nodig?
Is er sprake van een overtreding?
Ontheffing noodzakelijk
Is het plan uitvoerbaa r?
Nee
Nee, mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt of maatregelen worden genomen om overtreding te voorkomen.
Nee
Ja
Werken buiten het broedseizoen.
Nee. Compenserende maatregelen zijn goedgekeurd bij ontheffing als bedoeld in artikel 3.3, 1e lid Wnb
Reeds verleend (bij besluit d.d. 7 juni 2021, kenmerk 00080933 door Omgevingsdienst Haaglanden)
ja.
Na uitvoering van de werkzaamheden dient bij de herinrichting een nieuw functioneel leefgebied , een huismussenhotel en nestekasten te worden aangebracht ten gunste van de huismus.
Reeds uitgevoerd
Vervolg-stappen
Conclusie Bescherming van houtopstanden In het plangebied zijn bomen aanwezig. Er worden 2 bomen gerooid in het plangebied. De Wnb is enkel van toepassing op houtopstanden groter dan 1.000 m2 en bomenrijen van meer dan 20 bomen. Omdat het minder bomen betreft, is er geen sprake van overtreding van de Wnb betreft de Bescherming van de houtopstanden. Er dient wel rekening te worden gehouden met de APV.
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
1
Inleiding Van Iperen B.V. is voornemens om uit te breiden en staat daarbij diverse toekomstige ontwikkelingen voor ogen. Om de voorgenomen bedrijfsvoering mogelijk te maken, heeft Van Iperen 3 percelen gekocht. Dit betreffen de percelen, kadastraal bekend WMS01-D-390, WMS01D-392 (gedeeltelijk) en WMS01—D-579. Deze 3 verworven percelen worden bij het bestaand bedrijfsterrein van Van Iperen betrokken. In het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Binnenmaas' hebben deze percelen de bestemming 'Agrarisch met waarden' en 'Detailhandel'. Van Iperen wil een gedeelte van perceel 579 verharden voor parkeer- en opslaggelegenheid voor niet ADR-geclassificeerde goederen en voertuigen. De toegang naar dat perceel wordt gerealiseerd via perceel 392 dat hiervoor wordt verhard. Dit perceel is niet meegenomen in de eerder in 2018 reeds uitgevoerde natuurtoets. Hierom heeft daarom aanvullend onderzoek plaatsgevonden in april 2021. Binnen het perceel 390 (voormalig Blijdorp) en de bestaande percelen 388 en 468 wil men na sloop van de aldaar aanwezige opstallen een nieuw opslagmagazijn realiseren; zie Figuur 1.1. In 2018 is daartoe reeds een Natuurtoets uitgevoerd voor een groot deel van deze planontwikkeling (Antea Group 2018, Natuurtoets Wnb Westmaas rev.00).
Tevens heeft naar aanleiding van de bevindingen uit deze natuurtoets aanvullend soortenonderzoek plaatsgevonden uitgevoerd (Antea Group, mei 2020, Nader onderzoek Van Iperen Westmaas, rev.01). Hieruit is naar voren gekomen dat een deel van het plangebied gebruikt wordt door huismus (ter plaatse van de opstallen gelegen op het voormalig perceel van Blijdorp). Hiervoor is in 2020 een aanvraag om een ontheffing in het kader van de Wnb ingediend bij de provincie Zuid-Holland (Antea Group april 2020, Activiteitenplan uitbreiding terrein Van Iperen rev.00). welke nadien vanaf december 2020 t/m april 2021 is voorzien van aanvullende gegevens/informatie. De ontheffing is op 7 juni 2021 door de Omgevingsdienst Haaglanden als uitvoerende – vergunningverlenende instantie namens de provincie verleend bij besluit met het kenmerk ODH-20212- 00080933. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties.
Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In 2018 is een natuurtoets uitgevoerd (Antea Group 2018, Natuurtoets Wnb Westmaas rev.00). In april 2021 is een extra terreinbezoek uitgevoerd voor het in 2018 niet meegenomen perceel t.b.v. de destijds uitgewerkte natuurtoets . In deze actualiserende rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets en het aanvullend terreinbezoek beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven met daarbij het bestaande bedrijventerrein en de gekochte percelen, kadastraal bekend D-579 en D-390. In Figuur 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven met het aangekocht perceel WMS01-D-392 (gedeeltelijk) als uitbreiding aan de noordkant.
Blad 1 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Figuur 1.1. Begrenzing van het plangebied ; bedrijventerrein (paars), beoogd parkeer-/opslagterrein en in te richten leefgebied voor de huismus (groen) en perceel voormalig Blijdorp (rood).
Figuur 1.2. Begrenzing van het plangebied in rood met uitbreiding aan de noordkant rood gearceerd.
Blad 2 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
1.1
Planvoornemen Van Iperen B.V. is voornemens om uit te breiden. De uitbreiding vindt plaats op diverse percelen grenzend aan het bestaand bedrijventerrein van Van Iperen. Van Iperen wil een gedeelte van perceel 579 verharden voor parkeer- en opslaggelegenheid voor niet ADR-geclassificeerde goederen en voertuigen. De toegang naar dat perceel wordt gerealiseerd via perceel 392 dat hiervoor wordt verhard. Dit perceel is niet meegenomen in de eerder in 2018 uitgevoerde natuurtoets. Binnen het perceel 390 (voormalig Blijdorp) en de bestaande percelen 388 en 468 wil men na sloop van de aldaar aanwezige opstallen een nieuw opslagmagazijn realiseren. Ten behoeve van de uitbreiding worden allereerst het te realiseren leefgebied ten behoeve van de huismus als compenserende maatregel in het kader van de verleende ontheffing in het kader van de Wnb aangelegd. Vervolgens zullen de opstallen ter plaatse van het perceel van voormalig Blijdorp (kad. Bekend D 390) worden gesloopt. Ook een deel van de bestaande bedrijfshalen zullen nadien worden verwijderd. Tevens is aan de noordkant van het plangebied een stuk agrarisch perceel aangekocht dat bij het bestaand bedrijventerrein wordt betrokken en daartoe wordt verhard.
Hierdoor kan een betere interne verkeersroutering ontstaan waardoor de stroom personenauto’s gescheiden van de overige verkeersstromen het beoogde parkeerterrein kan bereiken en ontsluiting van die verkeersstroom via de Smidsweg geschiedt. De planning voor de uitvoering van deze werkzaamheden is voorzien half 2021 met als eerste start de aanleg van het te realiseren leefgebied ten behoeve van de huismus. In Figuur 1.3 is het ontwerp weergegeven zoals onderzocht in de natuurtoets en vervolgonderzoeken (2018 t/m 2020) waarin ook de te verwijderen bebouwing wordt weergegeven. In Figuur 1.4 wordt het huidige ontwerp weergegeven waarvoor de bestemmingsplan wordt doorlopen. Zoals blijkt uit deze informatie wordt voor de realisatie van het plan een deel van de landbouwsloten gedempt om een doorgang mogelijk te maken. Tevens worden de bosschages aan de oost- en zuidrand verwijderd. Nieuwe lijnvormige vegetatie zal worden aangeplant aan de nieuwe noordgrens van het plangebied welke aansluit op de noordoostelijk gelegen lijnvormige vegetatie. Tevens wordt ten zuidwesten nieuwe opgaande vegetatie geplant in het huidige grasland. Beoogd is om dit jaar (2021) het bestemmingsplan vast te stellen.
De aanleg van het compensatiegebied ten behoeve van de huismus start half 2021 omdat deze functionaliteit past binnen het bestaande bestemmingsplan, een Wabo-vergunning daarvoor niet noodzakelijk is en hiermee een gewenningsperiode in acht kan worden genomen om de bestaande, buiten gebruik zijnde opstallen op het voormalig perceel van Blijdorp buiten het broedseizoen van de huismus (september t/m februari) te kunnen slopen. De sloopvergunning hiervoor is al verleend en de ontheffing in het kader van de Wnb eveneens recent (begin juni).
Blad 3 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Figuur 1.3. Weergave plangebied met in het rood de te verwijderen bebouwing.
Figuur 1.4. Ontwerp inrichtingsplan 2021. Bron: Van Iperen B.V.
Blad 4 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
1.2
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen, worden onder andere de volgende vragen beantwoord: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.3
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; 1. Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het projectvoornemen; 2. Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; 3. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; 4. Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; 5. Hoofdstuk 5 toetst de activiteiten aan de natuurwetgeving en het NNN.
Blad 5 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving.
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in 3 categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste 2 categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.
Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van
Blad 6 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden (zie ook tabel E in de bijlage). Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb; zie ook bijlage 1, tabel C en D van dit rapport. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5 is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond, waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie (zie bijlage 1 voor een uitgebreide toelichting).
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden Natuurnetwerk Nederland, dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
2.3.2
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren, is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het éne naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur.
Blad 7 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe1. In de Omgevingsverordening van provincie Zuid-Holland (2019) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 2.5 en Artikel 6.24. Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Zuid-Holland voor de gebieden die aangewezen zijn als NNN is vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Zuid-Holland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden, die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden.
2.3.3
Belangrijke weidevogelgebieden De belangrijke weidevogelleefgebieden zijn verspreid over de provincie Zuid-Holland gelegen. Belangrijke weidevogelgebieden, gelegen buiten de NNN, zijn aangewezen vanwege de specifieke maatschappelijke verantwoordelijkheid voor deze karakteristieke en kwetsbare vogels die mede de kwaliteit van het Zuid-Hollandse (veen)weidelandschap bepalen (Omgevingsverordening Zuid-Holland 2019). Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingsverordening een significante fysieke aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden is het provinciale compensatiebeleid van toepassing zoals vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013).
2.3.4
Bijzonder Provinciaal landschap Midden Delfland De aanwijzing van het gebied Midden Delfland als Bijzonder Provinciaal Landschap is verleend op grond van artikel 1.12 lid 3 van de Wet natuurbescherming. Hierin staat het volgende opgenomen.
Art. 1.12 lid 3 Wnb. Gedeputeerde staten kunnen gebieden gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden, onderscheidenlijk bijzondere provinciale landschappen.
1 Naast de route van ‘de Nee tenzij-afweging’ kan er sprake zijn van twee andere routes, namelijk een
kleinschalige ontwikkeling of een NNN(EHS)-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.
Blad 8 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Voor dit gebied geldt geen juridisch beschermingskader; de provincie gaf aan dat de aanwijzing als bijzonder provinciaal landschap alleen een predicaat betrof en dat de streek zelf de landschappelijke waarden moest beschermen en in stand houden om het predicaat te behouden. Voor het aspect Bijzonder Provinciaal Landschap wordt beoordeeld wat de effecten zijn op de kernwaarden van het gebied. De kernwaarden en beoordelingscriteria voor het Provinciaal Landschap zijn afgeleid uit de publicatie “Omgangsvormen met een landschap van stand; Gebiedsbeschrijving Landschap Midden-Delfland” van de gemeente Midden-Delfland, Maart 2017.
2.3.5
Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden gelegen buiten de bebouwde kom Wnb met een oppervlakte van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of die bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden).
Blad 9 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit 2 onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het project; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel C en D in bijlage 1). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie Zuid-Holland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt met het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of in de periode 2013-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Daarnaast zijn indien relevant ook regionale bronnen en atlassen gebruikt. Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen.
Blad 10 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied ten opzichte van van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 03 september 2018 is vanaf circa 07:45 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group. Het terreinbezoek is uitgevoerd bij bewolkt weer met een temperatuur van circa 18 °C. Het plangebied is te voet belopen. Daarnaast is op donderdag 8 april 2021 een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group aan het gebied zoals weergegeven in Figuur 1.2, bij zwaar bewolkt weer met een temperatuur van 7°C. Tijdens het terreinbezoek is het rood gearceerde gebied belopen.
Bomen, nestkasten en de ten noordwesten gelegen boerderij zijn bekeken met een verrekijker.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van de verkennende terreinbezoeken kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 11 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen aan de westzijde van Westmaas (gemeente Hoeksche Waard) in de provincie Zuid-Holland. Plangebied D 579 bestaat uit akkerbouw en wordt aan de noordelijke kant begrenst door bebouwing, aan de oostelijke en zuidelijke kant door Van Iperen BV en de westelijke kant door de N488 Stougjesdijk. Het voormalig perceel Blijdorp bestaat voor circa de helft uit een parkeerplaats en het overige deel uit opstallen (huis met schuren) en weiland. Het terrein Van Iperen BV bestaat hoofdzakelijk uit opslagplaatsen, parkeerplaatsen en een hoofdkantoor. Vegetatie is hier nauwelijks tot niet aanwezig. Het plangebied wordt begrensd door een boerderij en landbouwgebied in het noorden, RAD Hoekschewaard in het oosten, de N489 (Smidsweg) en de Stougjesdijk in het westen. In Figuur 1.4 is een weergave van de planontwikkeling gegeven. Het beoogde perceel aan de noordzijde van het plangebied (rood gearceerd in Figuur 1.2.) betreft een agrarisch perceel dat momenteel in gebruik is als grasland. Ten noorden daarvan zijn agrarische percelen gelegen. Ten zuiden is het bedrijventerrein van Van Iperen B.V. gelegen. Het perceel wordt middels een bosschage met losse heesters en enkele bomen afgescheiden van het huidig bedrijventerrein. Het perceel betreft een (recent ingezaaid) grasland (monocultuur).
Langs de randen is een permanente (kort-gemaaide) grasstrook aanwezig welke meer kruidig van samenstelling is. In deze strook zijn veel hazenkeutels aangetroffen. Tijdens het terreinbezoek van 8 april 2021 zijn 2 buizerds cirkelend boven het plangebied en daarna wegvliegend waargenomen. In het ten noorden gelegen agrarisch perceel staat een geluidsinstallatie waaruit vogelverdrijvende geluiden klonken. Ondanks deze geluidsverstoring zijn in dat perceel een scholekster en kievit waargenomen. Tevens is een groep (hout)duiven foeragerend waargenomen. In het te onderzoeken agrarisch perceel zijn geen vogels waargenomen. In de bosschage ten oosten en ten zuiden van het perceel zijn kleine vogels, zoals pimpelmees en koolmees, waargenomen. Net achter de zuidwesthoek van het aan te kopen perceel is een huismussenhotel geplaatst. Dit betreft de mitigatie/compensatie maatregel vanuit het activiteitenplan van Antea Group van de huismussenbiotoop in de te slopen opstallen ter plaatse van het voormalig perceel van Blijdorp. Er zijn geen huismussen waargenomen tijdens het terreinbezoek. Ook zijn geen sporen aangetroffen die duiden op het in gebruik zijn van het huismussenhotel. Op het terrein van Van Iperen B.V. is een steenuilkast aanwezig aan een lichtmast. In de bomenrij ten oosten van het perceel zijn 2 rieten manden opgehangen door de opdrachtgever voor buizerd.
In het te ontwikkelen perceel zijn landbouwsloten aanwezig, welke als gevolg van het voornemen worden gedempt. Het water in de landbouwsloten was troebel en bevatte weinig/geen water- en of oevervegetatie. Langs de steile taluds van de landbouwsloten zijn holtes waargenomen. Deze zijn mogelijk in gebruik door woelmuis-soorten.
Blad 12 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied naar aanleiding van het terreinbezoek in 2018. In Figuur 4.2 is een impressie gegeven van het noordelijk aangekochte agrarisch perceel naar aanleiding van het terreinbezoek in 2021.
Figuur 4.1. Impressie van het plangebied van terreinbezoek september 2018. De bovenste twee afbeeldingen zijn van perceel Blijdorp, de onderste twee afbeeldingen zijn van perceel D 579 (gelegen tussen Stougjesdijk en huidig bedrijfsperceel Van Iperen).
Oostelijke perceelsgrens met deels te dempen landbouwsloot en te verwijderen opgaande vegetatie
Blad 13 van 27
Zicht op het plangebied (agrarisch perceel )vanuit het zuiden
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Te dempen sloot.
Te verwijderen opgaande vegetatie aan de zuidkant.
Huismussenkast langs haag
Nestkast aan lichtmast
Nestmanden in bomen
Sporen van haas in landbouwperceel
Figuur 4.2. Impressie van het uitbreidingsgebied van terreinbezoek in april 2021.
Blad 14 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij de plangebieden in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming als ook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2013-2021). Soortgroep Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Soort
Amfibieën
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Huismus Sperwer Steenuil Noordse woelmuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Geen waarnemingen
Reptielen
Muurhagedis
Zoogdieren
Insecten – Dagvlinders Insecten – Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X
Geen waarnemingen Geen waarnemingen Geen waarnemingen Geen waarnemingen Geen waarnemingen
*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2).
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
Blad 15 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
4.2.1
Resultaten terreinbezoek – ecologische bevindingen Afbakening relevante soorten Aangezien het projectgebied een beperkte omvang heeft, bestaat uit intensief onderhouden gazon en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan het projectgebied loopt, zijn niet alle biotoop-kritische (sub)soortgroepen relevant. Onder andere op basis van het terreinbezoek zijn geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: amfibieën en vissen (de watergangen betreffen landbouwsloten welke worden getypeerd als “overige watergangen” (bron: Antea Group Watertoets september 2021) en herbergen vanwege gebrek aan vegetatie en helderheid geen geschikte biotoop voor beschermde soorten), reptielen, (zee/landgebonden) zoogdieren, planten, vlinders, libellen en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het projectgebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels en zoogdieren (vleermuizen). Vogels Categorie 1 tot en met 4 vogelsoorten Zoals eerder aangegeven, is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd is en waarbij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd.
Dit zijn de zogenoemde categorie 1 tot en met 4vogelsoorten (zie Bijlage 1). Er staan twee bomen in plangebied Blijdorp. Deze bomen zijn geïnspecteerd op aanwezigheid van boombewonende soorten. Er zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de boombewonende soorten boomvalk, buizerd en sperwer. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van boombewonende soorten in het plangebied is uitgesloten. Er is ook gezocht naar sporen en aanwezigheid van de gierzwaluw. De gierzwaluw nestelt in (hoge) bebouwing in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens (BIJ12, 2017b). Er zijn geen indicaties gevonden van de aanwezigheid van gierzwaluw nesten, er zijn geen duidelijk zichtbare nesten of geschikte nestlocaties gevonden. De aanwezigheid van gierzwaluwnesten is uitgesloten. Tijdens het terreinbezoek van 8 april 2021 zijn twee buizerds cirkelend boven het plangebied en daarna wegvliegend waargenomen. In het ten noorden gelegen agrarisch perceel staat een geluidsinstallatie waaruit vogel verdrijvende geluiden klonken. Ondanks deze geluidsverstoring zijn in dat perceel een scholekster en kievit waargenomen. Tevens is een groep (hout)duiven foeragerend waargenomen. Op het terrein van Van Iperen B.V. is een steenuilkast aanwezig aan een lichtmast.
In de bomenrij ten oosten van het perceel zijn twee rieten manden geplaatst voor buizerd. De nestmanden voor de buizerd zijn niet in gebruik. Tijdens het terreinbezoek zijn geen sporen (braakballen, veren of krijtstrepen) aangetroffen die duiden op aanwezigheid van steenuil. De kast is niet in gebruik door een steenuil.
Blad 16 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Huismus De huismus is een soort die voornamelijk in gebouwen broedt. De huismus broedt over het algemeen in stedelijk gebied in uiteenlopende holtes, meestal onder of rondom dakpannen (BIJ12, 2017a). Tijdens het terreinbezoek is de huismus waargenomen in de heg aan de rand van het plangebied. Bij het inspecteren van de dakpannen en dakgoot bij de stal zijn er aanwijzingen gevonden van nestmateriaal die de mogelijke aanwezigheid van nesten van de huismus aanduidt. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de huismus in het dak van de boerderij kan niet worden uitgesloten. De overige panden (bedrijfshallen) bieden geen geschikte nestlocaties. In 2020 heeft nader onderzoek naar voorkomen van huismus plaatsgevonden (Antea Group, mei 2020, Nader onderzoek Van Iperen Westmaas, rev.01). Hieruit is naar voren gekomen dat het plangebied gebruikt wordt door huismus. Hiervoor is in 2020 een ontheffing in het kader van de Wnb ingediend bij de provincie Zuid-Holland (Antea Group april 2020, Activiteitenplan uitbreiding terrein Van Iperen rev.00). Tijdens het terreinbezoek van 2021 zijn de volgende bevindingen gedaan: Net achter de zuidwesthoek van het aan te kopen perceel is inmiddels een mussenhotel geplaatst.
Dit betreft de mitigatie/ compensatie maatregel vanuit het activiteitenplan van Antea Group van de huismussenbiotoop in de te slopen opstallen bij het voormalig perceel Blijdorp. Er zijn geen huismussen waargenomen tijdens het terreinbezoek. Ook zijn geen sporen aangetroffen die duiden op het in gebruik zijn van het mussenhotel. Deze voorziening zal, in lijn met dat activiteitenplan en de verleende Wnb-ontheffing, na inrichting van het compensatiegebied voor de huismus, ter plaatse van het noordelijk deel van perceel D 579 worden verplaatst naar dat gebied. In Hoofdstuk 5 worden de effecten op jaarrond beschermde nesten verder uitgewerkt. Categorie 5 vogelsoorten Naast categorie 1 tot en met 4-soorten zijn er categorie 5-vogelsoorten waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op de locatie niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5vogelsoorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Er is in de nabijheid van de locaties bovendien vergelijkbaar geschikt biotoop aanwezig, dus de locaties zijn in dat opzicht niet uniek in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen.
Algemene broedvogels In de bomen en vegetatie aan de rand van het voormalig perceel Blijdorp kunnen algemene broedvogels broeden. Zo zijn tijdens het terreinbezoek van april 2021 merel en roodborst waargenomen in de bosschages binnen dat perceel. Effecten op algemene broedvogels worden verder uitgewerkt in Hoofdstuk 5 Effectbepaling. Zoogdieren (vleermuizen) Uit de bureaustudie is gebleken dat een aantal beschermde vleermuizen voorkomt in de omgeving van het plangebied. Gebouwen vormen in zijn algemeenheid in potentie geschikte verblijf- en rustplaatsen voor vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen (zoals bijvoorbeeld de in dorpen en steden veel voorkomende gewone dwergvleermuis en laatvlieger) verblijven in gebouwen achter of in kleine ruimtes met constante klimatologische omstandigheden. In
Blad 17 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
gebouwen vormen richels, betimmeringen, kieren, boeiboorden, gaten en spouwmuren een geschikte verblijfplaats voor vleermuizen. Spouwmuurgaten, dakpannen en betimmeringen bieden gebouwbewonende vleermuizen toegang tot de gebouwen of de vleermuizen verblijven achter deze elementen. Ook vinden bepaalde vleermuissoorten geschikte verblijfplaatsen in bomen. Vaste rust- en verblijfplaatsen Het perceel D 579 bestaat geheel uit landbouwgrond. Er zijn geen gebouwen en bomen aanwezig. Op het voormalig perceel van Blijdorp zijn twee bomen aanwezig die zijn geïnspecteerd op mogelijke verblijfplaatsen. Deze zijn niet waargenomen. Op het huidig bedrijfsterrein van Van Iperen B.V. zijn geen bomen aanwezig bij potentieel te slopen opstallen. Hierdoor zijn verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in het plangebied uitgesloten. De bebouwing in het plangebied is geïnspecteerd op elementen die gebouwbewonende vleermuizen toegang geven tot het gebouw. Binnen het voormalig perceel Blijdorp zijn in zowel de schuur als woning verschillende spouwmuurgaten en kieren aangetroffen die geschikte verblijfplaatsen kunnen vormen voor vleermuizen (zie Figuur 4.2). De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kan om deze reden niet worden uitgesloten.
Binnen het perceel D 579 is geen bebouwing aanwezig en bij de opstallen van Van Iperen BV binnen het huidig bedrijfsterrein zijn geen geschikte verblijflocaties aangetroffen zoals spouwmuurgaten. De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen op deze locaties is uitgesloten.
Figuur 4.3: Een spouwmuurgat en openingen onder de dakgoot die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen functioneren.
Vliegroutes Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen (zoals bomenrijen en watergangen) als vliegroutes. Omdat er 2 bomen binnen het voormalig perceel Blijdorp aanwezig zijn, is er geen sprake van lijnvormige elementen. Er zijn wel lijnvormige elementen aanwezig aan de Smidsweg die vleermuizen als vliegroute kunnen gebruiken maar het voornemen heeft geen effect op deze elementen. Negatieve effecten op (essentiële) vliegroutes van vleermuizen zijn uitgesloten.
Blad 18 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Foerageergebied De plangebieden bieden weinig beschutting aan voor vleermuizen om te foerageren. De gebieden D 579 en D-392 zijn (huidig in gebruik als agrarisch perceel) geheel open, het voormalig perceel van Blijdorp biedt wel enige beschutting. Er zijn in de regio rondom de plangebieden betere foerageerlocaties beschikbaar dan de plangebieden. Essentieel foerageergebied voor vleermuizen in de plangebieden is uitgesloten. Tijdens het terreinbezoek van april 2021 is geconstateerd dat er geen verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn in het te ontwikkelen landbouwperceel. Er is wel sprake van doorsnijding van een lijnvormig element. Effecten op vleermuizen worden verder uitgewerkt in Hoofdstuk 5 Effectbepaling.
4.2.2
Samenvatting beschermde soorten Uit de terreinbezoeken is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. Inmiddels hebben soortonderzoeken plaatsgevonden. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soort
Beschermingsregime
Aanwezigheid
Algemene broedvogels
Artikel 3.1
Mogelijk
Artikel 3.1
Gebouwen geschikt voor bewoning en individuen huismus waargenomen tijdens het terreinbezoek van september 2018.
Gierzwaluw
Artikel 3.1.
Gebouwen bieden mogelijk verblijfplaatsen aan gierzwaluw
Vleermuizen
Artikel 3.5
Mogelijk
Huismus
4.2.3
Toelichting Potentiële nestlocaties in bomen en opgaande vegetatie Nader onderzoek in 2019 heeft leefgebied en verblijfplaatsen van huismus aangetoond. Er is een ontheffing verleend in het kader van de Wnb bij besluit d.d. 7 juni 2021, kenmerk 00080933 door Omgevingsdienst Haaglanden. De daarbij beschreven compenserende maatregelen worden half 2021 in uitvoering genomen. Nader onderzoek in 2019 heeft het voorkomen van verblijfplaatsen van gierzwaluw in het plangebied uitgesloten. Potentiële verblijfplaatsen in bebouwing op het voormalig perceel van Blijdorp. Nader onderzoek in 2019 heeft het voorkomen van essentiële functies voor vleermuizen uitgesloten.
Bescherming van houtopstanden Er wordt een aantal bomen gerooid in het plangebied. De Wnb is enkel van toepassing op houtopstanden groter dan 1000 m2 en bomenrijen van meer dan 20 bomen. Omdat de geplande kap minder dan 20 bomen betreft, is hier geen sprake van houtopstanden zoals beschreven
Blad 19 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
onder de Wnb. Een gemeentelijke kapverordening kan van kracht zijn. Dit kan op de gemeentelijke website worden bekeken.
4.3
Beschermde gebieden Natura 2000 Op een afstand van circa 3,2 kilometer van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied het Oudeland van Strijen. Dit gebied is aangewezen als Vogelrichtlijngebied; zie Figuur 4.4 voor de locatie.
Figuur 4.4: Globale ligging van het plangebied (rood omrand) t.o.v. Natura 2000. Het licht blauw gekleurde gebied aan de rechterkant is het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen (Bron: Aerius, 2018).
Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde NNN ligt op circa één kilometer van het plangebied, toegewezen als ecologische verbinding; zie Figuur 4.5 voor de locatie.
Figuur 4.5: Globale ligging van het plangebied (rood omrand) t.o.v. de NNN. Het paars gekleurde deel links is het dichtstbijzijnde NNN (Bron: Interactieve atlassen- NNN provincie Zuid-Holland, 2018).
Blad 20 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Het plangebied ligt niet in belangrijke vogelweidegebieden of in het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden Delfland.
Blad 21 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling plan Van Iperen B.V. is voornemens om uit te breiden. De uitbreiding vindt plaats op 3 aangrenzende percelen. Van Iperen wil een gedeelte van perceel 579 verharden voor parkeer- en opslaggelegenheid voor niet ADR-geclassificeerde goederen en voertuigen. De toegang naar dat perceel wordt gerealiseerd via perceel 392 dat hiervoor wordt verhard. Binnen het perceel 390 (voormalig Blijdorp) en de bestaande percelen 388 en 468 wil men na sloop van de aldaar aanwezige opstallen een nieuw opslagmagazijn realiseren Ten behoeve van de uitbreiding worden beide percelen eerst bouwrijp gemaakt. Dit betekent dat de aanwezige biotopen, waaronder de bestaande opstallen van het voormalig perceel van Blijdorp, worden verwijderd. Voor die specifieke sloop is inmiddels een sloopvergunning alsmede Wnb-ontheffing verleend. Ook een deel van de bestaande bedrijfshalen zullen worden verwijderd.
5.2
Toetsing effect op beschermde soorten
5.2.1
Vogels Vogels met jaarrond beschermd nest Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1 en 3.5), waarvan bij een aantal soorten wanneer er sprake is van verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1 tot en met 4-vogelsoorten (zie Bijlage 1). Tijdens het terreinbezoek van september 2018 is de huismus waargenomen. De huismus is een gebouwbewonende categorie 1-4 vogelsoort. Dit houdt in dat de soort voor vaste rust- en verblijfplaatsen afhankelijk is van bebouwing. Bij het voornemen wordt de bestaande bebouwing gesloopt. Als gevolg van deze voorziene sloop is er mogelijk sprake van het vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Om bij de voorbereiding van de realisatie te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is tijdig en nauwkeurig inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van de bebouwing en het plangebied voor de huismus. Dit dient onderzocht te worden aan de hand van het geldende soortprotocol/kennisdocument van de soort (BIJ12, 2017a). Nader onderzoek, conform het kennisdocument (BIJ12, 2017a), vindt in het voorjaar plaats. Zie ook tekstkader 5.1. Daarnaast zijn mogelijk verblijfplaatsen van gierzwaluw in het plangebied aanwezig.
In 2019 en 2020 heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar het voorkomen van huismus en gierzwaluw in het plangebied. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in een rapportage (Antea Group, mei 2020, Nader onderzoek Van Iperen Westmaas, rev.01). Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied gebruikt wordt door huismus. Voor de aantasting van
Blad 22 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
het leefgebied van deze vogel is in 2020 een ontheffing in het kader van de Wnb ingediend bij de Omgevingsdienst Haaglanden als uitvoerende en vergunningverlenende instantie namens provincie Zuid-Holland (Antea Group april 2020, Activiteitenplan uitbreiding terrein Van Iperen rev.00). Naar aanleiding van het activiteitenplan zijn inmiddels mitigerende en compenserende maatregelen getroffen dan wel worden deze binnenkort in gang gezet in lijn met de aanvullende informatie en het inrichtingsplan teneinde invulling te geven aan de voorschriften/voorwaarden verbonden aan de verleende Wnb-ontheffing. In Figuur 5.2 zijn de locaties van de te plaatsen huismussenkasten aan de loodsen op een kaart weergegeven. Verder wordt hierbij het groengebied tussen het beoogde parkeerterrein en de woning/boerderij aan Stougjesdijk 42C aangelegd als compenserend leefgebied voor de huismus. Dit wordt gedaan door in de inrichting en aanplant rekening te houden met de eisen die de huismus aan zijn leefomgeving stelt. Een weergave daarvan in onderstaand Figuur 5.1 weergegeven.
Figuur 5.1. Inrichting compenseren leefgebied huismus.
Door met het aan te planten groen voor soorten te kiezen, die voedsel en bescherming bieden aan huismus, kan dit voor leefgebied verbetering zorgen ten opzichte van de huidige situatie, waarin voornamelijk een monocultuur van gras aanwezig is. Ook wordt naar dat gebied het huismussenhotel, zoals weergegeven in Figuur 4.2, verplaatst. Met de hierboven beschreven inrichting van het noordelijk deel van het perceel D 579 wordt op deze wijze geborgd dat er een goede compensatie plaatsvindt voor de huismussen vormt dit op deze wijze geen belemmering voor de verdere planontwikkeling. Verblijfplaatsen van gierzwaluw zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten op gierzwaluwen. Het plan is uitvoerbaar voor wat betreft gierzwaluw.
Blad 23 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
Figuur 5.2. Aangewezen locatie voor huismussenkasten.
Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door de graafwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze (en wanneer de soorten uit artikel 3.5 kunnen uitwijken naar alternatief leefgebied) zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in de plangebieden nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten met name in opgaande vegetatie. Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken, dienen de plangebieden (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden 2
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 24 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
voor (broed)vogels. Dit kan door het kort maaien van de vegetatie en het creëren van continue verstoring. Mocht het ongeschikt maken niet mogelijk zijn dan dient voorafgaand aan de werkzaamheden de plangebied en directe invloedzone gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat er sprake is van actuele broedgevallen binnen de plangebied dan worden locatie specifieke maatregelen voorgesteld en/of worden de plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is. Bij in acht name van bovenstaande maatregelen worden de algemene broedvogels niet verstoord en is er geen sprake van een overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden kunnen dan onbelemmerd doorgaan.
5.2.2
Zoogdieren Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.5) en staan vermeld op Bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Tijdens het terreinbezoek in 2018 zijn bij de opstallen op het voormalig perceel van Blijdorp indicaties gevonden die duiden op mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen. Bij de beoogde ontwikkeling zal deze bestaande bebouwing worden gesloopt. Als gevolg van de sloop is daarom mogelijk sprake van het vernietigen van verblijfplaatsen. Om te bepalen of daadwerkelijk verblijfplaatsen aanwezig zijn, is in 2019 nader onderzoek verricht naar het voorkomen van functies voor vleermuizen in het plangebied. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in een rapportage (Antea Group, mei 2020, Nader onderzoek Van Iperen Westmaas, rev.01). Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het plangebied geen essentiële functies bevat voor vleermuizen. Er is derhalve geen effect op deze soorten. In het extra perceel zijn geen bomen met holtes of gebouwen aanwezig die mogelijkheden bieden aan vleermuizen voor verblijfplaatsen. Wel is er sprake van het verwijderen van een lijnvormig element, wanneer de bosschages langs het perceel worden verwijderd. Echter uit het nader onderzoek van 2020 is gebleken dat er geen essentiële functies voor vleermuizen in het plangebied aanwezig zijn.
Er zijn derhalve geen effecten op vleermuizen. Het plan is uitvoerbaar voor wat betreft vleermuizen.
Blad 25 van 27
Natuurtoets t.b.v. bestemmingsplanprocedure Van Iperen Westmaas projectnummer 468337 30 september 2021 revisie 01 Van Iperen B.V.
5.3
Effecten op beschermde gebieden
5.3.1
Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat op een afstand van circa 3,2 kilometer van het plangebied het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen ligt. Op basis van de afstand tot het plangebied kunnen (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstelling, als gevolg van alle verstoringsfactoren, met uitzondering van vermesting en verzuring als gevolg van stikstof, op voorhand uitgesloten worden. De bijdrage van het voornemen aan de stikstofdepositie op Natura 2000 is reeds separaat berekend en getoetst. Gebleken is dat het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor dit plan.