Nota beantwoording zienswijzen Polderdijk 7 Maasdam
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijze Ontwerp omgevingsvergunning ‘Polderdijk 7 Maasdam’
oktober 2023
1. Inleiding De ontwerp omgevingsvergunning heeft betrekking op het legaliseren van een carport, serre en terras aan de Polderdijk 7 in Maasdam. De ontwerp omgevingsvergunning ‘Polderdijk 7 Maasdam’ lag met bijbehorende stukken vanaf 22 september 2022 tot en met 2 november 2022 ter inzage. Tijdens deze periode ontvingen wij 1 zienswijze tegen de ontwerp omgevingsvergunning. Het ontwerp was analoog raadpleegbaar in het gemeentehuis en digitaal via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. In deze Nota beantwoording zienswijze vatten wij de zienswijze samen. Daarnaast is een beantwoording op de zienswijze opgenomen. De ingekomen zienswijze is ontvangen binnen de termijn, zoals geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Indieners van de zienswijzen Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is de naam van de indiener van de zienswijze geanonimiseerd. Nr . 1.
2/6
Naam
Datum verzonden
Registratienummer
Indiener 1
18 oktober 2022, aanvulling 29 oktober 2022
Z/22/172076
2. Beantwoording van de zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 2.1 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 1 2.1.1 Indiener verzoekt het terras niet te vergunnen Indiener geeft aan dat regelgeving en zijn belangen worden geschaad bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het terras. De bouwtekening en de werkelijkheid komen niet overeen. Het terras is 1 meter boven maaiveld gelegen en staat op minder dan 2 meter van de erfgrens. Reactie gemeente Bij een aanvraag voor bijvoorbeeld een verhoogd terras beoordelen wij of, bij normaal gebruik, vanaf dit terras op een buurperceel gekeken kan worden. De schutting die tussen het terras en het perceel van indiener staat beperkt het zicht om vanaf het terras op het perceel van indiener te kijken. Verder is er sprake van een ruime afstand tussen de woning (hoofdfunctie) op het perceel van indiener en het terras. Deze afstand bedraagt ruim 13 meter. Daarnaast plaatste initiatiefnemer inmiddels een groene omhoog groeiende haag als extra erfafscheiding. Hierdoor wordt de mogelijkheid om op het perceel van indiener te kijken verder beperkt. Uit een opname ter plaatse blijkt dat het houten terras gedeeltelijk op circa 1.45 meter vanaf de schutting ligt. De schutting staat niet op de kadastrale erfgrens maar op het eigen terrein van initiatiefnemer.
Ter plaatse van de kadastrale erfgrens is een haag aanwezig die naast de schutting staat. De afstand tussen de schutting en de haag bedraagt circa 37,5/42,5 cm. Het houten terras ligt daarmee gedeeltelijk op een afstand van ongeveer 1.875 meter ten opzichte van de erfgrens. Deze afstanden zijn niet exact, ook omdat de kadastrale grens niet recht loopt. Speling in de genoemde maatvoering van max. 10 cm, vinden wij een toelaatbare tolerantie. Daarmee wordt echter nog niet aan de in artikel 50 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voldaan. Artikel 50 boek 5 van het BW bepaalt namelijk dat het, behoudens toestemming van de eigenaar van het naburige erf, niet geoorloofd is, binnen 2 meter van de grenslijn van een naburig erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben voor zover deze uitzicht geven op dat erf. Om aan de genoemde afstand van 2 meter in het BW te voldoen, moet het gebruik van het terras worden beperkt. Het terras wordt ter plaatse van de randen afgeschermd door een balustrade van ongeveer 1 meter hoog. Door de dekplank op de balustrade op het terras met minimaal 12,5 cm te verbreden richting serre wordt dit deel van het terras onbruikbaar. Door het verbreden van de dekplank is aannemelijk dat aan artikel 50 boek 5 van het BW wordt voldaan.
Het verbreden van de dekplank op de balustrade met 12,5 cm moet in de tekeningen bij de aanvraag omgevingsvergunning worden aangepast. Initiatiefnemer is bereid hieraan medewerking te verlenen en de tekening hiervoor aan te leveren.
3/6
2.1.2 Indiener verzoekt het feitelijk gebruik van de bouwwerken niet te vergunnen Indiener geeft aan dat het gebruik zoals beschreven in de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de ontwerp omgevingsvergunning niet in lijn is met het werkelijke gebruik van het perceel. In de ruimtelijke onderbouwing wordt gesproken over een garage, carport en serre. In werkelijkheid worden deze bouwwerken gebruikt als bedrijfsadres (er zijn vier bedrijven op de Polderdijk 7 ingeschreven in de Kamer van Koophandel), vergaderlocatie en als woon-/slaapadres. Reactie gemeente Uit een controle ter plaatse is een inrichting van de bouwwerken aangetroffen die passen bij een stallingsruimte en rustplek. Hieruit is niet af te leiden dat er sprake is van andersoortig gebruik, zoals als vergaderlocatie of bedrijfsmatig gebruik van de bouwwerken. Wel is geconstateerd dat er bedrijven op het adres Polderdijk 7 ingeschreven staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De vergunning wordt verleend voor het gebruik van de bouwwerken als stallingsruimte voor motorvoertuigen en rustplek. Niet is aangegeven dat het gebruikt wordt als bedrijfsadres, vergaderlocatie en/of woonadres. Enkel het aangevraagde gebruik wordt vergund, een stallingsruimte voor motorvoertuigen en rustplek. Ander gebruik wordt niet vergund en is daardoor ook niet toegestaan.
Aanvullend merken wij op dat in zijn algemeenheid in onze bestemmingsplannen aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven rechtstreeks zijn toegestaan bij een woonfunctie. 2.1.3 Indiener geeft aan dat de bouwwerken afbreuk doen aan het uitzicht en hun privacy Indiener geeft aan dat vanuit de gevelopening aan de oostzijde op hun perceel gekeken kan worden. De bouwwerken en de gevelopening doen afbreuk aan hun privacy en uitzicht. Reactie gemeente De bouwwerken hebben hun effecten op de leefomgeving en de kwaliteit hiervan. Een recht op vrij uitzicht bestaat helaas niet. De afstand tussen de bouwwerken van initiatiefnemer en de woning van indiener, de hoofdfunctie op het perceel van indiener, is ruim 13 meter. Deze afstand tussen een hoofdgebouw op het perceel van indiener en de bouwwerken is in een woonomgeving ruim te noemen. Bij een aanvraag voor een gevelopening/raam beoordelen wij of deze korter dan 2 meter is gelegen uit de perceelsgrens en of er, bij normaal gebruik, vanuit het raam op eigendom van anderen gekeken kan worden. Het raam aan de oostzijde is niet te openen en ligt op ruim 2,6 meter uit de zijdelingse perceelsgrens. Daarmee wordt voldaan aan artikel 50 van Boek 5 van het BW.
4/6
Vanwege de afstand tussen de bouwwerken c.q. de gevelopening en de woning, zijnde het hoofdgebouw van het perceel van indiener, is er naar onze mening sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 2.1.4 Indiener verzoekt de carport enkel toe te staan als doorzicht op het achterland blijft Indiener ziet graag dat het doorzicht naar het achtergelegen gebied weer terug komt. Als de carport geen wanden krijgt, dan is dat acceptabel. Indiener vraagt zich af wat de definitie van carport is voor de gemeente. Reactie gemeente Een carport is een open constructie met 1 gesloten wand en een dak bedoeld voor de stalling van voertuigen. Onder voorwaarden kan een carport vergunningsvrij zijn. De carport in de aanvraag omgevingsvergunning voor Polderdijk 7 is vergunningsplichtig omdat deze niet in een achtererfgebied ligt. De omgevingsvergunning voor de Polderdijk 7 in Maasdam omvat een carport die enkel de gezamenlijke wand met de garage van Polderdijk 9 deelt. De andere 3 zijden blijven open. Wel worden windverbanden (een kruis van hoek tot hoek) bevestigd voor de stabiliteit. 2.1.5 Indiener geeft aan dat passages in de ruimtelijke onderbouwing onjuist zijn a.
In paragraaf 3.3.1, vijfde alinea van onder staat: “Tot slot is relevant dat het achterliggende agrarische land ten zuidoosten van de locatie geëxploiteerd wordt als boomgaard, zodat er in zoverre ook geen sprake kan zijn van uitzicht op open agrarisch gebied” Deze passage is onjuist. Er is geen boomgaard achter het perceel en er is wel zicht op het achterliggend landschap mogelijk. b. In paragraaf 6.1, derde alinea staat: “Het onderhavige plan betreft een particuliere ontwikkeling op eigen grond van de initiatiefnemer.” Indiener hoopt dat hier geen extra woonruimte mee bedoeld wordt. En dat het ook een bedrijfsmatige ontwikkeling is, omdat er vier bedrijven ingeschreven staan op dit adres. c. In paragraaf 6.2, eerste alinea staat: “In samenhang met het indienen van onderhavige aanvraag is het bouwplan voorgelegd aan de eigenaren en gebruikers van omliggende percelen.” Indiener geeft aan nooit een bouwplan voorgelegd te hebben gekregen. Zij zijn wel mondeling geïnformeerd. Indiener heeft toen om het bouwplan op papier gevraagd, maar heeft dit nooit gekregen. Reactie gemeente a. Paragraaf 3.3.1, vijfde alinea van onder wordt in overeenstemming gebracht met de werkelijke situatie. b. Paragraaf 6.1 gaat over de economische uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning. Hierin verantwoord de gemeente dat zij geen financieel risico loopt bij het verlenen van de omgevingsvergunning.
In de aanvraag voor de omgevingsvergunning en de ruimtelijke onderbouwing staat dat het om een carport, serre en terras gaat. Er wordt geen woning mogelijk gemaakt. Ook worden er geen bedrijfsmatige activiteiten toegestaan.
5/6
c. Paragraaf 6.2, eerste alinea wordt aangepast aan de werkelijke situatie, namelijk dat indiener op de hoogte is gesteld van het bouwplan. 2.1.7 Indiener heeft zorgen over de toekomst Indiener geeft aan dat hij geen vertrouwen heeft dat het feitelijk gebruik wordt aangepast aan de vergunning. Dit komt doordat aanvrager bouwwerken bouwt zonder vergunning. En als hij dit achteraf aanvraagt, de vergunning krijgt. Ook op het woonperceel van aanvrager staat een bouwwerk dat niet conform de vergunning is gebouwd. Daarbij worden omwonenden niet (concreet) op de hoogte gebracht van de bouwvoornemens van aanvrager. Privacy van de buren wordt niet van belang geacht. Tot slot onderneemt de gemeente geen echte actie bij het melden van illegale activiteiten. Reactie gemeente Wij verlenen een vergunning voor de bouwwerken en het gebruik zoals dat is aangevraagd. Gecontroleerd wordt of aanvrager aan de vergunning voldoet. Als wij een verzoek tot handhaving ontvangen omdat niet aan de vergunning wordt voldaan, dan gaan wij op locatie kijken. Als blijkt dat niet aan de vergunning wordt voldaan volgt het standaard proces rondom handhaving zoals vastgelegd in ons beleid. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding: 1. de dekplank op de balustrade van het terras met 12,5 cm te verbreden en dit te wijzigen in de bouwtekeningen bij de aanvraag omgevingsvergunning.
Indiener is bereid de aanvraag met deze gegevens te willen aanvullen. 2. in de ruimtelijke onderbouwing, paragraaf 3.3.1, vijfde alinea van onder, aan te passen en te vermelden dat achter het plangebied een open agrarisch landschap aanwezig is. 3. paragraaf 6.2, eerste alinea van de ruimtelijke onderbouwing als volgt aan te passen: “In samenhang met het indienen van onderhavige aanvraag zijn eigenaren en gebruikers van omliggende percelen op de hoogte gebracht van het bouwplan.”
6/6