Nota beantwoording zienswijzen - Mobiliteitsplan Hoeksche Waard - 9 december 2024 1 - Bijlage 2
Tekst van het document
motivering en verzoeken van andere gemeentes dan een afweging waar flitspalen worden geplaatst. Dat mogen we als gemeente niet zelf doen. Op moment van schrijven heeft het OM 1 locatie vastgesteld waar met enige regelmaat een flex-flitspaal wordt ingezet: langs de N217 bij Maasdam. Verder staan op circa 16 locaties in de Hoeksche Waard vaste flitspalen. Voor locaties waar we een aanvraag kansrijk achten dienen we een verzoek in bij het OM. 5. Blz. 50 , keuze 3 wegen in het buitengebied; Veel wegen moeten toegankelijk blijven voor landbouwverkeer omdat over heel de gemeente akkerbouwpercelen zijn gelegen. Dit is een gegeven waar we niet omheen kunnen. Echter , de landbouwmachines worden steeds groter en zwaarder. Dit wordt niet meegenomen in de analyse. In het landbouwmuseum van Tiengemeten is te zien voor welke voertuigen de dijken indertijd ontworpen zijn. Veel vrachtverkeer in het buitengebied is van bedrijven die veel beter op een bedrijvenpark gevestigd kunnen worden. Dit wordt ook niet genoemd. Op deze buitenwegen geld een snelheid van 60 km/uur en dit is al veel te hard en vaak wordt er nog harder gereden. Reactie college: Als gemeente kunnen we helaas weinig doen tegen steeds groter wordende voertuigen. Ook bij personenauto’s zien we deze trend: personenauto’s worden steeds groter en zwaarder.
Dit geeft risico’s voor de verkeersveiligheid, omdat grotere en zwaardere voertuigen een langere remweg kunnen hebben en het risico op letsel groter is bij zwaardere voertuigen. Om deze trend te keren is op een ander niveau, bijvoorbeeld landelijk of Europees, beleid nodig. Landbouwvoertuigen mogen standaard maximaal 3,0 meter breed zijn. Bij de inrichting van onze wegen – en specifiek de regionale landbouwroutes - houden we daar rekening mee. Agrariërs kunnen ook ontheffing aanvragen om met extra brede voertuigen de weg op te gaan, dan zijn voertuigen met een breedte tot maximaal 3,5 meter mogelijk. Deze ontheffing dient aangevraagd te worden bij het RDW. Hier gelden ook diverse randvoorwaarden voor. Deze ontheffing geeft echter niet het recht aan een agrariër dat die ook meteen overal met een extra breed voertuig mag en kan rijden. Het blijft een uitzonderingssituatie. Bij de inrichting van onze wegen en de waterschapswegen wordt dit per situatie afgewogen en beoordeeld. Er kan dan ook besloten worden om wegversmallingen toe te passen waar extra brede landbouwvoertuigen niet gemakkelijk tussendoor kunnen. Met onze aanpak van de verkeersluwe gebieden gaan we maatregelen treffen, waarbij we ook inzetten op een gepaste snelheid door landbouwverkeer. Een maximumsnelheid op wegen in het buitengebied van 60 km/u is de norm in Nederland, daar willen we niet van afwijken.
Op trajecten waar de maximumsnelheid te vaak en te veel wordt overschreden en risico’s op ongevallen groot zijn, willen we maatregelen treffen om de situatie veiliger en leefbaarder te maken. Dit doen we in samenspraak met het Waterschap en andere stakeholders zoals aanwonenden en agrariërs. 6. Blz. 56 bij punt 9 van de actiepuntenlijst van het Collectief Veilige Dijken missen we de samenwerking met het waterschap. De samenwerking tussen de gemeente en het waterschap is van enorm belang om de wegen in de HW veiliger te maken. Ons collectief pleit voor EEN loket waarbij burgers hun problemen op de wegen en dijken in de HW kunnen aankaarten. Tot nu toe voelen veel burgers zich vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Reactie college: We nemen de samenwerking met het waterschap over in dit lijstje. Dit is immers uw actiepuntenlijst. Meer dan waard.
Er wordt een onderzoek opgestart naar de overdracht van de wegen van het waterschap naar de gemeente, en onder welke condities dit kan plaatsvinden. Als deze overdracht ook daadwerkelijk plaatsvindt, dan is de gemeente voor het overgrote deel van het wegennet hét aanspreekpunt en dé verantwoordelijke voor verkeersvragen, klachten en het uitvoeren van maatregen. Dat is de ideale situatie waarin we naar toe willen werken. Tot die tijd is een goede samenwerking met het waterschap inderdaad van belang om gezamenlijk op te trekken voor een betere verkeersveiligheid. 7. Blz. 79 , hoe denkt u de voorstelde landbouwroutes te stimuleren en hoe gaat u handhaven als daar toch vanaf geweken wordt? Reactie college: Het netwerk met landbouwroutes is in 2017 door bureau Tridée opgesteld in samenspraak met de sector. Dit netwerk is in belangrijke mate overgenomen in het voorliggende mobiliteitsplan. Het netwerk geeft de belangrijkste routes weer waar landbouwverkeer – nu al - over langere afstand gebruik van maakt. Buiten dit netwerk zijn nog veel meer wegen waar ook landbouwvoertuigen mogen rijden en moeten kunnen rijden, omdat er overal door de Hoeksche Waard agrarische bedrijven en percelen zijn gelegen die bereikbaar moeten zijn. Bij de inrichting van de wegen van deze landbouwroutes houden we rekening met landbouwvoertuigen, dat deze hier fysiek overheen kunnen rijden.
Wel dienen ook landbouwvoertuigen op diverse plekken rustiger te rijden om hinder voor aanwonenden of fietsers te beperken. Daardoor zijn deze routes in beginsel een aantrekkelijke route voor landbouwverkeer over langere afstand. Waar nodig en passend kunnen we op andere wegen meer belemmerende maatregelen overwegen om landbouwvoertuigen op de juiste wegen te krijgen. Handhaving is een slotstuk, we hebben beperkte handhavingscapaciteit, en om echt op te kunnen treden dient een handhaver een overtreding ook ter plekke waar te nemen. Wel kunnen we gerichte handhavingsacties inzetten. 8. Blz.87 , aanpak verkeersluwe gebied Zuidzijde/Zinkweg; bewoners van de Zinkweg en 1 Kruisweg pleiten ervoor dat het extra verkeer van voetbalvereniging Zinkwegse Boys ook gemonitord wordt, vooral ’s avonds en op zaterdag. En daarnaast alvast snelheidsbeperkende maatregelen genomen worden op het stuk Zinkweg tussen het buurtschap en de N217.
Reactie college: In de nadere uitwerking van het verkeersluwe gebied worden de exacte maatregelen bepaald. Verkeer van/naar de voetbalclub is ook bestemmingsverkeer en moet hier kunnen rijden, maar natuurlijk wel met een gepaste snelheid. Snelheidsbeperkende maatregelen kunnen daaraan bijdragen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om concept Mobiliteitsplan Hoeksche Waard aan te passen.
Meer dan waard.
Meer dan waard.
3. Overzicht ambtshalve wijzigingen Er is aanleiding om de onderstaande aanpassingen in concept Mobiliteitsplan Hoeksche Waard en/of het bijbehorende achtergrondrapport te verwerken. 1. In het voorwoord: ‘concept-mobiliteitsplan’ aangepast naar ‘mobiliteitsplan’. 2. Op de kaart van het fietsnetwerk: Schoutsdijk en Scheidweg toevoegen als verbindend netwerk. Alle kaarten met het fietsnetwerk zijn hierop aangepast. 3. In het achtergrondrapport is er een aanvulling gedaan in de tekst bij landbouwroutes en knelpunten. In het achtergrondrapport wordt genoemd dat er geconcludeerd is dat sommige knelpunten niet opgelost kunnen worden en sommigen nog niet opgepakt zijn. 4. In de inleiding van het mobiliteitsplan is opgenomen waarom de gemeente 2040 neemt als streefjaar en niet later zoals die van het Rijk tot 2050. 5. In hoofdstuk 8 voegden wij toe dat de gemeente betrokken is bij (boven)regionale initiatieven/projecten (en dit in de toekomst alleen maar toeneemt). 6. Hoofdstuk 3 van het achtergrondrapport is aangevuld met de uitkomsten van de inloopbijeenkomst voor het concept mobiliteitsplan en de bijbehorende inzageperiode, waar deze zienswijzenota de opbrengst van laat zien. 7. In de factsheets over de dorpen zijn bij ieder dorp ook de locaties van sportvelden aangegeven net zoals eerder al wel bij Oud-Beijerland is gedaan. 8.
In de achtergrondrapportage zijn er extra vergelijkingen toegevoegd als benchmark met data van andere meer landelijke gemeenten. 9. Naast de push-factoren om gemotoriseerd verkeer op de juiste wegen te krijgen is er meer toelichting gegeven aan de pull-factoren in het plan. 10. Op het kaartje van het OV zijn twee hubs (P+R) locaties weergegeven. We namen ook een hub in de buurt van/vlakbij ’s-Gravendeel op. De exacte locatie wordt nader bepaald. 11. Bij het voetgangersbeleid namen we op dat er bij speeltuinen en scholen extra aandacht wordt besteed om het voor voetgangers veiliger en aantrekkelijker te maken. 12. Wij verduidelijken de tekst op pagina 43 waarbij openbaar vervoer ook onderdeel blijft van het publiek vervoersysteem.
Meer dan waard.