Nota beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Fietsroute Oudeland - Strijen’
Oktober 2023
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietsroute Oudeland - Strijen’ heeft vanaf 09 februari 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen om een ieder in de gelegenheid te stellen een mondelinge of schriftelijke zienswijze in te dienen. Het ontwerp was analoog (op afspraak) raadpleegbaar op het gemeentehuis te Maasdam en digitaal via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is overleg gepleegd met de diverse instanties, zoals Waterschap en diensten van provincie en rijk. De zienswijzen zijn alle ontvangen binnen de termijn, zoals geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. Daarmee zijn alle zienswijzen tijdig ingediend. Indieners van de zienswijzen Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de namen van de indieners van de zienswijzen geanonimiseerd. Anonimiseren is niet nodig voor namen van bedrijven en organisaties die een zienswijze indienen. Nr. 1 2 3 4 5 6
2/14
Naam Rijkswaterstaat LSNed Hoekschewaards Landschap Waterschap Hollandse Delta Indiener 1 Indiener 2
Datum ontvangst 22 februari 2023 15 maart 2023 16 maart 2023 21 maart 2023 10 maart 2023 21 maart 2023
Registratienummer DOC-23775593 Z/23/191730 Z/23/191886 DOC-23775588 Z/23/191308 Z/23/192727
2. Beantwoording van de zienswijzen 2.1 Samenvatting en reactie op zienswijze van Rijkswaterstaat Hartelijk dank voor het toesturen van het voorontwerpbestemmingsplan ‘Fietsroute Oudeland-Strijen’. Een mooie en duurzame ontwikkeling! Kijkend naar de belangen van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, zie ik geen aanleiding voor een reactie op dit plan. Rijkswaterstaat blijft in de toekomst graag op de hoogte van ruimtelijke plannen in uw gemeente die een relatie hebben met het hoofd(vaar)wegennet en hoofdwatersysteem. Reactie college: Dank voor de positieve reactie. Wij zullen Rijkswaterstaat bij dit en toekomstige plannen blijven betrekken. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3/14
2.2 Samenvatting en reactie op zienswijze van LSNed Stichting Leidingenstraat Nederland (LSNed) is de wettelijke beheerder van de landelijke buisleidingenstraat. Voor LSNed is het van belang dat de aanwezige kabels en buisleidingen ongestoord en veilig binnen de Buisleidingenstraat kunnen liggen, waarbij het mogelijk moet blijven dat beheer- en onderhoudswerkzaamheden kunnen plaatsvinden en nieuwe essentiële infrastructuur aangelegd kan worden. Primaire bestemming De primaire bestemming van het fietspad, wat grotendeels binnen het grondgebied van LSNed is gesitueerd, heeft nu de (primaire) bestemming ‘Agrarisch met waarden – natuur en landschapswaarden’. De bijbehorende regels zijn onvoldoende voor het goed beheren van de Buisleidingenstraat. LSNed is niet tegen aanleg van het fietspad op de gronden van de Buisleidingenstraat, maar: 1. De primaire bestemming dient leidingenstrook of Buisleidingenstraat te zijn en blijven voor zover het fietspad op grondgebied van LSNed is geprojecteerd; 2. De uitzondering op het verbod in artikel 3 lid 4 onder sub 1 is niet wenselijk; 3. De regel dient aangepast te worden met als primair doel beheer en instandhouding van de leidingenstrook/Buisleidingenstraat, inclusief een adviesbevoegdheid van LSNed bij vergunningverlening. Als bijlage wordt een voorstel gegeven.
Veiligheidscontour De ‘veiligheidscontour’ van de buisleidingenstraat is niet opgenomen. Om de veiligheid en het gebruik van de Buisleidingenstraat te waarborgen, adviseren wij om voor de bestemming ‘veiligheidscontour – leiding’ toe te kennen. Als bijlage wordt een voorstel gegeven. Regeling ‘Overige-buisleidingenstraat’ In het concept-ontwerpbestemmingsplan was een bestemming ‘overige-buisleidingenstraat’ opgenomen. Deze regeling is uit het ontwerpbestemmingsplan. Het is noodzakelijk dat er een regeling opgenomen wordt met betrekking tot de buisleidingenstraat. Als bijlage zijn suggesties toegevoegd. Reactie college: De gemeente erkent het belang van waarborgen van de veiligheid en het gebruik van de buisleidingenstraat. Gelet op de taak van LSNed en de veiligheidsaspecten van de leidingen in de strook, zullen de regels en verbeelding aangepast worden. Hierbij is het voor de gemeente ook van belang dat het gebruik van het fietspad voldoende geborgd is. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. De gronden binnen de veiligheidscontour worden voorzien van de aanduiding ‘veiligheidszone - leidingstrook’. Hiertoe wordt een nieuw artikel ‘Algemene aanduidingsregels’ toegevoegd. Voor de gronden in het plangebied die samenvallen met de buisleidingenstraat wordt de dubbelbestemming ‘Leiding - Leidingstrook’ opgenomen.
Hiertoe wordt een nieuw artikel ‘Leiding - Leidingstrook’ aan de regels toegevoegd.
4/14
2.3 Samenvatting en reactie op zienswijze van Hoekschewaards Landschap Vereniging Hoekschewaards Landschap (HWL) was eerder betrokken bij het vooroverleg over de fietsroute en de compenserende maatregelen. HWL heeft geen principiële bezwaren tegen de fietsroute en wijze van compensatie. Compensatie De in de toelichting opgenomen documenten over de compensatie hebben een verkennend karakter en bevatten een aantal onzekerheden, waardoor uitvoering (nog) niet is gegarandeerd. Compensatie en uitvoering daarvan dienen juridisch geborgd te zijn voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Hierbij moeten ook de compensatie na de beoogde contractperiode van 12 jaar worden verzekerd. Voorstel HWL geeft in overweging om de compensatiegronden in de verbeelding op te nemen zodat deze planologisch verankerd zijn. Ook geven zij in overweging om de mogelijkheid te onderzoeken om de compensatiegronden over te laten nemen door een terreinbeherende organisatie, zodat het beheer wordt geborgd. Reactie college: Ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan waren diverse partijen nog in gesprek over de definitieve wijze van compensatie. Dit is inmiddels afgerond, zoals ook blijkt uit het aangepaste Compensatieplan (zie bijlage).
De gronden voor compensatie worden niet opgenomen op de verbeelding, aangezien de bestemming van de betreffende gronden niet hoeft te worden gewijzigd. Om de compensatie te borgen is er al een verplichting in de regels opgenomen dat een compensatieplan goedgekeurd moet zijn voor de aanleg van het fietspad (zie artikel 3 lid 3.3). De compensatie moet op grond van de provinciale beleidsregel verzekerd zijn voor een periode van ten minste 12 jaar. Dit is ook uitgangspunt. Wel is er de intentie om na de 12 jaar gezamenlijk te kijken naar mogelijkheden. Voor de compensatiegronden worden afspraken gemaakt met de beherende organisatie. Tussen de gemeente en de perceeleigenaren worden beheercontracten gesloten. Dit soort zaken, alsook het gebied waar compensatie zal plaatsvinden, zijn vastgelegd in het Compensatieplan, dat als bijlage bij het bestemmingsplan wordt opgenomen. Daarnaast heeft gemeente Hoeksche Waard budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de diverse beheerpakketten weidevogelbeheer, voor kostencompensatie en inkomstenderving van de perceeleigenaren en verrichte werkzaamheden van CCHW. Hiermee en door middel van de contracten is de uitvoering van het Compensatieplan naar onze mening voldoende verzekerd. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de toelichting op het bestemmingsplan.
De toelichting en bijlagen worden aangevuld met actuele informatie.
5/14
2.4 Samenvatting en reactie op zienswijze van Waterschap Hollandsche Delta De gemeente en het waterschap zijn al geruime tijd in gesprek. Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is conform die gesprekken. Wel zijn er nog enkele opmerkingen. Type wegen In de toelichting van het ontwerp wordt gesproken over gebiedsontsluitingswegen. Dat is in dit gedeelte niet het geval. Daarnaast geldt dat voor Erftoegangswegen (60 km/uur) een vrijliggend fietspad geen vereiste is. Die indruk wordt nu wel gewekt in paragraaf 4.1 Plangebied Verder wordt in de verbeelding/toelichting gesproken over het fietspad tot aan Westmaas. Ondanks dat dit gedeelte nu over het Oudeland van Strijen gaat (dus tot aan het fietspad Hoekseweg), loopt binnen het bestemmingsplan de fietsverbinding nog iets verder door (vanaf de Oudendijk). Dat gedeelte is nu niet in het bestemmingsplan opgenomen. Wat is de reden dat dit nu achterwege is gelaten? Of wordt het later nog apart meegenomen? Stroomsnelheid In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen: “0,60 - 0,80 m/s voor kleigrond, 0,30 - 0,60 m/s voor zavel en veen, 0,20 - 0,50 m/s voor grof zand en 0,15 - 0,30 m/s voor fijn zand.”. Het moet 0,20m/s zijn (dus ongeacht kleigrond, veen, zand etc). Reactie college: Type wegen De Oudendijk wordt in de planbeschrijving beschreven als een gebiedsontsluitingsweg, maar is inderdaad een erftoegangsweg.
Dit zal worden aangepast in de toelichting. Er wordt niet benoemd dat een vrijliggend fietspad een vereiste is. Ondanks dat het geen vereiste is, is het niet wenselijk dat fietsers de rijbaan delen met het gemotoriseerde verkeer. Deze onwenselijkheid wordt wel benoemd en maakt onderdeel uit van de afweging voor het ontwikkelen van het fietspad. Plangebied Het plangebied is gericht op het deel van het fietspad dat nog planologisch mogelijk gemaakt moet worden. Er is op dit moment voor gekozen om het zuidelijke deel in procedure te brengen. Het noordelijk deel van het beoogde fietspad, vanaf de Oudendijk, wordt op een later te bepalen moment apart bekeken en in procedure gebracht. Het deel fietspad tussen de rand van het plangebied bij de Hoekseweg en de Oudendijk is al aanwezig en hoeft daardoor niet verder geregeld te worden. Stroomsnelheid De aangegeven stroomsnelheid zal worden aangepast in het bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van de toelichting op het bestemmingsplan. De kwalificatie van de weg zal worden aangepast in de toelichting. De stroomsnelheid in paragraaf 4.5 van de toelichting zal worden aangepast zoals aangegeven door WSHD.
6/14
2.5 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 1 Inloopavond en indienen zienswijze Indiener heeft eerder een voorlopige zienswijze ingediend, voorafgaand aan de procedure. Pas bij communicatie na het ter inzage leggen heeft indiener begrepen dat een zienswijze via het webformulier ingediend moet worden. Indiener vond het opvallend dat op de inloopavond de doelgroep (scholieren) niet aanwezig was. Verkeersveiligheid Vanuit familiekring weet indiener dat scholieren de voorkeur hebben om via ‘de bewoonde wereld’ te fietsen en niet via ‘een verlaten polder’ in verband met veiligheidsgevoel, een ‘omweg’ en de (on)mogelijkheid om vrienden op te halen. Het fietspad voegt aan de verkeersveiligheid dus niets toe. Geld kan beter besteed worden, bijvoorbeeld armoedebestrijding, verbeteren van natuur(gebieden) en snelheidsbeperkende maatregelen. Natura 2000 Door aanleg van het fietspad wordt het Natura-2000 gebied (de enige aaneengesloten veenweidepolder) verder opgedeeld en de flora en fauna ernstig verstoord. Buisleidingenstraat Indiener heeft de zorg dat aanleg van het fietspad de pijpleidingenstraat kwetsbaarder maakt. Reactie college: Inloopavond en indienen zienswijze Voorafgaand aan het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan is het nog niet mogelijk om een zienswijze in te dienen.
Vanaf het moment dat het plan ter inzage ligt, kan er een zienswijze ingediend worden. Dit kan zowel schriftelijk (per brief), middels het webformulier, als mondeling. De inloopavond wordt georganiseerd voor alle belangstellenden die meer informatie willen of vragen willen stellen. Helaas zijn daar meestal niet alle doelgroepen bij vertegenwoordigd. Wellicht zijn er wel familieleden van scholieren aanwezig geweest en zijn eventuele vragen op die manier wel gesteld. Het staat iedereen vrij om wel of niet te komen. Aanwezigheid bij een inloopavond is niet altijd een indicator of een voorziening verziet in een behoefte. Verkeersveiligheid In voorbereiding op het (ontwerp)bestemmingsplan is een analyse uitgevoerd met betrekking tot de sociale veiligheid. Deze analyse is ook als bijlage bij de toelichting gevoegd. De analyse is uitgevoerd op basis van uitgangspunten vanuit CROW (CROW is een Nederlandse stichting die zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid). Conclusie van de analyse is: “Fietsroute Oudeland scoort wat betreft sociale veiligheid goed op een aantal punten. De criteria waarop de fietsroute minpunten scoort (beperkte sociale controle en geen alternatieve route) zijn een gegeven waar weinig tot geen compenserende maatregelen mogelijk zijn.
De gegeven aandachtspunten kunnen helpen om op en rondom de fietsroute meer sociale veiligheid te creëren.” Daarnaast blijkt uit gegevens van de provincie dat de bestaande routes die nu genomen worden niet goed scoren op het gebied van verkeersveiligheid (zie Safety Performance Index Fiets). De lage score uit deze index komt omdat fietsers in de bestaande situatie rijden over wegen waar ook gemotoriseerd verkeer gebruik van maakt. Vanwege de landelijke ligging van deze wegen maakt relatief veel landbouwverkeer gebruik van de wegen. Verder is, met een maximum snelheid van 60 km/u voor het gemotoriseerd verkeer, het verschil in snelheid tussen gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer relatief groot. De combinatie van de grote snelheidsverschillen tussen fietsers en gemotoriseerd (landbouw)verkeer en het relatief hoge aandeel landbouwverkeer maakt de bestaande fietsroutes potentieel verkeersonveilig. De beoogde vrijliggende fietsroute levert een bijdrage aan de verkeersveiligheid.
7/14
Natura 2000 Voor de ontwikkeling zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de eventuele verstoring van natuurwaarden. Deze onderzoeken zijn ook bij het bestemmingsplan gevoegd. Uit deze onderzoeken blijkt dat aanleg en het gebruik van het fietspad de kwalificerende Natura 2000-soorten in het Oudeland slechts in geringe mate en niet significant verstoren. Natuurnetwerk De aanleg en het gebruik van het fietspad leiden tot verstoring van enkele broedparen weidevogels. Hiertoe is een compensatieplan opgesteld. Door de wijze van compenseren is de gemeente van mening dat de natuurwaarden voldoende worden beschermd en behouden. Buisleidingenstraat De ontwikkeling van het fietspad gebeurt in nauw overleg met de beheerder van de buisleidingenstraat. Zowel de beheerder als de gemeente hebben nadrukkelijk oog voor borgen van de veiligheid met betrekking tot de buisleidingenstraat. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
8/14
2.6 Samenvatting en reactie op zienswijze van Indiener 2 Procedure Indiener geeft aan in gesprek te zijn met de gemeente over grondaankoop en verbaasde zich dat in het Kompas stond dat de procedure van het bestemmingsplan gestart was. Ontsluiting en toegankelijkheid percelen De ontsluiting van indieners percelen wordt verslechterd. Ook de vrije toegang wordt aanzienlijk beperkt. De dieren op de genoemde percelen worden dagelijks geteld met de auto, dit is niet meer zonder hinder mogelijk na aanleg van het fietspad. Woongenot en welzijn dieren Het fietspad heeft effect op het woongenot. Op dit moment heeft indiener vrij uitzicht, geen inkijk en geen geluid van derden. Ook de rust van de dieren van indiener wordt verstoord door fietsers en scooterrijders. Nut en noodzaak Motivering van de nut en noodzaak wordt in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gemist. Beheerplan Indiener vraagt zich af of aanleg van het fietspad mogelijk is gelet op het geldende beheerplan voor het Natura-2000-gebied. Belangenafweging In het ontwerpbestemmingsplan ziet de indiener niet terug dat er een belangenafweging is gemaakt over met name de verkeersveiligheid voor het bestemmingsverkeer en de fietsers bij gebruik van het fietspad. Ook wordt een goede motivering gemist waarom het belang van indiener en Natura-2000 gebied moet wijken voor het fietspad.
Reactie college: Procedure De gemeente heeft er vertrouwen in dat de gesprekken die al lopen op een goede manier voortgezet kunnen worden. Om voortgang in het proces te houden, is het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Reacties en zienswijzen op dit ontwerpbestemmingsplan geven de gemeente ook de kans om het bestemmingsplan te verbeteren, indien nodig. Ontsluiting en toegankelijkheid percelen De percelen blijven toegankelijk voor de eigenaren. De verwachting is dat er piekmomenten zullen zijn waarop enige hinder niet uit te sluiten is, maar voor het grootste gedeelte van de dag blijven de werkzaamheden zoals deze eerder ook uitgevoerd werden mogelijk. Woongenot en welzijn dieren Het fietspad heeft een minimale uitstraling op de omliggende woningen en dieren. De afstand tussen de woningen en het fietspad is dusdanig dat een substantiële negatieve invloed niet te verwachten is. Ook is het fietspad enkel bestemd voor fietsverkeer en niet voor gemotoriseerd verkeer zoals scooters. Hierdoor is de verwachting dat de rust van de dieren niet noemenswaardig verstoord zal worden. Nut en noodzaak In (onder andere paragraaf 1.1 van) de toelichting bij het (ontwerp)bestemmingsplan is de aanleiding van het plan behandeld. Hierin is ook aangegeven dat de fietsroute dient voor de verbetering van de veiligheid van het fietsverkeer.
Bij de huidige beschikbare routes voor fietsverkeer zijn geen voorzieningen aanwezig voor fietsers en ontbreekt de ruimte om voorzieningen te realiseren. Om de verkeersveiligheid van fietsers in het gebied te verbeteren is een nieuwe, vrijliggende, fietsroute noodzakelijk.
9/14
Beheerplan Het geldende Beheerplan voor het Natura 2000-gebied voorziet niet in het beoogde fietspad. Om die reden geldt er een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze vergunning is inmiddels aangevraagd. Belangenafweging Aangezien de effecten op de Natura 2000-doelen gering en niet significant zijn, heeft de gemeente het duidelijke veiligheidsbelang van het fietspad zwaarder laten wegen dan de geringe effecten op Natura 2000. Hiervoor is inmiddels een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd. Bij de inrichting van het fietspad is rekening gehouden met dubbelgebruik, zoals gebruik door bestemmingsverkeer. De inrichting maakt het mogelijk om beide veilig gebruik te maken van het fietspad. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
10/14
3. Overzicht wijzigingen bestemmingsplan ten opzichte van ontwerpbestemmingsplan Inleiding De beantwoording van de zienswijzen geeft aanleiding om het bestemmingsplan op een aantal onderdelen aan te passen. • Er worden beschermende regeling opgenomen in verband met de buisleidingenstraat. • De toelichting op het bestemmingsplan wordt op een aantal onderdelen aangepast. Verder zijn er ook een aantal ambtshalve aanpassingen gewenst in de toelichting op het bestemmingsplan: • De toelichting is aangevuld met informatie waaruit blijkt dat er het plan ook gelet op de (in verband met de realisering van het fietspad) benodigde grondaankopen, weidevogelcompensatie en watercompensatie uitvoerbaar wordt geacht. • De relevante informatie die verband houdt met de weidevogelcompensatie is gebundeld in 1 document, het Compensatieplan. De informatie die in eerdere bijlagen bij het ontwerpbestemmingsplan was opgenomen, is daarmee geactualiseerd en aangevuld, ook in verband met de diverse vervolgstappen die inmiddels zijn gezet. Het Compensatieplan vormt een nieuwe bijlage bij het vast te stellen bestemmingsplan. • Ook andere onderdelen van de toelichting en de bijlagen zijn waar nodig aangepast en geactualiseerd. Met deze aanpassingen is in het bestemmingsplan aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Aanpassingen Regels In artikel 1 worden een nieuwe begripsbepaling opgenomen, luidende: (beperkt) kwetsbare objecten als zodanig omschreven objecten in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Een nieuw artikel Leiding - Leidingstrook wordt opgenomen, zie bijlage bij deze nota. De navolgende artikelen worden vernummerd. Een nieuw artikel 11 Algemene aanduidingsregels wordt opgenomen, zie bijlage bij deze nota. De navolgende artikelen worden vernummerd. Met deze aanpassingen zijn de regels aangepast en aangevuld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Verbeelding Voor gronden in het plangebied die samenvallen met de buisleidingenstraat, wordt de dubbelbestemming ‘Leiding - Leidingstrook’ opgenomen. De aangrenzende gronden binnen de veiligheidscontour worden voorzien van de aanduiding ‘veiligheidszone - leidingstrook’. Met deze aanpassingen is de verbeelding aangepast en aangevuld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
11/14
Toelichting De toelichting (waaronder hoofdstuk 3 (Beleid)) is waar nodig geactualiseerd. Paragraaf 4.7 (Ecologie) is aangevuld en geactualiseerd. Paragraaf 6.1 (Economische uitvoerbaarheid) is aangevuld. Bijlagen: • Bijlage 3 Passende beoordeling Wnb-toets is geactualiseerd en hernoemd (Passende beoordeling Natura 2000) • Bijlage 5 Natuurtoets is vervallen. Het onderdeel Toetsing beschermde soorten is geÏntegreerd in paragraaf 4.7 (Ecologie). De andere relevante zaken uit de natuurtoets zijn in bijlage 3 (Passende beoordeling) en bijlage 4 (NNN-toets) behandeld. • Bijlage 6 Memo stikstofberekening is vervallen. Het onderdeel stikstof is geïntegreerd in bijlage 3 (Passende beoordeling) • Bijlage 7 Stikstofberekening aanlegfase is geactualiseerd. Er is gerekend met AERIUS-Calculator versie 2023 en de invoergegevens zijn aangepast op basis van specifieke informatie van de initiatiefnemer. • Bijlage 9 Compensatievoorstel en Bijlage 10 Nadere uitwerking compensatievoorstel zijn vervallen. Deze bijlagen zijn onvolledig en verouderd. De nieuwe bijlage Compensatieplan bevat alle de relevante informatie ten aanzien van de weidevogelcompensatie. Met deze aanpassingen is in de toelichting aangepast en aangevuld ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
12/14
Bijlage Artikel 7 Leiding - Leidingstrook 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding – Leidingstrook' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor ondergrondse leidingen. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a.
op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend worden gebouwd meet- en regelstations met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m en een inhoud van ten hoogste 50 m³ per gebouw en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van ten hoogste 4 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijken ten behoeve van bouwen in verband met de leidingenstraat Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 7.2 onder a, mits de hogere bouwhoogte respectievelijk grotere bouwhoogte noodzakelijk is voor het beheer en/of onderhoud van de ondergrondse leidingen.
7.3.2 Afwijken ten behoeve van bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 7.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en voor zover de veiligheid met betrekking tot de leidingen niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. Alvorens over een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Leidingstrook' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.
het aanbrengen van hoogopgroeiende beplantingen en bomen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het opslaan van goederen.
13/14
7.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod van lid 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.
het aanbrengen, het in bedrijf nemen en onderhouden van leidingen en kabels en bijbehorende voorzieningen voor een goed functioneren van de buisleidingenstraat; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 7.3 bedoeld; c. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; e. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling boven- en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) vormen. 7.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens over een omgevingsvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder .
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Ten aanzien van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - leidingstrook' geldt dat: a. geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen worden gebouwd; b. burgemeester en wethouders bevoegd zijn bij een omgevingsvergunning af wijken van het bepaalde onder a ten behoeve van het toelaten van beperkt kwetsbare objecten mits sprake is van gewichtige redenen en het groepsrisico is verantwoord; c. alvorens van een omgevingsvergunning wordt afgeweken vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder.
14/14