CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Nader Onderzoek Ecologie

Oordeelsvormende vergadering 6 september 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan woningbouwlocatie Oud-Cromstrijensedijk OZ Klaaswaal7.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NADER ONDERZOEK VLEERMUIZEN, STEENMARTER, GROTE VOS, STEENUIL, KERKUIL EN HUISMUS

Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d Klaaswaal, provincie Zuid-Holland

Uitgevoerd door: RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk e-mail: info@rskgroup.nl

Rapportnummer: 517856.001(01)

Rapportagedatum: 30 mei 2022 In opdracht van: Novaform Vastgoedontwikkelaars West B.V. Kralingseweg 217-A 3062 CE Rotterdam

Status rapport: Definitief

Foto omslag: RSK, 2021 RSK Netherlands is een zelfstandig onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer – opdrachtgever. RSK Netherlands heeft geen (eigendoms)relatie met het plangebied. RSK verklaart hierbij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. RSK Netherlands accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door RSK Netherlands uitgevoerde onderzoek. RSK Netherlands is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit de toepassing van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen van RSK Netherlands; opdrachtgever vrijwaart RSK Netherlands voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. RSK Netherlands is sinds 2021 kandidaat voor het lidmaatschap bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het kandidaatschap is een voorbereiding op het lidmaatschap dat gebonden is aan een zekere kwaliteit van onderzoek en advisering. In de voorbereidingsperiode gebruikt de kandidaat de faciliteiten van het Netwerk Groene Bureaus om op het benodigde kwaliteitsniveau te komen.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de diverse faciliteiten, waaronder de machtiging voor het gebruik van de ontheffingen van het NGB voor het uitvoeren van diverse ecologische veldonderzoeken. Zie voor meer informatie over het kandidaatschap. Als onderdeel van deze ontheffing valt de verplichting om voor het einde van het jaar alle waarnemingen vrij te geven aan de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). De opdrachtgever/RSK mag natuurgegevens uit de NDFF slechts uitsluitend voor het betreffende project gebruiken. De gegevens mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. De natuurgegevens zijn daarom niet tot in detailniveau opgenomen in dit rapport.

Definitief

Rapportstatus Naam

Functie

Handtekening

Datum

Opgesteld

Gabrijel Lesnik

Projectleider ecologie

30 mei 2022

Gecontroleerd

Michiel Tangerman

Projectleider ecologie

30 mei 2022

Vrijgegeven

Gertjan Loeffen

Senior projectleider

30 mei 2022

Dit rapport mag niet worden gebruikt voor contractuele doeleinden of ingenieursdiensten tenzij de bovenstaande tabel juist en volledig is ingevuld en getekend door de projectmanager, technische- en kwaliteitsreviewer(s) en het rapport als DEFINITIEF is aangewezen. © Dit rapport valt onder het auteursrecht van RSK Netherlands. Elke niet geautoriseerde reproductie of elk gebruik door iemand anders zonder nadrukkelijke toestemming van de opdrachtgever is strikt verboden.

Inhoudsopgave 1

Inleiding ................................................................................................................................................................ 1 Doel en aanleiding .......................................................................................................................................... 1 Wettelijk kader ................................................................................................................................................ 1 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 2

2

Plangebiedbeschrijving en geplande werkzaamheden ................................................................................... 3 Plangebiedbeschrijving en huidig gebruik ...................................................................................................... 3 Toekomstig gebruik/geplande werkzaamheden ............................................................................................ 4

3

Methode onderzoek ............................................................................................................................................. 5 Toegepaste methode per soort(groep) .......................................................................................................... 5 3.1.1 Methode vleermuisonderzoek..................................................................................................................... 5 3.1.2 Methode steenmarteronderzoek ................................................................................................................. 6 3.1.3 Methode grote vosonderzoek ..................................................................................................................... 6 3.1.4 Methode steenuil en kerkuil onderzoek ...................................................................................................... 7 3.1.5 Methode huismusonderzoek ....................................................................................................................... 8 Veldbezoeken ................................................................................................................................................. 8

4

Resultaten veldbezoeken.................................................................................................................................. 10 Vleermuizen ................................................................................................................................................. 10 Steenmarter .................................................................................................................................................. 11 Grote vos ...................................................................................................................................................... 12 Uilen ............................................................................................................................................................. 12 Huismus........................................................................................................................................................ 15 Overige waarnemingen ................................................................................................................................ 17

5

Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................................................... 19 Conclusie ...................................................................................................................................................... 19 Aanbevelingen .............................................................................................................................................. 19

6

Bronnen .............................................................................................................................................................. 21

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

1

Inleiding Doel en aanleiding

In opdracht van Novaform Vastgoedontwikkelaars West B.V. heeft RSK Netherlands (hierna RSK) een Nader Onderzoek naar vleermuizen, steenmarter, grote vos, steenuil, kerkuil en huismus uitgevoerd ter plaatse van de locatie Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal in de gemeente Oud-Beijerland, provincie ZuidHolland. Aanleiding voor het Nader Onderzoek naar vleermuizen, steenmarter, grote vos, steenuil, kerkuil en huismus is de uitgevoerde Quickscan flora en fauna (Habitus, kenmerk RHOA2021-54-QS1-V1 van 4 juni 2021). In de Quickscan is vastgesteld dat: • het plangebied mogelijkheden biedt voor steenuil en kerkuil, doordat het plangebied een kleinschalige, half open tot open cultuurlandschap bevat en er een geschikte nestplaats aanwezig is in een oude schuur. Daarnaast is voor huismus geschikt habitat aanwezig binnen het plangebied. Er zijn namelijk geschikte gebouwen aanwezig, zoals schuren en huizen met dakpannen. Ook zijn huismussen in de omgeving waargenomen. • Het plangebied en de omgeving vormen tevens geschikt habitat voor de steenmarter. Er zijn mogelijke verblijfplaatsen aanwezig (en toegankelijk), zoals zolders, kruipruimtes, spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. Op de percelen zijn schuren aanwezig met openingen waar de steenmarter naar binnen kan.

• Er is vastgesteld dat het plangebied mogelijkheden biedt voor gebouw-bewonende vleermuissoorten, te weten: de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. De opstallen hebben diverse openingen, zoals onder dakgoten, tussen daklijsten en gaten en kieren in de betimmering. Vanwege het type opstallen en/of de ligging van het plangebied worden geen (massa)winterverblijfplaatsen van de vleermuizen (met name de gewone dwergvleermuis) verwacht. • Tot slot zijn voor de grote vos geschikte waardplanten aanwezig, zoals perenbomen en diverse wilgensoorten. Geschikt biotoop is ook aanwezig namelijk: boomgaarden. Ook zijn er geschikte plaatsen aanwezig om te overwinteren, zoals holle bomen, schuurtjes of stapels hout. Het doel van het Nader Onderzoek is het bepalen of de betreffende ontheffingsplichtige soorten binnen of rondom het plangebied aanwezig zijn en welke functies het plangebied heeft voor deze soorten. Tevens is getoetst of er sprake is van een overtreding, door de geplande werkzaamheden (sloop van de opstallen, het bouwrijp maken van percelen en de nieuwbouw van woningen) van één of meer van de verbodsbepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Wettelijk kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht (Wet natuurbescherming, 2021).

De Wnb heeft als doel het behoud van de biodiversiteit en het duurzaam gebruik van de bestanddelen ervan. De Wnb beschermt in principe alle in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, waarbij de zogenaamde gunstige staat van instandhouding van soorten bepalend is. Daarbij regelt de Wnb ook de bescherming van Natura 2000-gebieden en houtopstanden. Alles dat mogelijk schadelijke gevolgen heeft voor de beschermde gebieden of flora en fauna is in principe verboden. In het kader van dit Nader Onderzoek zijn voornamelijk §3.2 artikel 3.5 tot 3.9 (Habitatrichtlijn) en §1.3 artikel 1.10 tot 1.13c (Algemene bepalingen) van toepassing. Vogelrichtlijn Steenuil, kerkuil en huismus vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb, art 3.1) en zijn daarmee op Europees niveau strikt beschermd. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die (vaste-)nesten en/of functionele leefomgeving van de soort aantast leidt dit altijd tot een ontheffingsaanvraag. Deze wordt alleen verleend na een toetsing en na het overwegen van bepaalde criteria, zijnde: dwingende redenen van groot openbaar belang, dreiging voor volksgezondheid en veiligheid en/of (voorkoming) van ernstige (economische) schade. Desalniettemin zijn dergelijke overtredingen van verbodsbepalingen te voorkomen middels mitigerende maatregelen (verwerkt in een compensatieplan) om nadelige invloeden te minimaliseren.

Habitatrichtlijn Vleermuizen en steenmarter vallen onder de Habitatrichtlijn (Wnb, art. 3.5) en zijn daarmee op Europees niveau strikt beschermd. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die verblijfplaatsen en/of functionele leefomgeving van de soort aantast leidt dit altijd tot een ontheffingsaanvraag. Deze wordt alleen verleend na een toetsing en na het overwegen van bepaalde criteria, zijnde: dwingende redenen van groot openbaar belang, dreiging voor volksgezondheid en veiligheid en/of (voorkoming) van ernstige (economische) schade.

1

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Desalniettemin zijn dergelijke overtredingen van verbodsbepalingen te voorkomen middels mitigerende maatregelen (verwerkt in een compensatieplan) om nadelige invloeden te minimaliseren. Andere soorten De grote vos valt onder het beschermingsregime andere soorten (Wnb, art. 3.10) en is daarmee op nationaal niveau strikt beschermd. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die verblijfplaatsen en/of functionele leefomgeving van de soort aantasten, is een ontheffingsaanvraag altijd noodzakelijk tenzij de soort vrijgesteld is door de provincie. Deze ontheffing wordt alleen verleend na een toetsing en na het overwegen van bepaalde criteria, in aanvulling aan de hierboven genoemde, zijnde: • • • • • • •

ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en het daarop volgende gebruik van het gebied; voorkoming van schade of overlast; beperking van de populatieomvang in verband met veelvuldig veroorzaakte schade of met overpopulatie van het gebied; voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; bestendig beheer of onderhoud in/aan de landbouw, bosbouw, vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen, bermen, landschappelijke kwaliteiten van het gebied; in het kader van natuurbeheer; of in het algemeen belang.

Desalniettemin zijn dergelijke overtredingen van verbodsbepalingen te voorkomen middels mitigerende maatregelen (verwerkt in een compensatieplan) om nadelige invloeden te minimaliseren. Algemene bepalingen De algemene zorgplicht (Wnb, art 1.11) is altijd van toepassing. Dit houdt in dat handelingen die nadelige gevolgen kunnen veroorzaken op alle in het wild levende dieren en planten, hun directe leefomgeving, alsmede Natura 2000gebieden en overige bijzondere natuurgebieden, zoveel als redelijkerwijs mogelijk moeten worden voorkomen. Indien dat niet mogelijk is, moeten noodzakelijke maatregelen worden getroffen om het wel te voorkomen, zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het plangebied waarin het Nader Onderzoek is uitgevoerd beschreven en worden de geplande werkzaamheden danwel de toekomstige plannen nader toegelicht. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de gebruikte methodiek en veldbezoekmomenten per soort(groep) uitgelicht. In hoofdstuk 4 worden de verkregen resultaten weergegeven waarna in hoofdstuk 5 de conclusies en adviezen worden toegelicht. In hoofdstuk 6 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.

2

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

2

Plangebiedbeschrijving en geplande werkzaamheden

Plangebiedbeschrijving en huidig gebruik Het plangebied is gelegen ten noorden van de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde (OZ) 44b-44d op circa 500 meter ten zuidoosten van de kern van Klaaswaal, provincie Zuid-Holland. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Hoeksche Waard/Klaaswaal (code KWL00, sectie C en nummers 834, 835, 836 en 801). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 61.010 m 2. De percelen 44b en 44c vallen buiten het bestemmingsplangebied en behoren niet tot het onderzoeksgebied. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied ligt deels binnen en deels buiten de bebouwde kom. De bodem van het plangebied bestaat voornamelijk uit klei (RVO, 2005). Aan de zuidzijde van de Oud-Cromstrijensedijk OZ zijn woningen en bedrijven, hoofdzakelijk op dijkniveau gelegen. Langs de westrand van het plangebied staan onderaan de dijk eveneens woningen met tuinen (en beroep aan huis). In noordelijke richting gaat dit langs de westrand over in volkstuinen en het terrein van een voetbalvereniging tegen het noordwesten van het plangebied. De noordelijke rand grenst hoofdzakelijk aan achtertuinen van woningen. De oostelijke rand grenst aan een agrarisch perceel (akkerbouw).

In de huidige situatie bestaat het perceel ter hoogte van 44b uit een boomgaard (peer), dat ongeveer de helft van het plangebied bedekt, inclusief een leegstaande woning met tuin en bijgebouwen. De bestaande woonhuizen behoren niet tot het plangebied van het bestemmingsplan. Gedurende het verloop van het nader onderzoek is de leegstaande woning gesloopt en dat deel van het perceel is momenteel braakliggend. Ten noordwesten van de percelen 44c en 44d bevindt zich een graanakker en ten zuidwesten daarvan is een erf met woning en opstallen gelegen. Het plangebied wordt geheel begrensd door sloten.

Figuur 1. Weergave van het plangebied (paars omrand) aan de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal. Met blauw zijn de percelen omrand die niet onder het bestemmingsplangebied vallen.

3

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Toekomstig gebruik/geplande werkzaamheden De initiatiefnemer(s) (Novaform Vastgoedontwikkelaars West en haar partner Bouw- & aannemingsbedrijf Gebr. Hooghwerff B.V.) zijn voornemens circa 120 woningen te realiseren binnen het plangebied. Met de plannen wordt ingespeeld op de vraag naar nieuwe woningen in het dorp. De bestaande opstallen zullen worden gesloopt en de boomgaard zal (grotendeels) worden weggehaald, waarna de percelen bouwrijp worden gemaakt. Vervolgens zullen nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd (Figuur 2). Gedurende de sloop- en bouwwerkzaamheden wordt verwacht dat er sterke trillingen en harde geluiden zullen ontstaan. Daarnaast wordt er in de aanleg- en gebruikersfase extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Daarbij kan het voorkomen dat de werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst worden uitgevoerd. Ook wordt hoogstwaarschijnlijk grondwater onttrokken of aangevoerd en kunnen er zanddepots ontstaan. Er zal een complete woonwijk worden aangelegd, met centraal in het midden een kreekachtige waterlichaam met daaromheen knotwilgen en een deel van de perenboomgaard. De werkzaamheden zijn vooralsnog gepland gedurende het jaar 2022 (vellen van groenelementen en sloop opstallen). De nieuwbouw zal van start gaan zodra het bestemmingsplan concreet is gemaakt.

Het is vooralsnog onbekend hoelang de werkzaamheden exact zullen duren, dit is mede afhankelijk of vergunningverlening nodig is.

Figuur 2. De toekomstige inrichting van het plangebied. Centraal wordt een watergang aangelegd en daaromheen knotwilgen.

4

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

3

Methode onderzoek

Toegepaste methode per soort(groep) De soortgerichte inventarisaties naar de vleermuizen, steenmarter, grote vos, steenuil, kerkuil en huismus zijn uitgevoerd conform geldige kennisdocumenten van BIJ12, soortgerichte protocollen vanuit de NGB en/of andere beschikbare bronnen. Deze worden per soortgroep nader toegelicht in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. De kennisdocumenten zijn opgesteld door diverse ecologische en juridische deskundigen; onderzoeken die volgens deze documenten zijn uitgevoerd kunnen volstaan bij een ontheffingsaanvraag. Voorafgaand aan de veldbezoeken is de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd voor een actueel overzicht van de directe omgeving. Uit deze database zijn de waarnemingen van de vleermuizen, steenmarter, grote vos, steenuil, kerkuil en huismus gebruikt van de afgelopen vijf jaar binnen een straal van vijf kilometer rondom het plangebied, tenzij anders vermeld. Verder is de handelswijze uitgelegd van het uitgevoerde onderzoek. 3.1.1 Methode vleermuisonderzoek De soortgerichte inventarisatie naar vleermuizen is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de Zoogdiervereniging. In dit protocol wordt per vleermuissoort beschreven in welke tijd van het jaar en onder welke omstandigheden het onderzoek plaats moet vinden.

Hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende manieren waarop vleermuizen hun leefgebied gebruiken. Het is nodig om een vleermuisonderzoek verspreid en met tussenpozen over het gehele actieve (jaar)seizoen uit te voeren. Een overzicht van de (optimale) onderzoeksperioden met betrekking tot mogelijke functies voor vleermuizen en uitleg van termen uit het vleermuisprotocol 2021 is in box 1 uiteengezet. Verder zijn beschikbare kennisdocumenten van BIJ12 (versies 1.0, 2017) geraadpleegd. Box 1: Overzicht van de (optimale) onderzoeksperioden met betrekking tot mogelijke functies en uitleg termen uit het vleermuisprotocol 2021.

Zomer- en kraamverblijven (periode 15 mei tot 15 augustus) Verblijfplaats: Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats: Een verblijfplaats van een kraamgroep van vrouwtjes met nakomelingen. Paar- en winterverblijven (periode 15 augustus tot 1 oktober) Paar(verblijf)plaats: Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar tenminste een baltsend of zwermend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren. Welk gedrag wordt waargenomen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. Zwermen bij het invliegen komt bij meerdere verblijfsfuncties voor. Vlieg/migratieroutes en foerageergebied (periode 1 april tot 1 oktober) Vliegroute: Een vaste route, zoals langs een bomenlaan, van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen en visa versa. Migratieroute: Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied: Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.

Het nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen bestond uit 6 veldonderzoeken (4 keer in de avond en 2 keer in de ochtend) gedurende de periode van 23 juni tot en met 8 september 2021. De soorten die er verwacht werden zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. De functies die werden verwacht zijn: zomerverblijf, kraamverblijf en paarverblijf. De actuele aanwezigheid en het gebruik van het plangebied door vleermuizen is onderzocht met behulp van detectieapparatuur (Pettersson M500 en BAT-logger M). Met deze apparatuur worden ultrasone geluiden hoorbaar gemaakt en kunnen deze digitaal worden vastgelegd. Hierdoor zijn analyses van de vleermuisgeluiden mogelijk met behulp van analysesoftware, zoals BAT-explorer, wat gebruikt is als analysesoftware in dit onderzoek. Tevens is gebruik gemaakt van LED-zaklampen alsmede een warmtebeeldcamera FLIR Scion® OTM266 om bijvoorbeeld zwerm- en vlieggedrag te observeren.

5

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

3.1.2 Methode steenmarteronderzoek Er is een soortgerichte inventarisatie naar de steenmarter uitgevoerd met als doel het vaststellen van de soort en de functie(s) van het plangebied voor deze soort. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de handreiking kleine marters van provincie Noord-Brabant en de Zoogdiervereniging (2017). De optimale onderzoeksperiode voor steenmarter is tijdens de voortplantingsperiode (globaal van maart tot juli). Het veldonderzoek heeft plaatsgevonden tijdens de sub optimale periode van de steenmarter, vanaf juli. Door het onderzoek in de sub optimale periode uit te voeren is meer onderzoeksinspanning nodig geweest. Vanaf medio juli 2021 zijn gedurende veertien weken wildcamera’s geplaatst. Gedurende deze periode zijn vier wildcamera’s (drie Browning Recon Force Elite HP4 en één Browning Spec Ops Elite HP4) geïnstalleerd op verschillende geschikte locaties binnen het plangebied. De wildcamera’s zijn elke twee weken gecontroleerd en verplaatst, zodat meerdere posities binnen het plangebied en de opstallen gemonitord konden worden (Figuur 3).

Figuur 3. Locaties van wildcamera’s binnen de opstallen en het plangebied.

3.1.3 Methode grote vosonderzoek Het doel van het nader onderzoek grote vos is het uitsluiten of aantonen van het voortplantings- en overwinteringsbiotoop van deze beschermde dagvlindersoort. Circa 50% van het plangebied bestaat uit een perenboomgaard, welke als leefgebied kan dienen voor de grote vos. Daarnaast zijn opstallen aanwezig die als overwinteringsplek kunnen dienen. Landelijk zijn er geen vastgestelde onderzoeksprotocollen voor deze soort. Het nader onderzoek naar de aanwezigheid van de grote vos is uitgevoerd conform bekende informatie van de vlinderstichting. Om de aan- of afwezigheid vast te stellen in het plangebied is de onderzoeksinspanning bepaald aan het gedrag van deze soort. De trefkans van de grote vos is vaak laag in zijn biotoop, waardoor er meer onderzoeksinspanning benodigd is. Om de trefkans te vergroten zijn twee veldbezoeken in de periode van half juni tot eind juli 2021 gedaan tijdens de meest actieve vliegperiodes (Figuur 4) en bij geschikte weersomstandigheden (minimaal 12-14 OC met zon). Vervolgens is een veldbezoek gedaan naar het overwinteringsbiotoop in de periode begin maart tot eind april 2022. De grote vos overwintert als imago en kan dan vroeg in het jaar te zien zijn, het voorjaar is dan ook de beste tijd om de grote vos te zien te krijgen.

6

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Figuur 4. Vliegtijd van de grote vos. (Vlinderstichting, 2022)

3.1.4 Methode steenuil en kerkuil onderzoek De soortgerichte inventarisatie naar steenuilen en kerkuilen is uitgevoerd conform de kennisdocumenten voor de steenuil en kerkuil van BIJ12 (versie 1.0, 2017a; 2017b). Daarnaast zijn leden van de plaatselijke uilenwerkgroep (uilenwerkgroep Hoekschewaards Landschap) betrokken geweest tijdens het eerste veldbezoek. Onderzoek naar steenuil en kerkuil is uitgevoerd in een periode dat de uilen luidruchtig en territoriaal zijn en/of tot paarvorming over gaan (broedseizoen) (Figuur 5 en 6). Vanaf 2 maart tot en met 12 april 2022 zijn 3 veldbezoeken gedaan gedurende de periode van een half uur na zonsondergang tot middernacht, met een tijdsinspanning van tenminste 2 uur per veldbezoek. Hoewel uilen nachtactief zijn, roesten zij overdag teruggetrokken en op vaste plaatsen waar braakballen te vinden zijn. Om deze reden zijn overdag driemaal sporenonderzoeken gedaan op 12, 14 en 25 april 2022.

Figuur 5. Een weergave van de optimale onderzoeksperiode voor de steenuil (BIJ12, 2017a).

7

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Figuur 6. Een weergave van de optimale onderzoeksperiode voor de kerkuil (BIJ12, 2017b)

Voor het onderzoek naar steenuilen is gebruik gemaakt van geluidsopnamen van de territoriumroep (baltsroep) van het mannetje binnen en buiten de omgeving van het plangebied. Een reactie op de geluidsopnamen van een mannetje duidt op een territorium. Kerkuilen reageren niet op territoriale roepen en moeten alleen op gehoor of zicht worden waargenomen. Indien een territorium aanwezig is, wordt onderzocht of een nestplaats aanwezig is en wat de omvang van het leefgebied is. De inventarisaties zijn tijdens voor de uilen gunstige weersomstandigheden gedaan (Tabel 1). De (vermoedelijke) locaties van nestplaatsen van de steenuil kunnen worden vastgesteld door een nestindicatieve waarneming te doen. Dit kan gedaan worden door een (bezet) nest aan te treffen of een bezoek van een steenuil aan een waarschijnlijke nestplaats waar te nemen. Dit kan tevens gedaan worden door een waarneming te doen van transport van voedsel naar jonge steenuilen of door bedelende jongen waar te nemen in de nestopening. Voor kerkuilen geldt daarnaast dat waarnemingen gedaan kunnen worden van territoriaal gedrag, zoals een krijsende kerkuil. Dit kan gedurende het hele jaar zijn, maar vindt voornamelijk in februari en maart plaats. Daarnaast kunnen bedelende jongen worden aangetroffen (doorgaans vanaf juni).

3.1.5 Methode huismusonderzoek De soortgerichte inventarisatie naar huismussen is uitgevoerd conform het kennisdocument voor de huismus van BIJ12 (versie 1.0, 2017c). Het nader onderzoek naar de aanwezigheid van huismus heeft plaatsgevonden door middel van twee gerichte veldbezoeken in de periode tussen 1 april en 15 mei 2022. Tijdens de twee inventarisaties is bij het plangebied gelet op broedende, baltsende (zingende) en/of actieve huismussen die nestindicerend gedrag vertonen. De aanwezigheid van huismussen en een nest van een huismus kan dan als volgt worden aangetoond: Nestindicatieve waarnemingen kunnen gedaan worden door een nest of nestbouw aan te treffen. Dit geldt ook voor een bezoek aan een waarschijnlijke nestplaats (vaak is het nest zelf niet zichtbaar, grassprieten of veren steken uit). Transport van voedsel of krijtsporen van ontlasting kunnen tevens aanwijzingen zijn dat er nestindicerend gedrag aanwezig is. Vlak voor het uitvliegen kunnen de kopjes van jonge huismussen uit de nestopening steken en zijn de bedelende jongen goed hoorbaar. Daarnaast is het voldoende om minimaal één waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode tussen 10 maart t/m 20 juni te doen van een zingend mannetje (veelal op de dakrand of dakgoot).

Tevens kan de aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats, de balts of paring van huismussen afdoende zijn als aanwijzing in een potentieel broedbiotoop. De afwezigheid van broedende huismussen kan aangetoond worden als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april t/m 15 mei (met ten minste tien dagen tussen beide veldbezoeken) geen aanwezigheid van broedende huismussen kan worden aangetoond. Veldbezoeken Een overzicht van alle veldonderzoeken, die gedaan zijn door RSK ecologen, is weergegeven in onderstaande tabel (Tabel 1). Een samenvatting van de bevindingen wordt weergegeven in hoofdstuk 4.

8

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Tabel 1. Overzicht velbezoeken met activiteit, tijdsduur en weersomstandigheden. Ronde

Datum (2021)

Activiteit en tijdsduur

Zon op/onder

Temp (OC)

Bewolking

Windkracht en -richting

VZA1

23-06-2021

Vleermuisonderzoek avond 1 – 22:04 - 00:05

22:04

15

8/8

NO, 2 Bft.

VZO1

24-06-2021

Vleermuisonderzoek ochtend 1 – 03:23 - 05:23

05:23

13

8/8

NO, 2 Bft.

VZA2

13-07-2021

Vleermuisonderzoek avond 2 – 21:56 - 23:56

21:56

17

8/8

NW, 3 Bft.

VZO2

13-07-2021

Vleermuisonderzoek ochtend 2 – 03:38 - 05:38

05:38

16

8/8

N, 1 Bft.

GV1

19-07-2021

Grote vos onderzoek 1 – 11:45 - 15:15

-

22

6/8

O, 2 Bft.

GV2

03-08-2021

Grote vos onderzoek 2 – 13:35 - 16:14

-

18

6/8

N, 2 Bft.

VP1

18-08-2021

Vleermuisonderzoek middernacht 1 – 23:00 - 01:15

06:29 / 20:57

17

7/8

W, 2 Bft.

VP2

08-09-2021

Vleermuisonderzoek middernacht 2 – 23:00 - 01:30

07:03 / 20:11

17

0/8

O, 2 Bft.

Ronde

Datum (2022)

Activiteit

Zon op/onder

Temp (OC)

Bewolking

Windkracht en -richting

Uilen 1

02-03-2022

Steenuil- en kerkuilonderzoek 1 – 21:18 - 23:56

18:21

6

0/8

O. 2 Bft.

Uilen 2

14-03-2022

Steenuil- en kerkuilonderzoek 2 – 21:46 - 00:00

18:43

7

5/8

ZO, 1 Bft.

HM1

12-04-2022

Huismusonderzoek 1 – 08:30 - 10:00

06:50

9

1/8

ZO, 3 Bft.

Uilen 3

12-04-2022

Steenuil- en kerkuilonderzoek 3 – 21:05 - 23:22

20:32

17

7/8

ZW, 2 Bft.

GV3

14-04-2022

Grote vos onderzoek 3 – 09:45 - 12:51

-

16

3/8

W, 2 Bft.

HM2

25-04-2022

Huismusonderzoek 2 – 08:10 - 09:21

06:22

9

7/8

NO, 2 Bft.

De steenmarter is tijdens de suboptimale periode, vanaf medio juli, gedurende veertien weken met wildcamera’s onderzocht. Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat het Nader Onderzoek naar vleermuizen, steenmarter, grote vos, steenuil, kerkuil en huismus geheel conform de geldende protocollen is uitgevoerd.

9

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

4

Resultaten veldbezoeken

Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen verblijfsfuncties van vleermuizen vastgesteld. Wel zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger binnen het plangebied waargenomen tijdens de veldbezoeken. In Tabel 2 is een overzicht opgenomen van de waargenomen vleermuissoorten en hun activiteiten binnen het plangebied en in de directe omgeving. Buiten het plangebied ter plaatse van het (voormalige) woonhuis direct ten oosten van huisnummer 44b aan de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde is een baltslocatie van een gewone dwergvleermuis aangetroffen. Het woonhuis is echter gesloopt en de aanwezige beplanting is verwijderd gedurende het nader onderzoek, waardoor niet met zekerheid te zeggen is of er een (paar)verblijfplaats aanwezig was. Daarnaast zijn buiten het plangebied bij de bomen op de dijk van de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde direct ten zuiden van perceel 44b twee baltslocaties van de ruige dwergvleermuis vastgesteld (Figuur 7). Er vonden geen activiteiten boven de boomgaard en de akker plaats door de vleermuizen. In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van vleermuizen bekend uit de NDFF vanaf >1 kilometer ten opzichte van het plangebied. Deze vleermuis waarnemingen dateren uiteenlopend met als meest recente waarneming in 2021 en 2020. Het betreft respectievelijk de ruige dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis. Tabel 2.

Overzicht van waargenomen vleermuissoorten in het plangebied en de directe omgeving. Datum

Gewone dwergvleermuis

Ruige dwergvleermuis

Laatvlieger

23-06-2021

2 foeragerend, 2 overvliegend

24-06-2021

1 foeragerend, 21 overvliegend

1 overvliegend

13-07-2021

2 foeragerend, 15 overvliegend

3 overvliegend

13-07-2021

8 foeragerend, 16 overvliegend

1 overvliegend

3 overvliegend

18-08-2021

2 overvliegend, 2 foeragerend, 1 zwermend buiten het plangebied

2 overvliegend

2 overvliegend

2 foeragerend, 1 baltsend buiten 2 baltsend vanuit verblijf buiten het plangebied, het plangebied 1 overvliegend, 1 foeragerend Opgemerkt dient te worden dat aan weerszijde van het plangebied en in het verlengde van de bomenlaan aan de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde twee waarnemers gepositioneerd waren die mogelijk dezelfde foeragerende en overvliegende vleermuizen hebben vastgelegd, waardoor het totaal aantal hoger uitvalt dan werkelijk het geval is. 08-09-2021

Figuur 7. Waarnemingen van vleermuizen binnen en buiten het plangebied.

10

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Zomerverblijfplaatsen Aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied wordt uitgesloten. Kraamverblijfplaatsen Aanwezigheid van kraamverblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied wordt uitgesloten. Paarverblijfplaatsen Aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied wordt uitgesloten. In de directe omgeving buiten het plangebied bij de bomen op de dijk van de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde direct ten zuiden van perceel 44b zijn twee baltslocaties van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Dit betekent dat er zeer waarschijnlijk paarverblijfplaatsen van twee ruige dwergvleermuizen in de bomen aanwezig zijn (Figuur 7). Mogelijk was er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aanwezig bij het (voormalige) woonhuis op huisnummer 44b aan de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen, omdat het woonhuis gedurende het nader onderzoek is gesloopt. Winterverblijfplaatsen Alle zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen kunnen dienst doen als winterverblijfplaats, zolang de verblijfplaats vorstvrij is. Gezien de afwezigheid van zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen binnen het plangebied wordt aangenomen dat er geen winterverblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn.

Vliegroutes Uit de veldbezoeken is gebleken dat de overvliegende vleermuizen voornamelijk de bomenlaan van de OudCromstrijensedijk Oostzijde gebruiken als vliegroute om de dorpstuinen van Klaaswaal ten westen van het plangebied te bereiken. Gezien het (hoge) aantal waargenomen overvliegende vleermuizen tijdens de veldbezoeken is het waarschijnlijk dat het om een essentiële vliegroute gaat. De laanbomen zelf zijn geen onderdeel van het plangebied. Er zullen tevens geen werkzaamheden aan de laanbomen plaatsvinden, waardoor aantasting van (essentiële) vliegroutes van vleermuizen binnen en buiten het plangebied worden uitgesloten. Foerageergebied Tijdens de veldbezoeken zijn meerdere foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen binnen het plangebied en in de directe omgeving. De foerageeractiviteiten waren regelmatig van korte duur en voornamelijk nabij de laanbomen van de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde. De omgeving biedt voldoende mogelijkheden als foerageergebied, zoals in de tuinen van de aanliggende woningen langs de dijk en de laanbomen die over de gehele lengte van de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde staan. Het plangebied vormt daarom geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Effectenbeoordeling Binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aanwezig en essentiële functies ontbreken. Er zijn enkel overvliegende en foeragerende vleermuizen waargenomen.

In de omgeving zijn er voldoende alternatieve foerageermogelijkheden en de essentiële vliegroute langs de bomenlaan van de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde gaat niet verloren en valt tevens buiten het plangebied. Er worden geen verbodsbepalingen overtreden uit de Wet natuurbescherming. Wel wordt aanbevolen rekening te houden met vleermuizen in de directe omgeving tijdens de werkzaamheden (zie hoofdstuk 5 – aanbevelingen). Steenmarter De steenmarter is tijdens het nader onderzoek niet vastgelegd op de wildcamera’s. Binnen het plangebied zijn tijdens het onderzoek geen vaste rust-, verblijf- en voortplantingsplaatsen van de steenmarter aangetroffen. Het plangebied heeft op basis van het nader onderzoek naar de steenmarter geen essentiële functie voor deze soort. Wel is een bunzing eenmalig tijdens een nacht vastgelegd (Figuur 8). De bunzing is in Zuid-Holland echter vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen en wordt verder niet uitgebreid behandeld in dit rapport.

11

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Figuur 8. Bunzing vastgelegd op een wildcamera.

Effectenbeoordeling Doordat er geen waarnemingen zijn gedaan en geen sporen zijn aangetroffen valt uit te sluiten dat de steenmarter voorkomt binnen het plangebied. Effecten op de steenmarter, als gevolg van de werkzaamheden, zijn daarom uitgesloten. Grote vos Tijdens de drie gerichte veldbezoeken op 19 juli en 3 augustus 2021 en op 14 april 2022 is de grote vos niet in het plangebied vastgesteld. Binnen de opstallen zijn eveneens geen (overwinterende) exemplaren aangetroffen van de grote vos. De kleine vos en dagpauwoog zijn wel (overwinterend) aangetroffen binnen de opstallen (Figuur 9). Deze soorten kennen overigens niet dezelfde bescherming uit de Wet natuurbescherming als de grote vos en worden verder niet uitgebreid behandeld in dit rapport.

Figuur 9. Overwinterende exemplaren van de kleine vos en dagpauwoog in een van de opstallen binnen het plangebied.

Effectenbeoordeling Er zijn geen exemplaren van de grote vos binnen en nabij het plangebied aangetroffen. Het plangebied is niet in gebruik als leefgebied van de grote vos. Effecten op de grote vos, als gevolg van de werkzaamheden, zijn daarom uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming en het nemen van mitigerende en/of compenserende maatregelen voor de grote vos is niet noodzakelijk.

Uilen

12

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Kerkuil Tijdens de drie gerichte veldbezoeken zijn geen kerkuilen aangetroffen of activiteiten van kerkuil waargenomen binnen het plangebied en in de omgeving. De opstallen binnen het plangebied worden niet door kerkuilen gebruikt. Daarnaast is uit het sporenonderzoek geen indicatie gevonden dat de kerkuil gebruik maakt van het plangebied en de opstallen daarbinnen. Volgens de monitoring door de uilenwerkgroep HWL zitten er geen kerkuilen op de adressen aan de Oud-Cromstrijensedijk OZ 44b t/m 44d. In de (wijde) omgeving zijn een aantal nestkasten voor kerkuilen bekend. De dichtstbijzijnde locatie met een kerkuilenkast ligt op circa 1.350 meter afstand ten westen van het plangebied, waarin eerder nooit een broedgeval is vastgesteld. Op circa 1.450 meter afstand ten westen van het plangebied is een kerkuilenkast aanwezig, waarbij in 2021 door de kerkuil is gebroed. Bij die locaties is het landschap vergelijkbaar als het plangebied. Het is daarom uitgesloten dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de kerkuil. Effectenbeoordeling Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen kerkuilen, nesten of rustplaatsen aangetroffen. Effecten op de kerkuil, als gevolg van de werkzaamheden, zijn daarom uitgesloten.

Steenuil Op 2 maart 2022 is eenmalig een korte reactie geweest van een overvliegende steenuil boven het plangebied in de richting van oost naar west (Figuur 10) tijdens de drie gerichte veldbezoeken. Daarnaast is uit het sporenonderzoek geen indicatie gevonden dat de steenuil gebruik maakt van het plangebied en de opstallen daarbinnen. Voor zo ver bekend is zitten er geen steenuilen op de adressen aan de Oud-Cromstrijensedijk OZ 44b t/m 44d volgens de monitoring door de uilenwerkgroep HWL. In de (wijde) omgeving zijn een aantal steenuilenkasten bekend. De dichtstbijzijnde locatie met een steenuilenkast ligt op circa 450 meter afstand ten oosten van het plangebied, waarbij in 2021 niet is gebroed (Figuur 11). De eerstvolgende steenuilenkast ligt op circa 700 meter afstand ten oosten van het plangebied, die tevens niet eerder in gebruik was. Het dichtstbijzijnde broedgeval van een steenuil is op circa 1.350 meter afstand ten westen van het plangebied bekend, onder de daklijst van een schuur.

Figuur 10. Eenmalige waarneming van een overvliegende steenuil van oost naar west.

13

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Figuur 11 Dichtstbijzijnde steenuilenkast op circa 450 meter ten oosten van het plangebied.

Het plangebied valt niet onder het functioneel leefgebied van de steenuil, omdat er geen nesten en rustplaatsen zijn gevonden en doordat er weinig dekkingsmogelijkheden zijn. Daarnaast was er maar eenmalig een reactie op de afgespeelde territoriumroep vanaf hoog in de lucht. Steenuilen hebben doorgaans een territorium van 5 tot 30 hectare, afhankelijk van dekkingsmogelijkheden en het voedselaanbod (BIJ12 Kennisdocument steenuil, 2017a). Nabij de bekende steenuilenkasten is het landschap vergelijkbaar als binnen het plangebied (agrarisch), maar minder bebouwd en met meer dekkingsmogelijkheden langs de dijk aan de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde. Met een straal van 300 meter ten opzichte van de dichtstbijzijnde steenuilenkast is inzichtelijk gemaakt waar het primair en secundair foerageergebied van de steenuil ligt (Figuur 12). Binnen de straal van 300 meter vanaf de dichtstbijzijnde steenuilenkast bedraagt het primair foerageergebied circa 5,8 hectare en daaromheen zijn de akkers geschikt als secundair foerageergebied. Het is daarom uitgesloten dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de steenuil.

14

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Figuur 12. Functioneel leefgebied van steenuil bij de dichtstbijzijnde steenuilenkast.

Effectenbeoordeling Doordat er geen nesten en rustplaatsen zijn gevonden binnen het plangebied en gelet op het ruime aanbod aan primair en secundair foerageergebied buiten het plangebied zal verlies van leefgebied niet plaatsvinden. Daarnaast zullen de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen van steenuil. Effecten op steenuil zijn daarom uitgesloten. Huismus Tijdens de twee gerichte veldbezoeken zijn geen huismussen en nestlocaties van de soort aangetroffen binnen het plangebied. Bij de woning ter hoogte van Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44c, welke tevens buiten het bestemmingsplangebied valt, zijn af- en aanvliegende exemplaren waargenomen richting woonhuizen en bosschages in oostelijke richting op circa 150 meter afstand. De woonhuizen in oostelijke richting bevatten veel groen waaronder verschillende bomen, heggen en struikbeplanting wat de huismussen aantrekt en een essentieel onderdeel van het leefgebied en tevens hun territorium is. Op het dak van het woonhuis op 44c zelf zijn tevens twee broedparen met nestindicerend gedrag waargenomen, wat op twee nestlocaties duidt (Figuur 13). De nestlocaties bevinden zich onder de dakpannen bij de dakgoot aan beide kopse kanten aan de oostzijde van het woonhuis (Figuur 14). Daarnaast bevat de tuin van het woonhuis evenwel kleine bomen en struikgewas waarin de huismussen schuilen en foerageren.

15

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Figuur 13. Twee huismusbroedparen op de dakgoot bij de nestlocaties.

Figuur 14. Nestlocaties op het woonhuis buiten het bestemmingsplangebied en het essentieel leefgebied van de huismus.

Effectenbeoordeling Binnen het plangebied zijn geen huismussen, nesten of rustplaatsen aangetroffen. Het plangebied maakt dus geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied. De nesten buiten het plangebied en het essentieel leefgebied zullen niet aangetast worden als gevolg van de werkzaamheden. Daarnaast zullen de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen van huismussen. Effecten op de huismus zijn daarom uitgesloten.

16

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Overige waarnemingen Eerder werden de bunzing, kleine vos en dagpauwoog benoemd die tijdens de veldbezoeken zijn waargenomen. Andere soorten die zijn waargenomen zijn: klein koolwitje, bont zandoogje en atalanta. De bunzing is vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkelingen in provincie Zuid-Holland en voor alle genoemde soorten is de zorgplicht uit de Wnb van toepassing. Tijdens de veldbezoeken in het voorjaar is een broedpaar van de groene specht aangetroffen. De groene spechten hebben in twee wilgen op het perceel van huisnummer 44c aan de Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde holtes gemaakt, wat tevens buiten het plangebied valt. Een van de twee boomholtes is dieper in de boomstam uitgehold en wordt mogelijk als broedplek of verblijfsplek gebruikt (Figuur 15). Een deel van het plangebied valt mogelijk ook onder het leefgebied van de groene specht. In de omgeving van het plangebied is echter vergelijkbaar habitat en een boomgaard is ten zuiden van het plangebied aanwezig waar de groene specht gebruik van kan maken om te foerageren. De holtebomen zullen niet verdwijnen. Daarnaast zijn een aantal boomholtes en vogelnesten aangetroffen in de rij met zwarte elzen aan de westrand van het plangebied (Figuur 16).

Vleermuizen maken echter geen gebruik van deze bomen, omdat er weinig geschikte aanvliegmogelijkheden zijn door de boomgaard die er direct tegenaan staat en door de stadionverlichting van het voetbalveld direct ernaast. Het is onbekend of de boomholtes en nesten daadwerkelijk in gebruik zijn, maar dit kan echter wel het geval zijn aangezien er meerdere vogelsoorten bij de zwarte elzen zijn waargenomen, zoals witte kwikstaart, houtduif, pimpelmees, groene specht en ekster. De drie laatstgenoemde vogelsoorten zijn overigens categorie 5-soorten, die daarmee jaarrond beschermd zijn. Voor deze soorten zijn echter genoeg uitwijkmogelijkheden in de nabije omgeving en vergelijkbaar leefgebied aanwezig zoals in het binnen het plangebied. Er is tevens een broedende eend aangetroffen tegen de schuur op het talud aan de zuidwestkant van het plangebied (Figuur 17). De geplande werkzaamheden kunnen voor broedvogels voor verstoring zorgen door harde geluiden en trillingen. Daarom wordt aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen (globaal van 15 maart tot en met 15 juli) te werken. De zorgplicht uit de Wnb is te allen tijde van kracht.

Figuur 15. Twee recente spechtenholen buiten het plangebied waar mogelijk een spechtenbroedpaar in verblijft.

17

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

Figuur 16. Boomholtes (rood omcirkeld) en vogelnest in de rij met zwarte elzen aan de westzijde van het plangebied.

Figuur 17. Broedende wilde eend direct tegen een te slopen schuur aan binnen het plangebied aan de zuidwestkant.

Effectenbeoordeling Binnen het plangebied is een broedende wilde eend aangetroffen en direct grenzend aan het plangebied is een broedpaar groene spechten vastgesteld. Tevens zijn er mogelijkheden voor broedvogels om te broeden in de boomholtes en nesten in de rij zwarte elzen aan de westrand van het plangebied. De geplande werkzaamheden kunnen voor broedvogels voor verstoring zorgen door harde geluiden en trillingen. Daarom wordt aangeraden om buiten het vogelbroedseizoen (globaal van 15 maart tot en met 15 juli) te werken.

18

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

5

Conclusies en aanbevelingen

Conclusie Naar aanleiding van een eerder uitgevoerde Quickscan flora en fauna (Habitus, kenmerk RHOA2021-54-QS1-V1 van 4 juni 2021) is een Nader Onderzoek uitgevoerd. Dit Nader Onderzoek dient te bepalen of de betreffende ontheffingsplichtige soorten, namelijk vleermuizen, steenmarter, grote vos, steenuil, kerkuil en de huismus binnen het plangebied voorkomen en welke functies het plangebied voor deze soorten invult. De geplande werkzaamheden omvatten de sloop van de aanwezige opstallen en het rooien van de boomgaard om circa 120 woningen te realiseren binnen het plangebied. Op basis daarvan is getoetst of er sprake is van een overtreding van één of meer van de verbodsbepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Daarnaast is er geen essentieel foerageergebied of een essentiële vliegroute voor vleermuizen binnen het plangebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door de geplande werkzaamheden zijn daarom uitgesloten. Er worden geen verbodsbepalingen overtreden uit de Wet natuurbescherming en vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Steenmarter Binnen het plangebied is de steenmarter niet aangetroffen en ook zijn er geen gebruiksfuncties voor de steenmarter vastgesteld.

Negatieve effecten op de steenmarter, als gevolg van de geplande werkzaamheden, zijn daarom uitgesloten. Er worden geen verbodsbepalingen overtreden uit de Wet natuurbescherming en vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Grote vos De grote vos is binnen het plangebied niet aangetroffen. Negatieve effecten op de grote vos, als gevolg van de geplande werkzaamheden, zijn daarom uitgesloten. Er worden geen verbodsbepalingen overtreden uit de Wet natuurbescherming en vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Kerkuil Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen kerkuilen, nesten of rustplaatsen aangetroffen. Negatieve effecten op de kerkuil, als gevolg van de geplande werkzaamheden, zijn daarom uitgesloten. Er worden geen verbodsbepalingen overtreden uit de Wet natuurbescherming en vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Steenuil Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn geen nesten of rustplaatsen van de steenuil aangetroffen. Negatieve effecten op de steenuil, als gevolg van de geplande werkzaamheden, zijn daarom uitgesloten. Er worden geen verbodsbepalingen overtreden uit de Wet natuurbescherming en vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Huismus Binnen het plangebied zijn geen huismussen, nesten of rustplaatsen aangetroffen. Negatieve effecten op de huismus, als gevolg van de geplande werkzaamheden, zijn daarom uitgesloten.

Er worden geen verbodsbepalingen overtreden uit de Wet natuurbescherming en vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Overige waarnemingen Binnen het plangebied is een broedende wilde eend aangetroffen. Daarnaast kunnen de pimpelmees, witte kwikstaart, groene specht, houtduif en ekster gebruik maken van boomholtes en nesten in de rij zwarte elzen aan de westrand van het plangebied. Tevens is een broedpaar groene spechten aangetroffen direct buiten het plangebied met een potentiële broedplek. Negatieve effecten op de aanwezige broedvogels, als gevolg van de geplande werkzaamheden, zijn uitgesloten mits buiten het broedseizoen wordt gewerkt (globaal van 15 maart tot en met 15 juli). De zorgplicht is te allen tijde van kracht.

Aanbevelingen Bij de geplande bouwwerkzaamheden is het van belang om de algemene zorgplicht te allen tijde in acht te nemen voor alle in het wild levende organismen. Hierbij geldt dat:

19

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

• •

In elk geval één richting op gewerkt dient te worden, zodat vluchtroutes voor elk dier altijd mogelijk zijn. Hierbij dient niet richting dode hoeken gewerkt te worden, maar richting geschikt alternatief habitat. Geef verstoorde of vluchtende dieren hiertoe de ruimte. Indien werkzaamheden langere tijd stil komen te liggen dient voor het herstarten van werkzaamheden het gebied nogmaals geheel te worden doorlopen door een erkend en kundig ecoloog. Mogelijk hebben beschermde soorten zich intussen (opnieuw) gevestigd.

Om vleermuizen in en rondom het plangebied niet te verstoren wordt aanbevolen om de geplande ingrepen, indien deze worden uitgevoerd in de vleermuisactieve periode (globaal van 15 april tot en met 15 oktober), niet na zonsondergang uit te voeren. Als hier niet aan kan worden voldaan wordt aanbevolen om lage, op de grond én binnen het plangebied gerichte verlichting te gebruiken. Eventueel kan ’s nachts gewerkt worden met vleermuisvriendelijkere verlichting, zoals roodlicht. Om jaarrond beschermde categorie 5-broedvogels en algemene broedvogels ook niet onnodig te storen en overtreding te voorkomen, wordt aangeraden om potentieel verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van 15 maart t/m 15 juli) uit te voeren. Het wordt daarnaast aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied nogmaals kort te controleren op de aanwezigheid van vogelnesten en te zorgen dat de werkzaamheden buiten de verstoringsafstand van broedvogels plaatsvinden. Ook wanneer werkzaamheden (leiden tot een braakliggend terrein en dan) lang stil liggen, wordt aangeraden om voorafgaand aan de (nieuwe) werkzaamheden het gebied nogmaals kort te laten doorlopen door een erkend en kundig ecoloog, zodat het vrijgegeven kan worden. Door natuur-inclusief te gaan bouwen kan de nieuwbouw voor onder andere vleermuizen en huismussen aantrekkelijk worden gemaakt.

Bijvoorbeeld het aanbrengen van verblijfplaatsen in de spouwmuren of toepassing van inbouw(nest)kasten en/of het aanleggen van inheemse beplantingen. De in dit rapport gepresenteerde gegevens over beschermde soorten zijn houdbaar tot drie jaar na afronding van het veldonderzoek. Indien de in dit rapport beschreven ingreep wijzigt dan wel wordt uitgevoerd na 2025 kan een actualisatie van het onderzoek nodig zijn.

20

Rapportnummer: 517856.001(01) Projectlocatie: Oud-Cromstrijensedijk Oostzijde 44b-44d te Klaaswaal

6

Bronnen

BIJ12. (2017a, juli). Kennisdocument steenuil - Athene noctua. Utrecht: versie 1.0 BIJ12. BIJ12. (2017b). Kennisdocument kerkuil - Tyto alba. Utrecht: versie 1.0 BIJ12. BIJ12. (2017c, juli). Huismus - Passer domesticus. Utrecht: versie 1.0 BIJ12. NDFF. (sd). Opgehaald van NDFF Verspreidingsatlas: https://www.verspreidingsatlas.nl/ NGB; Zoogdiervereniging; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). (2021). Werken aan kwaliteit Vleermuisprotocol 2021. Opgeroepen op 2020, van Netwerk Groene Bureaus: https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol RVO. (2005). Grondsoortenkaart bij het uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Opgehaald van ArcGIS Web Application: https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=61d2e75688b24ec2bd102b2f8d7f7fc2 Vlinderstichting. (2022). Vlinderstichting. Opgehaald van https://www.vlinderstichting.nl/ Wet natuurbescherming. (2021, Augustus). Opgehaald van Overheid.nl: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01 Zoogdiervereniging. (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming. p. 32. Opgehaald van https://www.zoogdiervereniging.nl/

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11780187/1