Memo schriftelijke reactie op herstelbesluit voor besluitvorming
Tekst van het document
Memo Aan Van Onderwerp Datum Zaaknummer
gemeenteraad college van burgemeester en wethouders herstelbesluit 'Sportlaan Westzijde' 23 maart 2023 Z/21/123094
Wij legden een herstelbesluit voor het bestemmingsplan ‘Sportlaan Westzijde’ in Strijen aan u voor Op 21 september 2021 stelde u het bestemmingsplan ‘Sportlaan Westzijde’ vast. Tegen dit besluit zijn beroepschriften ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling). Op 11 januari 2023 deed de Afdeling een (tussen)uitspraak. Hierin draagt de Afdeling uw raad op om twee geconstateerde gebreken binnen 16 weken na verzending van de uitspraak te herstellen. Om aan deze uitspraak te voldoen legden wij een voorstel tot het nemen van een herstelbesluit aan u voor. Wij ontvingen een schriftelijke reactie over het herstelbesluit U behandelde het herstelbesluit in uw oordeelsvormende raad van 21 maart 2023. Tijdens deze vergadering gaf wethouder Heij aan dat de tijd tussen de ontvangst van de reactie en de oordeelsvormende raad te kort was om staande de vergadering een inhoudelijke reactie te kunnen geven. Hij zegde toe dat wij de schriftelijke reactie beoordelen, waarna het college dezelfde week inhoudelijk reageert op de ingekomen reactie. In de schriftelijke reactie gaat men in op het herstelbesluit In het vervolg van deze memo gaan wij puntsgewijs in op de schriftelijke reactie.
Woningen niet mogelijk in stedelijk gebied In de reactie geeft men het volgende aan: ‘De behoefte aan woningen voor Strijen wordt geraamd op 166 woningen, waarbij ‘slechts’ 77 kunnen worden gerealiseerd. Dat betekent -aldus het college- dat naar uitbreidingslocaties gezocht dient te worden. Bonaventure wordt niet overtuigd door deze motivering. Niet onderbouwd is immers naar welke inbreidingslocaties is gekeken. Daarmee is ook niet vast te stellen of en eventueel welke woningen binnenstedelijk kunnen worden gerealiseerd.’ Wij merken op dat men in de reactie uitgaat van een onjuiste behoefteraming. Uit onze memo bij het raadsvoorstel en uit rechtsoverweging 9.2 in de uitspraak van 11 januari 2023 blijkt dat wij uitgaan van een behoefte aan 185 woningen. Uit het woningbouwprogramma volgt dat er in Strijen zonder de ontwikkeling van de Sportlaan Westzijde (89 woningen) een (harde en zachte) plancapaciteit resteert van 73 woningen. In de memo bij het raadsvoorstel lichtten wij toe dat slechts een deel van de woningbehoefte in Strijen op inbreidingslocaties kan worden gerealiseerd. Wij namen op dat in de woningbouwplanning nu circa 14 relatief kleine binnenstedelijke inbreidings- en transformatielocaties zijn aangewezen waar in totaal circa 77 woningen kunnen worden toegevoegd.
Uit de in de memo opgenomen kaart blijkt dat alle overige binnenstedelijke ruimte binnen de kern Strijen in gebruik is voor stedelijke functies zoals wonen, bedrijventerrein en sport. Er zijn geen onbebouwde of vrijgekomen locaties beschikbaar met een oppervlakte van in totaal 3,3 ha om te kunnen voorzien in de woningbehoefte voor de beoogde 89 woningen. Meer dan waard.
1/3
Alhoewel wij van mening zijn dat wij hiermee voldoen aan de uitspraak van de Afdeling, stellen wij voor om tegemoet te komen aan de reactie. Wij stellen daarom voor om de inbreidingslocaties nog concreter in beeld te brengen. Daarnaast blijkt uit ons meest recente woningbouwprogramma dat er op deze inbreidingslocaties ruimte is van 73 woningen in plaats van 77 woningen. Dit passen wij aan. Hiertoe vullen wij de memo BP Sportlaan Westzijde in Strijen aan. In de bijgevoegde memo arceren wij de toegevoegde en aangepaste teksten. Afstanden tot caravanpark Bonaventure In de reactie geeft men aan dat het herstelbesluit over de afstand tot caravanpark Bonaventure niet voldoende tegemoet gekomen wordt aan de uitspraak van de Afdeling. Naar de mening van de indiener moet niet alleen de bouw van hoofdgebouwen op korte afstand van het caravanpark uitgesloten worden, maar ook het realiseren van vergunningvrije en andere bouwwerken. De indiener van de reactie verwijst hiervoor naar een notitie van Van der Reest advies. Op basis van deze notitie pleit de indiener ervoor om een buffer van 50 meter op te nemen tussen de grens van de bestemming recreatie en de bestemming wonen.
In rechtsoverweging 18.1 van de uitspraak van 11 januari 2023 nam de Afdeling het volgende op: ‘De Afdeling is echter van oordeel dat niet voldoende is verzekerd dat de woningen langs het caravanpark een diepe tuin zullen krijgen en zo op een grotere afstand van de erfgrens met het caravanpark komen te liggen. Deze woningen kunnen namelijk op grond van het plan tot aan de grens van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ worden opgericht, terwijl dit bestemmingsvlak bijna tot aan de erfgrens doorloopt. Daardoor kunnen deze woningen op een afstand van ongeveer 5 meter van het caravanpark komen te staan, terwijl dit niet de bedoeling is geweest van de raad. De raad heeft het plan op dit punt dan ook in strijd met artikel 3.2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid vastgesteld.’ In rechtsoverweging 19 van de uitspraak geeft de Afdeling aan dat de raad ervoor kan kiezen geen woningen meer mogelijk te maken in het plangebied. Als de raad ervoor kiest om vast te houden aan woningen direct grenzend aan het caravanpark, dan moet de raad in het plan zekerstellen dat die woningen op grotere afstand van het caravanpark komen te liggen. Uit de uitspraak van de Afdeling volgt naar onze mening niet dat wij alle bebouwing binnen de bestemming ‘Wonen’ moeten uitsluiten. De Afdeling geeft aan dat wij moeten zekerstellen dat de woningen op grotere afstand van het caravanpark moeten liggen.
Omdat de woningen zijn aan te merken als hoofdgebouwen op de betreffende percelen, nemen wij in het herstelbesluit op dat hoofgebouwen niet tot aan de erfgrens gebouwd mogen worden. Hiervoor nemen wij op de verbeelding een strook op waarbinnen geen hoofdgebouwen gerealiseerd mogen worden. Daarnaast nemen wij daarover een regel op in het bestemmingsplan. De Afdeling geeft geen opdracht om ook vergunningvrije en andere bouwwerken op het perceel uit te sluiten. Om die reden nemen wij dat niet op. Met de notitie van Van der Reest advies stelt de indiener van de reactie de milieuzonering (afstand tussen caravanpark en woningen) ter discussie. Daarover sprak de Afdeling zich reeds uit. In rechtsoverwegingen 13, 13.1 en 13.2 (VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’) gaat de Afdeling hierop in. Daarbij geeft de Afdeling aan dat er in deze specifieke situatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De overlast gevende voorzieningen van de camping liggen op grote afstand van de woningen. Daarnaast is de Afdeling van mening dat woningen onderling ook op korte afstand van elkaar mogen liggen. De Afdeling is met ons van mening dat het verblijf van recreanten op de standplaatsen van het caravanpark niet tot meer overlast zullen leiden dan afkomstig is van reguliere woningen.
Over privacy concludeert de Afdeling in rechtsoverweging 17.1 dat het plan niet zal leiden tot een ernstige aantasting van de privacy van recreanten Meer dan waard.
2/3
op het caravanpark. De Afdeling geeft dan ook aan dat de ingebrachte beroepsgronden niet slagen. Om die reden kan dit aspect in het kader van het herstelbesluit niet opnieuw ter discussie staan. De ingekomen reactie geeft op dit punt geen aanleiding om het herstelbesluit aan te passen. Slootonderhoud In de schriftelijke reactie gaat men in op het slootonderhoud. Dit valt buiten het bereik van het herstelbesluit en geeft daarom geen aanleiding om het herstelbesluit aan te passen. Wij zullen hierover contact opnemen met Waterschap en het caravanpark. Daarnaast merken wij op dat wij de afspraken over de sloot in de nota beantwoording zienswijzen behorende bij het raadsbesluit tot het vaststellen van het bestemmingsplan opnamen. Wij namen hierover het volgende op: Slootonderhoud Zienswijze: Het slootonderhoud langs de camping heeft altijd plaatsgevonden vanaf het terrein van het plangebied. De groenstrook langs de camping is te smal om hierin te voorzien. Een extra servicestrook aan de zijde van de toekomstige woningen is dan ook wenselijk. Reactie college: De betreffende watergang tussen het plangebied en het perceel van de reclamant wordt aan de zijde van het plangebied verbreed. Het beheer en onderhoud van de watergang gebeurt vanaf het water door de gemeente. De beschoeiingen van de toekomstige woonpercelen komen in eigendom van de toekomstige perceel eigenaren.
Meer dan waard.
3/3