Memo met extra toelichting
Tekst van het document
Memo Aan Van Onderwerp Datum Zaaknummer
Gemeenteraad College van burgemeester en wethouders Memo discussienotitie 28 maart 2024 Z/23/186937
Op 5 maart 2024 stond de discussienotitie voor het ontwikkelen van het integraal beleidsplan inkomensondersteuning en schuldhulpverlening Hoeksche Waard 2024-2028 met de titel ‘Waard om mee te doen’ op uw agenda. Bij de vaststelling van de agenda van de oordeelsvormende vergadering van 12 maart is door u besloten om dit onderwerp te behandelen in een extra oordeelsvormende vergadering op 4 april. Deze memo is opgesteld om u nader te informeren over actuele ontwikkelingen en om de gestelde vragen en opmerkingen tijdens de beeldvormende raadsvergadering te beantwoorden of van meer context te voorzien. Tevens doen wij u een behandelvoorstel voor de bespreking op 4 april. Behandelvoorstel en vervolg Met de discussienotitie wordt uw raad gevraagd om uitspraken te doen over richtinggevende kaders voor het opstellen van het beleidsplan. Deze discussienotitie heeft dan ook geen besluitvormend karakter. De gestelde vragen zijn bedoeld als leidraad voor het gesprek. Het staat uw raad uiteraard vrij om in de discussie ook andere onderwerpen die u van belang vindt bij de uitwerking van de nota mee te geven. De actuele ontwikkelingen op het gebied van Participatiewet en schuldhulpverlening in combinatie met eventuele maatregelen in het kader van bestaanszekerheid van een nieuw te vormen Kabinet zullen effect hebben op planning en de inhoud van het beleidsplan.
Naar verwachting kunnen we beleidsplan Q3 2024 voor aan uw raad voorleggen. Actuele ontwikkelingen: Het huidige demissionaire Kabinet, is bezig met de aanpassing van de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daartoe heeft zij een aantal voorgenomen maatregelen gepubliceerd die relevant zijn te melden in relatie tot uw discussie over armoede en schulden. Basisdienstverlening schuldhulpverlening in iedere gemeente | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl Wetsvoorstel Participatiewet in balans naar Raad van State | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl Bestaanszekerheid Alle mensen in Nederland hebben recht op een toereikende levensstandaard (bestaanszekerheid artikel 20 van de Grondwet). Deze zorgtaak ligt voornamelijk bij de Rijksoverheid. Daarom staat bestaanszekerheid ook hoog op de agenda van het Rijk. Inmiddels is er een onderzoek uitgevoerd door de commissie sociaal minimum. Het rapport ‘Een zeker bestaan’ geeft een aantal aanbevelingen die de bestaanszekerheid op orde moet brengen. Een belangrijke aanbeveling, die betrekking heeft op de ontwikkeling van ons beleidsplan, is dat verschillen tussen gemeenten moeten worden beperkt. De vrijheid in lokaal beleid zorgt er namelijk voor dat de woonplaats van een inwoner bepalend is voor de mate van ondersteuning die hij/zij kan krijgen. Om dit Meer dan waard.
1/4
tegen te gaan zou de lokale beleidsvrijheid beperkt moeten worden door regelingen landelijk te standaardiseren. De consequentie van deze aanbeveling voor gemeenten is op dit moment nog onbekend. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat gemeentelijk minimabeleid een oorzaak kan zijn bij een armoedeval1. Wij willen bij het ontwikkelen van (nieuw) minima- en schuldenbeleid aandacht hebben voor het effect van minimabeleid op een mogelijke armoedeval. Vragen en/of opmerking van de gemeenteraad (uit de beeldvormende vergadering) In de Hoeksche Waard leeft 3,4% van de inwoners tenminste een jaar van een inkomen op bijstandsniveau. Ondanks het feit dat onze gemeente hiermee behoort tot een van de gemeenten in Nederland met het laagste percentage op dit vlak, is het toch van belang om ook onze inwoners hulp te verlenen.
Ons minimabeleid is voornamelijk gericht op het bestrijden van financiële armoede en het voorkomen van én hulpverlenen bij het oplossen van schuldenproblematiek. Want een gebrek aan geld is simpelweg vaak de start van armoede- en schuldenproblematiek.
Voor het ontwikkelen van (nieuw) minima- en schuldenbeleid heeft u als gemeente beleidsvrijheid. In de Participatiewet is opgenomen dat gemeenten inwoners financieel mogen ondersteunen als zij door bijzondere omstandigheden bijzondere kosten maken. U bepaalt voor welke inwoners u minimaregelingen beschikbaar wil stellen.
In de discussienotitie vindt u een overzicht van de Hoeksche Waardse huishoudens met een inkomen tussen de 100-150 procent van het sociaal minimum. U vindt daar per doelgroep het aantal huishoudens, personen en minderjarige kinderen. Ook vindt u er een cirkeldiagram dat aangeeft welke inkomensgrens er hoort bij welk percentage. Als voorbeeld: onze huidige inkomensgrens is 130%, dit betreft huishoudens met een netto inkomen per maand van +/- € 2146,-. Er zijn in de Hoeksche Waard 3700 huishoudens met dit inkomen, dit zijn 5700 personen, waarvan 900 minderjarige kinderen.
1
Het is niet noodzakelijk om voor het minimabeleid een eenduidige inkomensgrens te bepalen. U heeft vrijheid om per doelgroep te differentiëren. Differentiatie kan ervoor zorgen dat een mogelijke armoedeval wordt voorkomen, maar de uitvoering van de regeling wordt wel gecompliceerde. Voor de inwoners wordt het onduidelijker of men al dan niet in aanmerking komt voor een bijdrage in de kosten. Om inzicht te verkrijgen wanneer en bij welk huishoudtype een armoedeval optreedt of juist wordt voorkomen ten gevolge van minimaregeling is extern onderzoek nodig.
Het Rijk heeft bepaald dat de gemeenten niet aan inkomenspolitiek mogen doen. Inkomenspolitiek is het structureel verhogen van het inkomen zoals de bijstandsuitkering.
De armoedeval wordt, door het Rijk, gedefinieerd als het gebrek aan financiële prikkels om (meer) te gaan werken. Nederland kent een complex en
uitgebreid sociaal stelsel wat er mede voor zorgt dat (meer) werken niet altijd lonend is. De hoogte van het inkomen bestaat, zeker bij mensen met een laag inkomen, uit heel veel verschillende bronnen. Omdat deze regelingen inkomensafhankelijk zijn kan het voorkomen dat iemand er financieel op achteruitgaat als het inkomen uit werk stijgt.)
Meer dan waard.
2/4
De gemeente heeft vrijheid om interventies in te zetten om armoede- en schuldenproblematiek te voorkomen. De afgelopen periode is hierop ingezet door het verbeteren van voorlichting. Denk hierbij aan diverse folders, de Hoeksche Waardse Geldgids, de VoorzieningenWijzer, budgettrainingen, week van het geld en kennisbijeenkomsten.
Er zijn meer huishoudens met een laag inkomen in beeld gekomen door de tegemoetkoming energiekosten, beter bekend als energietoeslag. Deze huishoudens hebben we meermaals geïnformeerd over onze minimaregelingen. Hiermee hebben we 98% van de doelgroep (130%) met onze informatie kunnen bereiken.
We weten dat preventie moeilijk meetbaar is en dat de lasten vaak voor de baten gaan. Maar ook dat preventie ongetwijfeld bijdraagt aan het voorkomen van armoede- en schuldenproblematiek. Zo hebben we gezien dat er vaker een beroep is gedaan op adviesgesprekken, waardoor uiteindelijk geen schuldentraject noodzakelijk was. Hiervoor werken we samen met verschillende maatschappelijke partners, zoals Humanitas, voor formulierenhulp en thuisadministratie en Welzijn HW, voor hulp aan jongeren.
Bij meldingen van achterstanden in betalingen van huur, energie, water en zorgverzekering (verplichte melders) zijn we er vroeg bij, het team Vroeg Eropaf bezoekt inwoners thuis en biedt ondersteuning.
Het blijven inzetten op preventie kan zwaardere problematiek voorkomen. Via het Jeugdfonds Sport en Cultuur, kunnen kinderen aan een sport en/of culturele activiteit meedoen. We hebben in 2022 47% van onze doelgroep (130%) bereikt. Dit is hoger dan het gemiddeld bereik in Zuid-Holland, dit is 43%. Ook zijn er landelijke stichtingen waar inwoners terecht kunnen. Zo hebben 3 scholen uit de Hoeksche Waard zich gemeld bij het Jeugdeducatiefonds voor het gezamenlijke schoolontbijt.
Het samenwerken met stichtingen zorgt voor een laagdrempelige toegang, maar de doelgroep is door privacy reden, niet in beeld bij de gemeente. Daardoor kunnen we niet integraal kijken of er meer hulp noodzakelijk is en hierbij hulp bieden.
De gemeente wordt door het Rijk steeds vaker ingezet bij het oplossen van problemen van landelijke wetgeving. Denk daarbij aan de toeslagenaffaire en de alleenverdienersproblematiek. Hierin heeft de gemeente geen beleidsvrijheid. De kaders waarbinnen deze ondersteuning geboden moet worden, worden bepaald door het Rijk.
In de Hoeksche waard zijn 1700 personen geregistreerd met een (problematische) schuld, waarvan 200 personen een bijstandsuitkering hebben. Bij het aanvragen van een bijstandsuitkering vindt een brede intake plaats. De inkomens- en schuldensituatie is daar altijd een onderdeel van. Als er sprake is van schuldenproblematiek dan wordt er schulddienstverlening aangeboden, dat is dus op vrijwillige basis. Vanuit de Participatiewet is er een mogelijkheid om schuldhulp in sommige gevallen verplicht te stellen. We weten dat gemeenten in de Drechtsteden dit ook heeft ingesteld. Uit navraag bij blijkt dat de meeste bijstandsgerechtigden vrijwillig hulp aanvaarden en dat slechts in sommige situaties dit verplicht gesteld wordt.
Meer dan waard.
3/4
Inwoners die zorgen of vragen over geldzaken hebben of in een schuldensituatie zitten of hierin dreigen te komen kunnen te allen tijde advies of hulp krijgen van het team Schulddienstverlening. Het is dus niet zo dat er altijd sprake moet zijn van schuldenproblematiek om gebruik te kunnen maken van schulddienstverlening.
Meer dan waard.
4/4