CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Keuzenotitie Sport- en Beweegnota

Besluitvormende raad 23 mei 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Keuzenota Sport en bewegen4.231 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Keuzenotitie Aan: de raad Van: burgemeester en wethouders Zaaknummer Z/21/118718 Documentnummer 695420 Portefeuillehouder: Paul Boogaard Team: Inge Wolters, team Participatie en Leefbaarheid Datum vaststelling door college: 18 april 2023 Vertrouwelijk: nee Fase BOB-cyclus: beeldvormend, oordeelsvormend en besluitvormend

Onderwerp

Keuzes Sport- en beweegnota

Gevraagd besluit

1. De volgende richtinggevende uitgangspunten aan het college mee te geven voor de Sport- en beweegnota: 01. We zetten meer in op beweegaanbod voor ouderen en de inzet op inclusief bewegen, aangepast sporten krijgt een impuls. 02. We breiden het budget voor Jeugdfonds Sport en Cultuur uit en verkennen de mogelijkheden voor een Volwassenenfonds Sport. 03. We ondersteunen alle aanbieders, zowel verenigingen en stichtingen als commerciële aanbieders. 04. We blijven verenigingen ondersteunen met een structurele activiteitensubsidie, gebaseerd op het ledenaantal en een vast bedrag zoals dat nu al het geval is. Daarnaast gaan we verenigingen via projectsubsidie ondersteunen. 05. We ontwikkelen een aanpak voor de realisering van een beweegvriendelijke openbare ruimte. 06. Vanuit zwemveiligheid bieden we, in samenwerking met de scholen, een extra aanbod voor zwemvaardigheidstraining. 07. We stimuleren sportaanbieders samen te werken om het aanbod voor talentvolle jeugd vorm te geven. 08. Binnen het gemeentelijk beleid zien we sport ook als een middel om andere maatschappelijke doelen te behalen.

1

Inleiding

In het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 staat dat we willen dat bewoners op een zo laagdrempelig mogelijke manier kunnen sporten en bewegen en dat we daarom met (sport)partners aan de slag gaan met een sport- en beweegnota. Ook benadrukken we dat (sport)verenigingen een belangrijke bijdrage leveren aan het levendig houden van de dorpen. Op dit moment is er nog geen sportbeleid voor de gemeente Hoeksche Waard. Er is behoefte aan een gezamenlijke visie, met daarin ambities die richting geven aan de aanpak rond sport en bewegen. Een gezamenlijke stip op de horizon, met een afwegingskader voor inhoudelijke keuzes en projecten. Op 7 februari is de startnotitie vastgesteld door de gemeenteraad, hierin is de inhoudelijke afbakening en het proces om te komen tot de Sport- en beweegnota beschreven. Het doel van de nota is het ontwikkelen van integraal beleid op het gebied van sport en bewegen dat er toe leidt dat zo veel mogelijk inwoners sporten en bewegen (sporten als doel). Ook draagt sport en bewegen bij aan het realiseren van maatschappelijke opgaven (sport als middel). In de Sport- en beweegnota staat het beleid en de focus voor de jaren 2023 tot 2026. Om het merendeel van de inwoners aan het bewegen te krijgen, is een aanpak nodig die verder reikt dan de komende 4 jaar. Met de sport- en beweegnota maken we een start en leggen we een goede basis om hier aan te werken.

De acties die voortvloeien uit de nota, voeren we als gemeente niet alleen uit. Dat doen we samen met alle sport- en beweegpartners binnen de gemeente. Denk daarbij aan maatschappelijke organisaties, verenigingen, het onderwijs en ook het bedrijfsleven. We verbeteren de samenwerking met deze partijen en zetten nieuwe samenwerkingen op. In 2026 evalueren we, kijken we waar we dan staan en bepalen vervolgens wat verder nodig is om de ambities te realiseren. Op basis van de opbrengsten van de externe bijeenkomst, raadpleging van de jongerenraad en gesprekken met belanghebbenden, zijn we met een werkgroep van vertegenwoordigers vanuit Hoeksche Waard Actief, Welzijn Hoeksche Waard en de Sportraad aan de slag gegaan om de bouwstenen voor de Sport- en beweegnota uit te werken. Daaruit volgt deze keuzenotitie. In de keuzenotitie leggen we een aantal richtinggevende keuzes voor aan de hand van de hoofdthema’s: Een leven lang in beweging, vitale sportaanbieders, sport in de openbare ruimte, accommodaties, talentontwikkeling en verbinding met andere domeinen. De keuzes die de raad maakt worden verder uitgewerkt in ambities en doelen in de Sport- en beweegnota. Er worden geen keuzes over accommodaties voorgelegd. Er komt een aparte keuzenotitie voor de harmonisatie van de buitensportaccommodaties, parallel aan de keuzenotitie nota sport en bewegen.

Daarnaast start de aanpak van de opgave Levendige dorpen waar ook de behoefte aan voorzieningen per dorp onderdeel van kan uitmaken. Per kern wordt een Integraal Accommodatie Plan opgesteld (uitvoering Keuzenota beleid accommodaties voor maatschappelijke activiteiten). Daarbij kijken we ook naar multifunctioneel gebruik van accommodaties en gebruik gedurende de dag door verschillende doelgroepen. Met de Sport en beweegnota zetten we in op ambities op het niveau van de gehele Hoeksche Waard. In de uitvoering benutten we de kansen die zich per dorp voordoen. Elk dorp is immers anders en biedt andere mogelijkheden. Dit kan zijn bij nieuwbouw, herinrichtingen en projecten vanuit andere beleidsdomeinen, bijvoorbeeld vanuit de Wonen, Welzijn en Zorg- uitvoeringsagenda, opgave Levendige dorpen. Zo gaan we effectief aan de slag met beschikbare middelen. Hierbij betrekken we ook de middelen vanuit de Brede SPUK/GALA en IZA.

Inhoud

Iedereen weet ondertussen dat sporten en bewegen goed is voor je gezondheid. Het zorgt er niet alleen voor dat je je fit voelt, maar ook draagt het bij aan een gezond gewicht en beschermt het tegen hart- en vaatziekten en diabetes. Ook ga je je mentaal beter voelen door sporten en bewegen: je hebt minder last van stress en het geeft plezier. Daarnaast heeft sport en bewegen een grote maatschappelijke betekenis. Het draagt bij aan sociale contacten, dus kan ingezet worden als een middel tegen eenzaamheid. Het brengt leefbaarheid in kernen en mensen kunnen, door te gaan sporten of vrijwilligerswerk te gaan doen, participeren in de gemeenschap. Je kunt je talenten (niet alleen sportieve) ontplooien door te sporten, denk dan ook aan teambuilding, coaching en het organiseren van activiteiten. Economisch levert het een bijdrage aan een positief vestigingsklimaat en kan het ingezet worden als promotie voor de gemeente.

2

Meer bewoners van de Hoeksche Waard sporten en bewegen

Onze ambitie is dat zoveel mogelijk inwoners sporten en bewegen. Iedereen kan bewegen op een manier die past. Daarbij draagt sporten bij aan fysiek en mentaal gezond zijn en ook aan ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, sociale contacten en leefbaarheid. De afgelopen jaren is de trend van individualisering in de sport verder doorgezet. Deze was er al voor de coronacrisis, maar heeft hierdoor nog een extra sprong gemaakt. Je ziet dat mensen vaker ongeorganiseerd en alleen of in kleine groepjes sporten. Vaak gebeurt dat in de buitenruimte. Het traditionele sporten in verenigingsverband op of in een sportaccommodatie is teruggelopen. Mede omdat door corona sporten in accommodaties niet mogelijk was, hebben mensen de ervaring opgedaan om in de openbare ruimte te sporten. Voor een deel van hen is dit zo goed bevallen, dat ze dit zijn blijven doen. Ook hebben mensen hun abonnement of lidmaatschap in de coronaperiode opgezegd, omdat de activiteiten stil lagen. Een aantal van hen heeft de stap terug naar de vereniging of sportaanbieder niet meer genomen. Het ledenaantal van de verenigingen loopt mede hierdoor verder terug en het lukt hen steeds minder om vrijwilligers aan zich te binden. Door oplopende energieprijzen is er nog meer noodzaak om stappen te zetten in de verduurzaming van accommodaties. Veel sportaanbieders hebben momenteel te maken met hoge energierekeningen.

Door verduurzaming zijn schommelingen in de energiekosten minder van invloed en worden ook de doelen voor het klimaat behaald. Landelijk is er een toenemende aandacht voor sport en bewegen. De laatste jaren is de aandacht voor preventie en gezond leven vergroot. Sport en bewegen neemt daar een belangrijke rol in. Met de preventie- en sportakkoorden zet de landelijke overheid in op samenwerkingsverbanden en het benoemen van gemeenschappelijke doelen en prioriteiten. De uitwerking van deze aanpak gebeurt vooral op lokaal niveau, met Sportakkoord II: Sport versterkt, GALA en de Brede regeling combinatiefuncties. Er zijn hiervoor ook financiële middelen beschikbaar. In de brede SPUK worden verschillende programma’s aan elkaar gekoppeld. Iedere gemeente kan hiervoor een plan indienen. De Sport- en beweegnota biedt een basis om deze plannen verder uit te werken. De centrale thema’s uit het sportakkoord komen dan ook terug in de nota. De bewoners van Hoeksche Waard bewegen ongeveer even veel als het gemiddelde van de regio en van heel Nederland. Iets meer 65+ers voldoen aan de beweegnorm. De Hoeksche Waard vergrijst sneller dan de rest van Nederland, er zijn relatief veel 65+ers. De dichtheid van verenigingen is hoog en er zijn diverse sport- en beweegmogelijkheden.

De openbare ruimte is ruim van opzet, er is veel groen en water, de toegankelijkheid van deze gebieden en paden kunnen beter. Omdat de oppervlakte van de gemeente groot is, met verspreid een aantal kleinere kernen is bereikbaarheid en spreiding van voorzieningen een aandachtspunt.

Een leven lang in beweging

Trends en ontwikkelingen: • 50% van de inwoners van HW tussen 19-65 jaar voldoet aan de beweegrichtlijn, 34% van de 65+ers³; • 37% van de 0-12 jarigen in HW beweegt minimaal een uur per dag1, 15% van de 13 en 15 jarigen2; • De motorische vaardigheden van kinderen nemen af; • Er is veel vergrijzing, in HW zal de ‘grijze druk’ de komende jaren extra toenemen: er komen steeds meer oudere bewoners, die gemiddeld ouder worden; • Bewegen draagt bij aan een terugname van valincidenten, vanuit de brede SPUK is hiervoor extra financiering beschikbaar de komende jaren; • Rond 10% van de inwoners ervaart een beperking in bewegen door lichamelijke problemen³; • Steeds meer mensen ervaren financiële drempels om te gaan sporten; • Inwoners met een lage Sociaal Economische Status ervaren vaker een slechte gezondheid, door risicofactoren (werk- en woonomstandigheden en ongezonde leefstijl).

1 Bron: Kindmonitor 0-12 jaar Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ 2021 2 Bron: Jeugdmonitor Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ 2021 3 Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen GGD 2020

3

Op wie richten we het beleid?

Het college vindt het belangrijk dat iedereen in de Hoeksche Waard kan bewegen. We willen ons extra inzetten om de mensen die dat nog niet doen, de voordelen van sporten en bewegen te laten ervaren. Daarbij gaan we uit van de levensfasen van onze inwoners. We kijken in elke fase wat er nodig is om mensen in beweging te krijgen en welke drempels daarvoor weggenomen moeten worden. Een aantal kwetsbare groepen vraagt daarbij specifieke aandacht. Dat zijn allereerst ouderen, die steeds langer zelfstandig blijven wonen. Door toenemende vergrijzing en langer thuis wonen, is het van belang dat zij zelfredzaam blijven. Vitaliteit en bewegen dragen daar aan bij. Beweegactiviteiten dragen ook bij aan het sociale netwerk van ouderen en het voorkomen van eenzaamheid. Voor mensen met een beperking of chronische ziekte willen we mogelijkheden bieden om (aangepast) te kunnen sporten en bewegen. We blijven investeren in de jeugd, want jong geleerd is oud gedaan. Dat doen we onder meer binnen de JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht) aanpak. Kinderen kunnen vanaf jonge leeftijd kennis maken met verschillende sporten, waarbij naast het ontwikkelen van motoriek, ook samenwerking, competitie en plezier centraal staat. Stelling: iedereen krijgt de mogelijkheid en wordt gestimuleerd om een leven lang te sporten en te bewegen Het college stelt voor te kiezen voor keuze A.

Keuze A: We zetten meer in op beweegaanbod voor ouderen. In samenwerking met welzijnsorganisaties en beweegaanbieders zorgen we dat elke oudere toegang heeft tot een laagdrempelig aanbod wat past bij persoonlijke mogelijkheden. Dat kunnen activiteiten in groepsverband of individueel zijn. Ook hebben we aandacht voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid. De inzet op inclusief bewegen en aangepast sporten krijgt een impuls door het toegankelijk en vindbaar maken van het aanbod en door verbindingen te leggen om inclusief sporten bij verenigingen meer te faciliteren. De jeugd blijft de aandacht houden die ze nu al hebben.

Keuze B: We zetten de huidige inzet op sport- en beweegstimulering ongewijzigd voort. De focus blijft op de jeugd, omdat zij een goede basis in sport en bewegen moeten krijgen. Daar hebben ze vervolgens in alle levensfasen profijt van.

Hoe nemen we financiële drempels weg? Het college stelt voor te kiezen voor keuze A. Keuze A: We zorgen dat er voor iedereen een passend sportaanbod is. Voor mensen waarvoor sporten en bewegen geen vanzelfsprekendheid is, is er ondersteuning in de vorm van financiering of programmering. We zetten daarvoor in op uitbreiding van het budget voor Jeugdfonds Sport en Cultuur, zodat we aan de toenemende vraag tegemoet kunnen komen. Ook verkennen we de mogelijkheden voor een Volwassenenfonds Sport, zodat we ook voor hen financiële drempels om te kunnen gaan sporten wegnemen. Hiervoor is extra budget nodig.

Keuze B: We breiden het budget voor Jeugdfonds Sport en Cultuur verder uit, zodat we aan de toenemende vraag tegemoet kunnen komen. Daarnaast bieden we kinderen de mogelijkheid om 2 aanvragen te doen. Bijvoorbeeld naast zwemles ook een aanvraag kunnen indienen voor een andere sport- of cultuuractiviteit. Dit drukt dan wel extra op de schaarse beschikbare middelen voor het Jeugdfonds en kan ervoor zorgen dat kinderen op een wachtlijst terecht komen.

Keuze C: We zetten het Jeugdfonds Sport en Cultuur voort, in de huidige vorm zonder extra financiële impuls. Dat betekent dat we niet alle aanvragen kunnen honoreren. We stimuleren volwassenen met een laag inkomen om op een andere laagdrempelige manier te gaan bewegen, bijvoorbeeld wandelen.

4

Vitale sportaanbieders

Trends en ontwikkelingen: • Steeds minder mensen zijn lid van een vereniging (tijdsgebrek gezin/werk) HW: 26,4%, landelijk: 24,9%4; • Vooral terugloop bij jongeren 12-18 jaar (verplichte tijden, andere hobby’s, kosten, 25% sport niet (5-12 jaar:13%). Van de jongeren die bewegen, sporten wekelijks 5-12: 79%, 13-18: 66% landelijk. In HW 13-15 jarigen die wekelijks bij een vereniging of sportschool sporten 71% in HW, 67% regio ZHZ5; • Meer ongeorganiseerd, anders-georganiseerd en individueel sporten en sporten bij commerciële aanbieders; • Tekort aan vrijwilligers bij verenigingen; • Stijging van de (energie)kosten; • Meer aandacht voor een sociaal veilige sportomgeving.

Welke sportaanbieders ondersteunen we?

Sportaanbieders zijn een onmisbare schakel in het sportnetwerk. Zij bieden rechtstreeks sportactiviteiten aan onze bewoners. Het college wil inzetten op versterking van aanbieders, zodat zij zelfredzaam zijn. Met advies aan, en ondersteuning van, de aanbieders creëren we samen een vitale en veilige sportomgeving. We stimuleren aanbieders tot onderling samenwerken en ook tot samenwerken met andere organisaties en domeinen, om zo de krachten te bundelen en faciliteiten optimaal te benutten. Op deze manier worden ook mogelijkheden gecreëerd om minder levensvatbare aanbieders te stimuleren om nieuwe activiteiten te ontwikkelen en hiermee toekomstbestendiger te zijn. Dit sluit aan bij de insteek van de opgave levendige dorpen. Stelling: we bieden ondersteuning om te zorgen dat sportaanbieders zelfredzaam en vitaal zijn Het college stelt voor te kiezen voor keuze A. Keuze A: We ondersteunen alle aanbieders, zowel verenigingen en stichtingen als commerciële aanbieders. Dat doen we met advies en kennis, we stimuleren onderlinge samenwerking en bevorderen het leggen van verbindingen. We vergroten de toegankelijkheid van deze ondersteuning.

Keuze B: We ondersteunen alleen verenigingen en stichtingen. Dat doen we met advies en kennis en we stimuleren onderlinge samenwerking en bevorderen het leggen van verbindingen.

Hoe zetten we subsidies in?

Het financieel ondersteunen met subsidie is een middel om sportaanbieders te stimuleren om bij te dragen aan de ambities uit de sport- en beweegnota. De manier waarop we subsidiëren is een verantwoordelijkheid van het college. Het college stelt voor te kiezen voor keuze A. Keuze A: We blijven verenigingen structureel ondersteunen met een structurele activiteitensubsidie, gebaseerd op het ledenaantal en een vast bedrag per vereniging, zoals dat nu al het geval is. Daarnaast gaan we verenigingen via projectsubsidie ondersteunen. We willen inzetten op de vereenvoudiging van het aanvraagproces voor subsidies om hiermee een administratieve lastenverlichting voor de verenigingen te bereiken. Bij de projectsubsidies wordt op nog nader uit te werken thema’s ingezet: sociaal veilige sportomgeving, samenwerking met andere sporten/welzijn, gevarieerder aanbod; aansluitend bij de ambities en doelstellingen vanuit de sport- en beweegnota.

Keuze B: We wijzigen de manier waarop we verenigingen subsidiëren. We gaan verenigingen steunen via projectsubsidies, in plaats van met structurele activiteitensubsidies. Hierbij wordt op nog nader uit te werken thema’s ingezet: sociaal veilige sportomgeving, samenwerking met andere sporten/ welzijn, gevarieerder aanbod; aansluitend bij de ambities en doelstellingen vanuit de sport- en beweegnota. Bij de beoordeling en toekenning van een projectsubsidie wordt rekening gehouden met de mogelijkheden voor voorliggende voorzieningen zoals fondsen, rijksregelingen, enz.

Keuze C: We blijven verenigingen structureel ondersteunen met een structurele activiteitensubsidie, gebaseerd op het ledenaantal en een vast bedrag, zoals dat nu al het geval is.

4 Bron: NOC NSF 2018 5 Bron: Kindmonitor 0-12jaar en Jeugdmonitor, Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ 2021

5

Sport in de openbare ruimte

Trends en ontwikkelingen: • Steeds meer individueel en ongebonden sporten; • Sporten in de openbare ruimte is toegenomen mede door corona; • Ongeorganiseerd sporten neemt vooral toe bij hoger opgeleiden; • Hoeksche Waard scoort lager op beweegvriendelijke omgeving dan gemiddeld (in de meting zijn de speelplekken niet meegenomen); • Vraag naar sportplekken in de openbare ruimte neemt toe; • Aandacht vanuit de Omgevingswet en Omgevingsvisie voor een gezonde/beweegvriendelijke leefomgeving; • Sociale en fysieke veiligheid, infrastructuur en verbondenheid, esthetische waarde (prettige plek), programma en gebruik openbare ruimte zijn belangrijk voor beweegvriendelijke ruimte.

Gaan we investeren in een beweegvriendelijke openbare ruimte?

Het college wil de openbare ruimte beweegvriendelijk inrichten, zodat deze mensen stimuleert om te bewegen. In elke kern zijn dan beweegplekken voor alle leeftijden aanwezig. Ook willen we initiatieven voor activiteiten op deze plekken faciliteren. We leggen vanuit verschillende kernen sportieve- en beweegroutes aan, die onderling met elkaar een netwerk vormen. We benutten de groene ruimte en het water nog meer om te bewegen. Bij nieuwbouwontwikkelingen houden we tijdig rekening met een sportieve inrichting van de ruimte. We hebben aandacht voor inclusieve plekken en toegankelijkheid. In de Visie Vrijetijdseconomie Hoeksche Waard is de beweegvriendelijke buitenruimte als speerpunt opgenomen vanuit toeristisch-recreatief oogpunt, waarbij we ons concentreren op de routenetwerken en recreatiegebieden. Vanuit de sport en beweegnota willen we daarbij ook aandacht voor een beweegvriendelijke openbare ruimte in de directe woonomgeving en het bieden van beweegplekken en routes, vanuit het oogpunt van gezondheid en bewegen. Dit wordt dan ook integraal opgepakt. Stelling: we richten de openbare ruimte zo in dat deze uitnodigt tot sporten en bewegen Het college stelt voor te kiezen voor keuze A. Keuze A: We ontwikkelen een aanpak voor de realisering van een beweegvriendelijke openbare ruimte.

Daarbij kijken we naar de behoeften en mogelijkheden per wijk of dorp, in overleg met inwoners en andere belanghebbenden, zoals scholen, bedrijven of verenigingen. We realiseren sport- en beweegplekken en ook beweegroutes. We maken daarbij zoveel mogelijk gebruik van de aanwezige elementen in de omgeving. Een ambitie is om hierbij ook buitensportaccommodaties te betrekken. We stimuleren laagdrempelig sporten en bewegen in de openbare ruimte door het vergroten van de bekendheid met de voorzieningen en mogelijkheden die deze bieden. Dit doen we ook door het organiseren door buitenactiviteiten voor verschillende doelgroepen in de dorpen.

Keuze B: We blijven vraaggericht werken aan een beweegvriendelijke ruimte. Bestaande sport en beweegplekken onderhouden we en vervangen we wanneer dit vanuit veiligheid nodig is. Wanneer bewoners vragen om aanpassing of vernieuwing van plekken, verkennen we de mogelijkheden.

6

Accommodaties

Trends en ontwikkelingen: • Hoeksche Waard scoort iets hoger dan gemiddeld op aantal sportaccommodaties (22,4 t.o.v. 21,5)6; • Gemiddelde afstand tot een sporthal is iets lager dan gemiddeld (1,5 t.o.v. 1,6 km)7; • Aandacht voor verduurzaming; • Efficiënter ruimtegebruik. Het college wil dat er een kwantitatief en kwalitatief passend aanbod van duurzame sportvoorzieningen aanwezig is. Multifunctionele (wijk)accommodaties willen we benutten als locatie voor beweegactiviteiten. Dit sluit aan op het accommodatiebeleid voor maatschappelijk vastgoed voor zowel binnen- als buitensport en de opgave Levendige dorpen. We vinden het belangrijk dat voorzieningen toegankelijk zijn en dat de routes er naar toe veilig zijn. Als gemeente hebben we vooral een faciliterende rol in het bieden van accommodaties/voorzieningen en het optimaal gebruik stimuleren. We stimuleren sporten in een gezonde omgeving en hebben aandacht voor rookvrije accommodaties en gezonde sportkantines. Stelling: we streven naar voldoende en goede sportaccommodaties, verspreid over de gemeente. Nabijheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid en kwaliteit zijn daarbij belangrijk. Er worden geen keuzes over de kwantiteit van accommodaties voorgelegd. Deze keuzes kunnen uitwerking krijgen in de opgave Levendige dorpen.

Bieden we een alternatief voor zwemvaardigheid i.p.v. schoolzwemmen in zwembaden?

In een waterrijke gemeente als de Hoeksche Waard is het belangrijk dat kinderen kunnen zwemmen. Het college vindt zwemveiligheid dan ook belangrijk. Dat kinderen leren zwemmen is een verantwoordelijkheid van de ouders/ verzorgers. In de 4 zwembaden worden hiervoor zwemlessen aangeboden die kinderen in hun vrijetijd volgen. Als ouders een inkomen hebben van minder dan 130% van het minimum, kan men een beroep doen op het Jeugdfonds Sport en Cultuur om deze zwemlessen te bekostigen, dit geldt ook voor Oekraïense kinderen. Voor kinderen die wonen in het AZC in ’s-Gravendeel is een aparte regeling die wordt uitgezet door het AZC bij het zwembad in ’s-Gravendeel. Op sommige scholen wordt nu nog schoolzwemmen aangeboden, binnen of naast het aanbod in bewegingsonderwijs. De leerlingen krijgen hierbij oefeningen en spellen aangeboden om hun zwemvaardigheid op peil te houden. Het leren zwemmen voor een zwemdiploma gebeurt dus niet tijdens schoolzwemmen. De scholen hebben besloten (besluit schoolbesturen tijdens het gehouden OOGO van 17 maart 2023) niet meer structureel te willen gaan zwemmen. De gemeente zal dan ook stoppen met het faciliteren van het schoolzwemmen in de zwembaden. Het college stelt voor te kiezen voor keuze A. Keuze A: Omdat we zwemveiligheid belangrijk vinden, kijken we naar alternatieven om de veiligheid te vergroten.

Dit kan door extra aanbod voor zwemvaardigheidstraining, bijvoorbeeld via zwemclinics in samenwerking met de scholen.

Keuze B: Zwemvaardigheid van kinderen is verantwoordelijkheid van ouders. We bieden hiervoor geen extra aanbod.

6 Bron: Mulier Instituut 2022 7 Bron: Mulier Instituut 2020

7

Talentontwikkeling

Trends en ontwikkelingen: • Geen specifieke informatie beschikbaar over talenten in de Hoeksche Waard; • Vanuit het landelijk Sportakkoord II: Samenhang topsport en breedtesport versterken.

Ondersteunen we sportaanbieders in het aanbod voor talentvolle jeugd?

Het college dat wil dat jonge talenten ondersteund worden, zodat zij de kans krijgen hun vaardigheden en hun prestaties verder te ontwikkelen. We zien dat topsporters uiteindelijk buiten de gemeente gaan trainen, omdat daar de faciliteiten en aanbieders aanwezig zijn. We willen echter dat de jeugd zo lang mogelijk in haar eigen omgeving kan blijven trainen. Ook als zij talentvol zijn. In de samenwerking tussen de sportverenigingen kan daarvoor extra ondersteuning en begeleidingsmogelijkheden geboden worden. Gevestigde topsporters zijn het voor- en boegbeeld van de sport en de gemeente. Samen enthousiasmeren we bewoners om zelf te gaan sporten. Stelling: talentvolle jonge sporters kunnen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving blijven trainen en hun talenten ontwikkelen. Het college stelt voor te kiezen voor keuze A. Keuze A: We stimuleren sportaanbieders samen te werken om het aanbod voor talentvolle jeugd vorm te geven. Dit vraagt om een maatwerkaanpak per sportsoort, aansluitend bij de bestaande faciliteiten en het aantal talenten. We bieden een platform waarop talentvolle jonge sporters zich kunnen presenteren om fondsenwerving en/of (financiële) ondersteuning te faciliteren.

Keuze B: We laten talentontwikkeling volledig over aan de landelijke netwerken en reeds bestaande structuren vanuit de verenigingen. We zetten alleen in op de breedtesport.

Verbinding andere domeinen

Trends en ontwikkelingen: • Steeds meer onderzoek toont aan dat het inzetten van sport als middel bijdraagt aan het behalen van maatschappelijke doelen, zoals gezondheidswinst, voorkomen eenzaamheid, persoonlijke ontwikkeling en leefbaarheid; • Social Return On Investment: 1 euro investeren in sport levert in de Hoeksche Waard 2,67 euro aan baten/maatschappelijke meerwaarde op8; • Vanuit landelijk beleid, zoals Sportakkoord II en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) wordt er steeds meer op samenwerking met andere domeinen gestuurd; • Brede Specifieke Uitkering (SPUK) stelt integrale benadering en samenwerking tussen de domeinen als voorwaarde voor financiering.

Zetten we sport breder in om maatschappelijke doelen te behalen?

Het college is van mening dat samenwerken met andere domeinen essentieel is om de waarde van sport nog verder te benutten. In de uiteindelijke Sport- en beweegnota leggen we de verbinding met o.a. de opgave Levendige dorpen, de Nota Publieke Gezondheid en de Welzijn, Wonen en Zorg- uitvoeringsagenda. We stimuleren andere domeinen om sport en bewegen in te zetten als middel om maatschappelijke doelen te behalen. We adviseren op welke manier dat kan. Op die manier werken we samen aan een preventieve aanpak voor een gezonde leefstijl, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en levendige kernen: een vitale samenleving. Stelling: we zetten sport en bewegen in als middel voor een vitale samenleving. Het college stelt voor te kiezen voor keuze A. Keuze A: Binnen het gemeentelijk beleid zien we sport ook als een middel om andere maatschappelijke doelen te behalen. We adviseren andere beleidsterreinen hoe men sport en bewegen daarbij kan inzetten. Daarnaast denken we ook mee over een brede preventieve aanpak. Hoe kunnen we de waarde van sport zowel in het sociale, als het fysieke domein benutten.

Keuze B: Binnen het gemeentelijk beleid stellen we sport als doel voorop. Daarbij richten we ons alleen op het bieden van sport- en beweegvoorzieningen en een goed sportaanbod door vitale aanbieders.

8 Bron: Kenniscentrum Sport en Bewegen/Mulier Instituut 2022

8

Vervolgprocedure

Op basis van de richting die de raad mee geeft, worden de ambities in de Sport- beweegnota verder uitgewerkt met doelstellingen, een bijbehorende planning en benodigde financiën voor de komende jaren. Na het zomerreces wordt de Sport- en beweegnota ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Alle inbreng van de externe bijeenkomsten worden in de nota meegenomen. Er volgt nog een aparte sessie met de jongerenraad om de ambities en doelstellingen te bespreken. De werkgroep met vertegenwoordiging vanuit Hoeksche Waard Actief, Welzijn Hoeksche Waard en de Sportraad blijft betrokken bij de totstandkoming van de Sport- en beweegnota. De werkgroep denkt mee over de concretisering van de ambities en doelstellingen en geeft advies op de inhoud.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12672136/1