CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Keuzenota uitgangspunten besteding Enecogelden 2.docx - Bevroren versie-Keuzenota 'Uitgangspunte

Besluitvormende raad 25 mei 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Besteding Enecogelden3.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Keuzenota ‘Uitgangspunten besteding Enecogelden’

1

Inhoud Inleiding ...................................................................................................................................................3 Keuze: bestedingsbedrag........................................................................................................................4 Keuze: bestedingsdoelen ........................................................................................................................8 Vervolgproces........................................................................................................................................10 Samenvatting keuzes ............................................................................................................................10

2

Inleiding Opbrengst verkoop Eneco In 2020 is de verkoop van aandelen Eneco afgerond. De gemeente Hoeksche Waard ontving voor de verkoop € 82,9 miljoen. Hiervan was in de primitieve begroting 2020-2023 reeds € 50 miljoen opgenomen (geraamd). Het “surplus” van € 33 miljoen is bij de daadwerkelijke verkoop gerealiseerd. De volledige opbrengst van € 83 miljoen is gestort in de algemene reserve. Remu claim Bij de splitsing van Eneco in netwerkbedrijf en elektriciteitsbedrijf is, volgens de voormalig REMUaandeelhouders, hen een winstdeling onthouden. Na eerdere afwijzing van deze claim door de rechtbank (beroep) en het Gerechtshof (hoger beroep) zijn de voormalige aandeelhouders van het elektriciteitsbedrijf REMU nu in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. Indien de Remu-claim alsnog geheel of gedeeltelijk wordt gehonoreerd, dan betekent dit dat de netto opbrengst van de verkoop van Eneco (€ 83 miljoen) nog met maximaal € 7,5 miljoen moet worden gecorrigeerd (uit de algemene reserve moet worden onttrokken). Mogelijke inzet van de Enecogelden Vanuit een aantal raadsfracties zijn het afgelopen jaar ideeën (o.a. via moties) aangedragen over mogelijke bestedingsdoelen van de Eneco-gelden.

Deze ideeën waren divers: van “niet opsoeperen/ geen potverteren”, “overlaten aan volgende raad” tot aan “inzetten van het “surplus” van € 33 miljoen voor duurzaamheid” (motie Duurzaamheids-subsidie) en ‘Inzetten voor de verduurzaming van vastgoed’. Keuzenota De portefeuillehouder Financiën heeft de raad toegezegd om vóór de behandeling van de Perspectiefnota 2022 in juli 2021 een notitie te verstrekken aan de raad aan de hand waarvan de inzet van de Enecogelden kan worden bediscussieerd. In deze keuzenota zijn de uitgangspunten voor het bestedingsbedrag en de bestedingsdoelen van de Enecogelden opgenomen. Na besluitvorming verwerken wij deze uitgangspunten in voorstellen bij de Perspectiefnota 2022 en worden/blijven de middelen die niet worden ingezet onderdeel van de reguliere Algemene reserve (zonder het label ‘Enecogelden’).

3

Keuze: bestedingsbedrag Structureel sluitende begroting In het Hoofdlijnenakkoord is als uitgangspunt ‘een structureel en reëel begrotingsevenwicht’ (pagina 6 “Samen meer Waard Hoofdlijnenakkoord 2019-2022”) opgenomen. De afgelopen periode is in de P&C documenten (en de presentaties hiervan aan de raad) aangegeven dat de gemeente Hoeksche Waard beschikt over ruim voldoende ‘incidentele middelen’, echter dat het “knelt” voor wat betreft de ‘structurele middelen’. In november 2020 is de Begroting 2021-2024 vastgesteld door de raad. De begroting was structureel sluitend vanaf jaarschijf 2024. Dit structureel evenwicht in 2024 was ‘fragiel’. Daarnaast waren enkele risico’s benoemd in de begroting, zoals:  de kostenontwikkeling in de Jeugdhulp  de nog uit te voeren harmonisaties (vastgoed, subsidies, Integraal Huisvestingsplan, etc.)  de herverdeling van het gemeentefonds  de effecten van de coronacrisis Inmiddels hebben zich enkele risico’s gemanifesteerd, waardoor wij net als vele andere gemeenten, voor de komende Begroting 2022-2025 een ‘opgave’ hebben om weer tot een structureel sluitende begroting te komen. Daarnaast spelen er nog risico’s, waarvan effecten nog nu nog onduidelijk zijn, maar die wel van invloed kunnen zijn op de komende Begroting 2022-2025. Hier komen wij bij de behandeling van de Perspectiefnota 2022-2025 op terug.

Enecogelden zijn incidentele middelen De Enecogelden zijn gestort in de algemene reserve. De algemene reserve betreft een incidenteel dekkingsmiddel. Bij de besteding van de Eneco-gelden, waarbij middelen uit de algemene reserve worden onttrokken, kunnen derhalve géén voorstellen gedaan worden waarbij een structureel beslag op deze middelen wordt gedaan. De toezichthouder (provincie) heeft in de brief over het toezichtsregime bij de Begroting 2020 van 18 december 2019 reeds aangegeven om bij de besteding van de incidentele verkoopopbrengst rekening te houden met de structurele effecten op de begroting. Wel kunnen incidentele middelen via de vorming van zgn. ‘dekkingsreserves’ voor kapitaallasten worden ingezet om structurele afschrijvingslasten te dekken, waardoor incidentele middelen als het ware worden ‘omgezet’ in structurele dekkingsmiddelen om een eventueel structureel begrotingstekort te dekken c.q. een verhoging van het structurele tekort te voorkomen (zie ook hoofdstuk ‘bestedingsdoelen’). Omvang algemene reserve Om te kunnen bepalen in hoeverre de Enecogelden besteed kunnen worden, is inzicht nodig in het verloop van de algemene reserves en de “claims” hierop die op dit moment bekend zijn.

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat reeds een fors “beslag” op de algemene reserve wordt gedaan voortvloeiend uit de besluitvorming bij de begroting 2020 én de begroting 2021. In onderstaande tabel is het verloop van de algemene reserve weergegeven tot en met 2024.

4

Verloop algemene reserve (vrije deel) Beginstand Begrote stortingen begroting 2020 Verkoop aandelen Eneco Vorming reserve flankerend beleid Stortingen in reserve kapitaallasten Vorming reserve energietransitie Storting in reserve sociaal domein tbv transformatie Vorming reserve innovatie sociaal domein Slotrapportage 2019 Voorstel resultaatbestemming jaarrekening 2019 Vorming bestemmingsreserve Corona Omzetten rentecontracten Raadsbesluit nota kostenverhaal (randweg Strijen) Bijstellingen dotaties/onttrekkingen Tussenrapportages 2020 Vrijval reserve openbaar gebied Storting in reserve weerstandsvermogen Storting in reserve sociaal domein: Thuis in de kern Begrotingssaldo 2020 na vaststelling Slotrapportage Resultaat van baten en lasten na 4e begrotingswijziging 2021

2020 46.614 777 82.900 -9.000 -8.600 -1.000 -3.000 -800 -2.923 2.750 -810 -4.000 -2.482 496

Eindstand

102.752

2021 102.752 1.036

2022 96.549

2023 91.627

2024 89.810

-6.000

-4.922

-1.817

282

96.549

91.627

89.810

90.092

-1.988 3.729 -2.000 -979

1.830

Uit de tabel blijkt dat na toevoeging van de Eneco-gelden van ca. € 83 miljoen op de beginstand van ca. € 47 miljoen, naar verwachting de komende jaren globaal € 40 miljoen netto (beginstand 47 + Enecogelden 83 -/- geprognosticeerde eindstand 90) uit de algemene reserve wordt onttrekken. Onderdeel hiervan betreft de dekking van de verwachte incidentele begrotingstekorten, mede ter dekking van incidentele beleidswensen (totaal globaal €13 miljoen). Per eind 2024 verwachten wij een (resterende) algemene reserve van globaal € 90 miljoen. Solvabiliteitsratio In de Begroting 2021 zijn enkele financiële kengetallen opgenomen om een indicatie te geven van de financiële positie van de gemeente. Eén van deze kengetallen is de solvabiliteitsratio. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een gemeente voldoende eigen vermogen (reserves) heeft om aan haar financiële verplichtingen te kunnen (blijven) voldoen. Het kengetal wordt bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen (totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang te berekenen. De uitkomst hiervan geeft aan in welke mate de bezittingen op de balans zijn betaald met eigen vermogen (en derhalve niet met schulden zijn gefinancierd). Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente.

Onderstaande tabel geeft de normen weer die de provincie heeft opgenomen in het Gemeenschappelijk Toezichtskader (GTK) en hanteert voor de financiële beoordeling van gemeenten. Hieruit blijkt dat een solvabiliteitsratio van meer dan 50% als ‘voldoende’ wordt beoordeeld.

De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen weer. Hoe meer eigen vermogen, hoe minder de afhankelijkheid van geldverstrekkers (banken). De solvabiliteit (“de financiële gezondheid van de gemeente op de langere termijn”)is een wezenlijk ander begrip dan de liquiditeit (het geld dat daadwerkelijk op de bankrekening staat). De solvabiliteitsratio kan derhalve ‘voldoende’ zijn, terwijl er toch geen of weinig geld op de bankrekening staat (liquiditeit). Dit wordt nog nader toegelicht bij onderdeel 4. Financieren op pagina 8.

5

De solvabiliteitsratio van onze gemeente in de Begroting 2021 bedraagt 60% in 2021. Dit betekent dat 60% van de bezittingen op de balans met eigen vermogen (algemene reserve) is gefinancierd en 40% met vreemd vermogen (schulden). De solvabiliteitsratio neemt de komende jaren weliswaar af, mede als gevolg van de inzet van de bestemmingsreserve, maar blijft ‘voldoende’ op basis van de normen. Deze cijfers zijn gebaseerd op de geprognosticeerde meerjarenbalans (op basis van de begroting 2021-2024). Deze is gebaseerd op de best mogelijke inschattingen. Naarmate deze meer in de toekomst liggen, neemt de mate van onzekerheid bij de gepresenteerde ratio’s toe. Deze zijn mede afhankelijke van (toekomstige) keuzes ten aanzien van de inzet van de reserves. Ter vergelijking: de gemiddelde solvabiliteitsratio van de Nederlandse gemeenten (waarstaatjegemeente.nl) op basis van de jaarrekeningen 2019 bedroeg ca. 33% (Hoeksche Waard 2019: 48%). Solvabiliteitsratio handhaven op “voldoende” De solvabiliteitsratio in 2021 bedraagt 60% en is daarmee ‘voldoende’ (>50%) op basis van de normen van de provincie. In de Toezichtsbrief van december 2021 over de Begroting 2021 geeft de provincie aan dat onze financiële positie mede als gevolg van de ontvangst van de Enecogelden is verbeterd. Door het inzetten van de Enecogelden uit de algemene reserve daalt het eigen vermogen.

Bij een gelijkblijvend balanstotaal (er van uitgaande dat wij een geldlening moeten aantrekken om de Eneco gelden te kunnen inzetten; zie toelichting bij onderdeel ‘4. Financieren’) daalt de solvabiliteitsratio. Het balanstotaal in de geprognosticeerde balans in de Begroting 2021 bedraagt globaal € 300 mln. Dat betekent dat iedere uitname van € 3 miljoen uit de algemene reserve globaal leidt tot een verlaging van 1% van de solvabiliteitsratio. Dit betekent dat de ‘bestedingsruimte’ voor de inzet van de Eneco gelden tussen de geprognosticeerde solvabiliteitsratio in 2021 (60%) en de norm ‘voldoende’ (50%) circa 10% bedraagt. Dit staat gelijk aan circa € 30 miljoen (1% = € 3 miljoen). Hierbij merken wij op dat de solvabiliteitsratio in de latere jaren, volgens de inschattingen bij de Begroting 2021, afneemt waardoor wij in latere jaren onder de norm ‘voldoende’ van 50% kunnen uitkomen (solvabiliteitsnorm “neutraal”). Zoals hierboven aangegeven is dat mede afhankelijke van (toekomstige) keuzes ten aanzien van de inzet van de reserves. Hoofdlijnenakkoord gaat uit van een ‘solide begroting’ In het Hoofdlijnenakkoord is als uitgangspunt een ‘solide begroting en meerjarenraming’ opgenomen. Zoals hierboven aangegeven is de “bestedingsruimte” voor de inzet van de Eneco-gelden € 30 miljoen indien wij een gezonde solvabiliteitsratio willen behouden.

Dit betreft globaal het “surplus” / de “meeropbrengst” van de verkoop aandelen Eneco (bedrag dat we geraamd hadden van € 50 miljoen minus de daadwerkelijke verkoopopbrengst van ca. € 83 miljoen). Voldoende ‘buffer’ (algemene reserve) aanhouden De opbrengsten uit de verkoop van aandelen Eneco maakt het mogelijk om onze huidige solide financiële positie ook op de langere termijn te waarborgen. Dit is ook een belangrijke (financiële) doelstelling uit het Hoofdlijnenakkoord. Daarnaast biedt de inzet van een deel van de Enecogelden (de “meeropbrengst”) mogelijkheden om hier een bestedingsdoel aan te koppelen zonder dat onze financiële positie hierdoor wordt “aangetast”. De overweging om niet de volledige opbrengst uit de verkoop van aandelen Eneco te “bestemmen”, maar dit te beperken is ingegeven vanuit het belang om ook in de toekomst een solide financiële positie te blijven behouden. Dit met het oog op een aantal forse financiële verplichtingen die wij als gemeente op ons af zien komen, waaronder de realisatie van de energie- en warmtetransitie. Daarnaast is het niet ondenkbaar dat ook vanuit de samenleving behoeftes dan wel wensen ontstaan die financiële verplichtingen voor ons als gemeente tot gevolg hebben. Tot slot bestaan ook de nodige onzekerheden over allerlei financiële stromen vanuit de 6

Rijksoverheid. Hiervoor verwijzen wij naar diverse uitgebrachte publicaties, waaronder de publicatie van het eerder toegezonden rapport ‘Roeien met te korte riemen’ van de provincie Zuid-Holland (door Berenschot) en het rapport (door AEF) over de tekorten in de jeugdhulp. Keuze bestedingsbedrag In het kader van een solide begroting en meerjarenraming stellen wij voor de inzet van de Enecogelden te beperken tot maximaal € 30 mln. Middelen in verband met het risico op de REMU claim voorzichtigheidshalve nog niet uitgeven In de inleiding is aangegeven dat de voormalige aandeelhouders van het elektriciteitsbedrijf REMU onlangs in cassatie zijn gegaan bij de Hoge Raad. Het risico bestaat dat de opbrengst van Eneco nog met maximaal € 7,5 miljoen moet worden gecorrigeerd. In de risicoparagraaf van de Begroting 2021 was op basis van de risico inschatting een bedrag gereserveerd van ca. € 0,5 miljoen in de Algemene reserve Weerstandsvermogen. Het risico bestaat dat aanvullend nog € 7,0 miljoen uit de algemene reserve moet worden onttrokken, indien de voormalige REMU aandeelhouders in het gelijk worden gesteld. In de praktijk betekent dit dat het risico niet meer wordt opgenomen in de risicoparagraaf, maar dat er € 7,5 miljoen in de algemene reserve blijft gereserveerd.

Keuze reserveren voor het risico van de REMU claim In verband met het risico van de REMU claim op een mogelijke onttrekking aan de Algemene reserve van € 7 miljoen, stellen wij voorzichtigheidshalve voor om, in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad, deze € 7 miljoen voorlopig niet uit te geven en de inzet van de Eneco gelden daarmee vooralsnog te verlagen van € 30 mln. naar € 23 mln.

7

Keuze: bestedingsdoelen In het voorgaande hoofdstuk is de keuze voor het financiële kader (omvang bestedingsbedrag) opgenomen voor de inzet van de Eneco gelden. In dit hoofdstuk zijn enkele keuzemogelijkheden voor de besteding van de Enecogelden opgenomen met daarbij enkele voorbeelden: 1. 2. 3. 4.

Niet bestemmen Inzetten voor eenmalige/incidentele uitgaven Vorming van een dekkingsreserve voor investeringen met een langdurig maatschappelijk nut Financieren

1. Niet bestemmen Indien geen bestemming aan de Enecogelden wordt gegeven blijven de middelen ‘geconserveerd’ in de algemene reserve. Hiermee creëren wij een extra buffer om eventuele toekomstige tegenvallers (incidenteel) te kunnen opvangen. Onze solvabiliteitsratio blijft hiermee op het huidige peil van 60%. 2. Inzetten voor eenmalige/incidentele uitgaven De Enecogelden kunnen worden ingezet voor eenmalige uitgaven (incidenteel), zoals bijvoorbeeld voor incidentele subsidies aan derden of een incidentele bijdrage aan duurzaamheidsinitiatieven. 3. Vorming van een dekkingsreserve voor investeringen met een langdurig maatschappelijk nut De Enecogelden kunnen ook worden ingezet voor de dekking van toekomstige afschrijvingslasten van investeringen. Hierbij wordt een dekkingsreserve gevormd waaruit de toekomstige afschrijvingslasten van investeringen kunnen worden gedekt. Hierdoor worden de incidentele middelen (Enecogelden) als het ware worden ‘omgezet’ in structurele dekkingsmiddelen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een dekkingsreserve voor de nog uit te voeren verduurzaming in het kader van de harmonisatie van het gemeentelijk vastgoed of andere incidentele investeringen in duurzaamheid, waardoor de kosten van de verduurzaming niet leiden tot een kostenverhogend effect van de structurele begroting.

Een andere mogelijkheid is de vorming van een dekkingsreserve voor de bij de begroting 2021 opgenomen ‘Kwaliteitsimpuls in de openbare ruimte’, waardoor de reeds in de begroting opgenomen afschrijvingslasten kunnen worden gedekt uit deze reserve. Hierdoor wordt de reguliere exploitatie ‘ontlast’ (“vrijgespeeld”), zodat meer ruimte ontstaat in het structurele begrotingssaldo. Het hoogste ‘rendement’ (in termen van het “ontlasten” van de begroting) wordt behaald bij investeringen met een kortere afschrijvingstermijn. Ter illustratie: Het vormen van een dekkingsreserve voor een investering van € 10 mln. met een afschrijvingstermijn van 40 jaar leidt tot een ‘ontlasting’ van het structurele begrotingssaldo van € 250.000 per jaar en bij een afschrijvingstermijn van 25 of 10 jaar tot een effect van resp. € 400.000 of € 1.000.000 per jaar. 4. Financieren Als gevolg van de verkoop van de aandelen Eneco is onze liquiditeitspositie verbeterd met € 83 miljoen. Bij de afweging van de inzet van de Enecogelden is het van belang om onderscheid te maken tussen de beschikbare middelen in de algemene reserve én de beschikbare middelen ‘op de bankrekening’ (liquide middelen). Hoewel de volledige opbrengst van € 83 miljoen gestort is in de algemene reserve, ligt dit voor de beschikbare liquiditeit (banksaldo) anders.

De afgelopen jaren hebben wij gebruik gemaakt van de kredietfaciliteiten van de bank (binnen het wettelijke kader van de kasgeldlimiet). Door de Enecogelden hebben wij onze liquiditeit uiteraard fors verbeterd, maar hebben wij geen € 83 miljoen op de bankrekening staan. Dit zou kunnen betekenen dat we voor de inzet van de Enecogelden een (aanvullende) lening moeten aantrekken. Het banksaldo zal naar verwachting de 8

komende jaren globaal liggen tussen € 20 mln. positief (per heden) en € 50 mln. negatief (indien geen rekening wordt gehouden met aanvullende leningen). De liquide middelen kunnen bijvoorbeeld ingezet worden voor de benodigde kapitaalinjectie van Stedin, zodat enerzijds meer rendement kan worden gerealiseerd op de liquide middelen en anderzijds om Stedin te voorzien in de benodigde kapitaalbehoefte om te kunnen blijven voldoen aan de vermogensvereisten (creditrating) om goedkoop te kunnen blijven lenen. Indien Stedin goedkoop kan blijven lenen, dan heeft dit een gunstig effect op het uit te keren dividend. Overigens merken wij hierbij op dat een dergelijke kapitaalverstrekking aan Stedin (deelneming) geen effect heeft op de algemene reserve (eigen vermogen) en daarom ook geen effect op de solvabiliteitsratio. Dit in tegenstelling tot de opties 2-3, waar wel bedragen uit de algemene reserve worden onttrokken. Keuze bestedingsdoelen Gezien de omvang c.q. het gebrek aan structurele middelen (zie onderdeel ‘Structureel sluitende begroting’) en de risico’s die nog van invloed kunnen zijn op de Begroting 2022-2025 stellen wij vanuit financiële overwegingen voor om de Enecogelden eerst in te zetten voor het structureel sluitend houden van de begroting. Dit kan worden bereikt via optie ‘3. Vorming van een dekkingsreserve voor investeringen met een langdurig maatschappelijk nut’.

Met de vorming van een dekkingsreserve kan worden bereikt dat meer ruimte ontstaat in het structurele begrotingssaldo dan wel dat een structureel tekort kan worden teruggedrongen of voorkomen. Bij de Perspectiefnota 2022-2025 komen wij daar bij u op terug.

9

Vervolgproces In deze keuzenota zijn de uitgangspunten voor de besteding van de Enecogelden opgenomen. Wij stellen u voor om deze keuzes met elkaar te bediscussiëren. Het resultaat van deze discussie leidt tot de uitgangspunten voor de inzet van de Enecogelden. Deze uitgangspunten werken wij vervolgens verder uit in voorstellen bij de Perspectiefnota 2022-2025.

Samenvatting keuzes In deze keuzenota zijn de uitgangspunten voor het bestedingsbedrag en de bestedingsdoelen van de Enecogelden opgenomen: Keuze bestedingsbedrag In het kader van een solide begroting en meerjarenraming stellen wij voor de inzet van de Enecogelden te beperken tot maximaal € 30 mln. Keuze reserveren voor het risico van de REMU claim In verband met het risico van de REMU claim op een mogelijke onttrekking aan de Algemene reserve van € 7 miljoen, stellen wij voorzichtigheidshalve voor om, in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad, deze € 7 miljoen voorlopig niet uit te geven en de inzet van de Eneco gelden daarmee vooralsnog te verlagen van € 30 mln. naar € 23 mln. Keuze bestedingsdoelen Gezien de omvang c.q. het gebrek aan structurele middelen (zie onderdeel ‘Structureel sluitende begroting’) en de risico’s die nog van invloed kunnen zijn op de Begroting 2022-2025 stellen wij vanuit financiële overwegingen voor om de Enecogelden eerst in te zetten voor het structureel sluitend houden van de begroting. Dit kan worden bereikt via optie ‘3. Vorming van een dekkingsreserve voor investeringen met een langdurig maatschappelijk nut’. Met de vorming van een dekkingsreserve kan worden bereikt dat meer ruimte ontstaat in het structurele begrotingssaldo dan wel dat een structureel tekort kan worden teruggedrongen of voorkomen.

Bij de Perspectiefnota 2022-2025 komen wij daar bij u op terug.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10104107/1