Kaderbrief 2023-2026
Tekst van het document
Kaderbrief 2023-2026 Aan: Gemeenteraad Van: College Ons Kenmerk: Z/22/150520 Documentnummer: Portefeuillehouder: Wethouder A.D. van der Wulp Datum: 12 juli 2022 Onderwerp Kaderbrief 2023-2026 Kennisnemen van De ‘Uitkomsten van de meicirculaire 2022’, het ‘Actuele Financiële Kader 2023-2026’, de ‘Uitgangspunten/ grondslagen voor de Begroting 2023-2026’ en de ‘Planning voor de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord met de raad’. Aanleiding Begin juni 2022 is de meicirculaire 2022 door het Ministerie van Binnenlandse Zaken gepubliceerd. In deze meicirculaire zijn onder meer de effecten van het regeerakkoord en de herverdeling van het gemeentefonds opgenomen. De meicirculaire 2022 betreft daarmee de meest omvangrijke (en ook meest complexe) circulaire van de afgelopen jaren. Eind juni 2022 hebben het Rijk en de VNG aanvullende afspraken gemaakt over het ‘bevriezen van het accres’. In deze brief treft u de effecten van de meicirculaire aan voor onze gemeente. Daarnaast treft u in deze brief de uitgangspunten / grondslagen die wij willen toepassen voor het opstellen van de begroting 2023-2026. Gezien het belang van deze uitkomsten, informeren wij u hierover vóór het zomerreces. In september 2022 zal deze brief worden geagendeerd en zal tevens een voorstel worden gedaan die ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd.
Hierin zal worden voorgesteld om kennis te nemen van de uitkomsten van de meicirculaire 2022 en het actuele financiële kader 2023-2026. Tevens zal voorgesteld worden om de uitgangspunten/grondslagen voor de Begroting 2023-2026 en de begrotingswijziging van de meicirculaire 2022 vast te stellen.
1/10
1. Uitkomsten meicirculaire 2022 Hieronder treft u op hoofdlijnen de effecten van de meicirculaire 2022. (bedragen x €1 mln)
Uitkomst meicirculaire 2022 1. Accres 2. Opschalingskorting 3. Herverdeeleffect 4. Middelen jeugd 5. Taakmutaties 6. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp 7. Energietoeslag 8. BCF Plafond Subtotaal 9. Budgetten voor taakmutaties 10. Budgetten voor loon-/prijscompensatie 11. Budgetten voor areaaluitbreiding Effect op structurele begrotingssaldo
2022 3,7
1,9
2023
2024
2025
2026
11,8
14,8
16,3
1,5
2,1
2,6
-0,7
-2,0
-2,9
-2,9
1,0
-0,2
-0,2
-0,1
0,9
0,9
1,0
1,0
-0,3
-0,3
6,2
1,6 0,5 7,7
14,5
15,5
16,4
3,9
-1,9
-0,9
-0,9
-0,6
-0,7
-4,5
-4,5
-4,5
-4,5
-1,5
-2,0
-2,5
-3,0
7,7
8,1
8,8
-4,3
5,8
Toelichting op de tabel 1. Accresontwikkeling gemeentefonds Op basis van het principe ‘samen de trap op, samen de trap af’ (accres) ontvangen gemeenten meer middelen via het gemeentefonds, als het Rijk meer geld uitgeeft (accres) en vice versa. In het regeerakkoord heeft het Rijk extra ambities en bijbehorende middelen opgenomen. Dit leidt ertoe dat gemeenten ook meer middelen ontvangen. Gemeenten ontvangen meer middelen dan eerder verwacht op basis van het regeerakkoord, omdat het Rijk onlangs in haar voorjaarsnota ook extra rijksuitgaven heeft opgenomen. Daarnaast hebben het Rijk en de VNG op 21 juni 2022 aanvullende afspraken gemaakt over het ‘bevriezen van het accres’ gedurende deze kabinetsperiode (2022 tot en met 2025). Dit betekent dat het principe ‘samen de trap op, samen de trap af ‘ gedurende deze periode wordt losgelaten en gemeenten geen extra middelen meer of minder ontvangen als het Rijk meer of minder geld uitgeeft. Deze afspraken geven gemeenten tot en met 2025 meer zekerheid over de Rijksmiddelen (stabiliteit). Pauw, de specialist op het gebied van het gemeentefonds, adviseert gemeenten overigens om voorzichtigheid te betrachten bij de berekening van algemene uitkering om eventuele tegenvallers (bijvoorbeeld als gevolg van de effecten van de vervolgonderzoeken van de herverdeling gemeentefonds) te kunnen opvangen.
In deze meicirculaire hebben wij geen rekening gehouden met de eventuele nadelige effecten van vervolgonderzoeken van de herverdeling van het gemeentefonds, omdat wij niet verwachten dat deze vervolgonderzoeken op korte termijn worden uitgevoerd danwel de resultaten hiervan op korte termijn bekend zijn. In de berekening hebben wij geen “buffer” (zekerheidsmarge) hiervoor aangehouden. 2. Bevriezen opschalingskorting Vanuit de gemeenten en de VNG is er al jaren veel weerstand tegen de zogenaamde opschalingskorting die het Rijk heeft doorgevoerd op het gemeentefonds, omdat gemeenten als gevolg van herindelingen met minder middelen zouden moeten kunnen volstaan. Het beleid voor opschaling naar 100.000+ gemeenten is losgelaten door het Rijk, terwijl de korting wel is gehandhaafd. Deze opschalingskorting wordt gedurende deze kabinetsperiode (2022 tot en met 2025) “bevroren”. Vooralsnog is in het regeerakkoord opgenomen dat de opschalingskorting in 2026 weer terugkomt. Hierdoor mogen wij deze middelen vanaf 2026 niet opnemen in onze begroting. Onze toezichthouder (provincie) toetst bij de beoordeling van onze begroting of wij hiermee in onze begroting ook op de juiste wijze zijn omgegaan. 2/10
3. Herverdeling van het gemeentefonds Met ingang van 1 januari 2023 wordt de nieuwe verdeling van het gemeentefonds (totaal ca. € 30 miljard) ingevoerd. Hierbij wordt een ingroeipad gehanteerd waarbij het nadeel maximaal € 7,50 per inwoner bedraagt in 2023 (€ 0,7 miljoen) en maximaal € 22,50 per inwoner in 2024 (€ 2, 0 miljoen). Vanaf 2025 is het structurele nadelige effect voor onze gemeente € 2,9 miljoen. Momenteel lopen er nog enkele vervolgonderzoeken naar onderdelen van de herverdeling. De uitkomsten hiervan kunnen nog van invloed zijn op het definitieve herverdeeleffect. 4. Middelen jeugdhulp Uit het AEF rapport is gebleken dat de middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor Jeugdhulp niet toereikend zijn. Het Rijk en de VNG hebben afspraken gemaakt over een Hervormingsagenda voor het Jeugdhulpstelsel. Afgesproken is dat gemeenten in hun Begroting 2022, vooruitlopend op de besluitvorming door het nieuwe kabinet, extra rijksmiddelen voor Jeugdzorg mogen opnemen van maximaal 75% van de bedragen uit de Hervormingsagenda (‘75%-richtlijn’). Hieruit konden gemeenten de geraamde lasten voor de jeugdhulp voorlopig dekken. De 75%-richtlijn hebben wij als zodanig ook verwerkt in onze begroting. Overigens is ervan uitgegaan dat gemeenten zelf ook kostenbesparende maatregelen treffen, waardoor de extra Rijksmiddelen voor jeugdhulp jaarlijks afnemen.
In lijn met de uitspraak van de Arbitragecommissie is in het regeerakkoord additionele financiering voor jeugdzorg beschikbaar gesteld. Voor 2023 ontvangen wij bovenop de 75% richtlijn nu het aanvullende deel van 25% (€ 1,0 miljoen) ter compensatie van de tekorten in de jeugdhulp. Voor de jaren vanaf 2024 hebben wij de bedragen op basis 75%-richtlijn geactualiseerd. Vanwege de onzekerheid over de hervormingsagenda (o.a. maatregelen die gemeenten treffen om kosten besparen) kunnen gemeenten vooralsnog geen aanvullende Rijkmiddelen ramen voor de jaren ná 2023. 5. Taakmutaties In de meicirculaire 2022 worden door het Rijk middelen toegevoegd voor specifieke doeleinden (zgn. taakmutaties). Zie voor een specificatie de toelichting onder ‘9. Budgetten voor taakmutaties’. 6. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp In het Coalitieakkoord van het Rijk is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd, waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen. Voor onze gemeente ca. € 0,3 miljoen.
De algemene uitkering wordt vanaf 2025 met dit bedrag verlaagd. Hier tegenover staan extra inkomsten vanwege de eigen bijdragen (zie ook ‘overzicht taakmutaties). Per saldo budget neutraal. 7. Energietoeslag De raad behandelde in de vergadering van 26 april 2022 het raadsvoorstel ‘Eenmalige bijdrage Energietoeslag lage inkomens’ en stelde hiervoor via de 8e begrotingswijziging 2022 reeds € 1,6 miljoen beschikbaar vanuit de algemene middelen, vooruitlopend op de ontvangst van de Rijksmiddelen in deze meicirculaire 2022. Via amendement besloot de raad om “als er eventueel middelen overblijven vanuit de Rijksbijdrage, deze beschikbaar te houden voor aanvullende maatregelen om huishoudens binnen deze doelgroep te ondersteunen om hun energierekening te verlagen”. De Rijksbijdrage in de meicirculaire bedraagt € 1,9 mln. Hiervan vloeit € 1,6 miljoen terug naar de algemene middelen. De extra Rijksmiddelen van € 0,3 mln. worden aan het budget toegevoegd (zie onderdeel ‘taakmutaties’). 3/10
8. BTW compensatiefonds In 2022 ontvangen gemeenten van het Rijk een deel van het Btw compensatiefonds (BCF) retour, aangezien in 2021 door alle gemeenten gezamenlijk minder btw uit het BCF is gedeclareerd. Voor onze gemeente betekent dit een voordeel in 2022 van ca. € 0,5 miljoen. 9. Budgetten in verband met taakmutaties. In de meicirculaire 2022 zijn door het Rijk middelen toegevoegd voor specifieke doeleinden (zie onderdeel ‘5. Taakmutaties’. Ondanks dat het algemene middelen zijn, stellen wij u voor deze middelen voor deze doeleinden in te zetten. Dit betekent dat wij tegenover de inkomsten die wij vanuit het Rijk ontvangen voor een aantal specifieke taken uitgavenbudgetten opnemen ter grootte van deze inkomsten. Hieronder treft u een overzicht van alle taakmutaties die wij in de begroting zullen vertalen in uitgaven- en inkomsten budgetten. (bedragen x €1 mln)
Taakmutaties
2022
2023
2024
2025
Uitvoeringskosten klimaatakkoord
-0,5
Regionale Energie Strategieën
-0,2
Energietoeslag
-0,3
Salarislasten zorgdomein (jeugd)
-0,1
-0,1
-0,2
-0,2
Versterking ondersteuning wijkteam
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
Robuust rechtsbeschermingssysteem
-0,1
-0,1
-0,1
-0,1
Participatie Diverse taakmutaties < € 0,1 miljoen Subtotaal
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,2
-0,2
-0,3
-1,9
-0,9
-0,9
-1,0
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp Totaal taakmutaties
-1,9
-0,9
-0,9
-0,6
0,3
2026
Toelichting > € 0,1 miljoen Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 aanvullende middelen. Belangrijke mijlpaal in het Klimaatakkoord is het opstellen en beleidsmatig verankeren van de Regionale Energie Strategieën (RES). Voor de ondersteuning van dit proces van de RES stelt het kabinet in 2022 aanvullende middelen beschikbaar. Zie toelichting onder 'Energietoeslag' verderop in deze Kaderbrief. Gemeenten ontvangen compensatie voor de stijgende salarissen in de zorg. Wij zetten deze middelen apart ter dekking van de hogere bijdrage aan de Dienst -0,2 Gezondheid en Jeugd. Voor de versterking ondersteuning wijkteams heeft het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld ter compensatie van de extra uitgaven die gemaakt worden om de toegang van cliënten tot de gemeentelijke -0,2 dienstverlening en ondersteuning te verbeteren. Mede in opvolging van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) wordt gewerkt aan een robuust rechtsbeschermingsstelsel dicht bij de burger. Om gemeenten in staat te stellen om meer robuuste rechtsbescherming voor hun inwoners te organiseren, -0,1 stelt het kabinet extra middelen beschikbaar. De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt ten behoeve van de loonbijstellen van de -0,3 salariskosten van WSW-ers.
-0,3 Betreft diverse taakmutaties kleiner dan € 0,1 mln. -1,0 Zie toelichting onder 'Eigen bijdrage huishoudelijke hulp' 0,3 verderop in deze Kaderbrief. -0,7
10. Budgetten voor loon-/prijsontwikkeling In het accres van het Rijk (zie onderdeel ‘1. Accresontwikkeling’) is ook de compensatie voor de loon- en prijsstijging opgenomen. In de begroting 2023 verhogen wij de budgetten voor uitgaven met 3,0% en voor salarissen met 3,6% conform de uitgangspunten voor de Begroting 2023-2026 (zie onderdeel ‘Uitgangspunten en grondslagen voor de Begroting 2023-2026’ verderop in deze Kaderbrief).
4/10
11. Budgetten voor areaalontwikkeling als gevolg van woningbouwprognose In de doorrekening van deze meicirculaire is aan de inkomstenkant rekening gehouden met een fors groei van het aantal inwoners wat voortvloeit uit het door het college vastgestelde woningbouwprogramma (zie onderdeel ‘bijlage 1. Uitgangspunten / grondslagen Begroting 2023-2026’). Dit leidt in het gemeentefonds tot een (fors) surplus aan inkomsten. Dit is uiteraard gunstig voor de inkomstenkant, maar hier zijn uiteraard ook risico’s aan verbonden als de realisatie van het woningbouwprogramma niet volgens prognose loopt, bijvoorbeeld als gevolg van autonome factoren zoals gebrek van materiaal en mankracht. In dat geval lopen de inkomsten vanuit het gemeentefonds terug. Het is niet realistisch om uitsluitend rekening te houden met de baten (inkomsten gemeentefonds) zónder te kijken naar wat dit betekent voor de lastenkant van onze begroting, specifiek het areaal. Immers, een toename van het aantal woningen en een toename van het aantal inwoners betekent ook bijvoorbeeld ook meer onderhoud in het openbaar gebied, maar naar alle waarschijnlijkheid ook een groter beroep op de sociale voorzieningen waar onze burgers een beroep op kunnen doen.
Als gevolg hiervan is bij deze meicirculaire ook rekening gehouden met een stelpost (budget) voor areaaluitbreiding de komende jaren voor het beheer van de openbare ruimte en de sociale voorzieningen. In het geval de realisatie van het woningprogramma niet volledig wordt gerealiseerd, dan stellen wij zowel de inkomsten uit het gemeentefonds als de stelpost voor areaaluitbreiding naar beneden bij.
2. Actueel structureel begrotingssaldo In de raadsvergadering van 5 juli 2022 heeft de raad de Zomerrapportage 2022 behandeld. In de Zomerrapportage 2022 is een overzicht opgenomen van de prognose van het structurele begrotingssaldo op basis van de actualisatie van het huidige beleid (zonder uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord). Hierin was de uitkomst van de meicirculaire 2022 nog niet verwerkt. Met de publicatie van de meicirculaire hebben wij het structurele begrotingssaldo 2023-2026 geactualiseerd. Het geactualiseerde beeld inclusief de effecten van de meicirculaire 2022 is als volgt: (bedragen x €1 mln)
Actueel financieel beeld Structureel begrotingssaldo na Zomerrapportage 2022 Uitkomst meicirculaire 2022 Structureel begrotingssaldo inclusief meicirculaire 2022
2023
2024
2025
2026
-7,6
-6,3
-4,1
-4,1
7,7
8,1
8,8
-4,3
0,1
1,8
4,7
-8,5
*) 'Begroti ngs s al do na Zomerrapportage' i n 2026 i s overgenomen van 2025. In de Begroti ng 2023-2026 kan di t afwi jken.
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het structurele begrotingssaldo in de jaren 2023 tot en met 2025 positief is en vanaf 2026 negatief. Terugval van de gemeentelijke middelen na 2026 Er is nog veel onduidelijkheid bij gemeenten over de omvang van de rijksmiddelen (accresontwikkeling en opschalingskorting) voor de jaren 2026 en verder, aangezien in dat jaar de nieuwe regeerperiode van het Rijk aanvangt. Bij veel gemeenten in Nederland leidt dit nu tot het zogenoemde “ravijnjaar” in 2026. Deze situatie is ook van toepassing op onze gemeente. In een brief aan de Tweede Kamer van 31 januari 2022 schrijft minister van Financiën S.A.M. Kaag bij de toelichting op de Startnota: “Om een stabielere bekostiging voor de gemeenten en provincies te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe bekostigingssystematiek voor de periode ná 2025 uitgewerkt. Daarbij wordt de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied betrokken”. Tijdens de Algemene ledenvergadering van de VNG op woensdag 29 juni 2022 is via een resolutie aan het kabinet gevraagd om gemeenten vóór Prinsjesdag meer duidelijkheid te geven over de financiering vanaf 2026. 5/10
Actueel financiële kader 2023-2026 Het structurele begrotingssaldo in bovenstaand overzicht is het actuele financiële kader en vormt de basis voor de Begroting 2023-2026, welke de raad in november 2022 behandeld. Tevens is dit financiële kader de basis voor de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord. Uiteraard kunnen zich in de tussenliggende periode nog (autonome) ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo. Rond Prinsjesdag wordt bijvoorbeeld de septembercirculaire van het Rijk gepubliceerd. De uitkomsten hiervan maakt onderdeel uit van de beoordeling van de provincie of de Begroting 2023-2026 structureel in evenwicht is. Daarnaast kunnen bijvoorbeeld actuele ontwikkelingen bij onze gemeenschappelijke regelingen nog invloed hebben op het structurele begrotingssaldo. Behoedzaamheid ramingen Hoewel in voorgaande circulaires/berekeningen nog is uitgegaan van enige mate van behoedzaamheid in de raming van de inkomsten (op advies van Pauw), zijn in deze meicirculaire geen “afslagen” voor behoedzaamheid toegepast. Dit als gevolg van het feit dat het Rijk en de VNG recentelijk aanvullende afspraken hebben gemaakt over het ‘bevriezen van het accres’ gedurende deze kabinetsperiode (2022 tot en met 2025).
De hierboven berekende prognoses betreffen daarmee de prognoses zónder rekening te houden met een aantal risico’s in de inkomsten danwel in de uitgaven.
3. Uitgangspunten en grondslagen voor de Begroting 2023-2026 In bijlage 1 zijn de uitgangspunten en grondslagen voor het opstellen van de Begroting 2023-2026 opgenomen, waaronder de indexatie van de uitgaven en de belastinginkomsten met 3,0%. De belastingtarieven verhogen wij, net als voorgaande jaren, met de inflatiecorrectie (2023: 3,0%) op basis van prijs bruto binnenlands product (pbbp) uit de meicirculaire 2022. Het ministerie van BZK heeft eind juni een nieuw IV3 (informatie voor derden) informatievoorschrift gepubliceerd dat vanaf verslagjaar 2023 verplicht is om de informatie over de Wmo en Jeugd nader te kunnen verfijnen. Hiervoor worden in het overzicht van de baten en lasten in Programma ‘6. Sociaal Domein’ enkele taakvelden voor individuele voorzieningen Wmo en Jeugd onderverdeeld in 19 taakvelden (zie bijlage 2) en wordt van enkele taakvelden de naam gewijzigd. Omdat wij alle taakvelden in onze begroting opnemen, verwerken wij deze verfijning met ingang de Begroting 2023. Deze verfijning ondersteunt de informatiebehoefte van gemeenten en Rijk in het sociaal domein en is tevens dienstbaar aan de doelstellingen van de hervormingsagenda Jeugd. Landelijke trends en effecten worden zo beter meetbaar en biedt gemeenten meer mogelijkheden om zichzelf te vergelijken.
4. Uitwerking Hoofdlijnenakkoord Op 5 juli 2022 besloot u over het procesvoorstel voor het opstellen van de Begroting 2023-2026 gemeente Hoeksche Waard en de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord. In bovenstaande tabel met daarin het actuele structurele begrotingssaldo zijn de nieuwe beleidsvoornemens uit het Hoofdlijnenakkoord 20222026 nog niet verwerkt. Het Hoofdlijnenakkoord werken wij nader uit in nieuwe, concrete doelstellingen / beleidsmaatregelen, inclusief de daarbij behorende kosten van de nieuwe beleidsmaatregelen en de daarbij behorende dekkingsvoorstellen. De nieuwe beleidsmaatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord, welke voorgesteld worden om te verwerken in de Begroting 2023-2026, worden tegelijk met de behandeling van de Begroting 2023-2026 in november 2022, via een 1e begrotingswijziging 2023 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. De combinatie van de (beleidsarme) begroting, de uitkomsten van de septembercirculaire 2022 en de nieuwe beleidsvoornemens uit het Hoofdlijnenakkoord die in de 1e begrotingswijziging 2023 worden opgenomen, vormen daarmee de basis voor het financieel toezicht op onze begroting 2023-2026. Indien er naar aanleiding van de uitwerking 6/10
van het hoofdlijnenakkoord met de raad nog aanvullend mutaties verwerkt moeten worden in de Begroting 2023-2026 kan dit eventueel worden opgenomen in een 2e begrotingswijziging 2023, welke in de raad van december 2022 kan worden vastgesteld. Opgemerkt wordt dat in het geval dat het Rijk geen perspectief biedt (middelen beschikbaar stelt) vanaf 2026 is het toevoegen van extra nieuw beleid in de begroting 2023-2026 waarvoor structurele dekkingsmiddelen nodig zijn, financieel niet realistisch tenzij keuzes worden gemaakt (heroverwegen bestaand beleid danwel verhoging van structurele opbrengsten). Verder wordt opgemerkt dat wij de afgelopen periode zijn geconfronteerd met een aantal autonome ontwikkelingen waardoor wij de budgetten fors hebben moeten bijstellen. Zo hebben wij in de Zomerrapportage 2022 de budgetten voor de Jeugdhulp, Wmo en het openbaar gebied fors bijgesteld. Hierdoor verslechterde ons structurele begrotingssaldo alleen bij de Zomerrapportage 2022 al tussen de € 5 miljoen en € 7 miljoen. Eventuele nieuwe autonome ontwikkelingen kunnen het bovengenoemde structurele begrotingssaldo verder onder druk zetten. Wij adviseren derhalve om bij de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord niet alle overschotten volledig in te zetten om te voorkomen dat bij iedere tegenvaller een bezuiniging doorgevoerd moet worden.
Vervolgprocedure Deze Kaderbrief 2023-2026 met bijbehorende planning zal in de raadsvergadering van september 2022 worden geagendeerd voor besluitvorming in de gemeenteraad. De raad wordt voorgesteld om de uitgangspunten voor de begroting 2023 vast te stellen evenals de begrotingswijziging naar aanleiding van de meicirculaire 2022. In het Hoofdlijnenakkoord ‘Samen doordacht doen’ is toegezegd om de komende vier jaar te werken aan een nieuwe vorm van samenwerking in de gemeenteraad. Voor de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord wil het college eerst in gesprek met de raad. Deze gesprekken worden ingepland in oktober 2022. De uitkomst van deze gesprekken wil het college betrekken bij de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord in het collegeprogramma. Planning uitwerking Hoofdlijnenakkoord: September 2022
Vaststellen Kaderbrief 2023-2026 (kennis nemen van de ‘Uitkomsten meicirculaire 2022’ en het ‘Actuele financiële kader 2023-2026’ en vaststellen van de ‘Uitgangspunten/grondslagen voor de Begroting 2023-2026’ en de ‘Begrotingswijziging van de meicirculaire 2022’)
Oktober 2022
Sessies met gemeenteraad (en zo mogelijk met maatschappelijke organisaties) over de verschillende thema’s en de dilemma’s voor het maken van keuzes en stellen van prioriteiten.
November 2022
Behandelen (beleidsarme) begroting 2023-2026 Vaststellen 1e begrotingswijziging 2023 met daarin de geprioriteerde nieuwe wensen uit het hoofdlijnenakkoord
December 2022
Bespreken collegeprogramma in gemeenteraad Eventueel 2e begrotingswijziging 2023 op basis van het collegeprogramma Vaststellen kaders voor proces Perspectiefnota 2024-2027 7/10
Bijlage 1: Uitgangspunten en grondslagen Begroting 2023-2026 In onderstaande tabel zijn de (financiële) grondslagen en uitgangspunten opgenomen die we in de Programmabegroting 2023 zullen toepassen. Grondslagen en uitgangspunten 2023 Onderwerp Algemeen
Loonstijging
Uitgangspunt Een Programmabegroting die voldoet aan de eisen van de BBV en die structureel sluitend is in 2023 of aannemelijk is gemaakt dat het structurele evenwicht uiterlijk in 2026 wordt bereikt. Een Programmabegroting die voldoet aan de eigen beleidslijnen zoals opgenomen in de financiële verordening 2021, de Nota reserves en voorzieningen 2022 en Nota waardering en afschrijving vaste activa 2019. Prijsindex CPB, uit meicirculaire 2022 Gemeentefonds: Loonvoet, sector overheid 2023: 3,6% De cao voor gemeenten loopt tot 1 januari 2023.
Prijsstijging
Prijsindex CPB, uit meicirculaire 2022 Gemeentefonds: Prijs bruto binnenlands product 2023: 3,0% De deelnemersbijdragen aan de GR-en zijn gebaseerd op de vastgestelde begrotingen van de GR-en.
Meerjarenperspectief
In 2023 worden de lonen (zie “loonstijging”) en prijzen (zie “prijsstijging”) ten opzichte van 2022 geïndexeerd. Vanaf 2024 worden de lonen en prijzen constant gehouden (geen index). Deze is gebaseerd op € 1 per inwoner (afgerond € 90.000)
Onvoorziene uitgaven Omslagrente
Volgens Omslagrenteberekening BBV, deze wordt bij het opstellen van de Programmabegroting berekend
Rentepercentage nieuwe geldleningen
• Kortlopende geldleningen: -/- 0,4% * • Langlopende geldleningen: 2,79% (voor 25 jaar vast)1 De rente wordt via de renteomslag doorbelast aan de betreffende taakvelden Vindt niet plaats (met uitzondering van voorzieningen gewaardeerd op contante waarde)
Rentetoerekening Rentebijschrijving op reserves en voorzieningen Berekening uurtarieven
Tarieven OZB en RZB
Tarieven overige belastingen • Haven- en kadegelden • Hondenbelasting • Lijkbezorgingsrechten • Marktgelden • Omgevingsvergunningen • Overige legestarieven • Rioolheffing • Toeristenbelasting • Afvalstoffenheffing Privaatrechtelijke opbrengsten/ Huuropbrengsten
De uitgangspunten voor het berekenen van de uurtarieven zijn de gemiddelde loonsom per team gedeeld door het aantal netto productieve uren met daarop een opslag van de overhead. Het netto aantal productieve uren is 1409 uur per jaar. Dit aantal wordt gehanteerd in de periode 2023 tot en met 2026.** Voor anterieure overeenkomsten worden de tarieven uit de landelijke plankostenscan toegepast. Het tarief voor 2023 passen we aan aan de ontwikkeling van de waarden van het onroerend goed van het voorgaande jaar. Daarna passen we het tarief aan, op basis van de prijsstijging bruto binnenlands product. Aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product voor zover de grens van wettelijke voorschriften (maximumtarief of meer dan 100% kostendekkend) niet structureel wordt overschreden.
Aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product, tenzij er specifieke (meerjarige) afspraken zijn gemaakt (bijvoorbeeld bij huurovereenkomsten).
8/10
Subsidies
Aantal inwoners
Aantal woningen
Aantal inwoners onder 18 jaar
Aantal huishoudens met een laag inkomen Aantal bijstandsgerechtigden
Aantal leerlingen VO Aantal bedrijfsgebouwen
Structurele subsidies Aanpassen aan de prijsstijging bruto binnenlands product Incidentele subsidies Geen inflatiecorrectie (vaste bedragen) 1 januari 2022: 88.715 (GBA) De stijging van het aantal inwoners wordt berekend door een factor van 1,6 inwoners te hanteren per extra woning. Dit resulteert in de volgende inwoner aantallen: 1 januari 2023: 89.718 1 januari 2024: 91.190 1 januari 2025: 92.190 1 januari 2026: 92.937 1 januari 2022: 38.643 (BAG) De stijging van het aantal woningen is gebaseerd op de aantallen uit het Woningbouwprogramma Dit resulteert in het volgende aantal woningen: 1 januari 2023: 39.270 (WBP: + 627) 1 januari 2024: 40.190 (WBP: + 920) 1 januari 2025: 40.815 (WBP: + 625) 1 januari 2026: 41.282 (WBP. + 467) 1 januari 2023: 17.066 1 januari 2024: 17.346 1 januari 2025: 17.536 1 januari 2026: 17.678 1 januari 2023: 9.361 1 januari 2024: 9.514 1 januari 2025: 9.619 1 januari 2026: 9.697 1 januari 2023: 852 1 januari 2024: 841 1 januari 2025: 822 1 januari 2026: 849 Per oktober 2022: 3.140 1 januari 2023: 10.175 1 januari 2024: 10.342 1 januari 2025: 10.455 1 januari 2026: 10.540
* Rentepercentage BNG juni 2022 **Bron: Handleiding Overheidstarieven 2022 van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
9/10
Bijlage 2. Nadere verfijning taakveld Wmo en Jeugd ogv nieuw IV-3 informatievoorschrift Het taakveld 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ wordt opgedeeld in vier nieuwe taakvelden: 1) 6.71a – Hulp bij het huishouden (WMO) 2) 6.71b – Begeleiding (WMO) 3) 6.71c – Dagbesteding (WMO) 4) 6.71d – Overige maatwerkarrangementen (WMO) Het taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- wordt opgedeeld in tien nieuwe taakvelden: 1) 6.72a – Jeugdhulp begeleiding 2) 6.72b – Jeugdhulp behandeling 3) 6.72c – Jeugdhulp dagbesteding 4) 6.72d – Jeugdhulp zonder verblijf overig 5) 6.73a – Pleegzorg 6) 6.73b – Gezinsgericht 7) 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig 8) 6.74a – Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf 9) 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 10) 6.74c – Gesloten plaatsing Het taakveld 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ wordt opgedeeld in twee nieuwe taakvelden: 1) 6.81a Beschermd wonen (WMO) 2) 6.81b Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) Het taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18- wordt opgedeeld in twee nieuwe taakvelden: 1) 6.82a Jeugdbescherming 2) 6.82b Jeugdreclassering De naam van het taakveld 6.2 Wijkteams is gewijzigd naar 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen De naam van het taakveld 6.4 Begeleide participatie is gewijzigd naar 6.4 WSW en beschut werk
10/10