Jaarstukken 2020 GR Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ
Tekst van het document
Naast de 3 teams in de pilot-gemeenten, zijn er ook samenwerkende teams gevormd om de 15 andere lokale teams in de regio. Met middelen uit het Transformatiefonds heeft de SOJ de teams gefaciliteerd met externe procesbegeleiding om het proces van elkaar leren kennen en het op gang brengen van samenwerking te ondersteunen en stimuleren. Daarnaast zit de SOJ het Actieteam Veilig opgroeien is teamwerk voor, waarin de Stichting Jeugdteams, Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen en Raad voor de Kinderbescherming met elkaar de uitrol volgen en waar nodig bijsturen. Verder zijn in 2020 de voorbereidingen getroffen om de regionale beschermingstafel te vervangen door lokale beschermingsgesprekken als onderdeel van de werkwijze Veilig opgroeien is teamwerk.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
42
Product/activiteit/project
Beoogd resultaat
Stand van zaken Tot slot heeft de SOJ in 2020 vanuit het regionale jeugdhulpbudget bijgedragen aan de procesregie voor de jeugd(straf)tafel in het Veiligheidshuis. Humanitas heeft in het kader van het project Wel Thuis in 2020 20 koppelingen van vrijwilligers gerealiseerd met gezinnen waarin de veiligheid van kinderen in het geding was en/of de ontwikkeling werd bedreigd. Er zijn 15 koppelingen gemaakt met gezinnen met een kinderbeschermingsmaatregel en 5 met gezinnen in het vrijwillig kader al dan niet in de combinatie met de werkwijze Veilig opgroeien is teamwerk. Aanpassing Nee, tenzij-regeling: het Algemeen Bestuur heeft op 24 september 2020 besloten tot het ontwikkelen van een normenkader als alternatief voor de Nee-tenzij regeling. Tevens is besloten dat de regeling in 2021 strenger moet worden toegepast totdat het normenkader is ontwikkeld en contractueel ingebed. Het normenkader maakt onderdeel uit van de inkoop voor 2022 en verder. Analyse aanpak versterking zelfredzaamheid en dagbesteding: de analyse die is uitgevoerd heeft geen afzonderlijk vervolg gekregen in 2020. Versterking zelfredzaamheid en dagbesteding maken onderdeel uit van de voorbereidingen op de inkoop voor 2022 en verder. Perspectiefbenadering: de SOJ heeft in 2020 een eerste voorstel gedaan voor de uitwerking van de perspectiefbenadering.
Hieruit bleek dat dit thema niet uitsluitend vanuit de jeugdhulp is te benaderen, maar een sociaal domein brede aanpak vraagt. In overleg met gemeenten is de opdracht in 2020 overgedragen aan het regionale Netwerk MT plus van de 10 gemeenten. Expertiseteam: in 2020 is intensief gewerkt aan de (landelijke) kerntaken die een regionaal expertteam moet vervullen. Tevens is onderzocht hoe verschillende casuïstiekoverleggen in de regio samengevoegd kunnen worden tot een goed werkend regionaal expertteam dat de expertise (lokaal) dichtbij brengt. De ervaringen met het crisismeldpunt dat in 2020 is ontstaan als gevolg van de Corona-crisis zijn hierbij betrokken. Een voorstel voor een regionaal expertteam is aangeboden aan het regionale Netwerk MT plus van de 10 gemeenten ter besluitvorming. Contractmanagement 2.0: contractmanagement is een continue proces om in control te blijven i.r.t. contractuele afspraken. In 2019 zijn stappen gezet voor de verdere borging van contractmanagement binnen de SOJ. Eén van de stappen hierin is de aanschaf en start van implementatie van een contract- en leveranciersmanagementsysteem. Dit systeem (Negometrix) stelt ons samen met het dashboard inkoop in staat om op termijn nog beter in control te komen voor wat betreft
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
43
Product/activiteit/project
Uitvoeren van projecten in het kader van het transformatiefonds
Faciliteren gemeenten voor bezwaar en beroep
Beoogd resultaat
Stand van zaken contractuele afspraken tussen SOJ en gecontracteerde partijen. Ontwikkelingen zoals Jeugdhulp naar Voren vragen om verdere doorontwikkeling van het contractmanagement, waarbij wordt getoetst op basis van ervaringen van jeugdprofessionals en cliënttevredenheid over zowel de geleverde jeugdhulp als de mate van samenwerking van aanbieder(s) met de Stichting Jeugdteams. SOJ en gemeenten werken dit verder uit in 2021.
Er is een Alliantie van jeugdhulpaanbieders die zorgt voor maatwerkoplossingen voor kinderen die complexe hulp nodig hebben die niet in de regio voorhanden is.
De Alliantie heeft in meerdere casussen langdurige buitenregionale plaatsingen weten te voorkomen. De leerresultaten zijn verwerkt in de voorstellen voor het regionaal expertteam en de perspectiefbenadering en worden betrokken bij de voorbereidingen op de inkoop voor 2022 en verder.
Versnelling van de transformatie van de jeugdhulp.
Voor vier projecten in het kader van het Transformatiefonds (Overbruggingszorg, Harmonicavoorziening, Alliantieteam en Expertiseteam) is in 2020 aan de hand van de methodiek van het 'social profit canvas' de (maatschappelijk toegevoegde) waarde van de projecten en de samenhang tussen de projecten in kaart gebracht. Dit heeft de samenwerking tussen de betrokken partijen versterkt. De adviezen vanuit dit proces zijn verwerkt in de voorstellen voor het regionaal expertteam en de perspectiefbenadering.
De ingekomen bezwaarschriften zijn behandeld door de bezwaarschriftencommissie Jeugd ZHZ.
In 2020 zijn er in totaal 8 bezwaarschriften ingekomen. Van de 8 zaken zijn er 2 bezwaarschriften ingetrokken en 6 ongegrond verklaard.
De bezwaarschriftencommissie Jeugd ZHZ maakt een eigen jaarverslag over 2020.
Er stonden nog 4 zaken open uit 2019. Daarvan zijn 4 openstaande bezwaarschiften in 2020 afgerond. De resultaten zijn als volgt: 1 ingetrokken, 2 gegrond en 1 ongegrond.
De ingekomen (hoger) beroepschriften zijn behandeld. Bij de behandeling van beroepschriften is de SOJ juridisch ondersteund door het Juridisch Kenniscentrum van het Servicecentrum Drechtsteden.
Er is 1 voorlopige voorziening hangende een bezwaarschrift ingediend die door de rechtbank ongegrond is verklaard. In 2020 is er 1 beroepschrift bij de rechtbank Rotterdam ingediend en zijn er 3 hoger beroepschriften bij de Centrale Raad van Beroep ingekomen. Het beroep staat open en wacht op behandeling. De hoger beroepschriften staan nog open en wachten op een zitting bij de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank heeft in 2020 uitspraak gedaan in 10 zaken met het resultaat: 4 gegrond en 6 ongegrond. 7 beroepen zijn ingetrokken. In 2020 zijn 3 uitspraken van de Centrale Raad van Beroep geweest. Het resultaat was: 1 ongegrond en 2 gegrond. 1 hoger beroep is ingetrokken. De wachttijd bij zowel rechtbank als Centrale Raad van Beroep was in 2020 erg lang vanwege
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
44
Product/activiteit/project
Beoogd resultaat
Stand van zaken de Corona-crisis, zowel voor de inhoudelijke behandeling/zitting als de uitspraak. Opvallend is dat over 2020 redelijk veel beroepen zijn ingetrokken. Dit is altijd op verzoek van advocaat en/of ouders. Dit kan zonder opgaaf van reden worden gedaan. Het aantal bezwaarschriften over 2020 is minimaal afgenomen in aantal. De resultaten in 2020 zijn wel opvallend meer ongegrond dan gegrond zoals voorgaande jaren.
Borgen van inbreng cliëntervaringen
Het Jeugd ervaringsdeskundigen team (JET) geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de SOJ. Het Ouderplatform behartigt de belangen van ouders uit de regio wiens kind te maken heeft (gehad) met jeugdhulp of jeugdbescherming.
In 2020 is extra geïnvesteerd in het betrekken van het cliëntperspectief. Door het JET is een regionaal cliëntennetwerk opgericht met adviesen cliëntenraden uit de gehele regio. Het JET en het Ouderplatform zijn sinds 2020 op structurele wijze betrokken bij lopende en nieuwe projecten in de regio. De SOJ overlegt maandelijks met het JET, waarbij het JET input geeft op belangrijke thema's, zoals het inkoopproces voor 2022 en verder, de impact van de Corona-crisis en het project Veilig opgroeien is teamwerk. Vertegenwoordigers van het JET en het Ouderplatform hebben actief deelgenomen aan de gesprekken met alle stakeholders aan de ontwikkeltafels voor de inkoop voor 2022 en verder. Dit heeft geleid tot concrete aandachtspunten voor de inkoop, onder andere bijvoorbeeld over het inzetten van ervaringsdeskundigheid door jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Daarnaast hebben het JET, het Ouderplatform en de Adviesraad WMO/Jeugd Dordrecht gezamenlijk een brief aan de gemeenten geschreven over de impact van de Corona-crisis op de jeugdhulp. Verschillende gemeenten en de SOJ hebben hier vervolgens acties op ondernomen.
De ervaringen van cliënten met jeugdhulp zijn kwantitatief en kwalitatief gemeten door middel van het cliëntervaringsonderzoek (CEO)
Vanaf 2019 wordt het CEO middels continue meten uitgevoerd. Gemeenten beschikken over een digitaal dashboard met actuele cijfers, zowel regionaal als lokaal. De uitkomsten van het CEO 2019 zijn in 2020 besproken met de gemeenten. Een belangrijke uitkomst is dat cliënten over het algemeen tevreden zijn met de jeugdhulp in de regio. De werkwijze van het CEO is geëvalueerd met een werkgroep van gemeenten, cliëntvertegenwoordigers, Stichting Jeugdteams en SOJ. Dit heeft geresulteerd in korte termijn verbeteringen in vragenlijsten en de organisatie van focusgroepen met cliënten. Daarnaast is nagedacht over de verdere doorontwikkeling van het CEO vanaf 2022 in nauwe samenhang met de voorbereidingen op de inkoop voor 2022 en verder.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
45
Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)
Begroting 2020* Lasten
Baten
Realisatie 2020 Saldo
Lasten
Baten
Afwijking 2020 Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Producten
114.751
114.751
0
121.050
121.050
0
-6.299
6.299
0
Saldo baten en lasten
114.751
114.751
0
121.050
121.050
0
-6.299
6.299
0
Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
0
0
0
0
0
0
0
0
0
114.751
114.751
0
121.050
121.050
0
-6.299
6.299
0
*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 9 juli 2020 (1ste burap 2020).
**Met ingang van 2018 mogen de overhead en de algemene dekkingsmiddelen niet meer aan de programma's worden toegerekend. Deze dienen in een afzonderlijk begrotingsprogramma te worden gepresenteerd. Indien rekening wordt gehouden met de overhead en de algemene dekkingsmiddelen bedragen de begrote baten en lasten € 119,2 mln en de werkelijke baten en lasten € 125,3 mln. Waarbij bij de baten rekening is gehouden dat het tekort nog wordt opgehaald bij de gemeenten.
Resultaatanalyse Hieronder wordt inzicht gegeven in de financiële resultaten over 2020, hierbij is wel rekening gehouden met de overheadkosten en de algemene dekkingsmiddelen. Overzicht van baten en lasten Tabel 1 Prim aire begroting 2020
Saldo van baten en lasten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
107.415
107.158
-257
119.157
118.925
-232
257
257
-
232
232
-
119.157
Mutaties reserve (Gerealiseerd) resultaat
107.415
Saldo
Actuele begroting 2020
107.415
119.157
Saldo
-
Afw ijking tov actuele begroting
Resultaat 2020 Lasten
Baten
Lasten
Baten
125.295
125.064
-232
6.139
6.139
0
232
232
-
-0
-0
125.295
0
6.139
6.139
0
125.295
Saldo
Saldo
De primaire begroting met begrote lasten van € 107,4 mln. is in twee stappen aangepast. De eerste wijziging betrof de begrotingswijziging van € 5,2 mln. bij de Omdenknotitie. Hier is enerzijds een hoger kostenniveau 2019 van € 10,2 mln. verwerkt en anderzijds de eerste jaarschijf van € 5,0 mln. aan te realiseren besparingen. De tweede wijziging betrof de begrotingswijziging van € 6,6 mln. bij de eerste bestuursrapportage 2020. Hier is een hoger kosten niveau 2019 en 2020 van € 11,6 mln. verminderd met een taakstelling van € 5,0 mln. verwerkt. Dit is opgenomen in onderstaand schema. Tabel 2 Lasten primaire begroting
107,4
Begrotingswijziging omdenknotitie -hogere lasten 2019 -1e jaarschijf kostenreductie Subtotaal begrotingswijziging omdenknotitie
10,2 -5,0
Begrotingswijziging 1e burap 2020 -hogere lasten 2019 en 2020 -taakstelling Subtotaal begrotingswijziging omdenknotitie
11,6 -5,0
Actuele begroting
5,2
6,6 119,2
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
46
Toelichting op overzicht van baten en lasten Tabel 3 Bedragen * € 1.000,-
Realisatie 2020
Realisatie 2019
Regionale zorgmarkt LTA PGB Stichting Jeugdteams Serviceorganisatie Totaal lasten exclusief reserve uittreding Leerdam + Zederik Vorming reserve frictiekosten uittreding Leerdam + Zederik Totaal lasten inclusief vorming reserve frictiekosten
96.496 5.602 5.700 13.252 4.246 125.295
Baten exclusief uittreding reserve Leerdam + Zederik Ontvangst vergoeding uittreding Leerdam + Zederik Ontrekking reserve frictiekosten uittreding Leerdam + Zederik Totaal baten
125.064
Saldo baten -/- laten
125.295
232 125.295 -
Raming na Prognose 2e wijziging (1e burap burap)
89.617 5.311 5.503 12.927 3.797 117.155 1.026 118.181
89.899 5.600 6.000 13.252 4.406 119.157
96.200 5.600 5.800 13.252 4.406 125.258
119.157
125.258
116.802 1.026 353 118.181
118.925
125.026
0
Realisatie Realisatie 2020 -/2020 -/Prognose 2e realisatie burap 2019 296 6.879 2 291 -100 197 0 326 -160 448 37 8.141 37 7.115 37 -
232 119.157
232 125.258
-
-
0 37 -
8.262 -1.026 -121 7.115 -0
Samenvatting resultaat en aandachtspunten Samenvatting resultaat De realisatie 2020 is nagenoeg gelijk aan de prognose in de tweede bestuursrapportage. De gemelde overschrijdingen gedurende het jaar zijn als volgt gerapporteerd: Tabel 4 bedragen *€ 1 mln.
Standbegroting 1-1-2020 1e bestuursrapportage 2e bestuursrapportage voorlopige jaarrekening Totaal mutaties Realisatie 2020
112,6 11,6 1,1 0
waarvan 6,6 verwerkt in een begortingswijziging geen begrotingswijziging 12,7 125,3
Het overgrote deel hiervan zit op de post regionale zorgmarkt. De toelichting hierop en op de overige posten is opgenomen in onderstaande paragraaf 'Afwijkingen ten opzichte van de prognose 2e burap en realisatie 2019'. Ten opzichte van 2019 zijn de kosten met € 8,1 mln. gestegen. Gecorrigeerd voor prijsindexatie is de overschrijding € 5,1 mln. (4,3%). Nee tenzij regeling Wegens ontoereikende budgetten en toegepaste afslagen op budgetten door onzekerheid over de spreiding van de zorg over alle aanbieders is een groot bedrag aan jeugdhulp via de Nee tenzij regeling in opdracht gegeven. De Nee tenzij regeling is een regeling waarbij een aanbieder welke geen ruimte meer heeft in zijn budget, een jeugdige toch in zorg mag nemen als de zorg niet uitstelbaar is en er bij een andere aanbieder geen
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
47
(budget)ruimte is. Dit heeft geleid tot een forse administratieve belasting voor alle betrokkenen en maakt de uitkomst minder voorspelbaar ten opzichte van een situatie van vaste budgetten zonder Nee tenzij regeling. Het volume van de Nee tenzij regeling 2020 is € 14,3 mln. (2019 € 14,8 mln.) Overproductie De door de zorgaanbieders gemaakte zorgkosten zijn € 0,8 mln. hoger dan in de jaarrekening opgenomen wegens niet vergoede overproductie boven budget. Vorig jaar was dat € 1,0 mln. Aanbieders sturen hier steeds scherper op. Verwacht mag worden dat de zorgaanbieders die het betreft druk zullen uitoefenen om de overproductie alsnog vergoed te krijgen. Overigens zijn er ook steeds meer aanbieders die een deel van hun budget niet hebben besteed. Een belangrijke oorzaak is het te vroeg inroepen van een cliënten stop en de Nee tenzij regeling om niet vergoede overproductie te voorkomen. Voorspelbaarheid De realisatie is nagenoeg gelijk aan de prognose. De prognose was mede gebaseerd op de prognose van aanbieders. Op aanbiederniveau (ook per gemeente) zijn er net als voorgaande jaren significante verschillen tussen jaarverantwoording en hun prognose. Op regioniveau hebben de plussen en minnen elkaar gecompenseerd. Hierbij wordt opgemerkt dat er voor € 0,9 aan baten (niet meer gedeclareerde of gecrediteerde zorg) uit voorgaande jaren zijn gerealiseerd.
Landelijke ontwikkeling kosten jeugdhulp In opdracht van het Ministerie heeft onderzoeksbureau AEF een landelijk onderzoek uitgevoerd naar de kostenstijging en tekorten op de jeugdhulp. Geconcludeerd werd dat er in 2019 een landelijk tekort van € 1,6 tot 1,8 miljard is. Dit tekort is met name ontstaan in de laatste jaren. De regio ZHZ heeft een aandeel van circa 2,6 procent. Dit komt overeen met € 44 mln. Daaruit kan geconcludeerd worden dat de tekorten in onze regio zich ruim onder het landelijk gemiddelde bewegen. De belangrijkste bevindingen uit het AEF-rapport zijn hieronder opgenomen. De kostenstijging wordt veroorzaakt door achterblijvende uitstroom en hogere kosten per cliënt "Uit het onderzoek blijkt dat het aantal cliënten in jeugdhulp de afgelopen jaren is gestegen. De instroom is in die jaren constant gebleven. Wel maken relatief meer gezinnen met hogere inkomens gebruik maken van jeugdhulp, met name ambulante jeugdhulp. Dit roept de vraag op of de juiste doelgroep bereikt wordt. Juist bij gezinnen met lagere inkomens werd immers meer verborgen problematiek verwacht die door het lokaal organiseren van jeugdhulp aan het licht zou kunnen worden gebracht. De stijging in het aantal cliënten wordt veroorzaakt doordat de uitstroom structureel lager is dan de instroom. De kosten per cliënt per jaar nemen ook toe, dus dit wordt niet veroorzaakt door ‘waakvlamcontacten’.
De jeugdhulp per cliënt is dus duurder geworden, en duurt langer." Het uitgangspunt om er zo vroeg mogelijk bij te zijn leidt tot hogere kosten binnen de Jeugdwet "Onderdeel van de beleidstheorie van de Jeugdwet is dat een brede inzet op preventie en vroegsignalering leidt tot kostenbesparing binnen de Jeugdwet. Een belangrijke conclusie in het onderzoek is dat deze aanname niet terecht is. Daarmee is niet gezegd dat preventie en vroegsignalering niet zinvol zouden zijn. Voor kinderen, jongeren en gezinnen is het immers positief als problemen voorkomen worden. Het is ook mogelijk dat deze investeringen leiden tot kostenbesparingen in andere wettelijke kaders. Op basis van het onderzoek is echter duidelijk dat de kosten binnen het jeugddomein, op enkele uitzonderingen na, door beter en steviger in te zetten op preventie en vroegsignalering eerder hoger dan lager worden."
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
48
Overige bevindingen Verder wordt aangegeven dat de kosten en baten van maatregelen domein overstijgend zijn. Er zijn een vijftal maatregelen onderzocht welke een, in verhouding tot de omvang van het tekort, beperkt besparingspotentieel opleveren van € 190- 240 mln. De grootste besparing kan worden gehaald met een inkomensafhankelijke bijdrage. Dit levert € 0,8 tot 1,2 miljard op. AEF geeft aan de het nodig is om de bedoeling van de jeugdhulp nader onder de loep te nemen en te kijken naar welk voorzieningenniveau daarbij gewenst is. AEF geeft daarbij tevens aan dat binnen het huidige stelsel het tekort nog stevig verder kan stijgen. Aanbevelingen Aanbevolen wordt een fundamentele discussie te voeren over het gewenste voorzieningenniveau. Hierbij moeten de kosten en maatschappelijke baten nadrukkelijk tegen elkaar afgewogen worden. Verder wordt geadviseerd meer nadruk te leggen op normaliseren, de-medicaliseren en eigen kracht. Dit moet geoperationaliseerd en concreet gemaakt worden. Invoering POH, versnellen doorstroom Wlz en doorstroom naar kinderopvang wordt in overweging gegeven. Ook wordt geadviseerd de achterblijvende uitstroom te onderzoeken en hierop te gaan sturen. Verder wordt geadviseerd realistische termijnen voor het doorvoeren van maatrelen te hanteren. Er wordt ten slotte geadviseerd het beleid te herijken.
Hierbij kan een breed scala aan punten bekeken worden, van (meer) tariefdifferentiatie tot nader bepalen voor wie de jeugdhulp eigenlijk het meest bedoeld is. De beleidsdoelen moeten daarbij ook goed gemonitord worden. Onzekerheden Deze voorlopige jaarrekening is gebaseerd op de voorlopige productieverantwoordingen van zorgaanbieders. Bij de opmaak van de jaarrekening was naar eurovolume voor 95 procent van het totaal een voorlopige productieverantwoording ontvangen. Voor het resterend deel is een inschatting gemaakt. In de definitieve jaarrekening zullen de productieverantwoording met controleverklaring van de accountant worden verwerkt. Dit, samen met de nog te ontvangen productieverantwoordingen, kan nog tot afwijkingen leiden. Dit geldt ook voor de kosten per gemeente, gezien de gedeeltelijke afbouw van de solidariteit met 20%. Vooruitblik financieel De kosten zijn in reële termen in 2020 beperkter gestegen met 4,3 procent. Voor 2021 is een ombuiging voorzien van € 5,0 mln. Op basis van de recent ontwikkelde forecast tool wordt een overschrijding van € 5,0 mln. verwacht. Dit is inclusief de thans door gemeenten aangegeven verwachte kosten voor jeugdhulp naar van € 3,3 mln. Hierbij wordt opgemerkt dat de begroting 2021 is gebaseerd op het verwachte kostenniveau 2020 uit de eerste bestuursrapportage minus € 5 mln. kostenreductie.
In de tweede bestuursrapportage is de prognose 2020 nog met € 1,1 mln. naar boven bijgesteld. Op basis van de voorlopige jaarrekening wordt geconstateerd dat de werkelijke productie 4 % hoger is dan de forecast ten tijde van de tweede bestuursrapportage. Inclusief vrijval declaraties voorgaande jaren is dat 3%. Indien dit representatief blijkt voor 2021 levert dit een totale overschrijving op de begroting op van € 8 mln. De prognose van de declaraties regionale zorgmarkt, LTA en PGB per maand is in onderstaande tabel opgenomen. Hierin zijn niet meegenomen jeugdhulp naar voren, subsidies en overige vergoedingen regionale zorgmarkt, jeugdteams en apparaatskosten Serviceorganisatie.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
49
Prognose declaratie RZM, LTA en PGB *€ 1.000 10.000 9.000 8.000 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
Het is van groot belang dat de voorgenomen maatregelen voortvarend worden uitgevoerd. De afschaffing van de Nee tenzij regeling is overigens op verzoek van gemeenten niet doorgevoerd. Als alternatief is scherpere sturing op de Nee tenzij door contractmanagement en versterken van casus regie door de jeugdprofessionals ingesteld. Toelichting per post: afwijkingen t.o.v. de prognose 2e bestuursrapportage en realisatie 2019 Regionale zorgmarkt De post is € 0,3 mln. hoger dan de prognose bij de tweede bestuursrapportage en € 6,9 mln. hoger dan vorig jaar. Ontwikkeling kosten en aantal jeugdigen 2020 ten opzichte van 2019 In onderstaand overzicht is per jeugdhulpcategorie (perceel) de ontwikkeling van de declaraties en het aantal jeugdigen 2020 ten opzichte van 2019 weergegeven, alsmede de kosten per jeugdige. De declaraties en aantal jeugdigen 2019 zijn geëxtrapoleerd voor de nog niet gedeclareerde zorg (€ 9,4 mln.). In dit overzicht zijn niet de omzetcompensatie en meerkosten COVID-19, de vrijgevallen last voorgaande jaren en subsidies voor in totaal € 1,3 mln. opgenomen. Dit verklaart het verschil tussen totaal regionale zorgmarkt volgens tabel 3 en onderstaande tabel 5. Tabel 5 Perceel / jeugdhulp categorie
2019
Declaraties * € 1.000 2020 2020 per 15-3-'21 extrapolatie
2019
Aantal jeugdigen 2020 2020 per 15-3-'21 extrapolatie
Kosten per jeugdige 2019 2020
SGGZ BGGZ EED Jeugd en opvoedhulp Pleegzorg Jeugdbescherming & jeugdreclassering AWBZ Vervoer (taxikosten)
22.998 1.042 1.733 20.367 10.493 10.117 20.591 1.392
21.137 723 1.979 19.254 11.150 9.294 20.741 1.527
23.463 964 2.197 21.374 12.377 10.317 23.025 1.527
5.649 1.222 816 1.752 747 1.710 1.919 369
5.007 781 829 2.141 762 1.520 2.147 402
5.187 1.041 859 2.218 789 1.575 2.224 402
4.071 853 2.124 11.625 14.047 5.916 10.730 3.773
4.523 926 2.558 9.636 15.679 6.552 10.351 3.800
Totaal
88.733
85.805
95.244
10.418
9.769
10.121
8.517
9.411
Uit bovenstaande tabel valt af te leiden dat het aantal jeugdigen licht is gedaald (-3%) en dat de kosten (ingezette zorg) per jeugdige fors is gestegen (+10% inclusief tariefsverhoging, exclusief COVID-19 vergoeding). De oorzaak van de kostenstijging ligt dus bij een gestegen inzet van zorg per jeugdige. Opgemerkt wordt dat het totaal aantal unieke jeugdigen fors lager is dan de som van de percelen (som der percelen is 41% hoger). Dit wordt veroorzaakt door het feit dat jeugdigen in toenemende mate in meerdere percelen en van meerdere aanbieders zorg krijgen. Aanbieders zetten ook andere aanbieders in. Perceel overstijgende inzet van zorg draagt vermoedelijk bij aan Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
50
de kwaliteit van de zorg, maar veroorzaakt mogelijk ook extra kosten. Ten slotte wordt opgemerkt dat de hoeveelheid te declareren zorg nog aanzienlijk is (€ 9,4 mln.) en de werkelijke uitkomst per perceel anders kan uitpakken dan de nu opgenomen extrapolatie. De totale last kan ook nog wijzigen als de definitieve productieverantwoordingen zijn ontvangen. Ontwikkeling per maand In onderstaande grafiek is de ontwikkeling per maand van de declaraties en het aantal jeugdigen weergegeven, alsmede de kosten per jeugdige. Een deel (11%) van de geleverde zorg in 2020 moet nog gedeclareerd worden. Uit deze grafiek kan geconcludeerd worden dat sprake is van een tamelijk vlak patroon. Rekening houdend met nog te declareren zorg zijn de kosten uiteindelijk € 6,5 mln. hoger dan 2019, veroorzaakt door een hogere inzet van zorg per jeugdige. Ook voor de navolgende grafieken moet rekening worden gehouden dat de kosten nog hoger zullen uitvallen dan nu getoond vanwege de nog te ontvangen declaraties.
Ontwikkeling per maand per perceel De ontwikkeling per maand per perceel van de declaraties, aantal jeugdigen en kosten per jeugdige is in onderstaande grafiek weergegeven. Opvallend is de daling van het aantal jeugdigen in het perceel SGGZ, waarbij de kosten minder hard dalen dan het aantal jeugdigen en de kosten per jeugdige dus stijgen. Verder valt op de stijging van het aantal jeugdigen en daling van de kosten per jeugdige van het perceel jeugd & opvoedhulp (J&O). Aanbieders die zich traditioneel in één perceel bewogen zetten aanvullend ook jeugdhulp uit andere percelen in. Het aantal unieke jeugdigen over alle percelen samen stijgt dan niet, maar wel het aantal jeugdigen binnen een perceel, in dit geval J&O. Daarnaast worden door aanbieders ook andere aanbieders ingeschakeld, waardoor er meerdere aanbieders zorg verlenen aan één jeugdige.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
51
Ontwikkeling per maand per verwijzer De ontwikkeling per verwijzer per maand van de declaraties, aantal jeugdigen en kosten per jeugdige is in onderstaande grafiek weergegeven. Opvallend is de duidelijk dalende trend van het aantal jeugdigen dat via een medisch verwijzer zorg krijgt. De kosten voor een medisch verwijzer dalen minder hard dan het aantal jeugdigen. Dit betekent dat de gemiddelde inzet per jeugdige is gestegen. Verder valt op dat het aantal jeugdigen verwezen door jeugdteam licht is gestegen, terwijl de kosten tamelijk stabiel blijven.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
52
Ontwikkeling per maand verblijf De ontwikkeling van de declaraties, aantal jeugdigen en kosten per jeugdige van verblijfsproducten is in onderstaande grafiek weergegeven. De kosten, voornamelijk wegens lager kosten per jeugdige, vertonen een lichte daling in de tweede helft van het jaar. Voor een deel zal dit nog rechtgetrokken worden door nog te declareren zorg.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
53
LTA Het LTA (Landelijk Transitie Arrangement) is conform de prognose bij de tweede bestuursrapportage. Ten opzichte van vorig jaar stijgt de post € 0,3 mln. Voor corona meerkosten en omzetcompensatie is € 0,4 mln. opgenomen. De contracten worden gesloten door de VNG, contractbeheer en monitoring wordt uitgevoerd door de VNG en gemeenten moeten de werkelijke kosten betalen. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling per maand van de declaraties, aantal jeugdigen en kosten per jeugdige opgenomen. Er is sprake van een tamelijk stabiel patroon. Er dient ook hier rekening te worden gehouden met het feit dat nog niet alle zorg gedeclareerd is en dat de corona meerkosten en omzetcompensatie van € 0,4 mln. niet in de grafiek zijn opgenomen.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
54
PGB De post PGB is € 0,1 mln. lager dan de prognose bij de tweede bestuursrapportage en € 0,2 mln. hoger dan vorig jaar. De kosten PGB stijgen sinds 2019 fors. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat zowel het afgegeven budget per jeugdige als het gedeclareerde bedrag per jeugdige stijgt. Tabel 6
budget * € 1.000 declaraties * € 1.000 * aantal unieke jeugdigen budget per jeugdige * € 1 declaratie per jeugdige * € 1 *
2017 8.059 5.254 1.006 8.011 5.223
2018 8.043 4.987 979 8.215 5.094
2019 8.789 5.383 929 9.460 5.794
2020 9.499 5.918 953 9.968 6.210
Ten tijde van het bepalen van de last in jaarrekening waren de declaraties nog fors lager dan bovenstaande geactualiseerde tabel. Bij de definitieve jaarrekening zal de last waarschijnlijk nog iets toenemen. Verder is er een vrijval van € 0,4 mln. in 2020 vanwege uiteindelijk lagere lasten 2019 dan ingeschat bij de jaarrekening 2019.
De budgetten zijn veel hoger dan de besteding. PGB-houders hebben het recht niet benutte budgetten uit voorgaande jaren nog te besteden. Over de afgelopen 4 jaar is dat € 13,1 mln. In de praktijk doet dit risico zich zeer beperkt voor. Het zou wel beter zijn het budget beter af te stemmen op de behoefte. De SVB geeft aan dat landelijk gemiddeld 10 procent van het budget niet besteed wordt.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
55
Stichting Jeugdteams Deze post is conform begroting en prognose bij de tweede bestuursrapportage. De besteding per gemeente, exclusief de verstrekte subsidie voor het project Anders zorgen ten laste van het transformatiefonds is als volgt.' Bron: Jaarstukken Stichting Jeugdteams Stichting Jeugdteams Zuid-Holland zuid Alblasserda m Realisatie
Budgetcategorie
Dordrecht
Gorinchem
Realisatie
Realisatie
Service Organisatie Hardinxveld- Hendrik-Ido- Papendrecht Sliedrecht Giessendam Ambacht Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie
Zwijndrecht Realisatie
Hoeksche Waard Realisatie
Molenlanden
Totaal SO
Realisatie
Realisatie
SLEUTEL fte jeugdprof regulier
5,78
38,77
10,14
4,65
6,15
8,07
7,54
12,88
15,76
9,56
119,30
Regulier budget SO
632.631
4.139.150
1.047.960
452.405
734.681
817.406
852.243
1.363.946
1.708.346
1.019.279
12.768.046
JPT
23.993
156.981
39.745
17.158
27.863
31.001
32.322
51.729
64.790
38.657
484.239
656.624
4.296.130
1.087.704
469.562
762.544
848.407
884.565
1.415.675
1.773.137
1.057.936
13.252.285
Jeugdprof
385.231
2.708.234
683.755
288.286
425.997
524.863
539.450
837.171
1.093.366
644.945
8.131.298
JPT
15.379
100.620
25.475
10.998
17.860
19.871
20.717
33.157
41.529
24.778
310.382
Gedragswetenschapper
22.573
147.693
37.393
16.143
26.215
29.167
30.410
48.668
60.957
36.370
455.588
Gebiedsmanagers
44.595
291.773
73.872
31.890
51.788
57.620
60.075
96.146
120.423
71.850
900.032
Secretariaat
9.860
64.512
16.333
7.051
11.451
12.740
13.283
21.258
26.626
15.886
199.002
Staf
8.063
52.752
13.356
5.766
9.363
10.418
10.862
17.383
21.772
12.990
162.725
Ondernemingsraad
2.287
14.965
3.789
1.636
2.656
2.955
3.081
4.931
6.176
3.685
46.162
Expertteam
25.444
166.477
42.149
18.196
29.549
32.876
34.277
54.858
68.710
40.995
513.532
Opbrengsten Loonkosten
Zorgbemiddelaar
4.046
26.469
6.701
2.893
4.698
5.227
5.450
8.722
10.924
6.518
81.649
Care & Able
23.508
153.804
38.941
16.811
27.300
30.374
31.668
50.682
63.479
37.875
474.441
Totaal Loonkosten
540.986
3.727.299
941.764
399.669
606.877
726.110
749.273
1.172.977
1.513.963
895.893
11.274.810
Apparaatskosten
35.067
229.434
58.089
25.077
40.724
45.309
47.240
75.604
94.694
56.499
707.736
Arbeidskosten overig
31.229
204.327
51.732
22.333
36.267
40.351
42.071
67.330
84.332
50.316
630.288
Verzorgingskosten
1.247
8.162
2.066
892
1.449
1.612
1.681
2.690
3.369
2.010
25.177
Huisvestingskosten
32.063
209.778
53.112
22.928
37.235
41.427
43.193
69.127
86.581
51.658
647.102
-640.592
-4.379.000
-1.106.763
-470.899
-722.551
-854.809
-883.457
-1.387.727
-1.782.939
-1.056.376
-13.285.113
16.032
-82.869
-19.059
-1.337
39.994
-6.402
1.108
27.948
-9.802
1.559
-32.828
Totaal kosten
Eindtotaal (Opbrengsten -/- Kosten)
Serviceorganisatie De kosten van de Serviceorganisatie zijn € 160k lager dan de geactualiseerde begroting en de prognose bij de tweede bestuursrapportage. In 2020 is er veel personeelsverloop geweest. In de begrotingswijziging en de prognose was uitgegaan van een forse post aan extra kosten vanwege het verloop, het project inkoop 2022, de kosten van AEF governance onderzoek, uitvoering codvd-19 regelingen meerkosten en omzetcompensatie en controle aanbieders met een omzet van minder dan 100k. De kosten voor extra verloop en inkoop 2022 zijn iets lager uitgevallen. Verder zijn de ICT kosten iets lager uitgepakt en heeft de lagere inzet voor bezwaar en beroep door het SCD tot een lagere nota geleid (terwijl contractueel de afgesproken inzet betaald moest worden). Hieronder is een specificatie van de kosten van de Serviceorganisatie opgenomen. Begrotingspost
Begroting Realisatie Realisatiegeactualisserd Begroting Personeelskosten eigen personeel 1.836.000 1.857.778 21.778 Personeel van derden 778.287 704.293 -73.994 Uitbestede ICT Dienstverlening en overige ICT kosten 971.000 940.500 -30.500 Dienstverlening SCD 225.000 163.251 -61.749 Overige kosten 595.253 579.696 -15.558 Totale kosten 4.405.540 4.245.518 -160.022
Baten De baten volgen de lasten. De kosten worden in rekening gebracht bij de deelnemers.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
56
Gemeentelijke bijdragen In onderstaande tabel zijn de voorlopige gemeentelijke bijdragen voor 2020 op basis van de voorlopige productieverantwoordingen van zorgaanbieders opgenomen. Bij opmaak van de definitieve jaarrekening op basis van de definitieve verantwoordingen van zorgaanbieders zullen de definitieve bijdragen vastgesteld worden. Stichting Zorginkoop Jeugdteams
Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-G. Hendrik-Ido-Amb. Hoekschewaard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal
638.966 4.368.357 1.104.069 469.736 720.662 1.778.547 1.053.756 852.707 881.266 1.384.220 13.252.285
4.189.072 27.408.065 6.939.238 2.995.672 4.864.812 11.312.097 6.749.322 5.412.590 5.643.267 9.031.597 84.545.731
LTA
PGB
GI
277.550 1.815.938 459.763 198.480 322.321 749.490 447.180 358.614 373.898 598.394 5.601.630
282.408 1.847.725 467.811 201.954 327.963 762.609 455.008 364.892 380.443 608.868 5.699.681
Gesloten Uitvoerings Reserve compenJeugdhulp kosten SOJ uittreding satie & overige voogdij baten 80% 495.983 109.754 196.740 -11.694 3.245.094 718.096 1.287.218 -76.509 330.869 821.601 181.809 325.901 -19.371 354.685 78.487 140.692 -8.362 575.990 127.459 228.476 -13.580 1.339.344 296.379 531.272 -31.578 799.115 176.833 316.982 -18.841 640.847 141.811 254.202 -15.109 668.159 147.855 265.036 -15.753 1.069.334 236.629 424.168 -25.212 10.010.151 2.215.113 3.970.686 -236.009 330.869
herverdeling voogdij
Totaal bij volledige solidariteit
-16.394 6.162.385 -107.261 40.837.592 -27.157 10.253.664 -11.724 4.419.620 -19.038 7.135.064 -44.270 16.693.890 -26.413 9.952.941 -21.182 7.989.371 -22.085 8.322.086 -35.345 13.292.655 -330.869 125.059.267
Sleutel
Correctie Totaal VJ wegens 20% afbouw afbouw solidariteit solidariteit 4,95% -89.972 6.072.413 32,42% -744.555 40.093.037 8,21% -60.642 10.193.022 3,54% 130.893 4.550.513 5,75% 164.876 7.299.940 13,38% 101.612 16.795.502 7,98% 272.104 10.225.045 6,40% 4.386 7.993.757 6,67% -68.768 8.253.317 10,68% 290.067 13.582.722 100,00% 0 125.059.267
Het gering verschil met de baten wordt verklaard door overige opbrengsten.
2.4 Algemene dekkingsmiddelen Door de wijziging van de BBV voorschriften mogen baten en lasten als overhead en de algemene baten niet meer toegerekend worden aan de verschillende programma's. Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)
Begroting 2020* Lasten
Baten
Realisatie 2020 Saldo
Lasten
Baten
Afwijking 2020 Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Financiering
0
0
0
-2
0
2
2
0
2
Vpb heffing
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Algemene dekkingsmiddelen
0
7.565
7.565
1.551
14.875
13.324
-1.551
7.310
5.759
Overhead
5.360
60
-5.300
6.494
81
-6.413
-1.134
22
-1.113
Saldo baten en lasten
5.360
7.625
2.265
8.044
14.956
6.912
-2.684
7.331
4.648
0
0
0
105
1.495
1.390
-105
1.495
1.390
5.360
7.625
2.265
8.149
16.451
8.302
-2.789
8.826
6.038
Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat
*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 12 november 2020 (2e burap 2020) voor wat betreft DG&J en 9 juli 2020 (1ste burap 2020) voor wat betreft SOJ.
Het positieve resultaat ontstaat door de COVID-19 lasten welke zijn gedeclareerd bij het Ministerie, in de 2de burap was hier nog geen rekening mee gehouden. De COVID-19 lasten zijn ook deels bij dit programma verantwoord (overhead gerelateerde COVID-19 kosten). Daarnaast zijn de COVID-19 kosten verantwoord op programma 1. De onttrekking aan de reserve heeft betrekking op het jaarrekeningresultaat 2019. Dit resultaat is gestort in de reserve en in 2020 aan de reserve onttrokken om aan de gemeenten uit te keren. De uitkering aan de gemeenten zorgt voor een verhoging van de lasten. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de over- en onderschrijdingen welke geen verband houden met COVID-19.
Afname diensten SCD € 100.000 (N) Storting voorziening bovenformatieve medewerkers € 131.000 (N) Lagere overhead kosten bij SOJ € 160.000 (V) (zie paragraaf 2.3)
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
57
Toelichting: Er zijn in 2020 meer diensten van het SCD afgenomen. Het betreffen hier voornamelijk extra kosten in verband met thuiswerken. Deze kosten mogen conform de regeling niet worden gedeclareerd bij het Ministerie als COVID-19 kosten. Een aanvullende storting in de voorziening was nodig in verband met een WW verplichting aan een voormalige medewerker. In 2019 was de verwachting dat deze voormalige medewerker permanent een baan zou gaan betrekken. Dit is helaas niet gelukt, waardoor er voor DG&J (weer) een WW-verplichting ontstaat.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
58
3 Verplichte paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) Kaders In het AB van 13 december 2018 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd. Beleid omtrent weerstandsvermogen Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s. De Dienst Gezondheid en Jeugd maakt gebruik van het volgende model om de risico's te rangschikken. Kans
Financiële impact
Dat het risico zich voordoet 4
3
2
1
x > € 2 mln
€ 2 mln < x <
€ 0,5 mln < x <
x < € 0,1 mln
€ 0,5 mln
€ 0,1 mln
4 zeer grote kans >75%
16
12
8
4
3 grote kans 50-75%
12
9
6
3
2 middelgrote kans 25-50%
8
6
4
2
1 kleine kans < 25%
4
3
2
1
In onderstaande tabel zijn de geïnventariseerde risico’s weergegeven. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is en of er ten opzichte van de vorige rapportage wijzigingen zijn opgetreden. Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de DG&J in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen (vermijden/verzekeren/voorzien). Omschrijving
Kans
Omvang
1
Batenraming
2
2
Bedrijfsvoering
3
3
Claims-restrisico's
1
4
Effecten uittreding L-Z
1
5
CAO-loonkosten
4
2 2 2 2 2
Incidenteel/ structureel S I S S S
Totaal
Risicobedrag
Gewijzigd 2
€ 300.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 100.000 € 850.000
Nee Nee Nee Nee Nee
Hieronder volgt een toelichting per risico. 1. Batenraming De producten van de DG&J worden hoofdzakelijk gefinancierd uit inwonerbijdrage en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten hebben een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis, OGGZ/Maatschappelijke zorg, de opbrengst van de polikliniek (ca. € 0,5 miljoen) en inspecties toezicht Kinderopvang.
2
aangegeven wordt of er ten opzichte van de vorige inventarisatie (uitgevoerd ten behoeve van de 2e
bestuursrapportage 2020) een wijziging van risico's is opgetreden. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
59
In de begroting 2021 zijn ramingen opgenomen voor onder meer WMO toezicht en kinderopvang waarover nog een traject met gemeenten moet worden doorlopen (offerte/DVO). Hierdoor is er risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. 2. Bedrijfsvoering/primair proces. Onder dit risico wordt verstaan de mogelijke extra inzet van mensen en middelen indien er een hoger dan voorzien beroep wordt gedaan op de dienstverlening in brede zin (Veilig Thuis, GGD ZHZ, LVS ZHZ en hiermee samenhangende ondersteuning) van de DG&J. Een voorbeeld hiervan is ook de (extra) inzet in crisissituaties. 3. Claims De DG&J kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZcertificatie. Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten. 4. Uittreding L-Z (Leerdam-Zederik) Met de uittreding van Leerdam en Zederik uit de GR is de batenraming structureel neerwaarts bijgesteld. Voor het weer structureel in evenwicht brengen zijn maatregelen genomen waarbij rekening is gehouden met de inzet van de overeengekomen uittredingssom. Er wordt een beperkt risico gezien in het niet volledig kunnen realiseren van de maatregelen. 5.
CAO-loonkosten Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt de DG&J rekening met een loon en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. Er is een risico dat de daadwerkelijke stijgingen hoger uitvallen. Impact op risico-inventarisatie bij deelnemers aan de GR De deelnemers aan de GR benoemen in hun gemeentelijke begroting welke risico's er zijn ten aanzien van hun deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Daarbij worden verschillenden modellen en benaderingen gehanteerd. In dat kader worden de volgende aantekeningen geplaatst; De DG&J acht het zeer onwaarschijnlijk dat alle risico's zich in hetzelfde jaar zullen voordoen en schat in dat de beschikbare € 500.000 afdoende is om alle risico's af te dekken. Indien de risico's zich voordoen zal er eerst in de lopende begroting naar mogelijke dekking worden gekeken, vervolgens (te accorderen door het Algemeen bestuur) naar het weerstandsvermogen en zal uiteindelijk pas daarna om een (aanvullende) bijdrage van de deelnemers worden gevraagd Indien er een bijdrage wordt gevraagd van de deelnemers zal dit naar rato van het aantal inwoners c.q. de relatieve inwonerbijdrage zijn.
Indien een risico als structureel is benoemd betekent dit dat (als het zich voordoet) het effect ervan zal zijn verwerkt in de eerstvolgende begroting. Daarmee zal de omvang van dit risico zijn afgenomen/beperkt. COVID-19 Gemeenten, GGD’en en veiligheidsregio’s zijn vanaf het begin van de COVID-19 pandemie actief bezig met het bestrijden van de uitbraak van dit virus. Hoewel de bekostiging van de inzet van de GGD'en via gemeenten loopt is het, zeker vanaf het moment dat COVID-19 als A-ziekte volgens de wet PG werd gecategoriseerd, reëel dat het Rijk garant staat voor de extra kosten die zijn en worden gemaakt.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
60
Op verzoek van de VNG heeft AEF in 2020 in beeld gebracht wat de financiële gevolgen zijn van de COVID-19-crisis voor de GGD'en. In het rapport van AEF zijn de meerkosten gedefinieerd als: Specifieke meerkosten: Extra gemaakte kosten die direct aan COVID-19activiteiten zijn toe te wijzen (bron- en contactonderzoek, bemonstering, etc.) € 368 mln. Overige meerkosten: Extra gemaakte kosten voor reguliere taken (bijvoorbeeld voor uitgestelde dienstverlening die moet worden ingehaald en leidt tot externe inhuur) € 51 mln. Minder inkomsten: Inkomstenderving (bijvoorbeeld door wegvallen van inkomsten uit reizigersvaccinaties) Minder uitgaven: Kosten die GGD’en minder hebben gemaakt voor reguliere dienstverlening die later niet wordt ingehaald (bijvoorbeeld de inkoop van vaccins) Laboratoriumkosten: Kosten van GGD’en voorzover deze niet worden gedekt door de vergoeding van het RIVM De minister van VWS heeft toegezegd dat de GGD-en de meerkosten vergoed krijgen en heef deze toezegging gestand gedaan middels bevoorschotting van declaraties in 2020 en 2021. Laat onverlet dat er in de toekomst sprake kan zijn van gewijzigde inzichten en over specifieke posten het gesprek moet worden gevoerd. Bijvoorbeeld als de vaccinatiegraad in regio's achterblijft en er aanvullende inspanningen moeten worden geleverd.
Vooralsnog is er echter geen aanleiding om een risicobedrag op te nemen in deze begroting ten aanzien van het niet vergoed krijgen van de kosten van de uitvoering van onze taken bij de bestrijding van COVID-19. Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Door de overgang naar de Coöperatie zijn de risico's beperkt.
Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) Weerstandsvermogen De Serviceorganisatie heeft, met uitzondering van de reserve frictiekosten uittreding Leerdam en Zederik, geen weerstandsvermogen/reserves. Tegenvallers (en meevallers) ten opzichte van de begroting komen, zoals opgenomen in de bijdrageverordening, ten laste (ten gunste) van de deelnemende gemeenten. Risicobeheersing De financiële risico's focussen zich primair op de ontwikkeling van de zorgvraag in relatie tot het budget. In de loop van 2021 zal moeten blijken of de genomen maatregelen voldoende effect sorteren om de beoogde reductiedoelstelling te realiseren. Elke maatregel is voorzien van een geschat besparingsbedrag, waardoor de impact van het niet implementeren van de maatregel of het niet halen van het beoogd effect bekend is. In deze begroting worden gemeenten geadviseerd rekening te houden met een risicomarge van 15 procent van de gemeentelijke bijdrage zoals die is opgenomen in deze begroting. Deze risicomarge is hoog vanwege de opgenomen reductiedoelstelling in de begroting en de onzekerheid in de opgenomen verdeling van de kosten als gevolg van de afbouw van de solidariteit. Aanvullend hierop worden de volgende specifieke risico's met een potentieel significante impact onderscheiden.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
61
PGB-budgetten Van de verstrekte budgetten wordt circa 65 procent besteed. Volgens de huidige ZHZregels / verordening zijn geen beperkingen opgelegd aan, het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties, behoudens de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de afgelopen vier jaar betreft dit € 13,1 mln. Dit bedrag zou nog gedeclareerd kunnen worden. De ervaring heeft geleerd dat hier zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt. Tarieven jeugdbescherming en reclassering Verder wordt nog een risico gelopen met de tarieven van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Voor 2021 en verder is al op provinciaal niveau een tariefsverhoging (bovenop indexatie) afgesproken van 5 procent (€0,5 mln.) voor harmonisatie van tarieven (3 procent) naar het provinciegemiddelde en 2 procent risico-opslag voor vermogensvorming. De overige regio's wensen de tarieven nog fors verder op te hogen voor caseload verlaging en meer uit te geven aan wachtlijstbemiddeling. Indien onze regio door landelijke (politieke) druk gedwongen wordt hierin mee te gaan is dit een extra kostenpost van € 1,7 mln. Gewijzigde producten en tarieven nieuwe inkoop 2022 en verder Voor de nieuwe inkoop worden de oude percelen, producten en tarieven van voor de decentralisatie losgelaten.
Er worden nieuwe segmenten en nieuwe jeugdhulp producten gedefinieerd met daaraan gekoppelde nieuwe tarieven. Alhoewel hier een zo zorgvuldig mogelijk proces wordt gelopen, brengt een dergelijke wijziging altijd risico's met zich mee. Jeugdhulp naar voren Gemeenten mogen tot 13% van het jaarbudget aan jeugdhulp naar voren inkopen, waarbij de kosten kunnen worden ingebracht in de regionale exploitatie en meelopen in de solidariteitsafspraken. Hierbij wordt opgemerkt dat tot en met 2021 de aanbestedingsgrens 750k is. Vanaf 2022 geldt die aanbestedingsgrens niet meer omdat jeugdhulp naar voren dan is ondergebracht in de nieuwe inkoop 2022. Indien deze jeugdhulp naar voren niet leidt tot lagere kosten in de tweedelijns gespecialiseerde zorg, kunnen de totale kosten oplopen. Naast bovengenoemde specifieke risico's zijn binnen de Serviceorganisatie de reguliere bedrijfsvoeringrisico's, zowel financieel als niet financieel, voor alle processen in kaart gebracht. Dit heeft geleid tot een omvangrijke lijst. Op alle risico's zijn beheersmaatregelen geformuleerd. Deze worden periodiek geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. De risico's zijn geclassificeerd volgens onderstaand model.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
62
De oranje en rode risico's zijn in onderstaand schema geplot.
In onderstaande tabel zijn de risico's beschreven. Hierin is niet opgenomen, vanwege lage kans maal impact, het risico dat onderhanden werk financiering voor zorgaanbieders niet wordt terugbetaald of kan worden verrekend met declaraties in het geval een zorgaanbieder haar activiteiten beëindigt vanwege faillissement of andere oorzaken. In het kader van de jaarrekening moet dit risico opgenomen worden. De onderhandenwerkfinanciering bedraagt ruim € 11 mln. De onderhandenwerkfinanciering wordt in 2021 overigens afgebouwd.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
63
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
64
Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat de gemeenschappelijke regelingen een aantal kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken. Naast de door het BBV voorgeschreven kengetallen is tevens de weerstandsratio toegevoegd. Kengetallen:
Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Jaarrekening 2020
netto schuldquote
-3,13%
- 1,36%
-0,98%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-3,15%
-1,37%
-2,17%
solvabiliteitsratio
11,56%
3,89%
6,38%
structurele exploitatieruimte
0,00%
0,00%
0,00%
2,8
3,2
3,5
weerstandsratio
Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de DG&J ten opzichte van de eigen middelen. Een percentage tussen de 0% en 100% is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. De GR DG&J heeft een netto schuldquote van -0,98%. Dit betekent dat ruim onder de norm wordt gebleven. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat een nog beter beeld zien: -2,17%. Dit komt omdat bij dit kengetal geen rekening wordt gehouden met de verstrekte leningen aan de Stichting Breedband € 27.503 per 31.12.2020, CAZZHZ € 2.141.071 per 31.12.2020. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee het bezit gefinancierd is met eigen vermogen. Het ratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal en geeft aan in hoeverre het bezit op de balans is afbetaald. Normaal bevindt het solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. De GR DG&J heeft een ratio van 6,38% wat zou aangeven dat het bezit van de GR DG&J zwaar belast is met schuld. Gezien de wijze waarop de afrekening met zorgaanbieders van de SOJ plaatsvindt, ontstaat per balansdatum een hoge schuld.
Tegenover deze schuld staat een hoge vordering/liquide positie. Dit betekent dat de GR DG&J tegenover de schulden voldoende vorderingen/liquide middelen heeft staan heeft staan. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Er is geen VNG norm voor het niveau van dit kengetal. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves, ofwel € 3,0 miljoen. Gezien de financiële omvang van de risico's, € 850.000, leidt dit tot een weerstandsratio van 3,5. Dit betekent dat de GR DG&J beperkte ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen. Hierbij moet tevens de kanttekening Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
65
worden geplaatst, dat van de reserves (€ 3,0 miljoen) € 2,5 miljoen is bestemd voor het opvangen van de frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik. Als deze reserve buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de weerstandsratio 0,6. De SOJ heeft geen reserves/weerstandsvermogen om risico's op te kunnen vangen. Kengetallen in relatie tot de financiële positie De GR DG&J hoeft tot op heden geen langlopende leningen af te sluiten om haar activiteiten te financieren. Het niet hoeven afsluiten van langlopende leningen heeft een gunstig effect op de netto schuldquote en op de begroting. De begroting wordt niet belast met langlopende renteverplichtingen vanuit aangetrokken langlopende geldleningen. Zoals bij de solvabiliteitsratio aangegeven, ontstaat er door de wijze waarop de afrekening met zorgaanbieders van de SOJ plaatsvindt, per balansdatum een hoge schuld. Tegenover deze schuld staat echter een hoge liquide positie. Dit betekent dat de GR DG&J tegenover de schulden voldoende vorderingen/liquide middelen heeft staan. Hierdoor is de lage ratio op dit moment niet zorgwekkend. Daarnaast is in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgelegd in hoeverre de GR DG&J reserves mag aanhouden. Hierdoor wordt een verbetering van de ratio door een toename van de reservepositie beperkt.
Tevens zorgt dit ervoor dat de GR DG&J in beperkte mate haar risico's kan afdekken. Hier staat tegenover dat mogelijke tekorten ten laste van de deelnemende gemeenten kunnen worden gebracht.
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen De DG&J heeft beperkte investeringen in gebouwen en installaties. Op de vaste activa wordt lineair afgeschreven. De jaarlijkse kapitaal- en onderhoudslasten zijn in de jaarstukken verwerkt. De SOJ heeft geen kapitaalgoederen.
3.3 Financiering In december 2018 heeft het Algemeen Bestuur het vernieuwde financieringsstatuut vastgesteld. In het financieringsstatuut zijn de doelstellingen van de financiële functie aangegeven en uitgewerkt: beheersen, beperken en spreiden van financiële risico’s; zorgdragen voor effectief en efficiënt kas- en saldobeheer; zorgdragen voor een goed relatiebeheer; opereren binnen de kaders zoals die zijn gesteld in de wet Fido; realiseren van gedegen informatiestromen. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat een gemeente c.q. gemeenschappelijke regeling per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet fido bedraagt deze limiet 8,2% van het totaal van de exploitatiebegroting voor een gemeenschappelijke regeling. Gezien de omvang van de begroting 2020 (ca. € 151,3 miljoen) betekende dit dat de GR DG&J haar financiële huishouding voor maximaal circa € 12,4 miljoen met kort geld mocht financieren. In 2020 zijn zeven kasgeldleningen van gemiddeld € 8,5 miljoen aangetrokken. Deze hadden een looptijd van gemiddeld 33 dagen en een rente van ca. -0,15%. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
66
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Omdat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal.. De GR DG&J heeft echter in 2020 geen opgenomen leningen, waardoor deze norm niet van toepassing is. Kredietrisico’s De GR DG&J heeft één uitzetting (o.a. verstrekte geldleningen) en geen leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. De uitzetting heeft betrekking op een lening die is verstrekt aan de Coöperatie Ambulancezorg Zuid-Holland. De lening heeft te maken met de overgedragen activa van de Regionale Ambulance Voorziening naar de Coöperatie Ambulancezorg Zuid-Holland per 1.1.2019. De lening kent een beperkte looptijd tot en met 2022. Financiering In de met de BNG afgesloten Financieringsovereenkomst fungeert de rekening van de RAV als hoofdrekening. Naast een rekening voor de DG&J zijn er twee rekeningen opgenomen ten behoeve van de SOJ. Eén rekening bevat het inkomend- en uitgaand betalingsverkeer van de SOJ zelf; de andere rekening houdt verband met betalingen en afrekeningen zoals deze door Stipter worden verstrekt. De BNGkredietlimiet voor het gehele stelsel van bankrekeningen bedraagt € 5 miljoen.
Relatiebeheer De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de GR DG&J. Administratieve Organisatie Via een DVO zijn de treasury-activiteiten belegd bij het SCD, welke met name zijn gericht op het reguliere betalingsverkeer van de GR DG&J. Schatkistbankieren Eind 2013 is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Toegestaan blijft dat decentrale overheden een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist mogen houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag, voor 2020 berekend op € 1.135.000 mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In onderstaande tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. (bedragen x € 1.000) 1.
Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren 2020:
Begrotingstotaal
€ 151.272
Wettelijk percentage
0,75%
Drempelbedrag
€ 1.135
2.
Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 2020:
Gemiddeld positieve banksaldi
1e kwartaal
2e kwartaal
3de kwartaal
4de kwartaal
€ 857
€ 815
€ 936
€ 713
Het drempelbedrag is in 2020 niet overschreden.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
67
De in 2019 door de VNG-IPO-UVW gedane oproep tot vereenvoudiging van het verplichte schatkistbankieren, heeft in 2020 nog niet geleid tot een andere invulling van het schatkistbankieren.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J
68
3.4 Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt ingegaan op de organisatie van de GR DG&J, personeel, verzuim, en financiën. De Gemeenschappelijke Regeling bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:
De organisatieonderdelen geven, elk op hun eigen terrein, invulling aan de aan hen toebedeelde taken. De Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J) doet dit op het gebied van publieke en preventieve gezondheidszorg (GGD-taken) en aan taken op het gebied van leerplicht en voortijdig schoolverlaten en Veilig Thuis. Bij de GGD-taken is ook de Covid uitvoeringorganisatie ondergebracht. De Regionale Ambulance Voorziening Zuid-Holland Zuid (RAV-ZHZ) draagt zorg het detacheren van personeel naar de Coöperatie AmbulanceZorg ZHZ en de Service Organisatie Jeugd (SOJ) geeft invulling aan een aantal essentiële taken op het gebied van de jeugdzorg. Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) Personeel In 2020 is op HRM gebied een enorme prestatie geleverd. Gepland waren zaken als de invoering van de WNRA, het aanbesteden van de broker functie voor inhuur derden en de implementatie van een nieuw HRM systeem. Stuk voor stuk zaken die een organisatiebrede impact hebben en de nodige inspanning en zorgvuldigheid vragen. Stuk voor stuk gerealiseerd. En daarbovenop is een nieuw cluster vormgegeven rond de bestrijding van COVID-19. Dit leidde tot een verdubbeling van de omvang van de organisatie voor het kunnen uitvoeren van testen, het doen van bron-en contactonderzoek, het voorzien in een callcenter, backoffice voor de administratie en het zetten van vaccinaties.