CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal Huisvestingsplan onderwijs - concept

Beeldvormende bijeenkomst 2 maart 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs13.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IHP Gemeente Hoeksche Waard CONCEPT

December 2020

1

INHOUDSOPGAVE

pagina

1. INLEIDING 1.1 Doelstelling 1.2 Aanpak 1.3 Afbakening 2. HET ONDERWIJS VAN DE HOEKSCHE WAARD 2.1 Basisonderwijs 2.2 Speciaal basisonderwijs 2.3 (Voortgezet) Speciaal onderwijs 2.4 Voortgezet onderwijs 3. BELEIDSKADERS EN BELEIDSAMBITIES 3.1 Juridisch kader: wet- en regelgeving 3.1.1 Zorgplicht 3.1.2 Verordening 3.1.3 Eigendom 3.1.5 Ontwikkelingen 3.2 Beleidsambities 3.2.1 Beleidsambitie 1: Duurzame en gezonde schoolgebouwen 3.2.1 a Investeren in duurzaamheid 3.2.1b Investeren in gezonde scholen 3.2.2 Beleidsambitie 2: Renovatie en functionele upgrade schoolgebouw 3.2.2a Renovatie als alternatief voor vervangende nieuwbouw 3.2.2b Functionele upgrade als onderdeel van door schoolbestuur te bekostigen renovatie 3.2.3. Beleidsambitie 3: Medegebruik bij uitbreiding scholen 3.2.4 Beleidsambitie 4: Samenwerking onderwijs en kinderopvang (Kindcentrum) 3.2.5 Beleidsambitie 5: Schoolpleinen 4. ANALYSE ONDERWIJSHUISVESTING 4.1 De onderwijshuisvesting van de Hoeksche Waard; 4.2 Leerlingenprognose 4.3 Kwaliteitsmeting 4.4 Capaciteitsanalyse 4.5 Analyse basisonderwijs en voortgezet onderwijs 4.5.1 Totaalscores kwaliteitsmetingen 4.5.2 Huisvestingsanalyse per dorp 5. HUISVESTINGSAGENDA 2021 – 2024 6. FINANCIEEL KADER 6.1 Investeringen 2021-2024 6.2 Jaarlijks IHP 6.3 Dynamisch plan 7.

BIJLAGEN 7.1 Overzicht leerlingenprognose basisonderwijs 7.2 Overzicht leerlingenprognose voortgezet onderwijs 7.3 Managementinfo Kwaliteitsmeting en Energielabel

2

1. INLEIDING Onderwijs is de sleutel voor de ontwikkeling van een kind én van de samenleving. Een kind dat goed onderwijs krijgt, krijgt kansen voor de toekomst. Daarom heeft ieder kind recht op goed onderwijs. Onderwijshuisvesting is een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs. Om optimaal invulling te geven aan deze randvoorwaarde is besloten om voor de gemeente Hoeksche Waard een Integraal Huisvestingsplan (IHP) te ontwikkelen. Het IHP bestaat uit een strategisch deel, met daarin de kaders en uitgangspunten voor de onderwijshuisvesting en een operationeel deel waarin de knelpunten en oplossingen worden uitgewerkt. Het IHP is in samenwerking met de schoolbesturen tot stand gekomen. Deze samenwerking is ook noodzakelijk. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. De taken en rollen van gemeente en schoolbesturen zijn zo nauw met elkaar verweven, dat alleen in nauwe samenwerking de in dit IHP verwoorde meerwaarde kan worden bereikt. 1.1. Doelstelling Met het IHP worden de kaders bepaald waarbinnen de gemeente Hoeksche Waard, samen met de schoolbesturen die actief zijn in de gemeente, investeert in de huisvesting van het basisonderwijs, (speciaal) basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs.

In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het onderwijs, wenst in te vullen. Dit IHP is het beleidskader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode 2021-2024. Het IHP: - biedt gemeenten en schoolbesturen een meerjarenperspectief, waarop het eigen (investerings-)beleid kan worden afgestemd. - leidt tot een betere beheersbaarheid van de investeringen en voorkomt ad hoc beslissingen. - helpt de gemeente en het onderwijs daarmee met het effectief inzetten van haar middelen voor onderwijs en stimuleert samenwerking tussen de betrokken partners. - Introduceert, vooruitlopend op de wijziging in de wetgeving, renovatie als middel tot levensduurverlenging van onderwijsgebouwen, - wordt elke 4 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoeften van dat moment. 1.2. Aanpak Zoals omschreven in de inleiding, is het IHP in samenwerking met de schoolbesturen ontwikkeld. Ieder schoolbestuur heeft constructief geparticipeerd in het IHP-traject. Daarbij zijn gezamenlijk de volgende stappen doorlopen: - Stap 1: om te komen tot een gezamenlijke visie en beleidsuitgangspunten is in gezamenlijke (op overeenstemming gericht overleg [OOGO]) en afzonderlijke overleggen met de schoolbesturen gesproken over de toekomst van de onderwijshuisvesting.

De uitkomsten van deze bijeenkomst zijn vastgelegd in de “Beleidsambities IHP Hoeksche Waard” (hoofdstuk 3.2). - Stap 2: het gebouwenbestand van de onderwijshuisvesting in de gemeente Hoeksche Waard is volledig in beeld gebracht. In opdracht van de gemeente is door Facilicom de capaciteit en de technische en functionele kwaliteit van de schoolgebouwen van 35 jaar en ouder in de gemeente onderzocht en op uniforme wijze beoordeeld. De uitkomsten zijn per gebouw vastgelegd in rapportages. - Stap 3: op basis van de Beleidsambities en de beoordeling van het gebouwenbestand is een vierjarige huisvestingsagenda geformuleerd met daarin de uitvoeringsopgaven voor de komende vier jaren (2021-2024). - Stap 4: de huisvestingsagenda is financieel vertaald. 1.3. Afbakening Bij het in beeld brengen van het gebouwenbestand van de scholen in de gemeente Hoeksche Waard is het gebouwenbestand van het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs buiten beschouwing gelaten. Dit

3

onderwijs beschikt met de realisering van het nieuwe Kenniscentrum Passend Onderwijs Hoeksche Waard over passende huisvesting. Voor de huisvesting van het Wellant College heeft de gemeente geen verantwoordelijkheid. Het groenonderwijs valt onder het ministerie van Landbouw. Deze school is dus ook niet opgenomen in dit IHP. 2. HET ONDERWIJS VAN DE HOEKSCHE WAARD Dit hoofdstuk beschrijft het onderwijsaanbod van de gemeente Hoeksche Waard, waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft op het gebied van onderwijshuisvesting. 2.1. Basisonderwijs Het scholenlandschap van de gemeente Hoeksche Waard voor het basisonderwijs is divers. Er zijn verschillen in denominatie, onderwijsconcept en omvang. Er zijn 6 schoolbesturen voor basisonderwijs in de gemeente Hoeksche Waard gevestigd. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen 39 basisscholen en 3 nevenvestigingen. Ze verzorgen het basisonderwijs voor 7.117 leerlingen (teldatum 1 oktober 2019). Schoolbestuur

Denominatie

Scholen 18*

Leerlingen 1-10-2019 3052

Leerlingen % 2019 43%

De Hoeksche School

Openbaar

CSG De Waard VCOHW Vereniging tot Stichting en Instandhouding School met de Bijbel Nieuw-Beijerland Katholieke Stichting Willibrordus Samenwerkende Vrijescholen

Protestants-Christelijk Reformatorisch Reformatorisch

13** 5 1

2595 795 290

37% 11% 4%

Rooms-Katholiek Antroposofisch

1 1

216 169

3% 2%

* waarvan 2 scholen met een nevenvestiging ** waarvan 1 school met een nevenvestiging

2.2 Speciaal basisonderwijs Voor kinderen die zich op de gewone basisschool niet optimaal ontwikkelen is er het speciaal basisonderwijs (SBO). SBO-scholen hebben dezelfde kerndoelen als gewone basisscholen, maar de leerlingen krijgen meer tijd om die te halen. Het SBO is een combinatie van regulier basisonderwijs aangevuld met specifieke leer-, gedrags- en opvoedingsexpertise. De groepen in het SBO zijn kleiner en er zijn meer deskundigen. Er zijn 2 schoolbesturen in de Hoeksche Waard die SBO aanbieden op één eigen locatie in Oud-Beijerland. Schoolbestuur

Denominatie

Schoolnaam

De Hoeksche School CSG De Waard

Openbaar Protestants-Christelijk

Het Pluspunt Willem Alexanderschool

Leerlingen 1-10-2019 86 65

Leerlingen % 2019 57% 43%

2.3 (Voortgezet) Speciaal onderwijs Het (voortgezet) speciaal onderwijs, (V)SO, biedt onderwijs aan leerlingen die specialistische en/of intensieve begeleiding nodig hebben. Het gaat daarbij om begeleiding die niet geboden kan worden in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of voortgezet onderwijs. Schoolbestuur

Denominatie

Schoolnaam

CSG De Waard

Protestants-Christelijk

ZML De Ark

Leerlingen 1-10-2019 60

De Ark verzorgt onderwijs voor leerlingen met een verstandelijke beperking in de leeftijd van 4 tot 19 jaar op één locatie in Oud-Beijerland. 2.4 Voortgezet onderwijs Net als bij het basisonderwijs is er een divers aanbod voor het voortgezet onderwijs (VO). Er zijn drie schoolbesturen voor VO in de Hoeksche Waard. Gezamenlijk hebben de schoolbesturen 5 scholen verspreid

4

over 5 locaties. Ze verzorgen het VO voor 3.321 leerlingen. Alle onderwijsniveaus zijn in de Hoeksche Waard aanwezig: van praktijkonderwijs tot en met gymnasium. Schoolbestuur

Denominatie

Schoolnaam

De Hoeksche School De Hoeksche School SGM Hoeksche Waard

Openbaar Openbaar Protestants Christelijk

SGM Hoeksche Waard

Protestants Christelijk

Stichting Onderwijsgroep Galilei

Openbaar

Actief College Hoeks Lyceum CSG Willem van Oranje, locatie Zoomwijck CSG Willem van Oranje, locatie Poortwijk Praktijk College Spijkenisse

Leerlingen 1-10-2019 482 1182 1219

Leerlingen % 2019 15% 35% 36%

414

13%

24

1%

3. BELEIDSKADERS EN BELEIDSAMBITIES 3.1 Juridisch kader: wet- en regelgeving 3.1.1 Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting een zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in adequate huisvesting voor het BO, SBO, (V)SO en VO. De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (nog) niet wettelijk geregeld. 3.1.2 Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling op te stellen. De verordening is de basis voor onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken.

De raad van de gemeente Hoeksche Waard heeft op 24 september 2019 de “Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hoeksche Waard 2019” (hierna huisvestingsverordening) vastgesteld. De huisvestingsverordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. 3.1.3 Eigendom De eigendom van de schoolgebouwen is wettelijk geregeld. Uitgangspunt is dat het schoolbestuur juridisch eigenaar is van het schoolgebouw en de gemeente het economisch claimrecht heeft. Onder juridisch eigendom moet worden verstaan het eigenaar zijn van terrein en opstallen zoals beschreven in het Kadaster. Onder economisch claimrecht moet worden verstaan het van rechtswege vervallen van het juridisch eigendom aan de gemeente indien het gebouw niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt. Achterliggende gedachte van deze constructie is dat de gemeente de realisering van de schoolgebouwen financiert. Het economisch claimrecht van de gemeente beperkt het juridisch eigendom van het schoolbestuur in die zin dat het schoolbestuur een schoolgebouw niet mag vervreemden of, zonder toestemming van de gemeente, het gebouw mag bezwaren met een zakelijk recht. De onderwijswetgeving gaat er vanuit dat de (toekomstige) juridisch eigenaar van het schoolgebouw ook optreedt als bouwheer/opdrachtgever. Daarvan kan, op verzoek van het schoolbestuur, worden afgeweken.

In sommige gevallen wordt er voor gekozen de gemeente bouwheer/opdrachtgever te laten zijn. Na oplevering van het gebouw wordt de eigendom dan aan het schoolbestuur overgedragen. Voor het instandhouden van het schoolgebouw en de zorg voor de veiligheid van de leerlingen, leerkrachten en ouders is de juridisch eigenaar verantwoordelijk. Deze verantwoordelijkheid staat los van de vraag wie verantwoordelijk is voor het bekostigen van een voorziening. Voor de bekostiging van het noodzakelijke onderhoud aan de gebouwen ontvangt het schoolbestuur een rijksvergoeding.

5

3.1.4 Ontwikkelingen Rapport Algemene rekenkamer: Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs, de praktijk gecheckt In het door de Algemene Rekenkamer (ARK) in februari 2016 uitgebrachte rapport “Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs, de praktijk gecheckt” wordt geconstateerd dat de kwaliteit van de onderwijshuisvesting vaak tekort schiet. De gescheiden geldstromen via gemeenten en Rijk zorgen voor het ontbreken van de juiste prikkel voor adequate huisvesting: gemeenten zijn verantwoordelijk voor de nieuwbouw, scholen voor het onderhoud. Daarnaast is de financiering voor nieuwbouw en exploitatie te krap, stelt de ARK. Het geld dat scholen via de lumpsum ontvangen neemt af vanwege de leerlingendaling, maar de huisvestingslasten nemen uiteraard niet evenredig af. Bovendien stellen passend onderwijs en IKContwikkeling andere eisen aan schoolgebouwen waar in de financiering onvoldoende rekening mee wordt gehouden. Een ander kritiekpunt van het rapport op het huidige stelsel is dat het zich focust op de korte termijnresultaten (jaarcyclus) in plaats van een meerjarenperspectief. De ARK doet de aanbeveling om de gemeentelijke integrale huisvestingsplannen zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de vierjarige raadsperiode van gemeenten.

- Voorstel VNG, PO-raad en VO-raad Naar aanleiding van het advies van de ARK heeft “de commissie Nijpels” (een bestuurlijke commissie van de PO-Raad, VO-raad en VNG) een voorstel ontwikkeld dat in december 2016 bij de staatssecretaris van OCW is ingediend. Het voorstel beschrijft een aantal maatregelen die de gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten en schoolbesturen voor (de kwaliteit van) onderwijshuisvesting moet borgen. Samengevat geeft het huisvestingsvoorstel het volgende weer: -

Uit het huisvestingsvoorstel VNG, PO-raad en VO-raad: Gemeenten en schoolbesturen stellen gezamenlijk een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) op, waarover Op Overeenstemming Gericht Overleg gevoerd wordt en dat in de plaats treedt van de bestaande jaarcyclus. Daarmee krijgt het IHP een wettelijke status. Renovatie wordt als voorziening in de wet opgenomen. Schoolbesturen stellen verplicht een meerjarenonderhoudsplan op, waarin onderhoudswerkzaamheden en te besteden middelen zijn aangegeven. Het investeringsverbod als beschreven in de Wet op het Primair Onderwijs wordt aangepast en versoepeld.

Dit voorstel op hoofdlijnen is nader geconcretiseerd in het rapport “Concretisering Huisvestingsvoorstel POraad, VO-raad en VNG” d.d. 13 april 2018. Vraag van de brancheorganisaties aan de minister van OCW is om de in dit rapport uitgewerkte voorstellen te verankeren in de wet. De voorgestelde wetswijzigingen in het kort:

1.

2.

3.

Uit het voorstel PO-raad, VO-raad en VNG over wijziging WPO, WEC en WVO: De huidige jaarcyclus waarin gemeenten en schoolbesturen overeenkomen welke gebouwen moeten worden vervangen of gerenoveerd, maakt plaats voor een Integraal Huisvestingsplan met een looptijd van minimaal zestien jaar. Voor de gebouwen die de eerstkomende vier jaar op de rol staan, vormt dit plan meteen de beschikking. Door deze wijziging weten scholen en gemeente beter waar ze aan toe zijn. Renovatie van het gebouw is méér dan gewoon onderhoud. Wanneer dit de levensduur van het gebouw verlengt, valt het onder de reguliere huisvestingsvoorziening, en wordt daarmee een taak van de gemeente. Om te komen tot een eenduidig en bij het meerjarenprogramma passend perspectief en kwaliteitsniveau, is een afwegingskader nodig ter begeleiding van de keuze tussen de voorzieningen nieuwbouw of renovatie. Door het afwegingskader deel uit te laten maken van de verordening, wordt voor gemeente en schoolbesturen duidelijkheid gecreëerd over de vraag wanneer renovatie wordt toegepast en wanneer wordt overgegaan tot vervangende nieuwbouw. Schoolbesturen mogen ook zelf investeren in het gebouw en profiteren van financieel voordeel. Dit prikkelt hen om slim met geld om te gaan en bevordert duurzaamheid.

Op dit moment is het schoolbesturen wettelijk niet toegestaan om te investeren in gebouwen, al maakte de vorige staatssecretaris een uitzondering op investeringen die zichzelf binnen ‘redelijke tijd’ terugverdienden.

- Wijziging wetgeving Door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt op basis van bovenstaand voorstel van VNG, PO-raad en VO-raad een wijziging van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra én de Wet op het voortgezet onderwijs voorbereid. Naar verwachting treden de wetswijzigingen in 2023 in werking.

6

- Kwaliteitskader Los van het beleid van de overheden zijn er ook initiatieven vanuit het onderwijsveld. In maart 2014 is het ‘Kwaliteitskader huisvesting primair onderwijs’ verschenen. In november 2016 is dit Kwaliteitskader geactualiseerd. Het Kwaliteitskader is het product van een samenwerking van de VNG, PO-raad, Ruimte OK en een aantal schoolbesturen. In het Kwaliteitskader staan functionele eisen, duurzaamheidseisen en eisen met betrekking tot energie en het binnenklimaat beschreven. Schoolbesturen en gemeenten kunnen aan de hand van dit instrument keuzes en afspraken maken over de gewenste kwaliteit van het gebouw en inzicht krijgen in het bijbehorende financiële plaatje. In samenwerking met de VO-raad is in april 2016 het “Kwaliteitskader huisvesting voortgezet onderwijs” opgesteld. In het najaar van 2020 verschijnt een geactualiseerd Kwaliteitskader. In dit geactualiseerde beleidskader wordt ook de actualisatie van het PvE Frisse Scholen, waar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) op dit moment aan werkt meegenomen. - Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een overeenkomst tussen een groot aantal organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt.

In het Klimaatakkoord hebben 12 sectoren (Rijksvastgoedbedrijf, gemeenten, provincies, Politie, PO en VO, MBO, HBO en WO, zorg- en sportvastgoed en monumenten) afgesproken ieder een Sectorale Routekaart op te stellen waarin duidelijk wordt op welke wijze het vastgoed in die sector CO2-arm en aardgasvrij wordt gemaakt richting 2050. Het streefdoel conform het Klimaatakkoord is 49% CO2-reductie in 2030 en het einddoel 95% CO2-reductie in 2050. Voor de huisvesting van scholen in het PO en VO hebben PO- en VO-raad in samenspraak met de VNG de Routekaart PO/VO opgesteld. De routekaart stelt o.a.: Uit de routekaart PO/VO: Een duurzaam schoolgebouw is een schoolgebouw dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee duurzaam in meerdere opzichten dan alleen CO2-uitstoot of het energieverbruik. Het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. De sectoren in het funderend onderwijs hebben te kampen met achterstand op het gebied van de kwaliteit van de huisvesting. Verduurzaming en kwaliteitsverbetering moeten daar in combinatie een antwoord op geven.

Door het combineren van deze doelen wordt voorkomen dat processen niet op elkaar worden aangesloten en daarmee uiteindelijk minder doelmatig wordt omgesprongen met middelen voor onderwijshuisvesting. Met de ambitie om onderwijshuisvesting op dat integrale gewenste kwaliteitsniveau te brengen zijn aanvullende middelen nodig. De investeringsbehoefte voor een synchrone aanpak van verduurzaming en minimumkwaliteit bedraagt € 21 miljard (aanvullende investering voor integrale verduurzaming van gebouwen die voor 2050 nog niet aan vervanging toe zijn € 9,6 miljard + kosten voor kwaliteitsverbetering € 11,4 miljard).

De VNG heeft het Rijk recent steun gevraagd voor de kwaliteit en duurzaamheid van de scholen. Een extra investering van het Rijk is nodig. - Passend onderwijs Op 1 augustus 2014 is Passend Onderwijs ingevoerd. Het doel van Passend Onderwijs is om voor leerlingen met een extra zorgbehoefte een “passende” plek te vinden binnen het onderwijs. De samenwerking tussen BO, SBO en SO is intensiever geworden. Scholen maken gebruik van elkaars faciliteiten. Dit vraagt ruimtelijke en organisatorische flexibiliteit van scholen. Passend onderwijs heeft gevolgen voor de onderwijshuisvesting. De scholen zullen in hun gebouwen voorzieningen moeten treffen om kinderen met lichamelijke problemen en gedragsproblemen onderwijs te kunnen bieden. Concreet zullen maatregelen bijvoorbeeld bestaan uit het rolstoeltoegankelijk maken van gebouwen, het aanpassen van toiletten, het plaatsen van een lift, het treffen van voorzieningen voor de zorg (ambulante begeleiding, logopedie, fysiotherapie) en/of het splitsen van groepen. Sinds 2015 zijn scholen volledig verantwoordelijk voor de aanpassing van de bestaande schoolgebouwen. Nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen biedt de mogelijkheid tot het realiseren van passende huisvesting voor passend onderwijs.

De minister voor Basis- en Voortgezet onderwijs en Media heeft met het oog op het einde van de vijfjarige beleidsperiode Passend Onderwijs de Onderwijsraad om advies gevraagd. In het in juni 2020 door de

7

Onderwijsraad gepubliceerde advies “Steeds inclusiever” gaat de raad na hoe het onderwijs inclusiever kan worden voor leerlingen en studenten met een beperking. Inclusiever onderwijs betekent allereerst dat leerlingen met een beperking de benodigde ondersteuning en toerusting krijgen om naar school te kunnen. En in de tweede en derde plaats dat hun school dicht bij huis is en dat ze samen met leerlingen zonder een beperking onderwijs volgen. De combinatie van deze drie – ondersteuning en toerusting, thuisnabij onderwijs en gezamenlijk onderwijs – vormt de stip aan de horizon waar naartoe wordt gewerkt. Één van de aanbevelingen van de Onderwijsraad is om onderwijssoorten dichter bij elkaar te brengen, waardoor mengvormen van speciaal en regulier onderwijs gaan ontstaan en schoolsoorten waar mogelijk ook op één locatie komen. De realisering van het nieuwe Kenniscentrum Passend Onderwijs Hoeksche Waard in Oud-Beijerland, waar (voortgezet) speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs gezamenlijk worden gehuisvest, is hier een mooi voorbeeld van. - Motie inzake Energieneutrale Gebouwen d.d. 24 september 2019 Op 24 september 2019 heeft de gemeenteraad de motie Energieneutrale Gebouwen aangenomen.

In deze motie verzoekt de raad het college om: Voortaan het energieneutraal bouwen als eis in aanbestedingen voor de bouw van scholen op te laten nemen; In het Integraal Huisvestingsplan uit te gaan van het bouwen van energieneutrale scholen (ENG); In het Integraal Huisvestingsplan uit te gaan van het investeren in huidige schoolgebouwen om deze energieneutraal te maken waar dit kan; In het Integraal Huisvestingsplan hiervoor verschillende scenario’s uit te werken. De wens van de gemeenteraad sluit aan op de brief d.d. 17 oktober 2019 die alle schoolbesturen in Nederland van minister Ollongren (BZK) hebben ontvangen. De minister spoort in haar brief de schoolbesturen, die eigenaar van de schoolgebouwen zijn, aan om, met het oog op het klimaatakkoord, inzicht te krijgen in de kwaliteit van hun schoolgebouwen en samen met de gemeenten plannen te ontwikkelen voor de lange termijn. Zij adviseert afspraken hierover vast te leggen in een IHP. Naar aanleiding van de motie heeft het college van burgemeester en wethouders de raad bij informatiebrief van 5 november 2019 laten weten dat in overleg met de schoolbesturen, ter voorbereiding op het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) Hoeksche Waard, een energiemeting in alle schoolgebouwen wordt uitgevoerd, teneinde het energielabel van deze gebouwen te kunnen bepalen.

Daarnaast zullen in het IHP verschillende scenario’s uitwerken, waarin in één van de varianten wordt weergegeven wat het financieel betekent om bij vervangende nieuwbouw, renovatie en uitbreiding van scholen uit te gaan van de norm Energie Neutrale Gebouwen (ENG). Hierbij is de kanttekening gemaakt dat de schoolbesturen eigenaar zijn van de schoolgebouwen en vanuit die rol verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van hun schoolgebouwen. Zij ontvangen daartoe jaarlijks middelen van het ministerie van OC&W. Investeringen om huidige schoolgebouwen energieneutraal te maken zijn derhalve primair een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen zelf. - Vitaliteit van de dorpen Samen met de inwoners, ondernemers, verenigingen en organisaties werkt de gemeente Hoeksche Waard aan de vitaliteit van het gebied. Een gemeente waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt. Een vitale Hoeksche Waard waar het goed wonen, werken en vertoeven is. Om dat voor elkaar te krijgen en te behouden, wordt er dorpsgericht gewerkt. Hierbij staat de samenwerking tussen alle partijen centraal. Scholen kunnen een verbindende rol spelen in het dorpsgericht werken: enerzijds door te voorzien in behoeften en wensen ten aanzien van het gebruik van het schoolgebouw, anderzijds door het betrekken van de dorpsbewoners bij activiteiten in en om het schoolgebouw.

3.2 Beleidsambities 3.2.1 Beleidsambitie 1: Duurzame en gezonde schoolgebouwen Beleidsambitie 3.2.1a Investeren in duurzaamheid De gemeente en de schoolbesturen zien het realiseren van duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. De gemeente Hoeksche Waard heeft de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit houdt in dat alle energie die in de Hoeksche Waard wordt gebruik, ook in de Hoeksche Waard wordt opgewekt.

8

Een duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Daarnaast leren leerlingen het belang van duurzaamheid. Bij de realisatie van onderwijshuisvesting dient rekening te worden gehouden met duurzaamheidseisen. Vanaf 1 januari 2021 geldt dat aanvragen voor de omgevingsvergunning voor scholenbouw moeten voldoen aan BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele gebouwgebonden energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. Deze eisen gelden bij nieuwbouw van scholen. UITGANGSPUNTEN: In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen twee categorieën schoolgebouwen. Enerzijds hebben we te maken met gebouwen die in de komende periode te maken krijgen met renovatie of vervangende nieuwbouw en anderzijds met scholen die de komende jaren zonder ingrijpende aanpassingen in stand gehouden worden. De gemeente vervult bij de verduurzaming een stimulerende rol door het bekostigen van renovatie (zie paragraaf 3.2.2a)/nieuwbouw, het ontzorgen van schoolbesturen bij het nemen van maatregelen en het uitvoeren van energiescans. Daarnaast door het attenderen op eventuele subsidiemogelijkheden voor het inschakelen van expertise en uitvoering én het ondersteunen van schoolbesturen met de stimuleringsregeling duurzaamheid.

MAATREGELEN BIJ RENOVATIE OF NIEUWBOUW De gemeente is, in het verlengde van de nieuwe regelgeving, verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG, maar is, hoewel daartoe niet verplicht, bereid om de bekostiging voor nieuwbouw te baseren op ENG; Bij renovatie (zie paragraaf 3.2.2a) van een bestaand schoolgebouw is verduurzaming / het voldoen aan de vigerende eisen van het Bouwbesluit het uitgangspunt mét de ambitie om op een later moment te komen tot een energieneutraal gebouw, waarbij aardgas vervangen wordt door een alternatieve warmtebron. MAATREGELEN BIJ INSTANDHOUDING VAN BESTAANDE GEBOUWEN - Het uitvoeren van energiescans voor alle bestaande gebouwen die minimaal 15 jaar of langer in gebruik blijven om inzicht te krijgen in de werkelijke energieprestaties en mogelijke energiebesparende maatregelen. Met behulp van deze energiescans wordt tevens inzichtelijk gemaakt welke maatregelen zich terug verdienen in de exploitatie (inclusief effect op onderhoudskosten) en wordt in beeld gebracht welke, indien mogelijk, maatregelen nodig zijn om te komen tot een aardgasvrije school. De gemeente bekostigt het opstellen van de energiescans. - De uitvoering en bekostiging van de energiebesparende maatregelen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur.

Uitgangspunt is dat de schoolbesturen deze eenmalige bijdrage kunnen dekken uit een besparing van de energielasten, (rijks)subsidies (SDE+) en het MJOP. De gemeente ondersteunt de schoolbesturen met de stimuleringsregeling duurzaamheid.

Beleidsambitie 3.2.1b Investeren in gezondheid Een “moderne, frisse school” is een schoolgebouw met een laag energiegebruik en een gezond binnenmilieu als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. Voor ieder thema zijn in het Programma van Eisen Frisse Scholen drie ambitieniveaus vastgesteld: klasse C (voldoende), klasse B (goed) en klasse A (uitstekend). Het huidige Bouwbesluit gaat bij nieuwbouw van scholen voor de thema’s temperatuur, licht en geluid uit van klasse C en voor de thema’s energie en lucht uit van klasse B. Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om deze ambitie te realiseren. De gemeente heeft daarbij een verantwoordelijkheid en een financiële verplichting voor het realiseren van een goed binnenklimaat bij renovatie (zie paragraaf 3.2.2) en nieuwbouw van scholen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de bestaande scholen en daarmee ook voor de handhaving van een goed binnenklimaat. Actueel is de aandacht voor ventilatie op scholen. Om de algehele gezondheid van het onderwijspersoneel en leerlingen op scholen te waarborgen, is goede ventilatie noodzakelijk. Het RIVM adviseert om voor de ventilatie van scholen uit te gaan van de reeds van toepassing zijnde eisen: Bouwbesluit en aanvullende richtlijnen. De minister heeft het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen (LCVS) gevraagd om voor 1 oktober 2020

9

inzichtelijk te maken of schoolgebouwen in het funderend onderwijs aan de minimumeisen voor luchtverversing voldoen. Het LCVS heeft vervolgens de schoolbesturen benaderd met het verzoek om onderzoek te doen naar de ventilatie van de schoolgebouwen (voldoet deze aan de eisen?) en om over de resultaten van deze onderzoeken nadere informatie aan te leveren. Op 1 oktober 2020 heeft de LCVS “Eindrapportage, Beeld van ventilatie op scholen in het funderend onderwijs” uitgebracht. De inventarisatie geeft een globaal beeld van de ventilatie in de schoolgebouwen. Het gaat om een momentopname in de maand september, met een indicatieve meetmethode. Daarbij voldeed 38% van de schoolgebouwen op moment van meten aan de normen. 11% van de gebouwen kwam boven de normen uit. Voor de overige 51% vindt de meting later plaats of kan niet gemeten worden. Om een scherper beeld te krijgen is aanvullend onderzoek nodig. Naar aanleiding van het eindrapport stelt minister Slob € 360 miljoen ter beschikking. Met deze Rijksbijdrage (Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen) moet een investering van € 1,2 miljard in verbetering van ventilatie op scholen gaan plaatsvinden. Met het bedrag dat de minister nu als cofinanciering ter beschikking stelt kunnen stappen worden gezet in het verbeteren van de ventilatie in schoolgebouwen.

Uit de Rijksbijdrage van € 360 miljoen kan 30% van de kosten gefinancierd worden. De overige 70% financiering moet komen van de eigenaren van de schoolgebouwen, in de meeste gevallen schoolbesturen. Gezien de beperkte middelen van de schoolbesturen zal het nog een flinke opgave zijn om de overige 70% financiering te vinden. UITGANGSPUNTEN: - Gezonde scholen zijn een voorwaarde voor goed onderwijs. Om dit te waarborgen, wordt gestreefd naar een goed binnenklimaat, waarbij vooral de CO2-concentratie en temperatuur van belang zijn. De ambitie is om bij alle scholen, waar mogelijk, minimaal te voldoen aan het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B, zowel bij nieuw te realiseren scholen als bij de scholen die in stand gehouden worden. - De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het binnenklimaat in de bestaande schoolgebouwen. Op grond van de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen kan voor de verbetering van het binnenklimaat/het optimaliseren van de ventilatie subsidie bij het Rijk worden aangevraagd. De gemeente stelt hiervoor vooralsnog geen financiële middelen beschikbaar.

MAATREGELEN BIJ RENOVATIE OF NIEUWBOUW - Het realiseren van gezondheidsambities is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen; - Het realiseren van kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B dient bij renovatie (zie paragraaf 3.2.2) en nieuwbouw te worden gefinancierd uit het beschikbare budget gericht op de beoogde duurzaamheidsambities.

3.2.2. Beleidsambitie 2: Renovatie en functionele upgrade schoolgebouw 3.2.2a Renovatie als alternatief voor vervangende nieuwbouw Een schoolbestuur dient ervoor te zorgen dat een schoolgebouw goed wordt onderhouden en dat het wordt aangepast als veranderingen in onderwijskundige visie hierom vragen. Rond het veertigste levensjaar ontstaat er een natuurlijk moment waarop schoolgebouwen gebreken gaan vertonen. Er dienen zich allerlei vervangingsvragen en noodzaken tot groot onderhoud aan, eenvoudigweg omdat verschillende bouwelementen aan het einde van hun levensduur zijn gekomen. Te denken valt aan de binnen- en buitenkozijnen, radiatoren en cv-leidingen, dakbedekkingen, waterleiding, riolering, buitenopstallen en installaties. Er is dus een bouwkundige noodzaak, maar renovatie gaat niet alleen over de bouwkundige staat. Dit is ook het moment waarop andere vragen gesteld moeten worden: hoe zit het met de functionele staat van het gebouw, het binnenmilieu, de energiehuishouding, de veiligheid? En voldoet het schoolgebouw onderwijskundig gezien nog wel? In de in paragraaf 3.1.4 aangegeven wetswijzigingen waarin “renovatie” als een (door de gemeente te bekostigen) voorziening in de wet wordt opgenomen, dient renovatie een alternatief te zijn voor vervangende nieuwbouw.

10

UITGANGSPUNTEN: - Renovatie is een volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw. Dat wil zeggen in die gevallen waarin vervangende nieuwbouw van toepassing is. In het kader van onder meer duurzaamheid, hergebruik en een verantwoorde omgang met schaarse grondstoffen, heeft renovatie de voorkeur. - Vooruitlopend op de invoering van de wetswijziging wordt renovatie als alternatief voor vervangende nieuwbouw opgenomen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hoeksche Waard. - Renovatie is in dit verband meer dan alleen een technische aanpassing. Naast groot onderhoud omvat renovatie verbetering van het binnenklimaat, functionele aanpassing van het gebouw en verduurzaming. - Het geheel van maatregelen is gericht op een levensduurverlenging van minimaal 25 jaar; - De afweging renovatie/nieuwbouw wordt gemaakt circa 5 jaar voordat een gebouw de leeftijd van 40 jaar bereikt of zoveel eerder als schoolbestuur en gemeente noodzakelijk vinden. MAATREGELEN: - Renovatie als alternatief voor vervangende nieuwbouw wordt als voorziening opgenomen in de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hoeksche Waard; - In de verordening wordt de methodiek omschreven hoe wordt gekomen tot de keuze voor renovatie of vervangende nieuwbouw (businesscase).

3.2.2b Functionele upgrade als onderdeel van door schoolbestuur te bekostigen renovatie Zoals de in het kader van het Klimaatakkoord opgestelde routekaart PO/VO (zie paragraaf 3.1.4) aangeeft, is een duurzame schoolgebouw een schoolgebouw dat ook aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. Goede schoolgebouwen dragen bij aan het kunnen geven van goed onderwijs. In overleg met de schoolbesturen voor primair onderwijs is voor de schoolgebouwen van 35 jaar en ouder behalve de technische kwaliteit van de schoolgebouwen, ook de vanuit gebruikersperspectief ervaren kwaliteit in beeld gebracht. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan. UITGANGSPUNTEN: - Het uitgangspunt van de huidige wetgeving is dat schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de functionele aanpassingen van de schoolgebouwen; - De gebruikswaarde en functionaliteit van een schoolgebouw moeten zo optimaal mogelijk op de te huisvesten doelgroepen zijn afgestemd. De inrichting van het schoolgebouw moet het onderwijsinhoudelijk concept zo optimaal mogelijk ondersteunen. De verandering van het curriculum leidt tot de behoefte aan een andere vorm van onderwijshuisvesting. Moderne onderwijsconcepten vragen meestal om meer open ruimten, het gebruik van lespleinen en ruimten voor individueel en groepswerk.

Traditionele schoolgebouwen met een ‘klassen-gang’-structuur lenen zich niet altijd voor deze moderne onderwijsconcepten. - In afstemming met de schoolbesturen is het uitgangspunt dat het minimum acceptatieniveau van de functionele kwaliteit van de onderwijs een score van 6 is. Dit betekent dat wanneer een gebouw voor functionele kwaliteit lager dan een 6 scoort er maatregelen moeten worden getroffen om het kwaliteitsniveau te verhogen. - Van de schoolbesturen mogen (financiële) inspanningen worden verwacht voor het kwalitatief op peil houden van de gebouwen. Geconstateerd wordt dat er spanning zit tussen de hiervoor gevraagde financiële opgave en de hiervoor beschikbare middelen. MAATREGELEN: - Bij bestaande schoolgebouwen voor primair onderwijs van 35 jaar en ouder met een score voor functionele kwaliteit lager dan 6, en ten aanzien waarvan het noodzakelijk en gewenst is om de functionele kwaliteit van het gebouw te verhogen, wordt een functionele upgrade uitgevoerd. De gemeente is bereid om financieel bij te dragen aan deze functionele upgrade.

De volgende voorwaarden voor deze medebekostiging worden neergelegd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs: : o het moet gaan om inpandige aanpassingen/geen uitbreidingen; o de functionele upgrade maakt onderdeel uit van een door het schoolbestuur zelf te bekostigen renovatie waarmee de levensduur van het gebouw minimaal 25 jaar wordt verlengd;

11

o o

3.2.3

de gemeentelijke vergoeding wordt gebaseerd op basis van de m² normatieve ruimtebehoefte van een school (de normatieve ruimtebehoefte wordt berekend op basis van het aantal leerlingen op de school) en niet op basis van de daadwerkelijke ruimtecapaciteit van het gebouw; de gemeentelijke vergoeding bedraagt 50% van de kosten van de functionele upgrade, maar bedraagt maximaal van 50% van het kostenkengetal per m² voor functionele upgrade (zie paragraaf 6.1)

Beleidsambitie 3: Medegebruik bij uitbreiding van scholen

Medegebruik (inwoning van een school in een andere school) is op dit moment bij enkele scholen in de gemeente Hoeksche Waard aan de orde. Ook in het kader van recent ontvangen verzoeken om bekostiging van de uitbreiding van basisscholen wordt door de gemeente medegebruik overwogen. In de huisvestingsverordening is over de beoordeling van verzoeken om uitbreiding het volgende geregeld: Uit de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hoeksche Waard 2019: Recht op uitbreiding: Uitbreiding wordt toegekend als de bestaande capaciteit van het schoolgebouw niet voldoende is voor het huisvesten van het aantal leerlingen dat op de school is ingeschreven: de ruimtebehoefte is dan groter dan de beschikbare huisvestingscapaciteit. Er bestaat recht op tijdelijke uitbreiding wanneer het tekort volgens de leerlingenprognose ten minste 4 jaar aanwezig is en recht op permanente uitbreiding wanneer het tekort volgens de leerlingenprognose ten minste 15 jaar aanwezig is. Voor een tekort van minder dan 4 jaar dient de school binnen het eigen gebouw een tijdelijke oplossing te realiseren. Wijze waarop in uitbreiding kan worden voorzien: Het is aan het college om te bepalen op welke wijze de gevraagde extra capaciteit beschikbaar wordt gesteld.

Bij het besluit kan het college rekening houden met de beschikbare capaciteit in andere schoolgebouwen en als dat mogelijk is in plaats van de gevraagde uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik toekennen.

UITGANGSPUNTEN: - Belangrijkste prioriteit in het kader van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting betreft de capaciteit van de huisvesting: een (volgens de criteria van de huisvestingsverordening vastgesteld) capaciteitstekort dient te worden opgeheven. - Huisvesting van een school over meerdere locaties heeft niet de voorkeur van de schoolbesturen. - Investeren in een tijdelijke uitbreiding van een schoolgebouw terwijl binnen redelijke afstand een ander schoolgebouw leegstand heeft, is financieel en maatschappelijk ongewenst; - Teneinde te voorkomen dat medegebruik ten koste gaat van de eigenheid van de school waarin het medegebruik plaatsvindt, dient voor de omvang van het medegebruik een bovengrens te worden gesteld. MAATREGELEN: - Voor wat betreft de tijdelijke uitbreiding van een schoolgebouw (uitbreiding die minimaal 4 en maximaal 15 jaar nodig is) is en blijft de mogelijkheid van verwijzen naar leegstand in een ander schoolgebouw aan de orde. Hierbij geldt dat het medegebruik maximaal 33% van het bruto vloeroppervlak van de school waarin het medegebruik plaatsvindt, bedraagt.

- Voor wat betreft de permanente uitbreiding van een schoolgebouw zal, tenzij kan worden verwezen naar leegstand in een schoolgebouw van het eigen bestuur, niet worden verwezen naar leegstand in een ander schoolgebouw en komt de uitbreiding van het schoolgebouw voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De huisvestingsverordening wordt hierop aangepast.

3.2.4

Beleidsambitie 4: Samenwerking onderwijs en kinderopvang (Kindcentrum)

De gemeente staat positief ten opzichte van de samenwerking tussen basisscholen en kinderopvang. Deze samenwerking dient door basisscholen en kinderopvang samen vorm te worden gegeven. De gemeente wenst deze samenwerking te stimuleren. Zij doet dit door in gebouwen met onderwijscapaciteit huisvesting te reserveren of realiseren voor kinderopvang. Dit mag echter niet ten koste gaan van onderwijshuisvesting. Dit betekent dat er sluitende afspraken dienen te worden gemaakt tussen gemeente en schoolbesturen over de realisatie, de instandhouding en het gebruik van niet-onderwijscapaciteit. Als we op zoek gaan naar de definitie van een IKC (Integraal Kindcentrum) dan komen we vooral de boodschap tegen dat hét IKC niet bestaat. Wel worden de volgende kenmerken van het IKC genoemd:

12

• • • • • •

Het is een voorziening voor kinderen van tenminste 0 t/m 12 jaar waarin door verschillende pedagogische professionals intensief wordt samengewerkt vanuit het belang van het kind; Het is een nieuwe organisatievorm waarin kinderopvang, peuterspeelzalen en onderwijs samen opgaan om gezamenlijke dagarrangementen te bieden; Er wordt gewerkt volgens één pedagogische visie op ontwikkeling en educatie; Kinderen worden in staat gesteld om hun talenten optimaal te ontwikkelen; Er is sprake van een doorlopende ontwikkellijn; Er wordt nauw samengewerkt met (jeugd)zorg en welzijn;

De bovengenoemde kenmerken van een IKC lijken duidelijk, maar in de praktijk krijgt het IKC vaak een andere invulling. Zo zijn er basisscholen die een peuterspeelzaal en/of een BSO in het gebouw hebben en zich “gewoon” basisschool of misschien brede school noemen. Maar ook scholen die alleen onderwijs verzorgen en zich IKC noemen. De diversiteit in de mate van samenwerken en integraliteit is groot en de behoefte aan meer eenduidigheid en herkenbaarheid groeit. In de gemeente Hoeksche Waard wordt op dit moment reeds door veel scholen samengewerkt met de kinderopvang. Sommige scholen staan aan het begin van deze samenwerking, andere scholen hebben reeds vergaande inhoudelijke afspraken met de kinderopvang gemaakt. Een écht IKC, waarin sprake is van één organisatie die onderwijs en kinderopvang aanbiedt, kent de Hoeksche Waard (nog) niet. Het voorstel is dan ook om in het kader van dit IHP te spreken over “kindcentrum” en het woord integraal weg te laten. UITGANGSPUNTEN: - Het belang en de meerwaarde van een duurzame samenwerking tussen kinderopvang en het basisonderwijs voor een doorgaande leer- en ontwikkellijn van het kind wordt erkend. - Het samenwerken kan worden geoptimaliseerd wanneer partners gehuisvest zijn in één gebouw maar dit is niet per se nodig; - De mogelijkheden en noodzaak worden per situatie (lokaal maatwerk) bekeken.

Hierbij kan huurbescherming ten behoeve van de kinderopvang worden ingezet, waarbij wanneer er sprake is van een leerlingengroei, de kinderopvang niet zomaar uit het gebouw hoeft te vertrekken. - Partners in een schoolgebouw of kindcentrum maken (multi)functioneel gebruik van elkaars ruimten; - De kosten voor de niet-onderwijscapaciteit (kapitaallasten/exploitatielasten) dienen met huuropbrengsten te worden gecompenseerd. MAATREGELEN: Bestaande gebouwen: Wanneer er sprake is van een permanente leegstand (leegstand die op grond van de leerlingenprognose ten minste 15 jaar niet nodig is voor onderwijs) wordt in samenspraak tussen het schoolbestuur, de kinderopvang en de gemeente gesproken over het onttrekken van een gebouwdeel aan de onderwijsbestemming om deze tegen nader te bepalen tarieven te verhuren aan de Kinderopvang. Hierbij streven we ernaar dat de betreffende ruimte na onttrekking bij een leerlingengroei niet zonder meer teruggevorderd kan worden voor onderwijs. Dit wordt verankerd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Nieuwe gebouwen: Bij nieuwbouw van een school is de gemeente bereid om te investeren in extra m² voor een kindvoorziening, wanneer de kosten voor de niet-onderwijscapaciteit (kapitaallasten/exploitatielasten) met huuropbrengsten worden gecompenseerd.

De kinderopvangorganisatie moet in dit geval bereid zijn om een langjarige huurovereenkomst aan te gaan.

3.2.5

Beleidsambitie 5 : Schoolpleinen

De fysieke leefomgeving rondom schoolgebouwen bestaat uit het speelterrein en de ruimte daarbuiten als zijnde openbaar gebied (met verkeer, parkeren, groen en dergelijke). Het inrichten en onderhouden van het openbaar gebied is een taak van de gemeente. De school is verantwoordelijk voor de veiligheid (de inspecties, het onderhoud en reparatie) van de speeltoestellen op het schoolplein. Vervanging of aanschaf van speeltoestellen wordt niet gezien als een voorziening in de huisvesting.

13

-

-

-

UITGANGSPUNTEN: Buiten spelen is erg belangrijk voor de sociale, cognitieve en motorische ontwikkeling van kinderen. Daarnaast is het een belangrijke vorm van bewegen waardoor overgewicht kan worden tegengegaan; Het schoolplein heeft een belangrijke functie voor ontdekken leren en spelen zowel tijdens als buiten schooltijd; Klimaatadaptie vraagt om breder te kijken dan alleen het gebouw, daarbij horen ook de mogelijkheden van meer groen/bomen op en om het speelterrein. MAATREGELEN: In overleg tussen gemeente en schoolbesturen wordt bezien welke scholen de sport en spelfunctie van hun speelterreinen breder benutten/willen benutten voor de wijk; Voor de situaties waarin de speelterreinen breder worden benut/openbaar zijn worden nadere afspraken gemaakt over de gezamenlijke bekostiging van het onderhoud aan de speelterreinen en de vervanging van de speeltoestellen. Uitgangspunt voor deze afspraken is een per speelterrein uit te voeren nulmeting naar staat en onderhoud van terrein en speeltoestellen.

4. ANALYSE ONDERWIJSHUISVESTING Dit hoofdstuk bespreekt de analyse van de onderwijshuisvesting. Er wordt eerst een indruk gegeven van de onderwijshuisvesting in de Hoeksche Waard in algemene zin. Daarna wordt ingegaan op de gehanteerde methoden om de onderwijshuisvesting te analyseren. Daarna worden de analyses van het BO en VO afzonderlijk besproken.

4.1 De onderwijshuisvesting van de Hoeksche Waard. De gemiddelde leeftijd van de schoolgebouwen in de Hoeksche Waard bedraagt circa 35 jaar. De gemiddelde leeftijd van de ruim 9.000 schoolgebouwen in Nederland ligt boven de 40 jaar. In 2016 heeft de Algemene Rekenkamer geconcludeerd dat schoolgebouwen in Nederland gemiddeld pas na 69 jaar vervangen worden. De gemeente Hoeksche Waard komt, net als de andere gemeenten in Nederland voor een vernieuwings- en investeringsopgave te staan.

4.2. Leerlingenprognose Pronexus heeft in opdracht van de gemeente in 2019 leerlingenprognoses opgesteld voor het BO en het VO. De leerlingenprognoses geven een indicatie van de leerlingenontwikkeling in de Hoeksche Waard. Voor het SBO en SO ontbrak, gezien de nieuwe huisvesting die voor deze scholen wordt gerealiseerd (Het Kenniscentrum), de noodzaak om tot het opstellen van nieuwe prognoses over te gaan. De leerlingenprognose voor het BO geeft aan het aantal leerlingen in de periode tot 2020 schommelt tussen de 7100 en 7000 en op de lange termijn gaat zakken onder de 7000. De leerlingenprognose voor het VO geeft aan dat de op de teldatum 1 oktober 2019 geconstateerde daling van het aantal leerlingen doorzet. Op de langere termijn stabiliseert het leerlingenaantal. Het aantal leerlingen dat voortgezet onderwijs volgt in de gemeente Hoeksche Waard op de teldatum 1-10-2019 is 3718. Ten opzichte van de vorige teldatum is het totaal aantal leerlingen gedaald met 102. Vooral de twee vestigingen van de Willem van Oranje en het Praktijk College zijn gedaald. Gedurende de prognose zet een daling van het totaal aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs in de gemeente Hoeksche Waard door, op de langere termijn stabiliseert het leerlingaantal rond de 2960.

4.3 De kwaliteitsmeting; Op basis van de huisvestingsverordening is alleen de bouwkundige staat een formeel toetsingscriterium. Voor dit IHP geldt echter niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. Aan Facilicom Solutions, Management & Advies (hierna Facilicom) is opdracht gegeven om voor de schoolgebouwen van 35 jaar en ouder een kwaliteitsmeting uit te voeren. Deze kwaliteitsmeting bestaat uit drie onderdelen: 1.

NEN2767 conditiemeting Voor deze conditiemeting zijn alle gebouwgebonden bouwkundige, elektrotechnische en werktuigbouwkundige elementen vanuit de huidige meerjarenonderhoudsplanningen op locatie geïnspecteerd conform de eisen uit NEN2767, waarna een conditiescore per element is bepaald. Vanuit

14

deze conditiescores per element en de vervangingswaardes uit de meerjarenonderhoudsplannen is voor ieder gebouw de geaggregeerde conditiescore bepaald. 2.

Functionaliteit Facilicom heeft gesprekken gevoerd met de scholen over de onderwijsvisie. Op basis van deze visie is in beeld gebracht welke ruimtes nodig zijn en is met een ruimtelijk-functionele gebouwanalyse onderzocht in welke mate het gebouw hierin faciliteert en wat de eventuele knelpunten zijn. Beoordeeld is in welke mate de schoolgebouwen in de huisvestingsbehoefte voorzien. Daarnaast is de bouwkundige aanpasbaarheid / flexibiliteit beoordeeld De gebouwen zijn gescand en beoordeeld op de thema’s: o flexibiliteit en aanpasbaarheid; o logistiek en toegankelijkheid; o vorm, lucht en locatie van het gebouw.

3.

Energetisch onderzoek Per gebouw is een op basis van de beschikbare informatie en inspectie op locatie een energielabel opgesteld dat voldoet aan de eisen van BRL9500.

4.4 Capaciteitsanalyse In het kader van het IHP is ook de capaciteit van de schoolgebouwen geanalyseerd. De capaciteitsanalyse maakt een ruimtetekort of overschot per gebouw inzichtelijk. De ruimtebehoefte van een school wordt bepaald door de leerlingentelling en de prognose te vertalen naar ruimtebehoefte (op basis van de criteria in de verordening). Deze ruimtebehoefte wordt vergeleken met het beschikbare aantal vierkante meters: het brutovloeroppervlak (bvo). Aan Facilicom is opdracht gegeven om voor de gebouwen waarvoor geen actueel meetcertificaat NEN 2580 beschikbaar was, een bvo-meting uit te voeren. In onderstaande tabellen worden de (genormeerde) ruimtebehoefte en ruimtecapaciteit naast elkaar gezet. Een capaciteitsanalyse is van belang omdat ruimteoverschot de schoolbesturen geld kost voor exploitatie en onderhoud. Onderstaand overzicht vraagt om nuance. Het kan namelijk zijn dat leegstaande m² in medegebruik zijn gegeven of zijn verhuurd.

Basisonderwijs Goudswaard Schoolbestuur

De Hoeksche School VCOHW

’s-Gravendeel Schoolbestuur De Hoeksche School CSG De Waard Heinenoord Schoolbestuur De Hoeksche School

CSG De Waard

School

Totale capaciteit in m²

De Gouwaert

613

School met de Bijbel

829

School

Onderwijsruimte

De Schelf

Totale capaciteit in m² 1932

De Bouwsteen

2046

School Het Anker Burg. van Bommelschool De Regenboog

Onderwijsruimte

Ruimtebehoeft e in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

543

452 (+91)

547 (-4)

527 (+16)

829

583 (+246)

543 (+286)

522 (+ 304)

1932

Ruimtebehoefte in 2020 in m² 1417 (+515)

Ruimtebehoefte in 2024 in m² 1407 (+ 525)

Ruimtebehoefte in 2035 in m² 1468 (+464)

2046

1981 (+65)

1870 (+176)

1955 (+91)

Totale capaciteit in m² 1136

onderwijsruimte 1136

Ruimtebehoefte in 2020 in m² 552 (+584)

Ruimtebehoefte in 2024 in m² 638 (+498)

Ruimtebehoefte in 2035 in m² 653 (+483)

393

393

457 (-64)

482 (-89)

487 (-94)

1137

1137

970 (+167)

960 (+177)

980 (+157))

15

Klaaswaal Schoolbestuur

De Hoeksche School CSG De Waard VCOHW

Maasdam Schoolbestuur

De Hoeksche School VCOHW

Mijnsheerenland Schoolbestuur

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

De Blieken

1032

1032

792 (+240)

833 (+199)

802 (+230)

De Vliet Groen van Prinsterer

1111 961

1111 961

728 (+383) 929 (+32)

617 (+494) 783 (+178)

597 (+514) 763 (+198)

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

De Pijler

1136

849

804 (+45)

743 (+106)

663 (+186)

Rehobothschool

706

Komt vrij in 2021

487 (+219)

497 (+209)

477 (+229)

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

1292 (+35)

1362 (-35)

1307 (+20)

1171 (+91)

1131 (+131)

1085 (+177)

De Hoeksche De Boomgaard 1327* 1327 School CSG De Waard De Molenwiek 1262** 1262 *1122 m² + 205 m² uitbreiding **1062 m² + 200 m² (120 m² permanent en 80 m² tijdelijk) uitbreiding Mookhoek Schoolbestuur

School

Capaciteit in m²

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

Het Talent

Vervangende nieuwbouw

518

573

582

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

Onder de Wieken

1094

1007

804 (+203)

799 (+208)

789 (+218)

School met de Bijbel

1910

1798

1659 (+139)

1629 (+169)

1618 (+180)

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

De Takkenbosse

1466

1230

1377 (-147)

1392 (-162)

1498 (-268)

CSG De Waard

De Dubbeldekker De Bron

3429 1958

2735 1748

994 (+1741) 1422 (+326)

1004 (+1731) 1442 (+306)

1075 (+1660) 1548 (+200)

Oud-Beijerland Schoolbestuur

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

De Tandem

1307

1218

1231 (-13)

1236 (-18)

1151 (+67))

De Zevensprong Centrum

1052

1052

550 (+502)

512 (+540)

501 (+551)

De Hoeksche School Nieuw-Beijerland Schoolbestuur

De Hoeksche School Vereniging tot Stichting en Instandhouding School met de Bijbel NieuwBeijerland Numansdorp Schoolbestuur

De Hoeksche School

De Hoeksche School

16

CSG De Waard

VCOHW Katholieke Stichting Willibrordus Samenwerkende Vrijescholen

De Zevensprong Noord De Klinker Keuchenius De Hoeksteen De Kriekenhof S. van Egmond, Croonenburgh S. van Egmond, Poortwijk Eben Haëzer St. Willibrordus

1305 1946 1465 1199 855 1623

1305 1946 1465 1122 855 1623

1000 (+305) 1689 (+257)) 1060 (+405) 1097 (+25) 960 (-105) 1392 (+231)

1030 (+275) 1563 (+383) 960 (+505) 1000 (+122) 1211 (-356) 1070 (+553)

1030 (+275) 1925 (+21) 899 (+566) 932 (+190) 1176 (-321) 1070 (+553)

942

942

768 (+174)

1045 (-103)

1447 (-505)

2710 1427

2710 1427

2202 (+508) 1286 (+141)

2106 (+604) 1196 (+231)

2252 (+458) 1261 (+166)

Leeuwenhartschool

1281

993

1050 (-57)

1020 (-27)

1085 (-92)

School

Onderwijsruimte

’t Kraaienest

Capaciteit in m² totaal 725

651

Ruimtebehoefte in 2020 in m² 426 (+225)

Ruimtebehoefte in 2024 in m² 381 (+270)

Ruimtebehoefte in 2035 in m² 356 (+295)

De Wegwijzer

551

551

718 (-167)

683 (-132)

628 (-77)

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

Het Driespan

1699

1699

1981 (-282)

2006 (-307)

1920 (-221)

De Schelp Petrus Datheen

1621 862

1446 862

1120 (+326) 799 (+63)

1176 (+270) 804 (+58)

1131 (+315) 814 (+48)

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

De Meerwaarde

2872

1954

1789 (+165)

2111 (-157)

2142 (-188)

De Parel

1413

1413

1146 (+267)

1035 (+378)

1050 (+ 363)

Piershil Schoolbestuur De Hoeksche School CSG De Waard Puttershoek Schoolbestuur

De Hoeksche School CSG De Waard VCOHW Strijen Schoolbestuur

De Hoeksche School CSG De Waard Westmaas Schoolbestuur

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

De Hoeksche School CSG De Waard

De Vlashoek De Weerklank

730 706

730 706

537 (+193) 713 (-7)

457 (+273) 678 (+28)

436 (+294) 643 (+63)

Zuid-Beijerland Schoolbestuur

School

Capaciteit in m² totaal

Onderwijsruimte

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

De Hoeksche School CSG De Waard

De Eendragt De Regenboog

825 1185

825 1114

738 (+97) 824 (+290)

773 (+52) 783 (+331)

648 (+177) 648 (+466)

School

Capaciteit in m²

Ruimtebehoefte in 2020 in m²

Ruimtebehoefte in 2024 in m²

Ruimtebehoefte in 2035 in m²

Hoeksch Lyceum Actief College CSG Willem van Oranje, locatie Zoomwijck CSG Willem van Oranje, locatie

8423 4791 8421

8086 (+337) 4936 (-145) 8102 (+319)

7881 (+542) 4846 (-55) 7482 (+939))

7622 (+801) 4687 (-104) 7184 (+1237)

2785

2596 (+189)

2263 (+522)

2087 (+509))

Voortgezet onderwijs Oud-Beijerland Schoolbestuur

De Hoeksche School De Hoeksche School SGM Hoeksche Waard SGM Hoeksche Waard

17

Stichting Onderwijsgroep Galilei

Poortwijk Praktijk College Spijkenisse

Zie Actief College

292

266

266

*betreft nieuwbouw, moet nog worden ingemeten. 4791 m2 is het aantal m2 volgens de afgegeven beschikking. Dit aantal m2 is inclusief 170 m2 voor het Praktijkonderwijs

4.5 Analyse basisonderwijs en voortgezet onderwijs 4.5.1

Totaalscores kwaliteitsmeting basisonderwijs

Zoals hierboven reeds aangegeven heeft Facilicom in opdracht van de gemeente de kwaliteit van de schoolgebouwen van 35 jaar en ouder in de gemeente nader in beeld gebracht en op uniforme wijze beoordeeld. De uitkomsten zijn per gebouw vastgelegd in rapportages. In het basisonderwijs zijn 25 gebouwen beoordeeld. Onderstaande tabel geeft de scores van de kwaliteitsmeting per onderdeel aan: 1. onderhoud; 2. functionaliteit en 3. Energiescore. Voor de bepaling van “De Kwaliteitsscore” is de volgende weging gehanteerd: onderhoud 70% en functionaliteit 30%. School Goudswaard De Gouwaert School met de Bijbel

Bouwjaar

Score onderhoud

Score functionaliteit

Kwaliteitsscore

Energielabel

1977 1987

7 7

6,7 7,3

6,9 7,1

B B

’s-Gravendeel De Schelf De Bouwsteen

1973 1979

7 7

5,3 4

6,5 6,1

D E

Heinenoord Burg. v. Bommelschool

1966

7

6

6,7

D

Klaaswaal De Blieken De Vliet

1977 1973

7 7

7,3 6,7

7,1 6,9

C D

Nieuw-Beijerland Onder de Wieken School met de Bijbel

1977 1972

7 7

6 6

6,7 6,7

D A

Numansdorp De Takkenbosse De Dubbeldekker De Bron

1977 1985 1974

5 7 7

5,3 4,7 2,7

5.1 6,3 5,7

C A D

Oud-Beijerland De Tandem De Zevensprong Noord Keuchenius De Hoeksteen Sabina van Egmond, C Eben Haëzer Willibrordusschool Leeuwenhartschool

1980 1975 1980 1985 1972 1980 1975 1988

7 7 7 7 7 7 7 5

6 7,3 5,3 7,3 7,3 6,7 4 6,7

6,7 7,1 6,5 7.1 7,1 6,9 6,1 5,5

D E E C D F D A

Piershil ’t Kraaienest

1970

7

7,3

7,1

D

Puttershoek De Schelp Het Driespan

1974 1974

7 7

5,3 4,7

6,5 6,3

D E

Zuid-Beijerland De Eendragt De Regenboog

1980 1971

7 7

4 4,7

6,1 6,3

D D

18

Geconcludeerd kan worden dat de staat van onderhoud van bijna alle schoolgebouwen in de gemeente Hoeksche Waard voldoende is. De schoolbesturen nemen hun (in de onderwijswetgeving neergelegde) plicht om de schoolgebouwen behoorlijk te gebruiken en te onderhouden serieus. Vervangende nieuwbouw van scholen op basis van de technische staat van onderhoud van het gebouw is voorlopig dan ook niet aan de orde.

4.5.2

Huisvestingsanalyse per dorp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9756782/1