Inspraak dhr. Ockers inzake camping De Kreek
Tekst van het document
Inbreng Camping ‘De Kreek’ raadsvergadering gemeente Oud-Beijerland d.d. 31-08-2021 Beste raadsleden, Mijn naam is Chris Ockers en ik spreek vanavond namens mijn echtgenote Anne-Hilde. Zij is eigenaresse van Camping De Kreek. Anne-Hilde is niet in staat u te woord te staan omdat zij een dwarslaesie heeft en daardoor minder mobiel is. De reden voor de inspraak is dat wij u willen informeren over de bekende problematiek rondom de persoonsgebonden overgangsrechten die zijn toegekend aan een 12-tal campinggasten, die samen kris kras over de camping verdeeld 15 plekken bij ons huren. Wij willen u onze visie geven op de situatie en alternatieve oplossingen aanreiken. Hoewel onze camping altijd gericht is geweest op recreatie, zijn er de afgelopen 20 jaar steeds vaker permanente bewoners bijgekomen. Dat werd aangemoedigd door de gemeente, die woningzoekenden actief naar ons doorverwijst en de campinggasten ook inschrijft in de GBA. Wij zijn van die inschrijving pas enkele jaren op de hoogte en hebben daartegen vaak bezwaar gemaakt. De gemeente zegt echter niets te kunnen doen. Bij het maken van het nieuwe bestemmingsplan in 2019 heeft de gemeente aan 12 permanente bewoners (9 plaatsen) een persoonsgebonden overgangsrecht (PGO) gegeven om permanent op de camping te mogen wonen.
De motivering daarvan was dat de bewuste mensen grote financiële investeringen zouden hebben gedaan en dat het ‘in het algemeen’ om ‘oudere personen’ zou gaan. Wij zijn bij de besluitvorming nooit betrokken en aan onze belangen is nooit gedacht. Omdat wij het met de toekenning niet eens zijn, zijn wij tegen het bestemmingsplan in beroep gegaan. Onze bezwaren komen erop neer dat bij toekenning van de rechten geen individuele afweging is gemaakt en dat wij door het besluit in een zeer lastige situatie zijn beland. Ook vinden wij dat geen sprake is van schrijnende gevallen. De mensen zijn er immers – soms op advies van de gemeente – permanent gaan wonen of hebben investeringen gedaan, terwijl de overeenkomst met de camping duidelijk stelt dat er niet mag worden gewoond! De Raad van State heeft ons bezwaar serieus genomen en de gemeente in de gelegenheid gesteld de kwestie rondom de PGO’s opnieuw te beoordelen. Daarom wil ik onze belangen graag toelichten. In verband met haar dwarslaesie is mijn echtgenote vanaf haar middel verlamd. Aan de zorg voor mijn vrouw en de camping samen, heb ik dagelijks zo’n 14 uur werk. Ik ben 60 jaar en ik kan dit niet tot in lengte van jaren volhouden. Wij hebben ons daarom voorgenomen de camping te verkopen of over te doen aan onze zoon, als het voor mij fysiek niet meer gaat.
Voor de verkoop is het belangrijk dat de camping waarde heeft als recreatiecamping of als camping waarop mag worden gewoond. Door toekenning van de PGO’s wordt een kwart van de 60 plaatsen bezet door mensen met een persoonlijk recht op bewoning. Daardoor heeft de camping geen waarde meer als recreatiecamping. Een kampwinkel, kantine of linnen- en fietsenverhuur is namelijk bij 45 recreatieplaatsen niet rendabel. Voor aspirant kopers is de camping daarom niet interessant. Daarbij speelt een rol dat het ook niet mogelijk zal zijn om de huurovereenkomst met de bewuste mensen op te zeggen. Door de verleende PGO’s zal een rechter aan de mensen vrijwel zeker huurbescherming toekennen. Een aspirant camping-ondernemer zal onze camping om al deze redenen links laten liggen. Door toekenning van de persoonsgebonden rechten tot bewoning is onze camping nu dus onverkoopbaar geworden en moeten wij tot in lengte van jaren aan de houders van die rechten bewoning toestaan. Ook als wij zouden willen stoppen zullen zij bewoning afdwingen. Dat betekent dat wij in principe aan de camping gebonden blijven. Ik wijs erop dat het in sommige gevallen gaat om mensen die veel jonger zijn dan wij zelf. Ik noem als voorbeeld een dertiger die met het gezin permanent op de camping verblijft.
De enige uitweg voor ons zou dan zijn om de huurovereenkomsten met de bewuste mensen langs de juridische weg te beëindigen. De daarvoor noodzakelijke procedures hebben echter weinig kans van slagen. Dat wil zeggen, als wij al zouden
(vervolg inbreng Camping ‘De Kreek’) procederen, want daar hebben wij eenvoudig de financiële middelen niet voor. Zouden we toch procederen en gelijk krijgen, dan hebben de PGO’s het gewenste effect voor de mensen niet gehad. Zij moeten hun heil dan immers toch elders gaan zoeken. Er zijn dan alleen maar verliezers dus. Gelukkig heeft de gemeente alternatieven. Zij kan de bewuste mensen daarmee helpen zonder dat persoonsgebonden overgangsrechten worden toegekend. En dus ook zonder dat problemen worden afgeschoven op ons. Daarvoor vraag ik nu uw aandacht. Het eerste alternatief is dat de gemeente de mensen meldt dat ze niet op de camping mogen wonen, maar wel schriftelijk toezegt gedurende een x-aantal maanden of jaren, niet te zullen handhaven. De gemeente verbindt daaraan dan de voorwaarde dat individuele afspraken worden gemaakt over de doorstroming naar een reguliere woning en spreekt daarbij ook af welke hulp zij daarbij biedt. De mensen blijven dan dus gewoon recreant (zoals wij ook met ze hebben afgesproken!), maar het probleem wordt langs de weg van de handhaving opgelost. Er zijn veel gemeenten die dat op deze wijze doen. Voorbeelden zijn de gemeenten Tilburg, Zutphen en Heerde. Ik vraag u deze oplossing serieus te bestuderen. Zo wordt immers per bewoner een op maat gesneden oplossing geboden die recht doet aan de individuele belangen.
Het voordeel voor ons is dan dat onze camping het karakter van recreatiecamping behoudt en ook nog marktwaarde heeft. Een tweede alternatief is dat de gemeente eveneens toezegt voorlopig niet te zullen handhaven, maar dat zij dat meer algemeen doet in afwachting van een onderzoek naar de mogelijkheden van permanente bewoning. De gemeente zou daarmee dan aansluiten bij de vele gemeenten die op dezelfde wijze de mogelijkheden van woonbestemming op vakantieparken onderzoeken. Wij zijn ons ervan bewust dat de camping daarvoor aan andere eisen moet voldoen qua huisvesting en voorzieningen (Bouwbesluit, ontsluiting) en dat daarvoor investeringen nodig zijn. Wij willen daaraan onze volledige medewerking verlenen. Er hebben zich ook al investeerders gemeld die daarvoor middelen beschikbaar kunnen stellen. Met dit alternatief zou de gemeente aansluiten bij de wens van de landelijke overheid om aan de schrijnende woningnood het hoofd te bieden door permanente bewoning van recreatiewoningen toe te staan. De overheid heeft in dit verband al een wijziging van het Besluit omgevingsrecht in de maak die het voor gemeenten eenvoudiger maakt om permanente bewoning toe te staan. Ook heeft de overheid al opgeroepen om niet op permanente bewoning te handhaven, tenzij sprake is van onveiligheid of criminaliteit.
Ik kan u garanderen dat daarvan bij ons geen sprake is: voor zover wij ons kunnen herinneren is er nooit een politieagent of melding bij de politie geweest. Als permanente bewoning wordt toegestaan dan verliest de camping haar waarde als recreatiecamping, maar krijgt zij daarvoor een waarde terug als permanente woonvoorziening. Ook dan houden wij dus een bedrijf met een bepaalde waarde. Samenvattend is ons verzoek aan u dus eenvoudig: leg alstublieft de rekening van het woningtekort niet bij ons, verleen de PGO’s niet en neem uw verantwoordelijkheid. Kies voor een oplossing waarbij de gemeente tegemoet komt aan de wensen en belangen van alle partijen. Dat betekent naar onze mening dat de gemeente dan dus, ofwel - individuele afspraken met de 12 bewoners maakt over opschorting van de handhaving, de doorstroming naar een reguliere woning en de hulp die de gemeente daarbij biedt, ofwel - een serieuze studie verricht naar permanente bewoning van onze camping ter bestrijding van het woningtekort en de handhaving opschort, in afwachting van de uitkomsten daarvan. Wij wensen u veel wijsheid toe bij het nemen van uw besluit. Mocht u willen komen kijken, dan bent u bij deze uitgenodigd.
C.F. Ockers en J.B.H. Ockers - Hofmeester