CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraak 24.10.23 Reactie Mobiliteitsplan HW Goudappel mevr Spaan

Beeldvormende bijeenkomst 24 oktober 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Mevr. Spaan spreekt namens het Dijkenoverleg in over het mobiliteitsplan800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Inspraak met reactie op de startnotitie van het Mobiliteitsplan HW (Goudappel, Deventer) door Willy Spaan (Dijkenoverleg v.u. Zuid-Beijerland). Beeldvormende Raadvergadering Gemeente HW 24.10.23.

Voorzitter, leden van de Raad, Bureau Goudappel uit Deventer beschrijft de aanleiding en de aanpak van een nieuw Mobiliteitsplan HW. Ik heb de documenten schuin doorgescand en stelde vast wat ik uit eerdere ervaringen al vreesde: de grondslag, waarop elk verkeers- en vervoersplan gebaseerd behoort te zijn, wordt maar ten dele vermeld. Bij Fase 1 ontbreekt de analyse van het landschap. Door de aard van ons landschapstype zijn de opgaven voor een mobiliteitsplan problematischer dan elders. Het bedijkingenlandschap van de HW wordt nergens genoemd en de specifieke problemen, die ons bedijkingenlandschap meebrengt voor de mobiliteit, worden helemaal niet beschreven. Terwijl er de laatste tijd Hoeksche Waard-breed aandacht voor wordt gevraagd door het Collectief Veilige Dijken HW. De Hoeksche Waard is, zoals u wel weet, een gefaseerd bedijkt getijdenlandschap met meer dan 50 polders, die vanaf de late Middeleeuwen allemaal omringd zijn door dijken. Aan de meeste dijken zijn bebouwingslinten, buurtschappen en dijkdorpen ontstaan, waarmee we nu nog te maken hebben. Deze dijken vormen vanouds belangrijke ontsluitings- en verbindingswegen en soms zelfs ‘doorgaande stroomwegen’. Maar het probleem is dat de 15de, 16de en 17de eeuwse dijken niet berekend zijn op het 21ste eeuwse verkeer.

De dijkwegen, waarop bovendien vaak pal voor de huizen geparkeerd moet worden, zijn daarvoor niet breed genoeg. En de meestal niet-onderheide en deels in de dijk gegraven dijkhuizen zijn niet berekend op het enorm in intensiteit, gewicht en omvang toegenomen autoverkeer en het alsmaar groeiende vrachtvervoer. Het is zelfs zo dat bewoonde dijkroutes voor doorgaand verkeer, zoals bijvoorbeeld in het westen Zwartsluisje (Zuid-Beijerland) en Sluisjesdijk (Piershil) extra Lange Zware Voertuigen, de zogeheten LZV’s, te verwerken krijgen, terwijl deze volgens de wet niet in dorpen en bebouwde kommen mogen rijden. LZV’s zijn vrachtwagencombinaties die twee keer zoveel gewicht aan lading mogen vervoeren als normale vrachtwagens met maximaal 50 ton. De dijkbewoners ervaren overlast van geluid, bevingen en giftige, stinkende uitstoot; de dijkhuizen lopen trillingsschade op, en de verkeersveiligheid voor bewoners, wandelaars en fietsers op die dijken is eveneens een zwak en risicovol punt. Er moet dus niet alleen aandacht voor veilig verkeer en doorstroming van het verkeer zijn, maar ook voor de kwaliteit van de leefomgeving op de dijken. Een bedijkingenlandschap met 50 polders en nog méér dijken wordt een ‘kleinschalig bedijkingenlandschap’ genoemd, daarmee wijkt de HW af van de andere grootschaliger ingepolderde ZHse eilanden.

2

In dit opzicht is de HW een uitzondering vergeleken met de meeste andere gebieden in Nederland. Ik veronderstel dat een verkeersdeskundige in Deventer daar geen idee van heeft. Maar hoe kan het zijn, dat deze overbekende en specifieke problematiek van de dijkwegen in de HW vanuit het gemeentehuis niet als belangrijke probleemstelling ter verbetering wordt ingebracht bij deskundigen, die daarover een advies moeten geven? Terwijl volgens Goudappel in de Startnotitie juist ‘het bereikbaar houden van de dorpen onderling, een belangrijk aandachtpunt voor de gemeente is’! Zolang deze problemen niet benoemd en uitgelegd worden, kunnen er nooit oplossingen voor worden bedacht. Het probleem met de LZV’s (de lange en zware vervoerscombinaties) die door dijklinten en buurtschappen rijden is – als m’n geheugen me niet bedriegt – zelfs nooit in één van de oudere adviesrapporten genoemd. Behalve dan in het RVVP, het Regionale Verkeers- en Vervoersplan uit 2013 dat nu vervangen moet worden. Zij het, dat daarin alleen de N217, dus de noordelijke randweg, als LZVroute is aangeduid.

En dat de voormalige S40, de doorgaande provinciale verkeersroute, die in het zuidwesten loopt vanaf de A29 bij Numansdorp (met de Haringvlietbrug) via Zuid-Beijerland, Zwartsluisje, Sluisjesdijk en Piershil naar Nieuw-Beijerland (met het pontveer), als ‘Erftoegangsweg’ is aangemerkt, terwijl het ook een doorgaande ‘Stroomweg’ is en altijd is geweest. Vraag is of de functie en rangorde van deze doorgaande verkeersroute 10 jaar geleden bewust op papier tot ‘Erftoegangsweg’ beperkt is, terwijl de genoemde dijkdorpen op de S40-route al sinds 2002 door randwegen worden ontlast? De vraag is nu of men met de huidige zware verkeersbelasting op de beide Sluisjesdijken de eenzijdige eigenschap ‘Erftoegangsweg’ nog kan volhouden? Onder fase 4 Eindrapportage en besluitvorming (en ik citeer) ‘krijgen alle inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden middels een terinzagelegging de gelegenheid op het conceptmobiliteitsplan te reageren. Dit is tevens een belangrijk moment om de inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden mee te nemen in de plannen.’ Mij lijkt het echter doeltreffender als de behandelaars bij Goudappel zich van tevoren door ervaringsdeskundigen uit de Hoeksche Waard-zelf goed op de hoogte laten stellen van de ter plaatse heersende problemen én de oorzaken daarvan. Uit de Startnotitie maak ik helaas niet op dat men goed op de hoogte is.

Daarvoor vraag ik vroegtijdig uw aandacht. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13392969/1