CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Implementatiehandleiding bij de Model Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur (artikel 213a Gemeentewet)

Besluitvormende raad 12 december 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Achterliggende informatie: actuele modelverordeningen645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Implementatiehandleiding bij de Model Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur (artikel 213a Gemeentewet)

Algemeen De Model Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur (artikel 213a Gemeentewet) kent een aantal artikelen dat nader door de gemeente in te vullen onderdelen of keuzemogelijkheden bevat. In de tekst van de modelverordening en de daarbij behorende toelichting worden deze onderdelen weergegeven met behulp van de VNG Leeswijzer modelbepalingen. Uiteraard kan onafhankelijk van de keuzes die specifiek worden aangegeven in de modelverordening, ook op andere punten worden gekozen voor lokaal maatwerk en kunnen bepalingen worden aangepast of toegevoegd. Gemeenten die ervoor kiezen om bepalingen, anders dan de keuzemogelijkheden, niet over te nemen, deze in gewijzigde vorm over te nemen of deze aan te vullen, moeten er zelf scherp op zijn dat deze keuzes in lijn zijn met de relevante regelgeving én dat deze stroken met de systematiek van de bepalingen die wel overgenomen worden. Verder is één van de uitgangspunten van de modelverordening dat hogere wetgeving bij voorkeur niet wordt herhaald. Wanneer gemeenten de modelverordening aanvullen met eigen bepalingen, wordt aangeraden om hier rekening mee te houden.

Verder is de toelichting bij de Model Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur (artikel 213a Gemeentewet) grotendeels zo opgesteld dat gemeenten deze kunnen overnemen als ze ook de bepaling waar deze bij hoort (ongewijzigd) overnemen. Afhankelijk van de gemaakte keuzes zullen dus ook bepaalde onderdelen van de toelichting wel of juist niet geschikt zijn voor overname. Voor een goed beeld dient de toelichting in samenhang met de VNG ledenbrief en de implementatiehandleiding gelezen te worden. Hieronder wordt in aanvulling daarop ingegaan op de keuzemogelijkheden die gemeenten hebben.

Artikel 2. Onderzoeksfrequentie Onderwerp van onderzoek In artikel 2 lid 1 van de modelverordening is opgenomen dat burgemeester en wethouders jaarlijks onderzoeken verrichten naar de doelmatigheid van [onderdelen van] de organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken door de gemeente. Het interne functioneren van derden die betrokken zijn bij de uitvoering van het gemeentelijk beleid (bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling of een privaatrechtelijke rechtspersoon waarin de gemeente deelneemt, of een gesubsidieerde instelling of opdrachtnemer die taken uitoefent) valt niet onder de reikwijdte van artikel 213a van de Gemeentewet. Wel kan vanuit het oogpunt van de gemeente in het kader van artikel 213a van de Gemeentewet de vraag aan de orde zijn of de gekozen wijze van taakuitoefening doelmatig en doeltreffend is. Het is de verantwoordelijkheid van de raad om bij verordening regels te stellen die waarborgen dat de onderzoeksverplichting op een zinvolle wijze wordt ingevuld. Frequentie van onderzoek doelmatigheid Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op doelmatigheid worden onderzocht, wordt in lid 1 van artikel 2 opgenomen dat ieder onderdeel van de gemeente en elke gemeentelijke taak periodiek wordt onderzocht. De raad bepaalt de frequentie van deze onderzoeken en legt deze vast middels deze verordening.

Dit lid is bij uitstek een invulling van de kaderstellende rol van de raad; met dit lid geeft de raad nadere invulling aan de in de artikel 213a Gemeentewet opgenomen bepaling.

Aantal onderzoeken doeltreffendheid Wat geldt voor de frequentie van de onderzoeken voor doelmatigheid geldt eigenlijk ook voor de onderzoeken voor doeltreffendheid. In de praktijk zal het onderscheid niet zo scherp te trekken zijn. Onderzoeken hebben veelal zowel een doelmatigheids- als doeltreffendheidskarakter.

Artikel 3. Onderzoeksplan Vaststelling van het onderzoeksplan Er kan voor worden gekozen om het onderzoeksplan dat wordt opgesteld door burgemeester en wethouders te laten vaststellen door burgemeester en wethouders zelf - of door de raad, via de paragraaf bedrijfsvoering. Hier gaat het vooral om de opvatting van de kaderstellende rol van de raad en de uitvoerende rol van het college. Als de raad dit ziet als haar kaderstellende rol, dan verdient het aanbeveling het onderzoeksplan via de paragraaf bedrijfsvoering te laten vaststellen. In beide gevallen heeft de raad uiteraard de mogelijkheid om het onderzoeksplan te bespreken en hier vragen over te stellen aan burgemeester en wethouders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13539153/1