Geanonimiseerd-Geanonimiseerd-Geanonimiseerd-20230601083911 1 - bezwaarschrift
Tekst van het document
ZI2311952601D0C-23706219
„
QQÉÊC"'ËÊ e Waar
‘°
HU ioeische waard WNTR 13 APR 2023
Advocatuur
Aantekenen Raad
van
de
gemeente Hoeksche Waard Postbus 2003 3260 EA
OUD-BEIJERLAND
Sint-Maartensdijk, 12 april 2023
Ons kenmerk: 210013 (geanonimiseerd) B Hoeksche Waard Onderwerp: bezwaarschrift afwijzing intrekkingsverzoek, bestemmingsplan ‘Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek’, uw kenmerk: 2/22/155232 BEZWAARSCHRIFT
Geachte raad,
Tot mij wendden zich:
(hierna te noemen: “cliënten”) te dezer zake domicilie kiezende aan de (4695 CH) Markt 48 te SintMaartensdijk ten kantore van mr. M.J.J.
de Winter, advocaat.
Cliënten namen kennis van uw brief van 8 maart 2023 met bovenvermeld kenmerk (./.). In die brief maakt u melding van het feit dat tegen de afwijzing van het intrekkingsverzoek bezwaar kan worden
ingediend. Deze brief volgt op het intrekkingsverzoek dat namens cliënten op 14 september 2022 is gedaan.
Cliënten
kunnen
zich niet verenigen
met
uw
besluit en
komen
daartegen,
conform
de
mogelijkheden die u daartegen openstelt, in bezwaar. De gronden van bezwaar treft u onderstaand aan.
WNTR Advoentuur ( Markt 48 4695 CH Sint-Moartenscijk | S
« ricadvocatuur.nl | £ info@wntradvocstuurnl
ZI2311952601D0C-23706219
Cliënten hebben uw raad verzocht het bestemmingsplan in te trekken. Nu de Voorzieningenrechter
het besluit tot vaststelling van bovengenoemd
bestemmingsplan
heeft geschorst, hebt u deze
bevoegdheid ook zonder meer. Opvallend genoeg is uw besluittot afwijzing van het intrekkingsverzoek geheel niet gemotiveerd. Verder is er geen afweging gemaakt en is ook niet gebleken van zorgvuldig onderzoek.
Uw besluit moet reeds om die reden n strijd met de algemene beginselen van behoorlijk
bestuur geoordeeld worden.
U hebt tegelijkertijd met de afwijzing van het intrekkingsverzoek aangegeven dat u een herstelbesluit hebt genomen. Het nemen van een herstelbesluit ontslaat uw raad echter niet van de verplichting de afwijzing van een intrekkingsverzoek deugdelijk te motiveren en in dat verband een afweging te maken, waarin u de belangen die gediend zijn met het verzoek afweegt tegen de overige belangen, en
in dat verband zorgvuldig onderzoek doet. Het s geheel niet gebeurd. Om die reden kan uw besluit niet in stand blijven en dient het te worden herroepen. Voor zover u kon volstaan met het nemen van een herstelbesluit - quod non — geldt dat het besluit tot
vaststelling, in combinatie met het herstelbesluit, (nog altijd) gebrekkig s en uw besluitvorming de toets der kritiek niet kan doorstaan. In dit verband verwijs ik naar het beroepschrift dat op 16 juní is
ingediend en genoeglijk bij u bekend is. Ik heb dit bij het intrekkingsverzoek van 14 september 2022 reeds meegezonden. Verder verwijs ik naar de brief die heden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd gezonden met het oog op het herstelbesluit en die ik bij dit bezwaarschrift
heb gevoegd (./... De gronden die in dat kader zijn aangevoerd, dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Aanvullend daarop geldt het volgende.
Zoals eerder aangevoerd, dient u een intrekkingsverzoek zorgvuldig te behandelen en een gedegen afweging te maken. Gezien het feit, dat tot nu toe enkel negatieve uitspraken met het 00g op dit plan zijn gedaan, kon uw raad niet voorbijgaan aan het feit dat de aanvaardbaarheid van dit plan, zacht gezegd, (nog altijd) onder druk staat. U hebt dat niet onderkend Ook met het herstelbesluit is nog
altijd geen sprake van een plan dat de toets der kritiek kan doorstaan. Uw besluitvorming is namelijk (ì in strijd met de eisen van een goede ruimtelijke ordening, (i) in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, (ÏÌ) in strijd met uw eigen beleid, (iv) in strijd met de provinciale regelgeving en daarnaast (v) is op geen enkele wijze onderbouwd dat het plan ruimtelijk en kwalitatief aanvaardbaar is. In dat verband geldt, dat u uitgangspunten — die ook provinciaal leidend zijn — aan dit besluit ten grondslag legt, maar daar vervolgens weer van afwijkt. U haalt namelijk de “saneringsdrempels” met dit plan niet. Daarnaast brengt u illegale bebouwing in, benadert u deze
bebouwing niet consequent, wijkt u — niet gemotiveerd en ondeugdelijk — van het oordeel van uw adviseur af en gaat u volstrekt voorbij aan ruimtelijke kwaliteitsuitgangspunten. Verder hebt u
wijzigingen in de cijfers aangebracht, terwijl niet duidelijk is hoe deze tot stand zijn gekomen en hoe het mogelijk is dat deze tot drie keer toe zijn gewijzigd. Ook staat de (ruimtelijke) afdwingbaarheid van
sloop niet vast en rekent u “kwaliteitsverbetering” dubbel mee of u rekent met kwaliteitsverbetering, voor zover die er is (quod non), die zich al heeft uitbetaald in een omzetting. Ook “saldeert” u niet en
rekent u oppervlaktes mee, die vervolgens weer kunnen "teruggeplaatst”. Verder hebt u bebouwing meegerekend die al is ingestort. Het plan borgt ook niet hetgeen is beoogd en het plan moet om die reden i strijd met de rechtszekerheid geoordeeld worden
U hebt geprobeerd er met dit plan een draai aan te geven, maar met een goede ruimtelijke ordening
en een conseguent ruimtelijk beleid heeft dit niets te maken. Daar komt bij dat uw besluit niet duidelijk is en ook niet helder is wat uw raad nu heeft vastgesteld.
U had dit besluit, zeker gezien het feit dat met dit herstelbesluit nog altijd niet in een aanvaardbaar
plan is voorzien, niet kunnen nemen. In dit verband verwijs ik nogmaals naar de stukken die n beroep zijn ingebracht. U gaat ook voorbij aan het feit dat de initiatiefnemer cijfers heeft ingebracht die niet kloppen. In dat verband geldt dat inmiddels de derde (!) wijziging is aangebracht in de cijfers. U bent E
ZI2311952601D0C-23706219
daardoor evident onjuist geïnformeerd. Door cliënten is dit meermaals aangegeven en onderbouwd
en zelfs in uw raadsvergaderingen aan de kaak gesteld. U kunt dit niet blijven negeren en kan ook niet zonder gevolgen blijven. Er had n dit geval een belangenafweging gemaakt moeten worden, waar! de belangen van de verzoekers de doorslag hadden gegeven en tot intrekking was overgegaan. Het is nog niet te laat en u kunt nog altijd het juiste besluit nemen. Ik verzoel u dit bezwaar gegrond te verklaren, uw besluit te herroepen, alsnog tot intrekking over te gaan en de proceskesten te vergoeden.
ZI2311952601D0C-23706219
H
gemeent
Hoeksche Waard
Postbus
WNTR
Advocatuur
de heer M.J.J.
de Winter Bezoekadressen
Markt 48
4695 CH
2003
3260 EA Oud-Beijerland
B.V.
Sint-Maartensdijk
Kijk op www gemeentehw‚nl <140
186088 -647 3647
© info@gemeentehw.nl www.gemeentehw.nl
Beste meneer De Winter,
Onderwerp Beslui raad 7 februarl
In de brief van 6 januari 2023 informeerde ik u over het feit dat de gemeenteraad op 7 februari 2023 een besluit zou nemen over het herstelbesluit bestemmingsplan ’Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek'. Daarnaast zou de gemeenteraad
2023 Datum 8 maart2023
beslissen over uw verzoek (namens omwonenden) tot het intrekken van dit
bestemmingsplan. (n navolging hiervan deel ik u het volgende mee. Contactpersoon Lesbeth Bos
De gemeenteraad besloot tot het nemen van een herstelbesluit en het afwijzen van uw verzoek tot het intrekken van het bestemmingsplan ‘Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek In de bijlagen bij deze brief treft u het raadsvoorstel, het extern juridisch advies en het raadsbesluit van 7 Februari 2023 aan. Voor de overige bijlagen bij het
Bijlage 3
Ons kenmerk
raadsvoorstel verwijs ik u naar onze website: www.gemeentehw.nl,
ze2ns5232
bestuur&organisatie, gemeenteraad, agenda's&vergaderstukken, 7 februarl 2023. Voor de bestuiten en de motivering van de besluiten verwijs k u naar genoemde
bijlagen, welke hier als herhaald en ingelast beschouwd moeten worden, Wij leggen het herstelbesluit ter inzage Het raadsbesluit, het bestemmingsplan 'Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek' en alle bijlagen liggen met ingang van donderdag 9 maart 2023 tot en met woensdag 19 april 2023 ter inzage. U kunt de stukken bekijken op de website
www ruimtelijkeplannen.nl (onder plannummer: NLIMRO. 1963 P THLv{stede 1 VG02). Wanneer u de stukken in het gemeentehuis of servicepunt wilt nzien, kunt u daarvoor vooraf een afspraak met mij maken.
Tegen het herstelbesluit staat rechtstreeks beroep open bij de Raad van State Tegen het herstelbesluit kan met ingang van donderdag 9 maart 2023 tot en met woensdag 19 april 2023 beroep ingediend worden. Een beroepschrift kan alleen
betrekking hebben op de wijzigingen die zijn aangebracht ten opzichte van het op 26 april 2022 vastgestelde bestemmingsplan. Het is niet mogelijk tegen de andere onderdelen van het bestemmingsplan beroep in te stellen. Omdat u reeds een beroepschrift tegen het bestemmingsplan indiende, hoeft u niet opnieuw beroep in te stellen, Uw ingediende beroep is van rechtswege gericht tegen de wijzingen.
Meer
dan
waard.
12
ZI2311952601D0C-23706219
Tegen het afwijzen van uw intrekkingsverzoek kunt u een bezwaarschrift indienen U kunt uw bezwaarschrift binnen zes weken na het verzenden van deze brief
indienen. Dit doet u door een brief te sturen aan de raad van de gemeente Hoeksche Waard, Postbus 2003, 3260 EA Oud-Beijerland.
In uw bezwaarschrift moet v in ieder geval de volgende gegevens vermelden: .
uw naam en adres;
de datum waarop u de brief verzendt (de dagtekening); omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht; de reden van bezwaar;
een ondertekening met naam en handtekening. Graag ontvangen wij naast bovengenoemde gegevens uw telefoonnummer en emailadres. Aan het behandelen van uw bezwaarschrift zijn geen kosten verbonden. Het indienen van een bezwaarschrift stelt het besluit niet uit. Een bezwaarschrift
heeft namelijk geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit nu al geldt. Wilt u het besluit vanwege de spoedeisendheid laten uitstellen, dan kunt u een voorlopige voorziening vragen. Het verzoek om voorlopige voorziening stuurt u aan de voorzieningenrechter van de Raad van State, Afdeling Bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact met mij op. U kunt mij bereiken via telefoonnummer 0886741251 of via email liesbeth.bos@gemeentehw,nl. Ik a ervan uit dat u uw cliënten zelf over het bovenstaande op de hoogte stelt. Met vriendelijke groet,
namens burgemeester en wethouders, Liesbeth Bos
Juridisch adviseur omgeving Deze briefs digitaa! goedgekeurd en daarom niet persoonlijk ondertekend.
Meer dan waard.
2/2
ZI2311952601D0C-23706219
Aantekenen
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA
DEN
HAAG
Sint-Maartensdijk, 12 april 2023 (geanonimiseerd) / Hoeksche Waard Ons kenmerk: 210013, BN.
Onderwerp: gronden (wijzigings)besluit,
bestemmingsplan ‘Laan van Heemstede (naast 60)
de Winter LLM,
BEd
—
Puttershoek’, uw kenmerk: 202203745/1/R3
GRONDEN TEGEN (WIJZIGINGS)BESLUIT
Hoogedelgestreng college,
Tot mij wendden zich:
(hierna te noemen: “cliënten”) te dezer zake domicilie kiezende aan de (4695 CH) Markt 48 te SintMaartensdijk ten kantore van mr. M.J.J. de Winter, advocaat.
Cliënten namen kennis van de publicatie van 8 maart 2023, waarin aangegeven is dat de raad van de gemeente Hoeksche Waard (hierna ook: ‘raad”) op 7 februari 2023 besloot wijzigingen aan te brengen in het vastgestelde bestemmingsplan ‘Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek' (./.). Met ingang van 9 maart 2023 tot en met woensdag 19 april 2023 kan beroep worden ingediend. In uw brief van 22 maart j hebt u mij in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 19 april 2023 te laten weten of cliënten het eens zijn met dit besluit.
WNTR Advocatuur|
Markt 48
4695 CH / Sint-Maantensdijk
ZI2311952601D0C-23706219
Zoals bij uw Afdeling genoeglijk bekend is, hebben cliënten beroep ingediend tegen het vastgestelde bestemmingsplan en de Voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen. Dit verzoek is toegewezen en het besluit is geschorst. Nu in het beroepschrift een uitgebreide inleiding en toelichting is gegeven, kan een inleiding in dit stuk achterwege blijven. Cliënten kunnen zich niet vinden n het gewijzigde besluit en verwijzen in dit verband (ook) naar de
inhoud van het op 16 juni 2022 ingediende beroepschrift. De inhoud hiervan is ook met het oog op de wijzigingen (zeer) relevant. Onderstaand zal ik aanvullend hierop toelichten waarom cliënten zich niet kunnen vinden in het gewijzigde besluit en daartoe gronden aanvoeren.
1.
Wijzigingsbesluit niet duidelijk; wat heeft de raad nu besloten?
De raad heeft met dit besluit beoogd wijzigingen aan te brengen in het vastgestelde bestemmingsplan. Onderstaand heb ik een screenshot opgenomen van de link naar het raadsbesluit, zoals dit op de website van de gemeente te vinden is, en waar door het college ook naar verwezen wordt. Raadsbesluit
651572
L
EN
Het volledige raadsbesluit dat op de gemeentelijke website!, onder bovengenoemde link, opgenomen is, heb ik eveneens bijgevoegd (productie 1). Dit besluit telt twee pagina's en daaruit is niet op te
maken welke wijzigingen nu beoogd en doorgevoerd zijn, en waar door de raad op is besloten. In het besluit wordt melding gemaakt van een bijlage, maar deze bijlage is niet bij het raadsbesluit gevoegd. Ook ontbreekt de planidentificatie.
Op www‚ruimtelijkeplannen.nl is een vaststellingsbesluit opgenomen, zie onderstaand screenshot. an
Heemstede
(naast
60)
DOCUMENTEN
Documenten B
“
Regels
D Toelichting (PDF) B
Bijlage bij regels
B
Bijlage bij toelichting
ID vaststellingsbesluit (PDF)
Ook onder deze link is hetzelfde, twee pagina tellende, raadsbesluit (productie 2) opgenomen, zonder bijlagen en zonder planidentificatie. * https://hoekschewaard. raadsinformatie.nl/vergadering/1068448,
ZI2311952601D0C-23706219
Op basis van het voorgaande is niet duidelijk waar de raad nu precies op heeft besloten en welke wijzigingen de raad nu precies heeft vastgesteld. Het is ook niet navolgbaar dat de regels, toelichting en verbeelding ‘gedekt’ worden door een raadsbesluit. Zeker nu ook de planidentificatie ontbreekt, is het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid vastgesteld. 2.
Wijzigingen inhoudelijk
Voor zover uw Afdeling van oordeel is dat sprake is van een toereikend raadsbesluit geldt het volgende. Cliënten hebben gezien dat er wijzigingen zijn aangebracht in de toelichting, regels en de verbeelding. Toelichting In de toelichting zijn er wijzigingen aangebracht ten aanzien van, voornamelijk, de saneringslocaties. Ik zal de wijzigingen onderstaand bespreken.
Oud Bonaventurasedijk 83 Maasdam Op pagina 10 van de plantoelichting is een wijziging aangebracht. ingebracht
Daartegen wordt het volgende
Voor de goede wordt opgemerkt dat deze ocatie reeds gesaneerd is. In het 0og springt dat de raad —
wederom = de inbreng van het saneringsoppervlak voor deze locatie wijzigt. In 2018 werd nog uitgegaan van een saneringsoppervlakte van 1.857 m2 glas en 366 m2 steen, Dit is n lijn met de door de initiatiefnemer op 12 april 2017 ingebrachte meting, die als bijlage is bijgevoegd (productie 3). In het plan dat door de raad op 26 april 2022 werd vastgesteld, is uitgegaan van een saneringsoppervlakte van 1866 m2 glas en 369 m2 steen. In de wijziging zoals deze nu voorligt, gaat de raad uit van een saneringsoppervlakte van 2.058 m2 glas en 329 m2 steen, waarbij voor ‘steen’ gerekend is met een bedrijfsruimte van 245 m2 en een schuur van 84 m2. Door de raad is niet toegelicht of onderbouwd hoe het mogelijk is dat voor één locatie tot drie keer toe de oppervlakte gewijzigd is, zonder ook maar te duiden hoe dit kan worden verklaard. De berekening die nu door de raad wordt gehanteerd, strookt ook op geen enkele wijze met de berekening die in 2017 door de initiatiefnemer is gemaakt. De berekening van de initiatiefnemer gaat
uit van een bedrijfsruimte van 243 m2 en een schuur van 126 m2, De sprong die door de raad nu gemaakt is, kan niet worden verklaard en strookt niet met de berekening die in 2017 is uitgevoerd en de bebouwing die n werkelijkheid aanwezig was. De benadering van de raad is niet navolgbaar en
heeft geen (deugdelijke) basis. Dit is door de raad ook niet geduid. Daarnaast moet dit in strijd met zorgvuldigheid geoordeeld worden. Van een toereikende motivering is ook geen sprake. Verder geldt het volgende. Tot begin 2018 was de initiatiefnemer van het onderhavige plan (ook) eigenaar van de locatie aan de Oud Bonaventurasedijk 83 in Maasdam. Nadien heeft hij de locatie verkocht aan de huidige eigenaar.
Voor de aanwezige kassen en de schuur is een sloopvergunning verleend. De bedrijfsruimte die door de raad in de toelichting benoemd is, is geen onderdeel van de sloopvergunning en deze is nog altijd op het perceel aanwezig.
De raad gaat uit van een te slopen oppervlakte aan steen van, in totaliteit, 329 m2. Daarbij heeft de raad echter over het hoofd gezien, althans niet beschouwd en onderkend, dat de locatie niet (meer) in eigendom is van de initiatiefnemer, de bedrijfsruimte nog altijd aanwezig is, buiten de sloopvergunning is gehouden en ook niet, althans dat s niet gemotiveerd, kan worden afgedwongen dat deze bedrijfsruimte ook daadwerkelijk wordt gesaneerd. Sterker: de huidige eigenaar heeft de bedrijfsruimte opgeknapt en het i allerminst waarschijnlijk — en kapitaalvernietiging — dat de huidige -3-
ZI2311952601D0C-23706219
eigenaar tot sloop zal overgaan. Dit terwijl deze bebouwing wel als te saneren oppervlakte is meegenomen, en als ruimtelijke kwaliteitswinst is meegerekend. Dit terwijl het plan op dit onderdeel niet afdwingbaar en uitvoerbaar is.
Gelet op het voorgaande is de kwaliteitswinst aan steen, indachtig de berekening van de raad, realistischerwijs op zijn hoogst 84 m2.
Voor zover de eigenaar wel bereid zou zijn de bedrijfsruimte te slopen - hetgeen, zoals hiervoor werd aangegeven, onwaarschijnlijk is — zou dit ertoe kunnen leiden, dat de eigenaar n kwestie een nieuw
gebouw plaatst, dan wel vergunning of anderszins toestemming vraagt c.q. krijgt voor het gebouw. De inhoud van de woning met aanbouw op de locatie bedraagt momenteel 354 m3. Dat betekent, gezien de maximale inhoudsmaat die op de locatie toelaatbaar is, dat nog forse bebouwingsmogelijkheden resteren. Die mogelijkheden zijn zo fors dat zelfs een grotere inhoud kan worden teruggebouwd dan
de woning die nu aanwezig i. Ik heb het dan nog niet eens over de vergunningsvrije mogelijkheden. De door de raad veronderstelde
kwaliteitswinst doet zich dan ook niet voor. Immers, het oppervlak
dat de raad nu betrekt, is geen 'winst’. Er zijn op het perceel gewoon nog bouwmogelijkheden. De raad had - voor zover een en ander al kwaliteitswinst zou opleveren, waarover
hierna meer - moeten
“salderen”, maar heeft dat nagelaten. De kwaliteitswinst waar de raad mee heeft gerekend is eenzijdig,
en houdt geen rekening met de concrete situatie en resterende mogelijkheden. De berekening is dan ook niet juist, maar van kwaliteitswinst is in de opzet van de raad ook geen sprake. Met een goede ruimtelijke ordening heeft dit ook niets van doen.
Zoals in het beroepschrift, zoals dit namens cliënten op 16 juni 2022 is ingediend, reeds is aangekaart doet de ruimtelijke kwaliteitswinst, voor zover aanwezig, zich ook niet voor, omdat deze reeds is uitbetaald in de omzetting. Op geen enkele wijze wordt onderbouwd, ook in het herstelbesluit niet,
waarom eveneens op een andere locatie tot uitbetaling van vermeende kwaliteitswinst zou mogen worden overgegaan. In de ogen van cliënten is dat, met het 08 op omzetting, niet (meer) mogelijk. Zoals in het beroepschrift ook s onderbouwd, geldt dat grote, zeer grote, voordelen zijn behaald met
de omzetting van deze locatie naar een woonbestemming, Immers, agrarische percelen zijn (zeer) moeilijk verkoopbaar. Deze moeten namelijk agrarisch gebruikt worden, hetgeen voor veel particulieren nauwelijks te realiseren is en ook banken verstrekken niet of nauwelijks financieringen voor dit soort locaties. De omzetting strekt dan ook = ruimtelijk en economisch
tot het voordeel van
de eigenaar, hetgeen door de raad geheel niet meegewogen is, ook niet in dit herstelbesluit. Dat er bebouwing gesaneerd wordt, is niet meer dan logisch, nu tegenover de sanering hiervan een waardevolle woonbestemming staat, die tot grote voordelen strekt. De slotsom is dan ook de ruimtelijke kwaliteitswinst zich reeds heeft uitbetaald en door de raad nu “dubbel” wordt ingezet. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is dit niet begrijpelijk en van een ruimtelijke kwaliteitswinst — dan wel een gelijkblijvende kwaliteit — is geen sprake. Verder geldt, dat de ruimtelijke kwaliteitswinst zich ook anderszins niet voordoet, nu de sloop van de bedrijfsruimte niet afdwingbaar is, althans dit niet vaststaat, en er ook nog bebouwingsmogelijkheden resteren, die niet betrokken zijn. Derde Kruisweg 1 ‘s-Gravendeel
Eveneens op pagina
10 van de plantoelichting
is een wijziging ten aanzien van deze locatie
aangebracht. Daartegen wordt het volgende ingebracht.
De raad heeft het nu over “vergunde” agrarische bedrijfsbebouwing. Dit deel van de toelichting bevat echter een contradictio in terminis. Waar de raad namelijk spreekt over
“vergunde”
agrarische
bedrijfsbebouwing wordt in de tweede volzin ("De kas (.… geplaatst”) gesteld dat de kas niet conform de situatietekening behorende bij de bouwvergunning [is] geplaatst. Dit betekent dat er dus voor het bouwwerk dat thans aanwezig is géén vergunning is (verleend). Dat strookt niet met elkaar.
ZI2311952601D0C-23706219
Het bouwwerk uit de vergunning waar de raad op doelt, is in de lengterichting vergund, evenwijdig
aan de weg. Ik heb onderstaand een uitsnede van de vergunning opgenomen. s
}
6 N
í Ä
w
*
!
h
s :
À
E
k
EN e i
S
i
\
>
d
n
/
/
v
\
|À
/
á
|
|
viet
|
d
N
y
Het bouwwerk dat thans op locatie aanwezig is, staat haaks op de Derde Kruisweg te ’s-Gravendeel. Ik heb onderstaand een uitsnede van de luchtfoto opgenomen.
ZI2311952601D0C-23706219
ZI2311952601D0C-23706219
Verder stroken de feitelijke afstandsmaten tot de perceelsgrenzen niet met de maatvoering zoals
weergegeven op de overzichtssituatie. Ook de overige afmetingen lijken niet te kloppen. Kortom: het bouwwerk dat thans aanwezig is, strookt op geen enkele wijze met het bouwwerk dat op de tekening is vermeld. Waar de raad stelt dat de kas niet conform situatietekening is, geldt volgens cliënten dat
er in het geheel geen vergunning is voor het bouwwerk zoals dit thans aanwezig is, Dat heeft de raad niet onderkend. De motivering van de raad klopt ook niet.
De raad stelt nog dat het ontbreken van een vergunning niet wegneemt dat de kas op het perceel aanwezig is en dat de sanering daarvan leidt tot een ruimtelijke kwaliteitswinst. Het is een onbegrijpelijk standpunt en overigens volstrekt onjuist. De raad kiest ervoor om met de opperviakte
van een illegale kas te rekenen. Daarmee wordt illegaal bouwen, want dat is het, beloond en uitbetaald in bebouwingsmogelijkheden elders.
Tegen de bebouwing kan handhavend worden opgetreden. Daar is geen ruimte voor ruimteregeling dan wel saneringsregeling voor nodig, Immers, deze staat er illegaal en er is geen planologische basis
voor. Als het gemeentebestuur werkelijk van oordeel is dat er op deze locatie winst kan worden geboekt, dan wordt er verantwoordelijkheid genomen en handhavend opgetreden. Niets is echter minder waar. Er loopt namelijk een handhavingstraject — daar is in het beroepschrift van 16 juni 2022
ook aandacht voor gevraagd - maar het gemeentebestuur weigert verantwoordelijkheid te nemen (op basis van een handhavingsverzoek van een belanghebbende). Het is op geen enkele wijze te verantwoorden, dat de raad met een illegaal bouwwerk een nieuwe inbreuk in kwetsbaar buitengebied probeert te rechtvaardigen. Dat er vergunning zou zijn voor een andere kas, houdt geen verband met de kas die nu aanwezig is. Voor zover al relevant, kan die vergunning, alleen al door het verloop van tijd, maar ook om planologische redenen, worden ingetrokken, als er überhaupt nog gebouwd kan worden. Het was en
is aan het gemeentebestuur om daar beleid op te voeren, en het vergunningenbestand actueel te ‘houden met het oo op ruimtelijke overwegingen.
De conclusie is dat er op geen enkele wijze sprake is van ruimtelijke kwaliteitswinst c.q. afdoende kwalitatieve maatregelen, noch is dit onderbouwd, In dit verband wijs ik voor de volledigheid ook op hetgeen eerder, in beroep, reeds is aangevoerd.
Ik neem u ook mee in de advisering van het Kwaliteitsteam van de gemeente Hoeksche Waard (“kwaliteitsteam”), die over deze locatie een advies heeft uitgebracht bestemmingsplan. Het kwaliteitsteam zegt over deze locatie het volgende:
met
het
oog
op
dit
“advies positief onder voorwaarde: Het bestaande gebouw wordt toegestaan, maar niet de functie kas. Dan is er dus planologisch - juridisch gezien geen verbetering of kwaliteitswinst als de kas wordt opgeruimd (… Kortom, het kwaliteitsteam stelt zich op het standpunt dat de kas, die hier aan de orde is, niet is toegestaan. Over de kas kan dan ook geen twijfel bestaan. En dat klopt natuurlijk ook. Immers, de bestemmingsplanvoorschriften zijn klip en klaar op dit punt: kassen zijn uitsluitend binnen een
bouwvlak en dan ook nog alleen als de aanduiding g/astuinbouw is opgenomen, toegestaan (artikel4.2 bouwregels, meer specifiek artikel 4.2.1, bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas). Er is hier,
getuige de verbeelding, géén bouwvlak toegekend en ook de bedoelde aanduiding ontbreekt, en dus is, zoals het kwaliteitsteam terecht stelt, een kas ook niet toegestaan. Het bijzondere is ook dat ditzelfde advies van het kwaliteitsteam — wederom — als bijlage bij de (gewijzigde) toelichting zit. Het
is dusde adviseur die in dit kader expliciet oordeelt dat er (planologisch-juridisch) geen kwaliteitswinst is, en toch gaat de raad hiervan uit. Dit ook nog eens zonder een deugdelijke onderbouwing. Het is
ZI2311952601D0C-23706219
volstrekt onnavolgbaar. Daar komt bij, dat ook hier de oppervlakte is aangepast, zonder dat de raad geduid heeft hoe deze wijziging kan worden verantwoord. Tot slot geldt dat in de berekening een gebouw is meegerekend, dat is ingestort. Het gemeentebestuur is hier l lange tjd van op de hoogte, ook voordat dit herstelbesluit genomen is, maar in de gewijzigde toelichting is hier niets van terug te lezen. Nu het is ingestort, heeft het probleem zich vanzelf opgelost, en kan dit niet worden aangewend voor bouwmogelijkheden elders. Daar komt bij dat niet navolgbaar is hoe de gewijzigde oppervlakte van dit gebouw kan worden verklaard. Derde Kruisweg (0ng.) Strijen Op pagina 11 van de plantoelichting is een wijziging ten aanzien van deze Daartegen wordt het volgende ingebracht
locatie aangebracht.
In eerste instantie werd voor deze locatie met een saneringsoppervlak gerekend van 115,75 m2. De raad heeft er n de gewijzigde toelichting echter voor gekozen niet (meer) met dit opperviak te rekenen, maar te rekenen met een oppervlakte van 30 m2, “omdat hiervoor geen bouwvergunning gevonden is”. Op zichzelf is het goed dat de raad (eindelijk) erkent, dat het ontbreken van een bouwtitel niet beloond mag worden met bouwmogelijkheden elders. Het bijzondere i echter dat voor
de locatie Derde Kruisweg 1 in ’s-Gravendeel (zie hiervoor) ook geen vergunning aanwezig is, maar de raad voor die locatie voldoende vindt dat “de betreffende kas op het perceel aanwezig is”. Dat strookt niet met elkaar en is volstrekt inconsequent.
Als de raad vindt dat het ontbreken van een vergunning doorslaggevend is, en dat vindt de raad, dan
moet dat ook consequent worden toegepast, en dan geldt ook voor de locatie aan de Derde Kruisweg 1 te ’s-Gravendeel dat de kas niet kan worden meegerekend. De lijn van de raad is inconsequent, niet
deugdelijk gemotiveerd en niet zorgvuldig. Met een goede ruimtelijke ordening heeft het al helemaal niets van doen. Voor het overige verwijzen cliënten naar de argumentatie die in het beroepschrift terzake is opgenomen. Op geen enkele wijze had de bebouwing ter plaatse meegenomen kunnen worden met het 008 op dit plan. Op pagina 16 van de plantoelichting is het volgende gesteld: ‘In de toelichting bij artikel 69 wordt het volgende aangegeven: 'Bij aanvullende ruimtelijke maatregelen gaat het onder andere om de maatregelen uit de regelingen ‘ruimte voor ruimte’ en
‘nieuwe landgoederen’. Op basis van deze voormalige regelingen kon in ruil voor de sloop van 1.000 m2 bebouwing of 5.000 m2 kassen een woning buiten BSD worden gebouwd, Bij de beoordeling van de aanvullende
ruimtelijke
(kwaliteits-]
maatregelen
hanteren
wij vooralsnog
deze
oppervlaktes
als
uitgangspunt. Dit beleid heeft tot doel verstorende bedrijfsbebouwing in het landelijk gebied te slopen om hiermee de kwaliteit van het landelijk gebied te verbeteren.”
Op pagina 17 volgt vervolgens een nieuwe tabel. Deze is onderstaand opgenomen.
Inbreng
glas (mi)
steen (mÌ)
Oud-Bonaventurasedijk 83 Maasdam Hoeksedijk $8 Maasdam
2058
329 344
0.7406 0,0344
Derde Kruisweg 1 's-Gravendeel
97
20
0,09994
30
0030
|4134
0,90494
Locatie
Derde Kruisweg (ong.) Strijen 2457,7(:5)
ZI2311952601D0C-23706219
De opzet van het initiatief is zo, dat de te saneren oppervlakte (elders) zodanig is dat, wat daar ook van zij, de gemeentelijke berekening uit moet komen op, n ieder geval, “1,00". In dit verband verwijs k ook naar de plantoelichting (vaststelling april 2022), waarin, op pagina 24, wordt gesproken over een “overschot” aan te saneren bebouwing.
Met deze wijziging wordt “1,00" echter niet gehaald (!). Dit terwijl het, (i) getuige de hiervoor gememoreerde plantoelichting een primair uitgangspunt is en (ii) ook in de huidige versie van de plantoelichting nog altijd uitgangspunt ís. Immers, op pagina 16 (zie hiervoor) is gezegd dat de oppervlaktes (1.000 m2 aan bebouwing 5.000 m2 aan glas) nog altijd uitgangspunt zijn. In dit geval
wordt 1.000 m2 aan bebouwing echter niet gehaald, noch wordt 5.000 m2 aan glas gehaald. Dat betekent dan ook de ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen niet toereikend zijn, eenvoudigweg omdat de oppervlaktes niet worden gehaald. Voor zover een mix van steen en glas aanvaardbaar zou kunnen zijn - quod non — geldt dat “1,00" ook niet wordt gehaald. Van een toereikende ruimtelijke kwaliteit is dan ook geen sprake. Bijzonder genoeg wordt later in de plantoelichting aangehaald dat het hier om richtgetallen zou gaan. Dat strookt echter niet met de aangenomen uitgangspunten, noch volgt dit uit de actuele benadering
die de raad altijd heeft gehanteerd en nog steeds hanteert. Het lijkt erop, dat de raad de zaak niet sluitend gerekend kreeg, en er met dit herstelbesluit een draai aan heeft gegeven, De raad hanteert bij ruimtelijke kwaliteit kwantitatieve uitgangspunten, maar past deze vervolgens selectief toe. Het is onbegrijpelijk en niet aanvaardbaar. Vervolgens gaat de raad, op pagina 17 (tweede punt) van de plantoelichting, in op de feitelijke bebouwing. Dit terwijl de raad bij de Derde Kruisweg ong. in Strijen nu juist aangeeft dat de vergunde bebouwing leidend is. Immers, de niet vergunde bebouwing wordt in de berekening buiten beschouwing gelaten. Nu wordt in de ruimtelijke afweging tóch de feitelijke bebouwing meegenomen.
Dat strookt niet met elkaar. Daar komt bij dat in de provinciale regels wordt uitgegaan van ruimtelijke kwaliteit. Dit strookt niet met de uitgangspunten van de raad, die overigens in dit plan alle kanten op gaan en verre van consequent zijn. Het verwondert met name nu het kwaliteitsteam, bijvoorbeeld bij
de Derde Kruisweg 1 's-Gravendeel, tot het oordeel komt dat er geen kwaliteitswinst ís. Dit oordeel zit bij de bijlagen, maar de raad laat het links liggen, en beoordeelt de eisen terzake niet op de wijze
waarop ze bedoeld zijn. Vervolgens betrekt de raad ook de verharding er nog bij. De raad overweegt,
eveneens op pagina
17, dat op vier locaties in het buitengebied
ontsierende
bebouwing wordt gesaneerd. Zoals hiervoor al aangegeven, gaat het daarbij om ( niet vergunde, en dusillegale bebouwing, (ii) bebouwing die is ingestort, (Ï} bebouwing die juridisch-planologisch geheel niet s toegestaan en ook nog eens (iv) niet aan de uitgangspunten wordt voldaan. Dat de raad hier de
ontsierende bebouwing memoreert, stuit helemaal tegen de borst nu dît het gevolg is van jarenlang consequent de andere kant op kijken, geen (actief} ruimtelijk beleid voeren en op de handen zitten,
hetgeen nu “beloond” wordt met een compensatiewoning elders. Met een goede ruimtelijke ordening heeft dit niets van doen.
Volgens de raad worden met dit plan nog bestaande agrarische bouwpercelen in het buitengebied uit het bestemmingsplan gehaald. Ook dit argument kan niet gevolgd worden. De locatie aan de Derde Kruisweg 1 in ’s-Gravendeel is geen agrarisch bouwperceel. Dit geldt evenzeer voor de locatie aan de Derde Kruisweg ong. in Strijen. In het bestemmingsplan is géén bouwvlak voor deze locatie opgenomen.
Daarnaast
erkent de raad dat de bebouwing
illegaal staat. Voor de Hoeksedijk
58 in
Maasdam geldt dat deze locatie met een wijzigingsplan reeds eerder is omgezet. Dat is niet het gevolg
van dit plan, maar het gevolg van het wijzigingsplan dat hiervoor is gelopen. Ten aanzien van de Oud Bonaventurasedijk 83 geldt dat de bebouwing reeds is gesaneerd en in ruil hiervoor een woonbestemming is toegekend. Ook dat kan niet worden toegeschreven aan deze ontwikkeling. De argumentatie van de raad klopt niet. Daar komt bij dat aan de Laan van Heemstede bouwen in
ZI2311952601D0C-23706219
kwetsbaar
buitengebied
beoogd
wordt,
terwijl
de
opperviaktes
niet
gehaald
worden,
de
kwaliteitswinst niet onderbouwd is, illegale bebouwing wordt ingebracht, planologische winst wordt
meegerekend terwijl deze er niet is en dubbel gerekend” is door de raad. Dat dit gebied minder open
zou zijn, kunnen cliënten niet volgen. Het is kwetsbaar buitengebied, omringd door gronden die de bestemming ‘Natuur en Agrarisch met waarden’ hebben, allen voorzien van de aanduiding ‘openheid’. Daarmee is geborgd dat landschapswaarden beschermd dienen te worden. De omliggende gronden liggen ook in Natuurnetwerk Nederland en, onder meer, De Kreek, die eveneens strikt beschermd is, ligt n dit gebied. Ook op deze gronden kan de onderbouwing van de raad niet slagen Hoeksedijk 58 Maasdam
Ten aanzien van de locatie Hoeksedijk 58 is, op pagina 18, aangegeven dat een deel van de bebouwing buiten beschouwing blijft. Ook hier is de lijn van de raad dat niet vergunde bebouwing niet kan worden
meegerekend. Een lijn die in schril contrast staat tot de lijn bij de Derde Kruisweg 1 in ’s-Gravendeel. Op deze plaats verwijs ik volledigheidshalve explicit naar het beroepschrift, waarin uitgebreid is
ingegaan op deze locatie. Ten onrechte heeft de raad deze locatie betrokken n dit plan. De ruimtelijke kwaliteitswinst, voor zover aanwezig, is 'uitbetaald’ n een
nu dubbel
gedaan.
kwaliteitswinst
Daarnaast
is er sprake van een
kan ook op deze gronden
eerder gelopen wijzigingsplan. Dat wordt
strijdige situatie op de locatie. Van een
geen sprake
zijn. Ten onrechte
heeft de raad dit niet
onderkend.
Waar de raad onder paragraaf 3.4.1 van de toelichting een rekensom maakt (pagina 23 onderaan; in
vervolg op paragraaf 3.3.1, pagina 17), ziet hij de eerder gememoreerde strijdigheden en onjuistheden volledig over het hoofd. De raad stélt wel vast te houden
aan afspraken over het saneren van
bedrijfsbebouwing, maar doet deze in de ban nu de drempel, zoals hiervoor ook toegelicht, met deze sanering geheel niet wordt gehaald. Vervolgens wil de raad ook nog doen geloven dat het toepassen van de ruimte voor ruimteregeling niet noodzakelijk is (pagina 23, onderaan) om een woning op de
beoogde locatie toe te staan, Cliënten kunnen dit niet volgen. Immers, de bescherming van de landschapswaarden staat op de initiatieflocatie voorop, evenals behoud en versterking van openheid. Zoals in het beroepschrift uitgebreid is gemotiveerd,
zegt de Omgevingsvisie
over de zogeheten
“Hoeksche Waarden’ het volgende:
-
Versterken en in stand houden van het patroon van groene dijken en kreken. Versterken van het recreatieve netwerk, gekoppeld aan de groenblauwe structuur van kreken
en dijken. - _ Versterken van de herkenbaarheid van cultuurhistorisch landschap en haar iconen. Versterken van het contrast tussen grote open ruimten en groene randen en groene gebieden
binnen de open ruimtes. Hierbij rekening houden met de lange zichtlijnen ‘van dijk tot dijk’. Het
is in dat
licht onbegrijpelijk
dat
de
raad
onder
3.4.1
deze
stelling
inneemt.
Door
het
gemeentebestuur worden vergunningen vanwege dit beleid geweigerd, en de raad wil nu volhouden dat er — beleidsmatig — geen beperkingen zijn? Het is de miskenning van eigen beleid, maar eveneens van provinciale regelgeving. Het is niet navolgbaar en ondoordacht. Met een goede ruimtelijke ordening heeft het ook niets van doen.
In paragraaf 3.4.3 is de tekst rondom de inhoud van de woning gewijzigd. Ook deze argumentatie kan niet gevolgd worden. Immers, zoals eerder al aangegeven gaat de raad, onder meer, van verkeerde
uitgangspunten uit en betrekt hij illegale bebouwing in de ruimtelijke afweging. Daar komt bij, dat eerder in beroep de landschappelijke analyse en het tuinontwerp bestreden zijn. Daar komt bij, dat de landschappelijke analyse die bij het plan gevoegd is, uitgaat van oude grondslagen, die met dit herstelbesluit verlaten zijn en geheel niet meer actueel zijn. Daarmee is ook de grondslag voor dit plan,
wat daar verder ook van
zij, niet toereikend.
Ook
op deze gronden
is dit plan ruimtelijk en
stedenbouwkundig niet aanvaardbaar. -10-
ZI2311952601D0C-23706219
Tot slot wordt in paragraaf 3.4.5 door de raad getracht het advies van het kwaliteitsteam over de Derde Kruisweg 1 in ’s-Gravendeel en Derde Kruisweg Ong. in Strijen te nuanceren. Dit advies van het kwaliteitsteam is echter nog altijd in ongewijzigde vorm bij het plan gevoegd en heeft in de ogen van cliënten dan ook nog altijd als hét advies van het kwaliteitsteam te gelden. Als de raad de bedoeling heeft gehad om van het advies van het kwaliteitsteam af te wijken, dan had hij dit expliciet moeten vermelden. Nu spreekt de raad voor het kwaliteitsteam en dat is niet toelaatbaar. Het standpunt van
de raad klopt ook niet, nu een kas een eigenstandige positie inneemt in het bestemmingsplan en binnen dit plan kassen niet zijn toegelaten, zoals expliciet volgt uit de bouwregels (zie hiervoor). Ook de stelling met betrekking tot de Derde Kruisweg ong. is onnavolgbaar. De raad stelt dat er voor deze locatie wel een bouwvlak aanwezig is. Ik heb onderstaand een uitsnede van ruimtelijkeplannen.nl voor deze locatie opgenomen.
@
om trkeiesterming
Foncieaanddang
De
locatie
heeft
de
enkelbestemming
‘Agrarisch
met
waarden
—
Landschapswaarden’.
Een
bedrijfswoning is uitgesloten. Ik heb — llustratie strikt ter — onderstaand een uitsnede van ruimtelijkeplannen.nl opgenomen van een ocatie die iets verderop gelegen is, en waar wél een bouwvlak is opgenomen, zodat u kunt zien hoe de planmaker bouwvlakken toekent en deze ook behoort toe te kennen, zodat er een duidelijke koppeling is met de planregels.
l
ZI23/195260/D0C-23706219
@ o 73 Enkebestemming
0
t
C
ouwak
e
Het is geen hogere wiskunde: als er een bouwvlak is toegekend, is dat expliciet op de verbeelding
aangegeven. Dat is op de locatie die hier aan de orde is níet het geval! De stelling van de raad is onnavolgbaar, volstrekt onjuist, niet te verenigen met de bestemmingsplansystematiek en overigens ook vanuit het recht niet navolgbaar, nu bouwvlakken simpelweg expliciet moeten worden toegekend
(legaliteit, rechtszekerheid). Ik verwijs volledigheidshalve naar de legenda van dit plan (onderstaand) waar dit ook expliciet is vermeld (zie onderaan, bij ‘bouwvlakken’).
ZI2311952601D0C-23706219
Legenda
SE
e wminge
spont n
touw
otkoe’
vaar voonetes
Dubbelbestemmingen
Bouwvlakken
DS
tm
RO2006
Gebiedsgenchte besluiten
DE
vommgebos
eons a e
De enige juiste conclusie is dat er geen bouwvlak is toegekend Planregels
Het herstelbesluit beoogt ook een wijziging van de planregels. In dat verband is artikel 6.2.2., onder a, van de planregels gewijzigd. Aan die regéls is toegevoegd de intrekking van de vergunning voor een
kas uit 1960. Met deze planregel bevestigt de raad de mogelijkheden van een intrekking en daarin kan ook de bevestiging worden gevonden van hetgeen ik onder “Derde Kruisweg 1 te ’s-Gravendeel” heb aangevoerd. De planregel regelt echter slechts de intrekking door het college, maar gaat eraan voorbij,
dat de vergunninghouder hiertegen kan opkomen en dit onderwerp van rechterlijke toetsing kan zijn. Op dat moment kan het college de vergunning wel ingetrokken hebben, en daarmee dus aan de voorwaarden voor de voorwaardelijke verplichting voldaan zijn, maar als de bestuursrechter die
intrekking vernietigt, herleeft de vergunning. Dat is met deze planregel niet ondervangen. Ook hetgeen e
ZI2311952601D0C-23706219
onder 6.2.2, onder b, is geregeld kan de toets der kritiek niet doorstaan. Het tuinontwerp dateert uit 2018 en geeft onvoldoende zekerheid voor een landschappelijke inpassing en moet ook strijdig met het
gemeentelijk
beleidskader
geoordeeld
worden.
Voor
het
bepaalde
onder
c geldt
dat
de
landschappelijke analyse niet aan de uitgangspunten van het herstelbesluit voldoet, zodat hier niet naar kan worden verwezen. Daar komt bij dat de tekeningen tegenstrijdig zijn met de aanpassingen
die in het herstelbesluit zijn gedaan. De landschappelijke analyse kon niet ten grondslag worden gelegd aan de regels.
Het besluit van de raad moet ook in strijd worden geoordeeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het motiveringsbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel. Dit is het geval, nu de raad de ruimtelijke kwaliteit niet heeft onderbouwd en ook de wijzigingen geenszins
deugdelijk
heeft
gemotiveerd.
Verder
is de
voorwaardelijke
verplichting
in
strijd
met
de
rechtszekerheid. Ook de afweging die de raad heeft gemaakt, in het licht van een goede ruimtelijke ordening, kan de toets der kritiek niet doorstaan. Voor het overige zij integraal verwezen naaral hetgeen eerderin beroep is aangevoerd. n dit verband vraag ik nogmaals aandacht voor het feit dat er sprake is van een lopende handhavingsprocedure. De raad heeft zich hiervan volstrekt onvoldoende rekenschap gegeven.
Cliënten zijn ook van oordeel dat, gelet op het voorgaande, de raad niet had kunnen weigeren het bestemmingsplan n te trekken In dat verband wordt volledigheidshalve ook verwezen naar het bezwaarschrift dat aan de raad van de gemeente Hoeksche Waard werd gezonden (productie 4).
Cliënten kunnen zich om voorgaande redenen niet vinden in het besluit. De conclusie is en blijft, dat het
besluit van
de raad
de toets der kritiek niet kan doorstaan.
Cliënten verzoeken
u dan
ook
het
beroep gegrond te verklaren, het besluit te vernietigen en de raad te veroordelen in alle proceskosten, en daarbif rekening te houden met alle aanvullende kosten die cliënten hebben moeten maken, ook met het dog op dit herstelbesluit.
-14-