CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie Erfgoednota 2019

Besluitvormende raad 14 oktober 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Evaluatie erfgoednota7.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EVALUATIE

ERFGOEDNOTA 2019

0

“Erfgoed is een spiegel van onze samenleving. Het vertelt niet alleen het verhaal van ons verleden, maar biedt ook inspiratie voor de toekomst. Nieuwe ontwikkelingen vragen om nieuw erfgoedbeleid. Zo willen steeds meer mensen erfgoed zien en beleven, ik vind dat we dat mogelijk moeten maken. Daarbij moeten we erfgoed beter beschermen, want kunstobjecten zijn steeds vaker doelwit van protestacties. Door de erfgoedwet te verbeteren zorgen we ervoor dat ons erfgoed behouden blijft voor nieuwe generaties.” Minister Eppo Bruins, 20 december 2024

1

Inhoudsopgave Inleiding

3

1. Beleidsdoelen Erfgoednota -

Beleidsdoel 1 Beleidsdoel 2 Beleidsdoel 3 Beleidsdoel 4 Beleidsdoel 5 Beleidsdoel 6 Beleidsdoel 7 Beleidsdoel 8 Beleidsdoel 9

4 4 5 5 6 7 8 8 9 9

2. Werkplan Erfgoed 2019-2023 Gemeentelijke organisatie a. Integratie van ruimtelijke ordening en erfgoed b. Vergunning, toezicht en handhaving c. Omvang formatie erfgoed Samenwerken met erfgoedpartners en inwoners Financiën

11 11 11 12 13 13

3. -

16 16 16 17 17 17 18 20 20 21 21

Overige constateringen m.b.t. het Erfgoedbeleid Voltooiing van de cultuurhistorische waardenkaart Harmonisatie van de gemeentelijke monumentenlijst Actualisatie van de gemeentelijke monumentenlijst Het Besluit kwaliteit leefomgeving en de monumentbiotoop Erfgoed is een organisatiebreed thema De Nota Ruimtelijke kwaliteit De monitor Interbestuurlijk Toezicht Fort Buitensluis Alliantie Zuiderwaterlinie Adviescommissie Omgevingskwaliteit Archeologie

4. Aanbevelingen

11

16

24

2

Inleiding De Erfgoednota 2019 was één van de eerste stukken welke door de kersverse fusiegemeente Hoeksche Waard in het voorjaar van 2019 werd vastgesteld. Na zes jaar is het tijd om te reflecteren en de balans op te maken. Zijn de beleidsdoelen die destijds zijn gesteld gehaald? Hoe staat het erfgoedbeleid van de gemeente Hoeksche Waard ervoor? Deze evaluatie zal niet alleen deze vragen beantwoorden, maar ook enkele aanbevelingen doen voor de komende periode. De Erfgoednota 2019 bestaat uit drie onderdelen: • • •

Deel I: Analyse en Inventarisatie Deel II: Visie en Beleidsdoelstellingen Deel III: Werkplan Erfgoed 2019-2023

Deel I is voor deze evaluatie van ondergeschikt belang. In dat deel van de Erfgoednota 2019 wordt namelijk beschreven wat er onder erfgoed verstaan moet worden, welke veranderingen de jaren ervoor hebben plaatsgevonden in het erfgoedveld, en een analyse van tot dan toe bestaand erfgoedbeleid in de verschillende gemeenten die zijn gefuseerd tot gemeente Hoeksche Waard. Deze evaluatie zal dus vooral ingaan op Deel II en Deel III van de Erfgoednota 2019. Daarnaast zal ook breder worden gereflecteerd op het erfgoedbeleid van de gemeente Hoeksche Waard in het algemeen. De afgelopen jaren hebben namelijk op het gebied van erfgoed meer zaken gespeeld dan men bij het opstellen van de Erfgoednota in 2018/2019 kon vermoeden.

3

1. Beleidsdoelen Erfgoednota 2019 Hieronder is kort per beleidsdoel de status aangegeven, alsmede de stand van zaken. Bij elke beleidsdoel is bovenaan is door middel van een zogenaamd ‘stoplichtmodel’ in één oogopslag te zien of een beleidsdoel inmiddels wel, niet, of gedeeltelijk is gerealiseerd. Daaronder wordt uitgelegd waarop de kleur van het ‘stoplicht’ is gebaseerd.

Beleidsdoel 1: Erfgoed in ruimtelijk beleid verankeren

In uitvoering, deels gerealiseerd

Om concreet uitvoering te geven aan dit beleidsdoel is In de Erfgoednota 2019 de creatie van een “Cultuurhistorische waardenkaart Hoeksche Waard” voorgesteld. Een dergelijke kaart is noodzakelijk om een goede implementatie van de cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening mogelijk te maken. De kaart zou volgens de Erfgoednota 2019 uit de volgende punten moeten bestaan: 1. Beschermde gezichten 2. Cultuurlandschappelijk erfgoed 3. Historische Geografie 4. Archeologie 5. Gebouwd erfgoed

Stand van zaken

1. Beschermde gezichten: Niet gerealiseerd (zie beleidsdoel 2 op de volgende pagina).

2. Cultuurlandschappelijk erfgoed: Gerealiseerd door de Landschapsbiografie

3. Historische Geografie: Gerealiseerd door de Landschapsbiografie

4. Archeologie: Deels gerealiseerd, archeologie heeft een plek in de Landschapsbiografie gekregen. Op de cultuurhistorische waardenkaart heeft archeologie echter nog geen plek. Mogelijk is de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart te koppelen aan de cultuurhistorische

4

waardenkaart. Wel heeft de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart een plek gekregen in Hoeksche Waard op de Kaart (HWOK). 5. Gebouwd erfgoed: Deels gerealiseerd: zowel de rijksmonumenten als de gemeentelijke monumenten staan op de cultuurhistorische waardenkaart. Wederopbouwarchitectuur is in onze gemeente echter nog niet geïnventariseerd, en dus niet beschermd.

Beleidsdoel 2: Beschermde gezichten inventariseren en waarderen

Niet gerealiseerd

Stand van zaken Momenteel kent de Hoeksche Waard geen beschermde gezichten. Deze zijn binnen de gemeente nog niet geïnventariseerd, en dus ook niet gewaardeerd. In de voormalige gemeente Korendijk is eerder wel een inventarisatie uitgevoerd van gebieden en locaties die mogelijk een gemeentelijke bescherming kunnen krijgen, maar deze inventarisatie heeft geen vervolg gekregen. Inmiddels heeft een onderzoeksbureau een offerte aangeleverd voor het opstellen van een inventarisatie van potentiële locaties in onze gemeente die de status van beschermd gezicht zouden kunnen krijgen. Het benodigde budget om de opdracht te verstrekken ontbreekt echter.

Beleidsdoel 3: Archeologie verder professionaliseren en verankeren

In uitvoering, deels gerealiseerd

Concreet worden in de Erfgoednota 2019 een vijftal punten genoemd die dit beleidsdoel vormgeven: 1. Verankering archeologie in de cultuurhistorische waardenkaart; 2. Actualiseren archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart; 3. Structurele aandacht; 4. Inhuur archeoloog; 5. Onderzoeksagenda. Stand van zaken

Punt 1: Zoals reeds beschreven bij beleidsdoel 1 is archeologie (nog) niet verankerd in de cultuurhistorische waardenkaart, maar wel in Hoeksche Waard op de Kaart.

5

Punt 2: Niet gerealiseerd; momenteel wordt gebruik gemaakt van de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart uit 2009.

Punt 3: Op het gebied van punt 3 zijn stappen gemaakt. In Strijen heeft stichting Archeologie Hoeksche Waard met gemeentelijke steun een nieuw depot kunnen betrekken. In Museum Hoeksche Waard heeft archeologie een prominentere plek in de vaste presentatie gekregen. Verder zal er een publicatie verschijnen m.b.t. de vondsten die gedaan zijn tijdens het archeologische onderzoek in het Abel Tasmankwartier te Oud-Beijerland.

Punt 4: Op het gebied van punt 4 zijn stappen ondernomen die verder gaan dat het advies uit de Erfgoednota 2019. Het advies uit de Erfgoednota 2019 om Terra Archeologie aan te stellen als vaste adviseur is opgevolgd, vanaf 2019 heeft Terra Archeologie deze rol vervuld. In 2024 is een gemeentelijk archeoloog in vaste dienst aangesteld. Punt 5: Door Terra Archeologie is een concept-onderzoeksagenda opgeleverd, maar deze dient nog in lijn te worden gebracht met de landschapsbiografie en recente ontwikkelingen. De gemeentelijk archeoloog zal de archeologische onderzoeksagenda verder afronden. Op het gebied van archeologie zijn nog andere aandachtspunten in onze gemeente waargenomen. Deze worden besproken in een apart hoofdstuk vanaf pagina 27.

Beleidsdoel 4: Gebouwd erfgoed beschermen

In uitvoering, deels gerealiseerd

Dit beleidsdoel is in de Erfgoednota 2019 uitgewerkt in een aantal punten: 1. Rijksmonumenten 2. Gemeentelijke monumenten 3. Wederopbouwperiode 4. Herbestemmen 5. Bouwhistorisch onderzoek 6. Molens en molenbiotopen Stand van zaken

Punt 1: Rijksmonumenten zijn opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart.

6

Punt 2: Gemeentelijke monumenten zijn opgenomen in de cultuurhistorische waardenkaart. Om het Omgevingsplan te kunnen realiseren zal eerst de gemeentelijke monumentenlijst geactualiseerd moeten worden. Hier wordt momenteel druk aan gewerkt. Punt 3: Wederopbouwarchitectuur is in onze gemeente nog niet geïnventariseerd, en momenteel dus niet beschermd. Voor een inventarisatie van wederopbouwarchitectuur binnen onze gemeente heeft een onderzoeksbureau een offerte opgesteld. Het benodigde budget om deze offerte te kunnen laten uitvoeren ontbreekt echter. Punt 4: Op het gebied van leegstand en herbestemming kennen we geen gestandaardiseerd actief beleid, maar is sprake van maatwerk. Door de adviseur erfgoed wordt regelmatig geadviseerd aan eigenaren van monumenten op het gebied van verduurzaming en herbestemming. De verwachting is dat herbestemming van monumenten de komende jaren steeds meer aandacht van de gemeentelijke organisatie zal vergen. Het aantal agrarische bedrijven zal in de toekomst waarschijnlijk afnemen, waardoor monumentale boerderijen hun functie verliezen. Het is belangrijk om als gemeente voorbereid te zijn op deze toekomstige ontwikkeling en hiervoor beleid op te stellen. Daarnaast zal hier qua formatie en financiële middelen rekening mee gehouden dienen te worden. Punt 5: Het advies uit de Erfgoednota 2019 is opgevolgd.

In de Monumentensubsidieverordening 2020 is onder artikel 5 de subsidie voor bouwhistorisch onderzoek opgenomen in het beleid. De eigenaar van een monument kan 50% van de kosten van een bouwhistorisch onderzoek (met een maximum van € 1.600) vergoed krijgen wanneer een bouwhistorisch onderzoek een indieningsvereiste is bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Punt 6: De molens en bijhorende molenbiotopen hebben in onze gemeente de volle aandacht. De regelgeving rondom molenbiotopen is op landelijk en provinciaal niveau georganiseerd.

Beleidsdoel 5: Samenwerking met culturele organisaties in de Hoeksche Waard verdiepen

Gerealiseerd

Dit beleidsdoel is in de Erfgoednota 2019 niet uitgewerkt en daardoor vaag. Hoe de samenwerking uitgediept dient te worden en wat het niveau is dat wordt nagestreefd is niet in de Erfgoednota 2019 beschreven. Wel beschreven is dat Museum HW een waardevolle voorziening is in de Hoeksche Waard, maar dat er ook andere partijen zijn in het erfgoedveld. Met alle partijen in de Hoeksche Waard die zich primair bezighouden met erfgoed heeft de gemeente regelmatig contact. Periodiek vindt een

7

museumoverleg plaats, evenals een bijeenkomst voor historische verenigingen. Daarnaast wordt ook op regelmatige basis gesproken met stichting Molens Hoeksche Waard.

Beleidsdoel 6: Roerende zaken en collecties opnemen in gemeentelijk erfgoedregister

In uitvoering, deels gerealiseerd

Dit doel betreft het gemeentelijk beleid ten aanzien van het inventariseren en verzamelen/ontzamelen van de gemeentelijke collectie. Stand van zaken Op 20 mei 2020 besloot het college de verzameling ambtsketens van de gemeente Hoeksche Waard en rechtsvoorgangers op te nemen in het erfgoedregister. Andere eigendommen van de gemeente zoals roerende zaken en kunstwerken zijn geïnventariseerd, maar een vervolg om hieraan een voorstel te formuleren voor opname in het erfgoedregister is niet gedaan. Het ontbreken van voldoende middelen was hiervan de oorzaak.

Beleidsdoel 7: Immaterieel erfgoed opnemen in het gemeentelijk Erfgoedregister

In uitvoering, deels gerealiseerd

In de Erfgoednota uit 2019 staat naast de omschrijving wat we onder immaterieel erfgoed verstaan de volgende aanbeveling: “Om typische Hoeksche Waards immaterieel erfgoed op te nemen in het erfgoedregister zal de Erfgoedcommissie opdracht krijgen om dit te inventariseren en waarderen”. Stand van zaken De Commissie Cultureel Erfgoed heeft de opdracht tot inventarisatie gekregen.

8

Beleidsdoel 8: Erfgoededucatie vorm geven binnen het project Cultuureducatie met Kwaliteit en daarna

Gerealiseerd

Stand van zaken Het programma van Cultuureducatie met Kwaliteit wordt al meerdere jaren door onze gemeente ondersteund. Het betreft een matchingsregeling met het Fonds voor Cultuurparticipatie. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitvoering van de CmK-4 periode die loopt van 2025 – 2028. In het programma Cultuureducatie met Kwaliteit werken scholen, culturele- en erfgoedinstellingen in het hele land samen om kunst en cultuur (en erfgoed) een vast onderdeel van het lesprogramma te maken. Doordat leerlingen in aanraking komen met verschillende vormen zoals muziek, dans, beeldende kunst, theater, hiphop en erfgoed leren ze om hun creatieve en culturele vaardigheden te ontwikkelen en ook persoonlijk en in sociaal opzicht te groeien. In het projectplan van CmK-4 heeft erfgoededucatie ook een rol. Zo worden er bijvoorbeeld lesbrieven ontwikkeld voor het basisonderwijs die betrekking hebben op de geschiedenis van de Hoeksche Waard. Dit is een verdere uitwerking van de al ontwikkelde ‘Canon van de Hoeksche Waard’. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan molenproject waar Molens in de Hoeksche Waard een plek krijgen in het lesaanbod van het primair onderwijs. CmK coördineert en ondersteunt deze educatieactiviteiten. Daarnaast worden de musea ondersteund in hun aanbod voor erfgoededucatie voor zowel het basis- als voortgezet onderwijs.

Beleidsdoel 9: Erfgoed promoten

Gerealiseerd

Stand van zaken Om erfgoed beter beleefbaar te maken is in de periode 2019-2023 jaarlijks € 50.000 subsidie beschikbaar gesteld. Dit heeft geleid tot succesvolle initiatieven vanuit de gemeenschap zoals de Audiotour Watersnoodramp 1953 en de Mijlpalenroute. De historische vereniging Oud-Beijerland heeft gebruik gemaakt van de regeling om de website te vernieuwen en te verbeteren. Verder wordt door zowel de gemeentelijke organisatie als partijen uit onze gemeente actief deelgenomen aan de provinciale erfgoedlijn Historisch Haringvliet. Dit zorgt niet alleen voor cofinanciering van projecten, maar ook voor extra promotie. De provinciale erfgoedlijn brengt jaarlijks een erfgoedmagazine uit welke huis aan huis wordt verspreid. Jaarlijks plaatst de erfgoedlijn een paginagrote advertentie in Het Kompas waarin de resultaten van het afgelopen jaar onder de aandacht worden gebracht. Erfgoed wordt ook belicht in het door NatuurlijkHW uitgegeven Recreatiemagazine.

9

Open Monumentendag is een belangrijk moment om de aandacht op erfgoed te richten. De betrokkenheid van deelnemende locaties is sterk toegenomen. In 2023 deden 45 locaties in de Hoeksche Waard mee, in 2024 namen 43 locaties deel. In de toekomst kan dit aantal nog verder worden vergroot.

Totaaloverzicht status beleidsdoelen

Beleidsdoelen

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

2. Werkplan Erfgoed 2019 – 2023 Het derde deel van de Erfgoednota 2019 bestaat uit het werkplan erfgoed 2019-2023. Dit werkplan is opgedeeld in drie onderdelen: 1. Gemeentelijke organisatie 2. Samenwerken met erfgoedpartners en inwoners 3. Financiën 1. Gemeentelijke organisatie Dit onderdeel behandelt drie aspecten: a. integratie van ruimtelijke ordening en erfgoed; b. vergunning, toezicht en handhaving; c. omvang formatie erfgoed. a. Integratie ruimtelijke ordening en erfgoed Het Erfgoedhuis Zuid-Holland (opsteller van de Erfgoednota 2019) stelde voor om een fulltime erfgoedambtenaar aan te stellen om de opgestelde beleidstaken naar behoren te kunnen uitvoeren. Het creëren van meer fte’s op het gebied van erfgoed was een stap in de goede richting, maar de taakstelling blijkt vijf jaar later een probleem in zich mee te hebben gedragen. De erfgoedambtenaar dient zich als gevolg van de Erfgoednota 2019 namelijk te richten op het uitvoeren van opgestelde beleidstaken. Deze uitvoerende taak wordt min of meer bevestigd door de functieomschrijving van de ambtenaar erfgoed: “zorgt voor afstemming en samenhang ten aanzien van beleid dat tactisch van aard is en een korte doorlooptijd heeft”.

Gevolg hiervan is dat er binnen de gemeentelijke organisatie niemand verantwoordelijk is voor het opstellen van de beleidstaken, en strategisch beleid dat een middellange of lange doorlooptijd kent niet is geborgd. Als gevolg van inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Besluit Kwaliteit Leefomgeving heeft cultureel erfgoed een bredere reikwijdte gekregen en een meer integrale positie dan voorheen. Doordat niemand verantwoordelijk was voor strategische vraagstukken op het gebied van erfgoed is dit laat gesignaleerd en heeft de gemeentelijke organisatie nog stappen te maken. b. Vergunning, toezicht en handhaving In de Erfgoednota 2019 staat de volgende passage: ‘Volgens opgave komt in de Hoeksche Waard handhaving in de praktijk nauwelijks voor. Dat komt omdat men het lastig vindt om te bepalen wanneer er ingegrepen moet worden. Deze afwachtende houding komt voort uit het ontbreken van ervaring op dit gebied, zowel binnen VTH als bij de Erfgoedambtenaar. Belangrijk is dat de gemeente binnen het ambtelijk apparaat blijft investeren om kennis, kunde en mankracht op niveau te houden’. De instandhouding van een monument is de wettelijke plicht van de monumenteigenaar, maar wanneer het bevoegd gezag onvoldoende handhavend optreedt biedt dat ruimte.

Helaas heeft het ontbreken van toezicht en handhaving op het gebied van erfgoed in het verleden mede geleid tot verwaarlozing van monumenten. Inmiddels zijn belangrijke stappen gezet waardoor de situatie uit 2019 tot het verleden behoort. In het VTH-beleid 2020-2023, 2024 en het daaropvolgende VTH-beleid 2025-2028 is een hoge prioriteit toegekend aan het illegaal slopen en wijzigen van een monument. De inzet van de teams op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving besteden aan gebouwde monumenten en archeologie is daardoor verhoogd. Daarnaast is de samenwerking tussen de teams VTH Ondersteuning, Toezicht en Handhaving en adviseur Erfgoed geïntensiveerd, waardoor een adequate aanpak van verwaarloosd

11

erfgoed beter mogelijk is. Verder is er zowel bij VTH als bij Erfgoed geïnvesteerd om kennis en kunde op het gebied van erfgoed te verbeteren. In de zomer van 2024 is een ‘Quick-scan monumenten’ uitgevoerd, een samenwerking tussen het team Toezicht & Handhaving, VTH Ondersteuning en team Omgeving. Op één dag hebben enkele toezichthouders en de adviseur erfgoed gezamenlijk alle rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten digitaal geschouwd en beoordeeld op conditie (bestudering recente luchtfoto’s en beelden vanaf straatniveau). De resultaten zijn verwerkt in een waarderingssysteem, waardoor inzicht is verkregen in de conditie van alle monumenten, en welke locaties aandacht verdienen. Er is direct actie ondernomen bij monumenten die de kwalificatie ‘alarmerend’ hebben gekregen. Deze locaties zijn door de adviseur erfgoed en een toezichthouder fysiek bezocht, en er zijn gesprekken gevoerd met de eigenaars. Monumenten die de kwalificatie ‘laat te wensen over’ hebben gekregen zijn ook geschouwd door een toezichthouder, en van deze locaties is een constateringsrapport opgesteld. De eigenaren ontvangen een brief waarin zij worden gewezen op de instandhoudingsplicht en het feit dat hun panden bij de gemeente onder de aandacht is.

Hoewel het de voorkeur heeft om eventuele verwaarlozing van een monument in dialoog met de eigenaar op te lossen, zijn in acute gevallen juridische stappen noodzakelijk. Op één adres is in 2024 juridisch opgetreden om het van oorsprong 17e-eeuwse voorhuis van een boerderij (gemeentelijk monument) van de ondergang te redden. In dit specifieke geval heeft de gemeente de monumenteigenaar een last onder dwangsom opgelegd. De eigenaar heeft hierna adequate maatregelen genomen om het voorhuis te redden, waardoor aan de opgelegde last is voldaan. In de periode 2019-2023 zijn er door team Vergunningen Omgevingswet 48 omgevingsvergunningen verleend voor de activiteit monument. Team Toezicht en Handhaving heeft bij 58 locaties i.v.m. een verleende omgevingsvergunning één of meerdere controles uitgevoerd en hierna afgehandeld. Op 3 locaties (preventief) is handhavend opgetreden i.v.m. overtreden Erfgoed of Erfgoedverordening. Daarnaast is er nauwe samenwerking tussen team Toezicht en Handhaving en Stichting Molens Hoeksche Waard. Er zijn halfjaarlijks gesprekken, en de stichting adviseert bij omgevingsvergunningen in relatie tot molenbiotopen. Verder is een verbeterde rekenmethode voor molenbiotopen ontwikkeld, welke wordt gebruikt bij de toetsing van aangevraagde omgevingsvergunningen. De ingezette lijn bij de bescherming van het Hoeksche Waardse erfgoed zal worden voortgezet.

Daarbij zetten we in op het intensiveren van de (interne en externe) samenwerking, het verder opleiden en specialiseren van medewerkers en het opstellen van werkprocessen en instructiekaarten. c. Omvang formatie Erfgoed Voor een gemeente met de omvang en monumentenbestand van de Hoeksche Waard (171 rijksmonumenten, circa 225 gemeentelijke monumenten), is het niet realistisch om van één erfgoedambtenaar te verwachten dat hij/zij alle taken kan oppakken die door de opsteller van de Erfgoednota zijn beschreven. Deze worden namelijk als volgt geformuleerd: “Hij/zij zal naast het klassieke ‘zorgen voor monumenten’ veel meer ruimtelijke gerelateerde zaken moeten afhandelen, meer integraal moeten handelen met beleidsvelden cultuur, educatie, natuur en recreatie en toerisme en tot slot met het lokale erfgoedveld en individuele belanghebbenden meer de dialoog moeten aangaan”. Bovendien verlangt de Erfgoednota ook van de erfgoedambtenaar dat deze de harmonisatie van de gemeentelijke monumentenlijst daarnaast uitvoert. In de huidige opzet lopen operationele, tactische en strategische zaken met een lange doorlooptijd door elkaar heen, waardoor het beleid niet uit de verf komt. Dit versterkt zodoende op de langere termijn het tekort aan capaciteit op het gebied van erfgoed. De invoering van de Omgevingswet heeft daarnaast voor een bredere reikwijdte van Erfgoed gezorgd, wat

12

ook extra werkzaamheden met zich meebrengt. Ook de Monitor Interbestuurlijk Toezicht 2024 constateerde dat binnen de gemeentelijke organisatie te weinig formatiecapaciteit is op het gebied van erfgoed (zie bladzijde 30). Een mogelijke oplossing is het aanstellen van een regisseur erfgoed, die er op toe gaat zien dat cultuurhistorische waarden en belangen integraal in de organisatie worden geborgd en de verbinding legt met andere beleidsterreinen. Deze regisseur kan zich bijvoorbeeld richten op het ontwikkelen van instrumenten die helpen bij het borgen van cultuurhistorische waarden in ons beleid. Dit kan op de lange termijn helpen de werklast te verkleinen. Overigens werd in 2019 in de Perspectiefnota (onder nummer 5.5.1) al een erfgoedregisseur genoemd. Hieraan is destijds echter geen invulling gegeven. Het is raadzaam het ‘zorgen voor monumenten’, en de bijbehorende subsidieprocessen te beleggen bij een medewerker erfgoed. 2. Samenwerken met partners en inwoners De Erfgoednota 2019 stelt dat bij een integraal erfgoedbeleid het is aan te bevelen om het contact met de verschillende organisaties een structureel karakter te geven. De huidige adviseur erfgoed onderhoud met alle organisaties een goede band, maar door de hoge werkdruk vinden de overleggen en bijeenkomsten vooral sporadisch en op incidentele basis plaats.

De hierboven genoemde regisseur erfgoed zou hierin een belangrijke rol kunnen spelen, en de samenwerking met partners en inwoners verder kunnen intensiveren. 3. Financiën In de Erfgoednota 2019 is beschreven dat op het moment van opstellen een structureel budget aanwezig was van € 174.000, en de nota adviseerde dit structureel te verhogen. Dit is nodig om invulling te geven aan de geformuleerde visie en de daaraan gekoppelde beleidsdoelen. Een drietal componenten vragen volgens de Erfgoednota om deze verhoging: 1. Het financieel ondersteunen van eigenaren van ‘ons’ erfgoed. 2. Publieksbereik 3. Educatie Zes jaar later is het structurele budget van erfgoed niet veel veranderd: • •

Diverse goederen en diensten: Subsidies: Totaal:

€ 50.000 € 133.610 € 183.610

Tot 01-01-2024 werd het budget van Erfgoed jaarlijks verhoogd met € 50.000 voor het verstrekken van subsidie via de regeling ‘vergroten publieksbereik Hoeksche Waards Erfgoed’ (onderdeel van de Monumentensubsidieverordening 2020). In het licht van de Nederlandse ondertekening van het verdrag van Faro (10-01-2024) zou het goed zijn om wederom jaarlijks €50.000 ter beschikking te stellen hiervoor, of de regeling aan te passen op een manier waardoor deze nog beter aansluit bij het verdrag. Aan subsidiegeld is jaarlijks ongeveer € 133.000 beschikbaar voor monumenteigenaren, verenigingen en stichtingen. Het grootste deel van dit budget wordt verstrekt aan stichting Molens Hoeksche Waard. Daarmee is in 2019 overeengekomen dat zij voor elke molen €6.000 subsidie per jaar ontvangen. Vanwege de tien molens die deze stichting bezit komt dat neer op een bedrag van € 60.000 per jaar, dat door indexering inmiddels is opgelopen tot een subsidie van ongeveer € 65.000 per jaar. Indien de structurele subsidie aan stichting Molens Hoeksche Waard niet wordt vastgesteld, maar elk jaar wordt geïndexeerd, zal op termijn dit bedrag volledig beslag leggen op het subsidiebudget voor eigenaren

13

van gemeentelijke monumenten. Stichting Molen Landzigt 1857, eigenaar van de molen te ZuidBeijerland, ontvangt een subsidie die gelijk is aan die van stichting molen Hoeksche Waard. Stichting Archeologie Hoeksche Waard ontvangt jaarlijks een subsidie van €15.000. Van het budget dat beschikbaar is voor monumenteigenaren en historische verenigingen blijft dus in de praktijk slechts € 47.610 over (€133.610 – €86.000). Via de Monumentsubsidieverordening 2020 kunnen eigenaren van een monument jaarlijks een onderhoudssubsidie aanvragen voor 50% van de kosten, met een maximum van €1.500. Onze gemeente beschikt momenteel over ongeveer 225 gemeentelijke monumenten. Theoretisch zouden dus jaarlijks 225 eigenaren een subsidie kunnen aanvragen, dat is een bedrag van € 337.500. Met een resterend subsidiebudget van rond de €47.000 kunnen we in dat geval slechts een fractie van de subsidieaanvragen honoreren. Qua subsidieaanvragen hanteren we nu een systeem van “op is op”, en kijken we naar de volgorde van aanvragen. Uit de praktijk blijkt dat slechts weinig monumenteigenaren binnen de Hoeksche Waard gebruik maken van de gemeentelijke subsidie voor onderhoud aan monumenten.

In de Erfgoednota 2019 werd voorgesteld om de subsidie voor stichting Molens Hoeksche Waard niet ten koste te laten gaan van het subsidiebudget voor gemeentelijke monumenten, maar hiervoor een eigen post te creëren op de begroting. Voor de post ‘subsidies gemeentelijke monumenten’ werd in de Erfgoednota 2019 een budget van €125.000 voorgesteld, en daarnaast een jaarlijks subsidiebudget van € 60.000 voor stichting Molens Hoeksche Waard. Het is aan te bevelen om dit oorspronkelijke voorstel alsnog uit te voeren, gezien de hierboven geschetste situatie. Er ontstaat dan ruimte voor meer en grotere subsidieaanvragen van inwoners met een monument. Een eventuele alternatieve constructie zou kunnen zijn om de subsidies aan stichting Molens Hoeksche Waard, stichting Molen Landzigt 1857, stichting Archeologie Hoeksche Waard en de historische verenigingen te verstrekken uit het budget waaruit ook de verschillende musea worden bekostigd. De molens van Stichting Molens Hoeksche Waard zijn dankzij de vrijwilligers van deze stichting in goede conditie. De stichting verkeert in de bijzondere positie dat zij zowel rijkssubsidies als gemeentelijke subsidies ontvangt voor hetzelfde doel. Rijksmonumenten komen normaal gesproken niet in aanmerking voor de gemeentelijke monumentsubsidie, zij hebben immers toegang tot de ruimere financiële middelen van het rijk.

De oorsprong van de gemeentelijke subsidie ligt echter in het feit dat de molens gemeentelijk eigendom waren, maar zijn overgegaan in eigendom van de stichting. In de voormalige gemeente Binnenmaas bestond deze constructie al langer. In 2019 is een overeenkomst gesloten met stichting Molens Hoeksche Waard waardoor ook de molens in de voormalige gemeente Korendijk eigendom zijn geworden van de stichting.

14

3. Overige constateringen m.b.t. het erfgoedbeleid Voltooiing van de cultuurhistorische waardenkaart In 2019 is via de Perspectiefnota € 148.000 vrijgemaakt voor de realisatie van een landschapsbiografie en cultuurhistorische waardenkaart. Met een deel van dit budget is inmiddels de landschapsbiografie van de Hoeksche Waard opgesteld, een document dat dient als basis voor de cultuurhistorische waardenkaart. De landschapsbiografie van de Hoeksche Waard is in april 2024 opgeleverd en te downloaden van de gemeentelijke website. Punt 2 (cultuurlandschappelijk erfgoed) en punt 3 (historische geografie) van beleidsdoel 1 van de Erfgoednota 2019 zijn hierin uitgewerkt. Ook is een digitaal toegankelijke versie van de Landschapsbiografie gemaakt, evenals een concept van de cultuurhistorische waardenkaart. Van het ter beschikking gestelde bedrag is tot op heden € 99.211,92 uitgegeven, waardoor nog € 48.788,08 resteert voor de verdere uitwerking van de momenteel nog ontbrekende punten van beleidsdoel 1. Door een extern bureau is een offerte opgesteld voor het inventariseren van beschermde gezichten binnen onze gemeente. Deze offerte bedraagt € 30.000 exclusief BTW. Ook voor de uitwerking van punt 3 (wederopbouwperiode) van beleidsdoel 4 is een offerte opgeteld. Dit is tevens een bedrag van € 30.000,- exclusief BTW.

De resterende € 50.788,08 die ter beschikking was gesteld voor de landschapsbiografie en cultuurhistorische waardenkaart was dus niet voldoende voor afronding van deze beleidsdoelen, en is bovendien per 1 januari 2025 teruggevloeid naar de algemene middelen. Er zal dus opnieuw een budget van €60.000 vrijgemaakt dienen te worden om een start te maken met de uitvoering van deze beleidsdoelen. Nadat de inventarisatie van beschermde gezichten en wederopbouwarchitectuur is voltooid dient het proces tot aanwijzing nog te worden uitgevoerd. Dit zal mogelijk financiële gevolgen hebben, welke op dit moment nog niet zijn in te schatten. Harmonisatie van de gemeentelijke monumentenlijst Op pagina 43 van de Erfgoednota 2019 is een begroting geschetst van de financiële gevolgen van deze Erfgoednota 2019. De harmonisatie van de gemeentelijke monumentenlijst is hierin begroot op €10.000. In de praktijk bleek in 2021 het opstellen een inventarisatie om in beeld te brengen welke bouwwerken aangewezen dienden te worden als monument al €26.500 te kosten. Vanwege de grote hoeveelheid werkzaamheden die de adviseur erfgoed al dagelijks heeft te verrichten, is vanaf 2022 een tijdelijke medewerker ingehuurd voor het uitvoeren van de harmonisatie.

Deze tijdelijke medewerker schouwt alle potentiële monumenten, stelt voor elk monument een redengevende beschrijving op (document dat beschrijft wat de monumentale waarden van een bouwwerk zijn) en verzorgt vervolgens het traject tot definitieve aanwijzing. Dit is een complex en tijdrovend proces, met name wanneer er juridische procedures doorlopen dienen te worden. Om het proces te versnellen is begin 2025 een tweede tijdelijke kracht toegevoegd. De financiën om deze extra krachten te kunnen inhuren zijn via de Perspectiefnota van 2024 aangevraagd, voor een totaal van €150.000,-. Actualisatie van de gemeentelijke monumentenlijst Alle gemeentelijke monumenten moeten in het toekomstige omgevingsplan worden opgenomen. In 2024 is daarom de huidige gemeentelijke monumentenlijst (die is opgesteld in 2019 na de fusie tot één gemeente Hoeksche Waard) nagelopen. Hierbij bleek dat de lijst enkele fouten kent. Volgens de lijst zouden we beschikken over 225 gemeentelijke monumenten (exclusief de harmonisatie). Er staan echter monumenten op de huidige lijst die niet meer bestaan, monumenten welke als één of enkele object(en) beschreven hadden kunnen worden, en adressen die niet correct zijn. Daarom wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe actuele lijst. Deze is nagenoeg gereed voor publicatie.

Een belangrijk aandachtspunt is dat een deel van de gemeentelijke monumenten een verouderde monumentomschrijving heeft, terwijl deze integraal in het omgevingsplan dienen te worden

15

opgenomen. Van 66 gemeentelijke monumenten in de voormalige gemeente Strijen zijn geen definitieve omschrijvingen aanwezig, alleen conceptteksten. Alle redengevende omschrijvingen dienen te worden gecontroleerd, en indien nodig aangevuld of herschreven te worden. Het Besluit kwaliteit leefomgeving en de monumentbiotoop Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) schrijft voor dat gemeenten regels moeten stellen voor de omgeving van beschermde monumenten (artikel 5.130 lid 2 onder d). Dit wordt ook wel de monumentbiotoop genoemd. Het besluit geldt voor zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten, maar ook voor panden met de aanduiding ‘karakteristiek’. Hoe ga je als gemeente om met beleid? Hoe borg je de kwaliteit van de omgeving van een beschermd monument in gemeentelijke kaders? Hoe ver reikt die omgeving? Wanneer beïnvloedt iets de monumentale waarde van beschermde monumenten en wanneer wordt die aangetast? Hoe ga je als gemeente om met deze vraagstukken en wat betekent de dit voor het erfgoedbeleid? Het heeft grote gevolgen voor allerlei afdelingen binnen onze gemeentelijke organisatie, zoals bijvoorbeeld VTH, Projecten RO, Projecten Civiel, Vergunningen en Mobiliteit. We kennen 171 rijksmonumenten binnen onze gemeente, en zullen door de harmonisatie van de gemeentelijke monumentenlijst rond de 300 gemeentelijke monumenten uit gaan komen.

Voor al deze monumenten zal een monumentbiotoop moeten worden vastgesteld, die vervolgens in het omgevingsplan zal worden verwerkt. Bij het opstellen van de redengevende monumentomschrijvingen in het kader van de harmonisatie van de gemeentelijke monumentenlijst wordt meteen de monumentbiotoop van deze monumenten vastgesteld. Erfgoed is een organisatiebreed thema Erfgoed is een belangrijke pijler van onze fysieke leefomgeving, en door de Omgevingswet is het belang van erfgoed sterk toegenomen. Erfgoed heeft bijvoorbeeld gevolgen voor de disciplines Omgevingsvergunningen, VTH, Vastgoed, Strategie, Mobiliteit, Landschap, Stedenbouw, Projecten civiel, Projecten ruimtelijke ontwikkeling, Grondzaken, enzovoorts. Soms zijn die gevolgen zelfs verplichtingen vanuit landelijke wetgeving. Deze worden echter niet altijd uitgevoerd. Niet iedereen binnen de gemeentelijke organisatie lijkt zich bewust van het feit dat erfgoed een thema is dat een groot deel van de afdelingen aangaat. In een presentie in januari 2024 over ‘De Hoeksche Waard in 2050’ kwamen de termen erfgoed, monumenten en archeologie niet eens voor, terwijl de recent ingevoerde Omgevingswet zich hier juist sterk voor maakt. Het zou daarom goed zijn om de huidige adviseur erfgoed te positioneren als een regisseur erfgoed, die er op toe ziet dat cultuurhistorische waarden en belangen integraal in de organisatie worden geborgd.

Ook kan deze regisseur zich richten op het ontwikkelen van instrumenten die helpen bij het borgen van cultuurhistorische waarden in ons beleid. De Nota Ruimtelijke kwaliteit In 2020 stelde de gemeenteraad de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Hoeksche Waard 2020 vast, ook wel bekend als de Welstandsnota. In dit document zijn algemene-, gebiedsgerichte-, en objectgerichte criteria opgesteld, met bijbehorende uitgangspunten voor de verschillende welstandsgebieden. De nota heeft belangrijke raakvlakken met erfgoed, omdat cultuurhistorische waarden (erfgoed) mede de ruimtelijke kwaliteit bepalen. Onder de algemene ruimtelijke uitgangspunten benoemd de nota bijvoorbeeld: behoud en versterking van karakteristieke kenmerken (dijkenstructuur, open kleipolders, kreken, linten, kernen) bij alle nieuwe ontwikkelingen; behoud open landschap; handhaving en waar nodig verbetering van de relatie van de kernen met het omliggende landschap; zorgvuldige vormgeving van (nieuwe) dorpsranden (silhouet dorp behouden cq. versterken);

16

-

benutten van de bestaande en indien aanwezig oorspronkelijke ruimtelijke structuur van de dorpskernen; behouden, benutten en waar nodig versterken van de cultuurhistorische identiteit.

Verder stelt de nota het volgende: “Het behouden, benutten en waar nodig versterken van de cultuurhistorische identiteit en betekenis is belangrijk voor het buitengebied en de historische dorpskernen en –linten. Er zijn in de Hoeksche Waard geen rijksbeschermde dorpsgezichten. Wel zijn er dorpsgebieden met grote cultuurhistorische waarde. Deze bevinden zich achtereenvolgens in Goudswaard, Piershil, NieuwBeijerland, Oud-Beijerland, Westmaas, Mijnsheerenland, Puttershoek, ’s-Gravendeel, Strijen, Strijensas, Klaaswaal en Numansdorp. Ook zijn er diverse boerderijen in het buitengebied die van grote cultuurhistorische en landschappelijke waarde zijn. Bij (her)ontwikkelingen moet bijzondere aandacht besteed te worden aan deze cultuurhistorische waarden. De bebouwingslinten die gekoppeld zijn aan de historische dijkenstructuur zijn cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol. Van belang hierbij zijn Sint Anthoniepolder, Cillaarshoek, Heinenoord en Mookhoek/Schenkeldijk”. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit is duidelijk is over het behoud van cultuurhistorische waarden, het open landschap van de Hoeksche Waard, en de toegestane massa en vorm binnen een gebied.

Met de huidige uitdagingen op het gebied van woningbouw en mobiliteit is het belangrijk de beleidskaders uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2020 scherp in het oog te houden en te voorkomen dat het bijzondere culturele erfgoed van Hoeksche Waard wordt aangetast.. De monitor Interbestuurlijk Toezicht Vlak voor de jaarwisseling 2024/2025 is onze gemeente door de provincie Zuid-Holland op de hoogte gebracht van de publicatie van de nieuwe cijfers op het gebied van Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Dit jaar is vanuit de provincie Zuid-Holland het Interbestuurlijk Toezicht op het gebied van monumenten en archeologie aangescherpt. Het oordeel met betrekking tot onze gemeente luidt als volgt: “De resultaten voor uw gemeente laten meer zorgpunten zien dan in overleg met de gemeenten is afgesproken. De zorgpunten in uw gemeente hebben betrekking op de formatie en het uitwerken van de archeologische bepalingen. Daarnaast waren er de nodige vragen niet ingevuld, zoals t.a.v. de prioriteit voor toezicht en handhaving en de opname van erfgoed in de omgevingsvisie en het omgevingsplan”. Gevolg hiervan is dat onze gemeente op de interventieladder verplaatst is naar trede 2a (van groen naar geel). Gemeenten komen op deze trede terecht als de provincie meer informatie nodig heeft om goed te kunnen beoordelen in hoeverre er sprake is van taakverwaarlozing.

Praktisch gezien betekent dit dat een ambtelijke dialoog plaats zal vinden. Op basis van de aanvullende informatie kan door de provincie worden vastgesteld of de taak (structureel) goed wordt uitgevoerd. Als dat zo is, dan is er geen sprake van taakverwaarlozing (en wordt de gemeente bij ‘groen’ ingedeeld). Als dat niet zo is en de achterstand is verwijtbaar, dan stijgt de gemeente een trede op de ladder en wordt het oordeel ‘oranje’. In de kleurenrapportage (zie volgende pagina) is overzichtelijk weergegeven waar volgens de provincie momenteel de aandachtspunten op het gebied van erfgoed zitten. Deze vallen grotendeels samen met de knelpunten die in deze evaluatie naar voren zijn gekomen. De informatie van de provincie is overigens grotendeels gebaseerd op informatie van voor de inhaalslag die door onze gemeente is gemaakt op het gebied van toezicht en handhaving (bijvoorbeeld de quick-scan monumenten).

17

18

Fort Buitensluis Een zeer bijzonder gemeentelijk eigendom is het Fort Buitensluis te Numansdorp. Dit fort was tot 2014 in gebruik bij het Ministerie van Defensie. Na een afstotingsprocedure is het in 2017 door de voormalige gemeente Cromstrijen gekocht voor een bedrag van €190.000,-, een bedrag dat door extra kosten in totaal op €210.000 kwam te liggen. Het fort Buitensluis is één van de cultuurhistorische kroonjuwelen van de Hoeksche Waard. Een inventarisatie uit 2021 van vereniging Dorp, Stad en Land (DSL) m.b.t. de harmonisatie van de gemeentelijke monumentenlijst gaf Fort Buitensluis de maximumscore wat betreft cultuurhistorische waarde. Ook de in 2022 door Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis (BBA) opgestelde cultuurhistorische waardenstelling trok de conclusie dat het fort cultuurhistorisch gezien bijzonder waardevol is. Het college besloot dan ook dat deze waardenstelling de basis zou vormen voor een toekomstige herziening van het bestemmingsplan. Het is van belang uiterst zorgvuldig om te gaan met fort Buitensluis vanwege zijn bijzondere cultuurhistorische waarde en authenticiteit. Doordat het lange tijd eigendom is gebleven van het Ministerie van Defensie is het, in tegenstelling tot veel andere forten, na de Tweede Wereldoorlog nooit ten prooi gevallen aan vandalisme, souvenirjagers of andere ontwikkelingen die de erfgoedwaarden aantasten.

Het fort is zodoende bijna een tijdscapsule, veel historische details zijn bewaard gebleven. Het is zaak deze te koesteren, en de enorme potentie die het fort heeft op het gebied van cultuurhistorie, educatie en toerisme te ontwikkelen. Het is een unieke plek die ruimte biedt om bezoekers doormiddel van museale presentaties, exposities en andere educatievormen in aanraking te brengen met onze lokale en regionale geschiedenis. Om de erfgoedwaarden beter te kunnen borgen heeft het college in december 2023 ingestemd met het toekennen van de gemeentelijke monumentstatus aan Fort Buitensluis. Dit is een opstap naar de aanvraag tot status van rijksmonument, waarvoor momenteel de benodigde documenten worden opgesteld. Voor de herontwikkeling van Fort Buitensluis zal een ruimtelijke procedure worden opgesteld waarin de erfgoedwaarden voldoende geborgd zijn. Alliantie Zuiderwaterlinie Na een voortraject van meer dan een jaar sloot onze gemeente zich op 10 maart 2023 samen met de gemeente Goeree-Overflakkee en de provincie Zuid-Holland aan bij de Alliantie Zuiderwaterlinie. Deze organisatie verbindt alle vestingsteden en forten in Noord-Brabant, en delen van Zuid-Holland en Zeeland.

Door aansluiting bij de Alliantie Zuiderwaterlinie is samenwerking binnen de Stelling van Willemstad en de Zuiderwaterlinie geformaliseerd en geïntensiveerd met als doel “Het herkenbaar, bezoekbaar en beleefbaar maken van de Stelling van Willemstad”. De historische samenhang tussen Fort Buitensluis en Willemstad wordt zo benadrukt en het toeristisch-recreatieve potentieel van fort Buitensluis en de stelling kan beter worden benut. Het aantal bezoekers per locatie zal hierdoor in de toekomst naar verwachting toenemen.

19

Adviescommissie Omgevingskwaliteit Om te werken volgens de uitgangspunten van de Omgevingswet (integrale transparante advisering) zijn belangrijke stappen gemaakt om te komen tot een meer integrale advisering op het gebied van ruimtelijk kwaliteit. Voorheen adviseerden de Commissie Cultureel Erfgoed (CCE, ook wel bekend als monumentencommissie) en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (ook wel bekend als Welstandscommissie) onafhankelijk van elkaar. Dit had tot gevolg dat de initiatiefnemers van een ruimtelijk plan hun initiatief twee keer dienden te laten beoordelen. Bovendien vonden deze beoordelingen vaak niet parallel aan elkaar plaats, maar achtereenvolgend. Hierdoor was soms sprake van een proces dat weken wachttijd opleverde voor een initiatief. Vanaf 2023 is hard gewerkt aan de totstandkoming van een Adviescommissie Omgevingskwaliteit, welke sinds 1 januari 2025 operationeel is. Een eerste stap om tot een meer integrale advisering te komen is gemaakt door de functies van voorzitter en secretaris bij beide commissies te beleggen bij dezelfde personen. Medio 2025 zal een evaluatie plaatsvinden van deze nieuwe werkwijze, waarna beoordeeld zal worden of vervolgstappen benodigd zijn. Archeologie Ten aanzien van Archeologie is e.e.a. bij de gemeente Hoeksche Waard goed georganiseerd.

Er is een archeologische beleidsnota, er is een archeologische verwachtingenkaart en de Erfgoedverordening kent een ‘vangnet archeologie’. Het aanstellen van een archeoloog in vaste dienst in maart 2023 was een belangrijke stap om archeologie binnen de gemeentelijke organisatie verder te professionaliseren. Desondanks zijn er nog belangrijke aandachtspunten om toekomstige problemen te voorkomen. Het belang van archeologie, wettelijke regelgeving, en de financiële risico’s van het niet goed omgaan met archeologie, lijken nog niet bij iedereen helder op het netvlies te staan. Landelijk beleid Nederland heeft zich verplicht tot het beschermen van archeologisch erfgoed door ondertekening van het Verdrag van Malta in 1992. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland, ook voor archeologie. Daarnaast zijn de Omgevingswet en de Wet op de archeologische monumentenzorg van belang. Archeologische vondsten kunnen maar één keer opgegraven worden, en grondsporen maar één keer onderzocht, daarna zijn ze weg. Daarom moet dit zorgvuldig gebeuren en mag niet iedereen zomaar opgraven en archeologisch onderzoek doen. In de Erfgoedwet is dit opgravingsverbod vastgelegd en geregeld. Ook over de conservering en opslag van vondsten en opgravingsdocumentatie in depots zijn regels opgesteld.

Op deze manier worden de overblijfselen van ons gezamenlijk verleden goed bewaard en kunnen zij ook in de toekomst nog bestudeerd worden. Gemeenten hebben een belangrijke rol op het gebied van archeologie. Voorheen dienden ze in bestemmingsplannen rekening te houden met (te verwachten) archeologische waarden. Dit is inmiddels overgeheveld naar de Omgevingswet. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet is: Het certificeringsstelsel en de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten in de Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Het is bij wet geregeld dat archeologische belangen worden meegewogen bij ruimtelijke besluitvorming. Dit geldt voor iedereen die bodemingrepen gaat (laten) uitvoeren: zowel particulieren als bedrijven, projectontwikkelaars en (lokale) overheden. Uitgangspunt is dat archeologisch waardevolle resten zoveel mogelijk ter plekke in de bodem moeten worden behouden (behoud in situ).

20

In de praktijk blijkt dit in veel gevallen niet mogelijk te zijn. Definitief archeologisch onderzoek in de vorm van een opgraving is dan noodzakelijk (behoud ex situ). De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om archeologie op een volwaardige manier te betrekken bij vergunningaanvragen en ruimtelijke besluiten. De verstoorder betaalt – financiële risico’s Eén van de uitgangspunten van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) is het ‘verstoorder betaalt’-principe. Kosten voor archeologisch onderzoek dat in het kader van een aanvraag van een vergunning wordt uitgevoerd komen in beginsel voor rekening van de aanvrager. Het archeologisch onderzoek moet inzicht geven in de te verwachten archeologische sporen in de bodem op de projectlocatie. Aan de hand hiervan wordt bepaald wat het vervolgtraject is: verder onderzoek (door bijvoorbeeld proefsleuven), afzien van de ontwikkeling op de bewuste locatie, een archeologische opgraving (indien de sporen niet in situ bewaard kunnen blijven), of vrijgave. Dit laatste brengt voor de gemeente grote financiële risico’s met zich mee wanneer de belangen van archeologie onvoldoende zijn geborgd. Dit geldt met name in die gevallen waar in de verkennende fase het plangebied op onvoldoende gefundeerde archeologische gronden wordt vrijgegeven, al vóórdat een gedegen inventariserend veldonderzoek heeft plaatsgevonden.

Een vondst in een gebied dat (na afdoende archeologisch onderzoek) is vrijgegeven wordt een ‘toevalsvondst’ genoemd. Hierover schrijft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: “De kosten die verbonden zijn aan het onderzoek van de toevalsvondst zijn niet voor rekening van de vinder/vergunninghouder tenzij hierover specifieke afspraken zijn gemaakt. Als een omgevingsvergunning ongeclausuleerd is verleend, kan de houder daarvan later niet aansprakelijk worden gesteld wanneer tijdens de door hem ondernomen en toegestane activiteiten een toevalsvondst wordt gedaan. Dit zou in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel: de vergunninghouder mag erop vertrouwen dat hij de bodem zonder verdere verplichting mag verstoren. Er is immers afdoende archeologisch vooronderzoek gedaan; anders zou er geen sprake zijn van een toevalsvondst”. Met andere woorden: als tijdens het traject tot het verlenen van een vergunning de archeologische belangen onvoldoende zijn meegenomen in het besluit en het terrein wordt vrijgegeven, dan is de gemeente verantwoordelijk voor het vervolgtraject en de daaraan verbonden kosten indien een toevalsvondst wordt gedaan. Aandachtspunten De afgelopen jaren is binnen onze gemeente te weinig acht geslagen op de archeologische belangen bij enkele projectlocaties.

In 2020 publiceerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de brochure ‘Over gemeenten, archeologie en ruimtelijke ordening. Een onderzoek naar de belangenafweging rond archeologie bij gemeenten’. Op pagina’s 15, 16 en 17 is te lezen hoe de gemeente Strijen de plank op archeologisch gebied missloeg inzake werkzaamheden aan De Kaai. De RCE concludeerde dat er archeologische waarden verloren zijn gegaan, er geen sprake was van een expliciete belangenafweging, en het vigerende bestemmingsplan uit 2014 niet in lijn was met het gemeentelijke archeologiebeleid. Dit heeft er mede toe geleid dat de gemeente geen (verkennend) bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek heeft laten uitvoeren en daardoor niet tijdig inzicht heeft verkregen in de te verwachten en/of aanwezige archeologische waarden en het eventueel noodzakelijk vervolgonderzoek. Tenslotte werd gesteld: ‘het ontbreken van politiek-bestuurlijke en ambtelijke aandacht voor de historische waarde van het Strijense havengebied heeft ervoor gezorgd dat bij de inrichting geen voorzorgsmaatregelen zijn getroffen met betrekking tot het aantreffen van archeologische waarden’. Bij de projecten Waterborg te Puttershoek (2020) en het Abel Tasman-kwartier te Oud-Beijerland (2021/2022) is onvoldoende acht geslagen op het archeologisch belang, met grote financiële gevolgen voor onze gemeente.

Niet iedereen blijkt op de hoogte van landelijke wetgeving op het gebied van archeologie en de daaruit voortvloeiende plichten. Ook het bestaan van de archeologische beleidsnota

21

en de archeologische verwachtingenkaart is bij sommigen onbekend, waardoor feitelijk een eerste voorbode over de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden door de desbetreffende medewerker - een belangrijke schakel in het proces – wordt gemist. In de praktijk blijken vergunningsaanvragen alleen te worden getoetst aan het bestemmingsplan, maar niet aan de gemeentelijke verordeningen/nota’s. Dit is precies wat het rapport van de RCE uit 2020 constateerde. In de gemeentelijke Erfgoedverordening 2022 (en ook in de daarvoor geldende Erfgoedverordening 2019) is echter duidelijk gesteld dat ook getoetst dient te worden aan gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart en de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden. Een ander aandachtspunt is de houding ten opzichte van archeologie. Niet iedereen heeft een grote interesse in archeologie, maar dat ontslaat ambtenaren niet van de wettelijke plichten en afspraken op dit gebied. Dit betreft eveneens de naleving van gemaakte afspraken, die in het kader van de archeologische monumentenzorg met betrokken aannemers en uitvoerders worden gemaakt.

Bij grootschalige, lineaire werken binnen de dorpskernen - met name rioleringswerkzaamheden - is het dikwijls praktisch en financieel onhaalbaar om alle werkzaamheden continu door een archeoloog te laten begeleiden. In dergelijke gevallen worden er afspraken gemaakt met de betrokken aannemers, om direct melding te maken in het geval op zaken wordt gestuit, waarvan de (vooraf geïnstrueerde) aannemer redelijkerwijs kan vermoeden dat het van archeologische waarde is. Gebleken is dat, zowel bij de betrokken aannemers als bij de gemeentelijke projectleiding, soms sprake lijkt te zijn van onvoldoende besef of gevoel zich te moeten committeren aan de wettelijke verplichtingen betreffende de archeologische monumentenzorg. Het verdient aanbeveling om toe te werken naar een nauwere samenwerking tussen de gemeentelijke archeoloog , projectleiders en ambtenaren van de afdelingen Vergunning en Toezicht & Handhaving, waarbij de nadruk ligt op controle van de naleving van de door de gemeente (in omgevingsvergunningen) opgelegde voorwaarden in het kader van Archeologie.

22

4. Aanbevelingen De evaluatie van de Erfgoednota 2019 leidt tot de volgende aanbevelingen: 1. De erfgoednota 2019-2023 te actualiseren op basis van deze evaluatie en laatste inzichten, en deze uiterlijk in 2026 naar de raad te brengen. 2. De erfgoednota 2019-2023 te verlengen tot 31-12-2026, zodat gewerkt kan worden aan de daarin gestelde beleidsdoelen die nog niet volledig gerealiseerd zijn (‘richting alle stoplichten op groen’). 3. De subsidies voor stichting Molens Hoeksche Waard, stichting Molen Landzigt 1857, stichting Archeologie Hoeksche Waard en de historische verenigingen niet meer ten laste te laten komen van het subsidiebudget voor eigenaren van een gemeentelijk monument, maar hiervoor een apart budget te creëren. 4. Te verkennen of het mogelijk is de subsidie voor stichting Molens Hoeksche Waard niet langer te indexeren en deze vast te stellen op €65.000 per jaar (€6.500 per molen). 5. Het opnieuw beschikbaar stellen van €60.000 voor het laten uitvoeren van een inventarisatie van beschermde gezichten en wederopbouwmonumenten binnen onze gemeente. Hiervoor was op 31-12-2024 nog €50.788,08 beschikbaar op het erfgoedbudget, maar dit is per 1 januari 2025 afgevloeid naar de algemene middelen. 6.

Net als in de periode 2019-2023 een jaarlijks budget van €50.000 ter beschikking te stellen voor het vergroten van publieksbereik van Hoeksche Waards erfgoed, zodat uitvoering gegeven kan blijven worden aan artikel 6 van de Monumentensubsidieverordening 2020.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15859726/1