ER20210820v01 52 nader onderzoek vleermuizen huismus ecoresult
Tekst van het document
Nader onderzoek vleermuizen en huismus In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Schouteneinde 52, Puttershoek Opsteller(s): F.V. van der Lans
Nader onderzoek vleermuizen en huismus In het kader van de Wet natuurbescherming
Ondertitel
Plangebied: Schouteneinde 52, Puttershoek
Opsteller(s)
F.V. van der Lans
Datum
10-09-2021
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20210820v01
Aantal pagina's
25
Opdrachtgever
Schouteneinde B.V.
Contactpersoon
E. Cardinaal
Kwaliteitscontroleur
F.A. van Meurs & K.J. van Veen
Wijze van citeren
Lans, F.V. van der. 2021. Nader onderzoek vleermuizen en huismus. In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Schouteneinde 52, Puttershoek. Kenmerk ER20210820v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding..................................................................................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding.....................................................................................................................................................................................5 1.2 Onderzoeksvragen..................................................................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer......................................................................................................................................................................................5 2 Beschrijving plangebied..............................................................................................................................................................7 2.1 Algemeen......................................................................................................................................................................................7 2.2 Beschrijving..................................................................................................................................................................................8 2.3 Geplande
ingrepen.................................................................................................................................................................8 2.3.1 Omschrijving werkzaamheden...............................................................................................................................8 2.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode............................................................................................9 2.3.3 Methode uitvoering: materieel en werkwijze................................................................................................9 2.3.4 (ontwerp-)tekening........................................................................................................................................................9 3 Onderzoek beschermde soorten........................................................................................................................................11 3.1 Werkwijze....................................................................................................................................................................................11 3.2 Volledigheid onderzoek....................................................................................................................................................12 3.2.1
Algemeen..........................................................................................................................................................................12 3.2.2 Vleermuizen......................................................................................................................................................................12 3.2.3 Huismus..............................................................................................................................................................................13 4 Resultaten nader onderzoek..................................................................................................................................................15 4.1 Vleermuizen..............................................................................................................................................................................15 4.1.1 Gewone dwergvleermuis........................................................................................................................................15 4.2 Ruige dwergvleermuis.......................................................................................................................................................17 4.3
Huismus.......................................................................................................................................................................................17 4.4 Conclusie onderzoeksresultaten.................................................................................................................................17 5 Effectbeoordeling..........................................................................................................................................................................19 5.1 Vleermuizen en huismus..................................................................................................................................................19 6 Conclusies en aanbevelingen................................................................................................................................................21 6.1 Conclusies..................................................................................................................................................................................21 6.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................................22 7 Geraadpleegde
bronnen..........................................................................................................................................................23 7.1 Literatuur....................................................................................................................................................................................23 7.2 Internet........................................................................................................................................................................................23
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van Schouteneinde B.V. heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd in het plangebied: Schouteneinde 52, Puttershoek. De aanleiding van dit verzoek is de voorgenomen sloop van de bebouwing (zie verder paragraaf 2.3). Uit een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecoresult B. V. in 20211 is gebleken dat in een deel van het plangebied potenties aanwezig zijn voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis) en huismus. Zodoende was nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk om te vast te stellen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en zo ja, hoe in het kader van de Wet natuurbescherming gehandeld dient te worden. In voorliggende rapportage worden de onderzoeksresultaten beschreven. De resultaten van voorliggende rapportage zijn drie jaar geldig. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient het onderzoek te worden geactualiseerd.
1.2
Onderzoeksvragen
In het onderzoek worden 5 onderzoeksvragen beantwoord: 1. Zijn vleermuizen en/of huismus aanwezig? 2. Welke functie(s) heeft het object of het gebied voor vleermuizen en/of huismus? 3. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en/of het essentiële functionele leefgebied behouden? 4. Is ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk? 5. Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?
1.3
Leeswijzer
In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna 1
Verhoeven, 2021
5
volgt een beschrijving van de werkwijze van het onderzoek, de resultaten van het onderzoek en een effectbepaling van de geplande werkzaamheden. Aansluitend wordt beschreven welke maatregelen genomen dienen te worden negatieve effecten te voorkomen of te verminderen. Er wordt afgesloten met de conclusies en aanbevelingen.
6
2
Beschrijving plangebied
2.1
Algemeen
Het plangebied voor dit nader onderzoek omvat een vrijstaande woning en enkele bijgebouwen/schuurtjes en garageboxen in Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, provincie ZuidHolland (zie Afbeelding 1). Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom aan de oostzijde van Puttershoek.
Afbeelding 1: Ligging plangebied, voor regionale ligging zie kaartinzet rechtsboven (Bron: PDOK)
7
2.2
Beschrijving •
De bebouwing in het plangebied bestaat uit een vrijstaande woning (bouwjaar 1876 2). De woning is opgetrokken uit baksteen en heeft een zadeldak met een dakbedekking van holle dakpannen. Overhangende kantpannen zijn afwezig. Aan beide zijden van het dakvlak zijn dakkapellen aanwezig. De noordoostelijke kopse gevel heeft een witte pleisterlaag. De woning is bewoond. Dakoverstekken zijn aanwezig langs diezelfde kopse gevel en beide zijgevels. Een luchtspouw ontbreekt. De zuidelijke zijgevel heeft een aanbouw, deze heeft een buitenschil van planken en een licht hellend dak met dakpannen.
•
Naast de woning staan een schuurt en een garage, de buitenschil van deze bijgebouwen bestaat uit gepotdekselde planken. Het schuurtje heeft een een zadeldak met een dakbedekking van golfplaten, op dit dak zijn zonnepanelen geplaatst. De garage heeft een plat dak. Verder zijn op het terrein enkel overkappingen en pergola's aanwezig.
•
Op enkele plaatsen bevinden zich openingen in het gebouwoppervlak: met name ruimten onder dakpannen en bij loodflabben bij de dakkapellen. Ook zijn er enkele kleine kieren tussen de dakoverstekken en de zijgevels aanwezig.
•
Het terrein grenst aan de noordzijde aan een bedrijfspand, het overige deel is omheind met een schutting.
•
Aan de oostzijde zijn garageboxen, eenlaags, aanwezig.
•
Open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen (natuurvriendelijke oevers etc.) zijn afwezig binnen het plangebied.
•
In de tuin is veel (sier)beplanting aanwezig in de vorm van o.a. klimhortensia, liguster, blauwe regen en overige sierheesters en sierplanten. Er zijn enkele (lei)bomen aanwezig (o.a. es)
•
Verhardingen zijn aanwezig in de vorm van verschillende terrassen en looppaden.
•
Verlichting is aanwezig in de vorm van straatverlichting (in de directe omgeving) en buitenlampen aan de gevels.
•
2.3
Voor vleermuizen geschikte ondergrondse ruimten zijn afwezig.
Geplande ingrepen
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden
De werkzaamheden zullen op grote lijnen bestaan uit: • 2
8
Sloop van de huidige bebouwing.
https://bagviewer.kadaster.nl/
•
Het verwijden van het aanwezige groen.
•
Bouwrijp maken van het terrein.
•
Nieuwbouw. Gedetailleerde plannen zijn niet bij het opstellen van voorliggende rapportage beschikbaar.
2.3.2
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode
Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. Het voornemen is de werkzaamheden 2021 te starten. Een doorlooptijd van de werkzaamheden is nog niet bekend. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.
2.3.3
Methode uitvoering: materieel en werkwijze
De exacte invulling is nog niet bekend. Voor voorliggende rapportage wordt uitgegaan van de volgende werkwijze. De bestaande woning en beplanting worden verwijderd.
2.3.4
(ontwerp-)tekening
Een ontwerptekening is niet beschikbaar.
9
3
Onderzoek beschermde soorten
3.1
Werkwijze
De volgende soorten/soortgroepen zijn onderzocht: Vleermuizen:
Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (zomer-, kraam- en paar- en massawinterverblijfplaatsen) van vleermuizen (gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis) binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het meest actuele vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2021).
Huismus:
Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Huismus.
In Tabel 1 en Tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. Alle betrokken deskundigen hebben aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van huismus en vleermuizen. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder goede
04-05-2021
Huismus
2
14-05-2021
Huismus
Windkracht (Bft)
Soort
1
Type onderzoek Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied
Neerslag (mm)
Datum
Temperatuur (°C)
Veldbezoek
weersomstandigheden, conform het Kennisdocument3 Huismus en het Vleermuisprotocol 2021.
07u00 – 09u00 Zon op: 6:00
L. van Drongelen
12
3
5
07u23 – 9u23 Zon op: 5:37
B. Verhoeven
10
0
2
Moment
Zonop
Onderzoeker
Tabel 1: Onderzoeksmomenten huismusonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.
3
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wetnatuurbescherming/
11
Windkracht (Bft)
Neerslag (mm)
Temperatuur (ºC)
Onderzoekers
Moment
Zon op Zon onder
Onderzoek
Type onderzoek
Datum
Vleermuizen – Gewone Paarverblijfplaatsen, dwergvleermuis en Ruige Winterverblijfplaatsen , functioneel leefgebied 24-08-20 dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone Paarverblijfplaatsen, dwergvleermuis en Ruige Winterverblijfplaatsen , 15-09-20 dwergvleermuis functioneel leefgebied Vleermuizen – Gewone Zomer-, dwergvleermuis en Ruige kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied 27-05-21 dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone Zomer-, dwergvleermuis en Ruige kraamverblijfplaatsen, 29-06-21 dwergvleermuis functioneel leefgebied Vleermuizen – Gewone Zomer-, dwergvleermuis en Ruige kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied 13-07-21 dwergvleermuis
Onder: 20:45 23:45 – 01:45
F. van der Lans
17
5
3
Onder: 19:55 21:30 – 23:30
E. Bakker
25
0
2
Onder: 21:45 21:45 – 23::55
M. de Vries
14
0
3
Op: 5:22
H. Wieleman
16
0
2
J. Janse
18
0
3
3:20 – 5:30
Onder: 21:54 21:54 – 23:59
Tabel 2: Onderzoeksmomenten vleermuisonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.
3.2 3.2.1
Volledigheid onderzoek Algemeen
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de voor die soort(groep) geldende standaarden. De onderzoeksperiode voor al de betreffende soorten is optimaal. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan dan ook voldoende invulling gegeven.
3.2.2
Vleermuizen
Alleen de achterzijde van het pand is geschikt voor vleermuizen en is goed te overzien. Het is aannemelijk dat te allen tijde 75% van het plangebied te goed te overzien was. Het plangebied is klein en had een overzichtelijke indeling met lange kijklijnen. Ook liep de ervaren onderzoeker contant rond waardoor hij kon inspelen op de actuele situatie. Vanaf de belangrijke observatie knooppunten konden zowel de lange delen van de woning als de kopgevels goed worden overzien. Voor het onderzoek naar paarverblijfplaatsen was eveneens één onderzoeker voldoende. Het baltsgedrag wordt vertoond voor langere perioden op een avond. Door constant door het plangebied heen en weer te lopen kan in een kort tijdsbestek het aantal en de locatie van de paarterritoria worden gelokaliseerd. Gedurende de ronden in de periode mei - juli lag met name de focus van het onderzoek met name op 12
het plangebied. Gedurende de najaarsronden is een groter gebied rondom het plangebied onderzocht op aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen.
3.2.3
Huismus
Gedurende het huismusonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uit gegaan naar het plangebied. De totale populatie huismussen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht.
13
4
Resultaten nader onderzoek
4.1
Vleermuizen
Gedurende de veldonderzoeken is in totaal 1 vleermuissoort waargenomen (zie Afbeelding 2): •
Gewone dwergvleermuis.
Afbeelding 2: In en rondom het plangebied aangetroffen soorten vleermuizen. Kaartbron: Openstreetmaps
4.1.1
Gewone dwergvleermuis
Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 2) werden 24 waarnemingen van gewone dwergvleermuizen verricht (zie Afbeelding 3); 12 in het voorjaar en 12 in het najaar.
15
Afbeelding 3: Waarnemingen van gewone dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps Vaste rust- en verblijfplaatsen •
Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen.
•
Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen.
Functioneel leefgebied •
Het plangebied wordt slechts marginaal als vliegroute gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van vliegroutes.
•
Het plangebied wordt slechts marginaal als foerageergebied gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van essentieel foerageergebied.
16
4.2
Ruige dwergvleermuis
Tijdens het onderzoek zijn binnen en rondom het plangebied geen waarnemingen verricht van ruige dwergvleermuis. Vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied zijn derhalve afwezig.
4.3
Huismus
Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het huismusonderzoek (Tabel 1) werden geen waarnemingen van huismus verricht. Ook in de ruime omtrek van het plangebied zijn geen huismussen waargenomen.
4.4
Conclusie onderzoeksresultaten
In totaal zijn binnen het plangebied aangetroffen: •
Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van vleermuizen aangetroffen.
•
Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van huismussen aangetroffen
17
5
Effectbeoordeling
5.1
Vleermuizen en huismus
In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van vleermuizen of huismussen aangetroffen. Negatieve effecten op vleermuizen en huismussen zijn uitgesloten. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.
19
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Conclusies
In opdracht van Schouteneinde B.V. heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd in het plangebied: Schouteneinde 52, Puttershoek. De aanleiding van dit verzoek is de voorgenomen sloop van het pand (zie verder paragraaf 2.3). Uit een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecoresult B. V. in 20214 is gebleken dat in de woningen potenties aanwezig zijn voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis) en huismus. De veldonderzoeken zijn uitgevoerd door ecologen van Ecoresult B.V. met aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van vleermuizen en huismus. Het onderzoek is uitgevoerd onder de condities en methodiek van de relevante kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol 2021. Vleermuizen •
In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig.
•
Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen.
•
Essentieel functioneel leefgebied is binnen het plangebied afwezig.
Huismus •
In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig.
•
Buiten het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van huismus aangetroffen.
•
Essentieel functioneel leefgebied van huismus is binnen het plangebied afwezig.
Ontheffing en maatregelen Negatieve effecten op vleermuizen en huismussen zijn uitgesloten. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.
4
Verhoeven, 2021
21
6.2
Aanbevelingen
Los van de onderzoeksresultaten, maar als duurzame inrichtingsmaatregel “inclusief bouwen voor vleermuizen en vogels, heeft het de ecologische voorkeur om rekening te houden met de wensen van vleermuizen en vogels in het nieuwe ontwerp. Anders gezegd: door inclusief te bouwen voor vleermuizen en vogels wordt bijvoorbeeld een (nieuw) gebouw of kunstwerk toegankelijk voor vleermuizen en vogels of blijft een potentiële vliegroute intact. Ecoresult B.V. kan u hierover adviseren en dit opnemen in het mitigatieplan en/of ontwerp.
22
7
Geraadpleegde bronnen
7.1
Literatuur
Verhoeven, B. 2021. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid-Holland. Plangebied: Schouteneinde 52, Puttershoek. Rapportkenmerk: ER20210430v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
7.2
Internet
PDOK (Publieke Dienstverlening Op Kaart) https://www.pdok.nl/ Kennisdocumenten https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/ Vleermuisprotocol 2017 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol
23
Bijlage 1
Voorwaarden ontheffing
Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: 1.
Geen andere bevredigende oplossing; ◦ De vraag of er een bevredigende andere oplossing is, bestaat uit drie delen:
Wat is het probleem of de specifieke situatie waarom de handeling plaatsvindt?
Zijn er andere oplossingen voor dit probleem?
Indien er andere oplossingen zijn, welke gevolgen heeft dit dan voor de verbodsbepalingen?
2.
Sprake van een in de wet genoemd belang ◦ Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen:
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;
◦ Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: ▪ In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid ▪ In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer ▪ Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren ▪ Ter bescherming van flora en fauna 24
▪ Voor onderzoek en onderwijskundige doelen ▪ Voor het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doelen samenhangende teelt ▪ Om kleine hoeveelheden van bepaalde vogels onder bepaalde omstandigheden te vangen, te houden of te gebruiken 3.
Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. ◦ Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime, voor soorten van de Vogelrichtlijn is dit: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort” ◦ Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moeten de volgende vragen worden beantwoord:
Wat is de staat van instandhouding (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijk verspreidingsgebied)?
•
Wat is het effect van het verlenen van de ontheffing op de betrokken populatie(s)?
Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.
25