CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ecologisch onderzoek Fazant 5 Maasdam - Bijlage 2b. Ecologisch onderzoek Fazant 5 Maasdam

Besluitvormende raad 23 april 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Fazant 5 Maasdam5.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Colofon Titel

Ecologisch Onderzoek Fazant 5 Maasdam

Status rapport

definitief

Projectnummer

21A059

Datum uitgave

juni 2021

Samengesteld door

xx , adviseur Watersnip Advies xx, senior adviseur Watersnip Advies

Foto’s

Watersnip Advies

Naam en adres opdrachtgever

Gemeente Hoeksche Waard Postbus 2003 3260 EA Oud-Beijerland

Contactpersoon opdrachtgever

dhr. xx

Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

Watersnip Advies

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................. 4

2

LOCATIEBESCHRIJVING ............................................................................. 6 2.1 2.2

3

Huidige situatie.............................................................................................6 Plannen .......................................................................................................6

TOETSINGSKADER ..................................................................................... 8 3.1 3.2

Europese richtlijnen .......................................................................................8 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving ................................................................8

3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) .................................................................... 8 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................. 11 3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) ..................................................................... 13

4

RESULTATEN ONDERZOEK ....................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

Methode .................................................................................................... 14 Flora ......................................................................................................... 14 Fauna ....................................................................................................... 14

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ............................................................ 19 5.1 5.2

6

Vogels ............................................................................................................ 14 Vissen ............................................................................................................ 15 Amfibieën ....................................................................................................... 15 Reptielen......................................................................................................... 15 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................ 15 Vleermuizen .................................................................................................... 16 Overige soorten ............................................................................................... 18

Conclusies en aanbevelingen ........................................................................ 19 Algemene Zorgplicht ................................................................................... 20

BRONNEN................................................................................................ 21

Watersnip Advies

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

Watersnip Advies

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

1 Inleiding De gemeente is voornemens het huidige schoolgebouw binnen het plangebied Fazant 5 in Maasdam af te breken. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: • Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming -Wnb). • Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; • Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (eveneens toetsing Wet Natuurbescherming); • Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Omgevingsbeleid, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap).

Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en veldonderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In juni 2021 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade. In het samenvattende schema op de volgende pagina wordt aangegeven of er overtreding plaatsvindt aan beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Tevens worden enige aanbevelingen gedaan t.b.v. de biodiversiteit.

Watersnip Advies

4

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

Conclusies en aanbevelingen In onderstaand schema volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen uit hoofdstuk 5. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen

- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5

Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Amfibieën §4.3.3 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7 Soortgroep H.4 Vogels §4.3.1

Watersnip Advies

Gevolgen Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ heeft habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Voor de nieuwe ontwikkeling dient daarom getoetst te worden of er sprake is van stikstof depositie op de natuurgebieden. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, , Egel, Haas, Hermelijn en Rosse woelmuis, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

5

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

2 Locatiebeschrijving 2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten: 97,442 en 98, 422. Binnen het plangebied staat een schoolgebouw, dat bestaat uit een hoofdgebouw en enkele tijdelijke bijgebouwen. Het hoofdgebouw is opgetrokken uit bakstenen muren met houten kozijnen en een plat, bitumen dak. Het schoolgebouw heeft één verdieping. Enkele delen van het hoofdgebouw zijn hoger dan andere delen en hebben vensters in deze verhogingen. De dakranden zijn afgewerkt met houtwerk en een aluminiumstrip. Op het dak zijn de hogere delen ook afgewerkt met houtwerk. De tijdelijke gebouwen bestaat uit golfwanden met kunststofkozijnen. Ook deze gebouwen hebben platte, bitumen daken.

422 98 Figuur 1: Plangebied (rode contour)

Aan de zuidwestkant van het gebouw ligt het schoolplein. Hier staat een grote boom, een soort Es. Rond het schoolplein staat een rij bomen met onderbegroeiing. Dit staat buiten de grenzen van het schoolplein. Aan de noordoostkant van het plangebied staan ook veel bomen en struiken. Deze dienen als groene afscherming van de provinciale weg N217. 2.2

Plannen

De gemeente Hoeksche Waard is voornemens het huidige schoolgebouw af te breken. Binnen het plangebied wordt ruimte gemaakt voor de nieuwbouw van woningen. Een aantal bomen binnen het plangebied zal worden gekapt.

Watersnip Advies

6

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

Figuur 2: Ingang van het hoofdgebouw

Figuur 3: (Tijdelijk) bijgebouw

Figuur 4: Achterzijde hoofdgebouw

Figuur 5: Dak hoofdgebouw

Watersnip Advies

7

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

3 Toetsingskader 3.1

Europese richtlijnen

Binnen de Europese Unie vormen de Natura 2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. De richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017. 3.2

Landelijk natuurbeleid- en wetgeving

3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura 2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura 2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura 2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Stikstofdepositie Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. In mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit programma niet meer gebruikt mag worden. In Provincie Zuid-Holland is afhankelijk van de omvang van het initiatief een stikstofdepositieberekening nodig.

Aan de hand van het ‘Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie’ kan bepaald worden of de berekening voor het betreffende initiatief noodzakelijk is. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort. In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (Wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (Wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a.; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter

Watersnip Advies

8

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden.

Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 6). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.

Figuur 6: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)

Watersnip Advies

9

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht.

Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is ‘Oudeland van Strijen’ op 1,9km ten zuidwesten van het plangebied. Natura2000-gebied ‘Oude Maas’ ligt 4km ten noorden en ‘Biesbosch’ ligt op 8,2km ten zuidoosten van het plangebied. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Oudeland van Strijen’ zijn: Brandgans, Dwerggans, Kolgans en Smient.

Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Oude Maas’ zijn: Noordse woelmuis en Bever. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Biesbosch’ zijn: Zeeprik, Rivierprik, Elft, Fint, Zalm, Bittervoorn, Grote modderkruiper, Kleine modderkruiper, Rivierdonderpad, Meervleermuis, Bever, Noordse woelmuis, Tonghaarmuts, Platte schijfhoren, Aalscholver, Roerdomp, Bruine kiekendief, Porseleinhoen, IJsvogel, Blauwborst, Snor, Rietzanger. Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura 2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient, Kolgans, Bruine kiekendief en Rietzanger foerageren ook in de wijdere Watersnip Advies

10

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

omgeving van het Natura 2000-gebied. Het plangebied in de kern van Maasdam is echter niet geschikt voor deze soorten als foerageergebied. De cultuurdruk in het gebied is te hoog en er is onvoldoende open ruimte en moerasvegetatie aanwezig. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura 2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde.

Figuur 7: Natura2000-gebied (bron: www.natura2000.nl)

Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Stikstofdepositie Binnen Natura2000-gebied ‘Biesbosch’ zijn habitattypen aangewezen die stikstofgevoelig zijn, zoals vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen), stroomdalgraslanden en glanshavervossenstaarthooilanden. Gezien de afstand van het plangebied tot het Natura2000-gebied ‘Biesbosch’ (8,2km) met stikstofgevoelige habitats, wordt geadviseerd een berekening te laten uitvoeren van de stikstofdepositie. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden van meer dan 10 are. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden;

Watersnip Advies

11

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

• bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van een NNN-gebied (zie figuur…). Ook zijn er wel bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied.

De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop van het schoolgebouw en de bouw van woningen zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.

Figuur 8: Ligging plangebied (stip) t.o.v. NNN-gebieden en belangrijk weidevogelgebied (www.pzh.nl)

Watersnip Advies

12

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

3.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En ook is het doel een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie te realiseren. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.

GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig. Toetsing Omgevingsvisie en Omgevingsverordening en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig. Er zal daardoor geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden.

Watersnip Advies

13

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

4 Resultaten onderzoek 4.1

Methode

Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. Soorten die op een afstand van 0 tot 1km zijn waargenomen, worden in dit rapport behandeld. En indien relevant soorten op een afstand van 1 tot 5km. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op vrijdag 4 juni 2021 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tevens is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Er is als volgt te werk gegaan: a. Met behulp van een ladder is de dakconstructie van de gebouwen aan de binnen- en buitenzijde geïnspecteerd op eventueel aanwezige ruimtes. Hierbij zijn ook dakpannen gelicht. b. Met behulp van een schroevendraaier en koevoet zijn de aanwezige spleten/ruimten gecontroleerd op mogelijk gebruik als invliegopening door vleermuizen. c.

Er is gezocht naar sporen die duiden op aanwezigheid van vleermuizen (bijv. uitwerpselen). 4.2

Flora

De vegetatie rond het plangebied bestaat voornamelijk uit bomen en struiken, zoals Es, Vlier, Haagbeuk, Zwarte els, Wilg, Meidoorn, Kornoelje en Braam. Een groot deel van het plangebied bestaat uit bebouwing en verharding. Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Figuur 9: Es (cultivar) op het schoolplein

4.3

Fauna

4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Zanglijster, Koolmees en Kauw. Hoog boven het plangebied vloog een Gierzwaluw. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet

Watersnip Advies

14

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Er zijn tijdens het veldbezoek geen broedende vogels aangetroffen. De bomen en struiken rond het plangebied zijn wel geschikt voor broedende vogels. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. De Gierzwaluw en Huismus zijn afhankelijk van menselijke bebouwing voor hun nesten. De bouwen hun nesten bijv. onder dakpannen. Het schoolgebouw heeft geen dakpannen op het dak. Hier kunnen geen nesten van Gierzwaluw en Huismus aanwezig zijn. In de muren van het gebouw zijn geen gaten of kieren aangetroffen die geschikt zijn als nestlocatie voor de Gierzwaluw en Huismus. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van deze vogelsoorten kan worden uitgesloten.

Figuur 10: Dak van het schoolgebouw

Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor uilen en/of roofvogels aangetroffen. Het plangebied ligt in een woonwijk. De cultuurdruk is daardoor te hoog om geschikt te zijn als leefgebied voor uilen en/of roofvogels. Jaarrond beschermde nesten van deze soorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Vissen Binnen het plangebied is geen water aanwezig. De aanwezigheid van beschermde vissoorten kan worden uitgesloten. 4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde amfibieën voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Door het ontbreken van water binnen het plangebied is er geen geschikt leefgebied voor (beschermde) amfibieën aanwezig. De aanwezigheid van beschermde amfibieën binnen het plangebied kan worden uitgesloten. 4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat er geen beschermde reptielen voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied is door de vele verhardingen ook niet gscgikt als leefgebied voor (beschermde) reptielen.

4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere zoogdiersoorten voorkomen in en rond het plangebied, zoals Egel, Haas, Hermelijn en Rosse woelmuis (allen Wnb-andere soorten) (01km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland.

Watersnip Advies

15

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde zoogdieren voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde zoogdieren, die specifieke eisen stellen aan hun leefgebied. Deze worden hier derhalve niet verwacht. 4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (Wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis en Ruige dwergvleermuis (01km) en Gewone grootoorvleermuis en Kleine dwergvleermuis (1-5km). Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van

Figuur 11: hoogteverschillen op het dak en schoorsteen

Figuur 12: Open stootvoeg vlak boven het bitumen dak

Figuur 13: Controle kieren, de schroevendraaier blijft vrij hangen, wat betekent dat de kieren te smal zijn om te dienen als invliegopening

Figuur 14: Controle kieren, de schroevendraaier blijft vrij hangen, wat betekent dat de kieren te smal zijn om te dienen als invliegopening

Watersnip Advies

16

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

vleermuizen zou kunnen vervullen. In het kader van het vleermuisprotocol is een bouwkundige inspectie uitgevoerd. In de muren van het bakstenen hoofdgebouw zijn onderaan de muren ventilatieopeningen aangetroffen. Deze openingen zitten laag en zijn afgedekt met een kunststof rooster, waar geen vleermuizen in kunnen vliegen. Rond het gebouw en aan de verhoogde delen op het dak is gewerkt met houten betimmering. Deze is zorgvuldig langsgelopen. Er zijn nergens tussen de planken invliegopeningen aangetroffen. De onderzijde van het houtwerk langs de dakrand is afgewerkt met een aluminium strip. Hier zijn ook geen invliegopeningen. Op het dak zijn een aantal open stootvoegen aangetroffen. Deze stootvoegen zitten zeer dicht bij het bitumen dak. Er is daardoor geen vrije uitvliegruimte voor vleermuizen. Bij de schoorsteen op het dak zijn ook geen openingen aangetroffen die geschikt zijn als invliegopening. Aan de noordkant van het gebouw is een deel van de muren afgewerkt met kunststof planken, met een houtstructuur. Ook hier zijn geen kieren waargenomen. De twee tijdelijke bijgebouwen zijn opgebouwd uit aluminium golfplaten met kunststof kozijnen. Langs de dakrand zijn trespa platen aangebracht. Deze zijn netjes en strak afgewerkt. In deze gebouwen zijn ook geen gaten of kieren aangetroffen die geschikt kunnen zijn als invliegopening voor vleermuizen.

Figuur 15: Afwerking bijgebouw

Tevens zijn er rond het gebouw geen sporen (krijtsporen, keutels) aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen kan op basis van de ongeschiktheid van het gebouw worden uitgesloten. Op het schoolplein staat één boom. In Figuur 16: Controle kieren, de schroevendraaier blijft vrij deze boom zijn geen gaten of scheuren hangen, wat betekent dat de kieren te smal zijn om te dienen als invliegopening aangetroffen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. De bomen die rond het schoolplein staan hebben een diameter van minder dan 30cm. Ook deze bomen zijn niet geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. De verwachting is dat de bomen wel onderdeel zijn van foerageergebied van verschillende soorten vleermuizen. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is Watersnip Advies

17

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Dit is hier niet het geval. In de groenzone langs de N217 staat voldoende opgaand groen dat geschikt is als foerageergebied voor vleermuizen. Er zal daarom geen schade ontstaan aan de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige populaties vleermuizen. 4.3.7 Overige soorten Tijdens het veldbezoek is een Koolwitje waargenomen. Uit de bureaustudie blijkt dat er geen beschermde insecten, vlinders en andere ongewervelde soorten voorkomen binnen het plangebied. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht.

Watersnip Advies

Figuur 17: Groene bufferzone langs N217

18

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied. In de onderste tabel staat de soortgroep die aanvullende maatregelen vereisen. 5.1

Conclusies en aanbevelingen

Natuurgebieden H.3 Natura2000 §3.2.1 - Habitattypen

- Soorten NNN-gebieden §3.2.2 Omgevingsvisie/verordening Soortgroep H.4 Algemeen §4.3.3 en 4.3.5

Flora §4.2 Jaarrond beschermde nesten §4.3.1 Vissen §4.3.2 Amfibieën §4.3.3 Reptielen §4.3.4 Zoogdieren §4.3.5 Vleermuizen §4.3.6 Overige soorten §4.3.7 Soortgroep H.4 Vogels §4.3.1

Watersnip Advies

Gevolgen Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ heeft habitattypen die zijn aangewezen als stikstofgevoelig. Voor de nieuwe ontwikkeling dient daarom getoetst te worden of er sprake is van stikstof depositie op de natuurgebieden. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, , Egel, Haas, Hermelijn en Rosse woelmuis, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

19

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

5.2

Algemene Zorgplicht

Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen Geadviseerd wordt om natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus, Gierzwaluw en vleermuizen: a. Voor de Huismus wordt bij de nieuwe woningen ruimte beschikbaar gehouden onder onderste twee rijen dakpannen. Op een aantal plaatsen worden in afwijking hiervan vogelvides aangebracht op de onderste panlat. Geen toepassing van vogelschroten. b. Voor de Gierzwaluw worden holle inbouwstenen ingemetseld in de randen van de zijgevels. c. Voor vleermuizen worden kasten ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Daarnaast wordt in een groenvoorziening een groepskast voor vleermuizen op een paal aangebracht.

Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis. Enkele aanbieders van producten zijn Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl

Figuur 18: Mogelijkheden plaatsing van vleermuiskasten in een gevel

Watersnip Advies

20

21A059 EO Fazant 5 Maasdam

6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 5 november 2018 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, 2020. Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019.026. Zoogdiervereniging, Nijmegen 6. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, Vleermuisprotocol 2021, januari 2021 7. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsvisie, Omgevingsbeleid Zuid-Holland, gewijzigd ontwerp, 22 januari 2019 8. Provincie Zuid-Holland, Omgevingsverordening Zuid-Holland, 22 februari 2019 9. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd, in werking per 19 januari 2018 tot 1 april 2019 10. Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, Stroomschema beoordeling WABO-aanvragen bouw voor nieuwe initiatieven met stikstofdepositie, versie 5.0, 1 december 2020 11. '© NDFF - quickscanhulp.nl 01 juni 2021

Geraadpleegde internetsites: 12. www.rijksoverheid.nl 13. www.bij12.nl 14. www.rvo.nl 15. www.regelink.net 16. www.ravon.nl 17. www.vleermuis.net 18. www.zuid-holland.nl 19. www.zoogdiervereniging.nl 20. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/omgevingsbeleid/ 21. www.arcgis.com/home/webmap/viewer.html 22. www.waarneming.nl

Watersnip Advies

21

Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 76653862 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13931377/1