CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

ecologie an QS22047v2 Breur

Besluitvormende raad 23 april 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Schenkeldijk 70 's-Gravendeel3.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan ecologie ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

16-01-2023 Kuipers OG BV QS22047v2 Breur, T.D. 2022. Quickscan ecologie. ‘s Gravendeel, Schenkeldijk Rapportcode: QS22047v2. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

70B.

Breur Ecologie & Onderzoek Couperusstraat 27 3319RB Dordrecht

Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2023.

1

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader beschermde soorten.............................................................................................. 5

4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Beschermde gebieden............................................................................................................................................6 4.3 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................6 4.4 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6

5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7

5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................9 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................9 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................9

6 Beschermde gebieden........................................................................................................................ 10

6.1 Wet natuurbescherming.....................................................................................................................................10 6.2 Omgevingsverordening.......................................................................................................................................11

7 Beschermde soorten.......................................................................................................................... 12

7.1 Planten.......................................................................................................................................................................12 7.2 Vogels.........................................................................................................................................................................12 7.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................12 7.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................13 7.5 Overige soorten......................................................................................................................................................14

8 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 15

8.1 Conclusies.................................................................................................................................................................15 8.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................15

Bronvermelding...................................................................................................................................... 16

2

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van Kuipers OG BV een quickscan ecologie uitgevoerd op een perceel aan de Schenkeldijk 70B te ‘s Gravendeel. De landbouwkas op dit terrein zal worden gesloopt t.b.v. woningbouw en agrarisch gebruik. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •

De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op beschermde natuurgebieden.

•

Het plangebied biedt geen potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten flora of fauna, aanvullend onderzoek is niet nodig.

•

De ontwikkeling heeft groen licht vanuit de Wet natuurbescherming.

•

Men dient bij kapwerkzaamheden of sloopwerkzaamheden wel rekening te houden met het vogelbroedseizoen. Nesten van vogels zijn – ongeacht de soort – altijd beschermd wanneer zij in gebruik zijn (nestbouw, broedfase, of jongen in nest). Het broedseizoen loopt grofweg van maart t/m augustus. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.

•

Voor alle soorten flora en fauna (beschermd en onbeschermd) geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.

De geplande ontwikkeling op het terrein biedt ook kansen voor biodiversiteit. Door middel van een streekeigen, inheemse erfbeplanting en het aanbrengen van voorzieningen in nieuwe woningen (zoals inbouw neststenen voor vogels of vleermuizen) kan de biodiversiteit van het terrein in de toekomstige situatie worden verbeterd.

3

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

1

Aanleiding

Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van van Kuipers OG BV een quickscan ecologie uitgevoerd op een perceel aan de Schenkeldijk 70B te ‘s Gravendeel. De landbouwkas op dit terrein zal worden gesloopt t.b.v. woningbouw en agrarisch gebruik. Een quickscan ecologie was noodzakelijk om te beoordelen of deze geplande ontwikkeling effect heeft op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming.

2

Doel

Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •

Is het plangebied gelegen in/nabij beschermde natuurgebieden?

•

Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?

•

Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?

3

Werkwijze

Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in en om het plangebied. •

Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij zijn onder andere verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd.

•

Oriënterend veldbezoek Een verkennend veldbezoek is uitgevoerd door T.D. Breur op 14-09-2022. Het gehele plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig geïnspecteerd met behulp van een verrekijker, zaklamp en endoscoop camera.

4

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

4

Wettelijk kader beschermde soorten

4.1

Beschermde soorten

De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •

Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Nesten zijn te allen tijde beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt.

•

Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.

•

Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. De bescherming van deze soorten verschilt hierdoor tussen provincies.

Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Uitgangspunt voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.

5

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

4.2

Beschermde gebieden

De bescherming van natuurgebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de provinciale Omgevingsverordening. •

Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming in deze wet heeft uitsluitend betrekking op Natura 2000gebieden. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld op Europees niveau. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

•

Omgevingsverordening In de provinciale Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Dit is een nationaal netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het ruimtelijke beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Aanvullend op dit nationale netwerk kan de provincie ook andere gebieden een planologische bescherming toekennen, dit gebeurt bijvoorbeeld bij belangrijke provinciale landschappen of belangrijke weidevogelgebieden.

4.3

Beschermde houtopstanden

De kap van houtopstanden (bos, lanen, houtwallen, hagen, struwelen etc.) is onderhevig aan de regelgeving van de Wet natuurbescherming indien: •

de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt.

•

de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m 2), of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

In het onderzoeksgebied is geen sprake van houtopstanden die voldoen aan bovenstaande criteria. De bescherming van houtopstanden komt in deze rapportage dan ook niet verder aan de orde.

4.4

Zorgplicht

Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatieve effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.

6

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

5

Plangebied & ontwikkeling

5.1

Huidige situatie

Het plangebied betreft het terrein aan de Schenkeldijk 70B te ‘s Gravendeel (Gemeente Hoeksche Waard). De locatie bestaat uit de kadastrale percelen K 547 en K 248. Op het terrein bevindt zich een kas en een waterberging. Aan de noordoostzijde van de kas bevindt zich een gazon, een opslagtank omringd door coniferen en een grote laurierkers, op het gazon bevindt zich één solitaire es.

Afbeelding 1: Ligging van het onderzoeksgebied (rood omkaderd). De regionale ligging is aangegeven rechtsonder in de rode cirkel.

Afbeelding 2: De straatzijde van de kas.

7

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

Afbeelding 3: De hoek van het waterbassin en de kas.

Afbeelding 4: De zuidoostelijke grens van het plangebied.

Afbeelding 5: Achterzijde van de kas.

8

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

5.2

Geplande ontwikkeling

De landbouwkas in het plangebied zal worden gesloopt t.b.v. woningbouw en agrarisch gebruik. Perceel K 547 (het noordwestelijke deel van het plangebied) krijgt een woonbestemming en hier zullen 5 woningen ontwikkeld worden. Perceel K 248 (het zuidoostelijke deel van het plangebied) zal vrijkomen als een agrarische bestemming zonder bouwmogelijkheden.

5.3

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie bevinden er zich 5 woningen in het noordwesten van het plangebied. Het zuidoostelijke deel zal in gebruik zijn voor een nader te bepalen agrarisch gebruik.

5.4

Planning

Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.

Afbeelding 6: Impressie van de toekomstige inrichting van het noordwestelijke deel van het plangebied met de 5 woonhuizen.

9

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

6

Beschermde gebieden

6.1

Wet natuurbescherming

Op ca. 3-4 km afstand van plangebied bevinden zich Natura 2000-gebieden Het Oudeland van Strijen, het Hollands Diep en de Biesbosch. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van deze gebieden en er is geen sprake van fysieke aantasting. Vanwege de afstand tot de gebieden is ook negatief effect ten gevolge van trilling, geluid of lichtvervuiling uitgesloten. Ten aanzien van stikstof geldt dat de bouwfase per 01-07-2021 is vrijgesteld van stikstofdepositie. Op basis van de kleinschaligheid van de ontwikkeling (5 woonhuizen) en de afstand tot stikstofgevoelige habitats is negatief effect effect t.a.v. stikstofdepositie op voorhand uit te sluiten. De geplande ontwikkeling leidt niet tot een dusdanige stikstofdepositie dat drempelwaardes in Natura 2000 gebieden worden overtreden. Ten aanzien van Natura-2000 is de ontwikkeling niet vergunningsplichtig. Deze quickscanrapportage werd opgeleverd toen de bouwvrijstelling nog van kracht was. Inmiddels is deze per 02-11-2022 ongeldig verklaard. Ook de bouwfase dient daarom wederom getoetst te worden aan stikstofuitstoot. Voor een exacte berekening van stikstofuitstoot in de bouwfase zijn gedetailleerde gegevens nodig m.b.t. het type machines dat gebruikt wordt, bouwmaterialen etc. In deze fase is dat nog niet exact te bepalen.

Er is daarom een schetsberekening gemaakt in AERIUS calculator gebruikmakend van de kengetallen van het RIVM (een uitstoot in de bouwfase van 3 kg Nox per woning). Zelfs wanneer er twee keer zoveel woningen worden gemodelleerd geeft dit geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j. Bij het ontmantelen van de kas zal er relatief weinig stikstof worden uitgestoten, hier gaat het met name om diverse bewegingen van zwaar verkeer. Zelfs wanneer er een jaar lang elke dag een vrachtwagen zou af- en aanrijden komen de rekenresulaten niet boven de 0,00 mol/ha/j (in combinatie met de uitstoot van de woningbouw). Om deze reden wordt negatief effect van stikstof zowel van de bouw- als gebruiksfase niet verwacht, verdere stikstofberekeningen zijn niet noodzakelijk.

Afbeelding 7: Beschermde natuurgebieden in de nabijheid van het plangebied. Verticale arcering= Natura 2000, Groen= landnatuur NNN, Paars= verbindingszone NNN

10

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

6.2 Omgevingsverordening Het plangebied is niet gelegen in onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), noch in belangrijk weidevogelgebied. Het meest nabijgelegen onderdeel van het NNN is een verbindingszone in de vorm van een waterloop ten noorden het plangebied (De Kreek). Aan de noordzijde van het plangebied is er echter juist sprake van vergroening: de kas maakt plaats voor 5 woonhuizen met een groene landschappelijke inpassing. Er zijn daarom geen redenen om aan te nemen dat deze verbindingszone negatief effect zal ondervinden van de ontwikkeling, deze verbindingszone wordt naar verwachting juist versterkt doordat er een bredere groene zone langs de watergang ontstaat. De ontwikkeling leidt daarom niet tot negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van gebieden die tot het NNN behoren. Er is geen sprake van een conflict met de Provinciale Omgevingsverordening.

11

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

7

Beschermde soorten

7.1 Planten In het plangebied zijn enkel algemene kruiden aangetroffen die overwegend duiden op voedselrijke omstandigheden. In het gazon zijn soorten aangetroffen als paardenbloem, hondsdraf, witte klaver, madeliefje, oranje havikskruid, grote weegbree en jacobskruiskruid. Langs de randen van de kas en het waterbassin groeien typische soorten voor dergelijke locaties zoals: gekroesde melkdistel, herderstasje, vogelmuur, klein kruiskruid, hanenpoot, postelein en harig knopkruid, tevens zijn er schaduwrijkedelen met parapluutjesmos. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats, dit habitat is niet aanwezig binnen de begrenzing van het plangebied. Beschermde planten worden hierom als afwezig beschouwd.

7.2 Vogels De te slopen kas biedt geen geschikte nestgelegenheid aan gebouwbroedende vogels met jaarrond beschermde rust- of verblijfplaatsen. Vogels zoals huismussen of gierzwaluwen kunnen in het glazen geveloppervlak geen geschikte nestplaats vinden. In de beplanting in het plangebied of de directe omgeving zijn geen takkenhorsten aangetroffen waar boombroedende roofvogels zouden kunnen broeden. Tevens zijn er in het plangebied geen sporen van uilen aangetroffen, zoals braakballen, veren, krijtsporen of prooiresten. Met name onder en rondom de laurierkers en coniferen is hiernaar gezocht omdat dit mogelijke nest- of roestplaatsen kunnen zijn van ransuilen, sporen van de ransuil waren echter afwezig. Wel kunnen er in de kas algemene vogels broeden waarvan de nestplaatsen niet jaarrond beschermd zijn. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een broedende witte kwikstaart in een nisje van een installatie. Hiernaast bestaat er kans op algemene struik/boombroeders (zoals bijvoorbeeld een merel of houtduif) in de coniferen of laurierkers op het terrein. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn (nestbouw, broedfase, of jongen in nest). Bij het plannen van de werkzaamheden wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen. Dit broedseizoen loopt grofweg van maart t/m augustus.

Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.

7.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten grondgebonden zoogdieren voor, welke met name gebonden zijn aan waterrijke natuurlijke habitats (zoals de bever, waterspitsmuis en noordse woelmuis). In het plangebied is geen geschikt habitat aanwezig voor deze soorten (natte wilgenbossen of grote natte ruigtezones). Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de mol, egel en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.

12

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

7.4 Vleermuizen De bebouwing is van binnen en van buiten uitvoerig gecontroleerd op potentie voor aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Deze zijn niet aangetroffen. De kas bestaat vrijwel geheel uit een constructie van staal, glas en metalen gevelpanelen. De aangebouwde loods is evenmin geschikt als vleermuisverblijfplaats, deze loods is van binnen en buiten gecontroleerd. Ook deze loods bestaat uit enkellaags gevel- en dakdelen zonder luchtspouw of andere geschikte diepere kieren of gaten waar vleermuizen kunnen wegkruipen (dit zelfde geldt voor vogels). Het onderste stenen geveldeel van deze loods sluit naadloos aan op de raampartijen, hierboven bestaat de loods enkel uit stalen golfplaten. Aan de binnenzijde van deze loods bevinden zich sorteermachines, het lawaai hiervan maakt deze locatie nog verder ongeschikt als vleermuisverblijfplaats. De bomen in dit plangebied bevatten evenmin geschikte holten waar vleermuizen zouden kunnen verblijven. Als foerageergebied of vliegroute heeft het terrein geen essentiële functie. Alternatieve groengebieden (met meer hogere begroeiing) zijn in de directe omgeving aanwezig en de te slopen kas is geen essentiële ruimtelijke structuur. Door de groene landschappelijke inpassing van de toekomstige woonhuizen zal het plangebied naar verwachting in de toekomst beter geschikt zijn als foerageergebied en verblijfplaats voor vleermuizen.

Negatief effect op vleermuizen is daarom uitgesloten, aanvullend onderzoek naar deze soortgroep is niet nodig.

Afbeelding 8: Het glazen geveloppervlak biedt geen potentie voor aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen.

Afbeelding 9: Buitengevel van de loods

13

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

Afbeelding 10: Binnenzijde van de loods met sorteermachines en lopende band.

7.5 Overige soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor andere beschermde diersoorten (amfibieën, reptielen, libellen, weekdieren). Habitat voor beschermde overige soorten is afwezig en/of het plangebied is gelegen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Wel bestaat er kans op aanwezigheid van algemene vrijgestelde amfibieën zoals de gewone pad. Ten aanzien van deze soorten geldt enkel de zorgplicht (zie Hfst. 8.2).

14

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

8

Conclusie & aanbevelingen

8.1

Conclusies

Deze quickscan ecologie heeft tot de volgende conclusies geleid: •

De geplande ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde natuurgebieden (zowel op provinciaal als op Europees niveau).

•

Het plangebied biedt geen potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten flora of fauna, aanvullend onderzoek is niet nodig.

•

De ontwikkeling heeft groen licht vanuit de Wet natuurbescherming.

•

Men dient bij kapwerkzaamheden of sloopwerkzaamheden wel rekening te houden met het vogelbroedseizoen. Nesten van vogels zijn – ongeacht de soort – altijd beschermd wanneer zij in gebruik zijn (nestbouw, broedfase, of jongen in nest). Het broedseizoen loopt grofweg van maart t/m augustus. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.

•

Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, mol, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).

8.2

Aanbevelingen

In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten. Bij deze ontwikkeling liggen er ook veel kansen voor natuur en biodiversiteit. Vrijblijvend worden hier enkele suggesties gedaan: De nieuw te bouwen woonhuizen kunnen landschappelijk ingepast worden met een streekeigen inheemse erfbeplanting en andere groene elementen die hier vanuit de cultuurhistorie thuishoren. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan gemengde haagstructuren met liguster, meidoorn, sleedoorn, hondsroos en veldesdoorn, of elementen zoals knotwilgen, takkenrillen en enkele solitaire inheemse bomen zoals een es, els of populier. Tevens kunnen de woningen voorzien worden van inbouw neststenen voor vogels of verblijfplaatsen van vleermuizen. Maatregelen ten behoeve van de natuur dragen vaak ook positief bij aan de klimaatbestendigheid van het terrein (tegengaan hittestress, wateropvang, afvang fijnstof etc.). Breur Ecologie & Onderzoek kan u desgewenst verder adviseren in het benutten van deze kansen voor biodiversiteit.

15

Quickscan ecologie – ‘s Gravendeel, Schenkeldijk 70B

Bronvermelding Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen.

Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl

Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ https://geo.ozhz.nl/?@Komgrenzen_ZH_Wnb https://calculator.aerius.nl/calculator/#

Overig: https://bagviewer.kadaster.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13931311/1