Discussienota Armoede & Schulden
Tekst van het document
Discussienotitie Aan: Van: Zaaknummer: Documentnummer: Portefeuillehouder: Team: Datum vaststelling college: Vertrouwelijk: Fase BOB-cyclus:
gemeenteraad college van burgemeester en wethouders Z/23/186937 DOC-23678736 wethouder Boogaard Participatie en Leefbaarheid 13 februari 2024 Nee beeldvormend en oordeelsvormend
Onderwerp Het ontwikkelen van een Integraal beleidsplan inkomensondersteuning en schuldhulpverlening Hoeksche Waard 2024-2028 met de titel ‘Waard om mee te doen’. Doel van de bespreking Om de richting van de aanpak geldzorgen, armoede en schulden te bepalen worden in deze discussienotitie aan uw raad een aantal vragen gesteld. De input die wij verkrijgen vanuit deze discussie, zal een bijdrage leveren aan nieuw beleid ter bestrijding en voorkoming van armoede en schulden in de Hoeksche Waard. Leeswijzer In deze notitie beschrijven we de aanleiding om te komen tot een beleidsplan ‘Waard om mee te doen’. We willen met u het gesprek aangaan over bestrijding en voorkomen van armoede en schulden in de Hoeksche Waard. In de bijlage treft u als achtergrondinformatie aan: het wettelijk kader en lokale (on)mogelijkheden een samenvatting van de input opgehaald tijdens de gehouden bijeenkomsten een evaluatie en aanbevelingen van het huidige beleid een overzicht van de huidige minimaregelingen Hoeksche Waard een beeld in data van de situatie in de Hoeksche Waard Aanleiding Voor een nieuwe beleidsperiode heeft het college besloten om een beleidsplan te ontwikkelen waarin bestrijding van armoede en schulden integraal wordt beschreven, dit als onderdeel van het versterken van de bestaanszekerheid van onze inwoners.
Het te ontwikkelen beleidsplan moet bijdragen aan de ambitie van gemeente Hoeksche Waard, om een inclusieve gemeente te zijn, zoals beschreven in het Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 “Samen doordacht doen”. Een samenleving waarin mensen dezelfde kansen en mogelijkheden hebben, ongeacht hun achtergrond, leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, godsdienst, seksuele voorkeur, gezondheid, beperking of financiële situatie. De gemeente is verantwoordelijk om inwoners hulp en begeleiding te verlenen bij het vinden van een (loonvormende) baan - ook voor mensen met een arbeidsbeperking-, om bijstand te verlenen als inwoners niet (meer) in staat zijn om zelf volledig in hun levensonderhoud te voorzien, om inwoners bijzondere bijstand te verlenen bij bijzondere omstandigheden, om hulp te verlenen aan inwoners bij het oplossen van 1/24
schuldenproblematiek en hulp te verlenen bij betalingsachterstanden (vroegsignalering). Ook draagt het Rijk de gemeenten steeds vaker op om uitvoering te geven aan incidentele wettelijke taken, zoals de eenmalige bijdrage energietoeslag en herstel kinderopvangtoeslag (de toeslagenaffaire). Naast de uitvoering van bovenstaande wettelijke taken (Participatiewet (PW)/Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs), hebben gemeenten beleidsvrijheid om hun inwoners hulp of ondersteuning te bieden bij het vinden en/of behouden van (loonvormend) werk, bij het voorkomen en bestrijden van geldzorgen en schulden. Gemeente Hoeksche Waard heeft van haar beleidsvrijheid gebruik gemaakt en heeft beleidsregels gemaakt, zoals voor inkomensondersteuning, bijzondere bijstand, re-integratie en (beleidsplan) schulddienstverlening. Ook zet de gemeente zich in op preventie, want inzetten op het voorkomen van armoede en schulden zorgt ervoor dat inwoners minder (zware) ondersteuning nodig zullen hebben. Inhoud Armoede en schulden zijn vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden, het is bij uitstek een onderwerp dat om integraal beleid vraagt. De eerste stap die hierin gemaakt wordt is het opstellen van een integraal beleidsplan armoede en schulden. Het hebben van problematische schulden zorgt vaak voor armoede, maar armoede zorgt ook vaak voor het ontstaan van schulden.
Het is dan ook van belang dat beide problemen aangepakt worden. Want het hebben van geldzorgen kan vaak leiden tot onder andere stress, sociale uitsluiting, gezondheidsproblemen, opvoedproblemen en slechte schoolprestatie etc. Verbinding met andere beleidsterreinen zoals onderwijs, gezondheid en informele zorg is dan ook belangrijk bij de bestrijding van armoede. In Q3 2024 wordt de visie SamenLeven aangeboden aan de raad. Het onderwerp voorkomen en bestrijden van armoede- en schuldenproblematiek zal zeker een onderdeel van deze visie worden. Toch kan er niet gewacht worden met een armoede en schuldenbeleid totdat het proces visie SamenLeven zal zijn afgerond. Het huidige beleidsplan schulddienstverlening eindigt namelijk op 31 december 2024 en de gemeente is verplicht om eenmaal per vier jaar een beleidsplan schulddienstverlening vast te stellen. Daarom wordt er nu gestart met het ontwikkelen van een integraal beleidsplan armoede en schulden. In het te ontwikkelen beleidsplan ‘Waard om mee te doen’ gaan we ons voornamelijk richten op het bestrijden van financiële armoede en het voorkomen van én hulpverlenen bij het oplossen van schuldenproblematiek. Een gebrek aan geld is simpelweg vaak de start van armoede- en schuldenproblematiek. Bij de ontwikkeling van het beleidsplan, mogen we niet uit het oog verliezen dat we het inkomen van inwoners niet structureel mogen verhogen.
Bestaanszekerheid en inkomensbeleid zijn voornamelijk taken van het Rijk. Zij bepaalt de hoogte van onder meer de uitkeringen en toeslagen. Op dit moment is er landelijk veel aandacht voor thema’s als bestaanszekerheid en brede welvaart. Demissionaire minister Schouten heeft de commissie sociaal minimum gevraagd onderzoek te doen naar de hoogte van uitkeringen en de effectiviteit van het minimabeleid in Nederland. Inmiddels heeft de commissie het rapport ‘Een zeker bestaan’ opgeleverd. Om de bestaanszekerheid te versterken heeft de commissie geadviseerd om de bijstand (en AOW) en het minimumloon te verhogen. Daarnaast adviseert deze commissie om het toeslagenstelsel te vereenvoudigen. Ook adviseert de commissie om de lokale beleidsvrijheid die gemeenten nu hebben om inwoners financieel te ondersteunen, te beperken en landelijk te stroomlijnen en te standaardiseren. Door vrijheid in lokaal beleid zijn er verschillen in aanpak van preventie en minimabeleid. Dit zorgt ervoor dat de woonplaats van een inwoner bepalend is voor de mate van ondersteuning die hij/zij kan krijgen. Het rapport heeft ertoe geleid dat demissionair minister Schouten en minister Van Gennip op 10 2/24
oktober 2023 hierover een brief aan de Tweede Kamer hebben gestuurd over een voorgenomen aanpak bestaanszekerheid. Er zijn nu te veel regelingen die niet goed op elkaar aansluiten. Dit leidt tot onzekerheid en zet de bestaanszekerheid onder druk. Het is daarom nodig om fundamenteel naar het gehele stelsel van inkomensondersteuning te kijken. Het kabinet is het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen (VIM) gestart. Vanuit dit programma wordt gewerkt aan het oplossen van domeinoverstijgende knelpunten op de korte termijn en voor de lange termijn een plan met scenario’s voor een eenvoudiger stelsel van inkomensondersteuning. Ook de toeslagen, studiefinanciering, eigen bijdrage in de zorg en de lokale regelingen worden hierin betrokken. Het versterken van bestaanszekerheid is voor het demissionaire kabinet evenals voor het nieuwe kabinet een belangrijk thema. Welke oplossingen er worden geboden, om de bestaanszekerheid te versterken, is op dit moment nog onbekend. Als hier meer over bekend is dan wordt dit meegenomen in het nieuwe beleidsplan. Ontwikkelingen na vaststelling van het beleidsplan, die invloed hebben op het vastgestelde lokale beleid, worden aan uw raad voorgelegd. Dit zal zeker het geval zijn als het inkomensondersteuningsbeleid landelijk gestandaardiseerd wordt.
Input opgehaald Voor het ontwikkelen van het nieuwe beleidsplan zijn er bijeenkomsten gehouden met inwoners, adviesraad, stakeholders, uitvoerende teams Inkomen en Schulddienstverlening, en overige interne teams. De bijeenkomsten stonden in het teken van hoe we met elkaar armoede kunnen voorkomen en bestrijden; hoe wordt het huidige beleid van de gemeente ervaren; zijn er aandacht/verbeterpunten voor ons armoede/schuldenbeleid en hoe wordt de samenwerking en dienstverlening ervaren. Ook is gevraagd waar de betrokken organisatie bijdraagt (kan bijdragen) aan het voorkomen en/of oplossen van armoede- en schuldenproblematiek. De input vanuit deze partijen wordt meegenomen in het beleidsplan. In de bijlage is een samenvatting van de verkregen input opgenomen. Huidig beleid Met ons huidig beleid richten we ons op alle inwoners in de Hoeksche Waard. We voeren onze wettelijke taken uit zoals vastgelegd in de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarnaast is ons beleid gericht op het vinden van (loonvormend) werk, voorkomen en aanpakken van (dreigende) financiële problemen door het bieden van passende hulp en ondersteuning. Inwoners met een laag inkomen ondersteunen we extra met financiële tegemoetkomingen. De Hoeksche Waard kent een ‘ruimhartig’ inkomensondersteuningsbeleid en ondersteunt in hoge mate haar inwoners met (dreigende) financiële problematiek.
Voor meer informatie zie bijlage. Uitgangspunten voor (nieuw) beleid Het huidige beleid biedt een goede basis om armoede en schuldenproblematiek te voorkomen en te bestrijden, dit kan nog verder versterkt worden. De uitgangspunten voor nieuw beleid; alle inwoners hebben toegang tot onze dienstverlening; de inwoner staat centraal; we bieden uniformiteit waar het kan en maatwerk waar nodig. De organisatie is laagdrempelig, werkt mensgericht en stress sensitief. We staan naast de inwoner. De inwoners benutten, daar waar het kan, hun eigen mogelijkheden. De mate van zelfredzaamheid is bepalend voor de mate van ondersteuning. Er wordt rekening gehouden met eigen kracht en met mogelijke belemmeringen in denken doen-vermogen. Hierin werken we samen met diverse organisaties. We zorgen ook voor heldere en toegankelijke communicatie. 3/24
Het aantal mensen met een laag inkomen in de Hoeksche Waard wijkt positief af ten opzichte van Nederland. Echter de problematiek die voortkomt uit het hebben van geldzorgen, stijgt ook bij ons. In de bijlage vindt u data over de situatie in gemeente Hoeksche Waard. Voor het nieuwe beleidsplan wordt uw raad gevraagd om input te leveren hoe u de inwoners van de gemeente Hoeksche Waard wil ondersteunen bij het voorkomen of bestrijden van armoede en schulden. Het college legt u een aantal vragen voor zodat u uw mening kan geven.
1.
Wettelijke taken en beleidsvrijheid.
In het Hoofdlijnenakkoord 2022-2026 hebben we vastgelegd dat we willen dat iedereen mee kan doen in onze samenleving. Een samenleving waarin er zorg is voor elkaar en gelijke kansen zijn voor alle inwoners. De wetgever biedt financiële ondersteuning en hulp bij het voorkomen en oplossen van schulden. Daarnaast staat het gemeenten vrij om daar preventieve en/of samenhangende hulp en dienstverlening aan toe te voegen. Inzetten op preventie zorgt ervoor dat minder inwoners in de problemen komen en hulp nodig hebben, waardoor grote maatschappelijke kosten kunnen worden voorkomen. Want inwoners met geldzorgen krijgen vaak te maken met stress, sociale uitsluiting, gezondheidsproblemen, opvoedproblemen, slechte schoolprestatie, schulden etc. Het voorkomen van armoede is dan ook van groot belang, zodat mensen mee kunnen blijven doen in onze samenleving. Een gebrek aan geld is simpelweg vaak de start van armoede- en schuldenproblematiek. Door ons huidige lokale beleid helpen we inwoners aan het werk, waardoor er sprake is van inkomensverbetering. Daarnaast helpen we inwoners met onze inkomensondersteunende regelingen. Ook van thuisadministratie, formulierenhulp en de VoorzieningenWijzer wordt veel gebruik gemaakt. Bovendien bereiken we met onze outreachende aanpak van vroegsignalering, vroegtijdig inwoners die achterstanden in betalingen hebben.
Al deze preventieve maatregelen dragen bij aan het voorkomen van armoede en schulden. Vraag 1: Wilt u gebruik (blijven) maken van uw gemeentelijke beleidsvrijheid bij het voorkomen van armoede en schulden door het inzetten van preventieve maatregelen en/of deze nog verder uitbreiden of wilt u uitsluitend uw wettelijke taak uitvoeren?
2.
Doelgroep laag inkomen
Voor inwoners met een laag inkomen is het niet vanzelfsprekend dat zij mee kunnen (blijven) doen in de samenleving. Zeker gedurende een energie- en koopkrachtcrisis is het lastig om de eindjes aan elkaar te blijven knopen. De kosten stijgen, maar het inkomen stijgt niet in dezelfde verhouding mee. Ondanks dat bestaanszekerheid voornamelijk een verantwoordelijkheid is van het Rijk en zij dit hoog op de agenda heeft staan, is er ook voor de gemeente een belangrijke rol weggelegd. Gemeentelijk minimabeleid kan het verschil maken tussen het wel of niet kunnen meedoen in de samenleving. Gemeente Hoeksche Waard ondersteunt met haar minimabeleid inwoners met een laag inkomen tot 130%. Uit landelijk onderzoek weten we dat het complexe en uitgebreide sociale stelsel in ons land er mede voor zorgt 4/24
dat (meer) werken niet altijd lonend is (armoedeval). Dit omdat er mogelijk geen aanspraak meer gemaakt kan worden op aanvullende-, landelijke en/of lokale financiële ondersteuning. Het ontvangen van meer loon, door bijvoorbeeld (meer) te gaan werken, kan dus leiden tot een lager besteedbaar inkomen. Hoeveel minder of bij welke doelgroep dit aan de orde is, is onder andere afhankelijk van de gezinssituatie. Zo zal een alleenstaande geen hinder ondervinden van het wegvallen van kindgebonden regelingen of toeslagen, terwijl dat bij gezinnen of alleenstaande ouders wel het geval is. Vraag 2: Welke doelgroep wilt u de komende beleidsperiode inkomensondersteuning bieden? Wilt u een vaste norm voor iedereen/alle voorzieningen of differentiëren per soort regeling en doelgroep?
3.
Doelgroep met vermogen.
Er wordt voor de Participatiewet uitgegaan dat als een inwoner beschikt over vermogen, zoals spaargeld dat zij dit tot een bepaalde grens mogen houden en het meerdere moeten aanwenden voor de kosten van levensonderhoud en bijzondere kosten. In de wet is bepaald welk bedrag aan vermogen een inwoner mag behouden.
Vrij te laten vermogen Participatiewet (1‐1‐2024) alleenstaande
€
7.575,00
alleenstaande ouder
€
15.150,00
gehuw den
€
15.150,00
Vrij te laten vermogen eigen w oning
€
63.900,00
Voor inkomensondersteunende regelingen en bijzondere bijstand mag ook rekening gehouden worden met het vermogen van de inwoner. Gemeenten zijn vrij om deze vermogensgrenzen te bepalen. Dit is niet gekoppeld aan de vermogensgrens die in de Participatiewet is vastgelegd. Gemeente Hoeksche Waard heeft bij bijzondere bijstand en vele inkomensondersteunende regelingen de vermogensgrens gelijkgesteld aan die van de Participatiewet. Voor gratis OV en onze collectieve zorgverzekering heeft de gemeente geen vermogensgrens bepaald. Door het buiten beschouwing laten van vermogen kunnen meer inwoners gebruik maken van regelingen; hoeven inwoners minder gegevens te overleggen en is er minder uitvoeringscapaciteit nodig. Het nadeel hiervan is dat inwoners worden ondersteund die in principe zelf de kosten zouden kunnen betalen, weliswaar niet uit het inkomen maar wel uit het vermogen, zoals spaargeld. Bij de meeste regelingen wordt de doelgroep bepaald door de inkomensgrens in combinatie met de vermogensgrens. Vraag 3: Mogen inwoners met een (hoog) vermogen, zoals spaargeld, een beroep doen op inkomensondersteunende regelingen en/of bijzondere bijstand? Vraag 3a: En zo ja, zou de vermogensgrens afgestemd moeten worden per regeling en per doelgroep?
5/24
4.
Werken met stichtingen
Er zijn (landelijke) stichtingen waar gemeenten mee (kunnen) samenwerken om armoede te bestrijden. Voorbeelden daarvan zijn Nationaal Fonds Kinderhulp, Stichting Jarige Job, Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Leergeld en Stichting Urgente Noden. Gemeente Hoeksche Waard werkt momenteel samen met Jeugdfonds Sport & Cultuur. Het Nationaal Fonds Kinderhulp en Stichting Jarige Job zijn landelijke stichtingen waar ook de inwoners van de Hoeksche Waard een beroep op kunnen doen. Het is mogelijk om een lokale Stichting Leergeld of een Stichting Urgente Noden op te richten in de Hoeksche Waard. Deze stichtingen zouden een deel van de uitvoering van het minimabeleid, zoals de Meedoenregeling en financiële ondersteuning bij noodsituaties, kunnen uitvoeren. Vaak is het voor inwoners makkelijker om bij een stichting aan te kloppen dan bij de gemeente. Bij de oprichting en uitvoering hiervan is het gebruikelijk dat de gemeente dit (gedeeltelijk) bekostigt. Het nadeel van het uitbesteden van de uitvoering is dat door de beperkingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), er geen persoonsgegevens gedeeld mogen worden. Dit betekent dat gemeenten de doelgroep met een laag inkomen die aanklopt bij een stichting, niet direct aanvullende dienstverlening kan bieden.
Ook kunnen we inwoners, waarvan wij de inkomenssituatie kennen niet meer automatisch, zonder aanvraag, een uitkering verstrekken voor bijvoorbeeld maatschappelijke participatie, schoolkosten voor kinderen en individuele inkomenstoeslag. Daarnaast werken stichtingen voornamelijk op basis van een inschatting van het inkomen en werken zij niet met een inkomens- en/of vermogenstoets. Vraag 4. Gaan we meer werken met stichtingen of willen we de dienstverlening zelf integraal aanbieden om de doelgroep in beeld te houden?
5.
Inwoners met bijstand en schulden
Gemeenten zijn verplicht om inwoners te helpen met het oplossen van schulden als zij dit zelf niet kunnen. Maar ook de inwoner die hulp krijgt heeft verplichtingen om de hulp te doen slagen, zoals meewerken aan afspraken die zijn gemaakt en geen nieuwe schulden maken. De inwoner is vrij om hulp te vragen of te aanvaarden. We weten dat het leven in armoede en het hebben van schulden kan leiden tot onder meer stress, gezondheidsproblemen en sociale uitsluiting. Dit kan vervolgens zijn weerslag hebben op het behouden of vinden van werk en uiteindelijk op het toekomstperspectief van inwoners. Voor mensen met een bijstandsuitkering kan schuldhulpverlening verplicht worden gesteld. Wat we niet uit het oog mogen verliezen, is dat aan het niet meewerken aan een verplichting een keerzijde heeft in de vorm van een sanctie/maatregel. Vraag 5. Wilt u de inwoners met een bijstandsuitkering, die problematische schulden hebben verplichten tot schuldhulpverlening of wilt u hen de vrije keuze (blijven) geven?
6/24
6.
Resultaat en kosten
Het inzetten van preventie en financiële ondersteuning voor minima, gebaseerd op het huidige beleid, is opgenomen in de begroting. Het versoberen van regelingen en minder inzet op preventie werkt op korte termijn kostenbesparend, maar zal op lange termijn meer (maatschappelijke) kosten met zich meebrengen, zorgen voor meer sociale uitsluiting en (gezondheids) problemen. Financiële ondersteuning en inzet op preventie en het versterken hiervan kan bijdragen aan verbetering van bestaanszekerheid. Kosten gaan in dit geval voor de baten. Via het gemeentefonds ontvangt de gemeente middelen om uitvoering te geven aan de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, daarnaast worden er ook incidentele middelen beschikbaar gesteld aan de gemeente, zoals voor de uitvoering van de energietoeslag of de Brede SPUK regeling. De verwachting is dat vanaf 2026, het Rijk minder middelen zal verstrekken aan gemeenten, dit terwijl de taken en opgaven van gemeenten wel toenemen. Dit heeft dan ook invloed op de financiële huishouding van gemeente Hoeksche Waard en vraagt om keuzes, zo ook op het kunnen inzetten van lokaal beleid. Als we meer willen inzetten op preventie, het bereiken van meer mensen met geldzorgen en het bieden van meer (financiële) ondersteuning, dan is het huidige budget niet toereikend.
Een extra beroep op de meerjarenbegroting van de gemeente, staat echter op gespannen voet met de financiële opgaven in de komende jaren. Voor de uitvoering van het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zijn de onderstaande budgetten opgenomen in de meerjarenbegroting (dit is exclusief personeelskosten). 2024 2025 2026 2027 € 2.807.006
€ 2.755.356
€ 2.755.356
€ 2.755.356
Deze budgetten zijn beschikbaar om uitvoering te geven aan onze wettelijke taken en het huidige lokale inkomensondersteuningsbeleid en ook voor de inzet van preventie en vroegsignalering. Een groter bereik van de doelgroep en meer inzetten op inkomensondersteuning en preventie kan wel tot gevolgd hebben dat er extra budget nodig is. Vraag 6. Zijn de beschikbare middelen voor de uitvoering van het inkomensondersteuningsbeleid leidend of zijn deze daar ondergeschikt aan? Proces Uw input zal mede de basis zijn voor het beleidsplan ‘Waard om mee te doen’. De verwachting is dat het nieuwe beleidsplan in Q3 2024 ter besluitvorming aan u zal worden voorgelegd. Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Het kader De bijeenkomsten Evaluatie huidig beleid Armoedeval Grafieken en overzichten
7/24
Bijlage 1. 1. Het kader Wet De gemeente is uitvoerder van de Participatiewet (PW) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Wettelijke taak De gemeenten in Nederland zijn verantwoordelijk om inwoners hulp en begeleiding te verlenen bij; het vinden van een (loonvormende) baan - ook voor mensen met een arbeidsbeperking- ;om bijstand te verlenen als inwoners niet (meer) in staat zijn om zelf volledig in hun levensonderhoud te voorzien; om inwoners bijzondere bijstand te verlenen bij bijzondere omstandigheden; hulp te verlenen aan inwoners bij het oplossen van schuldenproblematiek; en hulp te verlenen bij betalingsachterstanden (vroegsignalering). Ook draagt het Rijk de gemeenten steeds vaker op om uitvoering te geven aan incidentele wettelijke taken, zoals de eenmalige bijdrage energietoeslag en Herstel kinderopvangtoeslag (de toeslagenaffaire). Landelijk (armoede)beleid Alle mensen in Nederland hebben recht op een toereikende levensstandaard (bestaanszekerheid artikel 20 van de Grondwet). Deze zorgtaak ligt bij de overheid. Toch zijn er mensen die in armoede leven. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) leefde in 2023 4,8% van de bevolking in armoede. Zonder ingrijpen stijgt dat naar 5.7% in 2024. Onder kinderen stijgt het percentage dat in armoede leeft van 6,2% naar 7%.
Maar wat is armoede? Het CPB heeft armoede als volgt gedefinieerd ‘iemand leeft in armoede als hij gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden’. Om armoede tegen te gaan of te voorkomen is het dan ook essentieel dat het inkomen toereikend is om te voorzien in de basisbehoeften, maar ook om te kunnen participeren in onze samenleving. Het Rijk wil voorkomen dat armoede stijgt, daarom is in de Miljoenennota 2024, die bekend is gemaakt op Prinsjesdag 2023, een aantal extra maatregelen aangekondigd om de koopkracht van mensen met een laag (midden) inkomen of uitkering en grote gezinnen, te verbeteren. Er wordt hiervoor structureel 2 miljard euro extra per jaar beschikbaar gesteld. Zo wordt het minimumloon, de huurtoeslag en het kindgebonden budget verhoogd, de uitkeringen stijgen in gelijke mate mee met het minimumloon, in de kan er weer een beroep worden gedaan op het Tijdelijk Noodfonds Energie en scholen met veel kwetsbare kinderen kunnen gratis schoolmaaltijden verstrekken. Het Rijk verwacht als gevolg van deze maatregelen dat het komend jaar voor de meeste mensen de koopkracht toeneemt. De doorsnee Nederlander gaat er 1,7% op vooruit. Het aantal Nederlanders dat in armoede leeft, blijft komend jaar naar verwachting gelijk op 4,8% van de bevolking.
Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede daalt naar 5,1%. Landelijke ontwikkelingen De commissie sociaal minimum heeft op verzoek van het demissionaire Kabinet een onderzoek uitgevoerd naar bestaanszekerheid. Op 28 september 2023 hebben zij het onderzoek afgerond en is het rapport ‘Een zeker bestaan’ opgeleverd. Zij adviseren om; de bijstand, AOW en het minimumloon te verhogen; het toeslagen stelsel te vereenvoudigen; de lokale beleidsvrijheid die gemeenten hebben te beperken en landelijk te stroomlijnen en te standaardiseren. 8/24
Door vrijheid in lokaal beleid zijn er verschillen in aanpak van preventie en minimabeleid, dit zorgt ervoor dat de woonplaats van een inwoner bepalend is voor de mate van ondersteuning die hij/zij kan krijgen. Het rapport heeft ertoe geleid dat het kabinet gestart is met het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen (VIM). Dit programma gaat aan de slag met het oplossen van domeinoverstijgende knelpunten op de korte termijn en werkt voor de lange termijn een plan uit met scenario’s voor een eenvoudiger stelsel van inkomensondersteuning. Ook de toeslagen, studiefinanciering, eigen bijdrage in de zorg en de lokale regelingen worden hierin betrokken. Het versterken van bestaanszekerheid is voor het demissionaire kabinet evenals voor het nieuwe kabinet een belangrijk thema. Gemeentelijk (armoede)beleid Naast de uitvoering van wettelijke taken (PW/Wgs) spelen gemeenten ook een belangrijke rol in het voorkomen van armoede en schulden van hun inwoners. Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om hun inwoners hulp of ondersteuning bij armoede en schulden aan te bieden. Hierbij mogen we niet uit het oog verliezen dat we het inkomen van inwoners niet structureel mogen verhogen. Het inkomensbeleid is, zoals hierboven beschreven, een taak van het Rijk. Zij bepalen de hoogte van de uitkeringen. Vele gemeenten hebben minimaregelingen en zetten in op preventie.
Het voorkomen van problematiek is altijd beter dan het oplossen. Omdat gemeenten beleidsvrijheid hebben, zijn er (grote) verschillen in minimaregelingen en aanpak van preventie. De woonplaats van een inwoner kan dan ook zeer bepalend zijn voor de mate van ondersteuning die hij/zij kan verkrijgen. Uit het rapport van commissie sociaal minimum1 is onder andere naar voren gekomen dat de verhouding tussen Rijk en gemeenten uit balans is geraakt, maar ook de verhouding tussen gemeenten onderling. De aanbeveling vanuit het rapport aan het Rijk is om de voorwaarden voor lokale regelingen te harmoniseren. Of en zo ja wanneer het Rijk deze aanbeveling gaat opvolgen is nog onbekend. Dit betekent dat de verschillen er vooralsnog zullen blijven.
1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/30/een-zeker-bestaan-rapport-i-commissie-sociaal-minimum
9/24
Bijlage 2. 2. Bijeenkomsten In de voorliggende periode hebben wij zes bijeenkomsten gehouden. Hieronder volgt een korte samenvatting. De bijeenkomsten stonden in het teken van hoe we armoede en schulden kunnen voorkomen en/of bestrijden in de Hoeksche Waard, hoe het huidige beleid van de gemeente wordt ervaren, of er aandachts/verbeterpunten zijn en hoe de samenwerking wordt ervaren. Ook is hen gevraagd waar hun organisatie bijdraagt (kan bijdragen) aan het voorkomen en/of oplossen van armoede- en schuldenproblematiek. De volgende partijen hebben deelgenomen aan de bijeenkomsten: • Klankbordgroep (inwoners) • Adviesraad Sociaal Domein Hoeksche Waard • Stakeholders/ Maatschappelijke partners2 • Uitvoerende teams • Interne beleidsteams3 Met de uitvoerende teams is ook nog gesproken over maatwerktoepassingen en hulpvragen. Met interne teams is gesproken over beleidsonderwerpen die direct of indirect betrekking hebben op het armoedebeleid. Duidelijk is geworden dat armoede een onderwerp is wat integraal beleid vraagt. Op dit moment vinden de beleidsteams elkaar op basis van incidenten, casuïstiek en rijksinitiatieven (SPUK). Input inwoners, Adviesraad S.D. en stakeholders De deelnemers aan de bijeenkomsten vinden het belangrijk dat inwoners niet in armoede hoeven te leven.
Zij zien dat inwoners die het arm hebben ook vaak te maken hebben met stress, wat weer leidt tot gezondheidsproblemen, ziekteverzuim, vermindering van denk en doen vermogen etc. Het voorkomen van armoede en het ondersteunen van inwoners met financiële tegemoetkomingen en/of hulp bij schulden zien zij dan ook als noodzakelijk, maar nog beter is het voorkomen van armoede- en schuldenproblematiek, dus ook inzetten op adviseren en informeren bij bijvoorbeeld levensgebeurtenissen. Ons minimabeleid wordt gezien als uitgebreid met in de meeste situaties een ruime vergoeding. Het toepassen van maatwerk wordt gewaardeerd. Wel wordt aandacht gevraagd voor een hogere tegemoetkoming voor zwemlessen. Er zijn kinderen die niet of onvoldoende kunnen zwemmen en langer nodig hebben om zwemvaardig te worden dan nu mogelijk is met de huidige vergoeding. En zij vinden dat de tegemoetkoming voor maatschappelijke participatie laag is. Zeker voor volwassenen die een sport willen uitoefenen of een culturele activiteit willen ondernemen. Zij attenderen ons op het Volwassenfonds Sport en Cultuur en De Rotterdampas. De inwoners, adviesraad, stakeholders/maatschappelijke partners zijn over het algemeen tevreden over onze samenwerking en onze dienstverlening.
Zij geven aan een signalerende en doorverwijzende rol te hebben, maar ook hulpverlenend, zoals hulp bij thuisadministratie, formulierenhulp, intermediair voor aanvragen bij het Nationaal Fonds Kinderhulp en het Jeugdfonds Sport & Cultuur, Schuldhulpmaatje nu nog in oprichting, het geven van juridisch advies, advies aan jongeren over geldzaken, tijdelijk onderdak en dagbesteding bieden aan inwoners die het even niet meer zelf kunnen organiseren en voedselpakketten verstrekken. 2
Seniorenbonden, Stichting Welzijn HW, Careyn, Stichting Sportraad HW, Bibliotheek HW/Digitaalhuis, Scholen HW, Hoeksche Waard Actief, Voedselbank HW, Stichting Vluchtelingenwerk, Stichting Mee, Stichting Humanitas, Sociale Raadslieden (Kwadraad), Jongerengeldcoach (Pameijer), Stichting Overbrugging, HW Wonen, Dienst gezondheid en Jeugd, Kerken, Stichting van Hoeksche Waarde (schuldhulpmaatje), 3 Opvoeden en Opgroeien, Regisseurs sluitende aanpak, Wijkteam, Ondernemen, Duurzaamheid, Communicatie, Ouderenadviseur, Participatie en Leefbaarheid,
10/24
Als aandachtspunt geven zij mee dat nazorg, na afloop van een schulddienstverleningstraject, belangrijk is om terugval te voorkomen. De bereikbaarheid van onze uitvoerende teams, levert soms, met name in de middag problemen op. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor het verminderen en vereenvoudigen van de aanvraag en aanvraagformulieren en het verbeteren, vereenvoudigen van onze (schriftelijke) communicatie en website. Informatie over inkomensondersteunende regelingen en hulp bij schulden vinden zij niet gemakkelijk genoeg te vinden en het gevolg hiervan is dat inwoners afhaken. Naast de vindbaarheid van informatie, is de vereenvoudiging van informatieverschaffing ook een aandachtspunt; gelet op de doelgroepen laaggeletterden en anderstaligen. De Hoeksche Waardse geldgids wordt gezien als een goed instrument voor professionals en organisaties, maar voor inwoners is deze te uitgebreid. Beknoptere informatieverschaffing door middel van flyers en brochures is dan een betere optie. De opbrengst van deze bijeenkomsten zullen wij meenemen in ons beleidsplan.
11/24
Bijlage 3. 3. Evaluatie huidig beleid Als opmaat voor nieuw beleid is het huidige beleid geëvalueerd. Wat gaat goed en wat zijn aandachtspunten voor nieuw beleid? Er is gekeken naar het gebruik en bereik van de diverse regelingen die aangeboden worden en het huidige schulddienstverleningsproces en acties uit het vorige beleidsplan zijn geëvalueerd. De rode draad van ons beleid is een reguliere oplossing waar het kan en maatwerk waar nodig. Ook is er naar landelijk beleid gekeken. Op wie richten we het beleid? We richten ons beleid op alle huishoudens/inwoners in de Hoeksche Waard. Aantal inwoners in de Hoeksche Waard 88715 - dit zijn 37994 huishoudens- (bron CBS 2022) We voeren onze wettelijke taken uit zoals vastgelegd in de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarnaast is ons beleid gericht op het voorkomen en aanpakken van financiële problemen door het bieden van tegemoetkomingen, passende hulp en ondersteuning. Huidig (armoede) beleid In de beleidsperiode 2019 -2023 hebben we naast onze wettelijke taken ook ingezet op het voorkomen van armoede. Onder meer door: het bieden van vakopleidingen, cursussen en trainingen zodat inwoners (weer) aan het werk kunnen gaan; het bieden van inkomensondersteuning aan inwoners met een laag inkomen; vroegsignalering, preventie en hulp/advisering bij (dreigende) schuldenproblematiek en kennisbijeenkomsten.
Vele interventies die hiertoe hebben plaatsgevonden zijn geborgd in ons bestaande beleid. Werk Een uitweg uit armoede is (loonvormend) werk. We begeleiden inwoners om (weer) aan het werk te gaan en ondersteunen hen bij het participeren in onze samenleving. De begeleiding naar werk bestaat onder andere uit het aanbieden van; diverse cursussen, trainingen, opleidingen, proefplaatsingen, werkervaringsplaatsen en begeleidingsgesprekken, daarnaast begeleiden we inwoners naar vrijwilligerswerk of dagbesteding. Deze begeleiding heeft onder andere de voorgaande beleidsperiode voor een aantal inwoners geleid tot uitstroom uit de bijstand naar arbeid, zelfstandig beroep, het volgen van opleidingen, maar er zijn ook overige redenen waarom iemand geen bijstand van onze gemeente meer nodig heeft, zoals verhuizing naar andere gemeente, het aangaan van een relatie of in verband met de leeftijd AOW-inkomsten krijgen. Het werk waar we inwoners naar begeleiden, moet wel lonend zijn. Er is namelijk een risico op een armoedeval. De hoogte van de verdiensten van het werk kunnen er namelijk voor zorgen dat toeslagen of het recht op regeling(en) wegvallen. Inwoners komen dan juist in de problemen. We kijken dan ook bij inwoners die vanuit een uitkering gaan werken welke financiële gevolgen het aanvaarden van het werk heeft op het totale inkomen.
Hiervoor maken we gebruik van de VoorzieningenWijzer (zie pagina 14). Want ook werkende inwoners komen in aanmerking voor inkomensondersteuning, zo zijn onze inkomensondersteunende regelingen beschikbaar voor inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum (toepasselijke bijstandsnorm).
12/24
Vroegsignalering Naast onze dienstverlening om inwoners hulp te verlenen bij (dreigende) schuldenproblematiek, wordt ook invulling gegeven aan de wettelijke taak vroegsignalering. Het doel van vroegsignalering is voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie. Verhuurders, zorgverzekeraars en energie en water leveranciers zijn verplicht om betalingsachterstanden bij de gemeente te melden. Hierdoor wordt ‘verborgen’ armoede zichtbaar en kunnen we hulp verlenen. Wij doen dit door alle meldingen op te volgen met een schriftelijk hulpaanbod, in de vorm van een kaartje. Een kaartje is laagdrempeliger dan een uitnodiging via een brief van de gemeente. Daarnaast gaan we ook naar de inwoner toe (outreachend4). Het team Vroeg Eropaf bezoekt inwoners om een persoonlijk hulpaanbod te doen. Deze proactieve aanpak is succesvol, 62% van de opgevolgde meldingen heeft geleid tot een gesprek aan de deur. De outreachende aanpak is gemeentelijk beleid.
Proactieve aanpak is succesvol: 731 huishoudens bezocht door team Vroegeropaf Preventie Op gebied van preventie werken we samen met diverse maatschappelijke partners, zoals Sociale Raadslieden, waar mensen terecht kunnen voor juridisch advies, Hoeksche Waard actief en Stichting Welzijn die onder andere intermediair zijn voor fondsen (Kinderhulp en JFSC), Bibliotheek voor ondersteuning aan inwoners die laaggeletterd zijn (Digitaalhuis), Humanitas voor hulp bij thuisadministratie, formulierenhulp en Stichting Voedselbank Hoeksche Waard, zij voorzien inwoners die onvoldoende financiële middelen hebben om voedsel te kopen tijdelijk van een voedselpakket . Ook bieden wij inwoners vrijblijvend adviesgesprekken aan; geven we budgetcursussen; geven we gastlessen op de basisschool – tijdens de week van het geld-; bezoekt onze jongerengeldcoach (nu nog in een pilot) middelbare scholen –om gastlessen over financiële zaken te geven aan de jongeren- en zoekt hij jongeren op om met hen in gesprek te gaan, beantwoordt hij financiële vragen van jongeren en biedt hen hulp of coaching aan.
Formulierenhulp – 500 hulpvragen- Thuisadministratie 85 huishoudens- 50 jongeren hulp geboden-
Samen met onze partners 5uit het convenant ‘Samen werken aan het voorkomen van schulden en huisuitzetting in de Hoeksche Waard’ zetten we ons in om de (financiële) zelfredzaamheid van de inwoner te verbeteren, op 4 Een werkmethode waarbij actief ingezet wordt op het leggen van contact met de doelgroep.
5 HW Wonen, Humanitas, Welzijn HW, Dienst Gezondheid en Jeugd en de Rabobank
13/24
het voorkomen van schulden en huisuitzettingen, hebben we de website “voor hetzelfde geld” gemaakt. Op deze website staan tips, informatie en ervaringsverhalen. Zij gaan over hulp bij schulden, over inkomensondersteunende regelingen, over huurtoeslag etc. Door het maken van deze filmpjes is in samenwerking met de convenantpartners een begin gemaakt met een laagdrempelige wijze van informatieverstrekking aan onze inwoners. Ook zijn deze filmpjes te zien via het You Tube kanaal van gemeente Hoeksche Waard.
Ook hebben we de ‘VoorzieningenWijzer’ beschikbaar gesteld voor inwoners. Met dit digitale instrument kunnen inwoners vanuit huis een overzicht krijgen op welke voorzieningen zij recht hebben zoals toeslagen Belastingdienst en lokale inkomensondersteunende regelingen, maar ook welke zorgverzekeringen en energieorganisatie het best bij de gezinssituatie aansluit. Juist vanwege de complexiteit van het uitgebreide Nederlandse sociale stelsel is dit een nuttig instrument. Het zorgt ervoor dat geen voorziening onbenut wordt gelaten. Het niet (goed) benutten van inkomensondersteunende regelingen is één van de oorzaken van armoede en schuldenproblematiek. Jaarlijks vullen gemiddeld 2000 inwoners de VoorzieningenWijzer in en vinden er 20 adviesgesprekken met onze schulddienstverleners plaats. Uit de resultaten blijkt dat op jaarbasis € 345,- en €1.440,- niet benut wordt aan inkomensondersteunende regelingen. Inwoners kunnen aansluitend, na het doorlopen van de vragenlijst, de tot dan toe niet benutte voorzieningen op eenvoudige wijze aanvragen en hiermee hun inkomen verhogen.
Check de VoorzieningenWijzer en laat geen kans onbenut om het inkomen aan te vullen.
Veel interventies die ingezet zijn op preventie zijn geborgd in ons bestaande beleid en vormen een goede basis om armoede en schuldenproblematiek te voorkomen.
14/24
Inkomensondersteunende regelingen Voor gemeenten is het lastig om de definities van het Centraal Planbureau (CPB) toe te passen. Gemeenten hebben namelijk niet de beschikking over financiële gegevens op individueel huishoudniveau en hierdoor geen inzicht op het besteedbaar inkomen. Daarom kiezen gemeenten ervoor om een inkomensgrens ‘laag inkomen’ te stellen op het sociaal minimum. In de Hoeksche Waard geldt nu een inkomensgrens voor haar inkomensondersteunende regelingen van 130% van het sociaal minimum. Met onze inkomensondersteunende regelingen ondersteunen we alle inwoners, inwoners met een laag inkomen in het bijzonder. Alle inwoners kunnen gebruik maken van onze collectieve zorgverzekering en inwoners met een laag inkomen ondersteunen wij met ons pakket aan inkomensondersteunende regelingen zoals maatschappelijke participatie, gratis openbaar vervoer, premie zorgverzekering en zogenoemd kind-pakket voor schoolkosten. Ook kunnen kinderen meedoen met een sport of culturele activiteit via het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Met de inkomensondersteunende regelingen bevorderen we de participatie van onze inwoners. Gemeente Hoeksche Waard ondersteunt inwoners met een laag inkomen (tot 130%) met de volgende minimaregelingen:
Maatschappelijke participatie; inwoners kunnen jaarlijks € 111,- krijgen om maatschappelijk te participeren. Kind-pakket- schoolkosten en participeren - (Meedoenregeling): Kind op de basisschool (groep 1 t/m 7), kunnen jaarlijks een bedrag van € 167,- krijgen. Kind op de basisschool (groep 8), kunnen eenmalig een bedrag van € 222,- krijgen. Kind in de brugklas voortgezet onderwijs, kunnen eenmalig een bedrag krijgen van € 1.543, -. Kind op het voortgezet onderwijs (vanaf groep 2), kunnen jaarlijks een bedrag van € 278,- krijgen. Kind op het voortgezet onderwijs (vanaf groep 2, die tweetalig onderwijs volgt), kunnen jaarlijks. een bedrag van € 555 krijgen. Jeugdfonds Sport & Cultuur, kinderen van 4 tot 18 jaar: Sportactiviteit, tot een bedrag van € 225,- per jaar. Cultuuractiviteit, tot een bedrag van € 450,- per jaar. Zwemlessen, tot een bedrag van € 450,- in het 1e jaar. Collectieve zorgverzekering; alle inwoners kunnen gebruik maken van onze collectieve zorgverzekering. Dit is een uitgebreide zorgverzekering. Inwoners met een laag inkomen kunnen een bijdrage ontvangen in de kosten van de premie tot maximaal € 480,- per jaar. Gratis Openbaar Vervoer; alle inwoners en hun kinderen kunnen gebruik maken van een Dalvrijbusabonnement. Hiermee kunnen zij gratis reizen met onze plaatselijke openbaarvervoerder.
Daarnaast kunnen inwoners bijzondere bijstand aanvragen als zij te maken krijgen met bijzondere kosten van het bestaan door bijzondere omstandigheden. Minimaregelingen dragen bij om inwoners, met een laag inkomen, te laten participeren in onze samenleving. Bereik minimaregeling(en): kind-pakket 72% -Sport en cultuur JFS 47% . Onze minimaregelingen dragen bij aan het voorkomen van armoede en het participeren van inwoners in onze samenleving. Wel kan het bereik nog worden verbeterd.
15/24
Landelijk zijn er verschillen te zien in het vaststellen van de doelgroep voor het minimabeleid. Gemeenten werken met inkomensgrenzen tussen de 110% en de 150%. Ook verschilt de hoogte van vergoedingen. Hoge inkomensgrenzen (140%-150%) zien we niet als strikte inkomensgrens, maar zien we met name bij specifieke regelingen, zoals minimabeleid kinderen. Door lokaal doelgroepenbeleid kan de woonplaats dus zeer bepalend zijn voor de mate van ondersteuning die huishoudens kunnen verkrijgen. Om beeld te geven van hoe het minimabeleid van onze gemeente ten opzichte van omliggende gemeenten eruitziet, hebben wij van een aantal minimaregelingen het kind-pakket vergeleken. Gemeente Hoeksche Waard - Doelgroep 130% Kind-pakket basisschool tot groep 7 € 167,- in groep 8 € 222,Kind-pakket Voortgezet onderwijs brugklas € 1.543,- vervolgklassen € 278,Daarnaast kunnen kinderen van 4-18 jaar een sportactiviteit of een culturele activiteit doen via JFSC
Gemeente Goeree-Overflakkee - Doelgroep 125% Kind-pakket € 350,--/ Eenmalig fiets/laptop € 900,-
Gemeente Albrandswaard - Doelgroep 120% Kind-pakket (inclusief sport & cultuur)/ basisschool € 350,- /Voortgezet onderwijs € 450,-/ Brugklas, voor computer, schoolspullen schoolreisjes etc. € 250,-/ VO na brugklas € 175,-
Gemeente Nissewaard - Doelgroep 150% Kind-pakket - Via Stichting Leergeld, fiets, laptop, schoolspullen (bedragen onbekend)
Drechtsteden - Doelgroep Dordtpas 140% - St. Leergeld 150% Dordtpas: Basisschool € 300 (per jaar)/ Voortgezet onderwijs (VO) € 500 (per jaar)/ Stichting leergeld: sport & cultuur/ laptop/ fiets/schoolspullen € 290,- (per jaar)
Gemeente Den Haag - Doelgroep 130%Kind-pakket: basisschool) € 50,-/ brugklas € 200,-/ VO/MBO/HBO/Bol € 100,-/ Computer, wel eigen bijdrage van € 100,-, en een fiets eigen bijdrage kinderfiets € 7,50 volwassenenfiets € 25
Gemeente Rotterdam Doelgroep 110%- Kind-pakket (4-11 jaar) € 275 Doelgroep 130% - Kind-pakket (v.a. 12 jaar) € 500 Een één op één vergelijking is niet te maken. Wel zien we grote verschillen in de doelgroep (inkomensgrenzen) en de hoogte van de vergoedingen. We zien ten opzichte van de andere bovengenoemde gemeenten dat gemeente Hoeksche Waard ruimhartige vergoedingen heeft in het kind-pakket. Gemeente Hoeksche Waard ondersteunt inwoners met een laag inkomen (tot 130%) met een ruimhartig kind-pakket. 16/24
Resultaten Om armoede en schulden te voorkomen en te bestrijden hebben we, naast onze wettelijke taken, de vorige beleidsperiode ingezet op, verbetering van onze dienstverlening, verbetering van samenwerking, verbeteren van het bereik van de inwoner en naast onze curatieve dienstverlening ook preventief werken. Dienstverlening Gemeente Hoeksche Waard is 100% dienstverlenend. Hierbij werken we aan professioneel handelen, bejegenen we de inwoner objectief, hanteren we heldere procedures, geven we duidelijke informatie (menselijke maat) en motiveren we onze besluiten en ons handelen. Gericht op bovenstaande hebben we onze (digitale) aanmeld- en aanvraagformulieren, brieven en folders, vereenvoudigd en het taalniveau aangepast. Dit is al een eerste stap op de goede weg, maar we zijn er nog niet. Een deel van onze inwoners is anderstalig en/of laaggeletterd en beheerst de Nederlandse taal onvoldoende om een gesprek te voeren en/of brieven te lezen en te begrijpen. Aanvraagformulieren zijn vereenvoudigd. Er wordt slechts uitgevraagd wat strikt noodzakelijk is om de aanvraag te kunnen beoordelen. Ook krijgen inwoners in de bijstand, waarvan alle inkomensgegevens bekend zijn, een aantal inkomensondersteunende regelingen (jaarlijks) automatisch uitbetaald. Zij hoeven geen aanvragen in te dienen. Dit is ook minder arbeidsintensief voor de uitvoerende afdeling.
Inwoners met een bijstandsuitkering of zij die hulp krijgen bij het oplossen van schulden, krijgen een vast contactpersoon (klantmanager). De klantmanager Schulddienstverlening is op werkdagen de gehele dag bereikbaar, de klantmanager Inkomen is bereikbaar van 9 tot 12 uur en de gehele dag voor spoedzaken. Samenwerken en preventie Wij werken onder andere samen met partners uit ons convenant “Samen werken aan het voorkomen van schulden en huisuitzetting in de Hoeksche Waard” (2021-2024, met de Adviesraad sociaal domein, met de klankbordgroep, met bewindvoerders en met het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Met de Adviesraad Sociaal Domein wordt frequent gesproken over beleid of beleidsontwikkelingen voorafgaand aan een officiële adviesaanvraag. Naast dat zij ons advies geven op ons (nieuwe) beleid, geven zij ook ongevraagd advies over (actuele)onderwerpen. Humanitas helpt inwoners met het op orde brengen van hun thuisadministratie, financiën en het invullen van formulieren. Humanitas heeft in 2022 57 nieuwe aanmeldingen gehad en 85 huishoudens geholpen bij thuisadministratie. De formulierenhulp heeft 500 huishoudens geholpen
In 2023 hebben we een klankbordgroep opgericht. Deze groep bestaat uit inwoners die gebruik maken van onze dienstverlening. Zij geven input op beleidszaken en/of ontwikkelingen, maar vertellen ook waar zij in de praktijk tegen aanlopen. Ook zijn zij een gesprekspartner voor de Adviesraad Sociaal Domein. Met de bewindvoerders wordt regelmatig gesproken over het effectief en efficiënt inzetten van bewindvoering, het ondersteunen van inwoners naar zelfstandig beheer van hun budget en de afbouw van bewindvoering. Binnen deze samenwerking is er een verkorte aanmeldroute ingezet voor aanmeldingen via bewindvoerders.
17/24
Onze inwoners met een laag inkomen, die kinderen hebben van 4-18 jaar kunnen gebruik maken van het Jeugdfonds Sport & Cultuur om een sport of culturele activiteit te doen. Ook is zwemles mogelijk. Jeugdfonds Sport & Cultuur hebben in 2022 - 23% meer kinderen bereikt dan in 2021-. In totaal wordt 47% van de kinderen uit de doelgroep laag inkomen 130% bereikt.
Jaarlijks organiseren we een (kennis) bijeenkomst met de maatschappelijke organisaties in de Hoeksche Waard. We werken hier thema gericht. Ook mogen we, op de basisscholen, onder meer tijdens de “week van het geld” gastlessen geven om kinderen te leren omgaan met geld. Ook zijn een aantal medewerkers getraind om budgetcursussen te kunnen geven. Deze medewerkers verzorgen budgetcursussen voor alle inwoners in de Hoeksche Waard. Uit de cursus komt naar voren dat de deelnemers positief zijn over de geboden lesstof en het fijn vinden om op deze manier hun zelfredzaamheid te vergroten. Groter bereik Door het automatisch uitbetalen van een inkomensondersteunende regelingen, aan bijstandsgerechtigde is het bereik van de doelgroep vergroot. We bereiken dan ook 100% van onze inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen met onze inkomensondersteunende regeling maatschappelijke participatie. Ook de doelgroep die geen bijstandsuitkering ontvangt, wordt steeds beter bereikt. Dit doen we onder andere door frequent te communiceren over de regelingen via onze (social) mediakanalen maar ook via de nieuwsbrief aan scholen. Ook de uitvoering van de eenmalige energietoeslag heeft gedeeltelijk hieraan bijgedragen. We hebben nu de doelgroep met een inkomen tot 130% beter in beeld.
Een deel van deze doelgroep komt niet in aanmerking voor inkomensondersteunende regelingen waar een vermogensgrens van toepassing is. Welke inwoners dat zijn, weten we niet. Daarom hebben we alle inwoners die de energietoeslag hebben gekregen schriftelijk geïnformeerd over onze inkomensondersteunende regelingen en over onze hulpverlening bij schulden. Om onze toegang en bereikbaarheid te vergroten, is aansluiting gezocht bij de Nederlandse schuldhulproute (NSR). Hier kan de inwoner en de professional de weg vinden naar de juiste (schuld)hulpverlening binnen onze gemeente. Ook kunnen onze inwoners gebruik maken van de VoorzieningenWijzer. De VoorzieningenWijzer geeft inwoners inzicht in de voor hen relevante voorzieningen. Ook is de ‘De Hoeksche Waardse Geldgids’ ontwikkeld. In deze geldgids kunnen inwoners en professionals alle informatie vinden over regelingen en ondersteuning bij een laag inkomen. Daarnaast zijn er een aantal folders ontwikkeld om inwoners te informeren over (financiële)hulp en ondersteuning zoals, de folder (financiële) steun voor ondernemers, moeite met rondkomen en heeft u zorgen over uw geldzaken.
Beleidsplan Schulddienstverlening In het beleidsplan schulddienstverlening ’Waard om mee te doen en schuldenvrij te leven’ 2021-2024 hebben wij een aantal meetbare doelen geformuleerd om de doeltreffendheid van onze inzet op preventie en die van onze schulddienstverlening inzichtelijk te maken. De resultaten zijn als volgt: 1. Er wordt vaker vroegtijdig om hulp gevraagd en hierdoor neemt de zware curatieve dienstverlening af en neemt de lichte dienstverlening zoals adviesgesprekken toe. (streefwaarde 2023 10% meer t.o.v. 18/24
2020). Door een verandering van systeem kunnen we de streefwaarde niet weergeven t.o.v. 2020 wel t.o.v. 2021. Er is sprake van een toename van het aantal adviesgesprekken, maar ook van het aantal schuldentrajecten t.o.v. 2021. Dat het aantal schuldentrajecten toch stijgt ondanks we meer inwoners helpen met adviesgesprekken kan komen door de corona-, energie- en koopkrachtcrisis.
2. We bereiken meer mensen door de inzet van de outreachende aanpak vroegsignalering. (streefwaarde 2023 bereik van 250 inwoners en 70% van deze inwoners accepteren het hulpaanbod)
Het team Vroeg Eropaf gaat bij inwoners langs die een achterstand in betaling hebben. Jaarlijks bezoeken zij +/- 700 adressen en 62% (453) van de inwoners doet de deur open en krijgt een persoonlijk hulpaanbod. De overige adressen krijgen een kaartje in de bus met de uitnodiging om contact op te nemen met het team Vroeg Eropaf.
3. We spreken mensen snel na aanmelding, zodat de hulpvraag vastgesteld kan worden. (streefwaarde 2023 een crisis wordt binnen 3 dagen opgepakt en overige meldingen binnen 3 weken) Het team Schulddienstverlening neemt actie op een crisismelding binnen 2 dagen en de overige meldingen worden behandeld binnen 12 dagen. 4. Inwoners worden efficiënt en effectief geholpen. De beoordeling hiervan vindt plaats door middel van een frequent klanttevredenheidsonderzoek vanaf 2022. (streefwaarde is een gemiddeld cijfer te behalen van een 7)
Onze schuldhulpverlening heeft voor haar dienstverlening een 8,7 behaald (3-2023)
19/24
Bijlage 4. 4. Armoedeval
Armoedeval De armoedeval wordt, door het Rijk, gedefinieerd als het gebrek aan financiële prikkels om (meer) te gaan werken. Nederland kent een complex en uitgebreid sociaal stelsel wat er mede voor zorgt dat (meer) werken niet altijd lonend is. De hoogte van het inkomen bestaat, zeker bij mensen met een laag inkomen, uit heel veel verschillende bronnen. Naast de bijstandsuitkering zijn er nog tal van andere regelingen om mensen met een laag inkomen te ondersteunen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Omdat deze regelingen inkomensafhankelijk zijn kan het voorkomen dat iemand er financieel op achteruitgaat als het inkomen uit werk stijgt. Ook algemene heffingskorting en combinatiekorting, al zijn deze regelingen niet uitsluitend voor mensen met een laag inkomen, kunnen in meer of mindere mate van invloed zijn op het uiteindelijke inkomen van een huishouden. Naast deze landelijke regelingen bestaan er ook op gemeentelijk niveau verscheidene regelingen om mensen met lage inkomens te ondersteunen. Hierbij valt te denken aan bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, tegemoetkomingen voor kinderen (de zogenoemde kind-pakketten) en participatieregelingen (zoals gemeentepassen en meedoenregelingen.
Om meer inzicht te krijgen in het fenomeen ‘armoedeval’ heeft het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid, door Kennis- en adviesbureau Stimulansz in 20196 een onderzoek ‘Samenspel landelijk en gemeentelijk inkomensbeleid’ laten uitvoeren. Uit dit onderzoek is gebleken dat lokale minimaregelingen, met name daar waar een strikte inkomensgrens wordt gehanteerd, bij kunnen dragen aan de armoedeval. Door differentiatie van inkomensgrenzen kan een armoedeval worden voorkomen. Het kiezen voor differentiatie heeft ook een keerzijde: de uitvoering van regelingen wordt gecompliceerder en voor inwoners wordt het onduidelijker of men al dan niet recht heeft op regelingen. Daarnaast wijst het rapport van de ombudsman7 op een aantal andere zaken die belangrijk zijn om armoedeval te voorkomen. Het Rijk moet een toereikend sociaal minimum garanderen, er moet een eenduidig gemeentelijk beleid worden gevoerd op het gebied van sociale participatie en er moet worden zorggedragen voor het benutten van alle voorzieningen. Om inzicht te krijgen of en bij welke doelgroepen onze inkomensgrens kan leiden tot armoedeval is nader onderzoek nodig.
6
https://www.eerstekamer.nl/overig/20191121/samenspel_landelijk_en/document
7
rapport Ombudsman 2022
20/24
Bijlage 5 5. Overzichten/grafieken
Data inkomens Hoeksche Waard (Bron CBS 2021)
21/24
22/24
Overzicht huishoudens in de Hoeksche Waard
Huishoudens met een laag inkomen en vermogen CBS opgave huishudens met een laag inkomen (2021)
laag inkomen
150% 140% 130% 120% 110% 101%
totaal aantal aantal netto bedrag excl. personen in minderjarige Vakantie toeslag ( basis aantal Huishoudens kinderen het samenwonend/gehuwd) met een laag huishouden inkomen € 2.476,50 5200 8300 1200 € 2.311,40 4400 7000 1100 € 2.146,00 3700 5700 900 € 1.981,20 2800 4400 800 € 1.816,00 2000 3200 600 € 1.651,00 1300 2000 400
Huishoudens met een laag inkomen CBS opgave huishoudens laag inkomen en vermogen<17k
laag inkomen 150% 140% 130% 120%
aantal Huishoudens met een laag inkomen 3000 2700 2300 1900
aantal minderjarige kinderen 500 400 400 300
23/24
Aantal inwoners met een geregistreerde schuld (bron CBS 2021) (hoeft geen problematische schuld te zijn)
24/24