concept brief beslissing op bezwaarschrift
Tekst van het document
Postbus 2003 3260 EA Oud-Beijerland
WNTR Advocatuur B.V. t.a.v. mr. M.J.J. de Winter Eendrachtsweg 15 4691 EK Tholen
Onderwerp beslissing op bezwaarschrift Datum 12 december 2023
Bezoekadressen Kijk op www.gemeentehw.nl 14 0 186 | 088 - 647 36 47 info@gemeentehw.nl www.gemeentehw.nl
Beste heer De Winter, Op 12 april 2023 ontvingen wij uw bezwaarschrift tegen ons besluit van 7 februari 2023 waarin wij uw verzoek voor het intrekken van het besluit van 26 april 2022 tot het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek’ afwezen. U diende uw bezwaarschrift in namens <namen en adressen na besluit invullen>. In deze brief leest u onze beslissing op uw bezwaarschrift.
Contactpersoon Liesbeth Bos
Bijlage 4
Wij besluiten het besluit in stand te laten Wij wonnen een advies in bij de commissie bezwaarschriften van gemeente Hoeksche Waard. Dit advies en het verslag van de hoorzitting van 22 augustus 2023 voegen wij bij deze brief. De inhoud daarvan moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.
Ons kenmerk Z/23/195260
De commissie bezwaarschriften adviseert ons om uw bezwaren ontvankelijk en ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. Daarbij adviseert de commissie om de motivering van het besluit aan te vullen en uw schriftelijke reactie van juli 2023 daarbij te betrekken. De commissie adviseert om geen proceskosten te vergoeden, omdat het bestreden besluit in stand kan blijven. Wij nemen het advies van de commissie bezwaarschriften over. Dit betekent dat wij besluiten, met overneming van de overwegingen van de commissie bezwaarschriften, het bestreden besluit in stand te laten. Wij vullen de motivering in deze brief aan. Overeenkomstig het advies van de commissie wijzen wij uw verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Wij vullen de motivering van het bestreden besluit aan Aan het bestreden besluit van 7 februari 2023 voegen wij de volgende motivering toe: Op 26 april 2022 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek’ vast. Dit bestemmingsplan ziet toe op het realiseren van een woning op het perceel Laan van Heemstede, naast nummer 60, in Puttershoek, in ruil voor het slopen van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op andere percelen in het buitengebied (ruimte voor ruimte regeling).
Meer dan waard.
1/6
Tegen dit bestemmingsplan diende u, namens omwonenden, beroep en een verzoek om een voorlopige voorziening in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling). Op 13 september 2022 wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toe. Daarop diende u op 14 september 2022 een verzoek bij de gemeenteraad in tot het intrekken van het besluit van 26 april 2022. Dit verzoek wijzen wij om de volgende redenen af. Wij namen een herstelbesluit In de uitspraak van 13 september 2022 benoemt de voorzieningenrechter twee gebreken in het bestemmingsplan ‘Laan van Heemstede (naast 60) Puttershoek’. Het eerste gebrek ligt in het feit dat het bestemmingsplan nog steeds onduidelijk is over de vraag of de te slopen oppervlakte bedrijfsbebouwing legaal of illegaal aanwezig is en of de te slopen kas op het perceel Derde Kruisweg 1 op grond van het vigerende bestemmingsplan was toegestaan. Het andere gebrek ziet toe op het feit dat onvoldoende gemotiveerd is waarom de gemeenteraad een woning met een inhoud van 877 m³ toestaat, terwijl nieuwe woningen in de omgeving een inhoud van maximaal 775 m³ mogen hebben.
In de uitspraak van 13 september 2022 geeft de voorzieningenrechter aan dat er op voorhand geen aanleiding is om aan te nemen dat de gemeenteraad als gevolg van veranderd beleid niet langer toepassing mocht geven aan de regeling ‘ruimte voor ruimte’. De voorzieningenrechter ziet niet dat de tegenwoordig geldende omgevingsvisie Hoeksche Waard de mogelijkheden die de eerder geldende structuurvisie Binnenmaas 2020 bood om toepassing te geven aan deze regeling, heeft beperkt. De uitspraak van 13 september 2022 gaf ons aanleiding om op 7 februari 2023 een herstelbesluit te nemen. Hiermee pasten wij de toelichting, regels en verbeelding van het bestemmingsplan aan. In het herstelbesluit lichten wij toe dat de voorheen geldende structuurvisie Binnenmaas 2020 solitaire bebouwing in het landschap niet toestond. Hiervan kon afgeweken worden als daarvoor een bijzondere reden bestond. De Afdeling oordeelde eerder dat de ruimte voor ruimte regeling een bijzondere reden kon vormen om af te wijken van het uitgangspunt dat solitaire bebouwing in het landschap niet is toegestaan. Met het op 17 december 2019 vaststellen van de omgevingsvisie Hoeksche Waard verviel de structuurvisie Binnenmaas 2020. In de omgevingsvisie staat géén bepaling waaruit volgt dat solitaire bebouwing in het landschap niet is toegestaan.
Hierdoor is het bouwen van een woning op deze locatie niet in strijd met de nu geldende omgevingsvisie. Het toepassen van de ruimte voor ruimteregeling is strikt genomen dan ook niet meer nodig om de woning te kunnen toestaan. Wel moet voldaan worden aan het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk moet blijven. Wij kozen ervoor om de ruimte voor ruimteregeling te gebruiken bij de onderbouwing dat hier door middel van sloop van bedrijfsbebouwing sprake is van een situatie waarin de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft.
Meer dan waard.
2/6
In het herstelbesluit brachten wij de legale en illegale bebouwing op de saneringslocaties in beeld. Hieruit volgt dat er in totaal 2.457,70 m² legaal glas en 413,4 m² legaal steen wordt gesloopt. Ook motiveerden wij dat het bestemmingsplan een kas op het perceel Derde Kruisweg 1 toestaat. Uit de strikte toepassing van de ruimte voor ruimteregeling betekent dit dat er sprake is van een recht van 0,90 compensatiewoning. Een dergelijke cijfermatige berekening wordt nu echter niet meer toegepast. De oppervlakte bebouwing dat gesaneerd wordt, is in het huidige beleid een richtgetal en geen harde voorwaarde. Het gaat erom dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk blijft. Wij motiveren in het herstelbesluit dat er op de saneringslocaties feitelijk al tientallen jaren meer bebouwing en verharding aanwezig is, welke ook gesaneerd worden. De feitelijke kwaliteitswinst is dan ook groter dan alleen het saneren van de vergunde oppervlakte bebouwing. Door het saneren van bebouwing en verharding neemt de openheid op de meer solitair gelegen saneringslocaties toe. Hierdoor sluiten deze percelen qua uitstraling en gebruik meer aan op de omliggende open agrarische percelen. De bedrijfsactiviteiten nemen af, omdat wij de agrarische bouwpercelen uit het bestemmingsplan halen.
Hiermee voorkomen wij dat bedrijven gebruik maken van de bestaande mogelijkheden om het agrarisch bedrijf uit te breiden. Dit komt de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit ten goede. In ruil voor het saneren van de bedrijfsbebouwing wordt op een locatie (Laan van Heemstede, naast 60) aansluitend aan het lint nabij andere bebouwing en in een minder open gebied één woning teruggebouwd. In het bestemmingsplan namen wij een voorwaardelijke verplichting op voor het uitvoeren en in stand laten van beeldkwaliteit en het landschappelijk tuinontwerp. Het bovenstaande heeft tot gevolg dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk blijft. Hiermee voldoet het plan aan een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast verkleinden wij de inhoud van de woning in het herstelbesluit van 877 m³ naar 775 m³. Hiermee komen wij tegemoet aan zowel de uitspraak van de voorzieningenrechter als aan de gronden van uw beroep. Uit de uitspraak van de voorzieningenrechter leiden wij niet af dat het niet mogelijk is om de gewenste woning op deze locatie te realiseren en dat daar maar beter mee gestopt kan worden. De door de voorzieningenrechter aangegeven gebreken namen wij weg in ons herstelbesluit van 7 februari 2023. Hiermee is er naar onze mening sprake van een juridisch houdbaar bestemmingsplan.
De uitspraak van de voorzieningenrechter en uw beroepschrift tegen het besluit van 26 april 2022 geven ons ook geen aanknopingspunten waaruit wij op voorhand moeten concluderen dat het besluit van 26 april 2022 niet in stand zou kunnen blijven. Er zijn dan ook geen inhoudelijke redenen om over te gaan tot het intrekken van het bestemmingsplan.
Wij wogen de belangen over het al dan niet intrekken van het bestemmingsplan af Door het intrekken van het bestemmingsplan, herleven de oude bestemmingen voor de in het bestemmingsplan opgenomen percelen. Daardoor komen de perceel eigenaren en gebruikers in een nadeliger positie te verkeren. Jurisprudentie wijst uit dat dit niet zondermeer is toegestaan (ECLI:NL:RVS:2017:243). Meer dan waard.
3/6
De behandeling van het beroep over het bestemmingsplan en het herstelbesluit loopt nog bij de Afdeling. Het nemen van een intrekkingsbesluit komt niet tegemoet aan de belangen van alle partijen. Wanneer de Afdeling een oordeel geeft over het bestemmingsplan, is er sprake van een onherroepelijk besluit. Dat geeft duidelijkheid voor alle partijen. Wanneer wij het bestemmingsplan in dit stadium intrekken, zal de Afdeling geen inhoudelijk oordeel meer geven over het bestemmingsplan. Tegen het intrekkingsbesluit kunnen belanghebbenden rechtsmiddelen aanwenden. Wanneer achteraf blijkt dat wij het intrekkingsbesluit onterecht namen, herleven de besluiten van 26 april 2022 en 7 februari 2023 en daarmee de procedures daarover. Dit geeft veel langer onduidelijkheid voor alle partijen. Daarnaast zal dit van alle partijen meer tijd, inzet en geld vergen. Tenslotte merken wij op dat wij op 9 november 2017 een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer sloten, waarin de gemeente zich bereid verklaarde om medewerking aan het realiseren van het plan te verlenen en waarin de gemeente de verplichting op zich nam om zich naar vermogen in te spannen “de geëigende juridisch planologische procedures tijdig in gang te zetten en voortgang af te ronden”. Wij kunnen daaraan niet zomaar voorbij gaan nu er voor ons geen concrete aanleiding is om te constateren dat het gewenste plan niet mogelijk is.
Wanneer wij ons in dit stadium niet aan deze overeenkomst houden, brengt dit juridische en financiële consequenties met zich mee. Wij zijn dan ook van mening dat de belangen van de initiatiefnemer gelet op onder andere de rechtszekerheid en het belang van de gemeente en anderen zwaarder wegen dan het belang van uw cliënten bij het intrekken van het bestemmingsplan. Uw aanvullende schriftelijke reactie van juli 2023 aan de Afdeling geeft geen aanleiding ons standpunt te wijzigen In uw brief van 21 augustus 2023 aan de commissie bezwaarschriften Hoeksche Waard vroeg u om uw aanvullende schriftelijke reactie van juli 2023 te betrekken. Deze reactie zond u niet aan deze commissie. Daarom betrok de commissie deze brief niet bij haar advies. De commissie adviseert ons om deze reactie in het kader van een volledige heroverweging bij de beslissing op bezwaar te betrekken. Wij gaan ervan uit dat u verwijst naar uw aanvullende schriftelijke reactie van 7 juli 2023 aan de Afdeling. Wij ontvingen daarvan een afschrift ter kennisname van de Afdeling. De Afdeling verzocht ons niet om inhoudelijk op de reactie te reageren. In uw reactie geeft u aan dat u de Afdeling de volgende stukken stuurt: 1. Een notitie over de wegconstructie met bijlagen die met het oog op de verkeerskundige situatie van het onderliggende plan van belang is. 2.
Een afschrift van het beroepschrift dat u indiende bij rechtbank Rotterdam. Het beroepschrift ziet toe op het besluit tot het afwijzen van een verzoek om handhaving tegen bebouwing op het perceel Derde Kruisweg 1 in ’s-Gravendeel. U vraagt de Afdeling om deze stukken bij de behandeling van het beroep tegen het besluit van 26 april 2022 te betrekken. U geeft aan dat u op de inhoud van de Meer dan waard.
4/6
stukken nog terugkomt. Daarover ontvingen wij geen informatie. Wij gaan er daarom vanuit dat u dat nog niet gedaan heeft. De stukken geven ons geen aanleiding om ons standpunt over het afwijzen van uw verzoek tot het intrekken van het besluit van 26 april 2022 tot het vaststellen van het bestemmingsplan over te gaan. Beide stukken liggen voor beoordeling voor aan respectievelijk de Afdeling en de rechtbank Rotterdam. Wij verwijzen u in dit kader naar onze overwegingen hierover in deze brief onder het kopje over de belangenafweging. In de uitspraak van 24 april 2019 stelde de Afdeling over het verkeersaspect op de locatie Laan van Heemstede reeds vast dat er bij het realiseren van een woning op deze locatie geen sprake is van een uit verkeerskundig oogpunt onaanvaardbare situatie. Daarbij betrok de Afdeling dat er slechts één woning wordt gerealiseerd en dat het bouwverkeer geen gebruik zal maken van de bestaande weg. In het op 26 april 2022 vastgestelde plan is hierin geen wijziging ten opzichte van de situatie van destijds voorzien. U maakt in uw stukken een vergelijking met een perceel in de Nieuwestraat in ’s-Gravendeel. Die situatie is echter niet vergelijkbaar. Op die locatie is -anders dan de Laan van Heemstede- sprake van een algeheel verbod voor alle verkeer. Dit geeft een andere afweging over initiatieven.
Ten aanzien van het beroepschrift over het afwijzen van het verzoek om handhaving tegen bebouwing op het perceel Derde Kruisweg 1 in ’s-Gravendeel merken wij op dat u dit beroep indiende namens Stichting tot Behoud van de Hoeksche Waard als Polderlandschap. In het herstelbesluit van 7 februari 2023 motiveren wij dat het bestemmingsplan het realiseren van een kas toelaat. Daarnaast lichten wij toe waarom wij het saneren van de bebouwing op deze locatie in het plan betrekken. In de afwijzing van het verzoek om handhaving motiveerde het college van burgemeester en wethouders waarom het zij niet handhavend optreedt tegen bebouwing op dit perceel. Uw beroepschrift tegen het afwijzen van uw verzoek om handhaving geeft ons geen aanleiding om ons standpunt over het bestemmingsplan te wijzigen. Wij wijzen uw verzoek om vergoeding van de proceskosten af Overeenkomstig het advies van de commissie bezwaarschriften wijzen wij uw verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Voor een vergoeding van de kosten die gemaakt zijn in het kader van uw procedure bestaat geen aanleiding, omdat het bestreden besluit in stand kan blijven. Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan kunt u binnen zes weken na het verzenden van deze brief een beroepschrift indienen. Dit doet u door een brief te sturen aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
In het beroepschrift moet u in ieder geval de volgende gegevens vermelden: • de naam en adres van de indiener; • de datum waarop u de brief verzendt (de dagtekening); • een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht; • een kopie van het besluit; Meer dan waard.
5/6
• •
de reden waarom u in beroep gaat; een ondertekening met naam en handtekening.
Het indienen van een beroepschrift stelt het besluit niet uit. Een beroepschrift heeft namelijk geen schorsende werking. Wilt u het besluit vanwege de spoedeisendheid laten uitstellen dan kunt u een voorlopige voorziening vragen. U kunt uw verzoek om een voorlopige voorziening sturen aan de Voorzieningenrechter van de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Een voorlopige voorziening kan alleen worden gevraagd als er ook beroep is ingediend. Voor de behandeling van een beroepschrift en een verzoek om voorlopige voorziening brengt de Raad van state griffierecht in rekening. Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op. U kunt ons elke werkdag bereiken tussen 8.30 en 17.00 uur via telefoonnummer 14 0186 of 088 - 647 36 47. Wij helpen u graag! Wij gaan ervan uit dat u uw cliënten zelf op de hoogte stelt van dit besluit. Met vriendelijke groet, de gemeenteraad van gemeente Hoeksche Waard G. de Schipper-Tinga Griffier
Meer dan waard.
F.D. van Heijningen Raadsvoorzitter
6/6