Compensatieplan Fietsroute Oudeland
Tekst van het document
Compensatieplan fietspad Oudeland Gemeente Hoeksche Waard
Identificatie
Planstatus
projectnummer:
datum:
20180241.001
23 oktober 2023
projectleider:
opdrachtgever:
drs. G.M. Boiten
Gemeente Hoeksche Waard
auteur(s):
ir. H.G. van der Aa
definitief
2
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding
3
1.1. 1.2. 1.3.
Aanleiding Onderzochte alternatieven Doel compensatieplan
3 4 5
Toetsingskader Natuurnetwerk
6
2.1. 2.2. 2.3.
6 7 9
Algemeen Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). Externe werking
Uitgangsituatie
10
3.1. 3.2.
10 10
Algemeen Weidevogels
Effecten op het Natuurnetwerk
13
4.1. 4.2. 4.3. 4.4.
13 13 13 14
Inleiding Areaalverlies Versnippering Verstoring van weidevogels
Compensatieplan
17
5.1. 5.2.
17 18
Compensatieopgave Compensatievoorstel
3
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding
In september 2003 is het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard vastgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt tussen de verschillende wegbeheerders in de Hoeksche Waard over het gezamenlijk aanpakken van knelpunten op het gebied van verkeer en vervoer. Het Gebiedprofiel vormt de basis waarop de provincie haar subsidieverlening in het kader van onder andere GDU-plus (Gebundelde Doeluitkering) baseert. Eén van de knelpunten is de veiligheid van fietsers. Om de veiligheid van het fietsverkeer te verbeteren is het zeer gewenst een fietsroute te realiseren tussen Oud-Beijerland en Strijen en een route langs delen van de voormalige S40 tussen Zuid-Beijerland en 's Gravendeel. Eind 2017 heeft de gemeenteraad van Strijen besloten om het ontbrekende deel van het fietspad binnen het gemeentelijk grondgebied (als onderdeel van de complete fietsroute) aan te leggen. Naar schatting zullen dagelijks zo'n 400 scholieren gebruikmaken van deze route. Daarnaast wil Provincie Zuid-Holland het fietsgebruik stimuleren en heeft in 2016 het fietsplan vastgesteld ‘Samen verder fietsen’. Zo werken zij aan veilige én aantrekkelijke, logische routes die de fietser faciliteren om verder te fietsen. Het afwegingskader fiets is uitgangspunt bij het afwegen van initiatieven en knelpunten.
Daarbij zijn er raakvlakken met andere provinciale doelen, zoals: Betere bereikbaarheid, ketenmobiliteit; Slimme logistieke oplossingen; Recreatie, erfgoed, groen; Ruimtelijke kwaliteit; Minder CO2 uitstoot; Verbeteren luchtkwaliteit; Verbeteren economisch vestigingsklimaat; Innovatiepotentieel van Zuid-Holland beter benutten. (bron: provinciaal fietsplan Zuid-Holland ‘Samen verder fietsen’) In 2018 heeft het toenmalig Samenwerkingsorgaan Hoeksche Waard (2019 gemeente Hoeksche Waard), samen met de provincie Zuid-Holland het Fietsplan Hoeksche Waard 2018-2026 opgesteld. Met dit fietsplan kan de gemeente Hoeksche Waard samen met de regionale partners werken aan optimale fietsroutes om het fietsgebruik en daarmee diverse ontwikkelingen te stimuleren. Dit Fietsplan is onderdeel van de Mobiliteitsagenda die de gemeente en de provincie Zuid-Holland samen opstelden en ondertekenden. De gemeenteraad stemde op 2 april 2019 in met de mobiliteitsagenda. Het Fietsplan Hoeksche Waard 2018-2026 dient mede als basis voor verschillende maatregelen die zijn opgenomen in deze Mobiliteitsagenda, zoals: Partijen spreken af om de realisatie van de in het Uitvoeringsprogramma Fiets van de provincie opgenomen fietsroute Strijen-Oud Beijerland ter hand te nemen (bron: mobiliteitsagenda 2018).
Het beoogde tracé op de buisleidingenstraat volgt zoveel mogelijk bestaande onderhoudspaden en ligt grotendeels binnen het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen. Dit gebied maakt tevens onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Figuur 1 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000.
4
Ligging tracé (rood) ten opzichte van Natura 2000 (geel)
1.2.
Onderzochte alternatieven
De gemeente Strijen is opgegaan in de gemeente Hoeksche Waard en deze geeft de voorkeur aan een tracé langs de oostrand van de buisleidingenstraat. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: Door gebruik te maken van de reeds bestaande inspectiepaden (circa 2 km) op de buisleidingenstraat kan het fietspad sneller en efficiënter worden aangelegd met een relatief geringe toename van de verharding. De aan te vullen delen tussen de bestaande verhardingen zijn bovendien vrij van leidingen. Langs de westkant staat de buisleidingenstraat geen fietspad op het leidingtracé toe, aangezien de daar aanwezige leidingen bijna tot aan de eigendomsgrens lopen. Een westelijk tracé zou dan naast de buisleidingstraat moeten komen te liggen op particulier terrein. Een westelijk tracé betekent dat de benodigde onderhandelingen over grondaankopen met vele eigenaren moeten worden gevoerd hetgeen (zeer) tijdrovend kan worden. Een fietspad langs de oostzijde geeft minder inbreuk op de privacy van de omwonenden langs de Oudendijk. Een tracé langs de oostzijde sluit beter aan op de bestaande wegstructuur en doorkruist minder landbouwpercelen dan aan de westzijde.
5
Het beoogde tracé maakt gebruik van de bestaande inspectiepaden op de buisleidingstraat
1.3.
Doel compensatieplan
Het compensatieplan beschrijft de aard en omvang van de aantasting van het Natuurnetwerk, beschrijft de aard en omvang van de effectbeperkende en compenserende maatregelen, de begrenzing van het compensatiegebied, en de wijze waarop die compensatie duurzaam is verzekerd. De effecten op Natura 2000 worden uitgebreid beschreven in de passende beoordeling die als bijlage bij het bestemmingsplan en bij de vergunningaanvraag Wet natuurbescherming is gevoegd.
2. Toetsingskader Natuurnetwerk
2.1.
6
Algemeen
Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De rechtstreekse werking van de EHS vindt plaats door de toetsing van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor het afwijken van bestemmingsplannen aan het EHS-beleid. Hoewel inmiddels wordt gesproken van NNN luidt titel 2.10 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ‘Ecologische hoofdstructuur’. Het Rijk heeft het algemene EHS-beleid in het Barro vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 Barro moeten provincies bij provinciale verordening (in dit geval een Structuurvisie) de EHS-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de EHS aan. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Op grond van artikel 2.10.4 Barro geldt er een algemeen beschermingsregime voor EHS-gebieden.
Dit algemene regime bestaat eruit dat er geen toestemming mag worden verleend aan activiteiten die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden. Toestemming voor dergelijke activiteiten kan wel worden gekregen indien (1) er sprake is van een groot openbaar belang, (2) er geen reële alternatieven zijn en (3) de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, de oppervlakte en de samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Of en in welke mate een ingreep van invloed is op het functioneren van de EHS wordt bepaald door het effect op de vastgelegde wezenlijke kenmerken en waarden voor het betreffende deel van de EHS. Een definitie voor wezenlijke kenmerken en waarden is te vinden in de Nota Ruimte (2004, p.114): “de wezenlijke kenmerken en waarden zijn de actuele en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het gebied. Het gaat daarbij om: de bij het gebied behorende natuurdoelen en – kwaliteit, geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde”. Het Natuurnetwerk valt in het Oudeland samen met Natura 2000, zoals figuur 3 laat zien.
7
Ligging ten opzichte van het Natuurnetwerk
De provinciale Verordening Ruimte (2017) geeft aan: Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, is het provinciale compensatiebeleid van toepassing zoals vastgelegd in de beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013). De toelichting bij het bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie.
2.2.
Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013)
Relevante bepalingen uit deze beleidsregel zijn hieronder weergegeven. Passages die voor het onderhavige fietspad van belang zijn, zijn geel gemarkeerd: Artikel 2. Nee, tenzij-regime 1. In gebieden waar het 'nee, tenzij'-regime van kracht is, zijn geen ingrepen toegestaan die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, de negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd via de procedure zoals weergegeven in de artikelen 5 tot en met 8 van deze beleidsregel.
8
Artikel 3. Toepassingsbereik provinciaal compensatiebeleid Deze beleidsregel is van toepassing bij ingrepen in de volgende gebiedscategorieën: - EHS; - Belangrijke weidevogelgebieden; - Recreatiegebieden in de Zuidvleugel; - Karakteristieke landschapselementen en - Gebieden in de strategische reservering natuur. Artikel 5. Voorwaarden aan compensatie Aan compensatie voor ingrepen in gebieden als bedoeld in artikel 3 worden de volgende voorwaarden gesteld: 1. De compensatie mag niet leiden tot een netto verlies van areaal, kwaliteit en/of samenhang van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. 2. De compensatie wordt in principe niet aangewend om reeds vastgesteld natuur-, recreatie- en/of landschapsbeleid uit te voeren of de uitvoering daarvan te versnellen. 3. Onverminderd het bepaalde in het zesde lid wordt aan een compensatieverplichting niet voldaan door het uitvoeren van maatregelen waarvoor overheidssubsidie is of wordt verkregen dan wel waarvoor reeds verplichtingen zijn aangegaan. 4.
Onverminderd het bepaalde in het zevende lid, vindt de compensatie plaats (voorkeursladder): a) door fysieke compensatie met dezelfde natuur-, recreatie- of landschapswaarden als die door de ingreep verloren zijn gegaan aansluitend aan of nabij het gebied van de ingreep met dien verstande dat een duurzame situatie ontstaat; b) indien fysieke compensatie met dezelfde natuur-, recreatie- of landschapswaarden als in het vorige onderdeel bedoeld redelijkerwijs onmogelijk is, door fysieke compensatie met kwalitatief vergelijkbare waarden aan of nabij het gebied van de ingreep dan wel door fysieke compensatie elders, of, c) indien ook dat redelijkerwijs onmogelijk is. door financiële compensatie 5. In samenhang met het gestelde in het vierde lid, sub a geldt dat als de ontwikkeltijd van de vervangende natuur-, recreatie- en/of landschapswaarden meer dan 5 jaar bedraagt, de fysieke compensatie wordt vermeerderd met een kwaliteitstoeslag in hectares. Deze kwaliteitstoeslag bedraagt 1/3 bij een ontwikkeltijd lussen 5 en 25 jaar en 2/3 bij een ontwikkeltijd tussen 25 en 100 jaar. 6. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid mag areaalverlies ook worden gecompenseerd door de aanleg van een nog niet gerealiseerd deel van een ecologische verbinding. 7.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en in afwijking van de voorkeursladder als bedoeld in het vierde lid mag areaalverlies ook worden gecompenseerd door kwaliteitsverbetering bij ingrepen in gebieden die behoren tot de EHS 'op het land', voor zover aangeduid als waternatuurgebied of buitendijks gelegen, en bij ingrepen in wateren die behoren tot de EHS 'grote wateren en Noordzee' voor zover provinciaal ingedeeld.
9 Artikel 6. Compensatieplan 1. Indien deze beleidsregel van toepassing is, wordt door de initiatiefnemer een compensatieplan opgesteld. 2. Het plan voor de ingreep en het compensatieplan worden gelijktijdig voorafgaand aan de ingreep aan het bevoegd gezag ter accordering voorgelegd. 3. Aan het compensatieplan worden de volgende voorwaarden voor instemming gesteld: a) het compensatieplan geeft aan hoe de compensatieopgave is berekend en hoe het verlies aan waarden zal worden gecompenseerd; b) het compensatieplan bevat een kaart met de ligging van het compensatiegebied ten opzichte van aangrenzende en nabijgelegen natuur- en recreatiegebieden, belangrijke weidevogelgebieden en/of karakteristieke landschapselementen, en; c) bij fysieke of kwalitatieve compensatie voldoen de plaats, de oppervlakte en de kwaliteit van het compensatiegebied aan het gestelde in artikel 5: d) Bij financiële compensatie wordt de raming eveneens ter accordering aan Gedeputeerde Staten voorgelegd. Indien noodzakelijk kunnen hieraan door Gedeputeerde Staten nadere voorwaarden worden gesteld.
2.3.
Externe werking
Het Natuurnetwerk, de voormalige ecologische hoofdstructuur (EHS), kent geen externe werking. De Minister van LNV heeft in 2008 in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat ingrepen buiten de EHS niet hoeven te worden beoordeeld op hun effecten voor de wezenlijke kenmerken en waarden binnen de EHS (TK 29576, nummer 12 en 52). Deze brief vloeide voort uit de Nota Ruimte.
3. Uitgangsituatie
3.1.
100
Algemeen
Het Natuurnetwerk valt in het Oudeland samen met Natura 2000. Het provinciaal natuurbeheerplan onderscheidt een aantal natuurbeheertypen op en rond het tracé:
Beheertypen Natuurnetwerk
In dit hoofdstuk wordt de uitgangsituatie ten aanzien van de weidevogels in en rond het plangebied beschreven.
3.2.
Weidevogels
De onderstaande beschrijving van aanwezige vogels is gebaseerd op gegevens van Staatsbosbeheer, Hoekschewaards landschap en www.waarneming.nl. Het reservaatsgebied herbergt hoge dichtheden aan broedende weidevogels als kievit, scholekster, en de landelijk bedreigde (Rode Lijst)soorten grutto, tureluur, watersnip, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik en graspieper. Ook buiten het reservaatsgebied worden met gericht weidevogelbeheer plaatselijk hoge dichtheden gerealiseerd. Waarnemingen van patrijzen zijn vooral bekend rondom de Hoekseweg. Na een sterke stijging vanaf de jaren zeventig zijn de aantallen weidevogels de laatste tien jaar weer gedaald.
11
Langs het beoogde fietspadtracé broeden volgens gegevens van het Hoekschewaards landschap weinig weidevogels, zoals weergegeven in figuur 5. Broedgevallen weidevogels 2022 nabij buisleidingenstraat (bron: D. van Houwelingen)
12
13
4. Effecten op het Natuurnetwerk
4.1.
Inleiding
Het fietsproject wordt grotendeels ontwikkeld conform de CROW-richtlijnen waaronder de aanbevelingen voor fietsvriendelijke infrastructuur uit publicatie 164 “Handboek Wegontwerp” en nummer 230 “Ontwerpwijzer fietsverkeer”. Vanwege de beschikbare ruimte is het fietspad is 3 meter breed met aan de zijkanten een rij grasbetontegels. De aanleg zal ongeveer vier maanden (17 weken) in beslag nemen. Het fietspad is gesloten voor gemotoriseerd verkeer, er is uitsluitend toegang voor onderhoudsvoertuigen en landbouwverkeer van vergunninghouders. Dit vindt plaats door bebording en de inrichting van het fietspad. De beoogde ontwikkeling vindt voor een belangrijk deel binnen het NNN plaats. Aanpassing van de waterhuishouding is niet aan de orde. Potentiële effecten zijn daarom: - areaalverlies; - versnippering; - verstoring door geluid verlichting of beweging (optische verstoring); - verontreiniging, vermesting en verzuring. Bij een aantal effecten bestaan relevante verschillen tussen de aanleg- en de gebruiksfase. Deze effecten zullen afzonderlijk worden beschreven.
4.2.
Areaalverlies
In aanvulling op de bestaande onderhoudswegen vergt het fietspad 2.850 meter nieuwe verharding. Bij een breedte van 3 meter bedraagt het areaalverlies 8.550 m2. In combinatie met een tweezijde strook grasbetontegels bedraagt het areaalverlies 12.000 m 2. Het betreft grotendeels gangbaar gebruikt agrarisch gebied met weinig natuurwaarden. Weidevogels zijn op deze strook niet aanwezig.
4.3.
Versnippering
Het tracé ligt vrijwel langs de rand van het NNN-gebied. Dit gebied wordt momenteel reeds doorsneden door de Waleweg en de Bovenweg en door de inspectiepaden op de buisleidingstraat. Omdat het fietspad weinig zal worden gebruikt (buiten de spitsuren en weekenden), zal er beperkt aanvullend versnipperend effect van uitgaan. In de praktijk gaat het dus om een groot deel van de dag, respectievelijk week. Vanwege de geringe periode waarin sprake kan zijn van een extra versnipperend effect, wordt dit effect als licht negatief (-/0) en niet significant beoordeeld.
14
4.4.
Verstoring van weidevogels
Tijdens de aanlegfase in de periode september t/m december zal er geen effect zijn op broedende weidevogels. Verstoring in de gebruiksfase zal wel leiden tot het verlies van het broedgebied van meerdere paren weidevogels. Het fietspad ligt op enige afstand van de broedlocaties (zie ook figuur 6). Op grond van de Wet natuurbescherming dient de aanleg van het fietspad buiten het broedseizoen plaats te vinden, conform de beoogde planning (september t/m december). Voor verstoring van broedende vogels wordt immers geen ontheffing verleend indien geen dwingende redenen van groot openbaar belang aan de orde zijn. Effecten op de vogels van grasland en ruigte zijn derhalve beperkt tot de gebruiksfase. Omtrent de verstoringsgevoeligheid van weidevogels ten opzichte van fietspaden bestaan geen eenduidige gegevens. Fietsen geldt wel als een van de minst verstorende recreatievormen, waarschijnlijk omdat fietsers zich geruisloos, voorspelbaar en nooit buiten de paden voortbewegen en relatief snel een locatie gepasseerd zijn (bron: Krijgsveld, 2009). Fietsende scholieren wijken echter af van fietsende recreanten, bewegen zich vaak niet voorspelbaar en geruisloos voort (stoppen, op elkaar wachten, muziek) en kunnen derhalve een relevante bron van verstoring vormen. Het fietspad zal verder waarschijnlijk ook gebruikt worden door wandelaars, al dan niet met (loslopende) honden.
De literatuur spreekt in dat geval over een verstoringsafstand van “enige honderden meters”. In de broedtijd zal er daarom sprake zijn van een relevante verstoring van broedende weidevogels, waaronder meerdere rode lijstsoorten. Conform de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) dienen bovengenoemde negatieve effecten gecompenseerd te worden. Hierover worden nadere financiële afspraken gemaakt tussen de gemeente Hoeksche waard en de Coöperatie Collectief Hoeksche Waard (CCHW), organisator van het agrarisch natuurbeheer in de Hoeksche Waard.
15 Broedende weidevogels binnen de verstoringszone (gele contour)
16
17
5. Compensatieplan
5.1.
Compensatieopgave
De grutto kan als maatgevend beschouwd worden voor de effecten op alle weidevogels. Gebieden met veel grutto’s herbergen altijd ook veel andere weidevogels en andersom. Om nieuw grutto-leefgebied te ontwikkelen binnen het Oudeland van Strijen is het noodzakelijk om de “zwakste schakels” qua weidevogelkwaliteit te versterken. BIJ121 geeft aan dat de belangrijkste verklarende factor in de negatieve populatieontwikkeling de productie van vliegvlugge jongen is. Het intensieve grondgebruik speelt hierbij een belangrijke rol. Andere factoren die in sommige gebieden een rol spelen, zoals stadsuitbreiding, afname openheid en predatie zijn in het Oudeland niet of veel minder aan de orde. Predatie vormt alleen een probleem als het nest- en opgroeihabitat van onvoldoende kwaliteit is 2. BIJ12 benoemt de volgende doelsoortspecifieke terreinkenmerken met betrekking tot de overleving van jonge grutto’s: Aanwezigheid jongen (half april-half juli): • Aanwezigheid van een kruidenrijke en in hoogte en dichtheid gevarieerde graslandvegetatie is essentieel voor de kuikens. Ze vinden hier schuilgelegenheid en voedsel. Het ideale kuikenland bestaat uit laagproductieve en weinig bemeste hooi- en weilanden. Het hooitijdstip ligt hier na half juni. Afstand tussen nest- en voedselgebied van kuikens varieert tussen 0 en 5 km, maar is (in geschikte habitat) meestal minder dan 400 m.
Ze kunnen ook grotere afstanden overbruggen tussen geschikte percelen. De maximale afstand per leeftijdsklasse bedraagt: o 0-10 dagen 225 m; o 10-20 dagen 385 m; o 20 dagen 500 m. • In aanvulling op minimaal één aaneengesloten, extensief gebruikt brongebied van 250 ha moet het opgroeigebied voor kuikens(‘kuikenland’) zoveel mogelijk aaneengesloten liggen. Ten minste 10 ha moet aaneengesloten zijn om voldoende kuikens per broedpaar vliegvlug te krijgen. • Grote, aaneengesloten oppervlaktes kuikenland leiden tot een betere overleving van gruttokuikens dan kleine. • Gruttokuikens verkiezen grasland dat: o Niet beweid wordt/beweid is geweest; o Niet recent gemaaid is; o Grashoogte van ten minste 15 cm heeft. • Op ongemaaid grasland lopen kuikens een veel kleinere kans om gepredeerd te worden dan op gemaaid grasland Uit vogeltellingen van wetlandwacht D. van Houwelingen in polder Oudeland van Strijen volgt dat vier tot vijf gruttoparen blijvend worden verstoord door het gebruik van het fietspad. In optimale weidevogelgebieden zijn gruttodichtheden mogelijk van 20 broedparen per 100 hectare 3. Voor het 1
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/agrarischnatuurbeheer-anlb/kennisbank/doelsoorten/grutto/ 2 SOVON (2018): “Vogelatlas van Nederland” 3 SOVON (2018): “Vogelatlas van Nederland”
18 compenseren van het verlies van vier tot vijf broedparen grutto’s is dus 20-25 hectare optimaal beheerd grasland noodzakelijk. De voorwaarden waaraan de geschikte locatie zou moeten voldoen, kunnen samengevat worden met de onderstaande criteria: 20-25 hectare (verbeterd) grutto-vriendelijk beheer; Rustperiode op de percelen van 1 april – 1 juni in combinatie met kruidenrijke graslanden en plas-drassituaties; Zoveel mogelijk aansluiting op reservaat Staatsbosbeheer.
5.2.
Compensatievoorstel
Invulling in samenwerking met Coöperatie Collectief Hoeksche Waard (CCHW ) CCHW is organisator van het agrarisch natuurbeheer in de Hoeksche Waard en heeft al percelen in beheer waar weidevogelpakketten op zitten. In overleg met CCHW is gekeken naar een gebied met de grootste potentie voor het toepassen van weidevogelbeheer. Hierbij is gekeken naar het met bestaande percelen waar al weidevogelbeheerpakketten van toepassing zijn en waar kan worden aangesloten op de percelen in het reservaat van Staatbosbeheer. Hiervoor komt het gebied ten noorden van de Waleweg – buisleidingstraat – zuidkant Dwarsche Vaart het meest in aanmerking voor de inrichting tot weidevogelgebied. Daarbij zal het weidevogelbeheer 12 jaar in stand blijven (zie ook figuur 7). Uitvoering weidevogelbeheer Met de eigenaren van de potentiële percelen zijn gespreken gevoerd over de bereidheid voor het toepassen van weidevogelbeheer op de percelen. Deze bereidheid is aanwezig.
Voor een goede uitvoering van het weidevogelbeheer zijn de volgende zaken uitgewerkt: Uitwerking mozaïek: Verschil in grassoorten en variatie in datum uitgesteld maaibeleid; Opstellen beheerpakketten: Aan de hand van het uitgewerkte mozaïek zijn beheerpakketten samengesteld; Opstellen beheercontracten: Tussen de perceeleigenaar en gemeente Hoeksche Waard zal een beheercontract opgesteld zijn, ten behoeve van de juiste uitvoering van het samengestelde beheerpakket. De beheercontracten moeten afgesloten zijn voor start uitvoering van de werkzaamheden t.b.v. het fietspad. Overigens is de intentie te starten met weidevogelbeheer in broedseizoen 2024, na vaststelling van het bestemmingsplan; Opstellen contract tussen CCHW en gemeente Hoeksche Waard: CCHW zal toezien op de juiste uitvoering van het beheerpakket. Middels verslaglegging koppelt CCHW dit terug aan gemeente Hoeksche Waard. Deze overeenkomst zal vastgelegd zijn in een contract. Voortzetting; het weidevogelbeheer zal 12 jaar in stand blijven. Na 12 jaar vindt er herziening van het weidevogelbeheer plaats tussen partijen. De intentie is, met partijen en bevoegd gezag gezamenlijk te kijken naar mogelijkheden om het beheer voort te zetten.
Financiering De gemeente Hoeksche Waard heeft voor de uitvoering van de diverse beheerpakketten voor 12 jaar budget beschikbaar gesteld, voor kostencompensatie inkomstenderving van de perceeleigenaren en de verrichte werkzaamheden van CCHW. De budgetten worden beheerd bij team Openbare Ruimte Groen. De verslaglegging van CCHW wordt gecontroleerd bij de beheerder van het team Groen. De contracten zijn in beheer van Team Grondzaken. Team Grondzaken verzorgt de betalingen naar de perceeleigenaren en CCHW bij akkoord van de beheerder van het team Groen. De onderstaande figuur laat de compensatiepercelen zien. Als de kadastrale grenzen worden aangehouden, is het totale areaal 25,6 ha.
19
Compensatiepercelen (lichtgroen)