CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitendijk-Land van Esseweg Toelichting

Besluitvormende raad 13 juli 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Buitendijk-Land van Esseweg te Strijen21.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Binnen de 50 meter-contour mag geen geuremissiepunt gesitueerd worden. Binnen de 25 meter-contour mag geen dierenverblijf gesitueerd worden.

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

47

Afbeelding 21: Overzicht vaste afstanden geur - gebouw en terrein In de beoogde situatie worden de (opfok)paarden gestald in de nieuw te bouwen schuur. Zoals op onderstaande afbeelding is weergegeven liggen de toekomstige dierenverblijven buiten de 50 metercontour en daarmee ook buiten de 25-meter contour. In de regels behorende bij het bestemmingsplan is deze 50 meter geborgd in artikel 5.3 zodat van deze maximale planologische situatie uitgegaan wordt. Er wordt derhalve voldaan aan de vaste afstanden voor geur uit het Activiteitenbesluit. De uitbreiding in het aantal dierenverblijven kan derhalve doorgang vinden. Ook gelden er nog regels ten aanzien van het opslaan van vaste mest. Deze opslag dient op meer dan 50 meter afstand te liggen van een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Op het beoogd bouwperceel van de paardenhouderij is voldoende ruimte beschikbaar om deze opslag buiten de 50 meter-contour te situeren. Gezien hetgeen hierboven beschreven kan geconcludeerd worden dat het beoogde plan van initiatiefnemer qua milieuzonering ten aanzien van het aspect geur past in de omgeving. Er is en blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.10 Verkeer en parkeren Binnen het plangebied dient een adequate afwikkeling van personen- en goederenvervoer verzekerd te zijn, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor.

Een paardenhouderij voor het opfokken van paarden en de akkerbouwactiviteiten hebben een relatief lage verkeersaantrekkende werking. Wel wordt hier vaak gebruik gemaakt van zwaarder materieel. Het is derhalve van belang dat er een goede ontsluiting op een verharde weg aanwezig is en er moet voorkomen worden dat er een onevenredige verkeersbelasting op de omgeving ontstaat. Tevens is het van belang dat er voldoende parkeervoorzieningen voor auto’s (met trailers) zijn voor het vervoeren van de paarden. De locatie Land van Esseweg 9 is direct gelegen aan de Land van Esseweg. Deze weg is een verharde landelijke weg, die in westelijke richting wordt ontsloten door de Buitendijk en in oostelijke richting, via de Wielweg uitkomt in de kern Strijen. Met de uitbreiding van de locatie land van Esseweg 9 wordt de verkeersaantrekkende werking vergroot ten opzichte van de bestaande situatie. Echter beschikken de diverse ontsluitingsroutes over voldoende capaciteit om een dergelijke kleine verhoging te kunnen afwikkelen. De ontsluitingsroutes zijn van dermate omvang dat een verhoging van verkeersbewegingen door het bedrijf geen problemen geeft.

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

48

Ten aanzien van parkeren is de basisregel dat parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden. Op onderhavige locatie is genoeg verharding aanwezig voor bezoekers om te kunnen parkeren. In exacte cijfers is dit uit te drukken met behulp van de CROW publicatie nr. 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Volgens deze publicatie zijn de bedrijfsactiviteiten het beste vergelijkbaar met een ‘Bedrijf, arbeidsextensief/bezoekersextensief’. Voor een agrarisch bedrijf is geen categorie beschikbaar. Wel is het aantal (dagelijkse) bezoekers minimaal en beschikt het slecht in enkele gevallen over personeel. Veelal betreft het familiebedrijven, zoals ook hier het geval. De berekening is derhalve een zware overschatting van de benodigde parkeerplaatsen. Daar de akkerbouwtak slechts eigen verkeer betreft en geen aantrekkende werking van bezoekers heeft wordt deze tak ten eerste volledig buiten beschouwing gelaten. Voor de berekening is derhalve uitgegaan van het totaal bvo voor de paardenhouderij. Conform de kengetallen in de publicatie wordt in het buitengebied een parkeernorm van 0,8 parkeerplaatsen tot 1,3 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) gehanteerd. Voor de paardenhouderij is de totale parkeerbehoefte volgens de publicatie van 1200 m2 tussen de 10 en 16 parkeerplaatsen.

Uitgaande van de laagste norm (worst-case) betekent voor de parkeerbehoefte 10 parkeerplaatsen wordt verwacht. Daar aangegeven dat er geen sprake is van personeel en bezoekers slecht incidenteel op het bedrijf komen is een correctie van 50% aanvaardbaar. Derhalve zijn er slechts 5 parkeerplaatsen noodzakelijk voor de bedrijfsvoering van de paardenhouderij. Voor de nieuwe bedrijfswoning is van de volgende worst-case scenario uitgegaan. Daar het een vrijstaande (koop)woning betreft is van de hoogste norm uitgegaan van 2,7 auto’s, afgerond 3. In de worst-case is er derhalve ruimte voor 3 parkeerplaatsen noodzakelijk. Binnen de bestemming worden deze maximaal 8 parkeerplaatsen gesitueerd op eigen terrein. Voor en naast het bedrijfsgebouw is circa 700 m2 verharding aanwezig welke geschikt is voor het parkeren in eigen beheer als dat van bezoekers. Voor de locatie Land van Esseweg 10 vervallen de vervoersbewegingen en de parkeerbehoefte. Dit heeft een klein positief effect op de verkeerssituatie en parkeerbehoefte. Voor de locatie Buitendijk 60 vervallen vooralsnog de vervoersbewegingen en parkeerbehoefte van de paardenhouderij. De bestaande vervoersbewegingen tussen deze locatie en de Land van Esseweg 9, nu circa 3 keer per dag, komen vanzelfsprekend te vervallen Daar de woning blijft behouden blijven hiervoor de bestaande bewegingen en behoefte in stand.

Dit heeft geen noemenswaardig effect op de omgeving. De beoogde ontwikkeling vormt dus geen belemmering voor wat betreft de aspecten verkeer en parkeren. 4.11 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NOx als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen.

4.11.1 Niet in betekenende mate

Indien ontwikkelingen binnen het plangebied gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit moet aandacht worden besteed aan de gevolgen voor de milieukwaliteitseisen. Onderzoek moet worden verricht naar de gevolgen voor de in bijlage 2 van de Wet milieubeheer genoemde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht. Volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 moeten de concentraties worden bepaald vanaf de grens van het terrein van de inrichting. Dit onderzoek kan echter achterwege blijven indien de nieuwe bestemming betrekking heeft op één of meer categorieën van gevallen als genoemd in de Regeling niet in betekende mate bijdragen. In die gevallen wordt aangenomen dat de toename van de concentratie in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide de 3% grens van de jaargemiddelde concentratie niet overschrijdt.

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

49

Als sprake is van een beperkte toename van de luchtverontreiniging die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht, hoeft een plan niet langer meer getoetst te worden. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1, sub c, van de Wet milieubeheer. Het Besluit NIBM legt vast wat geldt als niet in betekenende mate bijdragen. Voor de volgende categorieën in de Regeling NIBM kan getoetst worden aan of een plan NIBM bijdraagt: • Categorie woningbouwlocaties; • Categorie kantoorlocaties; • Combinatie van woningbouw en kantoren; • Categorie inrichtingen. In alle overige gevallen of combinaties van bovenstaande grenzen moet middels een berekening worden aangetoond of de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. Met de beoogde ontwikkeling wordt de uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf mogelijk gemaakt. Voor deze functies dient bepaalt te worden of de eventuele toename in het aantal verkeersbewegingen van en naar de inrichting invloed hebben op de luchtkwaliteit in de omgeving. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft hier in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een specifieke rekentool voor ontwikkeld.

Met die tool kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of de verkeersaantrekkende werking van een functie ‘Niet In Betekenende Mate’ bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. In de agrarische sector is voornamelijk de emissie van fijnstof bepalend voor de luchtkwaliteit op de omgeving. Fijnstof, zowel PM10 en PM2,5 komt voornamelijk door emissie van huid-, mest-, voer- en strooiseldeeltjes uit de stallen. Dit gebeurt continu (24 uur per dag). De belangrijkste bron bij een veehouderij zijn de stallen. Het vrijkomen van fijnstof ten gevolge van overige activiteiten op het bedrijf zijn verwaarloosbaar ten opzichte van de emissie uit de stallen. Het bepalen van de concentraties fijnstof in de omgeving van veehouderijen zijn gegevens nodig over de hoeveelheid fijnstof die dieren produceren. Voor de diercategorie paarden zijn geen fijnstofemissies vastgesteld. Derhalve is voor de nadere beoordeling van het aspect fijnstof voor het houden van paarden aangesloten bij een vergelijkbaar huisvestingssysteem en diercategorie. In dit geval is aangesloten bij de diercategorie A7, overig rundvee ouder dan 2 jaar. Deze diercategorie heeft een emissiefactor PM10 van 170 gram/dier/jr. Het totaal aantal paarden en paarden in opfok op deze locatie is 104, wat neerkomt op een totale emissie van 17.680 gram/jaar.

PM10 Met behulp van het rekenprogramma ISL3a, zie bijlage 8, is een berekening gemaakt van de belasting van fijnstof PM10 van de beoogde bedrijfsopzet op de gevoelige objecten in de omgeving. Door middel van het invullen van de invoergegevens (brongegevens en gegevens beschermde objecten) wordt berekend wat het jaargemiddelde fijnstofconcentratie (microgram/m³) en het aantal overschrijdingsdagen ter plaatse van de rekenpunten is. Uit de uitgevoerde berekening voor PM10 volgt dat het jaargemiddelde concentratie fijnstof maximaal 17,05 µg/m3 bedraagt. De beoogde bedrijfsopzet voldoet dus ruimschoots aan de grenswaarde voor het jaargemiddelde concentratie (40 µg/m3 conform Wet Luchtkwaliteit). Tevens volgt dat het aantal overschrijdingsdagen van het 24-uursgemiddelde van 50 µg/m³ 6 dagen bedraagt, wat eveneens ruimschoots voldoet aan de norm (35 dagen conform Wet Luchtkwaliteit). Vervoersbewegingen Het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie Land van Esseweg 9 zal als gevolg van de uitbreiding toenemen. Op basis van de CROW is vastgesteld dat de uitbreiding resulteert in een toename op het een weekdaggemiddelde van 68 extra verkeersbewegingen per dag daar er in de beoogde situatie 1200 m2 bedrijfsruimte voor paarden aanwezig is (5,7 vervoersbewegingen per 100 m2 bvo).

Daarnaast is er vanuit de nieuw te bouwen woning aanvullende vervoersbewegingen van 8,6 per woning, afgerond 9. Vanuit een worst-case benadering is middels de NIBM-tool het effect van een toename van 77 verkeersbewegingen van en naar de inrichting per dag berekend. Hierbij is ook nog gerekend met een percentage vrachtverkeer van 50%, voor auto’s die met trailer naar de inrichting komen. Uit de berekening blijkt dat het initiatief in dat geval nog steeds NIBM bijdraagt aan de

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

50

luchtkwaliteit, zie Afbeelding 22. De beoogde ontwikkeling heeft dus met zekerheid geen significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving.

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2021

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

77

Aandeel vrachtverkeer

50,0%

NO2 in μg/m3

0,30

PM10 in μg/m3

0,04

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m 3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Afbeelding 22: Berekening NIBM-tool Omgekeerde werking Omgekeerd moet ten behoeve van de bedrijfswoning worden aangetoond dat de luchtkwaliteit ter plaatse voor een acceptabel woon- en leefklimaat zorgt. Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM 10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m 3. De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof PM10, ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde fijnstofconcentratie binnen het plangebied is conform de berekening, zie hiervoor, PM10 17,05 μg/m³, de GCN-kaart voor fijnstof voor PM2,5 10,13 μg/m3 en voor NO2 15,53 μg/m3, zie Afbeelding 23 en 23.

Afbeelding 23: Uitsnede GCN-kaart fijnstof PM2,5 en NO2 Ten aanzien van luchtkwaliteit zijn er daarom geen bezwaren ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. 4.12 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

51

wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. De geluidsproductie van een paardenhouderij is in hoofdzaak afkomstig van transportbewegingen, het laden en lossen en overige motoren binnen de inrichting. In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor locaties in het bestemmingsplan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting wordt onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. In deze situatie is geen sprake van een nieuwe geluidgevoelige bestemming, het betreft namelijk de bouw van een nieuwe stal en bedrijfswoning. In de inrichting vinden wel activiteiten plaats die een geluidsuitstraling hebben naar de omgeving. De eventuele geluidbelasting als gevolg van de bedrijfsvoering is laag en de activiteiten vinden veelal inpandig of nabij de stallen plaats. Bovendien is de afstand tot de geluidgevoelige objecten zo groot dat de activiteiten geen overlast zullen veroorzaken. Het plan voorziet in de realisatie van een bedrijfswoning. De woning is gelegen binnen de geluidszone van de Land van Esseweg op basis van de Wet geluidhinder. Hiervoor een onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd.

Doel van het akoestisch onderzoek is om te bepalen op welke minimale afstand van de weg de woning gesitueerd moet worden. Op grond van het rapport kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • De toetsingswaarde als gevolg van wegverkeerslawaai bedraagt maximaal 41 dB Lden ter plaatse •

van de noordgevel van de nieuwbouwwoning als gevolg van de Land van Esseweg. Daarmee wordt vanwege de Land van Esseweg geheel voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden; Indien de nieuwe bedrijfswoning op een afstand van ≥ 10 meter van de as van de Land van Esseweg wordt gerealiseerd kan te allen tijde een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en is het vaststellen van hogere waarden dan ook niet noodzakelijk.

Gezien de conclusies is er op een afstand van meer dan 10 meter van de as van de Land van Esseweg sprake van een goed woon- en leefklimaat voor te realiseren bedrijfswoning. Deze afstand van 10 meter is derhalve opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Zoals in paragraaf 3.2.3 is beschreven ondervinden de beoogde ontwikkelingen geen belemmeringen door de ligging binnen een stiltegebied doordat activiteiten binnen een inrichting vrijgesteld zijn van deze regels. De vervoersbewegingen vallen ook hieronder mits deze op de openbare weg plaatsvinden. 4.13 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.

4.13.1 Regelgeving

De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor het plan kunnen zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De externe veiligheidsrisico’s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) binnen het invloedsgebied. In onderstaand kader worden deze risico’s nader uitgelegd.

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

52

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongeval scenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10-6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn.

Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar. Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.

4.13.2 Toetsing aan beleid

Afbeelding 24: Uitsnede risicokaart (www.risicokaart.nl) Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (exploitatie van een akkerbouwbedrijf en paardenhouderij) op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat er in de directe omgeving geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied. Op ruimere afstand, circa 3,7 km, ligt Shell Neder Chemie B.V. in Moerdijk. Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van dit bedrijf. Het plan voorziet in de realisatie van nieuwe beperkt kwetsbare objecten. Aangezien het plangebied niet binnen een nabij gelegen

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

53

risicoaanduiding of veiligheidsafstanden ligt zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Ten aanzien van het groepsrisico en de ligging binnen het invloedsgebied van Shell geldt dat gezien de ruime afstand tot het bedrijf en dat in het kader van het groepsrisico de locatie met de nieuwe situatie daar geen invloed op heeft. Voor de bedrijfswoning geldt immers dat in de directe nabijheid van de locatie een bestaande woning wordt geamoveerd. Per saldo zijn er hier dus geen wijzigingen. Voor de nieuwe schuur voor het houden van paarden geldt het volgende. Volgens de ‘Handreiking verantwoordingplicht groepsrisico’ (VROM, november 2007) wordt voor een dergelijk gebouw rekening gehouden met één persoon per 100 m 2 bedrijfsvloeroppervlak, zijnde een industriefunctie. Voor de 1200 m2 aan nieuwe bedrijfsgebouwen is komt neer op 12 personen voor de bedrijfsgebouwen. (NB. Volgens het ‘Groepsrisico en het inventariseren van personenaantallen’, Antea Group en het RIVM, november 2013, geldt de norm van één persoon per 110 m 2, wat neerkomt op 11 personen). Deze toename van het aantal personen is dermate gering dat er geen sprake is van een verandering van het groepsrisico. Daarom kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid.

Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject als de (Rijks)weg. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn bepalingen opgenomen voor de veiligheid omtrent buisleidingen. In het vigerende bestemmingsplan is in de nabijheid een dubbelbestemming ‘Leiding –leidingenstrook’ opgenomen. Ook op de ‘Risicokaart Nederland’, zoals in Afbeelding 24 is weergegeven, zijn meerdere leidingen op korte afstand van het bedrijf opgenomen. De locatie ligt wel buiten deze dubbelbestemming. Het plaatsgebonden risico (PR -106/jr.) van deze leidingen varieert tussen 50 meter (nitrogen) en 150 meter (ethyleen). Daar het plangebied buiten deze contouren is gelegen vormen deze leidingen geen verdere belemmering voor het plan. In de beoogde situatie zijn er twee bedrijfstakken aanwezig in de vorm van een akkerbouwbedrijf en een paardenhouderij. In de huidige situatie is al een akkerbouwbedrijf aanwezig. De schuur voor de paardenhouderij en de nieuwe bedrijfswoning zorgen wel voor een toename van het aantal personen. In het kader van het groepsrisico heeft de locatie met de nieuwe situatie daar geen invloed op.

Voor de bedrijfswoning geldt immers dat in de directe nabijheid van de locatie een bestaande woning wordt geamoveerd. Per saldo zijn er hier dus geen wijzigingen. Voor de nieuwe schuur voor het houden van paarden geldt het volgende. Volgens de ‘Handreiking verantwoordingplicht groepsrisico’ (VROM, november 2007) wordt voor een dergelijk gebouw rekening gehouden met één persoon per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak, zijnde een industriefunctie. Voor de 1200 m2 aan nieuwe bedrijfsgebouwen is komt neer op 12 personen voor de bedrijfsgebouwen. (NB. Volgens het ‘Groepsrisico en het inventariseren van personenaantallen’, Antea Group en het RIVM, november 2013, geldt de norm van één persoon per 110 m2, wat neerkomt op 11 personen). Deze toename van het aantal personen is dermate gering dat er geen sprake is van een verandering van het groepsrisico.

Conclusie

Gezien voorgaande zijn geen risico’s aanwezig voor de betreffende ontwikkeling. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Daarnaast is het standaardadvies van de Veiligheidsregio van toepassing. 4.14 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen planologisch relevante buisleidingen, zie hiervoor. Er lopen geen relevante straalpaden. Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

54

5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen betreffende de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen zoals dit plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd.

Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: • Buitendijk 60: o Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschapswaarden; o Bouwvlak; • Land van Esseweg 9: o Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschapswaarden; o Bouwvlak; • Land van Esseweg 10: o Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschapswaarden; Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. 5.3 Toelichting regels De regels behorende bij dit bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij dit bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het geldende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

55

6. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan uiteengezet. 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Buitendijk 60 en de Land van Esseweg 9 en 10, betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. Hiervoor heeft er vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en heeft er een omgevingsdialoog plaatsgevonden.

6.2.1

Vooroverleg

6.2.2

Omgevingsdialoog

In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, zoals Waterschap Hollandse Delta, leidingen beheerders en provincie Zuid-Holland. Naar aanleiding van dit overleg hebben PM. Naar de toekomst toe wordt bij de maatschappelijke uitvoerbaarheid van een plan verwacht dat de directe omgeving op de hoogte wordt gebracht van de voorgenomen ontwikkelingen. Hiermee wordt voorkomen dat initiatieven waar op voorhand geen belemmeringen vanuit de omgeving worden verwacht, later in de procedure tegen bezwaren aan lopen. Door tijdig in dialoog te gaan met de omgeving kunnen plannen wellicht worden aangepast waardoor er een grotere meerwaarde wordt gecreëerd. Een dergelijk dialoog ontneemt geenszins het recht om in het kader van een bestemmingsplan zienswijzen in te dienen en beroep aan te tekenen. Door de eigenaren van de percelen in het plangebied is een dialoog aangegaan met de directe omgeving. Dit zijn de woningen aan de Land van Esseweg 6 en 12. Door de bewoners van de woning aan de Land van Esseweg 12 is aangegeven dat zij geen belemmeringen hebben op het plan. De bewoners van de Land van Esseweg 6 hebben aangegeven dat zij ook bezig zijn met ruimtelijke ontwikkelingen op hun locatie. Naar aanleiding hiervan hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden.

In de beoordeling van dit plan aan de omgeving is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening gehouden met de ontwikkelingen aan de Land van Esseweg 6. Vanuit beide kanten is er een positieve houding naar elkaars plannen.

6.2.3

Zienswijzen en beroep

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

56

7. Bijlagen Van de benodigde bijlagen kun je hieronder verschillende bijschriften toevoegen Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan; Bijlage 2: Situatietekening Land van Esseweg 9; Bijlage 3: Advies Land&Co; Bijlage 4: Invoergegevens AERIUS-berekening; Bijlage 5: AERIUS-berekening. Bijlage 6: Bodemonderzoek; Bijlage 7: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai; Bijlage 8: Berekening Fijnstof;

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

57

Toelichting – Buitendijk-Land van Esseweg

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10286060/1