brochure HWL bij inspraak dhr. Verweijen
Tekst van het document
Visie op de ruimtlijke ontwikkeling van de Hoeksche Waard Werkgroep Milieu & Planologie van Hoekschewaards Landschap
Ontwikkelrichting Hoeksche Waard Vereniging Hoekschewaards Landschap (HWL) streeft ernaar de Hoeksche Waard te behouden als een nog redelijk gaaf landschappelijk geheel met de kernkwaliteiten openheid, dijken- en krekenstructuur en natuurlijke inrichting van de randen. Om dit te waarborgen schetst HWL de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In eerdere ruimtelijke visies werd de Hoeksche Waard in drie ruimtelijke eenheden ingedeeld: Noord, Midden en Zuid. HWL sluit daarbij aan. HWL geeft met dit document een handvat voor een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie.
De ruimtelijke eenheden De eenheden Noord, Midden en Zuid zijn niet scherp begrensd maar lopen diffuus in elkaar over. De grens tussen Noord en Midden ligt nabij de N217. De zone rond de lijn Goudswaard – Strijen-Sas vormt de overgang tussen Midden en Zuid. In tegenstelling tot de Omgevingsvisie handhaaft HWL graag de reeds lang gebruikte indeling in zones met verschillende ontwikkelaccenten.
Algemene uitgangspunten bij ontwikkelingen in de Hoeksche Waard
Natuur en landschap dragen het aanzien van de Hoeksche Waard. Ruimtelijke ontwikkelingen en economische activiteiten dragen bij aan de vorming van een Natuurnetwerk Hoeksche Waard Het bevoegd gezag ontwikkelt hiervoor een instrument en maakt dit onderdeel van de vergunningverlening De huidige ontsluitingen van de Hoeksche Waard zijn de maat voor de ruimtelijke ontwikkelingen. Zo behoudt het eiland zijn karakter.
Noord Hier is ruimte voor stedelijk-economische functies ontwikkeld in deelgebieden. Deze zijn van elkaar gescheiden zijn door groen-blauwe zones, waar natuur en natuurgerichte recreatie een plek kunnen krijgen. Landbouw blijft waar mogelijk aanwezig voor het behoud van de agrarisch landschappelijke identiteit. Zo wordt voorkomen dat er een compact aaneengesloten bebouwingsbeeld ontstaat. Ruimte voor woningen is vooral te vinden bij Oud-Beijerland en ’s-Gravendeel. Semi hoogbouw is hier mogelijk. De oever van de Oude Maas wordt binnen- en buitendijks versterkt als natuurlijke afsluiting van de noord zone. De polder Buitenzomerlanden –Oost krijgt een natuur-recreatief karakter, waarbij uitzicht op de Oude Maas beeldbepalend blijft.
Midden (In de Omgevingsvisie: Natuurlijk!Verbonden, de Oudste Landen, Binnenpret) Deze zone is bestemd voor circulair agrarische activiteiten en voor verbrede landbouw en voor de verdere ontwikkeling van de groen-blauwe dooradering (Natuurnetwerk Hoeksche Waard). Onder verbrede landbouw kunnen bedrijven met landbouw als hoofdfunctie worden verstaan met als mogelijke nevenfunctie (verblijfs-)recreatie, educatie, agrarisch onderzoek, boerderijwinkels, kleinschalige zorg en dagopvang. Organisatie van kleinschalige evenementen gekoppeld aan educatie en recreatie is mogelijk. In dit deelgebied liggen de grootste kansen voor het behalen van de acute doelen waterberging, waterkwaliteit en biodiversiteit langs kreken, taluds en bermen. Het versterken van de groen-blauwe dooradering is belangrijk voor de biodiversiteit, de belevingswaarde, het landschapsschoon en de landbouw. Beperkte woningbouw, passend bij de aard en schaal van de bestaande kernen is aanvaardbaar, hoogbouw niet. Aanwezige bedrijventerreinen bij de kernen zijn bedoeld voor kleinere lokaal werkende bedrijven. Zuid (in Omgevingsvisie: Hoeksche Delta) Deze zone heeft deels dezelfde ontwikkelmogelijkheden als midden, maar maakt ook deel uit van het herstelplan deltanatuur en daarmee de binnen- en buitendijkse versterking van natuur.
Met nieuwe bebouwing wordt terughoudend omgegaan, omdat op langere termijn polders grenzend aan het Haringvliet en Hollands Diep mogelijk nodig zijn voor (tijdelijke) wateropvang. De oeverzone blijft het deltakarakter behouden. Voor buitendijkse bebouwing en is geen plaats, nieuwe binnendijkse bebouwing mag niet boven de dijk uitsteken. Bij Numansdorp kan sprake zijn van intensievere ontwikkeling met natuurgerichte recreatiemogelijkheden.
Specifieke ruimtegebruikers 1. Hernieuwbare energie Nieuwe windturbineparken zijn niet gewenst. Geen zonneparken op agrarische gronden, in natuurgebied of op water met een NNN of Natura2000 status. Benut daken en bedrijfsgerelateerde bestemmingen waarvoor het bevoegd gezag beleid
ontwikkelt. In het overig landelijk gebied zouden zonneparken alleen gerealiseerd kunnen worden als er 30% permanente natuur aangelegd wordt, het landschappelijk verantwoord is en voldoende burgerparticipatie wordt gewaarborgd. 2. Bos en erfbeplanting Nieuw bos alleen in de noordrand of bij dorpskernen. Erfbeplanting bij boerderijen en bedrijven is wenselijk. 3. Landbouw Landbouw welke zich meer en meer richt op een biodiverse en symbiotische bedrijfsvoering door vermindering van chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmeststoffen, door behoud en optimalisatie van akkerranden en door (her)introductie van kleinschalige landschapselementen. 4. Glastuinbouw De regel handhaven dat nieuwe volwaardige glastuinbouw bedrijven niet toegestaan zijn. Oud glas op landschappelijke waardevolle locaties saneren met ruimte-voorruimteregeling. Rigide afscherming van assimilatieverlichting noodzakelijk. 5. Infrastructuur De vorkenstructuur zo aanleggen dat biodiversiteit mee gekoppeld kan worden en geen landschappelijk bijzondere waarden geschonden worden. Dijken waarbij nadruk ligt lintbebouwing, worden verkeersluw gemaakt. 6. Woningbouw Nieuwbouw voor eventuele overloop alleen bij Oud-Beijerland en in beperkte mate bij Numansdorp en ’s-Gravendeel. Bij andere kernen alleen bouwen op dorpse maat en schaal. Het landelijk gebied blijft gevrijwaard van nieuwbouw. 7.
Landgoederen Landgoederen zijn in zeer beperkte mate aanvaardbaar mits deze geen afbreuk doen aan de openheid van het landschap, niet meer dan 30% bos bevatten, bijdragen aan streekgebonden natuur en openbaar toegankelijk zijn.
Ontwikkelrichting Hoeksche Waard De Hoeksche Waard vormt vanuit de zuidrand van Groot-Rotterdam, de toegang tot de open Delta waar zij deel van uitmaakt. Ontwikkelingen dienen, mede vanuit dat oogpunt, vooral gericht te zijn op behoud en versterking van landbouw, landschap, natuur en belevingswaarde van rust en ruimte. Wonen, werken, verkeer en hernieuwbare energie zijn integraal onderdeel van het landschap en hebben hun eigen dynamiek. Maar deze dynamiek mag niet ten koste gaan van de kwaliteit en identiteit van dat landschap. Integendeel, ontwikkelingen worden geacht bij te dragen aan behoud en versterking van deze kwaliteit en identiteit. De wijze waar hier aan moet worden vormgegeven moet worden uitgewerkt in de vorm van een omgevingsverordening De status van Nationaal Landschap moet worden gekoesterd!