Bijlagen Bijlage 3 Aerius-berekening (stikstofdepositie)
Tekst van het document
Langelaar Milieuadvies Herman Broodstraat 127 9403BM Assen
Telefoon: (06) 121 99 804 E-mailadres: info@langelaarmilieuadvies.nl
Stikstofonderzoek woningbouw 's-Gravendeel west 21.020.02 versie 6
Behandeld door: Ing. M.D. Langelaar Opdrachtgever : 's-Gravendeel West B.V. t.a.v. Tim Schregardus Postbus 88 3360 AB Sliedrecht 07 04-2022
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
3
Doel van het onderzoek
4
Wet en regelgeving Natura 2000 & stikstof
5
Onderzoeksopzet
5
Emissies gebruiksfase
6
Wegverkeer
6
Huishoudens
6
Woningen in gebruik tijdens de gefaseerde aanleg
7
rechtstreeks, onlosmakelijke gevolgen van het plan
10
Bemesting landbouwgrond 4
5
10
Aerius berekeningen
15
Uitgangspunten
15
Rekenjaar
16
Rekenresultaten referentiesituatie
16
Rekenresultaten verschilberekening gebruik tijdens bouwfase - referentiesituatie
17
Conclusies
18
BIJLAGEN Bijlage 1:
AERIUS rapportage separaat) AERIUS_bijlage_20220302161812_gebruiksfaseRZjuLuMuZ41X.pdf
2
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
1
Inleiding
In opdracht van 's-Gravendeel West B.V. heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om 179 woningen aan te ontwikkelen aan de westkant van ’s-Gravendeel. Een bestemmingsplanherziening is nodig om de woningen planologisch mogelijk te maken. Het plan staat bekend onder de naam: “s Gravendeel west”. Op de onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven.
Figuur 1 verkavelingsplan dec-2020 (plangebied rood omcirkeld)
3
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
Het plangebied ligt op circa 7 kilometer afstand van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Biesbosch”. In figuur 2 zijn het plangebied en het Natura 2000-gebied zwart omlijnd weergegeven. De stikstofgevoelige habitats en leefgebieden zijn roze gekleurd. De overige niet stikstofgevoelige delen van het Natura 2000-gebied zijn groen gekleurd.
Figuur 2 ligging #plangebied t.o.v. Natura 2000 (bron: AERIUS Calculator)
In dit rapport wordt ingegaan op de stikstofeffecten. DOEL VAN HET ONDERZOEK In het kader van de Wet Natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die reeds overbelast zijn. Het voorliggende onderzoek stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken en de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. Dit onderzoek ziet toe op de depositie tijdens de aanleg- en bouwfase alsook de gebruiksfase. De referentiesituatie is ook onderzocht. Het onderzoek wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader (ecologisch) onderzoek nodig is.
4
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
WET EN REGELGEVING NATURA 2000 & STIKSTOF In Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Voor plannen geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan geldt dat het bestuursorgaan bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.8 Wnb een passende beoordeling dient te maken. Voor het onderhavige plan is onderzocht of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante delen van Natura 2000-gebieden. Op basis van de berekende NOx en ammoniak emissies die het gevolg zijn van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen wordt met een verspreidingsmodel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden berekend. Depositieberekeningen worden uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS Calculator versie 2020.
AERIUS Calculator geeft informatie over de actuele stikstofdepositie en kritische depositiewaarde (kdw) van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000gebieden. Ook geeft het inzicht of een depositiebijdrage optreedt op reeds (bijna) overbelast delen van een stikstofgevoelig habitattypen of leefgebieden1. Sinds 1 juli 2021 is de wet De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (hierna: Wsn) samen met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (hierna: Bsn) van kracht. Deze regelgeving moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De Wsn introduceert in de Wnb een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aan te wijzen activiteiten van de bouwsector. Het Bsn regelt daarnaast voor welke activiteiten de vrijstelling geldt, namelijk voor het bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk. De reikwijdte van de partiële vrijstelling is dus niet beperkt tot het bouwen en slopen van woningen en andere bouwwerken, maar geldt ook voor aanlegactiviteiten, bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, spoorwegen en buisleidingen. De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a.
het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) vallen onder de partiële vrijstelling. ONDERZOEKSOPZET Het onderzoek is uitgevoerd conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020”, opgesteld door BIJ12 versie 1.0 van januari 2022. Om de emissies te bepalen is in aanvulling hierop in sommige gevallen aanvullende literatuur geraadpleegd. In dit onderzoek is achtereenvolgens onderzocht: - de NOX en NH3 emissies gedurende de gebruiksfase - een berekening van de depositie met AERIUS Calculator. Aerius Calculator is het wettelijk voorgeschreven rekenmodel en rekent de gevolgen van emissies door wegverkeer tot vijf kilometer rondom de wegvakken. Op 20 januari 2021 heeft de Raad van State geoordeeld (ECLI:NL:RVS:2021:105) dat de afkapgrens van vijf km voor stikstofdepositie van verkeersbewegingen in AERIUS2020 onvoldoende is onderbouwd. AERIUS2021 rekent daarom tot 25 kilometer rond emissiebronnen. 1
5
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
2
Emissies gebruiksfase WEGVERKEER De verkeersgeneratie door de 179 woningen is bepaald door Goudappel Coffeng2 en bedraagt 1300 motorvoertuigbewegingen per gemiddelde werkdag. Met behulp van publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” van het CROW, december 2018, Ede is dit aantal omgerekend naar een gemiddeld weekdagcijfer. Een werkdag kan worden omgerekend naar een weekdag door te delen door 1,11. Dit leidt tot 1171,2 motorvoertuigbewegingen. In deze CROW publicatie is het volgende over vrachtverkeer opgenomen: “het vrachtverkeer naar en van woongebieden is doorgaans verwaarloosbaar, maar is wel in de cijfers verwerkt. Als gemiddelde kan worden gehanteerd: 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdagetmaal”. Een werkdag kan naar weekdag worden omgerekend door te delen met 1,11. Per weekdagetmaal zijn er dus 0,018 vrachtverkeerbewegingen per woning. Dit zijn hoofdzakelijk middelzware vrachtwagens. 179 woningen leiden per etmaal tot 3,2 voertuigbewegingen met een middelzwaar voertuig. 179 woningen leiden tot 1171,2 voertuigbewegingen per etmaal waarvan 1168 door lichte voertuigen en 3,2 door middelzware voertuigen. Het verkeerskundig onderzoek van Goudappel Coffeng geeft ook de toename van de verkeersgeneratie door het plan op omliggende wegen. Met toepassing van bovenstaande omrekeningfactoren uit CROW 381 m.b.t.
werkdagweekdag en aandeel vrachtverkeer leidt dit tot de onderstaande toename per wegvak: wegvak
toename plan (179w)
licht
Middelzwaar
Polderlint/Immanuelhof
1171,2 1081,1 1036,0 90,1 630,6
1168,0 1078,2 1033,2 89,8 628,9
3,2 3,0 2,8 0,2 1,7
Boezembaan Maasdamseweg N217 (noord) N217 (zuid)
HUISHOUDENS Conform de Instructie staan de beschikbare emissiefactoren voor woningbouw in de factsheet “ruimtelijke-plannen-emissiefactoren”. NOx: Cijfers voor NOx van verschillende typen woningen zijn afgeleid uit het gasgebruik voor verwarming, warm water en koken. De Instructie geeft aan dat bij gasloze woningen van een emissiefactor voor NOx van 0,0 kg/jaar kan worden uitgegaan. De woningen worden gasloos en uitgevoerd zonder haard en rookgas kanaal. Er is gerekend met een NOx-emissie door huishoudens van 0,0 kg/jaar. NH3: Conform de instructie hoeft voor woningen binnen de sector wonen en werken geen NH3 emissie berekend te worden. 2
Verkeerskundig onderzoek woningbouw ’s Gravendeel West, Goudappel Coffeng, 26 april 2021 6
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
WONINGEN IN GEBRUIK TIJDENS DE GEFASEERDE AANLEG
Volgens de instructie dient bij tijdelijke emissies de totale emissie per jaar ingevoerd te worden: uitgaande van de aaneengesloten 12 maanden met de hoogste emissie. Het plan wordt gefaseerd gerealiseerd. Dit betekent dat er steeds meer woningen in gebruik worden genomen. Om te de bepalen hoeveel woningen in gebruik zijn, is uitgegaan van 6 fasen met gemiddeld 30 woningen die ieder steeds 6 maanden na elkaar gebouwd worden. • Voor het bouwrijp maken is uitgegaan van 6 maanden. • Voor het bouwen van de woningen is uitgegaan van 9 maanden. Voor het woonrijp maken is uitgegaan van 6 maanden. Bovenstaande uitgangspunten leidt tot een worstcase scenario, aangezien het aannemelijk is het bouwrijp maken of bouwen langer duurt dan de gehanteerde 6 en 9 maanden of de bouwstromen elkaar minder snel opvolgen. gebruik woningen
totaal licht middelzwaar totaal verkeer
179 1168,0 3,2 1171,2
fase 1 30 195,8 0,5 196,3
fase 2 30 195,8 0,5 196,3
fase 3
fase 4 30 195,8 0,5 196,3
fase 5 30 195,8 0,5 196,3
fase 6
30 195,8 0,5 196,3
Gelet op bovenstaande planning en fasering is in de onderstaande tabel is per bouwjaar aangegeven welk percentage van het aantal voertuigbewegingen per fase reeds voor kunnen komen. activiteit / bouwjaar bouwjaar 1bouwjaar 2bouwjaar 3 bouwjaar 4 bouwjaar 5 gebruik fase 1 0,0% 50,0% 100,0% 100,0% 100,0% gebruik fase 2 0,0% 0,0% 100,0% 100,0% 100,0% gebruik fase 3 0,0% 0,0% 50,0% 100,0% 100,0% gebruik fase 4 0,0% 0,0% 0,0% 100,0% 100,0% gebruik fase 5 0,0% 0,0% 0,0% 50,0% 100,0% gebruik fase 6 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 100,0% Figuur 3 percentage van de berekende voertuigbewegingen (per fase en activiteit)
7
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
29 189,2 0,5 189,7
In de onderstaande tabellen is per bouwjaar de aantallen voertuigbewegingen weergegeven op Polderlint/Immanuelhof, onderverdeeld per fase en bouwjaar lichte motorvoertuigen 1e bouwjaar 2e bouwjaar 3e bouwjaar 4e bouwjaar 5e bouwjaar gebruik fase 1 0,0 97,9 195,8 195,8 195,8 gebruik fase 2 0,0 0,0 195,8 195,8 195,8 gebruik fase 3 0,0 0,0 97,9 195,8 195,8 gebruik fase 4 0,0 0,0 0,0 195,8 195,8 gebruik fase 5 0,0 0,0 0,0 97,9 195,8 gebruik fase 6 0,0 0,0 0,0 0,0 189,2 totaal 0,0 97,9 489,4 880,9 1168,0
middelzware motorvoertuigen1e bouwjaar 2e bouwjaar 3e bouwjaar 4e bouwjaar 5e bouwjaar gebruik fase 1 0,0 0,3 0,5 0,5 0,5 gebruik fase 2 0,0 0,0 0,5 0,5 0,5 gebruik fase 3 0,0 0,0 0,3 0,5 0,5 gebruik fase 4 0,0 0,0 0,0 0,5 0,5 gebruik fase 5 0,0 0,0 0,0 0,3 0,5 gebruik fase 6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,5 totaal 0,0 0,3 1,3 2,4 3,2 Figuur 4 aantal motorvoertuigbewegingen op Polderlint/Immanuelhof per etmaal
In de onderstaande tabellen is per bouwjaar de aantallen voertuigbewegingen weergegeven op Boezembaan, onderverdeeld per fase en bouwjaar lichte motorvoertuigen 1e bouwjaar 2e bouwjaar 3e bouwjaar 4e bouwjaar 5e bouwjaar gebruik fase 1 0,0 90,3 180,7 180,7 180,7 gebruik fase 2 0,0 0,0 180,7 180,7 180,7 gebruik fase 3 0,0 0,0 90,3 180,7 180,7 gebruik fase 4 0,0 0,0 0,0 180,7 180,7 gebruik fase 5 0,0 0,0 0,0 90,3 180,7 gebruik fase 6 0,0 0,0 0,0 0,0 174,7 totaal 0,0 90,3 451,7 813,1 1078,2
middelzware motorvoertuigen1e bouwjaar 2e bouwjaar 3e bouwjaar 4e bouwjaar 5e bouwjaar gebruik fase 1 0,0 0,2 0,5 0,5 0,5 gebruik fase 2 0,0 0,0 0,5 0,5 0,5 gebruik fase 3 0,0 0,0 0,2 0,5 0,5 gebruik fase 4 0,0 0,0 0,0 0,5 0,5 gebruik fase 5 0,0 0,0 0,0 0,2 0,5 gebruik fase 6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,5 totaal 0,0 0,2 1,2 2,2 3,0 figuur 5 aantal motorvoertuigbewegingen op Boezembaan per etmaal
8
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
In de onderstaande tabellen is per bouwjaar de aantallen voertuigbewegingen weergegeven op Maasdamseweg, onderverdeeld per fase en bouwjaar lichte motorvoertuigen 1e bouwjaar 2e bouwjaar 3e bouwjaar 4e bouwjaar 5e bouwjaar gebruik fase 1 0,0 86,6 173,2 173,2 173,2 gebruik fase 2 0,0 0,0 173,2 173,2 173,2 gebruik fase 3 0,0 0,0 86,6 173,2 173,2 gebruik fase 4 0,0 0,0 0,0 173,2 173,2 gebruik fase 5 0,0 0,0 0,0 86,6 173,2 gebruik fase 6 0,0 0,0 0,0 0,0 167,4 totaal 0,0 86,6 432,9 779,3 1033,2
middelzware motorvoertuigen1e bouwjaar 2e bouwjaar 3e bouwjaar 4e bouwjaar 5e bouwjaar gebruik fase 1 0,0 0,2 0,5 0,5 0,5 gebruik fase 2 0,0 0,0 0,5 0,5 0,5 gebruik fase 3 0,0 0,0 0,2 0,5 0,5 gebruik fase 4 0,0 0,0 0,0 0,5 0,5 gebruik fase 5 0,0 0,0 0,0 0,2 0,5 gebruik fase 6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,5 totaal 0,0 0,2 1,2 2,1 2,8 figuur 6 aantal motorvoertuigbewegingen op Maasdamseweg per etmaal
In de onderstaande tabellen is per bouwjaar de aantallen voertuigbewegingen weergegeven op de N217 (zuid), onderverdeeld per fase en bouwjaar. lichte motorvoertuigen 1e bouwjaar 2e bouwjaar 3e bouwjaar 4e bouwjaar 5e bouwjaar gebruik fase 1 0,0 52,7 105,4 105,4 105,4 gebruik fase 2 0,0 0,0 105,4 105,4 105,4 gebruik fase 3 0,0 0,0 52,7 105,4 105,4 gebruik fase 4 0,0 0,0 0,0 105,4 105,4 gebruik fase 5 0,0 0,0 0,0 52,7 105,4 gebruik fase 6 0,0 0,0 0,0 0,0 101,9 totaal 0,0 52,7 263,5 474,3 628,9
middelzware motorvoertuigen1e bouwjaar 2e bouwjaar 3e bouwjaar 4e bouwjaar 5e bouwjaar gebruik fase 1 0,0 0,1 0,3 0,3 0,3 gebruik fase 2 0,0 0,0 0,3 0,3 0,3 gebruik fase 3 0,0 0,0 0,1 0,3 0,3 gebruik fase 4 0,0 0,0 0,0 0,3 0,3 gebruik fase 5 0,0 0,0 0,0 0,1 0,3 gebruik fase 6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3 totaal 0,00 0,14 0,72 1,30 1,72 figuur 7 aantal motorvoertuigbewegingen op N217(zuid) per etmaal
9
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
3
rechtstreeks, onlosmakelijke gevolgen van het plan De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat voor de beoordeling van de gevolgen van een plan voor Natura 2000-gebied alle samenhangende gevolgen dienen te worden betrokken, zoals bijvoorbeeld AbRS 23 maart 2016 , r.o. 27.4 (Randweg Haps3) waarbij werd geconcludeerd dat “De raad daarbij terecht ook de positieve gevolgen van de aanleg van de randweg als gevolg van het feitelijk verdwijnen van landbouwgronden heeft betrokken. Het betreft in dit geval een rechtstreeks, onlosmakelijk gevolg van het plan, nu de weg ter plaatse van deze gronden zal worden aangelegd en deze gronden zodoende niet meer agrarisch kunnen worden gebruikt.”; Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij bestemmingsplannen, voor wat betreft het aspect stikstof, als referentiesituatie de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan gehanteerd moet worden. De beëindiging van het agrarisch grondgebruik met bemesting van de agrarische percelen (akkerland, grasland) is het rechtstreekse, onlosmakelijke (positieve) gevolg van de woningbouwontwikkeling en het onderhavige bestemmingsplan. Voertuigbewegingen van en naar deze percelen en de inzet van mobiele werktuigen op de percelen (bv.
een tractor) zijn buiten het onderzoek gelaten, waardoor de berekende positieve effecten een worstcase berekening in het licht van interne saldering is. BEMESTING LANDBOUWGROND Allereerst is de planologische situatie in beeld gebracht. De gronden in het plangebied vallen momenteel onder het onherroepelijke bestemmingsplan “Landelijk gebied Binnenmaas” en kennen een enkelbestemming “Agrarisch met Waarden”.
Figuur 8 planologische situatie (bron: ruimtelijke plannen.nl)
3
https://www.raadvanstate.nl/@103389/201406796-1-r3/ 10
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
In het plangebied zijn 5 percelen onderscheiden die een agrarisch gebruik kennen.
Figuur 9 landbouwgrond in plangebied
11
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
Bij de aanwending van mest op deze agrarische percelen vervliegt een deel van de toegepaste meststoffen, waarna het elders weer neerslaat. Welk deel vervluchtigt en vervolgens op andere locaties deponeert is locatie afhankelijk. Met name gewas en bodemsoort spelen hierbij een rol. De afgelopen jaren zijn de gebruiksnormen afgenomen. Volgens het uitvoeringsbesluit meststoffenwet is er sprake van de grondsoort ‘100% klei’ (zie figuur 16.)
Figuur 10 grondsoortenkaart uitvoeringsbesluit Meststoffenwet
Voor de meest voorkomende gewassen op de percelen binnen het plangebied (grasland, tijdelijk grasland, bloembollengewassen) zijn de RVO stikstofgebruiksnormen4 in het onderstaand schema weergegeven.
4
https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/02/Tabel-2-Stikstof-landbouwgrond-2019-2021.pdf 12
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
Berekening NH3 emissie door bemesting Om de NH3 emissie bij bemesten te berekenen wordt aangesloten bij de uitgangspunten die de WUR hanteert bij berekening van de NH3-emissie in het model NEMA (NEMA staat voor Nationaal Emissiemodel voor Ammoniak (Van Bruggen et al., 2021; Van der Zee et al., 2021). NEMA wordt gebruikt voor de EmissieRegistratie (Van Bruggen et al., 2021; Van der Zee et al., 2021) en voor de Klimaat en Energie Verkenning (Vonk et al., 2020) en is eerder ook door CDM toegepast voor monitoring van de generieke maatregelen in het kader van PAS (CDM, 2020a). De met NEMA berekende ammoniakemissie wordt ook gebruikt als input voor de berekening van stikstofdepositie met AERIUS. In onderhavige studie is de meest recente versie van NEMA gebruikt (Van Bruggen et al., 2021; Van der Zee et al., 2021). 1. Ntot in mest grasland: Omdat in het kader van dit onderzoek niet aangetoond kan worden dat de agrariër een derogatievergunning heeft, is worstcase gerekend met 170 kg N per ha per jaar bij grasland met beweiden. akkerbouwgewassen: Op de overige percelen wordt volgens de BRP gewaspercelenkaart (en boer&bunder.nl) zomer- en wintertarwe geteelt. RVO gaat uit van 150 Kg N per ha voor zomertarwe en 245 Kg N per ha voor wintertarwe. 2. TAN gehalte van de toegepaste mest Slechts een deel van de hoeveelheid stikstof in de toegediende mest wordt makkelijk omgezet in NH3.
Dit wordt het totaal ammoniakaal stikstof genoemd (TAN). Het TAN-percentage is berekend door de fractie Nmin uit de voorgaande tabel te delen door de fractie Ntot.
Voor rundveedrijfmest is dit 48% (bij andere soorten mest ligt het TAN gehalte hoger). Door de uitkomst van te vermenigvuldigen met 17/14 kan de emissie worden uitgedrukt in NH3 in plaats van de NH3-N5.
5
Methodiek voor berekening van ammoniakemissie uit de landbouw in Nederland, 2009, G.L. Velthof https://edepot.wur.nl/5140 13
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
3. Omrekening van N naar NH3 Bij bemesting bepaalt de toedieningstechniek mede hoeveel stikstof wordt geëmitteerd naar de lucht. Uit de opgave van de agrariër blijkt dat de toedieningstechniek zodenbemesting is. Het model NEMA kent aan het toedienen van dierlijke mest standaard emissiefactoren toe. In de meest recente versie van NEMA (april 2021) is onder andere een wijziging doorgevoerd voor mesttoediening op grasland met zodenbemester.
De emissiefactor van zodenbemesting op grasland is aangepast naar aanleiding van een nieuwe statistische analyse van een bestaande dataset (Goedhart et al., 2020 ). Deze emissiefactor is in NEMA nu op 17,0% van de ammoniakale stikstof (TAN) gesteld in plaats van 19,0% die voorheen werd toegepast. De emissie uit mesttoediening neemt daardoor af6. 4. emissie berekening bemesting van grasland In de onderstaande tabel is de uitgevoerde emissie berekening schematisch weergegeven. Bemesting met rundveemest
Kg N/ha op basis van niet derogatie
% ammoniakale N uit Kg NH3/ha.jr door te rijden mest bemesting (dus 2018/2019 (TAN) omrekening van N (Velthof) naar NH3)
Vervluchtigingspercentage 2018/2019 grasland obv zodebemesting (Velthof op basis van zodebemesting)
Kg NH3vervluchtiging/ha.jr Stikstof2018/2019 uit uit te gebruiksnorm rijden dierlijke mest
Toegestane Werking. dierlijke kunstmestgift mest 60% bij Emissiefactor bij NH3-emissie uit Totaal (gebruiksnorm maaien en toepassing KAS- kunstmest in NH3/ha.jr door minus werkzame bouwland en kunstmest kg NH3/ha.jr bemesting N uit dierlijke 45% bij weiden mest) 76,5 268,5 0,0250 8,2 19,1
grasland klei weiden
170
48%
64,1
17%
10,9
345,0
zomertarwe op klei
150,0
48%
87,4
2%
1,7
150,0
90,0
60,0
0,0250
1,8
3,6
wintertarwe op klei
245,0
48%
142,8
2%
2,9
245,0
147,0
98,0
0,0250
3,0
5,8
Het volgende overzicht geeft per landbouwperceel de berekende ammoniakemissie weer.
perceel opp (ha) gewas
1 2 3 4 5
6
2,4 wintertarwe 1,2 zomertarwe 1,5 blijvend gras 1,4 zomertarwe 0,1 zomertarwe
NH3 -emissie uit grondsoort dierlijke mest in inz. mestwet kg per ha/jaar
klei 100% klei 100% klei 100% klei 100% klei 100%
NH3-emissie uit kunstmest in kg per ha/jaar
2,9 1,7 10,9 1,7 1,7
1,8 1,8 8,2 1,8 1,8
NH3 -emissie uit NH3 -emissie dierlijke mest in uit kunstmest kg per jaar in kg per jaar
7,0 2,0 16,4 2,4 0,2
Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019, april 2021 C. van Bruggen et al https://edepot.wur.nl/544296 14
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
4,3 2,2 12,3 2,5 0,2
4
Aerius berekeningen UITGANGSPUNTEN
Met Aerius Calculator zijn de eerder genoemde emissiebronnen gemodelleerd. • Het plangebied gemodelleerd als emissieloze oppervlaktebron. • Het wegverkeer is gemodelleerd als lijnbron. • De doorrekening van het verkeer en de verkeersstromen zijn bepaald conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021”, (versie 1.0 januari 2021) Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden, projecten met of zonder netwerkeffect. Infrastructurele projecten of projecten die ook aanpassingen aan de infrastructuur vereisen, leiden veelal tot netwerkeffecten, zoals het aanleggen of aanpassen van een weg (waarmee beoogt wordt de routering van het verkeer of de scheepvaart te bevorderen of te wijzigen) en projecten van zeer grote omvang, zoals woonwijken, grote industriecomplexen of nieuwe (lucht)havens. • Voor (kleinere) projecten zonder netwerkeffecten, zoals het onderhavige plan dat wordt ontsloten op bestaande wegen en er verkeerskundig geen netwerkeffecten te verwachten zijn) geldt dat het aan- en afvoerende verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als wordt voldaan aan de onderstaande twee criteria genoemd 1.
Het verkeer door het voornemen onderscheidt zich hier door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. 2. De verhouding tussen de hoeveelheid verkeer (per etmaal) dat door het voornemen wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State accepteert deze afbakening van ‘heersende verkeersbeeld” bij stikstofonderzoek voor dergelijke projecten 7. Dit laatste is het geval aangezien het woningbouwplan wordt ontsloten op bestaande wegen en er verkeerskundig geen netwerkeffecten te verwachten zijn. o Het plangebied wordt ontsloten in zuidelijke richting op de N217. Als het aan- en afvoerende verkeer op de N217 rijdt, onderscheidt het zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hier wordt voldaan aan het 1e criterium. o Op de N217 rijden ter hoogte van de rotonde met de Maasdamseweg ruim 13.0008. De verkeersgeneratie in de gebruiksfase in zuidelijke richting op de N217 nog niet verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het verkeer is gemodelleerd in zuidelijke richting tot de A16.
Hier rijden gemiddeld per etmaal ruim 95.000 motorvoertuigen en is het verkeer van en naar het plangebied opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
7 8
https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@125393/201804031-4-r1/ https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/# 15
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
REKENJAAR Vanaf het 2e bouwjaar vinden er verkeersbewegingen plaats van en naar woningen die zijn opgeleverd. Het aantal woningen dat per bouwjaar is opgeleverd neemt gestaag toe. Na het 5e bouwjaar zijn alle woningen opgeleverd. Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage inzichtelijk wordt gemaakt voor het jaar waarvoor de depositie het hoogst is. Door de technologische ontwikkelingen en milieuregelgeving nemen de emissies van o.a. wegverkeer licht met de jaren af. Deze afname is procentueel veel lager dan de gestage toename van het aantal woningen per jaar. De eindfase die optreedt na het 5e bouwjaar is daarmee maatgevend voor de emissies. Omdat de emissies van o.a. wegverkeer licht met de jaren afneemt is qua bouwplanning uitgegaan van de volgende worstcase aanname: bouwjaar 1 plaats vindt in 2022 bouwjaar 2 plaats vindt in 2023 bouwjaar 3 plaats vindt in 2024 bouwjaar 4 plaats vindt in 2025 bouwjaar 5 plaats vindt in 2026 de eindfase plaats vindt vanaf 2027. Naar verwachting zal de oplevering van fase 1 pas plaats vinden in november 2024, waarmee de berekende deposities een worstcase situatie betreft.
REKENRESULTATEN REFERENTIESITUATIE Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator versie 2021 blijkt dat in de referentiesituatie de stikstofdepositietoename door emissies in het plangebied op verschillende reeds (bijna) overbelaste delen van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Biesbosch” hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. De grootste depositietoename op (bijna) overbelaste delen is 0,01 mol/ha/jr.
Figuur 11 rekenresultaten AERIUS calculator referentiesituatie
Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.
16
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
REKENRESULTATEN VERSCHILBEREKENING GEBRUIK - REFERENTIESITUATIE Er is een verschilberekening uitgevoerd tussen de referentiesituatie en de emissies die plaats vinden in de eindfase (2027). AERIUS rapporteert dat “de berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr”. Dit betekent dat per saldo de NOx depositie op alle kwetsbare habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden in het maatgevende jaar niet groter is dan ten tijde van de referentiesituatie.
Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.
17
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
5
Conclusies In opdracht van 's-Gravendeel West B.V. heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om 179 woningen aan te ontwikkelen aan de westkant van ’s-Gravendeel. Een bestemmingsplanherziening is nodig om de woningen planologisch mogelijk te maken. Het plan staat bekend onder de naam: “s Gravendeel west”. Vanwege de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector op grond van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) is de aanlegfase buiten het onderzoek gelaten. Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat in de bouwperiode 2022 t/m 2026 het aantal woningen dat is opgeleverd gestaag toe neemt. Na 2026 zijn alle woningen opgeleverd. Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage inzichtelijk wordt gemaakt voor het jaar waarvoor de depositie het hoogst is. Door de technologische ontwikkelingen en milieuregelgeving nemen de emissies van o.a. wegverkeer licht met de jaren af. Deze afname is procentueel veel lager dan de gestage toename van het aantal woningen per jaar. De eindfase die optreedt na het 5e bouwjaar is daarmee maatgevend voor de emissies.
De beëindiging van het agrarisch grondgebruik met bemesting van de agrarische percelen ( grasland, akkerbouw) dat reeds nog plaats vindt, is het onlosmakelijke (positieve) gevolg van de woningbouwontwikkeling en uitvoering van het onderhavige bestemmingsplan. Emissies van mobiele werktuigen op de percelen en verkeer van en naar de percelen is buiten het onderzoek gelaten, waardoor de berekende positieve effecten een worstcase berekening in het licht van interne saldering is. Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator blijkt dat ten gevolge van de referentiesituatie de stikstofdepositietoename op verschillende reeds (bijna) overbelaste delen van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in 2000-gebied “Biesbosch” maximaal 0,01 mol/ha/jr is. Er is een verschilberekening uitgevoerd tussen de referentiesituatie en de emissies die plaats vinden in het maatgevende jaar (2027). AERIUS rapporteert per saldo dat de NOx depositie op alle kwetsbare habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden in het maatgevende jaar niet groter is dan ten tijde van de referentiesituatie. Omdat de verschilberekening betrekking heeft op het maatgevende jaar, geldt deze conclusie ook voor alle voorgaande bouwjaren. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten.
18
Stikstofonderzoek 's-Gravendeel west -- 21020.02 versie 06
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
's-Gravendeel West B.V. tussen Molendijk en maasdamseweg ten westen van huidige bebouwing, 3295 's Gravendeel woningbouw 's-Gravendeel west verkeersemissies ten gevolge van gebruik van 179 woningen op 6,7 ha (eindfase)
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RZjuLuMuZ41X 02 maart 2022, 16:18 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2027 2027
referentiesituatie - Referentie gebruiksfase - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 49,5 kg/j 16,8 kg/j
Hoogste depositie Hexagon referentiesituatie - Referentie 2.232,24 mol/ha/j 3460682 gebruiksfase - Beoogd 2.232,25 mol/ha/j 3460682 Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RZjuLuMuZ41X (02 maart 2022)
Emissie NOx 235,2 kg/j Gebied Biesbosch Biesbosch
2/9
Projectberekening
gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2027 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | 179 woningen
Verkeersnetwerk
RZjuLuMuZ41X (02 maart 2022)
Emissie NH3 Emissie NOx 16,8 kg/j
235,2 kg/j
3/9
Projectberekening
referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2027 Emissiebronnen 1 Landbouw | Landbouwgrond | Perceel1 - wintertarwe
Emissie NH3 Emissie NOx 11,3 kg/j -
2 Landbouw | Landbouwgrond | Perceel2 - zomertarwe
4,2 kg/j
-
3 Landbouw | Landbouwgrond | Perceel3 - grasland
28,7 kg/j
-
4 Landbouw | Landbouwgrond | Perceel4 - zomertarwe
4,9 kg/j
-
5 Landbouw | Landbouwgrond | Perceel5 - zomertarwe
0,4 kg/j
-
RZjuLuMuZ41X (02 maart 2022)
4/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RZjuLuMuZ41X (02 maart 2022)
5/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Biesbosch
RZjuLuMuZ41X (02 maart 2022)
6/9
Projectberekening
gebruiksfase, Rekenjaar 2027 1 Wonen en Werken | Woningen Naam 179 woningen Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Continue Emissie
RZjuLuMuZ41X (02 maart 2022)
1,0 m 0,000 MW
7/9
Projectberekening
referentiesituatie, Rekenjaar 2027 1 Landbouw | Landbouwgrond Naam Perceel1 wintertarwe Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen
Uittreedhoogte Warmteinhoud
0,5 m 0,000 MW
NH3
Type
Mestaanwending: dierlijke mest
Mestaanwending: kunstmest
11,3 kg/j
Stof
NOx NH3 NOx NH3
Emissie
0,0 kg/j 7,0 kg/j 0,0 kg/j 4,3 kg/j
2 Landbouw | Landbouwgrond Naam Perceel2 zomertarwe Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen
Uittreedhoogte Warmteinhoud
0,5 m 0,000 MW
NH3
Type
Mestaanwending: dierlijke mest
Mestaanwending: kunstmest
4,2 kg/j
Stof
NOx NH3 NOx NH3
Emissie
0,0 kg/j 2,0 kg/j 0,0 kg/j 2,2 kg/j
3 Landbouw | Landbouwgrond Naam Perceel3 - grasland Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Meststoffen
Type
Mestaanwending: dierlijke mest
Mestaanwending: kunstmest
RZjuLuMuZ41X (02 maart 2022)
0,5 m 0,000 MW
NH3
28,7 kg/j
Stof
NOx NH3 NOx NH3
Emissie
0,0 kg/j 16,4 kg/j 0,0 kg/j 12,3 kg/j
8/9
Projectberekening
4 Landbouw | Landbouwgrond Naam Perceel4 zomertarwe Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen
Uittreedhoogte Warmteinhoud
0,5 m 0,000 MW
NH3
Type
Mestaanwending: dierlijke mest
Mestaanwending: kunstmest
4,9 kg/j
Stof
NOx NH3 NOx NH3
Emissie
0,0 kg/j 2,4 kg/j 0,0 kg/j 2,5 kg/j
5 Landbouw | Landbouwgrond Naam Perceel5 zomertarwe Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Meststoffen
Uittreedhoogte Warmteinhoud
Type
Mestaanwending: dierlijke mest
Mestaanwending: kunstmest
0,5 m 0,000 MW
NH3
0,4 kg/j
Stof
NOx NH3 NOx NH3
Emissie
0,0 kg/j 0,2 kg/j 0,0 kg/j 0,2 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RZjuLuMuZ41X (02 maart 2022)
9/9