Bijlagen Bijlage 11 M.e.r. aanmeldnotitie
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. ’s Gravendeel – West fase 1
Gemeente Hoeksche Waard Versie: Definitief Datum: 7 april 2022 Opsteller: Lodewijck Groep
Beechavenue 139 - 1119 RB Schiphol-Rijk T: (085) 4010567 E: info@lodewijckgroep.nl
WWW.LODEWIJCKGROEP.NL 1
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
’s Gravendeel West fase 1
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
4
1.1
Aanleiding en plangebied
4
1.2
Waarom een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling?
5
1.3
Doel van de vormvrije m.e.r.beoordeling
6
1.4
Criteria vormvrije m.e.r.beoordeling
7
1.5
Leeswijzer
7
2
DE VOORGENOMEN ONTWIKKELING
8
2.1
Bestaande situatie
8
2.2
Aard en omvang van de ontwikkeling
9
2.3
Gevoelig gebied
9
2.3.1
Stikstof
9
2.3.2
Archeologie
9
2.4 3
Cumulatie met andere projecten
9
POTENTIËLE EFFECTEN
10
3.1
Archeologie
10
3.2
Cultuurhistorie
10
3.3
Bodem
11
3.4
Flora en Fauna
11
3.5
Geluid
12
3.6
Luchtkwaliteit
12
3.7
Externe veiligheid
12
3.8
Bedrijven- en milieuzonering
13
3.9
Kabels en leidingen
13 Lodewijck Groep B.V.
2
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
’s Gravendeel West fase 1
3.10 Water
13
3.11 Verkeer en parkeren
14
3.11.1
Verkeer
14
3.11.2
Parkeren
14
4
CONCLUSIE
15
Lodewijck Groep B.V.
3
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
1
’s Gravendeel West fase 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en plangebied De gemeente Hoeksche Waard wenst in samenwerking met de ontwikkelcombinatie 's-Gravendeel West B.V een woningbouwplan te ontwikkelen. Het woningbouwplan bestaat uit 179 woningen, variërend in typologie en voor diverse doelgroepen. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van de kern 's Gravendeel, gelegen aan de oostzijde van de gemeente. Het plangebied is gelegen aan de westzijde van 's Gravendeel (Oostzijde van de gemeente Hoeksche Waard) en is kadastraal bekend onder de gemeente Hoeksche Waard, sectie H, perceelnummers 171, 176 en 758,een delen van 187, 188 en delen van sectie B, perceelnummers 3780 en 3513. Het plangebied heeft een oppervlakte van (ongeveer) 66.900 m2.
Afbeelding 1 Globale begrenzing plangebied (bron: Google maps 2019)
Lodewijck Groep B.V.
4
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling 1.2
’s Gravendeel West fase 1
Waarom een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling?
Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. De belangrijkste procedurele wijziging is dat bij een vormvrije m.e.r.beoordeling een aanmeldingsnotitie geschreven moet worden. Het bevoegd gezag bepaalt op basis van deze notitie of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Dit is een nieuwe, extra procedurele stap in de vormvrije m.e.r. beoordeling. Met deze aanmeldingsnotitie wordt in een vroeg stadium van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling de milieugevolgen in kaart gebracht en worden mogelijk gevolgen ten aanzien van het milieu beoordeeld. Onder ‘in een vroeg stadium’ wordt het stadium vóór de terinzagelegging van het ontwerpbesluit verstaan. De basis van de milieueffectrapportage (MER) wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. zijn ontwikkelingen aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Afhankelijk van het type en de omvang van de ontwikkeling en het voortraject dient een m.e.r.procedure, een m.e.r.-beoordelingsprocedure of een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure uitgevoerd te worden. Het type en de omvang van een ontwikkeling, die relevant zijn in het kader van het Besluit m.e.r., staan beschreven in bijlage C en D, onder de kolom 'drempelwaarde' van het Besluit m.e.r.
De vormvrije m.e.r.beoordeling is altijd nodig als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden liggen. Voor de vormvrije m.e.r.beoordeling gelden twee voorwaarden: • Het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.; • De omvang van die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). De vormvrije m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd bij activiteiten in kolom 1 van de D-lijst en de besluiten (kolom 4) die daaraan zijn gekoppeld, in gevallen waarin de omvang beneden de drempelwaarde (kolom 2) ligt. In de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. is in bijlage D onder D11.2 de volgende activiteit opgenomen: De aanleg, wijziging, of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van 179 grondgebonden woningen in ’s-Gravendeel West. De omschrijving van de drempelwaarden behorend bij de categorie D.11.2 zijn opgenomen in onderstaande tabel 1.
Lodewijck Groep B.V.
5
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
’s Gravendeel West fase 1
Ontwikkelingen
Gevallen
Plannen
Besluit
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de ontwikkeling betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3⁰. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In gevallen waarin de ontwikkeling betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6 eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Tabel 1 Omschrijving drempelwaarden behorend bij categorie D.11.2
Conclusie: De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling blijft onder de drempelwaarde van de genoemde categorie. Conform het Besluit m.e.r. is voor ontwikkelingen die in de D-lijst zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarden blijven, een vormvrije m.e.r. beoordeling noodzakelijk. Deze m.e.r. beoordeling vindt plaats in de vorm van een aanmeldnotitie. 1.3
Doel van de vormvrije m.e.r.beoordeling
Het doel van een vormvrije m.e.r.beoordeling is om te analyseren in hoeverre sprake is van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Als uit de vormvrije m.e.r.beoordeling blijkt dat sprake is van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen kan het bevoegd gezag besluiten een m.e.r.-procedure op te starten. Als de milieugevolgen beperkt zijn of hier in het plan goed mee om kan worden gegaan, volstaat deze vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie. De vormvrije m.e.r.- beoordeling is dan afgerond en vormt dan een bijlage bij het ruimtelijk besluit.
Lodewijck Groep B.V.
6
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling 1.4
’s Gravendeel West fase 1
Criteria vormvrije m.e.r.beoordeling
Er bestaan bepaalde inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. De diepgang bij een vormvrije m.e.r.beoordeling kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Wel moet in ieder geval aandacht worden besteed aan de volgende criteria: 1. Een beschrijving van de kenmerken van het plan. Hierbij wordt ingegaan op de aard en omvang van het plan en eventuele veranderingen die, al dan niet in cumulatie met andere projecten, kunnen optreden. 2. Een beschrijving van de plaats van het plan. In het plangebied en daarbuiten kunnen gebieden voorkomen die gevoelig zijn voor bepaalde verstoringen. In de vormvrije m.e.r. beoordeling wordt aandacht besteed aan de relevante gevoelige gebieden en locaties in de omgeving van het plan. Te denken valt hierbij aan kwetsbare natuurgebieden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, gebieden met bijzondere landschappelijke en/of archeologische en/of cultuurhistorische waarden. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Door de mogelijke verstoringen van het plan in samenhang met de gevoelige gebieden en locaties in de omgeving van het plan te beschouwen zijn de potentiële effecten van het plan te bepalen. Daarbij wordt, waar mogelijk, o.a.
ingegaan op het bereik van het effect, de orde van grootte en de complexiteit van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. 1.5
Leeswijzer
Het tweede hoofdstuk van deze vormvrije m.e.r.beoordeling beschrijft de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, waarbij wordt ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie. De potentiële effecten van het plan zijn in hoofdstuk 3 beschreven. Daarbij is voor relevante milieuthema’s ingegaan en de effecten die het plan heeft op eventuele gevoelige gebieden in het plangebied en daarbuiten. In hoofdstuk 4 zijn de conclusies van deze vormvrije m.e.r.beoordeling benoemd en wordt geadviseerd of een m.e.r.-procedure dient te worden opgestart.
Lodewijck Groep B.V.
7
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
2
’s Gravendeel West fase 1
De voorgenomen ontwikkeling
2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de westzijde van ’s-Gravendeel West en heeft een bijzondere ligging. Het plangebied wordt aan de noord-, zuid- en westzijde omringd door polderlandschappen en agrarische gronden. Direct ten zuiden van het plangebied loopt de provinciale weg N217. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de bestaande bebouwing van 's Gravendeel. Het plangebied is in de huidige situatie niet bebouwd, er hoeven geen sloopwerkzaamheden plaats te vinden voor het bouw- en woonrijp maken van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft een gedetailleerde weergave van het plangebied.
Huidige situatie en begrenzing plangebied (bron; Google maps)
Lodewijck Groep B.V.
8
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
’s Gravendeel West fase 1
2.2 Aard en omvang van de ontwikkeling Het plangebied is bedoeld voor woningbouw. Er zal een transformatie plaatvinden van een gebied met een agrarische functie in een woonfunctie. Hierbij wordt het plangebied ingevuld met 179 woningen uitgevoerd in verschillende woningtypologieën. De stedenbouwkundige verkaveling heeft een ruimtelijke en groene uitstraling en vindt aansluiting bij de aangrenzende woongebieden. Het stedenbouwkundige plan is aan de hand van randvoorwaarden met een landschappelijke stedenbouwkundige structuur uitgewerkt zodat tevens een goede overgang naar het agrarische polderlandschap gewaarborgd kan worden. Het bestemmingsplan voorziet in bestemmingen en regels om deze landschappelijke inpassing op een correcte wijze te borgen. 2.3
Gevoelig gebied
2.3.1 Stikstof Het plangebied ligt op circa 7 kilometer afstand van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Biesbosch”. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een uitgebreide stikstofberekening uitgevoerd, zowel voor de gebruiksfase als de realisatiefase. Op basis van de nieuwe stikstofwet (d.d. 1 juli 2021) is het niet langer noodzakelijk de realisatiefase te beschouwen. Desondanks blijkt dat wanneer de realisatiefase betrokken wordt bij de berekening er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn, daarmee is middels een worst-case benadering aangetoond dat de ontwikkeling uitvoerbaar is en voldoet aan de wet- en regelgeving. De Aerius – berekening wordt in paragraaf 4.4. en bijlage 3 van het bestemmingsplan uitgebreid toegelicht. Middels deze Aerius – berekening is aangetoond dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof op voorhand kunnen worden uitgesloten. 2.3.2 Archeologie Het plangebied ligt in een door de gemeente Hoeksche Waard aangewezen gebied met een mogelijke archeologische waarde. Het plangebied is voor het archeologische onderzoek opgedeeld in twee delen, namelijk 1) het woongebied en 2) de ontsluitingsweg.
Planologisch zijn deze archeologische waarden vastgelegd met respectievelijk de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologische verwachting middelhoog 1' en ‘Waarde- Archeologie’. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken is geconcludeerd dat er geen daadwerkelijke archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Besloten is dan ook het plangebied geheel vrij te geven voor de beoogde ontwikkeling en de daarbij noodzakelijk graaf- en bouwwerkzaamheden. Ook in een archeologisch vrijgegeven gebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden losse sporen en vondsten worden aangetroffen, de zogenaamde toevalsvondst. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Hoeksche Waard. 2.4 Cumulatie met andere projecten De ontwikkeling vindt plaats op gronden direct aansluitend op het stedelijke gebied van de kern ’s Gravendeel. De locatie en ontwikkeling kan getypeerd worden als uitbreidinglocatie, welke ook formeel is aangewezen door de provincie Zuid-Holland. Het beoogde woningbouwprogramma is daarmee onderdeel van de provinciale en regionale woningbouwopgave. De gemeente ziet een behoefte op de woningmarkt die met de bestaande woningen en woningbouwprojecten nog niet was ingevuld.
De vraag naar woningen in alle prijssegmenten is groter dan het aanbod. Het gevarieerde woningbouwprogramma voorziet in deze woningbehoefte. Lodewijck Groep B.V.
9
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
3
’s Gravendeel West fase 1
Potentiële effecten
In dit hoofdstuk worden de potentiële effecten van de voorgenomen ontwikkeling op het milieu beoordeeld. Er wordt specifiek ingegaan op welke belangrijke relevante effecten op het milieu te zijn verwachten, waarbij tevens de omvang en het bereik wordt aangegeven. Ook de waarschijnlijkheid van het effect, de duur, frequentie en onomkeerbaarheid komen aan bod. Wanneer van toepassing, worden de maatregelen in kaart gebracht om het gegeven effect te verminderen en/of neutraliseren. 3.1 Archeologie Het plangebied ligt in een door de gemeente Hoeksche Waard aangewezen gebied met een mogelijke archeologische waarde. Het plangebied is voor het archeologische onderzoek opgedeeld in twee delen, namelijk 1) het woongebied en 2) de ontsluitingsweg. Planologisch zijn deze archeologische waarden vastgelegd met respectievelijk de dubbelbestemmingen 'Waarde Archeologische verwachting middelhoog 1' en ‘Waarde- Archeologie’. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken is geconcludeerd dat er geen daadwerkelijke archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Besloten is dan ook het plangebied geheel vrij te geven voor de beoogde ontwikkeling en de daarbij noodzakelijk graaf- en bouwwerkzaamheden. Op basis van de archeologische beleidsadvieskaart kan geconcludeerd worden dat voor het aspect archeologie geen potentiële negatieve effecten worden verwacht.
3.2 Cultuurhistorie In de ruimtelijke ordening moet de cultuurhistorie worden afgewogen. Het Rijk heeft in 2009 hiervoor een aanzet gegeven in de Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Het Rijk stelt dat de cultuurhistorie moet worden verantwoord in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Onderzoek en conclusie Het plangebied wordt ingepast binnen de bestaande waardevolle structuren, de dijken en polder landschapsstructuren dienen behouden te blijven. Om dit te kunnen garanderen is een ruimtelijk raamwerk opgesteld waarbinnen het woongebied zich kan ontwikkelen. Het ruimtelijk raamwerk zorgt ervoor dat belangrijke cultuurhistorische structuren behouden blijven. In het ruimtelijk raamwerk zijn de cultuurhistorische uitgangspunten zoals opgenomen in het gebiedsprofiel Hoeksche Waard opgenomen. Geconcludeerd wordt dat de cultuurhistorische belangen voldoende meegewogen zijn en de ruimtelijke ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat voor het aspect cultuurhistorie geen potentiële negatieve effecten worden verwacht.
Lodewijck Groep B.V.
10
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
’s Gravendeel West fase 1
3.3 Bodem De initiatiefnemer van de ontwikkeling heeft verschillende bureau- en verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd binnen het plangebied. Het doel van het onderzoek is om de bodemkwaliteit op de locatie nader te bepalen en eventuele verontreinigingen te signaleren in de grond en/of het grondwater. Onderzoek en conclusie In 2019 heeft een PFAS onderzoek plaatsgevonden. Het gehalte PFAS niet voldoet aan de achtergrondwaarden, omdat er met een gesloten grondbalans wordt gewerkt vormt dat geen belemmering voor de ontwikkeling. In 2021 is door Arnicon ter plaatse van de Maasdamseweg en de Molendijk te ‘s Gravendeel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740. Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek is een bureauonderzoek uitgevoerd, daarnaast zijn er tijdens een veldonderzoek diverse boringen verricht, hierbij is in de bovengrond zintuigelijk een bijmenging met baksteen aangetroffen tussen het opgeboorde bodemmateriaal. De aangetoonde verontreinigingen zijn dermate klein van aard dat het niet zinvol is om nader onderzoek uit te voeren. De verontreinigingen geven ook geen aanleiding voor het nemen van saneringsmaatregelen. Geconcludeerd wordt dat voor het aspect bodem geen potentiële negatieve effecten worden verwacht (voor de toekomstige bewoners). 3.4 Flora en Fauna Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht.
De Wet natuurbescherming vervangt drie actuele wetten, te weten de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. In de Wet natuurbescherming is de bescherming van soorten en gebieden vastgelegd. Middels deze wet dient verantwoording van soorten en gebieden plaats te vinden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied zijn geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering vormen voor de herontwikkeling. Op basis van de quickscan is een aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna niet noodzakelijk gebleken. Op basis van de quickscan kan geconcludeerd worden dat voor het aspect flora & fauna geen potentiële negatieve effecten worden verwacht. In paragraaf 2.3.1 is reeds toegelicht dat ten aanzien van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura-2000 gebied “Biesbosch” geen potentiële significante negatieve effecten te verwachten zijn.
Lodewijck Groep B.V.
11
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
’s Gravendeel West fase 1
3.5 Geluid De Wgh ziet woningen en zorgwoningen als een gevoelig object, wat betekent dat het maximale geluidsniveau 48 dB mag bedragen op de gevel. Om te kunnen onderbouwen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat binnen de beoogde woningen en zorgwoningen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Bij deze beoordeling is ook het geluidsbeleid van de gemeente Hoeksche Waard betrokken. Voor de beoogde ontwikkeling is alleen het aspect wegverkeerslawaai relevant. Onderzoek en conclusie Voor de ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat op de gevels van de nieuwe woningen een geluidbelasting van ten hoogste 53 dB rust. Voor deze woningen wordt een hogere waarde verleend in het kader van de Wet Geluidshinder. Tevens is voor twee woningen afwijking van het gemeentelijke geluidsbeleid noodzakelijk, dit vanwege de overschrijding van 1 dB ter plaatse van de geluidsluwe gevel. Deze overschrijding is slechts zeer beperkt en voor het menselijk oor feitelijk niet waarneembaar. Uit nader onderzoek is gebleken dat het nemen van akoestische maatregelen (om de voorkeursgrenswaarde van 48 dB te behalen) onvoldoende doeltreffend is dan wel stuit op ernstige bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
De afwijking van het geluidsbeleid is dermate beperkt dat van potentiële negatieve effecten geen sprake is.
3.6 Luchtkwaliteit Het planinitiatief valt met de realisatie van in totaal 179 woningen in één van de categorieën die ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en is daarom vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op voorhand kan daarom worden vastgesteld dat er voor het aspect luchtkwaliteit geen potentiële negatieve effecten worden verwacht. 3.7 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid voor de omgeving van een inrichting met gevaarlijke stoffen en/of transport van gevaarlijke stoffen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Onderzoek en conclusie Het plaatsgebonden risico van een 10-6 contour is niet aan de orde binnen het plangebied. Alle risicobronnen zijn ver verwijderd van de beoogde ontwikkeling, waardoor het plangebied niet in de veiligheidszones ligt. Over de N217 vindt 48 keer per jaar GF3 transport plaats, dit heeft mogelijk invloed op het groepsrisico. Pas bij 500 GF3 transporten per jaar is sprake van een risicocontour. De hoeveelheid transporten nabij het plangebied is dermate laag ten opzichte van de drempelwaarde uit de Handleiding Risicoanalyse Transport (Ministerie van infrastructuur en milieu) dat er geen sprake kan zijn van een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico.
Op voorhand kan daarom worden vastgesteld dat er voor het aspect externe veiligheid geen potentiële negatieve effecten worden verwacht.
Lodewijck Groep B.V.
12
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
’s Gravendeel West fase 1
3.8 Bedrijven- en milieuzonering De invloed van bestaande (of nieuw te vestigen) bedrijvigheid moet op de leefomgeving worden afgewogen. Er dient een ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende functies en milieugevoelige functies. Dit kan door middel van milieuzonering. Wonen is een voorbeeld van een milieugevoelige functie. Onderzoek en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een volledig nieuw woongebied mogelijk. Daarmee is in ieder geval geen sprake van een negatieve invloed op bestaande gevoelige objecten in de omgeving. Op basis van het geldende bestemmingsplan kan geconcludeerd worden dat alle bestaande milieubelastende bestemmingen en functies op ruim voldoende afstand van het plangebied liggen. Geconcludeerd kan worden dat aan de richtafstanden uit de VNG-brochure wordt voldaan. Op voorhand kan daarom worden vastgesteld dat er voor het aspect bedrijven- en milieuzonering geen potentiële negatieve effecten worden verwacht. 3.9 Kabels en leidingen Op basis van de vigerende bestemmingsplannen van de gemeente Hoeksche Waard kan geconcludeerd dat er in en nabij het plangebied geen planologisch relevante kabels en /of leidingen aanwezig zijn. Op voorhand kan worden vastgesteld dat er voor het aspect kabels en leidingen geen potentiële negatieve effecten worden verwacht.
3.10 Water Binnen het plangebied zijn zowel nationaal, provinciaal als gemeentelijk beleid van toepassing. Het beleid is gezamenlijk met de beoogde ruimtelijke ontwikkeling onderzocht en beoordeeld. Onderzoek en conclusie Met de herontwikkeling van het plangebied naar een woningbouwgebied neemt de verharding toe. Op basis van het geldende beleid wordt binnen het plangebied voorzien in voldoende watercompensatie. Aanvullend wordt binnen het plangebied ingezet op hydrologisch neutraal bouwen, dit wordt bij aanvraag omgevingsvergunning getoetst door het bevoegd gezag. Op voorhand kan vastgesteld worden dat er voor het aspect water geen potentiële negatieve effecten worden verwacht.
Lodewijck Groep B.V.
13
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling 3.11
’s Gravendeel West fase 1
Verkeer en parkeren
3.11.1 Verkeer De herontwikkeling binnen het plangebied zal leiden tot een toename van de verkeersbewegingen in en rondom het plangebied. Door adviesbureau Goudappel Coffeng is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Onderzoek en conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de woningbouwontwikkeling binnen het plangebied een verkeersgeneratie heeft van circa 1.300 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal). Het plangebied wordt aan de zuidzijde ontsloten met één weg met een maximale snelheid van 30 km/h. Deze weg wordt (conform richtlijn ASVV 2012) uitgevoerd met een minimale breedte van 4,80 meter om de toekomstige verkeersgeneratie correct te verwerken. Op basis van de berekening hebben de omliggende wegen (Boezembaan, Maasdamseweg en N217) ook voldoende capaciteit. Wel dient de bestaande rotonde ten zuiden van het plangebied vervangen te worden om de verkeerafwikkelingen goed te kunnen verwerken. De provincie Zuid-Holland heeft reeds het noodzakelijke besluit genomen deze aanpassing aan de rotonde door te voeren om de verkeersafwikkeling te borgen. In de uitgevoerde berekening is reeds uitgegaan van de toekomstige situatie met vernieuwde rotonde, daarom kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een passende verkeersoplossing. Op voorhand kan daarom worden vastgesteld dat er voor het aspect verkeer geen potentiële negatieve effecten worden verwacht.
3.11.2 Parkeren De herontwikkeling binnen het plangebied zal leiden tot een toename van de parkeerbehoefte in het plangebied. Door adviesbureau Goudappel Coffeng is een parkeeronderzoek uitgevoerd. Onderzoek en conclusie De parkeerbehoefte wordt vastgesteld op basis van de gemeentelijke parkeernota ‘Parkeernormering gemeente Hoeksche Waard’. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is afwijking van het beleid noodzakelijk, deze afwijking is door Goudappel Coffeng onderzocht. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan geconcludeerd worden dat er voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied gerealiseerd kan worden. Het college van Burgemeester en Wethouders kan op basis van de onderbouwing afwijken van de standaard parkeernormen van de gemeente Hoeksche Waard. Op basis van het onderzoek van Goudappel is gebleken dat deze afwijken op basis van de goede ruimtelijke ordening verantwoord is. Op voorhand kan daarom worden vastgesteld dat er voor het aspect parkeren geen potentiële negatieve effecten worden verwacht.
Lodewijck Groep B.V.
14
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling
4
’s Gravendeel West fase 1
Conclusie
In voorliggende aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling zijn de verwachte milieu- en omgevingseffecten als gevolg van de realisatie van 179 grondgebonden woningen binnen het project ’s Gravendeel West beschreven. Met deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.-beoordeling doorlopen. Samenvattend: • Archeologie: uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. • Bodem: Het aspect bodem vormt geen belemmering voor realisatie van een woongebied. • Flora en fauna: Het aspect flora & fauna vormt geen belemmering voor invulling van de beoogde locatie met woningbouw. Er treden ook geen negatieve effecten op ten aanzien van Natura-2000 gebieden. • Luchtkwaliteit: Het woningbouwproject valt met 179 woningen binnen het besluit ‘niet in betekende waarde’. Negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit zijn daarmee uitgesloten. • Geluid: Op basis van het uitgevoerde onderzoek worden hogere waarden verleend en is minimale afwijking van het gemeentelijke geluidsbeleid (1 dB t.p.v. twee woningen) noodzakelijk. De overschrijdingen is dermate beperkt dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. • Externe veiligheid: De ligging van de nieuwe woningen vormt geen belemmeringen ten aanzien van het plaatsgevonden en het groepsrisico.
• Bedrijven en milieuzonering: De ontwikkeling voldoet ruimschoots aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie. • Water: Binnen het plangebied wordt de extra verharding gecompenseerd met de verbreding en aanleg van nieuwe wateren. • Verkeer en parkeren: Op basis van onderzoek kan geconcludeerd worden dat zowel voor de verkeersafwikkelingen als het parkeren wordt voorzien in een goede oplossing. • Kabels en leidingen: Er zijn geen negatieve gevolgen voor planologische relevante kabels en leidingen. Op basis van de vormvrij m.e.r.-beoordeling kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot potentiële nadelige effecten. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een uitgebreidere m.e.r.-procedure.
Lodewijck Groep B.V.
15